Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Helena

Jeugd Helena

Dochter van Leda

De mooie Helena

Over de ouders van Helena bestaan binnen er binnen de mythen twee varianten. In de meest gangbare versie is ze de dochter van Leda, de vrouw van Tyndareus, die in Laconië door oppergod Zeus, bij de rivier Eurotas, werd verwekt in de gedaante van een zwaan. In deze situatie is Polydeuces haar volle broer en heeft ze nog een halfbroer Castor, en een halfzus Clytaemnestra, die door Tyndareus bij Leda werden verwekt. Polydeuces en Helena worden door hun stiefvader liefdevol opgenomen in zijn huis in Laconië (Sparta), waar hij zorgdraagt voor hun opvoeding. Er zijn echter mythen die stellen dat ook Castor een volle broer van Helena is.

Dochter van Nemesis

Volgens enkele minder gangbare mythen was Helena een kind van Nemesis, de dochter van Erebus, en Zeus. Nemesis vlucht eens weg van haar vader, toen die het bed met haar wilde delen, en veranderde zich in een gans om aan zijn avances te ontkomen. Toen Zeus dit zag gebeuren veranderde hij zich in een zwaan en hadden de dieren gemeenschap met elkaar. Na dit samenzijn legde Nemesis een ei dat in de bossen door een herder werd gevonden. Deze herder gaf het aan ei aan Leda die het in een kist bewaarde. Op het bestemde moment werd Helena geboren en vervolgens door Leda grootgebracht als haar eigen dochter. Volgens weer een andere mythe nam Hermes het ei mee en plaatste dat in de schoot van Leda waarna Helena ter wereld kwam.

Schaking door Theseus

Als Helena op nog zeer jonge leeftijd eens aan het offeren is in de tempel van Artemis wordt zij door Pirithous 1 en de oude Theseus succesvol geschaakt en meegenomen naar Athene. Het tweetal besluit te loten wie Helena als vrouw zal krijgen en trok Theseus het langste strootje. Maar omdat de Atheners ontstemd waren over zijn daad verborg Theseus Helena bij zijn vriend Aphidnus in Aphidnae. Als gezelschap voor Helena gaf Theseus haar zijn moeder Aethra 1 mee en liet enkele vrienden achter als bewakers. Daarna gaat Theseus met Pirithous 1 mee naar de onderwereld om te proberen voor zijn vriend een huwelijk met Persephone 1 te regelen. Maar voor hij vertrok deelde hij nog het bed met Helena die hierdoor zwanger raakt.

Geboorte van Iphigenia

Kort daarna komen haar broers, Polydeuces en Castor, met een groot leger naar Athene en weten Helena te bevrijden. De twee nemen bovendien Aethra 1 en Phisadie, de zus van Pirithous 1, gevangen die ze als dienstmeiden aan Helena schenken. Zo keert Helena terug naar haart ouderlijk huis en zegt tegen haar broers dat ze nog ongerept is en Theseus haar niet heeft aangeraakt. Maar tegen haar oudere zus Clytaemnestra, die met Agamemnon was getrouwd, biecht Helena op dat ze zwanger is. Daarop beloofde Clytaemnestra te helpen en doet net of de dochter, Iphigenia, die Helena negen maanden later baarde, haar eigen kind was en bracht haar groot.

Vrijers

Zodra Helena de huwbare leeftijd bereikt komen alle belangrijke prinsen en koningen van Griekenland naar Tyndareus om hem om de hand van zijn dochter vragen. Toen Tyndareus dat grote aantal vrijers zag werd hij bang dat, wanneer hij er een koos, de anderen voor een conflict zouden zorgen. Om dit te voorkomen laat hij, op advies van Odysseus, alle kandidaten een eed afleggen dat ze te hulp zullen komen als het huwelijk van de uitverkoren bruidegom met Helena door iemand anders niet gerespecteerd wordt. Nadat iedereen de eed heeft afgelegd kiest Tyndareus de Spartaan Menelaus als bruidegom voor zijn dochter, en liet hem, na zijn dood, ook het koninkrijk na.

Huwelijk met Menelaus

Zo wordt Helena de vrouw van Menelaus en gaat met hem mee naar Sparta. Hoewel ze niet echt in vuur en vlam staat voor haar echtgenoot wordt ze moeder van een dochter, Hermione 1, en de jongere zoon Nicostratus. Volgens een enkele schrijver kreeg Helena bij Menelaus nog een derde kind, de zoon Plisthenes 4. Vanwege haar schoonheid komen er regelmatig mannen op bezoek in Sparta, om van haar uiterlijk te genieten. Vooral de Kretenzer Idomeneus 2, die heimelijk verliefd is op Helena, is vaak als gast aanwezig in het huis van Menelaus. Maar Helena blijft haar man trouw, hoewel die zelf regelmatig met andere vrouwen het bed deelt en de nodige kinderen verwekt. Deze situatie wijzigde toen Menelaus op het punt stond om een reis te maken naar Kreta en de godin Aphrodite een plan met verstrekkende gevolgen tot uitvoering bracht.

Schaking door Paris

Kennismaking met Paris

Helena en Paris ontmoeten elkaar

Op dat moment komt de Trojaan Paris in Sparta aan en geeft Menelaus Helena opdracht de gasten te ontvangen en hen te voorzien in alles wat ze nodig hebben tot zij vertrekken. Helena ging direct naar de ontvangstruimte in het huis om zich van haar taak te kwijten. Maar zodra Helena Paris ziet kan ze niet ophouden met naar hem te staren, dacht dat ze naar de liefdesgod Eros keek, en staat door toedoen van Aphrodite in vuur en vlam voor de Trojaan. Na een lange periode van staren is ze eindelijk weer in staat te spreken en vraagt: ‘Waar komt u vandaan, vreemdeling? Qua schoonheid lijkt u op een roemrijke koning, maar ik ken uw familie niet. Uw gezicht heb ik nog nooit gezien terwijl ik toch alle koningen van Griekenland heb ontmoet.’ Zo sprak ze, hevig naar hem verlangend, met zoete stem.

Reactie van Paris

Ook bij Paris is de passie toegeslagen en antwoordt: ‘Wellicht hebt u gehoord van de zeer rijke koning in Troje, Priamus, een afstammeling van Dardanus 1. Van hem ben ik een zoon. En ik, o koningin, ben de rechter van Godinnen. Want toen er een geschil was tussen enkele Godinnen over schoonheid prees ik Aphrodite. Als dank beloofde zij mij een waardige bruid te schenken en noemde haar Helena. Vanwege u ben ik hierheen gekomen om u tot mijn vrouw te maken, zoals Aphrodite heeft bevolen. Veracht me niet en maak mijn liefde niet te schande. Er zijn geen vrouwen zoals u onder de Grieken. Stem toe en ga met mij mee naar Troje om daar als man en vrouw samen te leven.

Helena stemt in

Terwijl Paris sprak staart Helena hem met grote ogen aan en gaf lange tijd geen antwoord. Maar uiteindelijk doet ze haar mond open en zegt: ‘Is het waar, vreemdeling, dat Apollo en Poseidon de fundamenten voor uw stad legden. Ik zou graag deze slimme werken van de Goden met eigen ogen willen zien en de graslanden waar Apollo zijn kuddes hoedde. Neem me mee naar Troje en ik zal volgen, zoals Aphrodite heeft bevolen. Ik vrees Menelaus niet als Troje mij gastvrij wil ontvangen.’ En Helena bleef haar belofte trouw. Die nacht slaapt ze alleen in haar bed en droomt, met een van verliefdheid hevig kloppend hart, twee verschillende dromen. De één met de waarheid en een ander vol bedrog waarin zij jubelend naar Troje gaat.

Op weg naar Troje

De volgende ochtend verschaft Helena Paris toegang tot de schatkamer van Menelaus en nemen ze de helft van al diens bezittingen mee naar het schip van Paris. Helena neemt ook de slavinnen Aethra 1 en Clymene 2 met zich mee maar laat haar kinderen bij Menelaus achter, zonder afscheid van hen te nemen. Zo vaart het tweetal, dolgelukkig met elkaar, weg van Sparta en varen over een kalme zee richting Troje. In de buurt van het eiland Cranae delen de tortelduifjes voor de eerste keer het bed met elkaar en zijn overgelukkig. Daarna laat Hera, de godin van het huwelijk, een grote storm ontstaan waardoor Paris en Helena gedwongen worden om naar Sidon uit te wijken. Daar koopt Paris enkele prachtig geborduurde gewaden voor zijn Helena waarmee ze in Troje kan schitteren. Enkele dagen later is de zee weer kalm en vaart Paris naar Troje.

Ontvangst in Troje

Zodra ze in Troje aankomen, gaat Paris naar zijn vader Priamus om zijn bruid Helena aan hem voor te stellen. Hij gaf hem een exacte beschrijving van wat er gebeurd was en de rijkdommen die hij, naast Helena, uit Sparta had meegenomen. Priamus begroet daarop Helena uiterst vriendelijk, drong er op aan zich thuis te voelen in Troje, en vroeg wat haar familie was. Nadat ze haar afkomst had verteld barste Helena in tranen uit en smeekte Priamus haar niet terug te sturen. De Trojanen moesten niet trouweloos zijn, nu zij huis en haard had opgeofferd, want Menelaus zou haar verschrikkelijk straffen als ze werd teruggestuurd. Dan troost Priamus de bedroefde Helena en verbindt zijn zoon officieel in het huwelijk met Helena. Zo werd Helena de officiële schoondochter van Priamus en zijn vrouw Hecabe 1.

Gezanten in Troje

Ook de Trojanen sluiten de mooie Helena in hun hart en wordt zij door hen op handen gedragen. Enkele maanden later komt een gezantschap, onder aanvoering van Menelaus uit Griekenland naar Troje en eist de teruggave van zijn vrouw. Als er door zijn woorden opschudding in de Raad onstaat maant Priamus zijn raadgevers tot kalmte en zegt dat Helena het recht heeft om zelf te beslissen. Hij laat haar halen en als Priamus haar vraagt of ze naar huis wil zegt Helena: ‘Nee, ik ben vrijwillig met Paris meegevaren omdat hij mij gelukkige maakt, in tegenstelling tot het huwelijk met Menelaus, dat haar niet beviel. Bovendien was ze zeer gastvrij door de Trojanen ontvangen en hielden die van haar.’ Hoewel Menelaus daarna probeert de Trojanen te overtuigen, en met oorlog dreigt, kan hij Priamus niet overtuigen en vertrekt stampvoetend uit Troje.

Oorlog

Oorlogskind

Enkele jaren later vallen de Grieken Troje met een enorm leger aan om Helena terug te voeren naar Griekenland en de stad te vernietigen vanwege de daad van Paris. Terwijl alle Trojaanse mannen de stad moedig strijdend verdedigen kijkt Helena regelmatig vanaf de muren naar de strijd. Ze ziet met lede ogen toe hoe er duizenden mannen vanwege haar daad sterven en begint ze te twijfelen aan de juistheid van haar beslissing. Maar als haar Paris 's avonds terugkeert uit de strijd is alles weer goed en deelt ze liefdevol het bed met haar man. Deze omarmingen blijven niet zonder gevolgen, Helena raakt zwanger, en baart Paris vier zoons met de namen: Aganus, Bunomus, Corythus 4 en Idaeus 3. Maar terwijl de oorlog zich voortsleept, en de mannen blijven sneuvelen, slaat de twijfel toe bij Helena en bekoelt ook haar liefde voor Paris. Ook de andere Trojanen beginnen, door de vele doden, een afkeer van Helena te krijgen maar blijven Priamus en zijn zoon Hector die het leger leidde, ondanks alles Helena steunen.

Bezoek van Laodice

In het tiende jaar van de oorlog, als de Grieken en Trojanen op het punt staan om weer eens tegen elkaar op te trekken, komt de godin Iris 1 in de gedaante van haar schoonzus Laodice 1, bij Helena op bezoek. Op dat moment is Helena druk bezig om op haar weefgetouw een kleed te vervaardigen met een afbeelding over de strijd tussen de Grieken en de Trojanen. ‘Lieve zuster,’ zegt 'Laodice 1' tegen haar, ‘kom toch eens kijken hoe vreemd de Trojaanse en Griekse strijders zich gedragen. Zojuist stonden ze nog op het punt om op de vlakte voor Troje een verschrikkelijke slag te leveren en nu zitten ze allemaal rustig op de grond. Paris en Menelaus gaan om jou een tweekamp houden en diegene die wint mag je meenemen als zijn vrouw.

Bezoek aan de muur

Helena en Priamus

Als Helena dit hoort denkt ze met heimwee terug aan haar voormalige echtgenoot, haar ouders en de stad die ze heeft verlaten. Ze slaat een sjaal van wit linnen om haar hoofd, terwijl de tranen over haar wangen rollen, en verlaat met twee dienstmeiden de slaapkamer. Ze loopt naar de stadsmuur waar haar schoonvader Priamus op dat moment met zijn raadslieden bijeen was. Als Priamus zijn schoondochter ziet verschijnt er een glimlach op zijn gezicht en zegt: 'Kom hier, mooi kind, en kom bij me zitten. Hiervandaan kun jij je voormalige echtgenoot, familie en vrienden zien. Weet dat ik niet jou maar de Goden schuldig acht aan deze oorlog met de Grieken. Maar vertel me, wie is die reus van een kerel, daar beneden op de vlakte? Tussen de aanvoerders is hij weliswaar niet de grootste, maar ik zag nog nooit zo’n voorname, edele en knappe verschijning.’ Dan zegt Helena: ‘O, lieve schoonvader, ik wilde dat ik gestorven was in plaats van met uw zoon naar Troje te komen en mijn dochtertje, familie en lieve vrienden te verlaten. Tot mijn verdriet liep het helaas anders. Maar de man die u aanwijst is koning Agamemnon, die eens mijn zwager was.

Gesprek met Priamus

Priamus knikt en vraagt verder. ‘En die man naast Agamemnon? Hij is een kop kleiner maar breder in de borst en schouders. Hij heeft zijn wapenuitrusting op de grond gelegd en loopt langs zijn troepen als een ram die zijn kudde in toom houdt.’ Dan antwoordt Helena: ‘Dat is Odysseus, de zoon van Laertes van Ithaca. Hij is een meester in het uitoefenen van listen en het maken van slimme plannen.’ Koning Priamus wijst vervolgens een derde man aan en vraagt: ‘En wie is degene die een kop langer is dan de rest en ook breder van postuur.’ Opnieuw antwoordt Helena: ‘Die reus van een man is Ajax 1, een bolwerk van kracht voor de Grieken. En daar aan de andere kant, in het midden van de Kretenzers, is Idomeneus 2. Mijn ex man ontving hem vaak in zijn huis als hij van Kreta overkwam. Ik mis echter twee mannen, Castor en Polydeuces. Mijn broers die zich waarschijnlijk niet bij het leger hebben gevoegd vanwege de schande die ik over hen bracht door met Paris mee te gaan en Menelaus te verlaten.

Boodschap van Aphrodite

Terwijl ze zo over de Grieken in gesprek zijn is op de vlakte de tweekamp tussen Paris en Menelaus begonnen. Paris is echter geen partij voor de Griek, maar wordt door de godin Aphrodite geholpen. Als Menelaus op het punt staat Paris te doden hult ze de Trojaan in een dichte mist en voert hem weg naar zijn huis in Troje. Dan gaat de godin, in de gedaante van een oude bediende die Helena uit Sparta had meegenomen, naar Helena op de muur en zegt: ‘Kom, Paris wil dat je thuis komt. Daar ligt hij op zijn bed, stralend in de heerlijke pracht van zijn kleren. Je zou niet denken dat hij net van een tweekamp met Menelaus kwam. Je zou eerder denken dat hij van een bal kwam om te rusten.

Misnoegde Helena

Verward kijkt Helena de oude vrouw aan en ziet de schoonheid van haar hals en de liefelijke rondingen van haar borsten. Als ze ook haar fonkelende ogen ziet weet Helena welke Godin haar aanspreekt en wordt ze door een gevoel van ontzag overweldigd, maar kan haar misnoegen niet verhullen. ‘O wreedste van alle vrouwen.’ zegt ze, ‘Waarom wilt u mij misleiden? Nu Menelaus Paris heeft verslagen en zijn schuldige vrouw naar huis roept vrees ik dat u plannen koestert om mij nog dieper in de ellende te storten. Nee, ga hem zelf maar gezelschap houden en bij hem zitten. Vergeet dat u een Godin bent en verlaat de Olympus voor een aards bestaan met die man. Verwen hem maar lekker en wordt zijn vrouw of zijn slavin. Ik weiger nog langer zijn bed te delen en mezelf te schande te maken voor alle vrouwen van Troje. Ik heb al genoeg ellende te verdragen.

Verwijten aan Paris

Dan valt Aphrodite woedend tegen haar uit. ‘Koppig wijf. Terg me niet, want dan laat ik je aan je eigen lot over en verandert mijn liefde in haat. Dan zal ik de Trojanen en Grieken tot zulk een bittere vijandschap aanzetten dat het ook voor jou slecht zal aflopen.’ Helena schrikt van die woorden en, gehuld in haar witte mantel, gaat ze gedwee met Aphrodite mee. In het huis aangekomen lopen ze naar de slaapkamer waar Aphrodite, met een liefelijke glimlach, een stoel voor Helena neerzet, recht tegenover Paris. Terwijl Helena gaat zitten zegt ze tegen Paris. ‘Zo, ben je weer terug van de strijd! En ik hoopte nog wel dat je zou vallen door de hand van mijn vorige man. Je pochte altijd dat je zo’n uitmuntende strijder was en de meerdere van Menelaus in behendigheid en kracht. Waarom daag je hem niet nog een keer uit? Of moet ik je waarschuwen je twee keer te bedenken voordat je hem uitdaagt tot een nieuw tweegevecht. Nee, wees voorzichtig, anders bloed je dood met een speer door je hart.

Betoverende Paris

Helena en Hector

Dan zegt Paris: ‘Vrouw, maak mij geen verwijten want Menelaus versloeg me met hulp van Athena. Maar ik heb ook Goden die mij helpen en de volgende keer is het mijn beurt. Kom liever in bed en laten we samen gaan slapen in liefde verstrengeld. Ik heb je nog nooit zo liefgehad als toen ik je wegvoerde uit Sparta en je voor het eerst op het eiland Cranae mocht bezitten. Mijn hart staat in vuur en vlam voor je.’ Hierop zwijgt het tweetal en gaan naar bed waar zij zich ter ruste leggen. Als ze even later wakker worden dringt Helena er kwaad bij Paris op aan dat hij terug moet keren naar de strijd. Paris beseft dat ze gelijk heeft en begint zijn wapenuitrusting op te poetsen. Even later komt Hector, de broer van Paris en aanvoerder van het Trojaanse leger, het slaapvertrek binnenlopen. Die scheldt Paris de huid vol omdat hij niet deelneemt aan de bloedige strijd met de Grieken. Vooral omdat hij degene is die Helena heeft ontvoerd en zo de veroorzaker is van de oorlog.

Berouwvolle Helena

Vol berouw probeert Helena Hector milder te stemmen en zegt: ‘Zwager, ik ben werkelijk niet beter dan een straatmeid, schaamteloos en kwaadaardig. Ik wenste dat een wervelstorm mij weggevoerd of gedood had dat op de dag dat mijn moeder me baarde zodat dit alles niet kon gebeuren. Of dat de Goden mij een betere echtgenoot hadden toebedeeld die enig gevoel had voor de verwijten en verachting van zijn medemensen. Maar hij is nu eenmaal een wispelturige windvaan en zal dat tot zijn dood blijven. Eens zal er een dag komen dat hij daar spijt van krijgt, daar ben ik zeker van. Maar blijf niet staan Hector en neem een stoel. Vooral jij hebt een zware last te dragen vanwege mijn schaamteloosheid en de slechtheid van Paris.’ Hierop reageert Hector: ‘Dank voor je aanbod, Helena, maar ik heb geen tijd en moet snel terug naar de strijd waar de Trojanen mij missen. Maar je kunt wel iets anders voor mij doen. Zorg dat die kerel haast maakt en opschiet om weer deel te nemen aan de oorlog.’ Helena voldoet aan zijn verzoek en even later verlaat Paris zijn huis en gaat Helena weer verder met haar werk aan het weefgetouw.

Laatste strijd

Dood van Hector

Enkele dagen later wordt Hector door Achilles gedood. Als Priamus enkele dagen later het lichaam van zijn zoon naar de stad terugbrengt spreekt Helena bij zijn baar als derde een rouwklacht over Hector uit. ‘Hector, van al mijn zwagers in Troje was je de liefste! Ach, van Paris die mij ontvoerde naar Troje, ben ik de vrouw! Was ik voor die tijd toch maar gestorven! Nog nooit, in al die jaren dat ik weg ben uit mijn land, hoorde ik van jou ooit enig verwijt. Je broers, zussen en andere familieleden in het paleis verachtten mij, behalve jij en je vader. Ook hij was mild en vriendelijk voor mij alsof ik zijn eigen dochter was. Maar jij nam het steeds opnieuw voor mij op als ik veracht en beledigd werd. Dus als ik nu om je huil, huil ik ook voor mijzelf, o rampzalige. In het weidse land van Troje is er nu niemand meer, die het voor me opneemt en me met vriendelijkheid bejegent. Iedereen huivert van afschuw, waar ik ook maar ga of sta.’ Zo jammerde Helena luid en lang, en was zeer bedroefd.

Dood van Paris

Enkele weken later wordt ook Paris gedood tijdens de gevechten en slaakt Helena opnieuw luide jammerklachten. ‘Echtgenoot, je laat me achter in ellende, en ik zie steeds meer dodelijk onheil naderen. Oh, hadden de stormwinden mij maar van de aarde gegrist toen ik met jou meeging! Het moge niet zo zijn. De Goden hebben voor jou en mij de ondergang beschikt. De mannen kijken met afgrijzen naar mij, en alle anderen haten mij! Er is hier nergens een schuilplaats, want als ik naar de Grieken vlucht zullen die mij met kwellingen begroeten. Als ik blijf zullen de Trojanen me insluiten en verscheuren. De aarde zal mijn lichaam niet bedekken, maar plunderende honden en vogels zullen mij verslinden.’ Zo jammerde Helena, en jammerde meer om zichzelf dan om Paris, terwijl ze haar eigen zonden overdacht. Maar deze jammerklachten waren bestemd voor Trojaanse oren terwijl haar gedachten met andere zaken bezig waren.

Huwelijkskandidaten

Nadat Paris gestorven was ontstond er een conflict tussen Helenus 1 en Deiphobus 1, de broers van Paris. Hoewel zij Helena zagen als de oorzaak van alle ellende, vonden ze haar nog steeds een bekoorlijke vrouw en wilden beiden, na de dood van Paris, met haar in het huwelijk treden. Priamus nam daarop een beslissing en gaf Deiphobus 1 de voorkeur en verbond hem in de echt met Helena. Woedend over deze beslissing verliet Helenus 1 teleurgesteld Troje maar werd buiten de muren gevangen genomen door de Griek Odysseus. Helena voelt echter geen enkele liefde voor haar nieuwe man en zint op plannen om terug te keren naar Menelaus.

Odysseus herkend

Op een donkere nacht gaat ze in het geheim naar Antenor 1, de oude en wijze raadgever van Priamus, nadat ze gehoord had dat hij op het punt stond onderhandelingen met de Grieken te voeren. Ze smeekt hem om een goed woordje voor haar bij de Grieken te doen, nu Paris dood was, en kenbaar te maken dat ze bij Menelaus terug wilde komen. Kort daarna komt Odysseus, vermomd als een smerige bedelaar, naar Troje om het Palladium uit de tempel van Athena te stelen. Hij wordt echter herkend door Helena die haar kans schoon zag om bij de Grieken in het gevlei te komen. Ze helpt hem het beeld uit de tempel te stelen en daarna weer uit de stad te komen. Die nacht breekt er ook brand uit in het oude huis van Paris en vinden de vier kinderen van Helena de dood onder het puin toen het dak instortte.

Bedrog van Aphrodite

Enkele dagen later is het Griekse leger verdwenen en hebben ze een groot houten paard, als offer aan Athena, voor de muren van de stad achtergelaten. Uitgelaten van vreugde dat de oorlog is afgelopen slepen de Trojanen het paard binnen de stad en wordt er een gigantisch feest gegeven waarbij de wijn overvloedig vloeit. Op dat moment gaat Aphrodite, die de list van de Grieken wil verijdelen, in de gedaante van een oude vrouw naar Helena en zegt: ‘Geachte vrouwe, uw dappere Menelaus roept u. Hij zit, samen met vele andere dappere Grieken, in het houten paard verborgen. Geef niet langer om de oude Priamus of uw man Deiphobus 1 want ik schenk u nu Menelaus.’ Daarop verlaat Helena samen met Deiphobus 1 het huis om het paard te bekijken.

Het houten paard

Helena en Deiphobus

Als Helen bij de tempel aankomt, blijft ze staan om het enorme houten gevaarte te bekijken en loopt er driemaal omheen. Verlangend om haar man te spreken roept ze zijn naam, en de namen van vrouwen van de andere aanvoerders, maar krijgt ze geen enkele reactie. Door Aphrodite gemanipuleerd zou Helena de list verraden hebben als Athena niet zag wat er gebeurde en, alleen voor Helena zichtbaar, voor haar ogen verschijnt. Woedend stuurt ze Helena weg en zegt: ‘Ellendeling, tot hoever ben je bereid te gaan in je passie die door Aphrodite veroorzaakt werd? Heb je geen medelijden met je ex-man en verlang je er niet naar om je dochter Hermione 1 terug te zien. Help de Trojanen niet en trek je terug in het huis.’ Zo verijdelde Athena een vroegtijdige ontdekking en ging Helena terug naar huis waar ze, uiterst vermoeid, in slaap viel.

Dood van Deiphobus 1

Die nacht komen de mannen in het paard naar heimelijk buiten en begint de vernietiging van Troje. Ze zetten de poorten van de stad open waardoor het leger, dat in het geheim terug was gekomen, ook de stad in kan komen. Brandstichtend en moordend gaan de Grieken vervolgens door de stad en doden alle mannen die ze tegenkomen. De vrouwen worden gevangengenomen en als slavinnen naar de schepen afgevoerd. Tegen de ochtend komen ze ook bij het huis van Helena en Deiphobus 1, die niets van het rumoer hadden gemerkt, en nog op bed liggen te slapen. Menelaus is de eerste die de slaapkamer binnenstormt en Deiphobus 1 naast zijn vrouw ziet liggen. Woedend sleurt hij Deiphobus 1 uit bed en begint wreed op de weerloze man in te slaan. Hij hakt hem oren, armen en neus af totdat er nog slechts een vormeloze hoop vlees over is en Helena gillend van angst de slaapkamer ontvlucht.

Ingrijpen van Aphrodite

Even later vindt Menelaus zijn naakte vrouw in het binnenste van het huis waar ze, bibberend van angst, in een hoek van een kamer op haar ex-man wacht. Woest kijkt hij op haar neer maar Aphrodite beteugelde zijn woede en liet zijn hart volstromen met liefde voor zijn Helena. Hij was niet meer in staat om zijn zwaard in haar nek te leggen, dat kletterend op de grond viel, en vergat alle ellende toen hij naar zijn vrouw keek. Al die tijd keek Helena met haar donkerblauwe ogen naar de woedende Menelaus en zag zijn woede verdwijnen. Als uiteindelijk het zwaard op de grond valt begrijpt ze dat hij haar vergeven heeft en wordt ze vervuld van schaamte voor haar daden. Terwijl een rode blos haar wangen kleurt pakt Menelaus zijn vrouw zwijgend bij de hand en neemt haar mee naar het scheepskamp van de Grieken. Terwijl ze het kamp inloopt staren de Grieken met open monden naar de vlekkeloze schoonheid van Helena en lijkt alle ellende te zijn vergeten die door haar was veroorzaakt.

Hereniging met Menelaus

Opnieuw verliefd

In de tent van Menelaus aangekomen verbreekt Helena als eerste de stilte en zegt: ‘Menelaus, wees alsjeblieft niet boos op mij! Ik verliet niet uit vrije wil jouw huis en bed. Paris rukte mij weg en nam mij mee naar zijn land toen jij van huis was. Ik heb menigmaal geprobeerd om mijzelf op te hangen en ellendig aan mijn eind te komen. Maar ze hielden telkens mijn hand tegen, en spraken kalmerende woorden om mijn verdriet vanwege jou en mijn lieve kind te sussen. Vanwege Hermione 1, onze oude liefde en voor je eigen bestwil, smeek ik je, vergeet je hardvochtige ongenoegen tegen je vrouw.’ Dan zegt Menelaus: ‘Vergeet alle smart en sluit die op in je hart. Wat heeft het voor zin om slechte daden te herinneren?’ Toen doorstoomde vreugde het hart van Helena en vervloog de angst. Ze sloeg haar armen om hem heen, en in hun ogen welden tranen op terwijl ze zachtjes kreunden. Even later liggen ze samen in bed, kwamen oude herinneringen weer boven, en omhelsden ze elkaar in een hartstochtelijke liefde.

Thuisreis

Hoewel er nog enige discussie met de andere aanvoerders ontstaat over Helena krijgt Menelaus hen zover dat hij Helena mee mag nemen naar huis en zij niet gestraft wordt voor haar daden. Als de buit en alle andere Trojaanse vrouwen zijn verdeeld willen de Grieken naar huis terugkeren maar ontstaat er discussie. Omdat de kleine Ajax 2 Cassandra had verkracht in de tempel van Athena voorspellen de zieners dat Athena de Grieken wil straffen en dat het niet veilig is om over zee te reizen. Desondanks besluit Menelaus, met zijn vijf overgebleven schepen, en enkele andere aanvoerders toch uit te zeilen. Bij kaap Sunium worden de schepen van de Grieken overvallen door een geweldige storm en uit koers geslagen. Hierdoor moet Menelaus nog lang rondzwerven en komt in Libya, Phoenicië, Cyprus en Egypte waar hij nog vele kostbaarheden vergaarde. Uiteindelijk keert hij, na een zwerftocht van acht jaar, samen met Helena heelhuids terug in zijn huis in Sparta.

Alternatieve versie

Volgens een enkele mythe werd Helena niet ontvoerd door Paris maar werd zij, op bevel van Zeus, door Hermes naar Egypte gebracht. Daar stelde Zeus haar onder bewaking van koning Proteus 3 en vervaardigde in Sparta een uit wolken vervaardigde schim van Helena die door Paris werd geschaakt. Helena blijft in deze situatie verliefd op haar man Menelaus en treurt hevig dat ze hem niet meer ziet. Na achttien jaar in Egypte te hebben gewoond krijgt Helena van de zieneres Theonoe 2 te horen ze haar man binnenkort weer zal zien. Kort daarna wordt Helena aangesproken door een man in lompen die schipbreuk heeft geleden. Het blijkt Menelaus te zijn die, na afloop van de oorlog, acht jaar heeft rondgezworven met zijn schepen langs de kusten van Noord-Afrika. Helena wordt echter begeerd door koning Theoclymenus 3 en is ze bang dat hij Menelaus zal doden. Daarop doet Helena net of ze bericht heeft gekregen dat Menelaus is verdronken waarna Theoclymenus 3 haar ten huwelijk vraagt. Helena stemt in maar zegt dat ze eerst een offer op zee wil brengen om de dode Menelaus te eren. Theoclymenus 3 stemt, geeft haar een schip, waarna Helena samen met Menelaus wegvaart naar Sparta.

Orestes

Helena

Thuis aangekomen valt Helena haar dochter Hermione 1 in de armen, maar ontdekt ook dat Agamemnon, bij zijn terugkeer, was vermoord door Clytaemnestra, de zus van Helena. Ze krijgen ook van Hermione 1 te horen dat Orestes 2, de zoon van Agamemnon, de moord op zijn vader kort geleden had gewroken door Clytaemnestra te doden. Orestes 2 is bang dat Menelaus hem wil doden voor de moord op zijn broer en bedreigt Helena om zo Menelaus in bedwang te houden. Als Helena, samen met haar dochter Hermione 1, naar Mycene gaat om een plengoffer op het graf van Clytaemnestra te brengen wordt zij gegijzeld door Orestes 2. Maar dan grijpt Apollo, op bevel van Zeus, in en redt Helena uit handen van haar ontvoerders. Want Zeus had voorbestemd had zij, samen met Menelaus, onsterfelijk zouden worden en eeuwig voortleven op de Elyseese Velden.

Telemachus

Maar tot die tijd leefden Menelaus nog lang en gelukkig samen met zijn vrouw Helena die twee jaar later bezoek kregen van Telemachus. Hij is op zoek naar informatie over zijn verdwenen vader Odysseus, die nog steeds niet was teruggekeerd uit de Trojaanse Oorlog. Hoewel ze geen informatie voor de jongen hebben ontvangen Menelaus en Helena hem uiterst gastvrij. Telemachus is ten einde raad en breekt in tranen uit als hij dit bericht hoort. Om hem te troosten zegt Helena dat hij niet moet wanhopen en vertelt hem het verhaal van haar ontmoeting met Odysseus kort voor de val van Troje. Vervolgens doet ze een kruid in zijn drankje waardoor Telemachus even zijn ellende vergeet en die nacht kalm kan slapen.

Geschenken en een boodschap

De volgende dag vertrekt Telemachus weer naar huis en nemen Menelaus en Helena afscheid van hem. Maar hij mag niet eerder vertrekken dan nadat ze enkele kostbare geschenken aan de zoon van Odysseus hebben gegeven. Van Menelaus krijgt Telemachus een prachtige gouden beker en schenkt Helena hem een mooi geborduurde mantel die ze zelf had vervaardigd. 'Dit schenk ik jou cadeau, m'n jongen, als souvenir voor je bruid om die te dragen. Luister vervolgens ook naar de boodschap de die Goden mij vannacht ingaven. Odysseus zal, na veel ontberingen en omzwervingen, terugkeren naar huis.Telemachus veert van geluk op na haar woorden, en keert naar huis terug. Ook Menelaus en Helena keren terug naar huis om samen van elkaar te genieten.

Stambomen:

Zeus Leda / Nemesis Aegeus 1 / Poseidon Aethra 1
Helena Theseus
Iphigenia

Zeus Leda / Nemesis Plisthenes 1 / Atreus Aerope / Cleolla
Helena Menelaus
Hermione 1, Nicostratus, Plisthenes 4

Zeus Leda / Nemesis Priamus Hecabe 1
Helena Paris
Aganus, Bunomus, Corythus 4, Idaeus 3

Zeus Leda / Nemesis Priamus Hecabe 1
Helena Deiphobus 1
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz