Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Harpijen - Honden van Zeus

De Harpijen zijn de dochters van de zeegod Thaumas 1 en de Oceanide Electra 1. Er zijn echter ook enkele oude schrijvers die stellen dat ze de kinderen van het monster Typhon en Echidna zijn. Hoewel er meestal over twee of drie Harpijen in de myhten geschreven wordt zijn er negen namen bekend. Dit zijn: Aello 1, Aellopus, Celaeno 3, Harpys 1, Nicothoe, Ocypete 1, Ocypode, Ocypus, Ocythoe en Podarge. Hun zus is de goddelijke Iris 1, de Godin van de regenboog. De Harpijen zijn vrouwelijke, maar roofzuchtige, wezens met vogellichamen, gekromde klauwen en meisjesgezichten. Ze vliegen snel als de adem van de wind en zweven hoog in de lucht op hun vleugels. Er wordt verteld dat zij hanenhoofden met blauwe haren hadden, een menselijke buik en armen met grote klauwen. Van oorsprong woonden zij in de onderwereld.

Honden van Zeus

De harpij vallen aan.

Zij worden de ‘Honden van Zeus’ genoemd omdat zij al het voedsel van de mensen, waar Zeus kwaad op was, met hun klauwen wegsleurden. Eén van hun slachtoffers was de oude koning Phineus 1 in Thracië. Die werd door de Harpijen geteisterd omdat hij de geheime besprekingen van de Goden openbaar had gemaakt. Elke keer dat de koning van een maaltijd wil genieten komen de Harpijen als pijlen uit de lucht vallen en grissen met hun klauwen al het eten van zijn tafel. Het weinige dat zij achterlaten bevuilen de Harpijen met hun uitwerpselen dat zo’n afschuwelijke stank verspreidt dat niemand het meer wil aanraken. De grijsaard zou hierdoor verhongerd zijn als de Argonauten niet langs waren gekomen.

Argonauten

Wanneer die bij Phineus 1 aankomen en hem de weg naar Colchis vragen wil hij die alleen vertellen als zij hem van de Harpijen verlossen. Zetes en Calais, de gevleugelde zoons van Boreas 1, zijn bereid om te doen wat er gevraagd wordt, en zet men snel een tafel met voedsel neer als lokaas voor de Harpijen. De broers posteerden zich vervolgens naast Phineus 1 om met hun zwaarden de wezens te verdrijven. En zodra Phineus 1 het voedsel aanraakte verschenen de Harpijen, als onverwachte bliksemschichten, vanuit de wolken en besprongen Phineus 1’ maaltijd, hunkerend naar eten! De helden brulden bij de aanblik van de vogels, terwijl die alles onder luid gekrijs verzwolgen en daarna over zee verdwenen. Alleen die onverdraaglijke stank bleef achter.

Jacht op de Harpijen

Zetes en Calais vervolgden hen met even grote snelheid en getrokken zwaard, want Zeus bezielde hen met onvermoeide kracht. Ze konden de monsters al bijna met hun handen grijpen, en geslaagd zijn met hun jacht, als er niet plotseling een stem in de lucht had geklonken. Vanuit de ether sprong Iris 1, de boodschappergodin van de Goden op hen af en riep: ‘Jullie hebben de godinnen ver genoeg opgejaagd. Waarom verder jagen op de dienaressen van Zeus, die hij heeft uitgekozen om zijn machtige woede ten uitvoer te brengen? Nu heeft Zeus hen ook bevolen om bij de woning van Phineus 1 vertrekken. Ze luisteren naar zijn bevel, en trekken zich op zijn bevel terug. De Harpijen zullen nooit gebrek aan voedsel hebben, zolang stervelingen de woede van Zeus over zich afroepen.' Na deze woorden stopt het tweetal met hun jacht door de lucht, en zweven een poosje twijfelend rond. Dan vertrekken ze, en keren triomfantelijk terug naar hun kameraden.

Alternatieve versie

Er is echter ook een versie dat de Harpijen door Zetes en Calais worden opgejaagd tot ze van vermoeidheid uit de lucht vallen en dood op aarde neerstorten. Daarbij zouden Nicothoe (ook wel Aello 1 of Aellopus genoemd) tot aan de Peloponnesus opgejaagd zijn en in de rivier Tigres zijn neergestort, die sindsdien Harpys heet. De tweede Harpij, Ocypete 1 (ook wel Ocythoe of Ocypode genoemd) vlucht via de Propontis totdat ze de Echinaden bereikt en ook daar uit de lucht valt. Deze Echinaden worden sindsdien Strophaden genoemd.

Ontmoeting met Aeneas

De Harpijen houden woord en blijven voortaan hun werk doen in de omgeving van de Strophaden. Daar land vele jaren later de Trojaan Aeneas op het strand met zijn schepen. Hij was uit Troje gevlucht nadat de Grieken zijn stad hadden vernietigd aan het eind van de Trojaanse oorlog. Wanneer de mannen in de haven aankomen zien ze overal vette runderen grazen in de velden, en kleinvee in de wei zonder dat daar toezicht op gehouden wordt. Ze rennen er met getrokken zwaarden op af, hongerig als ze zijn, en slachten een aantal beesten. Op de kust bouwen ze een vuur, braden de runderen, en willen zich tegoed doen aan een voortreffelijke maaltijd. Maar dan zijn daar opeens de Harpijen die met een huiveringwekkende duik van de bergen afkomen. Ze plunderen de maaltijd en verzieken alles met hun smerige stank en afschuwelijk gekrijs.

Waarschuwing Celaeno 3

De harpij Celaeno

De mannen zien alles verbouwereerd aan maar zijn niet uit het lood geslagen en slachten een paar andere runderen. Deze keer bouwen ze hun vuur echter in een grot maar duiken de Harpijen opnieuw van alle kanten, uit onzichtbare schuilplaatsen op. Snel geeft Aeneas bevel om de wapens te grijpen en de strijd aan te binden met dat smerige gespuis. Ze vallen de wezens aan maar zijn niet te verwonden. Desondanks gaan de Harpijen er wel vandoor maar blijft één van hen, Celaeno 3, achter en gaat op een hoge rotspunt zitten. Daar krast zij naar Aeneas: 'Durven jullie na het doden van runderen ook nog oorlog te voeren, nakomelingen van Laomedon 1, en onschuldige Harpijen te verjagen uit hun vaderland? Knoop dan dit goed in je oren en let op mijn woorden, die de almachtige Zeus aan mij heeft verteld. Jullie varen naar Italië waar het is toegestaan om af te meren. Maar het zal jullie niet vergund zijn een stad met muren te omgeven, voordat een afschuwelijke hongersnood, straf voor deze onrechtmatige aanslag op ons, jullie zal dwingen de tafels met jullie kaken rondom af te knagen.' Dit zei ze, en met een slag van haar vleugels dook zij het bos in. Na deze woorden is er nooit meer iets van de Harpijen op aarde vernomen.

Stamboom:

Thaumas 1 / Typhon Electra 1 / Echidna - -
Harpijen -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz