Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Helius - Canicula - Sol - Phaethon - Phoebos - Titan 2 - Zonnegod

Zonnegod Helius

Helius, die in het Latijns vaak Canicula of Sol werd genoemd, was volgens de oude Grieken de verpersoonlijking van de zon. Soms wordt hij ook Phaethon of Phoebos genoemd. Er zijn een tweetal versies over zijn ontstaan. Volgens de schrijver Ovidius ontstond hij uit de oorspronkelijke Chaos, samen met Gaea (Aarde), Aether (Heldere Hemel), Hemera 1 (De Dag) en vele andere Oergoden zoals Pontus (Zee). Ovidius omschrijft dit als volgt: Toen zocht Vuur de hoogte, vulde lucht de lagere gebieden, terwijl aarde en zee er onder daalden. De schrijver Apollodorus stelt in zijn Mythologische Bibliotheek echter dat Helius een zoon was van de Titanen Hyperion 1 en Theia. In die situatie had hij nog twee zusters: Eos 1, de Godin van de Dageraad en Selene, de Godin van de Maan.

God van het licht

Als eerste van alle Goden ontdekte Helius het rijtuig waar vier gevleugelde paarden voor konden worden ingespannen. Met dit stralende, door Hephaistus vervaardigde, van goud gemaakte wagenspan rijdt hij elke dag met een grote boog door de hemel en verspreidt met zijn heldere stralen het daglicht over de aarde. Samen met zijn zussen Selene (Maan) en Eos 1 (Dageraad) draagt Helius zorg voor het verschil tussen dag en nacht en wisselen zij elkaar beurtelings af voor hun tocht door de hemel. ’s Morgens stijgt hij daarvoor met zijn druipende paarden in het oosten op uit de oceaan, en daalt hij ’s avonds, na zijn tocht door de hemel, in het westen weer af in de oceaan. Tijdens zijn tocht door de hemel draagt hij een diadeem van talloze stralen op zijn gouden hoofdhelm en heeft hij een van twaalf sterren geweven borstharnas aan.

De vier Seizoenen

Volgens Quintus van Smyrna verwekte Helius bij zijn zus Selene vier dochters die de verpersoonlijking zijn van de vier Seizoenen, Zomer, Herfst, Winter en Lente. Deze vier dochters waren echter trouw aan Zeus en woonden bij hem in zijn paleis op de Olympus, hoewel er echter ook schrijvers zijn die beweren dat de Seizoenen en de Uren in het huis van hun vader Helius woonden. Bij haar verwekt hij ook een zoon Ampelus, het latere speelkameraadje van Dionysus 2, de God van de wijnstok.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Hyperion 1 Theia / Aether
Helius Selene
Ampelus, Uren, Seizoenen

Aex

Net als alle andere Goden is Helius gevoelig voor de pijlen van de Oergod Eros, en raakt hierdoor regelmatig in vuur en vlam voor een mooi meisje waarbij hij voor menig nageslacht zorgt. Zo verwekt Helius kort na zijn ontstaan bij een onbekende Godin de dochter Aega (Aex). Deze Aega was een prachtige vrouw maar had, in tegenstelling tot haar lichaam, een gruwelijke geest waarvoor zij, op verzoek van de andere Titanen, ruim voor de Titanenstrijd, door Gaea in een grot op het eiland Kreta werd opgesloten.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia - -
Helius -
Aega (Aex)

Bedienden

Bij zijn dagelijkse terugkeer in de oceaan wordt Helius opgewacht door Nereus en zijn Nereiden die hem, samen met de Uren, ontdoen van zijn uitrusting en de paarden uitspannen. De van het zweet druipende paardenlijven worden gewassen in de bronnen van de Oceaan nadat zij hen van hun hete pantsers hebben ontdaan. Het geheel wordt enige tijd later weer op de zonneboot (gouden schaal) gezet en vaart Helius met zijn wagenspan weer over de oceaan terug naar het oosten. De oude Grieken gaven Helius een vierspan omdat hij, tijdens de cyclus van een jaar, door de vier veranderende Seizoenen rijdt. Om die reden gaven ze zijn paarden de passende namen: Erythraeus (blozend rood), Actaeon 2 (schitterend), Lampus 6 (brandend) en Philogeus (aardeminnaar).

Huis van Helius

Het huis van Helius staat op lange hoge zuilen dat schittert vanwege het vele goud en koper dat in de gevels verwerkt is, terwijl de toppen zijn afgewerkt met glanzend wit ivoor. De dubbele deuren zijn gemaakt van zilver waarin door Hephaistus de aarde is geciseleerd met daaromheen de Oceaan en daarboven de lucht. In de Oceaan zijn Triton, Proteus 2, Doris 2 en al haar dochters zichtbaar. In dit huis woont Helius samen met Eosphorus de Avondster, Selene, de Uren en de Seizoenen. Over de locatie van het huis verschillen de mythen. Volgens de een bevindt dit zich in het uiterste Oosten en volgens de andere in het uiterste Westen. De meest schrijvers gaan echter uit van de laatste locatie. In dat geval staat het in de buurt van de tuin van de Hesperiden en Atlas die de wereldbol op zijn schouders torst.

Runderen van Helius

Helius heeft zeven kudden runderen van elk vijftig stuks koeien en evenzovele schapen. Ze hebben geen lammeren, maar sterven nooit. De dieren worden gehoed door twee prachtige Nimfen, Phaethusa en Lampetie, die de Nimf Neaera 4 aan Helius baarde. Toen Neaera 4 hen had grootgebracht liet zij hen verhuizen naar het afgelegen eiland Thrinacia om de schapen en koeien van hun vader te hoeden. De jongste dochter, Phaethusa hoedt de schapen en Lampetie de koeien. De vacht van elke koe was wit als sneeuw en op hun koppen prijkten gouden hoorns. Aan het begin en eind van zijn dagelijkse tocht door de hemel kijkt Helius dan ook vaak tevreden naar beneden om zijn prachtige dieren te zien.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia - -
Helius Neaera 4
Phaethusa, Lampetie

Allesziener

Als Zonnegod ziet Helius alles wat er op overdag aarde gebeurt en wordt hij vaak met Apollo geassocieerd. Want Helius had kennis van het verleden, het heden, en wist als God ook wat er in de toekomst zou gebeuren. Maar, hoewel zijn zicht ver is en zijn licht fel, reiken zijn stralen niet tot in de Onderwereld, waar het altijd donker is, en kan hij niet zien wat daar gebeurt.

Rhode 1

Zonnegod Helius en de Nimf Rhode

Helius trouwt nog voor de zondvloed met de Nimf Rhode 1, de dochter van Poseidon en Amphitrite 1, die op het eiland Rhodos leefde, en wordt zo de beschermheer van dat eiland. Bij haar verwekt de Zonnegod zeven zoons, Actis, Ochimus, Cercaphus, Macar, Tenages, Triopas 2 en Candalus. Naast deze zoons komt er ook nog een dochter Electryone die echter op jonge leeftijd al sterft. Helius wordt vooral op dit eiland vereerd, dat ook wel het eiland van de Zon werd genoemd. Hier stond vroeger een bronzen beeld van hem dat minstens 90 voet hoog was.

Wanneer zijn zoons, die net als zijn vele dochters tot de Heliaden gerekend worden, volwassen zijn vertelt Helius hen dat mensen die als eerste aan Athena zouden offeren altijd de aanwezigheid van de Godin zouden voelen. In hun haast om aan de opdracht van hun vader te voldoen, vergeten de broers echter om het vuur onder het offer aan te steken. Daardoor staan de Atheners, omdat het Cecrops 1 wel lukte om als eerste te offeren, altijd in een goed blaadje bij de Godin.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Poseidon Amphitrite 1
Helius Rhode 1
Actis, Ochimus, Cercaphus, Macar, Tenages, Triopas 2, Candalus, Electryone

Phaethon 1

Helius scharrelt eens, door toedoen van Eros, met de Oceanide Clymene 5 en verwekt bij haar een groot aantal kinderen, de zoon Phaethon 1 en de dochters: Aegle 2, Aetheria, Arethusa 5, Dioxippe 2, Helie, Lampetie, Lampethusa, Merope 4, Phaethusa, Phoebe 4. Deze dochters worden, naar hun vader, de Heliaden genoemd. Door Hesiodus wordt Phaethon 1 echter de zoon van Clymenus 6 genoemd, die hij verwekte bij de Oceanide Merope 5.

Toen deze Phaethon 1 van zijn moeder te horen kreeg dat hij een (klein)kind was van Helius, en zijn speelkameraden hem niet geloofden, ging hij op weg naar zijn (groot)vader om uitleg te vragen. Wanneer Phaethon 1 bij het hoge huis van Helius aankomt, gaat hij direct naar zijn stralende vader toe maar blijft hij op enige afstand van hem staan, omdat de lichtgloed van dichtbij niet te verdragen was. Gehuld in een purperrode mantel en op een zetel van smaragd keek Helius naar zijn zoon, terwijl links en rechts de Dag, Maand, Jaar, Eeuwen, Uren en Seizoenen naast hem stonden.

'Wat brengt je hier, jongen,' vraagt Helius aan Phaethon 1, 'mijn zoon, mijn onmiskenbaar eigen kind?' Daarop antwoordde Phaethon 1: 'O vader, licht waar heel de wereld in delen mag. Als ik werkelijk uw zoon ben, wil ik graag een bewijs waardoor ik echt geloof uw zoon te zijn. Verlos mij alstublieft van alle twijfel!' Daarop neemt Helius zijn stralenkroon af en wenkt zijn zoon om dichterbij te komen. Hij omarmt hem en zegt: 'Jij bent mijn zoon en je verdient het niet te worden afgewezen. Nee, je moeder sprak de waarheid. En om alle twijfels weg te nemen, vraag maar wat je wilt en ik beloof dat je het krijgt. Styx, die ik nooit zie maar elke God bij zweert, is mijn getuige.' Zonder bedenken vraagt Phaethon 1 dan om één dag de Zonnewagen met het gevleugelde paardenspan te mogen besturen.

Helius heeft onmiddellijk spijt van zijn toezegging om hem alles te geven waar Phaethon 1 om vroeg maar kan niet weigeren vanwege zijn eed bij Styx. Hij schudt zijn hoofd en zegt: 'Ik zeg je eerlijk dat ik je dit eigenlijk moet weigeren. Je wens is vol gevaren! Je vraagt te grote dingen, Phaethon 1, het past niet bij de krachten van je lichaam en je jonge leeftijd. Je bent een mens, maar wat jij wenst is niet menselijk. Je reikt in je onnozelheid naar meer dan wat zelfs de Goden ooit kunnen krijgen. Niemand heeft voldoende kracht om de zonnewagen te besturen behalve ik! Zelfs Zeus, die zo vervaarlijk woest met bliksems slingert, kan mijn wagen niet mennen, en wie is nu machtiger dan Zeus?'

'Het eerste stuk is steil, waar de frisse paarden in de ochtend moeite mee hebben om langs omhoog te klimmen. Het midden vormt de top van de hemel, vanwaar het hoge zicht op zee en aarde zelfs mij nog dikwijls angst aanjaagt. Het laatste stuk daalt snel en eist een vastberaden stuurman. Zelfs Tethys, die mij beneden opvangt, staat vaak nog angsten uit dat ik voorover val en neerstort. Bedenk ook dat de hemel constant in beweging is en hoge sterren met zich meevoert in een snelle baan. Ik zwoeg daar tegenin en volg mijn baan dwars door hun snelle omgang. Het is een weg vol hinderlagen tussen monsters door. En zelfs als jij je koers weet vast te houden dan kom je toch de gehoornde Stier als tegenstander tegen. En vervolgens de Boogschutter, en de Leeuw met felle kaken, en ook de Schorpioen. Na hem komt de Kreeft, hij is heel anders, maar heeft even scherpe kaken. En dan mijn snelle paarden. Die kun jij nooit beteugelen met hun vurige gemoed.'

De val van Phaethon

'Mijn zoon, wees verstandig, maak mij niet de veroorzaker van jouw dood, en verander nu het nog kan je wens! Om te geloven dat je van mijn bloed stamt, vroeg je mij een sterk bewijs. Ik geef een sterk bewijs, doordat ik bang ben. Door vaderangst betoon ik mij je vader. Kijk hier, kijk in mijn vaderogen! Kon je nog maar dieper kijken, tot in mijn hart, en daar mijn vaderlijke zorgen zien! Maar kijk vooral om je heen, kijk naar die rijke wereld en kies iets uit van al dat moois en groots te land, ter zee en in de lucht. Maar kies dit ene niet, ik smeek je, want dit zou geen gunst, maar een straf zijn, Phaethon 1. Je vraagt mij jou straf te geven! Wat sla je nu, jij dwaas, je armen vleiend om mijn hals? Goed, twijfel niet, je krijgt wat je wenst, ik heb het bij Styx gezworen, maar wens iets dat verstandig is.' Aldus zijn laatste raad. Maar Phaethon 1 blijft hem tegenspreken en zet zijn wensen door, begerig naar dat paardenspan.

Dan brengt Helius zijn zoon naar de gouden wagen met de zilveren spaken. Terwijl Phaethon 1 bewonderend naar het pronkstuk kijkt vertrekt Eos 1, de Godin van de Dageraad, en springt met haar eigen wangenspan de lucht in. De sterren vluchten en Helius smeert het gezicht van zijn zoon met goddelijke zalf in om dat te beschermen tegen de felle hitte. Hij zet hem zijn stralenkrans op het hoofd en zegt verdrietig: 'Luister nog eenmaal naar je vader. Wees spaarzaam met de zweep en gebruik je krachten voor de teugels. Die paarden rennen wel, het is de kunst hun vaart in te tomen. Je baan loopt schuin naar boven met een ruime bocht. Mijdt de Zuidpool en ook de Grote Beer en volg straks de duidelijke karrensporen.'

'De wagen mag niet te hoog of te laag gaan, want Aarde en Hemel moeten evenveel warmte krijgen. Als je te hoog gaat, zullen de woningen van de Goden branden en de Aarde als je te laag gaat. Alleen het pad is veilig. Stuur niet te veel naar links of rechts want dan kom je te dicht bij de Sterrenbeelden. Verder bid ik tot Tyche (Fortuin) dat zij je helpt en betere raad geeft dan je zelf doet. De nacht heeft de kust van het Avondland bereikt en je mag niet langer wachten. Eos 1 straalt, het duister is verjaagd. Hier, grijp de teugels vast, of luister naar mijn goede raad en ga niet. Wil je dit levenslicht nog zien, laat mij het dan verspreiden.' Maar Phaethon 1 wil niet luisteren, bedankt zijn vader, en vertrekt.

Zoals te verwachten ging de tocht volledig mis, wijkt Phaethon 1 van het pad af, waardoor de Aarde volledig verwoest dreigt te worden door de hitte. Er breken overal branden uit en Zeus ziet zich gedwongen om Phaethon 1 met zijn bliksems uit de zonnewagen te slaan. De jongen valt brandend te pletter op Aarde, in de rivier Eridanus (Po). Helius, gepijnigd door verdriet, bedekt zijn hoofd met een zwarte sluier, en is diep in de rouw. Hij haat zichzelf, zijn gloed, het daglicht, en denkt slechts aan zijn gestorven zoon. Hij biedt de wereld zijn ontslag aan waarbij hij zegt: 'Het is genoeg zo. Van het begin af aan heb ik geen rust gekend. Dit werk, zo roemloos en zo eindeloos verricht, staat mij nu tegen. Laat nu een ander maar rondgaan met de Zonnewagen. En als geen van de Goden zoiets aandurft, moet Zeus het maar zelf doen. Als hij mijn paarden ment, gooit hij tenminste niet met zijn bliksems en berooft een vader niet van zijn zoon!' Aldus zijn woorden.

Alle Goden vormen een kring om Helius en smeken hem om niet alles duister te maken. Zeus biedt zelfs excuus aan voor het werpen van de bliksems, maar als opperheerser weet hij ook te dreigen. 'Waar ben je mee bezig, kwaadaardige Titaan,' zegt hij. 'Je bent tot het uiterste gegaan met de Aarde door je wagen aan die domme jongen toe te vertrouwen. Er is daar niets meer dat hij niet op z’n kop heeft gezet. Als ik niet gezien had wat er gebeurde, en hem niet met mijn bliksems had neergehaald, zou er geen mensheid meer zijn overgebleven!' Berouwvol antwoordt Helius: 'Ik was fout Zeus, maar wees niet boos op mij. Die jongen zette mij zo onder druk. Hoe wist ik dat het zo uit de hand zou lopen. Ik hield hem lang tegen en vertelde hem dat hij niet moest gaan. Maar hij huilde en smeekte, en uiteindelijk gaf ik toe. Nu is hij dood en word ik gestraft door mijn verdriet.'

Zeus bedaart en zegt: 'Straf genoeg, inderdaad! Nou, ik vergeef je deze keer. Maar als je ooit weer zondigt, of weer een vervanger zoals hij stuurt, zal ik je tonen hoeveel heter de bliksem is dan jouw vuur. Laat zijn zusters hem begraven bij de Eridanus, waar hij is gevallen. Zij zullen tranen van amber wenen en door hun verdriet in populieren veranderen. En wat jou betreft, herstel de wagen want de as is gebroken, en één van de wielen is verpletterd. Grijp de paarden en stuur zelf. En laat dit een les voor je zijn.' Helius doet wat Zeus hem opdraagt, en jaagt na een dag, zijn dolle, en nog steeds schichtige paarden weer het hemelruim in, bedroefd en razend vanwege de dood van zijn zoon. Later eert hij zijn zoon door hem als ster aan de hemel te plaatsen onder zijn eigen naam.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Oceanus Tethys
Helius Clymene 5
Phaethon 1, De Heliaden: Aegle 2, Aetheria, Arethusa 5, Dioxippe 2, Helie, Lampetie, Lampethusa, Merope 4, Phaethusa, Phoebe 4

Chaos / Hyperion 1 - / Theia - -
Helius -
Clymenus 6

Perseis 1 en Crete 3

Bij de Oceanide Perseis 1 verwekt Helius de kinderen Circe, Pasiphae 1, Aeetes en Perses 2. Volgens een enkele schrijver was Pasiphae 1 geen dochter van Perseis 1 maar van de onbekende vrouw Crete 3 waar Helius deze onsterfelijke dochter bij verwekte.

Als zijn dochter Circe uit het ouderlijk huis in Colchis vertrekt brengt Helius haar in zijn zonnewagen naar het Avondland. Omdat hij dol is op zijn zoon Aeetes mag hij tijdens die rit met zijn vader meerijden om zijn zus uit te zwaaien. Helius schenkt Aeetes ook een span paarden dat snel als de winden over de aarde kan rennen. Veel later, na de Tocht van de Argonauten zou Helius ook een wagenspan, dat werd getrokken door gevleugelde Draken, schenken aan zijn kleindochter Medea 1, het kind van Aeetes, wanneer zij uit Corinthe moet vluchten na de moord op haar kinderen.

Toen de zoon van Helius, Aeetes, koning werd van Colchis, en daar zou heersen als een buitengewoon wrede koning, voorspelde Helius hem dat hij op moest passen voor de doortrapte listen van zijn eigen bloedverwanten en hun samenzweringen moest trachten te ontlopen. Deze waarschuwing bleek niet onterecht gezien wat er gebeurde in Colchis tijdens de Tocht van de Argonauten. Zijn broer Perses 2 werd koning over het Taurische Chersonesus en was net als zijn broer een buitengewoon wrede man. Pasiphae 1 zou later de vrouw van koning Minos van Kreta worden en daar met een stier 1 paren.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Oceanus Tethys
Helius Perseis 1
Aeetes, Perses 2, Circe, Pasiphae 1

Chaos / Hyperion 1 - / Theia - -
Helius Crete 3
Pasiphae 1

Augeas

Ongeveer in dezelfde periode als Perseis 1 deelt Helius ook het bed met Nausidame, de dochter van Amphidamas 5 uit Elis. Bij haar verwekte hij een zoon Augeas die later beroemd zou worden om zijn vervuilde stallen die door Heracles, tijdens een van zijn Werken, gereinigd werden. Deze Augeas zou ook deelnemen aan de Tocht van de Argonauten. Poseidon en Phorbas 3 worden echter ook genoemd als de vader van Augeas.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Amphidamas 5 -
Helius Nausidame
Augeas

Ontvoering van Persephone 1

Als Zonnegod ziet Helius, als enige, de ontvoering van de jonge godin Persephone 1 door de God van de onderwereld Hades, die haar als zijn vrouw wil hebben nadat hij dit met Oppergod Zeus had afgestemd, en haar meesleurt naar zijn rijk in de Onderwereld. Haar moeder Demeter zwierf bedroefd negen dagen lang over de aarde, met brandende toortsen in haar handen, op zoek naar haar dochter. Op de tiende dag komt zij ’s morgens vroeg uiteindelijk bij Helius om hem te vragen of hij weet waar haar verdwenen dochter is gebleven. 'Helius, heb respect voor mij, godin die ik ben. Door de ijle lucht hoorde ik negen dagen geleden de schrille kreet van mijn dochter die ik eens droeg, alsof ze met geweld werd gegrepen. Maar met mijn ogen zag ik niets. Maar jij, die met je stralen vanuit de bovenlucht naar beneden kijkt over heel de aarde en de zee, vertel me eerlijk over mijn lieve kind, als je haar ergens gezien hebt, welke God of sterfelijk mens tegen haar zin en die van mij geweld heeft gebruikt, en daarna maakte dat hij weg kwam.

Zo sprak ze en Helius antwoordde: 'Koningin Demeter, ik zal je de waarheid vertellen. Want ik heb veel eerbied voor je en heb medelijden vanwege je verdriet om je dochter. Geen van de andere onsterfelijke Goden treft de schuld, maar alleen Zeus die haar aan Hades schonk, om zijn vrouw te worden. Hades roofde haar en nam haar luid schreeuwend mee in zijn wagen naar zijn rijk van nevel en duisternis. Maar, Godin, staak je luide klaagzang, bespaar je de moeite, en blijf niet langer kwaad. Hades is geen ongeschikte echtgenoot onder de onsterfelijke Goden voor jouw kind. Hij is je eigen broer en geboren uit dezelfde stam. Hij regeert over het derde deel van de Aarde dat hij kreeg toen er aan het begin een verdeling werd gemaakt en werd benoemd als heer over degenen die daar wonen.' Zo sprak Helius en klakte tegen de paarden. En op dit geluid trokken zij snel het voertuig de lucht in om de dag aan te kondigen.

Gigantenstrijd

Wanneer de Gigantenstrijd uitbreekt kunnen de Giganten alleen gedood worden als er een sterveling met de Goden meevecht. De moeder van de Giganten, Gaea, gaat op zoek naar een kruid waardoor de Giganten ook bestand zijn tegen deze sterveling. Zeus verbiedt daarop Helius, Selene en Eos 1 om die dag hun licht over de aarde te werpen, zodat het donker blijft en het kruid niet kan groeien. Zeus zelf gaat ook op zoek en snijdt alles weg voordat Gaea dat kan doen. Daarna mogen de drie hun licht weer op de aarde werpen.

Na de Gigantenstrijd, op de vlakte van Phlegrae, bedankt Vuurgod Hephaistus Helius voor zijn hulp en schenkt hem een tweetal stieren met bronzen poten en een bronzen bek, waaruit zij felle vlammen bliezen. Hij maakte voor hem ook een ploeg die uit één stuk stevig metaal was gesmeed.

Strijd met Typhon

Aan het einde van de strijd om de macht tussen de Oergoden daagt het monster Typhon Zeus uit. Tussen het tweetal ontstaat een heftige strijd waarbij Typhon alle Olympische Goden en de in de hemel staande sterren aanvalt. Na een lang gevecht weet Zeus uiteindelijk met bevroren buien van hagelstenen, de overwinning te behalen. De ijzige punten steken priemend in het vlees van het monster waarop zijn moeder, Gaea, Helius smeekt om haar zoon te helpen en zijn verwarmende stralen in te zetten om het ijzige water van Zeus te doen smelten.

Zeus en Semele

Wanneer Zeus weer eens op vrouwenjacht is en de nacht met Semele wil doorbrengen, verwenst hij Helius die alles zag. Hij verwijt hem bovendien dat hij jaloers was en de volgende dag weer snel zal opkomen om hen te bespioneren. Zeus smeekt daarna Nyx om de nacht langer te laten duren dan normaal. Deze godin gehoorzaamt aan Zeus en laat drie nachten lang een kegel van duisternis over de aarde hangen waar zelfs Helius niet doorheen kan dringen.

De voorspelling van Zeus

Wanneer Zeus vanuit de hemel ziet hoe Iason, met zijn instemming, aan de Tocht van de Argonauten begint om in Colchis de Gouden Vacht te veroveren spreekt Helius hem aan om op te komen voor zijn zoon Aeetes. 'Opperste Schepper, is dit wat u wilt? Is het onder uw begeleiding en heeft het uw voorkeur dat dit Griekse schip nu op zee vaart? Mag ik nu ook uitbarsten in klachten? Het zijn maar een paar eenvoudige! Hoewel uit angst voor alles en iedereen niemand een hand naar mijn zoon zal durven uitsteken. Ik koos niet voor de weelde van een warm land of de vruchtbare velden van een rijk land. Nee, wij namen met velden genoegen die onderdrukt worden door felle koude en bevroren rivieren. Hoe kan dat vreselijke land, hoe kan de woeste Phasis een belediging zijn voor andere rivieren, of mijn nakomelingen in die verre landen? Waarom is die Griekse vacht een bezit dat met geweld veroverd moet worden? Nee, mijn zoon zou niet instemmen om de krachten te bundelen met de verbannen Phrixus 1 om als een wreker naar de Griekse altaren te komen. Hij overtuigde hem om in een deel van zijn koninkrijk te blijven en schonk hem de hand van zijn dochter, en ziet nu kleinkinderen om hem heen van Griekse afkomst. Verander de koers van dat schip, Zeus, en open de zee niet om mij pijn te doen.

Het schip de Argo

Daarop antwoordde Zeus: 'Al deze zaken zijn door ons in het verleden al bepaald en komen nu op de afgesproken volgorde in beweging, en zijn onveranderlijk vanaf het begin der tijden. Want er waren in geen enkel land afstammelingen van ons aanwezig toen ik de wetten van het lot vaststelde. Daardoor had ik de kracht om rechtvaardig te handelen toen ik een lijn van koningen stichtte die door de eeuwen heen kon heersen. Dus zal ik nu de decreten bekendmaken die ik met mijn voorzienigheid maakte. Het gebied dat zich in het onmetelijke oosten uitstrekt van de zee van de maagd Helle tot aan de Tanais is lang rijk aan paarden geweest en beroemd om haar mannen. En niemand heeft het ooit gewaagd om er in dappere rivaliteit tegen ten strijde te trekken om roem in de oorlog te behalen. Dus heb ik zelf het land en haar lot gekoesterd. Maar haar laatste dagen haasten zich voort en Azië is wankelend op weg naar haar val, terwijl de Grieken bij mij nu hun tijd van welvaart opeisen. Daarom hebben mijn eikenbomen, de drievoeten en geesten van hun voorouders deze groep over zee gestuurd.

'Het is niet alleen de vacht die gedoemd is om wrevel te wekken en de naderende barensweeën van een geschaakt meisje, maar er zal binnenkort van de Ida een herder komen die jammerklachten en verwoesting en een rijke buit voor de Grieken zal teweegbrengen. Ah, wat een strijd zullen jullie zien wanneer de vrijers zich ontschepen van de vloot! Hoe vaak zal Mycene zijn winterse bivak voor Troje betreuren! Hoeveel prinsen, hoeveel zoons van Goden, hoeveel machtige mannen zullen jullie zien sneuvelen, en Azië zal de hoogste prijs betalen! Daarna heb ik besloten om aan de heerschappij van de Grieken een eind te maken, en zullen andere landen kort daarop mijn aandacht vragen. Laat de bergen, bossen, meren en alle barrières van de oceaan zich voor de Argonauten openen. Hoop en vrees zullen voor allen gelijk op dezelfde dag beslist worden.’ Daarop zwijgt Helius en schikt zich in de macht van oppergod Zeus en kijkt zwijgend toe hoe de Argonauten steeds dichter bij het land van zijn zoon komen.

Thyestes 1 en Atreus

Zeus maakt eens met Helius de afspraak om op een dag, wanneer hij dat wenst, zijn baan om te keren en in het oosten onder te gaan. Zeus is namelijk van plan om Thyestes 1 te straffen die met zijn broer Atreus een strijd om het koningschap over Mycene uitvecht. Helius stemt hier graag mee in omdat hij het verafschuwde hoe Atreus de kinderen van zijn broer had geslacht en hem die als maaltijd voorzette. Daarop stuurt Zeus Hermes naar Atreus die hem vertelde dat hij met Thyestes 1 de afspraak moest maken dat Atreus koning zou worden als Helius zijn weg in omgekeerde richting zou afleggen. Toen Thyestes 1 daarin toestemde, ging Helius in het oosten onder. Nadat de god daarmee het bedrog van Thyestes 1 duidelijk had gemaakt, nam Atreus het koningschap over en verbande hij Thyestes 1.

Heracles

Wanneer Heracles, tijdens de uitvoering van zijn tiende werk, zo door Helius wordt verhit schiet hij een pijl op de god af. Helius heeft bewondering voor de held en geeft hem een gouden schaal (zijn zonneboot) waarmee hij de oceaan kan bevaren om de kudde van Geryon te vervoeren. Nadat Heracles de dieren op het vasteland heeft gebracht geeft hij de schaal weer terug aan Helius. Ook bij zijn elfde werk in Libya mag Heracles de gouden schaal van Helius weer gebruiken om een zee over te steken naar de Kaukasus.

Odysseus

Op het eiland Sicilië (Thrinacia) laat Helius zijn kudde grazen. Wanneer Odysseus, tijdens zijn terugtocht naar huis vanuit Troje hier verblijft, omdat hij door windstilte niet verder kan, doden enkele van zijn metgezellen een paar runderen om op te eten. Snel gaat Lampetie naar haar vader om de gebeurtenis aan hem te vertellen waarna Helius zich bij Zeus beklaagt. 'Vader Zeus en de andere eeuwige Goden, straf de mannen van Odysseus, die in hun overmoed mijn runderen slachtten, waarover ik mij steeds verheugde als ik naar de hemel opstijg en daarna weer afdaal naar de aarde. Als zij niet passend gestraft zullen worden, dan duik ik onder bij Hades en ga daar schijnen voor de schimmen’. Daarop antwoordde Zeus hem: 'Mijn beste Helius, blijf schijnen voor de onsterfelijken en op de aarde voor de stervelingen. Ik zal weldra het snelle schip treffen met mijn bliksem en het kort en klein slaan midden op de uitgestrekte zee.Zeus doet zijn belofte gestand en al de mannen van Odysseus komen om het leven, behalve Odysseus zelf die niet had deelgenomen aan de slacht.

Overspel van Ares 1 en Aphrodite

Ares en Aphrodite gevangen

De godin van de liefde, Aphrodite, is getrouwd met de vuurgod Hephaistus. Maar zij is echter verliefd op de oorlogsgod Ares 1 en heeft met hem een geheime verhouding. Wanneer het stel in het huis van Hephaistus voor de eerste keer de liefde bedrijven ziet Helius alles. Onmiddellijk meldt Helius aan Hephaistus wat er gebeurd was. Die zint op wraak en spant een fijnmazig net boven het bed waarin het tweetal had gelegen. Ares 1 en Aphrodite worden bij de tweede keer minnekozen in het net gevangen en door Hephaistus naakt aan alle andere Goden tentoongesteld.

Aphrodite is woedend vanwege het verraad van Helius en neemt wraak. Zij laat Helius verliefd worden op Leucothoe, de dochter van Eurynome 6 en Orchamus uit Perzië. Helius denkt niet meer aan Selene, aan Rhode 1 of Clymene 5, noch aan Perseis 1. Nee, hij denkt zelfs niet meer aan Clytia 3, die hem steeds vraagt het bed met haar te delen, hoewel hij haar niet wil. Leucothoe jaagt elke vrouw uit zijn gedachte weg. En nadat hij zijn dagelijkse tocht door de hemel gemaakt heeft gaat Helius, in de gedaante van haar moeder, de kamer van Leucothoe in, waar zij met haar twaalf slavinnen bezig is om wol te spinnen.

Na een welkomstkus, die is toegestaan tussen moeder en dochter, zegt Helius tegen Leucothoe: 'Ik heb een klein geheim. Laat je slavinnen vertrekken en ons een gesprek voeren.’ De slavinnen gaan de kamer uit en Helius zegt: 'Ik ben de God die ieder jaar een lange baan beschrijft, die alles ziet. Ik ben verliefd op jou, geloof me!’ Ontsteld laat Leucothoe van angst de spoel met wol uit haar handen vallen, maar ook haar schrik flatteert haar. Helius bedenkt zich niet langer, neemt zijn ware vorm en dagelijkse schoonheid aan en het meisje geeft zich, noch wat bevend door zijn plotselinge komst, zonder bezwaar aan goddelijke lust en schoonheid over.

De jaloerse Clytia 3, ze was mateloos verliefd op Helius, verraadt Leucothoe echter aan haar vader die het meisje hardvochtig en levend begraaft in een diepe kuil. Hij bedekt haar met een hoop zwaar zand terwijl ze smekend naar haar vader roept: 'Hij dwong mij.’ En 'Ik moest wel.’ Helius probeert met zijn stralen nog het zand van haar gezicht te vegen en maakt een doorgang. Maar zij, de Nimf, is al niet meer in staat het hoofd op te tillen. Het zand is te zwaar geweest en zij ligt levenloos in haar graf. Helius is uiterst bedroefd en doet nog zijn best om haar koude lichaam nog met de kracht van zijn stralen te verwarmen, maar faalde. Na lang treuren sprenkelt Helius nectar op haar graf en zegt: 'Toch zal je naar de sterren reiken.’ Haar lichaam vloog onmiddellijk weg van de grond en daaruit groeide langzaam een wierrookstruik. Naar Clytia 3 keek Helius nooit meer om en zij stierf van onvervuld liefdesverdriet.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia Orchamus Eurynome 6
Helius Leucothoe
*thersanon

Hoewel Aphrodite zo wraak op Helius had genomen, was zij nog niet tevreden. Ze bleef vijandig gestemd tegenover alle nakomelingen van Helius en liet vijf dochters van Helius, Pasiphae 1, Medea 1, Circe, Phaedra en Dirce een ongelukkige liefde beleven. De dochters Dirce en Phaedra had Helius verwekt bij een onbekend vrouw.

Chaos / Hyperion 1 - / Theia - -
Helius -
Dirce, Phaedra

Orion

Toen de reus Orion, die de geliefde was van Helius’ zus Selene, blind was gemaakt door Oenopion omdat Orion zijn dochter aanrandde, ging die naar Hephaistus. De vuurgod schonk Orion een gids Cedalion 1 die hij op zijn schouders droeg. Zo, over de aarde zwervend, komt Orion met zijn gids bij Helius die hem, vanwege de familieband met Selene, van zijn blindheid geneest. Hierna gaat Orion terug naar Oenopion om wraak op hem te nemen.

Arge

Toen Arge, een jageres die een hert achtervolgde, eens tegen het dier zei: 'Hoewel je net zo snel bent als de Zon, zal ik je toch inhalen.', veranderde Helius haar, uit woede, in een hinde.

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz