Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hector

Afstamming

Hector is de oudste zoon van Priamus en Hecabe 1 die in Troje werd geboren. Zijn vader is een vruchtbare man waardoor Hector meer dan vijftig (half)broers en -zussen heeft. Hector groeit op tot een godvruchtige en rechtschapen man die trouw en ruimhartig de benodigde offers aan de Goden schenkt waardoor vooral Apollo over hem te spreken is. Vanwege zijn mooie gelaatskleur, krullende haar en mooie ogen vonden vrouwen hem bijzonder knap en de moeite waard om lief te hebben. Hij is levenslustig, genadig voor de burgers. Maar naast deze zachte eigenschappen had Hector ook een krijgshaftige geest en een zeer sterk lichaam waardoor hij een geduchte tegenstander kon zijn in de strijd.

Huwelijk

Hector en Andromache

Als Hector de huwbare leeftijd bereikt gaat hij naar koning Eetion 1, in Cilicië, om hem de hand van zijn dochter Andromache te vragen. Hij belooft de koning een grote som goud als die hem de hand van zijn dochter schenkt en om ook Andromache voor zich te winnen schenkt hij haar een prachtige voile. De koning stemt in met het huwelijksaanzoek waarna Hector Andromache met zich mee neemt naar Troje en wordt daar een grootse bruiloft gevierd. De twee zijn dol op elkaar en leven lange tijd zorgeloos en gelukkig in hun huis dat naast het paleis van Priamus was gebouwd. Andromache raakt al zwanger en schenkt Hector een zoon Laodamas 5, en enkele jaren later Astyanax 1.

Opbouw van Troje

Omdat Troje in het verleden door Heracles was vernietigd helpt Hector zijn vader de stad te herbouwen en te versterken waardoor het niet meer zo eenvoudig ingenomen kon worden. Bovendien spoort Priamus zijn oudste zoon aan om zich te bekwamen in oorlogsvoering en gaf hem de leiding over het Trojaanse leger. Hector beloofde zijn vader om het leger te trainen en er voor te zorgen dat de stad nooit meer vernietigd kon worden. Bovendien reist hij langs vele landen en streken in de omgeving om, namens zijn vader, vele bondgenootschappen te sluiten waardoor hij, in geval van nood, op vele extra manschappen kan rekenen. Ondanks al deze voorbereidingen is Hector een man van vrede en er niet op uit om een oorlog te ontketenen.

Aanloop tot de Oorlog

Schaking van Helena

Hij is dan ook hevig verontwaardigd als zijn broer Paris de Griekse Helena schaakt en haar naar Troje brengt. Er ontstaat hevige beroering in Troje over deze daad en er wordt gevreesd dat de Grieken Troje zullen komen om deze daad te wreken. Hoewel Hector de daad van zijn broer verfoeide verdedigt hij hem wel in de Raad wanneer daar overleg gepleegd wordt wat hen te doen staat. Hoewel hij persoonlijk vindt dat Helena vreedzaam teruggegeven moet worden aan de Grieken pleit hij er toch voor om haar in Troje te laten blijven. Ze was een smekelinge in hun huis en volgens de wetten der Goden moesten smekelingen geholpen worden. Kort daarna komt een delegatie uit Griekenland, om over de teruggave van Helena te onderhandelen, maar wordt onverrichter zake weggestuurd. Bij hun vertrek waarschuwen de delegatieleden dat de Trojanen zullen boeten voor hun daad en begrijpt Hector dat een oorlog onvermijdelijk is.

Landing van de Grieken

Onmiddellijk begint Hector zijn voorbereidingen te treffen om de stad te verdedigen. Hij stuurt boodschappers naar de bondgenoten en posteert wachters aan de kust om bij het eerste teken van onraad direct alarm te slaan. Zo staat hij met een groot aantal strijders op de kust klaar wanneer de enorme vloot van de Grieken op het stand afvaart. Als het eerste schip op het strand schuift is Hector er als de kippen bij en doodt met zijn speer Protesilaus, die als eerste aan land sprong. Zo maakt hij direct naam onder de Grieken en ontspint zich aan de kust een hevige strijd die gelijk opgaat. Deze situatie verandert als ook de Griek Achilles aan land springt en zich met de strijd gaat bemoeien. Rijdend in zijn strijdwagen, getrokken door vier machtige paarden, maait hij complete linies van de Trojanen neer en jaagt hen voor zich uit naar de stad. Dan maakt de duisternis een eind aan de strijd.

Vele dagen strijd

Strijd om Troje

De volgende dag leidt Hector zijn leger de stad uit en stelt dat op tegenover het leger van de Grieken, dat werd aangevoerd door Agamemnon. Dan breekt de strijd pas in volle hevigheid los en ontstaat er een grote slachtpartij op de vlakte voor de muren van de stad. Overal waar Hector voorging volgden de Trojanen en wisten ze vele Grieken naar de onderwereld te sturen. Bij de tegenpartij gebeurde precies hetzelfde waar Achilles zijn mannen voorging. Door toedoen van de Goden kwamen de twee mannen echter nooit rechtstreeks tegenover elkaar te staan. Als Hector ziet dat zijn broer Paris wordt achtervolgd door Menelaus schiet hij hem te hulp met zijn vriend Aeneas. Terwijl die met zijn schild de slagen van Menelaus afweert voert Hector zijn broer uit de strijd en brengt hem naar de stad. Dan valt opnieuw de duisternis in en worden de vijandelijkheden weer gestaakt. Zo wordt er enkele dagen hevig gestreden en doodt Hector de Grieken Orcomeneus, Ialmenus 1, Epistrophus 1, Schedius 2, Elephenor, Diores 1 en Polyxenus 1 te verslaan. Maar geen van de partijen weet een voordeel te behalen op de andere en wordt er, om de vele doden te begraven, na enige tijd een bestand afgesproken.

Negen jaar oorlog

Zo sleept de oorlog zich negen jaar lang voort en worden vreselijke gevechten afgewisseld met langdurige bestanden om de doden te cremeren en begraven. Gedurende al die jaren gaat Hector zijn Trojanen voor in de strijd en boezemt daarbij de Grieken ontzag in door zijn krijgslust en moed in de strijd. In negen jaar treft Hector slechts eenmaal zijn aartsrivaal Achilles, en delft dan bijna het onderspit. Maar Hector weet net op het nippertje te ontsnappen en vlucht de stad in. Ondertussen kwamen steeds meer bondgenoten naar de bedreigde stad om de Trojanen te helpen in hun strijd tegen de Grieken. Zo kwamen onder andere de krijgslustige Lyciërs, onder aanvoering van Sarpedon 1, Hector te hulp maar ook vele anderen kwamen met troepen naar Troje.

Aanzoek van Achilles

Tijdens een van de vele bestanden wordt Achilles verliefd op Polyxena 1, de zus van Hector, en stuurt hij een boodschapper naar Hector met het bericht dat hij met haar wil trouwen. Hij meldt tevens dat hij, als Hector instemt, Troje zal verlaten en zo een eind aan de oorlog maken. Hector twijfelt hevig of het bericht van Achilles geen valstrik is en zei tegen de boodschapper dat Achilles een eed moest zweren over dit verraad. Als Achilles dit niet wilde doen moest hij als teken van goede wil de zoons van Plisthenes 1 en Ajax 1 doden, anders wilde Hector niet van een overeenkomst weten. Toen Achilles dit antwoord vernam werd hij laaiend van woede en zwoer, zodra het vechten weer was begonnen, Hector te doden.

Bestandsbreuk

Woede van Hector

Zo gaat de oorlog het tiende jaar in en barsten de gevechten weer los. Op het moment dat de twee legers bijna op elkaar stuiten treedt de broer van Hector, Paris, naar voren en stelt voor om de oorlog te beslissen met een duel tussen hem en Griek. Als Menelaus naar voren stapt om de uitdaging aan te nemen vlucht Paris van schrik naar de achterste gelederen van het Trojaanse leger. Hector, die hem ziet vluchten vaart direct fel tegen hem uit. ‘Paris, jij vrouwengek en verleider, waarom zag jij ooit het levenslicht? Ik wilde dat je was gestorven voordat je Helena naar Troje bracht! Dat zou heel wat beter zijn geweest dan ons tot smaad en schande te zijn zoals nu. En nu ben je te laf om het op te nemen tegen Menelaus! En ontloop je de kans om te zien van wie je zijn jonge vrouw schaakte! Je lier zal je niet kunnen helpen, noch de gaven van Aphrodite, als hij je in het stof heeft doen bijten. Maar de Trojanen zijn te weekhartig. Anders zou je voor het kwaad, dat je aanrichtte, allang gestenigd zijn tot de dood!

Reactie van Paris

Hector, je grievende woorden zijn verdiend.’ antwoordde Paris. ‘Je zei geen woord teveel, maar de gaven die Aphrodite me schonk moet je me niet verwijten, daar kan ik niets aan doen. Maar als je erop staat dat ik de tweestrijd aanvaard, laat dan de beide legers op de grond gaan zitten zodat ik tussen beide kampen Menelaus kan ontmoeten in de strijd. Degene die wint mag haar in bezit nemen en al haar bezittingen meenemen naar zijn eigen huis. De andere moet daarna vrede sluiten. Wij blijven in ons vruchtbaar land, terwijl de Grieken naar huis zeilen.’ Hector was het hier grondig mee eens en trad daarop naar voren. Hij pakte zijn speer in het midden vast en drong de Trojanen terug die plaatsnamen op de grond. De Grieken hielden hun boogschutters echter nog steeds gereed en hadden Hector als doelwit. Daarop kwam Agamemnon, de leide van de Grieken tussenbeide en maande hen tot kalmte. ‘Laat Hector met rust,’ zei hij, ‘hij gaat spreken!

Toespraak van Hector

Hector gaat in de open ruimte tussen de twee legers staan en zegt: ‘Trojanen en Grieken, luister naar het voorstel van Paris, door wie de oorlog is ontstaan. Hij stelt voor dat alle manschappen hun wapens neerleggen terwijl hij en Menelaus in een tweegevecht strijden voor het front van de twee legers om Helena en haar schatten. Wie wint en de sterkste blijkt, neemt haar en al haar bezittingen mee naar huis, terwijl wij daarna vrede sluiten.’ De woorden van Hector werden in volledige stilte ontvangen terwijl elke soldaat verheugd bedenkt dat die dag eindelijk een eind kan komen aan de lange en bloedige strijd.

Reactie van Menelaus

Na enige tijd antwoord Menelaus: ‘Ik ben degene die het zwaarst is getroffen door de actie van Paris. Daarnaast hebben de Grieken en Trojanen genoeg geleden om nu in vrede te kunnen scheiden. Eén van ons moet sterven waarna de anderen zich met elkaar kunnen verzoenen. Laten we dus snel offerdieren halen om dit bestand te bezegelen en een offer aan de Goden brengen. Laat ook koning Priamus roepen zodat hij het bestand kan zweren want zijn zoons zijn mij te wispelturig en te lichtzinnig. Ik wil dit bestand niet door verraad geschonden zien. Ouderen kijken niet alleen naar de toekomst maar kijken ook terug op wat er gebeurd is en besluiten zo dat wat voor beide partijen het beste is.’ Hector stuurt na deze woorden direct een boodschapper naar de stad om de offerdieren te laten halen en koning Priamus in te lichten.

Bestand

Ook Priamus stemt in met het voorstel en het bestand wordt, met plechtige offers aan de Goden, bezegeld. Direct daarna palen Hector en Odysseus het strijdperk af en gooien twee loten in een koperen helm om te beslissen wie als eerste zijn speer mag werpen. Heel het leger, dat de strijd moe is, bidt tot de Goden dat Paris zal sterven omdat hij zoveel ellende over hun volken had gebracht en er vrede zal heersen tussen de Grieken en Trojanen. Ondanks hun gebeden komt het lot van Paris als eerste uit de helm.

Duel

Het gevecht begint en al snel dreigt Menelaus Paris te doden. Deze wordt echter geholpen door de godin Aphrodite die hem in een wolk van het strijdtoneel wegvoert naar zijn woning. De Grieken zijn woedend over deze bestandsbreuk en de strijd barst opnieuw los. Als de Grieken, met de hulp van Athena en Hera, de Trojanen in de pan dreigen te hakken besluiten Apollo en Ares 1 om hen te helpen. Ares 1 stookt Sarpedon 1 op waarna die tegen Hector zegt: ‘Hector, waar is je moed gebleven? Jouw Trojanen duiken weg als bange honden en wij bondgenen moeten het maar uitvechten! Ik ben van ver gekomen en liet vrouw en kind achter die me dierbaar zijn, hoewel ik hier niets te winnen of te verliezen heb. En jij staat daar maar en moedigt je mannen niet eens aan om vol te houden om vrouwen en kinderen te beschermen. Kijk maar uit dat je niet gevangen wordt genomen door de Grieken.

Steun van Ares 1

Strijd om Troje

Hector nam de kritiek van Sarpedon 1 ter harte en sprong van zijn strijdwagen. Met gevelde lans ging hij langs zijn Trojanen en spoort ze aan zich moedig te verweren tegen de opkomende Grieken. Zo golft de strijd wee heen en weer op het slagveld en helpen de Goden hun favorieten waar zij kunnen. Hector voert zijn mannen dapper aan en strijd mee in de voorste gelederen. Op een gegeven moment ziet hij hoe de Grieken Diomedes 1, Menelaus en Antilochus, zijn bondgenoot Pylaemenes 1 uit Paphlagonië en zijn schildknaap doden. Met een woeste schreeuw stuift hij op de twee Grieken af, gevolgd door een groot aantal strijdlustige Trojanen. Voor hen uit gaat Ares 1 samen, samen met de paniek verspreidende Enyo 1. De Grieken wijken vol schrik voor de Godin achteruit. Hector die de Grieken ziet terugdeinzen doodt onmiddellijk twee strijders, Anchialus 1 en Menesthes, die in één strijdwagen reden.

Dood van Sarpedon 1

Even later, als een groepje Trojanen door de Grieken wordt ingesloten en Sarpedon 1 dodelijk in zijn zij wordt getroffen, gaat Hector erop af. Als hij Sarpedon 1 passeert zegt die klagend tegen hem: ‘Hector, laat mij niet liggen als buit voor de Grieken, maar bescherm me! Laat mij sterven in uw stad nu het lot heeft bepaald dat ik niet naar huis zal terugkeren en mijn vrouw en kinderen nooit weer zal zien.’ Hector geeft hem geen antwoord maar stuift Sarpedon 1 voorbij, in zijn bloeddorst voortgejaagd om zoveel mogelijk Grieken te doden. Geholpen door de oorlogsgod Ares 1, wijken de Grieken voor de woeste Trojaan, terwijl achter hem Sarpedon 1 zijn laatste adem uitblaast. In één geweldige charge doodt Hector daarop de vijf Grieken Teuthras 1, Orestes 3, Oenomaus 2, Trechus en Oresbius 1. Athena, die ziet dat haar Grieken in het nauw gedreven worden, besluit om in te grijpen en gaat haar broer Ares 1, samen met Diomedes 1 te lijf en verjagen hem van het slagveld.

Rede van Helenus 1

Zodra de Goden van het strijdtoneel verdwenen zijn worden de Trojanen, onder aanvoering van Diomedes 1, weer door de Grieken teruggeworpen. Daarop spreekt Helenus 1, de helderziende broer van Hector, hem en Aeneas aan en zegt: ‘We hebben jou gekozen als leider van ons allen omdat je ons op het slagveld of in de raad nooit in de steek liet. Bewijs nu dat we een goed besluit hebben genomen. Houdt stand, moedig de mannen aan en stop de Grieken voordat zij de poorten van de stad bereiken. Als je zo iedere strijdgroep hebt aangemoedigd zullen we, hoe uitgeput we ook zijn, ons schrap zetten en de Grieken bevechten. Een andere keuze is er niet. Maar jij, Hector, moet naar de stad en onze moeder gaan. Vertel haar om de oudste vrouwen te verzamelen bij de tempel van Athena en de deuren van haar tempel te openen. Laat zij in haar paleis de mooiste mantel uitzoeken en die aan de voeten van Athena leggen. Laat haar ook beloven twaalf vlekkeloze runderen in haar tempel te offeren als zij de stad genade wil schenken en die woeste Diomedes 1 weg houdt van onze mooie stad en onze vrouwen en kinderen.

Kort bezoek aan Troje

Terug naar Troje

Onmiddellijk volgt Hector het advies van zijn broer op en ging bij zijn mannen langs om hen aan te moedigen. Zijn woorden hebben succes, de Trojanen keren zich om en staken de aftocht. Hun vechtlust nam zo toe dat de Grieken dachten dat de Trojanen opnieuw geholpen werden door een God. ‘Dappere Trojanen en roemvolle bondgenoten,’ zo spoorde Hector ze aan, ‘vecht met de moed waardoor u zich altijd al onderscheidde. Ik ga nu naar Troje om onze oude vrouwen te vragen een rijk offer aan de Godin Athena te brengen om de Goden ons goedgunstig te stemmen.’ Daarop verlaat Hector het slagveld en ging naar de stad.

Welkom van Hecabe 1

Als Hector de stadspoort bereikt wordt hij onmiddellijk omringd door vrouwen die hem met vragen bestormen over hun mannen, zoons en broers. Hij stuurt hen allemaal weg met de opdracht om tot de Goden te bidden. In het paleis van zijn vader komt Hector zijn moeder, Hecabe 1 met zijn zus Laodice 1, tegen. ‘Hector’ roept zijn moeder, ‘Waarom kom je hierheen, mijn kind, in het heetst van de strijd? Drijven die onuitstaanbare Grieken ons dan toch terug binnen de muren van onze stad en gaan zij die bestormen? Kom je je handen als smekeling opheffen naar Zeus? Maar wacht, laat ik dan een beker zoete wijn halen voor het plengoffer. Daarna kun je die zelf opdrinken want er is niets zo goed voor een uitgeputte strijder dan een lekkere beker koele wijn als hij moe is.

Reactie van Hector

Lieve moeder,’ reageert Hector, ‘Haal geen wijn voor me, of wil je me misschien zwak en week maken met slappe knieën? Ik zou het niet durven om aan Zeus een plengoffer te brengen met vuile handen. Jij bent het die bidden moet. Roep de oude vrouwen bijeen en ga met offers naar de tempel van Athena. Neem de mooiste mantel mee die je kunt vinden en leg die aan haar voeten. Beloof haar ook een offer van twaalf jonge runderen als zij barmhartig voor de stad is en die woesteling van een Diomedes 1 weghoudt van onze stad. Intussen ga ik naar Paris om hem weer naar buiten te roepen en deel te nemen aan de strijd, hoezeer ik ook aan hem twijfel. Ik wilde wel dat de aarde hem verzwolgen had in plaats van dat de Goden hem op lieten groeien om een doorn in het vlees van de Trojanen te worden. Als hij onderweg ging naar de poorten van de onderwereld zou dat een pak van mijn hart zijn.

Gesprek met Paris

Hector vermaant Paris

Terwijl zijn moeder het offer gaat verzorgen loopt Hector naar het huis van Paris. Met zijn speer in handen stapt hij naar binnen en treft Helena en Paris in hun slaapkamer aan waar Paris zijn harnas aan het oppoetsen is. Zodra hij hem ziet neemt Hector Paris flink onder handen. ‘Kerel, je maakt je naam te schande door je zo te verbergen terwijl onze mannen al strijdend voor de stad sneuvelen. Door jouw schuld wordt deze stad bedreigd. Schiet op en kom mee voordat de hele stad in vlammen opgaat!’ Onmiddellijk antwoordt Paris: ‘Je hebt volkomen gelijk, dat je mij deze verwijten maakt. Ik verschuil me echt niet maar trok me in mijn kamer terug met mijn eigen verdriet. Zojuist heeft mijn eigen vrouw me in overduidelijke bewoordingen te kennen gegeven om terug te keren naar de strijd. En ik geef haar gelijk. Dus wacht even, tot ik me heb bewapend, dan ga ik met je mee. Of ga anders vooruit en dan haal ik je straks wel in.

Woorden van Helena

Hector is verbijsterd door de woorden van zijn broer en Helena, die dat ziet, zegt tegen hem; ‘Schoonbroer, ik ben niet beter dan een schaamteloze straatmeid. Ik wenste dat ik door een wervelstorm weggevoerd was op de dag dat ik geboren ben zodat deze ellende niet ontstaan was. Maar, omdat de Goden anders beslisten, dan had ik toch wel een betere echtgenoot verdiend die enig gevoel heeft voor zijn medemensen. Helaas kreeg ik een man die een instabiele en wispelturige windbuil is. Ik ben bang dat het ook wel zo zal blijven, al zal er een dag komen dat hij daar spijt van krijgt. Daar ben ik zeker van. Maar blijf niet staan Hector, neem een stoel en ga zitten. Niemand in Troje heeft een grotere last te dragen dan jij door mijn schaamteloosheid en slechtheid van Paris. We zijn een noodlottig stel dat door de Goden wordt gekweld.

Hector heeft haast

Je bent erg vriendelijk, Helena,’ zegt Hector tegen haar, ‘maar vraag me niet om te gaan zitten. Ik ben al laat en kan alleen maar weigeren. De Trojanen hebben mij nodig en missen me. Zorg er in ieder geval voor dat die man van je opschiet, dan haalt hij mij misschien nog in voordat ik de stad weer verlaat. Ik wil nog even naar huis om mijn vrouw en mijn kleine jongen te zien. Ik weet niet of ik ze ooit nog zal zien en gedoemd ben om vandaag onder de wapens van de Grieken te vallen.’ Hierna neemt Hector afscheid van haar en gaat naar zijn eigen huis om even met zijn vrouw Andromache te kunnen praten.

Smeekbede Andromache

Andromache is echter niet thuis. Als Hector de dienstmeiden vraagt waar ze is vertellen die dat Andromache op de stadsmuur is geklommen om naar het verloop van de strijd te kijken. Snel gaat hij naar de muur waar hij Andromache aantreft met zijn zoon Astyanax 1 in haar armen. Hector kijkt zwijgend naar de kleine jongen en glimlacht. Andromache barst in huilen uit en loopt naar hem toe. ‘Bezeten ben je, Hector. Je moed zal je dood nog worden. Je denkt niet aan de jongen of aan mij die je weldra tot weduwe zult maken. De Grieken zullen je eens omsingelen en doden. En als ik jou verlies dan kan ik net zo goed ook dood zijn. Mijn vader en broers zijn al gedood door Achilles, toen hij onze stad plunderde. En mijn moeder, die hij als slavin meenam, werd door Artemis met een van haar pijlen doodgeschoten. Jij bent dus mijn vader, moeder, broer en echtgenoot tegelijk. Heb medelijden met mij en blijf in de stad. Maak mij niet tot weduwe en je zoon niet tot wees. Roep de Trojanen bijeen, blijf binnen de stad en verdedig de hoge muren.

Fatalisme

Ik deel je zorg, vrouw.’ antwoordt Hector haar, ‘Maar als ik mij als een lafaard verschuil, en weiger te strijden, dan durf ik de Trojanen niet meer onder ogen te komen. Daarnaast stuit het me tegen de borst omdat ik, als goed strijder, het me tot een goede gewoonte heb gemaakt om altijd in de voorste gelederen te vechten. In het diepst van mijn hart weet ik dat de dag nadert dat onze stad verwoest zal worden. Maar niets bedroeft me meer dan jou als slavin afgevoerd zien te worden door de Grieken. Dan zie ik in gedachten hoe je, in het verre Argos, voor hen moet slaven. En die Grieken zullen dan zeggen, als ze je in tranen zien. Daar gaat de vrouw van Hector, de aanvoerder van de Trojanen toen de stad viel. En telkens als zij dit zeggen zal je meer pijn in je hart voelen om het verlies van die ene man die jou had kunnen redden. O, laat de aarde mijn dode lichaam bedekken, voordat ik de kreten moet horen die je zult slaken als ze je wegvoeren.

Astyanax 1 schrikt van zijn vader

Hector en Andromache

Als Hector is uitgesproken strekt hij zijn handen uit naar zijn zoontje om hem op de arm te nemen. Maar het kind drukt zich met een kreet van angst tegen de borst van zijn moeder. Hij schrok van het woeste aanzicht van zijn vader met zijn fonkelende helm en wuivende helmpluim die ineens zo dicht voor zijn ogen bewoog. Vlug zet Hector zijn helm op de grond, neemt Astyanax 1 op de arm, en kust hem op zijn wang. Tot Zeus bidt Hector, ‘Zeus, en u, overige Goden, laat deze zoon van mij, zoals ikzelf, een machtig leider van de Trojanen worden. En laat het volk later zeggen, wanneer hij uit de strijd terugkeert, dat hij een nog dapperder strijder is dan zijn vader was en zo vreugde aan zijn moeder schenken.’ Als Hector zijn zoontje teruggeeft en Andromache ziet huilen zegt hij: ‘Liefste, wees toch niet zo bedrukt. Niemand zal mij voor mijn tijd doden. Maar geen mens, lafaard of held, kan aan het noodlot ontsnappen. Ga nu naar huis en werk aan je weefgetouw. Oorlog is voor de mannen en deze oorlog is de taak van elke man in Troje.’ Zo sprak Hector tegen zijn vrouw en vertrok weer naar het slagveld.

Weer naar de strijd

Onderweg wordt Hector door zijn broer, Paris, ingehaald. Voordat Hector iets kan zeggen begint Paris zich te verontschuldigen. ‘Lieve broer, Ik ben bang dat ik te traag was waardoor je moest wachten.’ Dan zegt Hector: ‘Dwaas, geen zinnig persoon zal je wapenfeiten onderschatten. Moed heb je genoeg. Maar zo af en toe ben je geneigd om de strijd op te geven. Ik vind het verschrikkelijk om aan te horen hoe de Trojanen je belachelijk maken, terwijl jij de oorzaak van hun ellende bent. Maar laten we nu gaan. Later zal ik je genoegdoening schenken voor alles wat ik mogelijk overhaast tegen je gezegd heb, als Zeus het ons gunt om de Grieken uit het land verdrijven.

Duel met Ajax 1

Advies van Helenus 1

Zwijgend lopen de broers verder en werpen zich weer in de bloedige strijd. Meteen maakt Hector met zijn speer een slachtoffer onder de Grieken en stoot zijn wapen in de nek, net onder de helm, van Eioneus 1, en begint die aan zijn tocht naar het dodenrijk. De Goden, die naar het strijdtoneel kijken, besluiten dan vanwege de naderende duisternis een ‘staakt het vuren’ te regelen. Opnieuw komt zijn broer, de helderziende Helenus 1, naar Hector toe en zegt: ‘Wil je naar het advies van je broer luisteren? Ik stel voor dat je de strijd laat staken en een held van de Grieken uitdaagt in een gevecht van man tegen man. Je hoeft niet voor je eigen leven te vrezen want jouw tijd is nog niet gekomen. Dit weet ik van de onsterfelijken zelf.

De uitdaging van Hector

Verheugd hoort Hector zijn broer aan en stapt direct het open terrein tussen de twee legers in om zijn mannen terug te dringen. Aan de andere zijde doet koning Agamemnon hetzelfde bij de Grieken. Zo staand voor beide legers roept Hector: ‘Trojanen en Grieken, luister naar mijn voorstel. Zeus liet ons bestand niet lang bestaan. Hij is klaarblijkelijk van plan om ons te laten zwoegen en lijden totdat Troje valt of uw schepen vernietigd worden. Jullie hebben de moedigste mannen van heel Griekenland. Is één van hen bereid om tegen mij te strijden? Laat hem naar voren treden om, namens allen, tegen mij te strijden. Dit zijn de voorwaarden die ik stel met Zeus als getuige. Als uw kampioen mij doodt mag hij mijn wapenuitrusting hebben, maar moet mijn lichaam naar huis gebracht worden zodat de Trojanen het kunnen verbranden. Laat Apollo mij winnen, en dood ik uw man, dan zal ik zijn wapenuitrusting nemen. Zijn lijk zal ik naar de schepen laten brengen zodat u hem kunt begraven.

Woordenstrijd

De Grieken zijn even stil na de woorden van Hector. In eerste instantie springt Menelaus op om de uitdaging aan te nemen maar wordt door de andere leiders hiervan weerhouden. Zij weten dat Menelaus geen partij is voor de sterke Hector. Uiteindelijk beslist het lot dat de grote Ajax 1 het tegen Hector zal opnemen. Nadat Ajax 1 zich in zijn volle wapenuitrusting heeft uitgedost stormt hij op Hector af en zegt tegen hem: ‘Zo Hector, nu ga je in een tweestrijd ervaren over welke strijdbare mannen de Grieken beschikken ondanks dat Achilles er niet bij is. Als uitdager is het aan jou om de strijd te beginnen.’ Hierop antwoord Hector, ‘Ajax 1, probeer mij geen angst aan te jagen alsof ik een klein kind of vrouw ben zonder enige ervaring in de strijd. Ik ben vertrouwd met de oorlog en weet goed mijn schild te hanteren. Ik ken de fijne kneepjes van de strijd van man tegen man en weet ook mijn strijdwagen te mennen in het heetst van de strijd. Maar een man als jij wens ik niet stiekem te besluipen. Duidelijk zichtbaar richt ik mijn lans en met de hulp van de Goden zal ik je daarmee proberen te treffen.

Duel met Ajax 1

Als hij uitgesproken is werpt Hector direct zijn speer naar Ajax 1 en treft hem midden op zijn schild. Het wapen dringt er niet doorheen maar blijft steken. Ajax 1 reageert direct met zijn lans en treft Hector ook in zijn schild. Ditmaal dringt het wapen wel door het schild heen. Hector weet gelukkig tijdig opzij te springen zodat het wapen slechts zijn zijde schampt. Nadat de twee hun wapens uit de schilden hebben gerukt gaan ze als leeuwen op elkaar af om de ander te doden. Opnieuw gooit Ajax 1 zijn speer door het schild van Hector heen waardoor hij lichtgewond raakt in zijn nek. Hector stapt daarop enige passen terug en raapt een grote kantige steen van de grond. Die gooit hij met grote kracht tegen het schild van Ajax 1 dat door de klap luid vibreerde. Ook Ajax 1 gooit een grote steen naar Hector en doet dat met zoveel kracht dat het schild van Hector in tweeën scheurt en hijzelf op de grond valt. Daar zou hij het leven hebben gelaten als Apollo hem niet weer snel op de been had geholpen. Opnieuw gaan de mannen weer op elkaar af.

Onbeslist

Duel tussen Hector en Ajax

Op dat moment zijn de herauten van de Grieken en de Trojanen zo verstandig om in te grijpen. Zij houden hun staven tussen de twee kemphanen en zeggen. ‘Kom, staak nu de strijd. Zeus heeft u beiden lief en wij allen hebben kunnen zien dat u beiden uitstekende speervechters bent. Het is intussen ook donker geworden wat een tweede reden is om de strijd te staken.Ajax 1 antwoordt hierop, ‘Het was Hector die om de tweestrijd vroeg. Zeg tegen hem dat hij stopt. Als hij dat als eerste doet zal ik hem volgen en de strijd staken.’ Hierop antwoordde Hector: ‘Ajax 1, je bent handig en sterk en de beste lansstrijder van de Trojanen. Nu ik dit heb toegegeven stel ik voor om de strijd vandaag te beëindigen. We kunnen elkaar later altijd nog ontmoeten en verder gaan met ons gevecht. Bovendien is de duisternis ingevallen. Dus laten we beiden terug gaan naar onze gelederen waar we op een warm welkom kunnen rekenen. Maar laten we ook geschenken uitwisselen als aandenken zodat de Grieken en Trojanen kunnen zeggen dat we vochten als leeuwen maar uit elkaar gingen als verzoende vrienden.’ Aldus gebeurt en Ajax 1 geeft Hector zijn purperen gordel en Hector schenkt Ajax 1 zijn zilver beslagen zwaard. In het donker gaan de twee legers terug naar hun basis.

Steun van Zeus

Tekens van Zeus

Enkele dagen later, nadat men de doden van het slagveld had verwijderd, gaan de Trojanen en Grieken weer op elkaar af. Zeus heeft de andere Goden verboden om zich nog langer met de strijd te bemoeien en besloten om de Trojanen te steunen. Aan het begin van de strijd laat hij dit aan de mensen merken door vanaf de Ida zijn machtige bliksems te laten flitsen en het luidruchtig te laten donderen. Van schrik deinzen de Grieken terug. In zijn strijdwagen ziet Hector op dat moment hoe de Griek Nestor met zijn strijdwagen in de problemen raakt. Zijn paard is gewond en in gestrekte draf stormt Hector op de grijsaard af. Diomedes 1 ziet het echter gebeuren en snelt Nestor te hulp. Deze stapt in de wagen van Diomedes 1 en samen rijden ze Hector tegemoet.

Ingrijpen van Zeus

Als ze binnen elkaars bereik komen gooit Nestor zijn speer en treft Eniopeus, de wagenmenner van Hector, dodelijk. Hector is diep bedroefd om het lot van zijn vriend maar heeft geen tijd om te rouwen. Snel geeft hij aan Archeptolemus opdracht om in zijn wagen te springen en de teugels over te nemen. Zeus, die de aanval van Diomedes 1 ziet, besluit om in te grijpen. Snel laat hij een bliksem voor de paarden van Diomedes 1 in de grond slaan. Dan begrijpen de twee Grieken begrijpen dat Hector wordt gesteund door Zeus en druipen af, waardoor Hector aan een zekere dood ontsnapt. Honend roept Hector de twee na: ‘Lafaards, ga er maar vandoor, ellendige sukkels. Vlucht maar lekker naar je eigen Grieken. Die zullen vanaf nu wel anders over je denken nu je er met de staart tussen de benen vandoor gaat. Geen lafheid van mijn kant zal jullie de kans geven om de muren van Troje te beklimmen en onze vrouwen weg te voeren. Ik zal je eerder naar de onderwereld sturen dan weglopen van het gevecht.

Aansporing van de Trojanen

Woest van ergernis wil Diomedes 1 omkeren en de strijd met Hector aangaan maar keer op keer wordt hij door Zeus tegengehouden met zijn bliksems. Intussen moedigt Hector zijn mannen aan en roept, ‘Trojanen, Lyciërs en Dardanen, toon nu uw moed mijn vrienden. Ik weet zeker dat Zeus op mijn hand is. Hij heeft mij een roemvolle overwinning verzekerd. Laten we oprukken naar de Grieken en de wal om hun kamp aanvallen die we in een oogwenk zullen nemen. Daarna zullen onze paarden, met één grote aanloop over hun gracht springen zodat we de schepen bereiken. Dan zullen we die in brand steken en de Grieken uitroken zodat ze als ratten sterven in de vlammen.’ Daarna spreekt Hector zijn paarden liefhebbend toe en gaat, samen met zijn Trojanen en bondgenoten, achter de wagen van Nestor en Diomedes 1 aan.

Onkwetsbaar

Hera die de Grieken over de vlakte ziet vluchten besluit, ondanks het verbod van Zeus, in te grijpen. Ze stort het hart van Agamemnon vol moed en gaat hij langs zijn mannen om hen aan te moedigen en stand te houden. Hij kan echter niet voorkomen dat de Grieken steeds verder worden teruggedrongen door de Trojanen. Als Hector op het kamp afrijdt wordt hij keer op keer met pijlen bestookt van de Griek Teucer 1. Al deze projectielen worden echter door Apollo van richting veranderd en raken de Trojaan niet. Zijn wagenmenner wordt wel weer dodelijk getroffen waardoor deze uit de wagen valt. Woedend stapt Hector uit de wagen, onder het slaken van een verschrikkelijke kreet, en pakt een grote steen van de grond. Met dit projectiel in de handen stapt hij op Teucer 1 af en gooit die naar de boogschutter. De steen treft hem aan de schouder en Teucer 1 zakt door zijn knieën. Nog steeds door Zeus gesteund, gaat Hector vervolgens onweerstaanbaar te keer onder de Grieken en drijft hen steeds verder terug. Vooraan in de strijd doodt hij vele Grieken die in paniek achter hun verdedigingswal vluchten. Maar eenmaal binnen hun kamp houden de Grieken stand en wordt, vanwege het invallen van de duisternis, de strijd gestaakt.

Beraadslagingen

Hector trekt zijn Trojanen een eindje terug van het kamp om te overleggen met zijn overige leiders. Leunend op zijn grote speer spreekt hij hen toe. ‘Ik vertrouwde erop om de Grieken vandaag samen met u te vernietigen voordat we naar Troje terugkeerden. Het werd helaas te vroeg donker anders was hun lot vandaag beschoren geweest. Laten we nu een lekker avondmaal bereiden, de paarden uitspannen, en de mannen rust gunnen. Ga naar de stad, haal een paar vette koeien en schapen, en neem ook wijn en brood mee. Verzorg ook hout voor een paar grote brandstapels zodat we in het donker kunnen zien of die Grieken er misschien vandoor gaan in hun schepen. Zo eenvoudig zullen ze echter niet vertrekken. Laten we hen een herinnering meegeven die ze nooit meer zullen vergeten. Bijvoorbeeld een pijl of een scherpe speer in de rug als ze op hun schepen willen springen. Dat zal hen leren om onze stad aan te vallen. Laat ook de muren van Troje door wachtposten bewaken zodat de Grieken niet stiekem naar binnen sluipen terwijl ons leger hier op de vlakte bivakkeert. Morgen, bij de nieuwe dag, zal ik jullie laten weten wat mijn verdere plannen zijn.

Dolon 1

’s Nachts kan Hector de slaap echter niet vatten en roept zijn leiders opnieuw bijeen. ‘Er is werk aan de winkel, en ik heb een vrijwilliger nodig voor een klus. Degene die dit wil doen krijgt een rijke beloning. Naast de roem zal ik hem de beste strijdwagen geven, met een paar volbloeden uit het kamp van de Grieken, als het hem lukt om hun kamp te bespioneren. Ik wil weten of zij vluchten, uitgeput zijn, en of ze ons morgen weer zullen bestrijden.’ Aanvankelijk biedt niemand zich aan maar na enige tijd zegt Dolon 1. ‘Dit avontuur lijkt mij wel wat, Hector. Maar, je moet mij eerst, met de staf in je hand, zweren dat ik de paarden en wagen van Achilles als beloning krijg. Van mijn kant uit zal ik zweren dat ik geen slechte verspieder zal zijn. Ik zal regelrecht naar het kamp van de Grieken lopen om hen daar af te luisteren.’ Hierop neemt Hector zijn staf in de hand en legt de eed af zoals die door Dolon 1 gevraagd was. ‘Laat Zeus zelf mijn belofte horen dat geen andere Trojaan dan u die paarden zal mennen en het tweespan zal beheren tot het eind van uw dagen.’ Daarop vertrok Dolon 1 voor zijn tocht en ging Hector weer naar bed.

Boodschap van Zeus

Strijd om Troje

Maar Dolon 1 keert niet terug en de volgende ochtend stelt Hector zich in het midden van zijn leger op waarna de strijd opnieuw begint. De Grieken hebben zich enigszins hersteld van de slag van gisteren en onder aanvoering van de heldhaftige Agamemnon drijven ze de Trojanen weer richting Troje. Zeus houdt Hector die ochtend weg van de vliegende pijlen en als de Grieken weer voor de stad staan stuurt Zeus Iris 1 naar Hector. ‘Hector,’ zo begint Iris 1, ‘ik heb een boodschap van Zeus. Zolang je koning Agamemnon in de voorste gelederen ziet strijden moet je zelf niet deelnemen aan de strijd maar wel je mannen tot verzet aansporen. Zodra de koning wordt getroffen door een speer of een pijl, en dekking zoekt in zijn strijdwagen, zal Zeus je de kracht geven om op jouw beurt te doden totdat je de schepen bereikt hebt en de avond valt.

Agamemnon gewond

Na deze boodschap springt Hector onmiddellijk van zijn wagen en gaat bij zijn mannen rond om hen aan te moedigen. Door hem opgezweept maken de Trojanen rechtsomkeer en vallen de Grieken opnieuw moedig aan. Even later gebeurt wat Iris 1 had voorspeld en wordt Agamemnon gewond door een speer van Coon. Als Hector ziet dat Agamemnon zich terugtrekt uit de strijd roept hij met luide stem: ‘Wees mannen, mijn vrienden, en houdt de heldenmoed in gedachten die jullie altijd bezielde! De beste strijder van de vijand is nu weg en Zeus heeft mij een grote overwinning geschonken. Men uw krachtige paarden regelrecht af op die Grieken zodat we een machtige overwinning zullen behalen!’ Zo spoorde Hector zijn manschappen aan en ging als een leeuw tekeer in de voorste gelederen van de strijd.

Opnieuw Ajax 1

Gesteund door Zeus gaat Hector op de Griekse aanvoerders af en weet Asaeus, Autonous 1, Opites, Dolops 1, Opheltius 1, Agelaus 2, Aesymnes, Orus en Hipponous 1 te doden. Daarna gaat hij op de gewonde soldaten af onder wie hij eveneens een bloedbad aanricht. Als hij even, vermoeid, pauzeert, ziet hij hoe de Trojaan Agastrophus door Diomedes 1 wordt gedood. Onder het slaken van een woeste schreeuw stuift hij op Diomedes 1 af met een grote groep Trojanen achter hem aan. Diomedes 1 ziet hem komen en werpt vlug zijn speer naar Hector. Met een zware dreun treft het wapen zijn helm en trekt de verdoofde Hector zich iets terug. Terwijl Diomedes 1 op hem afkomt zoekt Hector dekking tussen zijn mannen om weer bij kennis te komen. Zodra hij weer helder kan denken stapt hij op zijn strijdwagen en gaat er vandoor. Diomedes 1 kan zich niet inhouden en roept hem na: ‘Schurftige hond, weer ontsnap je op het nippertje aan de dood. Apollo heeft je weer eens gered. Zonder zijn steun durf je niet binnen het bereik van onze speren te komen. Maar we komen elkaar nog wel tegen en dan maak ik je af, als ik ook een kan god vinden die me wil helpen.

Strijd bij de rivier

Maar Hector trekt zich van zijn kwetsende woorden niets aan en rijdt naar de linkerflank van de strijd, dicht bij de rivier de Scamander. Hier raakt hij verwikkeld in een strijd op leven en dood met de Grieken die onder aanvoering staan van Nestor en Idomeneus 1. Kerend en zwenkend in zijn strijdwagen maait hij daar de jeugd van Griekenland neer. Zo bezig zegt zijn nieuwe wagenmenner Cebriones tegen Hector, ‘Heer, we zijn hier hevig aan het strijden maar ginds gaan onze Trojanen er als een haas vandoor. Ze worden opgejaagd door de grote Ajax 1. Laten we daarheen rijden en hem stoppen.’ In hun haast om bij Ajax 1 te komen rijden ze met de wagen dwars over schilden en lijken die op de grond liggen waardoor het bloed hoog opspat. Op de plek aangekomen gaat Hector weer al een waanzinnige tekeer maar valt Ajax 1 niet aan.

Grieken weer opgesloten

Zeus blijft de Trojanen steunen en die weten de Grieken, onder aanvoering van Hector, weer op te sluiten in hun scheepskamp. Als een stormwind gaat Hector tekeer, de Grieken uitdagend met zijn geweldige kracht. Ze proberen hem met een regen van pijlen te raken maar keer op keer weet hij die te ontwijken en valt opnieuw aan. Zo probeert hij uiteindelijk de gracht om het kamp over te steken maar weigeren zijn paarden de sprong. Hij was te breed, en voor de steile rand ervan blijven ze staan. Dan zegt Polydamas tegen Hector, ‘We zijn gek als we proberen met onze paarden de gracht over te steken. Die staat vol scherpe palen en vlak erachter wacht ons de wal die door de Grieken wordt verdedigd. We hebben geen ruimte om te manoeuvreren en het is daar zo krap dat we zeker het onderspit zullen delven. Ik denk dat we beter te voet de gracht kunnen oversteken en met de hulp van Zeus zullen wij u volgen en zo de Grieken verslaan.

Aanval Scheepskamp

Voorteken

Hector vindt dit een uitstekend advies en verdeelt zijn leger in vijf strijdgroepen. De eerste groep voert hij zelf aan, samen met Polydamas. Aldus geformeerd trekken de Trojanen onverschrokken en vol vertrouwen op naar de muur. Net op het moment dat zij de gracht in willen lopen verschijnt er een voorteken. Links vliegt een Arend over met in zijn klauwen een bloedrode slang. Het serpent leefde nog, en beet kronkelend de vogel in de borst. Van pijn laat de Arend de slang los waardoor het dier tussen de Trojanen valt. Die zijn ontsteld over deze boodschap van Zeus en onmiddellijk komt Polydamas naar Hector en zegt: Hector, je vindt het niet gepast dat een mindere een eigen mening op het slagveld heeft. Desondanks zal ik je nu toch mijn eigen mening geven. We moeten niet aanvallen en om de schepen strijden. Wat er gebeurt als we dat wel doen is duidelijk. De Grieken zullen vechten en man na man van ons doden. Zo zal een ziener het voorteken van zojuist uitleggen.

Woedende Hector

Hector kijkt Polydamas woedend aan en zegt. ‘Het staat me tegen wat je zojuist hebt gezegd. Heb je nu echt geen beter advies? Als je meent wat je zegt dan moeten de Goden je hersens verbijsterd hebben. Zeus heeft me plechtig de overwinning beloofd en dat met een hoofdknik bevestigd. Moet ik dat vergeten en afgaan op het gedrag van een vogel die rechts of links over ons heen vliegt. Wat kan mij dat schelen. Laten we vertrouwen op de wijze Zeus. Maar waarom schrik juist jij terug voor de strijd. Zelfs als wij allen bij de schepen sterven hoef jij niet voor jezelf bevreesd te zijn. Je bent er de man niet naar om stand te houden en het uit te vechten. Maar ik zal niet aarzelen, als je het durft om te wijken of anderen aan te zetten tot de vlucht, om je hier en nu met mijn lans te doorsteken om je leven te nemen.

Aanval op de wal

Strijd om Troje

Na deze vermanende woorden gaf Hector het sein tot de aanval. Onder luid geschreeuw volgden zijn mannen hem en vanaf de Ida liet Zeus een rukwind neerdalen in de richting van het scheepskamp van de Grieken. Het stof blies hen in het gezicht waardoor de Trojanen, vertrouwend op dit voorteken, aan de steunberen van de wal rukten en de fundamenten ondermijnden. Ze hoopten zo dat de wal uit zichzelf zou omvallen. Ondanks deze verwoede pogingen weten de Grieken hen buiten de muur te houden. De bressen stopten ze dicht met andere schermplaten en lieten een stenenregen neerdalen op de Trojanen. Uiteindelijk weet Hector als eerste het kamp binnen te komen en, terwijl hij een zware en puntige steen opraapt, pept zijn troepen op met de woorden ‘Komaan, Trojaanse wagenstrijders! Ram die Griekse muur zodat we bij de schepen kunnen komen!

Doorbraak

Intussen had Zeus de zware steen, die Hector gegrepen had, gewichtsloos gemaakt. Hiermee in de hand stap hij op de poort af en werpt het projectiel met geweld naar de dubbele deuren in de poort. De steen treft precies in het midden van de poort de met kruislings geplaatste balken verzwaarde deuren. Door de kracht van de worp schieten de deuren uit hun scharnieren en vallen naar binnen. Dan stapt Hector, met twee speren in zijn hand, vastberaden naar binnen. Achter hem rukken de Trojanen op waarna de Grieken door een hevige angst aangegrepen worden en naar hun schepen vluchten. Maar als Zeus Hector tot bij de schepen heeft gebracht laat hij hem verder aan zijn lot over.

Strijd in het kamp

Hector, niet beseffend dat hij de steun van Zeus kwijt was, voerde zijn mannen aan binnen het scheepskamp. Omdat Zeus zich niet meer bemoeide met de strijd zag Poseidon zijn kans schoon om de Grieken te helpen. Hij verzamelt een grote groep Grieken, moedigt hen aan, en zegt vooral Hector en zijn mannen tegen te houden omdat de andere vier strijdgroepen nog buiten de poort zijn. Dan zwaaien de Grieken met hun zwaarden en stellen mannen met scherpe lansen aan weerkanten tegen Hector op. Die wankelt door de felle aanval en wijkt uit terwijl hij tegen de Trojanen roept: ‘Trojanen, houdt stand! De Grieken zullen mij niet lang tegenhouden, al staan ze ook zo dicht opeen als stenen in een muur. Mijn speer zal hen doen wijken, zoals Zeus mij ook hierheen heeft gebracht.’ Dan ontstaat er een verschrikkelijk gevecht van man tegen man en richt Hector zijn speer op Teucer 1. Hij mist en Amphimachus 1, de zoon van Cteatus. Als Hector op hem afsnelt om hem te beroven van zijn wapenuitrusting werpt Ajax 1 zijn speer naar Hector. De punt van het wapen treft Hector’s schild maar dringt er niet doorheen. Door de kracht van de inslag werd hij echter wel terug gedreven.

Waarschuwing van Polydamas

Opnieuw komt Polydamas op Hector af om hem ongevraagd van advies te dienen. ‘Je bent een koppige kerel, Hector. Omdat de Goden jou tot een moedige krijger maakten denk je ook te weten hoe je een krijgsplan moet opstellen. Maar het is voor één man onmogelijk om alles te doen. Of je het nu leuk vindt of niet, zal ik je zeggen wat mij het beste lijkt. De strijd heeft zich verspreid en we zijn ingesloten. Onze dapperen hebben weliswaar de muur stormenderhand genomen, maar leunen nu op hun wapens of vechten in verspreide groepen bij de schepen tegen een vijand die hun de baas is. Trek terug, zeg ik, en verzamel de dappersten om je heen. Dan kunnen wij ons samen beraden, of wij in gesloten gelederen de schepen zullen bestormen om met hulp van de Goden een beslissende overwinning te bevechten, of dat wij ons in goede orde onttrekken aan de verdere strijd. Ik ben van mening dat wij beducht moeten zijn op de Grieken dat zij de nederlaag van gisteren ons nu betaald gaan zetten.

Gesprek met Paris

Ditmaal aanvaardt Hector de raad van Polydamas wel en zegt. ‘Blijf hier en verzamel de beste van onze strijders. Ik ga het verloop van de strijd opnemen waarna ik snel terugkom.’ Snel loopt hij naar de flanken op zoek naar zijn aanvoerders maar kan hen niet vinden. Al snel hoort hij dat al zijn leiders gewond of gesneuveld zijn. Wel vindt hij zijn broer Paris die hij smadelijk toespreekt. ‘Jij fat en vrouwengek, waar zijn Deiphobus 1, Helenus 1, Adamas en Asius 1. En waar is Othryoneus gebleven. Als wij al onze leiders zo verliezen dan is ons einde snel nabij.Paris antwoordt hierop, ‘Je woedende woorden treffen een onschuldige. Ik heb geen moment geaarzeld in de strijd, ook vandaag niet. Ik ben niet als lafaard geboren, ondanks dat ik wel eens even uitrustte tijdens de strijd. Van het moment dat je bevel gaf tot de aanval op de schepen hebben wij hier stand gehouden en de Grieken er geducht van langs gegeven. De mannen waar je naar vraagt zijn allen dood, behalve Deiphobus 1 en Helenus 1. Die hebben zich gewond teruggetrokken. Voer ons aan waarheen je maar wilt en wij zullen onverschrokken volgen.

Wederom Ajax 1

Aldus gekalmeerd door zijn broer voert Hector zijn mannen aan en gaan de strijd aan waar die het hevigst is. Zoekend naar de zwakke punten van de tegenstanders gaat hij voorwaarts, maar de Grieken verliezen de moed niet en dagen Hector uit. Zo roept Ajax 1 tegen hem: ‘Jij daar, kom eens wat dichterbij, brutale praatjesmaker!. Dacht je de Grieken misschien schrik aan te jagen? De krijgskunst is ons niet onbekend, en als wij een nederlaag leden was dat alleen omdat Zeus het zo wilde. Dacht jij nu heus onze schepen te kunnen vernielen! Maar wij hebben bekwame handen gereed om ermee te vechten? En met die handen zullen wij eerder jouw mooie stad veroveren en plunderen dan dat jij en je mannen onze schepen vernielen! En wat jou aangaat is de tijd nabij dat je tot Zeus en de andere Goden zult bidden om snellere paarden om je terug te naar Troje.

Opnieuw een voorteken

Na deze woorden komt er hoog in de lucht van rechts een Adelaar overgevlogen. De Grieken juichen van vreugde bij het zien van dit voorteken maar Hector laat zich niet van zijn stuk brengen. ‘Ajax 1, jouw onzinnig gebral is nu precies wat je van een dwaas mag verwachten. Ik moet zeggen dat je jezelf overtreft. Van één ding ben ik zeker, deze dag zal een ramp worden voor heel het Griekse leger. Jij zult net als alle anderen sterven als je het waagt om het op te nemen tegen mijn lange speer. Je zult sneuvelen bij de schepen en als lekkernij dienen voor de Trojaanse honden en roofvogels.’ En met die woorden op zijn lippen stormt Hector voorwaarts met heel zijn leger achter zich aan. De Grieken, onder aanvoering van Poseidon, hieven hun eigen strijdkreet aan en het rumoer steeg op tot in de hemel waar de Goden het hoorden.

Strijd rond de schepen

Gewond

Strijd om Troje

Wederom ontstaat er een geweldige strijd. Hector werpt zijn speer naar Ajax 1, die tegenover hem staat, en raakt hem op de borst ter plaatse van het punt waar de draagriemen van zijn schild elkaar kruisen. Het leer houdt de speer tegen die op de grond valt. Woedend trekt Hector, omdat hij tevergeefs zo’n krachtige en precieze worp had gedaan, zich terug tussen zijn mannen, bang als hij is voor de tegenaanval van de grote Ajax 1. Terwijl hij terug loopt pakt Ajax 1 een grote steen en treft Hector precies midden op de borst, net onder de hals. Hector draait door de klap als een tol rond en valt bewusteloos in het stof terwijl de tweede speer uit zijn handen valt. Juichend stortten de Grieken zich op zijn lichaam en proberen Hector weg te slepen binnen hun eigen gelederen. Zijn Trojanen omringen hem echter snel en houden hun schilden beschermend over Hector heen zodat geen speer of pijl hem kon raken. Vlug dragen zijn vrienden hem weg naar de achterhoede waar ze hem op zijn strijdwagen leggen en naar de Xanthus brengen. Daar gieten zij wat water over hem heen waarna Hector gaat zitten en zijn ogen opent. Maar er komt donker bloed uit zijn mond en Hector zakt snakkend naar adem opnieuw bewusteloos achterover.

Genezing

Zeus stuurt Apollo naar Hector om hem te genezen en te helpen. Als Apollo hem bereikt is Hector al uit zijn bewusteloosheid ontwaakt en zit rechtop tussen zijn vrienden. Apollo loopt naar hem toe en zegt: ‘Hector waarom zit je hier, ver weg van je manschappen. Wat zie je er treurig uit, ben je gewond of zo?’ Verwonderd reageert Hector: ‘Wat voor een god bent u, en waarom komt u hierheen met uw vragen? Weet u dan niet dat de grote Ajax 1 mij met een steen aan de borst trof toen ik zijn mannen neersloeg bij de schepen. Ik had geen moed of kracht meer over en dacht dat mijn laatste uur had geslagen.’ Dan zegt Apollo: ‘Houdt moed, en heb vertrouwen in de afgezant van Zeus. Ik ben Apollo en gestuurd om je te beschermen en te helpen. Maar genoeg gepraat. Beveel je wagenstrijders dat ze in volle galop naar de schepen rijden. Ik zelf zal hen voorgaan om de weg voor hen effenen en de Grieken op de vlucht te jagen.’ Terwijl hij dit zegt vult Apollo het hart van Hector met nieuwe moed en herstelt zijn lichaam van de opgelopen wonden. Aldus weer geheel de oude stapt Hector op zijn wagen en rijdt in volle galop opnieuw op de Grieken af.

Weer binnen het kamp

Zodra de Grieken de Trojanen in volle galop op zich af zien komen, met vooraan de herstelde Hector, slaat de schrik hen om het hart. Terwijl de Grieken van angst vluchten, zoeken de Trojanen links en rechts hun slachtoffers uit. Hector doodt Archesilaus en Stichius die gewonden wegbrachten, moedigt zijn Trojanen aan, en zegt hen om de doden niet van hun wapenuitrustingen te beroven maar direct door te stoten naar de schepen. ‘Wie achterblijft, zal ik onmiddellijk ter dood brengen. Hem wacht geen begrafenis door zijn familie maar zal als voer voor de honden in Troje dienen.’ Met de zweep striemt hij daarop de paarden en slaakt een luide kreet om de gelederen aan te moedigen. Apollo had intussen de gracht om het kamp gevuld zodat Hector met zijn wagenstrijders in dichte gelederen het kamp kunnen binnenrijden.

Strijd om de schepen

Eenmaal binnen het kamp rijdt Hector rechtstreeks op het schip van de grote Ajax 1 af. Hij probeert de Griek weg jagen en het schip in brand te steken. Hij bereikt zijn doel niet, maar Ajax 1 lukt het evenmin om Hector te verdrijven. Terwijl Ajax 1 Caletor 2 doodt, een neef van Hector, roept Hector met luide stem tegen zijn mannen: ‘Trojanen, die het vechten van man tegen man een plezier is, wijk geen duimbreed in dit dichte gedrang van de strijd, maar redt Caletor 2, zodat de Grieken hem niet van zijn wapenuitrusting beroven.’ Terwijl hij spreekt gooit Hector zijn lans naar Ajax 1. Die mist zijn doel maar hij treft wel diens schildknaap Lycophron 1. De lans gaat dwars door zijn hoofd en de jongen valt achterover van het schip op de grond. Teucer 1 ziet wat er gebeurt en schiet pijl na pijl af op de Trojanen. Als hij Hector probeert te raken grijpt Zeus wederom in om Hector te beschermen. Hij laat de snaar van de boog breken waardoor de pijl op de grond valt.

Aanmoedigingen

Als Hector ziet dat er iets aan de hand is met de boog van Teucer 1 roept hij tot zijn soldaten: ‘Toon nu mannen, mijn vrienden, wat jullie waard zijn. Ik zag met eigen ogen hoe een van hun beste boogschutters door Zeus weerhouden werd om zijn boog nog verder te kunnen gebruiken. Het is nu wel zeker dat Zeus op onze hand is en aan wie hij de overwinning gunt. Zie hoe hij de weerstand van de Grieken breekt en ons helpt. Blijf dus bij elkaar en val de schepen als één man aan. Mocht het uw noodlot zijn om vandaag te sterven door speer of pijl, bedenk dan dat het een eervolle dood is en in het belang van het vaderland. Veilig laat hij vrouw en kinderen achter nadat de schepen van de Grieken voor altijd zijn vertrokken.’ Zo gaat de strijd tussen de schepen door terwijl Hector zijn mannen blijft aanvuren in zijn drift om de Grieken te verjagen. Tegen Melanippus 2 zegt hij: ‘Zie je niet hoe ze je neef Dolops 2 hebben gedood en hem van zijn wapenuitrusting beroven? Draal niet langer en ga die langharige Grieken te lijf. Kom op en volg me.’ En opnieuw gaat Hector op de Grieken af met in zijn kielzog Melanippus 2 die het ook niet aan moed ontbreekt.

Triomf

Even later wordt Melanippus 2 gedood door de Griek Antilochus die hem van zijn wapenuitrusting wil beroven. Hector, die gezien had wat er gebeurde, dringt zich naar voren en daagt Antilochus uit. Die kiest echter het hazenpad en gaat er vandoor. Zodra Antilochus weer tussen zijn strijdmakkers staat draait hij zich om en biedt fel weerstand. Hector gaat, nog steeds aangespoord door Zeus, met zijn speer in de hand geweldig tekeer onder de Grieken en valt hun front, als door de duivel bezeten, keer op keer aan. Uiteindelijk weet Hector, nadat hij Periphetes 2 gedood heeft, de vastberaden Grieken te breken die zich op het schip terugtrekken. Vastberaden gaat Hector vervolgens op de achtersteven van het schip af en grijpt dat vast. Tegen zijn medestrijders roept hij: ‘Sleep vuur aan mannen, en laat onze strijdkreet horen! Zeus schenkt ons vandaag de dag, die alle anderen goed maakt, want de schepen zijn van ons. Tegen de wil van de Goden in kwamen zij hierheen en berokkenden ons al die rampen. Maar dat kwam door de lafheid van onze oudsten. Maar zo waarlijk als Zeus toen ons verstand benevelde, helpt hij ons nu.

Ajax 1 verjaagd

De Trojanen, gemotiveerd door de woorden van Hector, vallen nog feller aan en proberen met fakkels het schip in de brand te steken. Ajax 1, die met een lange scherpgepunte scheepsboom op het dek loopt, weert met de paal echter elke brandstichter af en doodt twaalf van Hector’s Trojanen. Uiteindelijk weet Hector de grote Ajax 1 te bereiken en slaat met zijn zwaard de punt van diens scheepspaal af. Nu Ajax 1 het schip niet meer kan verdedigen zijn de Trojanen in staat om het schip in brand te steken. Dit was het moment waarop Zeus had gewacht. In de verte ziet Achilles, die vanwege een ruzie met Agamemnon niet meer mee wil vechten, het vuur en geeft aan zijn vriend Patroclus 1 toestemming om semen met de Myrmidonen weer aan de strijd deel te nemen.

Dood van Patroclus 1

Patroclus 1 valt aan

Hector en Patroclus

Even later valt Patroclus 1 met zijn Myrmidonen aan en slaat de blinde paniek toe bij de Trojanen. Ze trekken zich terug en denken dat Achilles weer aan de strijd deelneemt. Die had zich in de wapenuitrusting van Achilles uitgedost en gebruikte ook zijn wagen. Dan probeert Ajax 1 Hector, die nog bij het brandende schip in de buurt is, aan zijn lans te rijgen. Hector was echter niet zo’n gemakkelijke prooi en beschermt zich met zijn schild. Hij begrijpt dat de kansen volledig zijn verkeken nu Achilles weer aan de strijd deelneemt. Maar hij houdt moedig stand en vuurt zijn mannen onophoudelijk aan in een uiterste poging om te redden wat er te redden valt. De terugtocht van de Trojanen verandert van lieverlee in een wanordelijke vlucht naar de stad en Hector wordt, in zijn strijdwagen, door hen gedwongen mee te gaan waardoor hij ongewild ook het scheepskamp moet verlaten

Noodkreet van Glaucus 1

Zodra hij uit het scheepskamp komt gaat Patroclus 1 achter Hector aan maar die heeft snellere paarden zodat hij buiten het bereik van de Myrmidoon blijft. Wel krijgt Patroclus 1 Sarpedon 1, de zoon van Zeus, te pakken en slaagt erin hem te doden. Even later wordt Hector door de Lyciër Glaucus 1 aangesproken om hem te helpen. ‘Hector, het lijkt wel of jij je bondgenoten bent vergeten, die voor jou hun leven geven, ver van hun geliefden en hun vaderland. Je bent niet al te ijverig om hen te helpen. Sarpedon 1 ligt dood ter aarde, de rechtvaardigste en sterke verdediger van Lycië nu de speer van 'Achilles’ hem heeft getroffen. Mijn vriend, bescherm hem, en denk aan de schande als de Myrmidonen, uit wraak voor de vele Grieken die wij doodden, de wapens van Sarpedon 1 zullen roven en zijn lichaam schenden.’ Hector is diep ontsteld over het bericht en stormt, vol wraak, strijdlustig recht op de Grieken af. Aanvankelijk lukt het hem om de Grieken bij het lichaam van Sarpedon 1 te verjagen en doodt met een steen Epigeus. Patroclus 1 ziet zijn vriend vallen en stuift op de Trojanen af.

Aansporing door Apollo

Hector heeft intussen in de gaten dat Zeus hem in de steek heeft gelaten. Hij springt op zijn strijdwagen en roept zijn medestrijders op om de wijk te nemen. Na zijn woorden geven ook de Lyciërs de moed op en laten hun leider, Sarpedon 1, in het stof liggen. Als Hector bij de poort van de stad aankomt, overweegt hij of hij de troepen bevel zal geven om zich in de stad terug te trekken of dat hij hen zal hergroeperen en de Grieken opnieuw zal aanvallen. Op dat moment komt Apollo, vermomd in de gedaante van zijn oom Asius 2, naar hem toe en zegt: ‘Hector, waarom staak je de strijd en verwaarloos jij je plicht? Ik wou dat ik zoveel sterker was, als dat ik nu zwakker ben dan jij! Ik zou je snel leren wat het loon van een lafaard is! Vooruit, ga met uw tweespan die Patroclus 1 achterna. Met Apollo’s gunst haalt je hem wellicht in en kunt je hem treffen!

Op Patroclus 1 af

Vol schaamte draait Hector zijn tweespan om en werpt zich opnieuw in de strijd. Ook Apollo werpt zich in de strijd en zaait verwarring onder de Grieken waardoor de Trojanen weer enigszins de overhand krijgen. Hector laat de gevechten voor wat ze zijn en rijdt recht op Patroclus 1 af. Die ziet de grote Trojaan op zich af komen en stapt uit zijn strijdwagen met een speer in de ene hand en een grote steen in de andere. Hij gooit het projectiel met grote kracht naar Hector maar treft zijn wagenmenner Cebriones aan het voorhoofd. Diens schedel wordt verbrijzeld en hij valt dood uit de wagen op de grond. Op zijn beurt springt ook Hector uit de wagen en de twee vallen elkaar als leeuwen aan. Beiden proberen het lijk van Cebriones te pakken te krijgen. Hector grijpt het hoofd van Cebriones terwijl Patroclus 1 een voet pakt. Hun medestrijders mengen zich ook in het gevecht en er ontstaat een verwoede strijd. Rondom het lijk van de jongen steken pijlen als stekels uit de grond en beuken stenen op de stevige schilden.

Hulp van Apollo

Heel de middag gaat de strijd om het lichaam voort maar als de zon begint te dalen tarten de Grieken het noodlot en slepen Cebriones bij de Trojanen vandaan. Bovendien valt Patroclus 1 de Trojanen drie keer in een geweldige stormloop aan waarbij hij telkens negen Trojanen doodt. Als hij voor de vierde keer aan zijn stormloop wil beginnen is Apollo het zat en geeft hem met zijn goddelijke hand een geweldige klap op zijn rug tussen de schouderbladen. Door de kracht van de slag puilen de ogen uit het hoofd van Patroclus 1 en valt zijn helm op de grond. Ook zijn speer en zwaard vallen uit zijn krachteloze handen. Apollo maakt bovendien zijn wapenrusting los waardoor Patroclus 1 als een malse prooi voor de Trojanen op de grond zit. Euphorbus 1 treft hem als eerste met een speer in zijn rug. Patroclus 1 komt enigszins bij zinnen, staat op, trekt de speer uit zijn lichaam en wankelt langzaam naar de Grieken om zich tussen hen in te verschuilen.

Einde van Patroclus 1

Hector heeft intussen de helm van Patroclus 1 gepakt en valt nu zelf de gewonde Griek aan. Dwars door de gelederen stapt hij naar voren en steekt hem met zijn lans in de onderbuik. Het wapen dringt diep naar binnen en Patroclus 1 stort voor de tweede keer neer. Juichend roept Hector tegen hem: ‘Jij dacht mijn stad te plunderen, Patroclus 1, onze vrouwen tot slavinnen te maken en hen weg te voeren naar je eigen land! Dwaas die je bent! Ik zelf, van alle Trojanen de beste speervechter, sta tussen hen en die dag in. En nu strijken de Gieren al om jou neer, o ongelukkige, om je te verslinden. Zelfs Achilles’ sterke arm kan je niet meer redden. Veilig bleef hij achter maar heeft ongetwijfeld tegen je gezegd om pas terug te keren nadat je mij het hart uit het lijf had gerukt. Zo zal hij zeker gesproken hebben, en een dwaas als jij geloofde hem.

Laatste woorden van Patroclus 1

Stervend, en met zwakke stem, gaf Patroclus 1 hem ten antwoord: ‘Omdat Zeus en Apollo jou hielpen kun je nu pochen en pralen. Ik werd overwonnen door de Goden waar een sterveling niet van winnen kan. Zij waren het die mij van mijn wapens ontroofden. Maar al waren er twintig Hector’s op mij af zijn gekomen dan nog zouden die allen het leven hebben gelaten. Het noodlot en Apollo overweldigden mij. Daarna kwam Euphorbus 1 en jij pas als derde, Hector. Maar let op mijn woorden en neem ze ter harte. Ook jij hebt niet lang meer te leven. Ook de dag van jouw noodlot is nabij en dan zal je sneuvelen onder de handen van Achilles.’ Dan snoert de dood de mond van Patroclus 1 en gaat zijn ziel op weg naar de onderwereld.

Strijd om het lijk

Waarschuwing van Apollo

De paarden van Achilles

Hoewel Patroclus 1 dood was sprak Hector hem nog een keer toe. ‘Waarom, Patroclus 1, ben je zo zeker van mijn spoedige einde? Wie weet gaat Achilles mij wel voor, door mijn speer getroffen, naar de woning der Goden?’ Hierna zet Hector zijn voet op het lijk om de speer uit het lichaam te trekken. Danp gaat hij achter Automedon, de wagenmenner van Patroclus 1, aan. Die ziet het gevaar aankomen en vlucht snel met zijn tweespan. Hector, die weet wat een geweldige paarden het zijn, gaat er achter aan. Wederom gaat Apollo, in de gedaante Mentes 1, op Hector af. ‘Waarom ben zo belust om achter de paarden van Achilles aan te gaan, Hector? Ze zijn moeilijk te vangen en nog moeilijker te temmen. Alleen Achilles kan ermee omgaan want zijn moeder is een Godin! Terwijl je bezig bent met een gril, staat de geduchte Menelaus over het lijk van Patroclus 1 en heeft de beste strijder van de Trojanen, Euphorbus 1, gedood.’ Dan verdwijnt Apollo en kijkt Hector over het slagveld waar hij ziet hoe Menelaus de wapenuitrusting van Euphorbus 1 rooft. Met een luide kreet stormt hij, met zijn Trojanen achter zich aan, op de Griek af.

Woedende Glaucus 1

Menelaus wijkt voor de overmacht en trekt zich terug. Hector berooft daarop Patroclus 1 van zijn wapenuitrusting. Als hij op het punt staat om ook het lichaam van Patroclus 1 weg te slepen komen de twee Ajaxen op hem af stormen. Snel gaat Hector er vandoor en zoekt dekking bij zijn mannen, en springt in zijn strijdwagen. De wapenuitrusting geeft hij aan een paar mannen met het bevel om die naar de stad te brengen. Als Glaucus 1 dit ziet zegt hij boos: ‘Hector, achter die schittering van je roem verschuilt zich een lafbek. Vraag jezelf eens af hoe je de stad kunt redden met alleen Trojanen. Niemand van de Lyciërs zal zich nog uitsloven nu we weten dat ons geen eer wacht met dag in dag uit tegen de vijand te vechten. Wat voor kans heeft een gewone soldaat als je zelfs Sarpedon 1, die je gast was, laat liggen achter het front van de Grieken? Jij bent hem dank in overvloed verschuldigd en toch heb je de moed niet om zijn lijk van de honden te redden.

Verontwaardigde Hector

Hector werpt hem een woedende blik toe en zegt: ‘Glaucus 1, ik sta versteld vanwege je overmoed. En ik hield je nog wel voor de verstandigste van alle mannen uit Lycië. Hoe waag je het om te denken dat ik het tegen die reus van een Ajax 1 niet op durf op te nemen? Geloof me op mijn woord dat de strijd noch het ratelen van de strijdwagens mij afschrikt. Maar we zijn als was in de handen van Zeus die met ons doet wat hij wil. Van de lafaard maakt hij een held en van een held een man die de strijd ontvlucht. Doch blijf in mijn buurt, mijn vriend, en kijk toe, wat ik nog ga doen. Kijk of je gelijk hebt en of ik een lafaard ben!’ Daarop gaf hij luidkeels zijn manschappen bevelen. ‘Trojanen, die het liefst een gevecht van man tegen man voeren, wees mannen, vrienden, en sluit de gelederen, terwijl ik het harnas aantrek van Achilles, dat ik van Patroclus 1 ontroofde, nadat ik hem doodde.

Een nieuwe wapenrusting

Daarop verlaat Hector het strijdtoneel en gaat de mannen achterna aan die hij naar de stad gestuurd had met de wapenuitrusting van Achilles. Zodra hij hen had ingehaald verwisselde Hector van wapenuitrusting en gaf zijn eigen wapenuitrusting mee aan de mannen. De God van de oorlog, Ares 1, vulde zijn hart met nieuwe moed en Hector keerde snel terug naar zijn bondgenoten, de Lyciërs. Daar aangekomen liep hij langs hun gelederen en zei: ‘Let op mijn woorden! Ik liet u niet hierheen komen omdat ik twijfel aan uw kracht, maar om onze stad en kinderen te beschermen tegen die barbaren uit Griekenland. Met dit doel voor ogen gaf ik ons volk de opdracht om met levensmiddelen en geschenken uw moed te verhogen. Dus vooruit nu en de vijand tegemoet! Nu is het zelf sneuvelen of de vijand vellen, al naar gelang het lot van de strijd dat wil. Maar wie erin slaagt om het lijk van Patroclus 1 in handen te krijgen en Ajax 1 op de vlucht te jagen, zal ik de helft van de oorlogsbuit schenken, en samen met hem delen in de roem en eer.

Aanmoediging van Aeneas

Zo sprak Hector en viel toen met zijn Trojanen massaal aan op de Grieken die het lichaam van Patroclus 1 verdedigden. Over en weer vallen er slachtoffers maar de Grieken, onder aanvoering van de grote Ajax 1 zijn niet bij het lijk vandaan te jagen. Hector werpt zijn speer naar Ajax 1 maar mist en raakt Schedius 1 midden onder het sleutelbeen in de borst. Ajax 1 reageert furieus en drijft Hector terug. Apollo ziet dit alles met lede ogen aan en spreekt Aeneas vermanend toe die op zijn beurt Hector en zijn Trojanen weer aanvuurt. ‘Hector, Trojanen, leiders en aanvoerders van de bondgenoten, het is een schande dat wij ons door de Grieken als lafaards terug laten drijven naar Troje! Eén van de Goden heeft mij zojuist benaderd met de boodschap dat Zeus in deze oorlog nog altijd op onze hand is. Laten we dus recht op de Grieken afgaan en hun leed berokkenen, omdat zij trachten het lijk van Patroclus 1 weg te slepen naar hun schepen.’ Nadat hij dit gezegd heeft rukken de Trojanen weer op naar voren.

Paarden van Achilles

Even later naderen Automedon en Alcimedon 1, in de strijdwagen van Achilles, de groep die om het lichaam van Patroclus 1 strijden. Hector ziet het tweetal komen en zegt tegen Aeneas. ‘Aeneas, raadsheer van de Trojanen, daar zie ik de paarden van Achilles aankomen, door machteloze handen gemend. Het lijkt me dat we nu die paarden buit kunnen maken als jij maar helpt. Die twee zullen geen stand houden en strijden als jij en ik een gevecht met hen aangaan.Aeneas had daar wel oren naar en gingen, samen met nog enkele andere Trojanen, op het tweetal af. Die zien het groepje op zich af komen en roepen op hun beurt een aantal Grieken te hulp. Hector werpt zijn speer naar Automedon maar mist. Intussen komen ook de twee Ajaxen aansnellen. Vol schrik voor dit geduchte tweetal deinzen de Trojanen terug om weer deel te nemen aan de strijd om het dode lichaam van Patroclus 1.

De strijd gaat door

Als ze daar aankomen is net een jeugdvriend van Hector, Podes, door Menelaus gedood. Dan spreekt Apollo, in de gedaante van Phaenops 3 uit Abydos, Hector aan en zegt: ‘Hector, wie van de Grieken zal jou nog vrezen als je zelf bang bent voor Menelaus. Hij blonk nooit uit in de strijd maar drong wel onze gelederen binnen en sleept nu het lijk weg van de man die hij doodde, je vriend Podes.’ Hector werd pijnlijk getroffen door dit bericht en loopt direct naar de voorste gelederen van de strijd. Gelijktijdig laat Zeus het vanaf de Ida donderen en zijn bliksems flitsen om aan de Grieken te laten weten dat hij Hector nog steeds steunt. Van schrik wijken de Grieken terug. Hector verwondt dan Leitus aan de pols waarna die vlucht en Hector achter hem aan gaat. Op dat moment wordt Hector door een speer van Idomeneus 1 op zijn borstharnas geraakt, maar dat bewees zijn nut en de punt breekt van het wapen af. Direct werpt Hector zijn speer naar Idomeneus 1 maar mist hem en raakt Coeranus 2, de wapenmakker van Meriones, onder de kaak en valt die dood neer.

Achter het lijk aan

Strijd om Troje

Hector gaat weer achter de Grieken aan die de dode Patroclus 1 wegdragen naar hun scheepskamp. In de achterhoede verdedigen de twee Ajaxen de vluchtende Grieken tegen de hen achtervolgende Hector en Aeneas. Langs de gracht sneuvelt menig Griekse soldaat door hun wapens en die van hun medestrijders en nadert Hector, al strijdend om het lichaam van Patroclus 1, weer in het scheepskamp. Driemaal lukte het hem om de dode bij zijn voeten te grijpen en evenzoveel keren joegen de twee Ajaxen hem weer weg. Hector was echter onwankelbaar in zijn besluit en wierp zich telkens weer voorin de strijd of vuurde zijn mannen aan. Uiteindelijk slagen de Grieken er toch in om Patroclus 1 binnen het scheepskamp te slepen en Hector met lege handen achter te laten. Op dat moment val de duisternis in en wordt de strijd gestaakt.

Rede van Polydamas

De Trojanen trekken zich terug op de vlakte en houden krijgsraad. Zij zijn erg geschrokken omdat ze Achilles vlak voor het invallen van de duisternis hebben gezien terwijl hij een verschrikkelijke strijdkreet slaakte. Polydamas, in dezelfde nacht als Hector geboren, neemt het woord in de raad en zegt: ‘Mijn vrienden, laten wij weldoordacht te werk gaan. We zijn ver van de stad en het lijkt me raadzaam om ons daarachter terug te trekken in plaats van hier de dag af te wachten. Toen Achilles nog ruzie had met Agamemnon was het niet moeilijk om de Grieken te weerstaan. Maar nu ben ik bang voor die Achilles. Hij zal er geen genoegen mee nemen op de vlakte te blijven maar optrekken naar de stad. Luister dus naar mijn advies en keer nu terug naar de stad. Nu wordt hij nog door de duisternids tegengehouden. Maar als hij ons morgenochtend nog hier vindt dan zullen velen van ons zijn moordende moed leren kennen.

Reactie van Hector

Hector, die het absoluut niet met hem eens was viel woedend tegen hem uit. ‘Polydamas, wat je daar zegt wekt mijn woede op. Ons tot gevangenen maken binnen de muren van de stad! Man, daar wordt je toch ziek van! En nu Zeus ons de zege schenkt raad jij ons aan om ons te verschansen binnen de muren. Nee, ik zal niet toestaan dat één enkele Trojaan naar deze onzin luistert. Luister dus allemaal naar mij. Laat heel het leger in groepen het avondmaal gebruiken nadat ze wachtposten hebben uitgezet. Als er Trojanen zijn die zich over de veiligheid van hun bezittingen bezorgd maken laten zij het dan onder de Trojanen verdelen. Zo zijn ze hun zorg kwijt. Ik heb liever dat het gewone volk die bezittingen heeft dan dat ze in handen vallen van de Grieken. Als morgen de dag aanbreekt zullen wij ons wapenen en de vijand met kracht aanvallen. Als Achilles werkelijk van plan is om weer deel te nemen aan de strijd dan is dat des te erger voor hem. Ik zal hem dan tegemoet treden en zien wie van ons tweeën de sterkste is. De God van de oorlog geeft aan ieder gelijke kansen.’ Aldus het antwoord van Hector, en de Trojanen juichten hem toe.

Strijd met Achilles

Achilles doet weer mee

Als Hector de volgende ochtend ziet dat Achilles weer van de partij is spreekt hij zijn mannen toe. ‘Dappere Trojanen. Wees niet bang voor die Achilles! Ook ik zou met woorden tegen de Goden kunnen vechten. Met de speer is dat echter niet mogelijk want ze zijn te sterk voor ons stervelingen. Zelfs Achilles zet niet al zijn woorden in daden om. Het ene volbrengt hij, maar het andere maar half. Vandaag zal ik hem tegemoet treden in de strijd, ondanks dat zijn arm als een verschroeiend vuur is, en zijn moed gelijk aan glad gepolijst staal.’ Daarop rennen de beide legers op elkaar af onder het slaken van hun strijdkreten. Terwijl Hector als eerste op de Grieken afstormt komt Apollo op hem af. Die adviseert hem om in elk geval een ontmoeting met Achilles te vermijden en zegt: ‘Blijf bij je manschappen, want als je alleen bent dan zal zijn speer, of zijn zwaard, je treffen.’ De stem van de God doet Hector het hart in de schoenen zinken en hij wijkt iets terug tot tussen zijn mannen.

Uitdagingen

Maar als hij ziet hoe zijn broer Polydorus 1 door Achilles wordt afgeslacht worden zijn ogen dof van de tranen. Hoe kan hij zich in zo’n situatie afzijdig houden? Dan stuift hij wraakzuchtig op Achilles af en zwaait met zijn speer. Zodra Achilles Hector op zich af ziet stormen springt ook hij zijn kant op en roept: ‘Daar komt de man die mijn geliefde Patroclus 1 doodde. Nu is het gedaan met elkaar ontwijken.’ Hector kijkt Achilles met een donkere blik aan en antwoordt: ‘Kom op, en vlug. Des te sneller voel je de strop van de dood om je nek. Denk maar niet dat je mij met woorden angst aan kunt jagen alsof ik een kind ben. Als het op schelden aankomt, weet ik mijn mannetje wel te staan. En dat je een dappere krijger bent is mij ook bekend. Maar uiteindelijk beslissen de Goden wie leeft of sterft. En al ben ik niet zo sterk als jij, dan kan het hun bedoeling wel eens zijn dat ik jou vandaag doodt met mijn speer.'

Eerste schermutselingen

Vlug werpt Hector zijn speer naar de Griek. Maar Athena blaast het wapen, met haar goddelijke adem, in een oogwenk terug naar Hector waar het aan zijn voeten op de grond valt. Direct valt Achilles, onder het slaken van een verschrikkelijke oorlogskreet, Hector aan. Dan hult Apollo de Trojaan snel in een dikke mist en trekt hem achteruit zodat Achilles hem niet kan raken. Drie keer valt de Griek Hector aan en drie keer herhaalt zich hetzelfde tafereel. Als Achilles de vierde keer op Hector afstormt toept hij: ‘Laffe hond, opnieuw weet je nog net je leven te redden met de hulp van Apollo. Je hebt natuurlijk weer je gebedje naar hem opgezegd toen jij je in de strijd waagde. Maar wij ontmoeten elkaar nog wel een keer en dan is het met je afgelopen als ik een God kan vinden die mij wil helpen. Nu ga ik mijn geluk ergens anders proberen.

Smeken van Priamus

Achilles houdt daarop verschrikkelijk huis onder de Trojanen en halverwege de dag vluchten zij massaal terug naar hun stad. Ook Hector moet terugtrekken maar blijft voor de poort, buiten de muren, staan. Als hij daar strijdlustig staat te wachten op de aanstormende Achilles roept zijn vader hem vanaf de muur toe. ‘Hector, lieve zoon, kom alstublieft binnen de veilige muren. Je maakt, zo alleen, geen schijn van kans tegen die woesteling. Ach, hielden de Goden maar net zo weinig van hem als ik, dan zou hij al spoedig voer voor de honden en de Gieren zijn. Vandaag heeft hij weer twee van mijn zoons de dood ingejaagd nadat er al zoveel gesneuveld waren. Kom dus snel binnen de muren opdat ik niet nog een zoon verlies.’ Maar Hector is niet van zijn besluit af te brengen om Achilles te weerstaan, en blijft buiten de poort staan wachten.

Smeken van Hecabe 1

Hecabe smeekt Hector

Ook zijn moeder roept hem toe en ontbloot daarbij haar borsten. Over haar wangen rollen grote tranen terwijl ze tegen haar zoon zegt: ‘Hector, mijn kind, heb eerbied voor mij en toon medelijden. Hoe vaak heb ik je de borst gegeven en je honger gestild met moedermelk. Denk aan die tijd en kom binnen de muren om daar de stad te verdedigen tegen dat onmens. Blijf daar niet beneden staan om op die verschrikking te wachten. Het is een woesteling die je niet op een baar zal leggen, als hij je gedood heeft, en om je rouwen. Ver hiervandaan zullen de honden je lijk opeten.’ Maar ook ditmaal laat Hector zich niet vermurwen en blijft staan, wachtend op de naderende Achilles.

Overpeinzingen

Terwijl Hector staat te wachten overlegt hij met zichzelf wat hij doen zal. ‘Als ik de stad in ga zal Polydamas de eerste zijn om mij bittere verwijten te maken omdat ik gisteren weigerde het leger terug te trekken. De Trojanen zullen zegen dat Hector, op zichzelf vertrouwend, een leger kwijtraakte. Het is dus eervoller om het nu tegen Achilles op te nemen en hem te doden, of eervol voor de poort sterven, dan roemloos de poort binnen te gaan. Ik kan ook mijn helm en schild afdoen, mijn speer tegen de muur zetten en onderhandelingen met hem aanknopen. Ik kan hem beloven dat wij Helena, met al haar bezittingen, terug geven. Bovendien kan ik voorstellen om aan de Grieken de helft van de schatten te geven die de stad herbergt. De Trojanen moet ik er dan toe aanzetten om plechtig te zweren dat zij niets achterhouden en alles eerlijk in tweeën zullen delen. Maar wat droom ik toch. Ik weet zeker dat hij mij, zonder enige aarzeling of respect, onmiddellijk zal doden als een weerloos slachtoffer omdat ik mijn wapens heb afgelegd. Dus kom op, ik ga liever een gevecht met hem aan en laat Zeus dan maar beslissen wie de overwinnaar zal zijn.'

Vlucht

Terwijl Hector zo staat te piekeren kijkt hij op en ziet dat Achilles al bijna bij hem in de buurt is. Ondanks zijn strijdlust overvalt de angst zijn geest en ontbreekt hem de moed om op Achilles te blijven wachten. In paniek slaat hij op de vlucht met Achilles achter zich aan. Vanaf de poort rent Hector ver van de muur vandaan naar de bron waar de Scamander ontspringt. Daar gaat hij in een boog verder en loopt om de stad heen. Maar Achilles blijft hem achtervolgen en zo lopen ze driemaal om de muren van de stad heen. Keer op keer probeert hij Achilles te misleiden door vlak langs de muur te lopen, zodat zijn boogschutters hem op de korrel kunnen nemen, maar Achilles drijft hem elke keer weer terug het open veld in. Ondanks zijn verwoede pogingen lukt het Achilles niet om Hector in te halen.

Dood Hector

Deiphobus

Opeens blijft Achilles staan en komt de broer van Hector, Deiphobus 1, op Hector af en zegt: ‘Lieve broer, die snelle Achilles moet jou bijna uitgeput hebben zoals hij je voortjoeg om de stad. Laten we nu samen stand houden en hem te lijf gaan.’ Uitgeput antwoordt Hector hem: ‘Van alle broers was jij mij altijd het liefst. Maar van nu af aan zal mijn liefde voor jou nog groter zijn omdat je de moed hebt om mij in mijn nood te komen helpen’. ‘Lieve broer,’ antwoordde Deiphobus 1 hem, ‘ik verzeker je dat onze ouders mij smeekten om te blijven waar ik was. Ook mijn mannen vroegen me om binnen de veilige muren te blijven, want ook zij vrezen de gevaarlijke Achilles. Mijn bezorgdheid voor jou dreef me echter buiten de muren. Laten we dus samen Achilles aanvallen met onze wapens en hem niet sparen. We zullen snel weten of hij ons de baas is of dat wij in staat zullen zijn om hem te verslaan.

Onderhandeling

Hierop vat Hector moed en stapt op Achilles af. ‘Achilles,’ zegt hij, ‘Driemaal joeg je me om de stad van mijn vader en waagde ik het niet om stil te staan. Maar nu zal ik niet meer vluchten en met je strijden, als man tegen man, tot de dood er op volgt. Als ik je doodt dan zweer ik dat ik je lijk niet zal onteren, nadat ik het van je wapenuitrusting heb ontdaan. Ik zal je lichaam aan je vrienden teruggeven en vertrouw erop dat je andersom hetzelfde zal doen.Achilles kijkt Hector met een woeste blik aan en zegt. ‘De leeuw sluit geen overeenkomst met het lam. Tussen ons is geen vriendschap, verdrag, eed of afspraak mogelijk. Verzamel dus al je moed, nu je nog de kans hebt, en laat zien of je een man bent. Je hebt echter geen schijn van kans want nu wordt ik geholpen door Athena en ga je boeten voor het doden van mijn vrienden.’ Daarop zet Achilles zich in postuur en gooit zijn speer. Hector ziet het wapen op zich afkomen en duikt op tijd weg waarna de speer achter hem in de grond terecht komt. Maar de Godin Athena gaat snel naar het wapen en geeft het terug aan Achilles.

Gemiste kans

Hector zag niet wat de godin deed en riep naar Achilles. ‘Zo faalt de roemvolle Achilles. Toen Zeus jou het uur van mijn dood meldde moet hij zich vergist hebben. En je was nog wel zo zeker van je zaak. Met woorden ben je snel genoeg en probeer je me angst aan te jagen. Maar het zal je niet lukken mij een speer in mijn rug te werpen. Probeer nu maar eens een speer in mijn borst te werpen terwijl ik je aanval. Ik bid tot Zeus dat mijn wapen doel zal treffen en zich in je vlees zal begraven. Jouw dood zal de oorlog voor de Trojanen tot een kinderspel maken.’ Hierna wierp Hector zijn lange speer maar ketste het wapen ketst af op het schild van Achilles, en valt buiten zijn bereik op de grond.

Bedrogen

Woedend op zichzelf over deze gemiste kans roept Hector naar zijn broer: ‘Vlug, geef me je speer, broer.’ Als hij geen antwoord krijgt kijkt Hector achterom en ziet niemand. Dan begrijpt hij onmiddellijk dat hij door de Goden is bedrogen en zegt: ‘Helaas, Ik dacht dat Deiphobus 1 aan mijn zijde streed. Athena bedroog me en is hij, zoals nu blijkt, nog in de stad. Ik kan niet meer vluchten en mijn dood is nabij. Zeus en Apollo moeten dit lang geleden al besloten hebben ondanks de hulp die zij mij verleenden. Zo ga ik dus mijn noodlot tegemoet.

Smeekbede

Hector smeekt Achilles

Daarop trekt Hector zijn lange zwaard en valt Achilles aan. Ook die wacht niet en stormt eveneens naar voren. Achilles richt zijn lans en stoot het wapen direct in de nek van Hector waarop hij dodelijk gewond neerstort op de grond. Triomfantelijk roept Achilles: ‘Zo, Hector. Dacht je veilig te zijn in mijn wapenuitrusting die je stal van mijn vriend Patroclus 1. Maar nu zullen de Gieren en honden smadelijk van je vlees eten terwijl Patroclus 1 plechtig wordt begraven.’ Met een steeds zwakker wordende stem antwoord Hector: ‘Aan je knieën liggend smeek ik je, ter wille van mijn ouders, mijn lichaam niet voor de honden te gooien. Mijn vader en moeder zullen je goud in overvloed schenken als losprijs voor mijn lichaam. Laat het terugbrengen naar Troje zodat de Trojanen de noodzakelijke offers kunnen brengen en cremeren zoals het hoort.

Dood van Hector

Hond die je bent.’ antwoordde Achilles, ‘Smeek niet aan mijn knieën, al wauwelend over je ouders. Ik wilde dat ik de lust op kon brengen om zelf aan je rauwe vlees te knagen als wraak voor wat je me aandeed. Je zult gevoerd worden aan de honden ook al bieden ze een honderdvoudige losprijs of beloven ze je gewicht in goud te geven. Nee, je moeder zal nooit aan je doodsbed staan om over je te rouwen. De honden en Gieren zullen zich tegoed doen aan jouw botten.’ Stervend reageerde Hector, ‘Ik herken je maar al te goed, zoals ik je nu zie. Je hart is nog kouder dan staal. Ik smeekte vergeefs. Ik adviseer je desondanks toch om je te bezinnen. De Goden zouden zich, in hun woede, jouw daad kunnen herinneren als je zelf aan de beurt bent om te sterven.’ Dan snijdt de dood Hector zijn adem af en begon zijn ziel, van zijn lichaam verlost, aan de reis naar het rijk der doden.

Mishandeling van het lijk

Daarop trekt Achilles de speer uit de nek van Hector en berooft hem van zijn wapenuitrusting. Vervolgens komen ook de andere Grieken naderbij en brengen stuk voor stuk nog een wond toe als vergelding voor alle vrienden die hij tijdens zijn leven gedood had. Dan snijdt Achilles de hielpezen van Hector door en bindt die, met de riem die Hector van Ajax 1 had gekregen, vast aan zijn strijdwagen. Zo sleept hij Hector, stuiterend over stenen en door kuilen, door het stof terug naar het scheepskamp van de Grieken waar hij hem naakt, met zijn gezicht omlaag, bij de baar van zijn dode vriend Patroclus 1 laat liggen. De honden en Gieren laten Hector echter met rust omdat zijn lichaam dag en nacht werd bewaakt door de Godin Aphrodite. Ze wreef zijn lichaam in met balsem en ambrozijn zodat Achilles het lijk niet kon kwetsen. Bovendien liet Apollo vanaf de hemel een donkere wolk zakken waardoor het zonlicht zijn vlees niet kon uitdrogen.

Begrafenis

Na de begrafenis van zijn vriend Patroclus 1 bindt Achilles de dode Hector opnieuw achter zijn wagen en sleept hem driemaal om het graf. Ook nu laat hij hem weer als voer voor de dieren liggen maar beschermt Apollo het lichaam van zijn favoriet zodat Achilles het niet kan kwetsen. Elf dagen lang gaat deze mishadenling van het lijk door en besluiten de Goden uiteindelijk dat dit afgelopen moet zijn. Ze overreden Achilles die het lijk uiteindelijk, gewassen en gezalfd, vrijgeeft aan Priamus. Die neemt het lichaam mee naar de stad waar de Trojanen negen dagen lang rouwen om hun aanvoerder. Op de tiende dag na zijn terugkeer wordt Hector gecremeerd en werpen de Trojanen een grote grafheuvel over zijn restanten heen.

Stambomen:

Priamus Hecabe 1 Eetion 1 Chryseis 1
Hector Andromache
Astyanax 1, Laodamas 5

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz