Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Heracles - Hercules - Alcaeus 4 - Primigenius

Afstamming en jeugd

Inleiding

Heracles, die in het Latijns Hercules wordt genoemd, is de allergrootste sterfelijke held van de Grieken. In hun mythen is geen mens of God te vinden waarover zoveel verhalen zijn geschreven, en werd hij beroemd om zijn vele wapenfeiten en kracht waarmee hij Griekenland bevrijdde van monsters en bandieten. Heracles was een genereuze man, met een nobel karakter, maar had ook enkele mindere eigenschappen. Zo kon hij in grote woede ontsteken als hij onrechtvaardig werd behandeld en dan, in een vlaag van waanzin, de meest afschuwelijke daden plegen. Vanwege zijn roem werden er vele lofliederen over hem gecomponeerd en probeerde vele Grieken zich erop te beroepen dat ze een afstammeling van hem waren. Daarom lieten de Grieken hem in hun mythen met vele vrouwen het bed delen, waaruit altijd een zoon voortkwam. Vanwege de vele verhalen is er in de mythen menige tegenstrijdigheid te bespeuren en kloppen ook de volgorde van de verhalen vaak niet met elkaar.

Afstamming

Heracles is de zoon van Oppergod Zeus die hij tijdens een lange nacht verwekt bij Alcmene, in de gedaante van haar man Amphitryon. In tegenstelling tot zijn andere veroveringen liet Zeus zich bij de verwekking van Heracles niet leiden door wellust maar wilde hij ditmaal een zoon voortbrengen die zou heersen over heel de bewoonde wereld. Hera, de jaloerse vrouw van Zeus, kon dit zoveelste avontuurtje van haar man niet waarderen, en zon op wraak. Daar zij Zeus niet kon schaden richtte Hera haar woede op Heracles en zou hem tijdens zijn hele sterfelijke leven achtervolgen met allerlei pesterijen. Bovendien zorgde ze ervoor dat het plan van Zeus, om Heracles heerser te maken over heel de wereld, in duigen viel. Zo werd Heracles, na een moeizame bevalling die door toedoen van Hera zeven dagen duurde, in Thebe geboren en noemde Alcmene hem in eerste instantie Alcaeus 4. Op dezelfde dag werd ook zijn halfbroer Iphicles 1 geboren, die één nacht later dan Heracles werd verwekt door Amphitryon, de wettige man van Alcmene.

Borstvoeding van Hera

De borstvoeding van Heracles

Vanwege de dreiging van Hera aan het adres van Alcmene legt de kersverse moeder de kleine Heracles te vondeling op een veld in de buurt van Thebe. Juist op dat moment komt de Godin Athena, in gezelschap van Hera, langs die een wandelingetje maken in de omgeving. Zij ziet de baby liggen op het gras en verbaast zich over de natuurlijke kracht die het kind uitstraalt. Athena pakt Heracles op en, omdat ze zelf nooit moeder is geweest, geeft hem aan Hera om de kleine baby aan haar borst te voeden. Hera heeft niet in de gaten dat het Heracles is, voldoet aan het verzoek van Athena, en begint de hongerige Heracles met grote kracht aan haar tepel te zuigen. Hij deed dit echter met zoveel kracht dat Hera de pijn niet kon verdragen en de baby van zich afwierp. Volgens een enkele legende steeg de melk, die nog uit haar borst spoot, omhoog naar de hemel en werd daar de Melkweg. Heracles had echter wel gedronken van de voedzame melk van Hera en kwam zo aan zijn naam, die letterlijk 'Roem van Hera' betekent. Na dit voorval brengt Athena Heracles terug naar Alcmene en spoort haar aan om het kind groot te brengen.

Slangen in de wieg

Maar Hera vergat niet wat er gebeurd was en stuurt, als Heracles acht maanden oud is, twee enorme slangen op hem af met de bedoeling Heracles te doden. Alcmene ontdekt de slangen en gilt van schrik naar Amphitryon om hulp. Door het gegil van zijn moeder wordt ook Heracles wakker en ziet de twee slangen in zijn wieg liggen. Maar in plaats van bang te worden greep hij met zijn kleine knuistjes de twee slangenkoppen en kneep net zolang tot de dieren stikten en niet meer bewogen. Zo ontdekten beide ouders de enorme kracht van hun kind en besluiten hem een speciale opvoeding te geven, omdat ze wel begrijpen dat Zeus speciale plannen met hem heeft. Dit in tegenstelling tot hun andere zoon, Iphicles 1, die een normaal kind bleek te zijn en, in vergelijking met zijn broer, een zwakkeling was. Vanwege dit kunststukje met de slangen kreeg Heracles als bijnaam Primigenius.

Jeugd

Terwijl Heracles opgroeide tot een uiterst gespierde en krachtige jongeman geven zijn ouders hem bijzondere leraren om Heracles allerlei vaardigheden bij te brengen die hem klaar moeten stomen voor zijn verdere leven. Zo onderwijst Amphitryon hem zelf in het wagenmennen en wordt Castor, een andere zoon van Zeus, aangesteld om hem vaardig te maken in het hanteren van wapens. Maar ook de dief Autolycus 1 werd aangetrokken om hem worstelen te leren en Eurytus 2 om hem in de kunst van het boogschieten te onderwijzen. Volgens een enkele mythe was ook de Centaur Chiron een onderwijzer van Heracles die een uitstekende krijger van hem maakte. Soms veranderde ook Zeus zich van gedaante om met zijn zoon een partijtje te worstelen en zo zijn vorderingen te testen.

Linus 1

Maar ook aan de culturele opvoeding van Heracles werd aandacht geschonken en stelt Amphitryon Linus 1, de broer van de beroemde zanger Orpheus, aan als leraar van Heracles als die naar Thebe komt. Hoewel de rechtschapen Heracles alles doet wat Linus 1 hem opdraagt is hij, met zijn gespierde lichaam geen talent in het zingen en spelen op de lier. Wanneer Linus 1 hem eens een klap geeft, omdat hij iets niet goed deed, kan Heracles zijn woede en frustratie niet bedwingen en slaat met zijn lier Linus 1 op het hoofd. De slag is echter zo hard dat Linus 1 sterft waarna Heracles, op beschuldiging van moord, voor het gerecht wordt gedaagd. Heracles weet zich, geholpen door Athena, vrij te pleiten door een oude wet van Rhadamanthys te citeren. Hierin stond dat iemand die zich verdedigt tegen een ander, die als eerste handtastelijk was geweest, ongestraft blijft.

Veehoeder

Uit angst dat zich nog eens zoiets zou kunnen voordoen stuurt Amphitryon Heracles als veeboer naar zijn kuddes in Thespia. Daar groeit Heracles in de natuur op tot iemand met enorme kracht die door geen sterveling te verslaan was. Bij de eerste aanblik was duidelijk dat hij een zoon van Zeus was door zijn lichaamslengte van vier el, en het vuur dat uit zijn ogen straalde. Hij miste nooit met boogschieten of speerwerpen en raakte elk doel van grote afstand. Vanwege zijn afstamming en vaardigheden schonken de Goden hem allerlei wapens om Heracles onoverwinnelijk te maken. Zo gaf Hermes hem een zwaard, Apollo pijl en boog, Hephaistus een gouden borstpantser, en schonk Athena hem een prachtig kleed om te dragen. Tijdens zijn verblijf bij de kuddes doodde Heracles, op achttienjarige leeftijd, de leeuw van Cithaeron. Die viel regelmatig de kudden aan vanaf de Cithaeron en doodde de runderen van Amphitryon en Thespius.

Koning Thespius

De laatste was koning van Thespia, en Heracles zocht hem op toen hij begon aan zijn jacht op de leeuw. Koning Thespius ontving Heracles vijftig dagen lang gastvrij in zijn huis en was enorm verheugd dat de zoon van Zeus hem van de leeuw wilde verlossen. Uit dankbaarheid liet hij Heracles, als hij terugkeerde van de jacht, elke nacht met één van zijn vijftig dochters het bed delen. Want hij had wel in de gaten tot wat een beroemde man Heracles zou uitgroeien, en wilde graag dat zijn dochters kinderen van hem zouden krijgen. Na vijftig dagen lukt het Heracles om de leeuw te doden en vilde het dier. Daarna keert Heracles terug naar zijn vader in Thebe en laat, zonder dat hij zich dit bewust is, vijftig zwangere meisjes achter die hem negen maanden later elk een zoon zouden baren. Deze vijftig dochters zouden daarna bekend staan als de Thespiaden.

Zeus Alcmene Thespius Megamede
Heracles Vijftig Dochters (Thespiaden)
Vijftig Zoons

De tweesprong

Heracles bij de tweesprong

Tijdens de terugreis komt Heracles op een tweesprong aan, waar twee vrouwen hem tegemoet komen. De ene was een bescheiden vrouw die eenvoudig gekleed ging, terwijl de ander opzichtige kleding aan had en zich hoogmoedig gedroeg. De laatste vrouw sprak Heracles als eerste aan en beloofde hem een aangenaam leven vol plezier en genot als hij haar richting zou kiezen. Vervolgens nam de andere vrouw het woord en vroeg Heracles haar te volgen. Zij beloofde hem geen ijdel en wellustig leven, maar een moeizaam bestaan waarvan de weg bezaaid was met inspanningen en strijd. Haar levenspad was ook veel langer dan dat van de eerste vrouw. Maar aan het eind wachtte hem een roemvolle dood en het respect van de Goden. Als hij beide vrouwen gehoord heeft hoeft Heracles niet lang na te denken en kiest de moeilijke weg om zijn leven te wijden aan het bestrijden van onrecht in de wereld.

Schatting van Thebe

Vlak voor Thebe komt Heracles een aantal bodes tegen die ook onderweg zijn naar de stad om een schatting van honderd runderen op te halen. Deze prijs moest Thebe aan koning Erginus 2 betalen omdat de Thebaan Perieres 2 in het verleden zijn vader Clymenus 2, koning van Orchomenus, had gedood door hem een steen tegen zijn hoofd te werpen op het tempelterrein van Poseidon. Erginus 2 was daarop met een leger naar Thebe opgetrokken en heel veel Thebanen gedood. Uiteindelijk werd er vrede gesloten onder de voorwaarde dat Thebe alle wapens inleverde en twintig jaar lang een schatting van honderd runderen moet betalen. De onverschrokken Heracles ontsteekt in woede als hij dit onrecht hoort en mishandelt de bodes. Hij snijdt hun handen, oren en neuzen af en hing die aan een touw om hun nek. Vervolgens stuurt hij de bodes terug naar Orchomenus, en zegt dat ze die maar als schatting naar Erginus 2 moeten brengen.

Bevrijding van Thebe

Uit woede over deze daad trok Erginus 2 met een groot leger tegen Thebe op en eist dat Heracles aan hem uitgeleverd wordt. Creon 1, de koning van Thebe, ontsteld over de grote macht van Erginus 2, was bereid de schuldige uit te leveren maar Heracles overtuigde de plaatselijke jongemannen van zijn leeftijd om te strijden voor de vrijheid van hun stad. Samen met zijn broer Iphicles 1 haalt Heracles wapenrustingen uit de tempels, die daar als buit van oorlogen door hun voorvaderen aan de muren waren opgehangen als eerbetoon aan de Goden. Zo bewapend gaat Heracles met zijn volgelingen naar buiten om het leger van Erginus 2 tegemoet te treden. Hij zoekt een smalle bergpas uit, waardoor de overmacht van Erginus 2 wegsmolt, en versloeg bijna alle soldaten inclusief Erginus 2. Daarna trekt hij verder naar Orchomenus en steekt de stad in brand. Bovendien damt hij een rivier af waardoor al het land in een meer veranderde, en legt de bewoners daarna een schatting op die tweemaal zo hoog was als zij Thebe hadden opgelegd. Tijdens de gevechten sneuvelt echter wel zijn stiefvader Amphitryon waardoor de overwinning van Heracles enigszins overschaduwd werd.

Huwelijk met Megara

Zegevierend keert Heracles terug naar Thebe waar hij warm welkom werd geheten door de bewoners. Ook koning Creon 1 is hem dankbaar voor zijn daden en schenkt Heracles zijn dochter, Megara, als vrouw. Bovendien behandelt hij Heracles als een stiefzoon en vertrouwt hem vele zaken van de stad toe. Zo blijft Heracles met Megara in Thebe wonen en wordt bij Megara vader van vier zoons met de namen Therimachus, Ophites, Creontiades en Deicoon 2. Vanwege de hulp die de bediende Galanthis aan zijn moeder Alcmene had geschonken tijdens de bevalling, maakt Heracles van haar een beeld en zet dat voor zijn huis. Als eerbetoon schenkt hij het beeld regelmatig offers om zo indirect ook zijn moeder te eren. Hoewel Hera zich tijdens de jeugd van Heracles rustig had gehouden, is ze het nu zat om te zien hoe de roem van Heracles steeds groter wordt, en besluit in te grijpen en de God van de Waanzin op Heracles af te sturen.

Zeus Alcmene Creon 1 Eurydice 9
Heracles Megara
Creontiades, Deicoon 2, Ophites, Therimachus

Waanzin

Waanzin van Heracles

De God gaat naar Thebe, waar Heracles samen met zijn kinderen op dat moment net een offer aan het voorbereiden was, en grijpt hem bij zijn oor. Dan blijft Heracles plotseling stokstijf staan, beginnen zijn ogen wild door hun oogkassen te draaien, en begon er schuim van zijn lippen te druipen in zijn baard. Verbaasd kijken de kleine jongens naar hun vader die onverstaanbaar in zichzelf mompelt en vreemde stuiptrekkingen begint te maken. Vervolgens loopt Heracles doelbewust op zijn boog af en schiet één voor één zijn zoons een pijl door het hart. Terwijl de kinderen sterven roepen ze jammerend om hun moeder en kijken hun vader smekend en vol onbegrip in zijn waanzinnige ogen. Als Heracles vervolgens op Megara af wil gaan grijpt Athena in en werpt een groot rotsblok tegen zijn borst. Door de klap valt hij bewusteloos op de grond, waar Athena hem in slaap brengt, en de bedienden Heracles snel met zware kettingen boeien zodat hij niet nog meer ellende kan uitrichten.

Boetedoening

De volgende ochtend wordt Heracles wakker, is zijn waanzin over, en ontdekt dat hij gebonden op de vloer ligt. Hij probeert te bedenken wat er is gebeurd en kan zich alleen herinneren dat hij strijd heeft geleverd met een aantal vijanden. Als hem verteld wordt dat hij zijn eigen kinderen heeft gedood vervalt hij tot ongekende wanhoop en jammert verschrikkelijk. Radeloos besluit Heracles uiteindelijk om vrijwillig in ballingschap te gaan, zodra zijn kinderen waren begraven, en verlaat Thebe en Megara. Ellendig en jammerend zwerft hij door de heuvels en komt zo bij koning Thespius. Die reinigt Heracles ritueel van de moorden en adviseert hem naar Delphi te gaan om de God te vragen waar hij moest gaan wonen. Daar gaf het orakel Heracles opdracht om in Tiryns te gaan wonen en als boetedoening in dienst te treden bij koning Eurystheus. Om volledig van zijn bloedschuld verlost te worden moet Heracles in opdracht van de koning tien opdrachten uitvoeren zonder hierbij de hulp van een mens in te mogen roepen. Maar als beloning zal aan Heracles onsterfelijkheid geschonken worden als hij de taken tot een goed eind weet te brengen.

De eerste vier opdrachten

Inleiding

Zo trekt Heracles bedroefd maar met een dapper hart naar Tiryns om zich nederig bij koning Eurystheus te melden. Maar Zeus liet zijn zoon niet in de steek en gaf Athena opdracht om Heracles in de gaten te houden en hem te steunen als hij in ernstige problemen dreigt te komen. Gelijktijdig gaat Hera naar Eurystheus en geeft hem opdracht om de meest onmogelijke opdrachten te bedenken die Heracles moet uitvoeren. Nachtenlang broedt Eurystheus allerlei snode plannen uit en bedenkt taken die een normale sterveling al snel het leven gekost zouden hebben. Want ook hij begrijpt dat deze sterke zoon van Zeus niet eenvoudig klein te krijgen is, en was hij bang om zich de woede van Hera op de hals te halen als hij eenvoudige taken aan Heracles oplegt.

Leeuw van Nemea

Heracles krijgt als eerste opdracht de taak om een onkwetsbare leeuw te doden die de omgeving van Nemea teisterde. Dit beest had een enorme omvang en kon vanwege zijn ondoordringbare huid niet gedood worden door ijzer, steen of brons. De leeuw, die was grootgebracht door Hera, huisde in een hol op de berg Tretus, dat diep in de rotsen doorliep, en aan de achterzijde een tweede toegang had. Vanuit dit hol lag het monster meestal op de loer naar passanten om die snel met zijn klauwen te grijpen en met zijn grote muil te verscheuren. Maar ook buiten zijn hol, in de omgeving van Nemea, joeg de leeuw op mensen en droeg er zo zorg voor dat mensen uit Apaesus en Tretos met grote angst hun huizen verlieten.

Molorchus

Zodra Heracles zijn taak vernomen had ging hij op weg om de leeuw te vagen en vroeg zich onderweg af hoe hij het dier moest doden. In Cleonae wordt hij gastvrij ontvangen door de arme dagloner Molorchus. Toen die een offerdier wilde slachten zei Heracles hem daarmee dertig dagen te wachten en het dan, als hij veilig terugkeerde, aan Zeus te offeren. Maar als hij niet terug zou keren van de jacht moest Molorchus hem als Halfgod vereren, hij was uiteindelijk een zoon van Zeus, en het dier als dodenoffer aan hem opdragen. Dan reist Heracles verder en begint aan zijn zoektocht naar de woeste leeuw. Volgens de schrijver Nonnus verwekte Heracles in die periode, bij een onbekende vrouw uit Cleonae, zijn zoon Agylleus, en trok daarna verder naar Nemea.

Zeus Alcmene - -
Heracles -
Agylleus

Jacht op de leeuw

Na vele dagen zoeken ontdekt Heracles de leeuw als dit dier buiten zijn hol op jacht is, en schiet een pijl op hem af. Dan ontdekt hij dat dit geen effect heeft vanwege de onkwetsbare huid van de leeuw. Vervolgens snijdt hij uit een oude olijfboom een zware houten knots en achtervolgt daarmee het beest over de vlakte. Na enig zoeken treft hij het dier weer aan en deelt een paar rake klappen uit. Door de onkwetsbare huid overleeft de leeuw ook deze aanval maar vlucht van schrik zijn hol in. Vol strijdlust achtervolgt Heracles het dier en ontdekt al snel dat het hol twee ingangen heeft. Snel blokkeert hij de één met een zwaar rotsblok, en kruipt door de ander naar de leeuw. In de krappe ruimte van het hol kan de leeuw niet meer vluchten en ontstaat er, onder veel gegrom, een wilde worsteling. Uiteindelijk weet Heracles zijn sterke handen om de keel van het monster te leggen en knijpt net zo lang totdat het beest stikt en het bloed uit zijn muil borrelt.

De huid van de leeuw

Heracles sleept vervolgens door de nauwe gang het dode beest naar buiten om de prachtige huid te bekijken. Hij besluit om het dier te villen en de huid als mantel te gebruiken waarbij de opengesperde muil prima als helm fungeerde. Met dit pantser, dat zijn grote lichaam volledig bedekte, begint Heracles aan de terugweg naar Tiryns en komt opnieuw bij Molorchus aan. Die stond op het punt het afgesproken dodenoffer te brengen, omdat de dertig dagen waren verstreken. Samen brengen ze een dankoffer uit aan Zeus waarna Heracles op weg gaat om de dode leeuw aan Eurystheus te tonen. Verbijsterd over zijn moed verbood de angstige Eurystheus hem ooit nog in de stad in te komen, en de resultaten van zijn opdrachten buiten de stadspoorten te tonen.

Hydra van Lerna

Heracles en de Hydra van Lerna

Als tweede werk gaf Eurystheus aan Heracles opdracht om de Hydra te doden. Dit monster had zijn hol in de buurt van de moerassen van Lerna en verscheen vaak op de vlakte om het vee en land van de boeren te vernietigen. De Hydra had een reusachtig lichaam met negen koppen waarvan er één onsterfelijk was. Bovendien was het dier zo giftig dat ze met haar adem mensen kon doden die passeerden terwijl ze in haar hol sliep. Zo wordt Heracles door Eurystheus voor de tweede keer met een onmogelijke opdracht op pad gestuurd, die door Hera bij was Eurystheus ingefluisterd. Om tijdens de reis wat gezelschap te hebben vraagt Heracles aan zijn halfbroer Iolaus 1 om als wagenmenner met hem mee te gaan. Zo komen ze samen in Lerna aan waar Iolaus 1 de paarden laat stoppen en Heracles op zoek gaat naar het monster.

Krab van Hera

Hij vindt het hol van de Hydra bij de Bron van Amymone en bedenkt een plan om het monster naar buiten te jagen. Hij geeft een brandende toorts aan Iolaus 1, waar hij zijn pijlen mee in brand steekt, en schiet die naar de Hydra om haar zo te dwingen naar buiten te komen. Zodra het monster naar buiten komt grijpt Heracles haar vast en slaat met zijn knots naar de koppen van het dier. Maar elke keer dat hij een kop afsloeg groeide er onmiddellijk twee nieuwe koppen uit de wond, en kronkelt de Hydra zich met haar lichaam steeds vaster om zijn voeten. Bovendien kreeg ze steun van een enorme krab, die door Hera was gestuurd, en met dodelijke kracht in zijn voeten kneep. Met veel inspanning weet Heracles zich uiteindelijk uit de omhelzing van de Hydra te bevrijden om daarna eerst de krab met zijn knuppel dood te slaan.

Dood van de Hydra

Hijgend van de inspanning staat hij even later naast Iolaus 1 om een plan te bedenken hoe hij het monster de baas kan worden. Dan fluistert Athena hem enkele aanwijzingen in en geeft Heracles opdracht aan Iolaus 1 om met zijn fakkel, zodra hij een kop van de Hydra had afgeslagen, de wond direct dicht te schroeien zodat er geen nieuwe koppen konden aangroeien. Opnieuw gaat Heracles met zijn knuppel op het monster af met Iolaus 1 in zijn kielzog. Het plan lukt en Heracles slaat één voor één de koppen af terwijl de nekken worden dichtgeschroeid door Iolaus 1. Als laatste hakt hij de onsterfelijke kop af en lag er, naast de weg naar Lerna, een zwaar rotsblok bovenop. Zo sterft het monster en snijdt Heracles haar buik open om zijn pijlpunten in de gal te dopen, om die net zo giftig als de Hydra te maken. Het tweetal keert tevreden terug naar Tiryns waar Eurystheus het werk afkeurde omdat Heracles zich had laten helpen door Iolaus 1. Dus moet Heracles elf opdrachten uitvoeren in plaats van de oorspronkelijke tien.

Hinde van Cerynië

Dan geeft Eurystheus Heracles opdracht om in de heuvels van Arcadië een hinde te vagen. Dit was niet zozeer een gevaarlijke opdracht maar evengoed bijna onmogelijk. Het dier, dat Hera voor dit doel had laten ontsnappen, was gewijd aan Artemis en zou grote woede bij de Godin opwekken als een sterveling het probeerde te doden. Bovendien was de hinde zo schuw dat het al gevlucht was voordat een mens maar een beetje in de buurt kwam. Het dier kon bovendien met grote snelheid rennen, had gouden hoorns, en leefde in de heuvels van Oenoe in Cerynië. Daar maakte ze het leven van de boeren in Argos zuur door met haar hoeven de wijngaarden te vernietigen, en waren die ten einde raad omdat ze het hert niet konden vangen. Opnieuw vertrekt het tweetal voor de opgelegde taak en geeft Heracles Iolaus 1 opdracht om zich op geen enkele wijze met de jacht te bemoeien.

Interventie van Artemis

Godvruchtig als hij is wil Heracles het dier niet doden of verwonden, en is scherpzinnigheid van geest belangrijker dan de kracht van zijn lichaam. Hij jaagt een jaar lang op de hinde, haar telkens opjagend zonder het enige rust te gunnen. Uiteindelijk weet hij het vermoeide dier bij de rivier Ladon te vangen in zijn netten, maar stuit dan op de Godin Artemis. Ze wil het dier van hem afpakken terwijl ze Heracles verwijt dat hij haar geliefde hinde wil doden. Daarop voert Heracles tot zijn verdediging aan dat hij door Eurystheus gedwongen is om de hinde te vangen. Bovendien belooft hij Artemis het dier niet te doden en, zodra hij het aan Eurystheus heeft laten zien, weer vrij te laten. Dit sust de woede van Artemis en mocht Heracles de hinde, op zijn schouders dragend, naar Eurystheus brengen om zijn opdracht tot een goed eind brengen.

Everzwijn 4 van Erymanthus

Als vierde werk kreeg Heracles van Eurystheus opdracht om een Everzwijn 4 levend bij hem te brengen. Het reusachtige dier had zijn leefgebied in het gebergte van Erymanthus in Arcadië en teisterde van daaruit de omgeving van Psophis. Met zijn enorme slagtanden woelde hij de grond om, op zoek naar eten, maar schroomde niet om ook mensen aan te vallen om als maaltje te dienen. Deze opdracht was buitengewoon moeilijk omdat het Everzwijn 4 enorm wild en sterk was, en precies op het juiste moment gevangen moest worden. Want als hij werd losgelaten, terwijl het zijn kracht nog bezat, dan was de jager verloren en werd steevast door het Everzwijn 4 gedood. Zo vertrok Heracles weer met zijn wagenspan en ging op weg naar Arcadië.

Ontvangst bij Pholoe

Heracles in gevecht met de Centauren

Onderweg naar het Everzwijn 4 wordt Heracles, bij de berg Pholoe, gastvrij ontvangen door de Centaur Pholus 1. Die biedt hem een maaltijd aan, en opent daarbij een zeer oude kruik wijn. Deze wijn was daar door Dionysus 2 achtergelaten met de opdracht om pas geopend te worden als Heracles naar zijn hol kwam. Als Pholus 1 de kruik opent drijft de zoete geur naar de woningen van naburige Centauren die gek werden van begeerte. Ze snellen allen hun woning uit, gaan naar de grot van Pholus 1, en rukken hem de kruik uit handen. Pholus 1 trekt zich bang terug, maar Heracles kan het onrecht niet aanzien en gaat de strijd met deze sterke paardmensen aan. Terwijl ze pijnbomen en grote rotsblokken naar hem smijten schiet Heracles de ene pijl na de andere op hen af en weet de Centauren uit de grot te verdrijven. Buiten gaat de strijd verder en worden vele Centauren door Heracles gedood terwijl hij onverstoorbaar en zonder angst met hen worstelt en pijlen blijft afschieten.

Bezoek aan Chiron

Uiteindelijk slaan de paardmensen op de vlucht maar blijft Heracles hen opjagen. Hij geeft de achtervolging pas op in Malea, waar zijn oude leraar Chiron woont, en besluit een bezoek aan hem te brengen. Chiron, die op dat moment de kleine Achilles als leerling in huis heeft, ontvangt Heracles gastvrij en ze gebruiken samen de maaltijd. Tijdens het eten vertelt Heracles wat er gebeurd is en vraagt Chiron zich af hoe die kleine pijlen zulke grote wezens als de Centauren konden doden. Als hij een van de pijlen uit de koker van Heracles pakt valt een andere op zijn voet en maakt een klein wondje. Het gif van de Hydra begon onmiddellijk zijn werking te doen maar kon Chiron niet doden omdat hij onsterfelijk is. Wel lijdt hij ondraaglijke pijnen en probeert Heracles hem te helpen maar staat machteloos tegenover het gif. Uiteindelijk vertrekt Heracles en belooft zijn leermeester een oplossing te zoeken voor het gif.

Vangst van het Everzwijn 4

Heracles keert terug naar de grot van Pholus 1, waar zijn wagen nog staat, en treft hem dood aan naast een andere dode Centaur. Pholus 1 was na het vertrek van Heracles begonnen met het begraven van de dode Centauren maar verwondde zich aan de weerhaak van een pijl toen hij die uit een lichaam trok. In tegenstelling tot Chiron was Pholus 1 niet onsterfelijk en stierf, net als zijn soortgenoten, een pijnlijke dood. Bedroefd begraaft Heracles zijn vriend aan de voet van de berg en ging op weg naar Erymanthus om de opdracht van Eurystheus uit te voeren. Zodra hij het monster had gevonden joeg Heracles het dier, met luid geschreeuw, uit het kreupelhout de bergen in waar een dik pak sneeuw lag. Daar blijft hij het Everzwijn 4 opjagen en spant op diverse plekken netten om hem levend te vangen. Uiteindelijk ving hij het uitgeputte die met een strik en droeg het op zijn schouders naar Eurystheus. Die had zich uit angst voor het dier in een bronzen kruik verstopt, maar dit weerhield hem er niet van om een nieuwe opdracht aan Heracles te geven.

Hylas

Door al het zwoegen met het levende Everzwijn 4 op zijn rug had Heracles echter een enorme honger gekregen en ziet in Argos, in het gebied van de Dryopen, op dat moment Theodamas 1 druk doende om zijn land te ploegen. De ploeg werd getrokken door twee vette ossen waardoor bij Heracles het water in de mond begon te lopen. Om zijn honger te stillen vraagt hij beleefd aan Theodamas 1 om één van die twee dieren voor hem te slachten. Theodamas 1 weigert echter botweg het verzoek van Heracles in te willigen, en overtrad zo de wetten van Zeus betreffende gastvrijheid. Hierdoor slaat de woede toe bij Heracles die zonder mededogen Theodamas 1 doodslaat. Vervolgens slacht hij één van de ossen, roostert die boven een vuur, en eet het dier in een keer volledig op. Zodra hij klaar is met zijn maal valt zijn oog op de zoon van Theodamas 1 die hem met angstige ogen staat aan te kijken. Het hart van Heracles staat onmiddellijk in vuur en vlam voor de beeldschone jongen en besluit om hem, als zijn wapenknecht, mee te nemen bij de uitvoering van zijn opdrachten.

Zeus Alcmene Theodamas 1 / Ceyx Menodice / Alcyone 1
Heracles Hylas
-

Tocht van de Argonauten

Inleiding

Maar voordat Heracles deze opdracht tot uitvoer kan brengen klinkt door Griekenland de oproep van Iason uit Iolcus. hij is op zoek naar vijftig dappere jongemannen die hem willen vergezellen op zijn tocht naar Colchis in Klein-Azië om daar de Gouden Vacht van koning Aeetes te veroveren. Zonder Eurystheus van zijn besluit op de hoogte te stellen gaat Heracles naar Iolcus waar de jongemannen zich verzamelen om zich aan te melden bij Iason. Samen met de kleine Hylas, die met zijn kleine benen dapper achter hem aan marcheerde, en blij was dat hij de wapens van de held mocht dragen, gaat het tweetal op weg om zich aan te melden voor de Tocht. Zo komen ze in Iolcus aan waar ze, samen met vijftig andere jongemannen, wegvaren met het schip de Argo. Vanwege die naam werd de avontuurlijke reis aangeduid als de Tocht van de Argonauten.

Keuze van de leider

Aan het begin van de tocht stelt Iason voor dat de mannen een leider moeten kiezen. De Argonauten loerden naar de dappere Heracles, die in hun midden zat, en schonken hem met één kreet het commando aan. Maar hij bleef zitten, hief zijn rechterhand omhoog en zei: ‘Schenk mij deze eer niet, want ik aanvaard die niet, en zal ook ieder ander ervan weerhouden op te staan en mee te dingen. Wie mannen samenbrengt moet zelf hun leger leiden!’ Zo sprak hij zelfbewust, en iedereen stemde in met zijn voorstel. De strijdlustige Iason ging vol vreugde staan en hij sprak uit wat allen wensten: ‘Als jullie mij die functie willen toevertrouwen, moet niets en niemand ons vertrek nog in de weg staan! Laten we aan Apollo een offer brengen en daarna een maaltijd bereiden. Want in een orakel heeft de God mij toegezegd dat hij mij de wegen over zee zal wijzen, mits ik maar met offergaven aan hem begin bij het doorstaan van deze krachtproef.’ Daarop slacht Heracles, samen met Ancaeus 1, twee stieren die hij doodde door met zijn knots hun koppen in te slaan. Zo vertrok de Argo, met de grote Heracles op de middenbank, en roeien de jongemannen de haven van Iolcus uit

Lemnos

de vrouwen van Lemnos en de Argonauten

Ze kiezen als eerste tussenstop het eiland Lemnos uit waar alleen vrouwen woonden die, door toedoen van Aphrodite, in het verleden alle mannen op het eiland hadden vermoord. Nu smachten ze echter weer naar mannen en worden de Argonauten hartelijk welkom geheten. Alle jongemannen gaan naar het dorp van de vrouwen, maar blijven Hylas en Heracles achter bij het schip. Daar brengt het tweetal enkele genoeglijke weken samen met elkaar door terwijl de andere Argonauten zich met de vrouwen van Lemnos vermaken. Maar als ze hun vertrek keer op keer uitstellen is Heracles het zat en spreekt de mannen snauwend toe: ‘Zijn jullie gek geworden of zitten jullie verlegen om een huwelijk? Wensen jullie hier als boeren te leven en het land te ploegen? We verwerven bepaald geen roem als we ons hier bij die vrouwen verschuilen. De vacht komt niet heus vanzelf naar ons toe!' Zo schold hij de mannen uit en durfde niemand van hen hem aan te kijken. Ze voelen zich beschaamd door zijn woorden en besluiten onmiddellijk te vertrekken van het eiland.

Oponthoud in Troje

Aan het eind van de dag bereiken ze Klein-Azië waar ze in Dardanië, bij de oever van Sigeum, aan land gaan om te rusten en een maaltijd te bereiden. Terwijl Heracles, samen met Theseus en Telamon, langs de kust loopt horen ze plotseling een onzichtbare stem de Goden smeken. Vol verbazing lopen ze verder en zien dan een meisje hoog op de kust staan dat is vastgebonden aan een groot rotsblok. Vlakbij staat een menigte mensen die echter niets doen om het meisje te verlossen. Heracles besluit onmiddellijk het meisje uit haar benarde positie te verlossen en vraagt, als hij bij het huilende meisje aankomt: ‘Meisje, hoe heet je, en wie is je familie? Waarom ben je hier aan de rotsen vastgebonden, vertel me, wat is er aan de hand?’ Bibberend en met neergeslagen ogen begint het meisje te vertellen.

Het verhaal van Hesione 2

U ziet hier het offer van mijn vader, koning Laomedon 1 van Troje, en mijn naam is Hesione 2. Er brak een plaag uit in ons land waardoor vele mensen stierven. Want Poseidon stuurde een monsterlijk groot zeemonster 2 uit de golven om ons land te teisteren. Dat doodde vele mensen en alle gewassen die op het land stonden waardoor er nu een grote hongersnood heerst. Het orakel gaf aan dat wij alleen van het zeemonster 2 verlost konden worden als er aan hem een jonge maagd geofferd zou worden. Het lot wees mij aan en werd zo tot de dood gedoemd.’ Even later komt ook koning Laomedon 1 naar de plek en smeekt Heracles zijn dochter te redden van de dood, en het monster te doden. Als beloning belooft hij Heracles zijn sneeuwwitte paarden te schenken als hij slaagt. Laomedon 1 is nog niet uitgesproken of er klinkt in zee een enorm gebrul en komt het monster vanuit de verte aanzetten.

Strijd met het zeemonster

Zodra het zeemonster 2 in de buurt van de kust komt pakt Heracles zijn boog en vuurt een wolk van pijlen op hem af. Maar het monster, met een muil van driedubbele tanden op zijn kronkelende nek, is ongevoelig voor het gif van de Hydra en gaat woedend op Heracles af. Die scheurt dan grote blokken steen van de rots af en werpt die naar de kop maar ook dat heeft geen enkel resultaat. Dan pakt Heracles zijn zware knots in zijn sterke handen en wacht aan het strand kalm de komst van het zeemonster 2 af. Zodra hij binnen armlengte is laat hij een regen van slagen neerdalen op de kop van het beest dat hem woedend probeert te bijten. Maar Heracles weet elke aanval van de flikkerende tanden te ontwijken, terwijl hij de kop blijft bewerken met enorme uithalen van zijn knots. Onder deze voortdurende aanval begint uiteindelijk het licht in de felrode ogen te doven en zakt het zeemonster 2 dood neer in de golven.

Laomedon 1

Heracles en Hesione

Triomfantelijk keert Heracles terug naar de rots waar Hesione 2 was vastgebonden en bevrijdt de handen van het meisje uit haar boeien. Haar in zijn machtige armen dragend loopt Heracles naar koning Laomedon 1 en geeft hem zijn levende dochter terug. Met een grimmige en verraderlijke blik in zijn ogen dankt Laomedon 1 Heracles uitbundig voor de redding van zijn dochter en nodigt Heracles en zijn tochtgenoten uit om naar zijn paleis te komen om de beloning in ontvangst te nemen en de paarden te bewonderen. Maar terwijl hij dit zei bedacht Laomedon 1 stiekem hoe hij Heracles in zijn kamer kon doden als hij lag te slapen. Dan zegt Heracles: ‘Onze reis, beste koning, duldt geen verder uitstel en wij moeten naar Scythië om de opdracht te vervullen die ons werd gegeven. Maar binnenkort zullen wij terugkeren en dan het geschenk meenemen dat u mij hebt beloofd.’ Daarop neemt Heracles afscheid van de koning en keert samen met Telamon terug naar de Argo om weer het ruime sop te kiezen.

Aanval van de Aardezonen

Wanneer de Argonauten aankomen bij de Dolionen, en de volgende dag de 'Berg der Beren' beklimmen, stormen de Aardezonen van de berg omlaag en versperren met ontelbare rotsblokken de monding van de haven. Maar Heracles, die hier met enkele Argonauten op wacht stond, spande onmiddellijk zijn boog waardoor vele Aardezonen één voor één in het stof vielen. Daarop pakken de overige Aardezonen scherpe rotsen op en smijten die naar het schip. Ook deze vreselijke monsters had Hera hier laten ontstaan als extra krachtproef voor de zo gehate Heracles. Maar kort daarop keerden de andere Argonauten terug en gingen op de Aardezonen af om ze te doden. Dan is de strijd snel afgelopen en keert de rust rond het schip weer terug.

Nachtelijke strijd

De volgende ochtend nemen de Argonauten afscheid van de gastvrije Dolionen en zeilen met een gunstige wind de zee weer op. Maar ’s nacht begon er een harde tegenwind te waaien die hen terugdreef naar de plek waar zij ’s morgens vertrokken waren zonder dat ze dit in de gaten hadden. Door de duisternis hebben ook de Dolionen niet in de gaten dat de Argonauten teruggekeerd zijn en dachten dat zij door Pelasgen werden overvallen. Er ontbrandt een felle strijd op leven en dood waarbij Heracles Admon, Telecles en Megabrontes van de Dolionen doodde. Ook de andere Argonauten doden vele Dolionen en bemerken hun vergissing pas bij het krieken van de dag. Dan wordt de strijd onmiddellijk gestaakt en vele dode Dolionen begraven. Met veel verontschuldigingen trekken de Argonauten enkele dagen later bedroefd verder en heerst er een bedrukte stemming aan boord.

Aankomst in Mysië

Om het moreel een beetje te verbeteren besluiten de Argonauten een roeiwedstrijd te houden wie dit het langste kon volhouden terwijl er op volle kracht geroeid werd. Net als alle andere Argonauten gaat Heracles aan de riemen zitten en, eerzuchtig als hij is, besluit om zich van zijn beste kant te laten zien. Met zijn enorme kracht trekt hij als een bezetene aan de riemen en moeten de andere al snel in hem zijn meerdere erkennen, terwijl de een na de ander opgeeft. Uiteindelijk is Heracles de enige die nog aan de riemen zit en gaat door het grote schip voort te roeien terwijl hij roept: ‘Wie weerstaat deze golven van mij?’ Daarbij trekt hij met zoveel kracht dat de roeiriem breekt en Heracles achterover tuimelt op een van zijn vrienden. Beteuterd kijkt hij naar de restanten van zijn roeispaan terwijl hij overeind krabbelt. Als kort daarna de avond invalt, besluiten ze aan land te gaan om te eten en een nieuwe roeispaan voor Heracles te maken.

Verdwijning van Hylas

Hylas en Dryope

De Argonauten worden wederom gastvrij onthaald, ditmaal door de Mysiërs, en krijgen van hen een gastmaaltijd voorgeschoteld. Maar Heracles wil eerst een nieuwe roeiriem hebben en gaat samen met zijn geliefde Hylas het bos in om een geschikte boom uit te zoeken. Maar dan grijpt Hera in, die wil dat Heracles weer aan het werk gaat voor Eurystheus, en stuurt de Nimf Dryope 3 op de kleine Hylas af. Die verandert zich in een hert waar Hylas, zonder dat Heracles het merkt, achter aan gaat en zo van zijn geliefde vriend gescheiden wordt. De Nimf weet de Hylas uiteindelijke in haar bron te trekken waardoor de jongen van de aardbodem verdwijnt. Hij roept nog wel om hulp maar dat wordt alleen gehoord door de Argonaut Polyphemus 1 die met getrokken zwaard te hulp schiet maar niemand aantreft. In de tussentijd heeft Heracles een goede boom gevonden en, in de veronderstelling dat Hylas is teruggekeerd naar het schip, sleept die naar de kust om verder te bewerken.

Zoektocht Hylas

Pas dan ontdekt Heracles de verdwijning van zijn geliefde Hylas en gaat, samen met enkele andere Argonauten, terug naar het bos om hem te zoeken. Voortdurend ‘Hylas, Hylas waar ben je!’ roepend kammen ze een groot deel van het bos uit maar kunnen de jongen nergens vinden. Dan komt Polyphemus 1 op Heracles af en zegt: ‘Ik moet je helaas als eerste melden, beste vriend, dat Hylas van de aardbodem is verdwenen. Rovers hebben hem gekaapt, of hij is gegrepen door wilde dieren. Ik hoorde hem nog om hulp roepen en ben direct met getrokken zwaard naar de plek des onheils gegaan maar kon hem niet vinden. Ik heb gezocht tot ik jullie hoorde roepen maar hij is weg.’ Toen Heracles dit hoorde begon zijn bloed te koken en stormt radeloos de bossen in, terwijl zijn jammerklachten door de lucht klinken. Als een dolle stier rent hij steeds verder de bossen in en laat de Argonauten steeds ver achter zich. Op een gegeven moment horen ze zelfs zijn kreten niet meer en besluiten de Argonauten, na lang aarzelen en op voorspraak van de broers Calais en Zetes, Heracles achter te laten en zonder hem door te zeilen naar Colchis. Alleen Polyphemus 1 weigert te vertrekken en blijft achter op de kust van Mysië om zijn twee vrienden te zoeken.

Ingrijpen van Zeus

Zeus die vanaf de Olympus op de zwoegende Heracles neerkeek kreeg medelijden met zijn zoon en besluit hem te helpen, nadat hij eerst Hera onbarmhartig had uitgefoeterd. Als Heracles die nacht, vermoeid van het zoeken naar Hylas, in het bos ligt te slapen en voortdurend ‘Hylas’ mompelt, stuurt Zeus een Droom naar hem toe. Voor zijn slapende ogen kwam de jongen omhoog uit het water, gekleed in saffraankleurig wier, en zegt tegen Heracles: ‘Waarom verspil je tijd met nodeloos klagen? Door een wellustige De Nimf is deze plek nu mijn huis geworden, die mij in opdracht van Hera heeft geschaakt. Helaas voor jou, mijn geliefde, heeft ze mij het vermogen geschonken om met Riviergoden om te gaan, en schenkt mij haar liefde. Onze kameraden zijn vertrokken op een gunstige wind, en jij moet weer doorgaan met je opdrachten voor Eurystheus. Maar bevrijdt in de Kaukasus eerst Prometheus van zijn boeien want Zeus heeft hem vergeven.' Hierna verdween Hylas terwijl Heracles hem nog in zijn armen probeerde te nemen.

Bevrijding Prometheus

De volgende ochtend wordt Heracles wakker en heeft hij het verlies van Hylas een plekje gegeven in zijn hart. Terwijl de Argonauten met hun schip richting Colchis reizen, gaat Heracles te voet dezelfde kant op naar de Kaukasus. Van verre hoort hij de geketende Prometheus al hartverscheurend kreunen en klagen terwijl een reusachtige Adelaar aan zijn lever vreet. Als Heracles op de plek des onheils aankomt, ziet hij hoe de Titaan met onverbrekelijke boeien aan de besneeuwde rotsen was vastgeketend. Op dat moment komt ook de Adelaar weer aanvliegen om zich tegoed te doen aan de herstelde lever van Prometheus. Heracles aarzelt geen moment, zet een giftige pijl op zijn boog, en schiet de Adelaar uit de lucht. Vervolgens beukt hij met zijn knots net zo lang op de rotsen totdat de ketens los raken en Prometheus, na dertigduizend jaar lijden, eindelijk verlost is van zijn bestraffing. Dankbaar voor zijn hulp geeft Prometheus hem enkele goede adviezen voor zijn latere opdrachten en keert terug naar de hemel.

Weigering Laomedon 1

Ook Heracles vertrekt en gaat op weg naar Griekenland om aan zijn vijfde werk te beginnen. Onderweg naar huis besluit Heracles om bij koning Laomedon 1 langs te gaan en daar zijn beloning op te halen voor het redden van Hesione 2. Als hij in Troje aankomt legt Laomedon 1, met hulp van Apollo en Poseidon, net de laatste hand aan een enorme muur die de stad moet verdedigen tegen aanvallers. De koning denkt dat hij, vanwege de muur, onverslaanbaar is en weigert Heracles, die maar alleen is, ronduit zijn beloning te geven voor de redding van zijn dochter. Woedend verlaat Heracles Troje maar belooft Laomedon 1 terug te komen om zijn beloning op te eisen en dan geen genade te hebben met Laomedon 1. Zo keert de tierende Heracles terug in Griekenland en reist direct door naar Elis om zijn volgende werk uit te voeren.

Volgende vijf opdrachten

Stallen van Augeas

Heracles reinigt de stallen van Augeas

Daar moet Heracles, in opdracht van Eurystheus, de stallen van koning Augeas in één dag reinigen. Deze opdracht had hij, op aanraden van Hera, verzonnen om Heracles te beledigen. Die vond het ver beneden zijn waardigheid om zich met de uitwerpselen van dieren bezig te houden en verzon een list. Allereerst ging hij naar Augeas en stelde hem voor om de stallen in één dag te reinigen van de mest als de koning hem hiervoor als beloning tien procent van al zijn vee zou schenken. Augeas, die denkt dat Heracles dit niet in een dag gaat lukken, stemde met het voorstel in. Heracles, die de reputatie van Augeas kende, had er echter wel voor gezorgd dat, Phyleus 1, de zoon van Augeas, aanwezig was bij de belofte van zijn vader. De volgende dag graaft Heracles een nieuw kanaal waardoor de rivieren Alpheus en Peneus door de stallen stroomde die de stallen, door de kracht van het water, in één dag schoon spoelden. Maar zodra Augeas hoort dat Heracles deze klus in opdracht van koning Eurystheus uitvoert wil hij hem niet betalen. Hij ontkent zelfs dat hij beloofd had om een beloning te geven, en wil daarover desnoods arbitreren.

Verblijf bij Dexamenus

Toen de rechters hadden plaatsgenomen, werd Phyleus 1 door Heracles opgeroepen en getuigde die tegen zijn vader door te verklaren dat hij er mee ingestemd had Heracles zo te belonen. Woedend gaf Augeas opdracht, nog voor er gestemd werd, dat Phyleus 1 en Heracles uit Elis dienden te verdwijnen en gaat Heracles terug naar Eurystheus. Onderweg logeert hij in Olenus bij Dexamenus en deelt die nacht het bed met Mnesimache (Hippolyte 2), de dochter van Dexamenus. De volgende ochtend belooft Heracles aan Dexamenus om, zodra hij bij Eurystheus is gewesst om te melden dat hij zijn opdracht heeft uitgevoerd, terug te keren en met Mnesimache te trouwen. Vervolgens gaat Heracles naar Eurystheus om hem te melden dat hij de stallen in één dag heeft schoongemaakt. Maar Eurystheus weigert om deze opdracht goed te keuren, omdat Heracles zich heeft laten betalen, waardoor hij nu in totaal twaalf opdrachten moet uitvoeren. Als volgende taak moet Heracles de Stymphalische vogels in Arcadië verjagen.

Zeus Alcmene Dexamenus -
Heracles Mnesimache (Hippolyte 2)
-

Dood van Eurytion 2

Voordat hij aan dit werk begint keert Heracles terug naar Dexamenus om zijn belofte in te lossen en Mnesimache tot zijn vrouw te maken. Maar tijdens zijn afwezigheid had ook de Centaur Eurytion 2 om de hand van zijn dochter gevraagd. Dexamenus, die bang was voor geweld, beloofde ook hem zijn dochter en stelde een datum vast voor de bruiloft. Maar op de dag van de bruiloft keerde Heracles terug, en zag dat Eurytion 2 de bruid op een beledigende manier behandelde. Daarop ontvlamt hij in woede en slaat Eurytion 2 met zijn knuppel dood. Vervolgens trad hij niet zelf in het huwelijk met het meisje maar schonk haar als vrouw aan Azan, de zoon van Arcas, en reist dan door naar Arcadië om aan zijn opdracht te beginnen.

Stymphalische Vogels

Bij de stad Stymphalus was een meer waar grote aantallen vogels hun leefgebied hadden. Dit waren gevaarlijke dieren omdat ze in staat waren om hun veren als pijlpunten naar beneden te schieten. Met hun grote aantallen teisterden ze de boeren, die hun land bewerkten, en vernietigden de oogst die op het land stond. Bij het meer aangekomen begint Heracles met zijn pijlen de vogels uit de lucht te schieten. Maar vanwege de grote aantallen was dit onbegonnen werk en staat hij, na vele vogels te hebben gedood, te denken hoe hij dit probleem moet oplossen. Dan komt Athena naar hem toe en geeft Heracles een bronzen ratel, die door Hephaistus was vervaardigd. Daarmee gewapend gaat Heracles naar een berg, die naast het meer oprees, en zwaait daar met zijn ratel in de lucht. Het apparaat maakt zo’n geweldig kabaal dat de vogels het geluid niet konden verdragen en verschrikt op de vlucht slaan. Uit dankbaarheid ontvangt koning Stymphalus 1 Heracles gastvrij in zijn huis en deelt ’s nachts het bed met diens dochter Parthenope. De volgende dag gaat Heracles terug naar Eurystheus, maar bevalt Parthenope negen maanden later van een zoon Everes 2.

Zeus Alcmene Stymphalus 1 -
Heracles Parthenope
Everes 2

Stier van Kreta

Van Eurystheus moet Heracles, als zevende opdracht, op Kreta een woeste stier 1 gaan halen die Poseidon op Minos 1 had afgestuurd. Als Heracles op Kreta aankomt, en ziet hoe woest het beest is, gaat hij naar koning Minos 1 om hem om hulp te vragen bij de jacht. Maar die, door Hera aangestuurd, wijst zijn verzoek af en zegt dat Heracles zelf de strijd met het dier aan moet aangaan. Zo moet Heracles als zijn kennis en kunde inzetten om alleen het dier levend te vangen. Na een vermoeiende jacht weet Heracles de stier 1 uiteindelijk in het nauw te drijven en met zijn enorme kracht te bedwingen. Vervolgens bindt hij de poten van het beest met stevige touwen aan elkaar vast en brengt de stier 1, op zijn sterke schouders, naar Tiryns om aan Eurystheus te laten zien. Zodra die het werk goedkeurt laat Heracles de stier 1 vrij in de buurt van Marathon.

Gigantenstrijd

De strijd met de Giganten

Dan komt Athena naar hem toen en vraagt Heracles zo snel mogelijk naar de Olympus te komen. De berg wordt aangevallen door de Giganten en dreigen zijn vader Zeus uit de macht te ontzetten. Volgens een orakel konden deze Giganten, die kinderen van Aardgodin Gaea waren, alleen gedood worden als de Goden werden geholpen door een sterveling. Uiteraard gaat Heracles met Athena mee en schiet, zodra hij op de berg aankomt, Alcyoneus 1 neer. Maar zodra hij dood op de grond valt krijgt hij direct zijn levenswarmte weer terug omdat de reus niet kan sterven zolang hij op zijn geboortegrond is. Op advies van Athena sleepte Heracles hem vervolgens buiten de landsgrenzen en sterft de Gigant. Vervolgens helpt hij de andere Goden die stuk voor stuk hun tegenstanders verslaan maar die, conform de voorspelling, niet sterven. Elke keer maakt Heracles het karwei af door de gevelde Gigant met een pijl dood te schieten. Uiteindelijk schiet hij zo Agrius 1, Clytius 3, Enceladus 1, Ephialtes 1, Eurytus 3, Gration, Hippolytus 1, Mimas 1, Pallas 2, Polybotes, Porphyrion 1 en Thoon 4 met zijn pijlen naar de onderwereld.

Merries van Diomedes 2

Hierna geeft Zeus aan zijn zoon de eretitel Olympiër, maar stuurt hem daarna terug naar Eurystheus om zijn volgende werk uit te voeren. Opnieuw had Eurystheus een gevaarlijke opdracht verzonnen en stuurt Heracles naar Thracië om de vier mensenetende paarden te gaan halen van Diomedes 2, die als koning over de strijdlustige Bistoniërs heerste. De paarden waren echter zo woest en sterk dat Diomedes 2 ze met stalen kettingen had vastgezet, en koperen voederbakken gemaakt om uit te eten. Als voedsel gaf Diomedes 2 hen geen haver van het land om te eten maar voerde hen met levende mensen die hij gevangen nam als ze in zijn land kwamen. Om zijn taak te volvoeren zeilt Heracles per schip naar Thracië en neemt een aantal vrijwilligers met zich mee, waaronder de nog jonge Abderus, een mooie jongeling waarop hij bijzonder gesteld was geraakt.

Dood van Abderus

De dood van Abderus

Zodra ze in Thracië aankomen, probeert Diomedes 2 het groepje, net als elke andere vreemdeling, te overmeesteren maar is geen partij voor de sterke Heracles. Die slaat de koning met zijn knots dood en gaat dan op de paarden af. Maar de paarden zijn zo wild dat Heracles besluit om ze de dode Diomedes 2 te voeren waarna de paarden rustig worden. Vervolgens stelt hij Abderus aan als bewaker over de dieren, en gaat zelf op onderzoek uit in het paleis van Diomedes 2. Als hij even later terugkeert, hebben de dieren echter opnieuw toegeslagen en de kleine Abderus gedood en al half opgegeten. Bedroefd om zijn dood begraaft Heracles met vele klaagzangen zijn Abderus en sticht ter nagedachtenis van hem een stad die hij Abdera noemt. Daarna brengt Heracles de paarden aan boord, waar hij ze stevig vastbond, en zeilt terug naar Tiryns om ze aan Eurystheus te geven. Die liet op de dieren echter weer vrij, die naar de Olympus trokken waar ze door wilde dieren werden verscheurd.

Gordel van Hippolyte 1

Als negende werk droeg Eurystheus Heracles op om hem de gordel van Hippolyte 1 te brengen. Zij was de koningin van de Amazonen die in het verre Cappadocië bij de rivier Thermodon woonden. Deze vrouwen waren een geducht krijgslustig volk dat zich bekwaamde in mannelijke deugden. Zo amputeerden ze hun rechterborst om niet gehinderd te worden bij het speerwerpen, maar behielden hun linkerborst om te zogen. Want ze brachten alleen meisjes groot om nieuwe strijders te worden, en maakten de mannelijke kinderen tot slaven om hen te dienen. Hippolyte 1 bezat een gordel van Ares 1, als teken van haar verhevenheid boven de andere Amazonen, die de dochter van Eurystheus, Admete 1, graag wilde hebben. Heracles begrijpt dat hij, ondanks al zijn kracht, deze opdracht niet alleen uit kan voeren en besluit een grote groep vrijwilligers met zich mee te nemen. Enkele van de mannen die met hem meegingen waren de beroemde Telamon, Peleus, Nestor, Castor en Polydeuces.

Tussenlanding op Pharos

Zo vertrekken Heracles en zijn mannen in een schip en gaan onderweg, op het eiland Pharos, aan land om vers water in te slaan. Maar de twee mannen die hij op pad had gestuurd werden om onduidelijke reden gedood door de vier zoons van koning Minos 1: Eurymedon 3, Chryses 2, Nephalion en Philolaus. Verontwaardigd over hun dood gaat Heracles onmiddellijk met zijn mannen op het viertal af en stuurt hen met zijn knots naar de Onderwereld. Vervolgens legt hij een beleg om de stad totdat er afgezanten kwamen met het voorstel dat hij twee nieuwe bemanningsleden uit de inwoners mocht kiezen. Hier nam Heracles genoegen mee en kiest Alcaeus 2 en Sthenelus 4, twee sterke zoons van Androgeus 1. Vervolgens vaart Heracles verder en landt in Mysië waar hij gastvrij werd ontvangen door koning Lycus 1. Die organiseert op dat moment begrafenisspelen en neemt Heracles deel aan de bokswedstrijd, waarbij hij zijn tegenstander Titias 2 alle tanden uit de mond slaat.

Koning Lycus 1

Als dank voor zijn gastvrije ontvangst steunt Heracles koning Lycus 1 in zijn strijd met de Bebrycen en doodt vele tegenstanders waaronder ook hun koning Mygdon. Vervolgens verovert hij het hele gebied en schenkt dat aan koning Lycus 1 die het Heraclea noemt uit respect voor zijn gast. Vervolgens vaart Heracles langs Troje, ziet daar het dode zeemonster 2 liggen, en besluit om op de terugweg bij Laomedon 1 langs te gaan en hem te straffen voor zijn weigering Hesione 2 als vrouw te schenken. Daarna zeilt Heracles via de Zwarte Zee verder naar de Amazonen die in de stad Themiscyra wonen. Als hij daar arriveert, vraagt Hippolyte 1 hem met welk doel Heracles gekomen is. Na zijn opdracht gehoord te hebben wil Hippolyte 1 hem deze wel vrijwillig schenken omdat ze, heimelijk, verliefd op hem geworden was. Maar dan grijpt de jaloerse Hera weer in, die op alle mogelijke manieren het leven van Heracles zo zuur mogelijk probeerde te maken.

Strijd met de Amazonen

De Godin nam de gedaante aan van een van de Amazonen en ging bij de bevolking langs met het verhaal dat de vreemdelingen die waren aangekomen hun koningin wilden ontvoeren. De vrouwen ontsteken in woede en gaan strijdlustig en volledig bewapend op het schip van Heracles af. De grootste groep stelde zich op tegen de volgelingen van Heracles maar hun belangrijkste aanvoersters, aangevoerd door Melanippe 1, stonden tegenover Heracles. De eerste die het gevecht met hem aanging was de snelle Aella, maar ze trof een tegenstander die sneller was dan zijzelf. Zo gaat de een na de ander op Heracles af en doodt hij achter elkaar Philippis, Prothoe, Ariboea 3, Celaeno 4, Eurybia 3, Phoebe 5, Deianira 2, Asteria 3, Marpe, Tecmessa 2 en Alcippe 4. Hierdoor verloor Melanippe 1, die Heracles hevig bewonderde om zijn moed, haar overmacht, en sloeg op de vlucht maar werd door hem gevangen genomen.

Tussenlanding bij Poltys

Zo behaalde Heracles en zijn mannen de overwinning en werden ook de resterende Amazonen gevangen genomen. Als straf voor de verraderlijke aanval doodt Heracles Hippolyte 1 en neemt haar de gordel af. Als beloning voor de moed van Melanippe 1 liet Heracles haar vrij en gaf Theseus, eveneens als beloning voor zijn moed in de strijd, de Amazone Antiope 3 als slavin. Er zijn echter ook mythen waarin Hippolyte 1 dezelfde persoon is als Antiope 3. Later zouden de Amazonen vanwege de ontvoering van Antiope 3 tegen Athene oprukken om wraak te nemen. Tijdens de terugreis naar Griekenland legt Heracles in Thracië aan bij de stad Aeneus, waar hij gastvrij ontvangen werd door Poltys. Als Heracles de volgende dag wil vertrekken wordt hij geprovoceerd door Sarpedon 2, de broer van Poltys, die deze daad met een pijlschot van Heracles moet bekopen. Dan maakt Heracles zich klaar voor de strijd met Laomedon 1 en zeilt naar Troje.

Verovering van Troje

De verovering van Troje

Daar komen ze ’s nachts aan waarna Telamon en Peleus de mannen landinwaarts leiden, terwijl Castor en Polydeuces bij het schip achterblijven. Als koning Laomedon 1 hoort dat de Grieken op zijn kust zijn geland valt hij het schip aan maar gaat Heracles met de grootste groep mannen, via een omweg, naar Troje en belegert de stad. Zodra Laomedon 1 dit hoorde keert hij om en valt Heracles aan. De held heeft geen enkele medelijden met de koning en slacht hem, samen met al zijn andere mannen, ruw af. Intussen had Telamon Troje veroverd en de stad geplunderd. Als Heracles ook in Troje aankomt, en ziet dat Telamon de stad heeft veroverd, gaat hij jaloers en woedend naar hem op zoek, met het zwaard in de hand. Als hij Telamon vindt, die stenen aan het verzamelen was, vraagt Heracles hem verbaasd wat hij aan het doen is. Als Telamon zegt dat hij een altaar voor hem wil oprichten verdwijnt de woede van Heracles als sneeuw voor de zon en prees hij Telamon voor zijn moed. Vervolgens geeft hij Telamon Hesione 2, waar hij zelf geen interesse meer voor had, en bidt tot Zeus dat Telamon een mannelijke nakomeling bij haar mag verwekken.

Weer op zee

Nadat ze het koningschap over de verwoeste stad aan Priamus, de zoon van Laomedon 1, hebben geschonken, schepen de mannen zich in en gaan op weg naar huis. In hun overwinningsroes maken Heracles en zijn mannen nog een tussenlanding op Thasos waar ze de bewoners onderwerpen. Daar stelt hij Alcaeus 2 en Sthenelus 4 als hun heersers aan, de zoons van Androgeus 1 die op Pharos aan boord waren gekomen, en trekt Heracles verder. In de plaats Torone wordt Heracles, die intussen grote bekendheid had verworven en hierdoor vele mannen aantrok, uitgedaagd door Polygonus en Telegonus 2 voor een partij worstelen op leven en dood. Maar ook deze twee jongens maken geen schijn van kans tegen de sterke Heracles en vinden de dood. Vanwege al deze successen van Heracles laat Hera op zee een storm opsteken waardoor hij uit de koers wordt geblazen en op het eiland Cos terecht komt

Tussenlanding op Cos

Omdat de bewoners van Cos dachten dat Heracles op strooptocht was, bekogelden ze zijn schip met stenen om te voorkomen dat hij aan land kwam. Maar Heracles en zijn volgelingen forceerden ’s nachts een doorbraak en namen de stad in. Tijdens de gevechten doodt Heracles Eurypylus 1, de zoon van Poseidon en Astypalaea, maar raakt zelf aan zijn hand gewond door Chalcodon 3. Diezelfde nacht zoekt hij ook het bed op van Chalciope 2, de dochter van Eurypylus 1 waarna het meisje negen maanden later de zoon Thessalus 1 het leven schenkt, die ook wel Thettalus wordt genoemd. Vanwege alle plagerijen van Hera wordt Zeus woedend op haar en hangt zijn vrouw met zware ketens aan de hemel op. Bovendien zorgt hij ervoor dat Heracles veilig terugkeert naar Tiryns om Eurystheus de gordel van Hippolyte 1 te geven.

Zeus Alcmene Eurypylus 1 -
Heracles Chalciope 2
Thessalus 1 (Thettalus)

Tiende opdracht

Runderen van Geryon

Als tiende werk droeg Eurystheus aan Heracles op om de runderen van Geryon uit Erythia te gaan halen. Dit eiland lag ergens in het uiterste Westen van de wereld in de Oceaan waar Heracles, volgens Eurystheus, op geen enkele wijze kon komen, laat staan dat hij de runderen kon meenemen. Deze dieren waren van Geryon, een monster dat uit drie aaneengegroeide mannen bestond, en werden bewaakt door Eurytion 3 en Orthus, een hond met twee woeste koppen. Heracles, die zich realiseerde dat dit geen eenvoudige opgave was, en grote ontberingen moest doorstaan, ging als eerste naar Kreta waar hij een aanzienlijke wapenrusting verzamelde om zijn taak tot een goed eind te kunnen brengen. Tijdens zijn aanwezigheid op Kreta werd Heracles overweldigend geëerd door de bewoners en besluit hij, om hen te bedanken, voor zijn vertrek nog even het hele eiland te ontdoen van alle wilde dieren.

Schaal van Helius

Vervolgens zeilt hij naar de noordkust van Afrika waar hij aan land gaat en te voet op weg gaat naar het uiterste Westen. Op de plek waar Europa en Afrika elkaar bijna raken richt hij, als aandenken aan zijn tocht, twee stenen zuilen op en reist daarna verder door de woestijn. Tijdens die reis kreeg Heracles het zo warm dat hij een pijl op de Zonnegod richtte en die hem, uit bewondering voor zijn moed, een gouden schaal gaf. Als Heracles uiteindelijk de oceaan bereikt stapt hij in deze schaal en zeilt naar het eiland Erythia waar hij, op de berg Abas, vermoeid in slaap viel en de nacht doorbrengt. De volgende dag ruikt de hond Orthus zijn aanwezigheid en stormt, woedend uit twee bekken blaffend, op Heracles af. Maar de held maakt korte metten met het dier en slaat het met één geweldige uithaal van zijn knots dood. Daarop schiet de herder Eurytion 3 zijn hond te hulp maar wordt eveneens met een slag van de knuppel gedood.

Geryon

Strijd met Geryon

Een andere herder, Menoetes 1, die de kudde van Hades aan het hoeden was en zag wat er gebeurde, waarschuwde Geryon. Snel gaat Geryon achter Heracles aan, haalt hem in bij de rivier Anthemus, en gaat een gevecht met hem aan. Ondanks zijn drie sterke lijven maakt Geryon geen enkele kans tegen de uitstekend bewapende Heracles. Nog voordat bij hem in de buurt kan komen richt Heracles zijn boog en schiet een van zijn giftige pijlen op de reus af. Stervend valt Geryon in het stof en staat Heracles niets meer in de weg om de koeien te stelen. Hij scheept de dieren in op de schaal van Helius en vaart daarmee terug naar het vasteland. Daar land hij niet in Afrika, maar op de kust van Iberia (Spanje), en geeft de schaal terug aan Helius, na hem uitvoerig bedankt te hebben voor het gebruik ervan. Zo begint Heracles aan een lange terugtocht naar Griekenland.

Door Iberia

Heracles doorkruiste heel Iberië waar hij door de bewoners enorm werd bewonderd om zijn daad. Hij werd door een plaatselijke potentaat zelfs met zoveel eer ontvangen dat Heracles hem een deel van zijn kudde schonk. De man aanvaardde de dieren dankbaar, maar wijdde ze direct aan Heracles, en maakte er een gewoonte van om elk jaar de mooiste stieren aan Heracles te offeren. Daarop stichtte Heracles de stad Alesia en stelde de man er als koning over aan. Vervolgens trok Heracles richting het Noorden, naar Italië, om te trachten met zijn runderen de hoge bergen over te steken. De smalle passen die hij passeerde, maakt hij tot een goed begaanbare weg waardoor later ook andere handelskaravanen de bergen konden passeren. De woeste stammen die in de bergen woonden, en passanten beroofden, onderwierp hij met zijn knots en doodde de leiders die deze wetteloosheid aanspoorden.

Celtine

Omdat Heracles de weg naar Italië niet precies wist trok hij te ver naar het noorden en kwam in een gebied aan waar kleine groepen mensen woonden. Zodra hij bij het huis van Bretannus arriveert raakt diens dochter, Celtine, onmiddellijk in vuur en vlam voor de sterke Heracles. Als hij die nacht ligt te slapen verstopt Celtine de runderen in het bos, en weigert de volgende ochtend te onthullen waar de dieren zijn, tenzij Heracles haar eerst tevreden stelt. Heracles was zeer bezorgd om de koeien veilig thuis te brengen, maar was nog meer getroffen door de schoonheid van het meisje, en stemt in met haar wens. Hij deelt het bed met Celtine, waarna zij hem de weg wijst naar de runderen, en Heracles bovendien de richting wijst naar Italië. Negen maanden later beviel Celtine van een krachtige zoon Celtus 3 die later de stamvader zou worden van de Kelten.

Zeus Alcmene Bretannus -
Heracles Celtine
Celtus 3

Italië

Op weg naar Ligurië doodt Heracles in het Noordwesten van Italië twee zoons van Poseidon, Ialebion en Dercynus, die hem zijn runderen probeerden af te nemen. hiern vergist Heracles zich opnieuw in de weg en slaat te vroeg af naar het Zuiden waardoor hij in Italië terecht komt. Halverwege het land komt hij bij de rivier Tiber waar Heracles gastvrij werd ontvangen door de plaatselijke bewoners. Hierover dankbaar gestemd voorspelde hij de bewoners een lang en gelukkig leven als zij, na zijn dood, een tiende van hun goederen aan hem zouden offeren. Na zijn vertrek bouwen de bewoners een enorme tempel voor Heracles.

Sicilië

In het zuiden aangekomen, bij de Straat van Messina, breekt er een stier uit de kudde en stort zich in zee. Het dier zwom naar Sicilië waar koning Eryx 1 zich het dier toe-eigende. Daarop laat Heracles zijn eigen kudde bewaken door Hephaistus en zwemt zelf ook naar het eiland om zijn stier terug te halen. Bij aankomst kan hij het dier niet onmiddellijk vinden besluit het eiland rond te gaan om de stier te zoeken. zo komt hij bij de Nimfen, Himeraea en Egestaea, die warme baden voor de vermoeide held lieten ontspringen zodat hij zich kon verfrissen. Na zich gebaad te hebben ging Heracles opgefrist verder en naderde het gebied van Eryx 1, de zoon van de Godin Aphrodite en Butes 1. Daar treft hij zijn stier aan maar weigert Eryx 1 het beest terug te geven omdat het vrijwillig naar zijn kudde was komen lopen.

Eryx 1

De worsteling met Eryx

Dan daagt Heracles hem uit voor een wedstrijd worstelen met als voorwaarde dat Eryx 1 zijn land moest opgeven als hij verloor terwijl hij zelf zijn kudde inzette als Eryx 1 wist te winnen. In eerste instantie was Eryx 1 boos over deze voorwaarden, omdat hij vond dat de kudde veel minder waard was dan zijn land. Maar toen Heracles vertelde dat hij met de kudde ook zijn onsterfelijkheid zou verliezen, stemde Eryx 1 in met de voorwaarden. Heracles wist de wedstrijd drie keer achter elkaar te winnen maar wilde Eryx 1 zijn verlies niet toegeven, waardoor Heracles zich gedwongen zag om hem te doden. Daarna droeg Heracles het land over aan de bewoners onder de voorwaarde dat zij het mochten beheren totdat er afstammelingen van hem zouden verschijnen om het op te eisen.

Aanval van de generaals

Dan drijft hij zijn stier, en de kudde van Eryx 1 richting de Straat van Messina, om zijn tocht te vervolgen nadat hij eerst een stierenoffer had gebracht op de plek waar Hades Persephone 1 had geschaakt. Kort daarna trok een groot leger van Sicilianen, opgestookt door enkele generaals van Eryx 1, tegen Heracles op om hem van zijn runderen te beroven. Maar opnieuw is Heracles te sterk voor zijn tegenstanders en doodt alle generaals, met de namen Bytaeas, Crytidas, Pediacrates en nog vele anderen. Om de slag te gedenken bouwt hij, in de buurt van Agyrium, een groot monument en draagt de bewoners op om daar jaarlijks aan hem te offeren en Spelen te organiseren.

Croton

Uiteindelijk bereikt hij weer de Straat van Messina en steekt die met de kudde zwemmend over. Bij terugkeer op het vasteland zegt Hephaistus tegen hem dat hij in het verkeerde land is en via het Noorden terug moet om in Griekenland te komen. Dus trekt Heracles naar het noorden met zijn kudde waar ook Lacinius, halverwege de reis, probeert de dieren van hem te stelen. Lacinius wordt zonder pardon gedood maar sneuvelt tijdens dat gevecht ook Croton, die met de diefstal niets te maken had. Overmand door schuld, over deze onbedoelde dood, organiseert Heracles een prachtige begrafenis voor Croton en voorspelt de bewoners dat er op die plek later een beroemde stad zal ontstaan die de naam zou dragen van de gesneuvelde Croton. In deze streek brengt Heracles ook de nacht door bij een onbekende vrouw en verwekt de zoon Tyrsenus, de latere uitvinder van de trompet.

Zeus Alcmene - -
Heracles -
Tyrsenus

Strymon

Zodra Heracles het noorden van de Ionische Zee bereikt en naar het Westen afslaat om Griekenland te bereiken, slaat de jaloerse Hera opnieuw toe om de zoon van Zeus te kwellen. Ze stuurt een horzel op de runderen af waardoor de dieren op hol slaan tot aan de voet van de Thracische bergen. Heracles wist ze daar met veel moeite weer bijeen te brengen, en dreef ze naar de Hellespont waar hij Riviergod Strymon de schuld gaf. In zijn woede werpt Heracles enorme rotsblokken in de rivier waardoor die nagenoeg onbevaarbaar werd, en trok daarna, enigszins bedaard richting Tiryns. Na een lange reis werd hij in Tegea vriendelijk onthaald en laat Heracles zijn runderen, onbewaakt, grazen in de sappige weiden.

Cacus

Cacus en Heracles

De volgende ochtend ontdekt Heracles dat er twee runderen ontbreken en volgt hij het spoor van hun hoefafdrukken. Na lang zoeken komt hij bij een langwerpige grot, waar Heracles vanbinnen zijn runderen hoort loeien. Boven de ingang van de grot, hingen vele schedels en wapens van mensen terwijl de grond bezaaid was met menselijke botten. In de grot woonde Cacus, de halfmenselijke en oersterke zoon van Hephaistus, die de toegang had afgesloten met een enorm rotsblok dat met moeite door vijf ossen van zijn plaats getrokken kon worden. Maar de sterke Heracles duwde het omver waarna Cacus naar buiten kwam en het gevecht met Heracles aangaat.

Einde van de tocht

In het begin vocht Cacus met zijn blote handen, en vervolgens met rotsen en boomstammen. Maar toen die Heracles niet deerden, deed hij een beroep op de listen van zijn vader, en boerde vlammen uit zijn brullende mond. Bij elke boer zou je denken dat Typhon blies, of dat een plotseling vuur uit de Etna schoot. Maar Heracles was te snel voor hem, hief zijn knots omhoog, en liet die viermaal neerkomen op het hoofd van de vijand. Zo viel de reusachtige Cacus, rook vermengd met bloed uitbrakend, en stierf voor hij op de grond neerkwam. Hopend dat dit het laatste obstakel was geweest offerde Heracles één van de stieren aan Zeus en brengt, na vele omzwervingen, de kudde bij Eurystheus

Laatste twee opdrachten

Opnieuw naar het westen

Eurystheus beseft dat hij nog maar twee mogelijkheden heeft om Heracles dwars te zitten en bedenkt nu een uiterst moeilijke opdracht voor hem. Hij wil dat Heracles de Gouden Appels, die door Gaea aan Hera werden geschonken tijdens haar bruiloft met Zeus, gaat halen uit de tuin van de Hesperiden. Dit is een lastig probleem voor Heracles want hij weet alleen dat de tuin in het verre Westen is gelegen, maar niemand weet precies de plek, terwijl de vruchten ook nog eens worden bewaakt door een reusachtige Draak 9 met honderd koppen. Maar dan fluistert Athena hem in zijn oor dat hij Nereus moet zoeken en hem moet dwingen om te vertellen waar de tuin precies is. Ditmaal besluit Heracles niet over zee maar over land, via Egypte, naar het Westen van Afrika te reizen en gaat ook nu zijn wagenmenner Iolaus 1 weer met hem mee om zijn wagenspan te besturen.

Cycnus 1

Aan het begin van zijn tocht, als hij de rivier Ithonus in Thessalië wil oversteken, ontmoet Heracles Cycnus 1. Die strijdlustige zoon van Ares 1 wil hem graag van zijn schitterende wapenrusting beroven, en daagt Heracles uit tot een gevecht op leven en dood. Heracles heeft in eerste instantie geen zin in een gevecht en zegt: ‘Beste man! Waarom daag je mij zonder reden uit? Ga uit de weg, want ik ben onderweg naar een ver oord en heb geen tijd voor jou. Bovendien zal Ares 1 je niet redden als wij elkaar treffen in de strijd.’ Maar Cycnus 1 denkt er niet over om te vertrekken en gaat op Heracles af. De twee vallen, onder het slaken van luide kreten, op elkaar aan en Cycnus 1 treft met zijn speer het schild van Heracles. Dan stormt Heracles naar voren en treft Cycnus 1 met zijn speer in de nek, waar die niet werd beschermd door de helm en wordt het duister voor de ogen van Cycnus 1,die als een boomstam op de grond valt en zijn laatste adem uitblaast.

Ares 1

Gewaarschuwd door Athena, die hem vertelde dat Ares 1 wraak zou komen nemen, laat Heracles de dode Cycnus 1 liggen waar en lag, en wachtte alert op de komst van de Oorlogsgod. Plotseling, vanuit het niets verschijnend, springt Ares 1 met een kreet op hem af om de dood van zijn zoon te wreken. Maar dan verschijnt ook Athena en zegt: ‘Ares 1, beheers je woede! Want er is geen opdracht gegeven dat jij Heracles mag doden, en zijn wapenrusting mag afnemen. Kom, stop met vechten en weersta mij niet.’ Haar woorden brengen de woedende Ares 1 niet op andere gedachten en hij springt, zwaaiend met zijn speer, op Heracles af. Maar dan grijpt Zeus in, laat met een luide klap zijn bliksem inslaan tussen de twee kemphanen, en begrijpt Ares 1 dat hij deze strijd niet kan winnen. Teleurgesteld vertrekt hij, na nog een woedende blik op Heracles te hebben geworpen, en gaat ook Heracles verder met zijn tocht nadat hij eerst Cycnus 1 van zijn wapenrusting had beroofd.

Amyntor 1 en Astydamia 2

Aan het eind van de dag komt Heracles in Ormenium aan waar hij de nacht doorbrengt in het paleis van koning Amyntor 1. Daar raakt hij verliefd op Astydamia 2, de mooie dochter van de koning, en vraagt Amyntor 1 om haar hand. De koning weigerde, omdat Heracles al getrouwd was met Megara, en belet hem bovendien om verder te reizen. Beledigd over de weigering gaat Heracles het gevecht aan met Amyntor 1 en weet hem al snel te verslaan. In uiterste nood biedt Amyntor 1 zijn zoon aan als onderpand voor vrede aan maar slaat Heracles dit voorstel af en doodt de koning. Vervolgens brengt hij de nacht door in het paleis van Amyntor 1 en misbruikt Astydamia 2 waardoor het meisje zwanger raakt. De volgende dag trekt Heracles verder maar baart Astydamia 2 negen maanden later de zoon Ctesippus 1.

Zeus Alcmene Amyntor 1 -
Heracles Astydamia 2
Ctesippus 1

Nereus

Kort daarna treft Heracles een aantal Nimfen aan de kust die hem vertellen dat Nereus zich vlakbij bevond, en op het strand lag te slapen. Daarop rijden Heracles en Iolaus 1 snel naar de plek waar de God zich bevond en sluipt Heracles stilletjes op Nereus af. Snel duikt hij op de Zeegod en slaat zijn armen om hem heen. Zodra Nereus wakker schrok begon hij van vorm te veranderen om aan de sterke omhelzing te ontkomen, terwijl Heracles hem vraagt waar de tuin van de Hesperiden zich bevond. Maar Nereus kon zich, in welk dier hij ook veranderde, niet bevrijden uit de knellende greep van Heracles en geeft uiteindelijk de strijd op. Dan vertelt hij Heracles om bij Atlas langs te gaan die hem de precieze locatie van de tuin kan wijzen, en laat Heracles de Zeegod vrij.

Ontmoeting met Atlas

Heracles en Atlas

Met die wetenschap stak Heracles de Bosporus over en trok door Klein-Azië en Noord-Afrika langs de kust richting het Atlasgebergte, en bereikt zo Atlas die daar, zwetend van de inspanning, met de wereldbol op zijn schouders staat. Heracles raakt in gesprek met Atlas waarbij de Titaan aanbiedt om de Appels voor Heracles te gaan halen, maar dat hij dan even de wereldbol op zijn schouders moet nemen. Heracles stemt in met het voorstel, want Athena had hem gewaarschuwd niet zelf de appels te gaan halen, en neemt de wereldbol van Atlas over. Kort daarna keert Atlas terug met de Appels en zegt tegen Heracles dat hij die zelf wel naar Eurystheus zal brengen. De held begrijpt dat hij dan nooit meer van zijn last afkomt en verzint een list. Hij doet net of hij instemt met het voorstel van de Titaan maar zegt dat hij dan eerst een doek op zijn hoofd wil leggen, om de last beter te kunnen dragen, en vraagt Atlas om de wereld even over te nemen. Toen Atlas dat hoorde legde hij de appels op de grond en nam de bol van Heracles over. Dan pakt Heracles de appels en gaat er als een haas vandoor.

Ontmoeting met de Draak 9

Volgens een alternatieve versie haalde Heracles zelf de Appels uit de tuin van de Hesperiden. Van Nereus had hij de precieze locatie van de tuin gekregen en besluipt hij de Draak 9, die de appels bewaakte. Het dier had honderd koppen zodat er altijd wel een oog open was om de omgeving te bewaken en insluipers met zijn machtige kaken te vermorzelen. Heracles besluit om op afstand te blijven en begint met zijn boog één voor één de koppen te beschieten met zijn giftige pijlen. Als hij alle koppen van het dier heeft geraakt sterft de Draak 9 en plukt Heracles de heilige vruchten uit de boom. Het levenloze lichaam van het monster laat hij achter in de zon onder de boom die hij heel zijn leven bewaakt had.

Antaeus

Samen met Iolaus 1 begint Heracles aan de tocht naar huis en komen door Libya waar koning Antaeus regeerde, de oersterke zoon van Poseidon en Gaea. Deze koning had de eigenaardige gewoonte om vreemdelingen die door zijn land trokken uit te dagen voor een worstelwedstrijd op leven en dood. Athena waarschuwt Heracles dat Antaeus zijn kracht aan de Aarde, zijn moeder, ontleende en alleen verslagen kon worden als hem dit contact onthouden werd. Zo gewaarschuwd smeert Heracles zich in met olie en betreedt de met zand bestrooide arena. Onmiddellijk gaan de twee elkaar te lijf en weet Heracles de ander in zijn armen te grijpen en van de grond te tillen. Met zijn enorme kracht knijpt Heracles, met ongelooflijke inspanning, net zo lang totdat de kracht van Antaeus wegvloeit, die geen contact meer heeft met de Aarde, en breekt de rug van de hevig zwetende Antaeus die daarna sterft.

De Pygmeeën

Die avond valt Heracles, vermoeid door de zware inspanning, in een diepe slaap en wordt dan overvallen door de Pygmeeën. Dit waren de op wraak beluste minuscule broers van Antaeus die net als mieren in holen onder de grond woonden. Met z’n allen proberen ze de slapende held te vermoorden, binden zijn handen en voeten vast aan paaltjes die ze in de grond slaan en schieten kleine pijltjes in zijn lijf. Geïrriteerd door de prikjes wordt Heracles wakker en ziet hoe de kleine mensjes met hem bezig zijn. Lachend kijkt hij even naar het schouwspel om zich heen maar is het dan zat en rukt zich los. Dan gaan de Pygmeeën er als hazen vandoor en verdwijnen weer in hun holen onder de grond. De volgende ochtend gaat Heracles verder en trok door heel Libya om alle wilde dieren te doden die daar vrij rondzwierven. Bovendien bracht hij grote delen van de aangrenzende woestijn in cultuur waardoor er vruchtbaar akkerland ontstond en planten gingen groeien die vruchten droegen. Hierdoor bracht hij welvaart naar het land dat daarvoor nagenoeg onbewoonbaar was.

Busiris 2

Na Libya trok Heracles door Egypte waar hij een stad stichtte die later Hecatompylon genoemd zou worden vanwege de honderd poorten die werden opgenomen in de muur om de stad te beschermen. In Egypte doodde hij voorts koning Busiris 2, de zoon van Poseidon en de Nimf Lysianassa 3, die het tot gewoonte had gemaakt om vreemdelingen, die het land bezochten, ter dood te brengen op een altaar van Zeus. De koning offerde de vreemdelingen op grond van een orakeluitspraak nadat het land negen jaar lang te kampen had gehad met misoogsten. Toen Heracles van deze vreemde gewoonte hoorde, stond hij toe dat hij zelf naar het altaar geleid werd. Maar toen Busiris 2 op het punt stond om de Goden aan te roepen, doodde Heracles hem en zijn zoon Amphidamas 3 met zijn knots en verloste zo het land van deze een gewoonte.

Cerberus 1

Heracles en Cerberus

Zo keert Heracles terug in Tiryns waar hij de Appels aan Eurystheus schonk. Maar die gaf de heilige voorwerpen weer terug aan Heracles die ze, op zijn beurt, weer aan Athena. Die bracht ze terug naar de tuin van de Hesperiden omdat het ongepast was om ze ergens anders achter te laten. Van Eurystheus krijgt Heracles vervolgens zijn laatste opdracht om uit te voeren. Ditmaal moest hij Cerberus 1, de hond van Hades, uit de onderwereld gaan halen en bij Eurystheus tonen. Deze reusachtige hond had drie woeste koppen en de staart van een draak, terwijl er uit zijn rug meerdere slangenkoppen groeiden en als taak had te voorkomen dat er schimmen uit de Onderwereld konden ontsnappen naar de bovenwereld.

Mysteriën van Eleusis

Om in de Onderwereld te kunnen afdalen moet Heracles, op aanraden van Athena, eerst ingewijd worden in de met veel geheimzinnigheid omgeven Mysteriëndiensten van Demeter en Persephone 1 in Eleusis. Dus reist Heracles naar de stad waar hij gastvrij wordt ontvangen, en vriendschap sluit met Eumoplus1, de zoon van Poseidon en Chione1. Omdat Heracles de Mysteriën niet kon zien, vanwege de vele onbedachte daden die hij in het verleden had uitgevoerd en de moord op de Centauren, reinigde Eumolpus 1 hem eerst ritueel en bracht hem daarna naar Musaeus 1. Deze zoon van Orpheus leert Heracles alle geheimen van de Mysteriën waarna hij gereed is om aan zijn opdracht te beginnen.

Admetus 1 en Alcestis

Maar vlak voor zijn vertrek ontdekt Heracles dat Lycus 4, de zoon van Poseidon, Thebe wil innemen en zijn vrouw Megara doden. Snel verzamelt Heracles een grote groep mannen om zich heen om de staatsgreep te voorkomen en trekt op tegen Lycus 4. In de strijd weet hij Lycus 4 te doden waarna Heracles doorreist naar Pherae. Daar logeert hij in het huis van zijn goede vriend Admetus 1 die hem gastvrij ontvangt, ondanks dat diens vrouw zojuist was gestorven. Heracles heeft in eerste instantie niets van de treurige gebeurtenis in de gaten en maakt ruimschoots gebruik van de geboden gastvrijheid. Maar als hij even later ontdekt wat er aan de hand is schaamt hij zich diep voor zijn uitbundigheid en gaat achter de God van de Dood aan om Alcestis terug te halen.

Redding van Alcestis

Net voor de toegang naar de Onderwereld haalt hij de twee in en ontfutselt Alcestis aan de God. Volgens een andere versie ontrukt hij Alcestis aan Hades bij de toegangspoort naar de Onderwereld. Daar voert Heracles een heftige strijd met Hades, die de dode niet wil afstaan. Uiteindelijk schiet Heracles bij Hades een giftige pijl in zijn schouder die door de pijn Alcestis moet loslaten. Snel sleurt Heracles het meisje met zich mee die direct uit de dood ontwaakt zodra Hades haar had losgelaten. Zo keert Heracles terug bij Admetus 1 en geeft hem zijn vrouw terug waarna Heracles weer teruggaat naar Taenarum in Laconië om door de toegangspoort af te dalen in de Onderwereld

Schimmen in de onderwereld

Als hij de eerste schimmen ziet slaan die van schrik op de vlucht voor Heracles, behalve Meleager en Medusa 1. Omdat Heracles denkt dat ze hem willen aanvallen trekt hij zijn zwaard maar vertelt Hermes hem dat het slechts schimmen zijn die een sterveling geen kwaad kunnen berokkenen. Daarop daalt Heracles verder af en ziet plotseling Theseus en Pirithous 1 op stoelen zitten waar ze aan zijn vastgebonden. Toen die hun handen smekend naar hem uitstaken gaat Heracles naar de stoel van Theseus en bevrijdt hem van zijn boeien. Maar als hij ook Pirithous 1 wil bevrijden begint de aarde hevig te schudden en moet Heracles hem op zijn stoel achterlaten terwijl Theseus snel omhoog vlucht naar de bovenwereld.

Ontmoeting met Hades

Heracles in de Onderwereld

Uiteindelijk komt Heracles aan voor de troon van Hades, en zijn vrouw Persephone 1, die daarvandaan hun Rijk der Duisternis besturen. Persephone 1 begroet haar halfbroer Heracles hartelijk waardoor de barse Hades wat milder gestemd wordt, en Heracles toestemming geeft om Cerberus 1 naar de bovenwereld te brengen. Hij moet hem echter wel zelf zien te vangen zonder wapens te gebruiken en, zodra hij de hond aan Eurystheus heeft laten zien, direct terugbrengen naar de Onderwereld. Daarop gaat Heracles op zoek naar Cerberus 1 die hij aantreft bij de poorten naar de Acheron.

Vangst Cerberus 1

Gehuld in zijn pantser, en beschermd door de ondoordringbare leeuwenhuid gaat hij op het monster af, en sloeg zijn armen om de drie koppen. Zo blijft hij staan en knijpt uit alle macht de drie kelen dicht terwijl hij zelf een paar keer gebeten werd door de staart van de hond. Maar Heracles blijft knijpen en knijpen waardoor Cerberus 1 bijna stikt en zich uiteindelijk overgeeft. Vervolgens doet hij een stalen ketting om de nekken en sleurt de hond daarmee naar boven, waar hij fel begint te blaffen zodra het felle daglicht zijn ogen treft. De witte vlokken schuim die tijdens het blaffen uit zijn bek sproeien vallen op de grond waaruit later de giftige plant akoniet uit zou groeien. Zo sleept Heracles de hond naar Eurystheus en was hij eindelijk verlost van zijn schuld vanwege de moord op zijn kinderen.

Opnieuw waanzinnig

Olympische Spelen

Zodra Heracles Cerberus 1 heeft teruggebracht in de onderwereld gaat hij naar Olympia om zijn vader en Athena te bedanken voor hun hulp tijdens de moeilijke opdrachten die hij moest uitvoeren. Om hen te eren stelt hij langs de oevers van de Alpheus de Olympische Spelen in die om de vier jaar gevierd moeten worden. Hij stelde daarbij als voorwaarde dat er als prijzen alleen kransen uitgereikt mochten worden omdat hij zelf, voor alle goede daden die hij verricht had, nooit enige beloning had ontvangen. Zelf doet Heracles ook mee aan de Spelen en won alle onderdelen omdat niemand het aandurfde met de held te strijden vanwege zijn dapperheid.

Zoons Thespiaden

Dan openbaart Zeus zijn zoon dat het goed zou zijn, voordat hij onder de Onsterflijken werd opgenomen, om kolonisten naar Sardinië te sturen en zijn zoons die hij bij de dochters van Thespius had verwekt, daar tot leiders van te maken. Omdat deze kinderen nog zeer jong zijn geeft Heracles aan Iolaus 1 opdracht om de jongens te vergezellen tijdens hun tocht, en de opbouw van de nederzettingen te begeleiden. Bovendien geeft Heracles zijn vrouw, Megara, ten huwelijk aan Iolaus 1 omdat hij bang is weer kinderen bij haar te verwekken, na de moord op de eerste vier, en gaat voor zichzelf op zoek naar een nieuwe vrouw.

Strijd om Iole

Hij laat zijn oog vallen op Iole, de dochter van Eurytus 2, die koning van Oechalia was. Eurytus 2 was zo overtuigd van zijn vaardigheid als boogschutter dat hij zijn dochter als prijs uitloofde aan degene die in staat was hem en zijn zoons in het boogschieten te overtreffen. Uiteraard wint Heracles de wedstrijd glansrijk maar weigert Eurytus 2 zijn dochter te geven vanwege het lot dat Megara was overkomen. De oudste zoon van Eurytus 2, Iphitus 4, vond dat Iole aan Heracles gegeven moest worden. Maar Eurytus 2 bleef weigeren omdat hij bang was dat Heracles, wanneer hij kinderen kreeg, die weer zou doden. Heracles weet zich te beheersen maar verlaat woedend Oechalia. Als kort daarop de paarden van Eurytus 2 door Autolycus 1 gestolen worden verdenkt de koning Heracles. Volgens een andere versie had Heracles echter uit woede wel degelijk de paarden van Eurystheus gestolen

Dood van Iphitus 4

Iphitus 4 geloofde echter niet dat Heracles deze misdaad had gepleegd, ging naar hem toe om de paarden samen op te zoeken, en zo de onschuld van Heracles aan te tonen. Dan ziet de jaloerse Hera weer een kans om Heracles te teisteren en stuurt opnieuw een bui van waanzin op hem af. Heracles doet net of hij het voorstel van Iphitus 4 een goed idee vindt en neemt hem mee naar de hoogste toren in Tiryns om vanuit de hoogte te kijken of ze de dieren ergens zien grazen. Toen Iphitus 4 geen dieren zag beschuldigde de waanzinnige Heracles hem dat hij vals beschuldigd was en wiep Iphitus 4 halsoverkop van de toren. Zodra Heracles weer uit zijn waanzin ontwaakt, en ontdekt wat hij gedaan had, is hij ten einde raad omdat hij wederom een onschuldige heeft vermoord.

Tweede aanval van waanzin

Omdat hij graag van deze bloedschuld gereinigd wil worden gaat Heracles naar Neleus, die als koning over Pylos heerste, en smeekt hem om gezuiverd te worden. Dan pleegt Neleus overleg met zijn zoons maar die vonden allemaal dat het verzoek van Heracles geweigerd moest worden vanwege hun vriendschap met Eurytus 2. Boos reist Heracles dan door naar Deiphobus 2, de zoon van Hippolytus 3, en vraagt hem hetzelfde. Die is wel bereid om Heracles te helpen en reinigt hem ritueel. Maar de Erinyen zijn onverbiddelijk en blijven Heracles bestoken met allerlei nare ziekten. Ten einde raad gaat Heracles naar Delphi om het orakel van Apollo te vragen wat hij moet doen om van deze ziekten verlost te worden.

Orakel in Delphi

Omphale en Heracles

In eerste instantie weigert het orakel een uitspraak te doen waarop Heracles boos wordt en de drievoet van het orakel wil stelen om een eigen orakel te stichten. Dan ontsteekt Apollo in woede en dreigt er een gevecht. Maar Zeus grijpt in en laat tussen de twee kemphanen een bliksem in de grond neerslaan. Zo werden de twee van elkaar gescheiden en kreeg Heracles de orakeluitspraak dat hij van zijn ziekten verlost zou worden als hij zich als slaaf zou laten verkopen in het buitenland. Bovendien moest hij de aankoopprijs schenken aan de overgebleven zoons van Iphitus 4. Dus zeilde Heracles, met enkele vrienden, naar Azië waar hij vrijwillig toestond dat een van hen hem in Sardis als slaaf verkocht aan Omphale, de dochter van Iardanus 2 in Lydia, die koningin was over de Maeoniërs.

Slaaf van Omphale

Als slaaf van Omphale begon Heracles direct haar land te bevrijden van rovers en monsters. Zo doodde in Aulis de tiran Syleus, en zijn dochter Xenodoce, die elke vreemdeling dwong om in zijn wijngaard te schoffelen, en vernietigde daarna hun wijnstokken. De Itoniërs, die regelmatig een groot gebied van Omphale plunderden, nam hij hun buit af, maakte de stad die ze als uitvalsbasis gebruikten met de grond gelijk, en maakte haar inwoners tot slaven. Daarna ving hij twee schurken, die de Cecropen genoemd werden, die hij ondersteboven aan een staak hing en opsloot in de gevangenis. Hij kwam ook op het eiland Doliche waar hij zag hoe het lichaam van Icarius 1 op het strand aanspoelde. Hij begroef de kleine jongen en noemde het eiland daarna Icaria. In de periode dat Heracles het land zuiverde deelt hij regelmatig het bed met een Lydische slavin en verwekt bij haar een zoon Cleodaeus 1.

Zeus Alcmene - -
Heracles slavin uit Lydië
Cleodaeus 1

Ontmoeting met Pan

Omphale was blij met de moed die Heracles had betoond om haar land vrij te maken van schurken en liet hem vrij. Nadat ze ontdekt had wie hij was, werden de twee verliefd op elkaar en trouwen. Tijdens die periode voelt Heracles zich, door het orakel van Apollo, nog steeds haar slaaf en doet alles voor Omphale wat zij hem maar vraagt. Zo draagt hij haar parasol als ze op een dga gaan wandelen in de brandende zon en staat zelfs toe dat Omphale zijn leeuwenhuid draagt terwijl hij zelf in de doorzichtige gewaden van zijn vrouw rondloopt. Als de twee daarna in een donkere grot even gaan rusten sluipt de wellustige God Pan naar binnen. Die tast in de duisternis, op zoek naar Omphale, de slapende figuren af en voelt als eerste de behaarde leeuwenhuid. Snel trekt hij zijn hand terug en gaat snel in het andere bed liggen. Maar voor hij verder kan gaan duwt Heracles hem van zich af en ontdekt Pan zijn vergissing terwijl hij luid werd uitgelachen door Heracles en Omphale.

Omphale

Zo leeft Heracles een tijd lang samen met Omphale en verwekt bij haar een zoon Agelaus 3, die door sommige schrijvers ook Lamus 4 wordt genoemd. Tijdens die periode blijft Heracles het land zuiveren van bandieten en monsters. Zo doodt hij naast de rivier Sagaris een slang die vele mensen vermoord had en de oogsten op de oevers afstroopte naar graan. Als dank voor al zijn weldaden verklaart Omphale dat zijn bloedschuld is ingelost en stuurt hem, overladen met geschenken, terug naar Argos in Griekenland. Tijdens zijn terugreis herinnert Heracles zich enkele mannen die hem in het verleden onheus hadden behandeld, besluit bij hen verhaal te gaan halen, en de rest van zijn leven te besteden aan het vergelden van onrecht.

Zeus Alcmene Iardanus 2 -
Heracles Omphale
Agelaus 3 (Lamus 4)

Oorlogen van Heracles

Strijd met de Molionen

Eenmaal thuis aangekomen verzamelt Heracles een groot leger van mannen uit heel Griekenland en trok ten strijde tegen koning Augeas. Toen de koning in Elis hoorde dat de roemruchte held tegen hem optrok stelde hij als aanvoerders van zijn eigen leger Eurytus 1 en Cteatus aan. Deze kinderen van Molione en Actor 2 waren een aaneengegroeid duo dat in kracht alle mensen uit die tijd overtrof. Maar Heracles werd tijdens de expeditie ziek en sloot daarom een overeenkomst met de zoons van Molione. Toen de broers erachter kwamen dat hij ziek was vielen ze snel het leger van Heracles aan en doodden vele van zijn manschappen. Vanwege zijn ziekte kon Heracles hen niet weerstaan en ziet zich gedwongen om terug te trekken. Als kort daarna de Isthmische Spelen gehouden worden, en de streek Elis de zoons van Molione stuurt om aan de offerplechtigheden deel te nemen, neemt Heracles zijn kans waar om wraak te nemen. Hij legt in Cleonaea een hinderlaag voor Eurytus 1 en Cteatus en doodt het tweetal.

Strijd in Elis

Toen Heracles daarna terugkeerde in Tiryns beschuldigde Eurystheus hem ervan de macht in het koninkrijk te willen grijpen en gaf Heracles opdracht om uit Tiryns te vertrekken. Samen met zijn moeder Alcmene en zijn halfbroer Iphicles 1 gaat Heracles als banneling naar Arcadië waar hij in de stad Pheneus zijn hoofdkwartier vestigde. Daar besluit hij opnieuw naar Elis te gaan om koning Augeas te straffen voor zijn weigering Heracles te betalen voor het reinigen van zijn stallen. Ditmaal heeft Heracles geen enkele probleem met Augeas en doodt de koning zodra hij de stad had ingenomen. Als nieuwe machthebber stelt hij Phyleus 1 aan, de zoon van Augeas, omdat die bij de rechtbank tegen zijn vader had gepleit, en samen met Heracles uit Elis verbannen werd. Ook de dochter van Augeas, Epicaste 2 ontkomt niet aan de aandacht van Heracles en brengt de nacht met haar door en bevalt zij negen maanden later van de zoon Thestalus.

Zeus Alcmene Augeas -
Heracles Epicaste 2
Thestalus

Verovering van Pylos

Vervolgens trekt Heracles in Elis op tegen de stad Pylos vanwege hun steun aan Augeas. De inwoners, die werden aangevoerd door Neleus en zijn twaalf zoons, verdedigen hun stad manmoedig en vallen er een groot aantal doden. Tijdens die gevechten wordt Heracles aangevallen door Periclymenus 1, één van de zoons van Neleus, die door de gunst van Poseidon van gedaante kon veranderen. Hij valt Heracles eerst aan als leeuw, daarna als slang om Heracles ten slotte als Adelaar te belagen. Met zijn scherpe klauwen weet hij het gezicht van Heracles tot bloedens toe stuk te scheuren en schiet dan omhoog om hem in een laatste aanval te doden. Maar voordat Periclymenus 1 zijn plan kan volvoeren schiet Heracles een van zijn pijlen op de reusachtige vogel af. Maar Periclymenus 1 werd door Zeus gered en als sterrenbeeld aan de hemel geplaatst. Daarna weet Heracles de stad te veroveren en doodt Neleus en zijn elf overgebleven zoons. Alleen de dertiende zoon, Nestor, overleeft het bloedbad omdat hij niet in Pylos aanwezig was.

Steun van Cepheus 1

Hierna hoort Heracles dat Oeonus, de zoon van zijn vriend Licymnius, door Hippocoon 2, en zijn twintig zoons, uit Sparta was gedood en dat hij ook Tyndareus uit de stad had verbannen. Vanwege deze onrechtvaardige dood, maar nog meer omdat Hippocoon 2 Neleus had gesteund in zijn strijd, besluit Heracles met zijn leger naar Sparta op te rukken om Hippocoon 2 te straffen. Als Heracles op weg naar Sparta, door Arcadië trekt en in Tegea aankomt, vraagt hij Cepheus 1 om hem, samen met zijn twintig zoons, te helpen in de strijd. Maar Cepheus 1 wilde niet mee op de expeditie omdat hij bang was dat anderen Tegea zouden aanvallen tijdens zijn afwezigheid. Daarop geeft Heracles aan Sterope 3, de dochter van Cepheus 1, een lok van de Gorgo, die hij van Athena had gekregen. Tegen haar zei Heracles dat ze de lok drie keer op de muur omhoog moest houden maar er absoluut niet zelf naar mocht kijken. Als ze dit deed zouden de vijanden, die op de stad afkwamen, direct op de vlucht slaan. Daarop ging Cepheus 1 en zijn zoons mee op de expeditie van Heracles.

Oorlog met Hippocoon 2

Zo ontbrandt er voor de muren van Sparta een zware strijd maar weet Heracles de overwinning te behalen en worden er vele Spartanen gedood, waaronder koning Hippocoon 2 en al zijn zoons. Heracles overleeft de strijd, maar werd wel aan zijn hand verwond door één van de zoons van Hippocoon 2. Tot groot verdriet ontdekt Heracles na de strijd dat zijn halfbroer Iphicles 1 was gesneuveld maar ook zijn bondgenoot Cepheus 1 en zeventien van zijn twintig zoons. Na de verovering van de stad haalt Heracles Tyndareus terug naar Sparta en maakt hem tot koning. Hij stelde hierbij echter wel de voorwaarde dat de stad van hem bleef en dat Tyndareus die, als zijn regent, veilig moest beheren voor de afstammelingen van Heracles. Na deze campagne keert Heracles terug naar Arcadië. Onderweg stopt hij bij het huis van koning Aleus 1 waar hij stiekem de nacht doorbracht met diens dochter Auge 1. Ook zij blijkt na het vertrek van Heracles zwanger te zijn en baart, na door haar vader verstoten te zijn, de zoon Telephus

Zeus Alcmene Aleus 1 Neaera 3 / Cleobule 1
Heracles Auge 1
Telephus

Strijd met de Thesproten

Zo keert Heracles weer terug naar Pheneus waar hij besluit, bedroefd over de dood van zijn broer Iphicles 1 en zijn vriend Oeonus, om uit vrije wil te verhuizen. Samen met een groot aantal volgelingen vertrekt hij uit Pheneus en gaat naar de stad Calydon in Aetolië waar hij zich opnieuw vestigde. Verlangend om goed te doen voor de bewoners legt hij daar de loop van de rivier Achelous om, en creëert zo een grote hoeveelheid vruchtbaar land voor de bewoners waar ze hun gewassen konden kweken. Bovendien gaat hij met de Calydoniërs mee in hun strijd met de Thesproten vanwege een goddeloze daad van hun koning. In Thesprotië (Macedonië) neemt hij met geweld de stad Ephyra in en doodt hun koning Phylas 2. Zoals altijd brengt Heracles na zijn overwinning de nacht door met een dochter van de overwonnen koning, Astyoche 2 en verwekt bij haar de zoon Tlepolemus 1. Er zijn echter ook mythen waar in gesteld wordt dat deze dochter Medea 2 heette en de zoon Antiochus 3.

Zeus Alcmene Phylas 2 -
Heracles Astyoche 2 (Medea 2)
Tlepolemus 1 (Antiochus 3)

Cragaleus

Vlak voordat Heracles wil vertrekken ontstaat er tussen Apollo, Artemis en Heracles een discussie over het bezit van de stad Ambracia in Thesprotië. Apollo zei dat de stad hem toebehoorde omdat zijn zoon Melaneus 5 er koning was. Artemis, die geen openlijke ruzie met Apollo wilde, claimde de stad omdat zij er in het verleden voor had gezorgd dat de tiran Phalaecus werd gedood. Heracles op zijn beurt argumenteerde dat heel Epirus hem toebehoorde omdat hij alle inwoners van Epirus had verslagen nadat die hadden geprobeerd om de kudde van Geryon te stelen. Het geschil werd voorgelegd aan de oude Cragaleus en die besliste in het voordeel van Heracles. Daarop ontsteekt Apollo in woede en raakt Cragaleus met zijn hand aan waardoor de oude man versteende op de plek waar hij stond. Maar hij respecteerde wel zijn uitspraak waardoor Ambracia definitief tot het bezit van Heracles, en zijn afstammelingen, werd gerekend.

Gevecht met Achelous

Strijd met Achelaus

Hierna vindt Heracles het tijd worden om opnieuw te trouwen en gaat in Calydon naar koning Oeneus 1 die hij om de hand van zijn beeldschone (pleeg)dochter Deianira 1 vraagt. Maar Riviergod Achelous was hem net voor en had met veel omhaal van woorden getracht Deianira 1 voor zich in te plamen. Heracles heeft zijn zinnen echter op het meisje gezet, daagt Achelous uit tot een duel om Deianira 1, en zegt: ‘Mijn vuisten zijn beter dan mijn tongriem, als ik het duel win mag jij winnen met woorden maar krijg ik het meisje.Achelous, die de kracht van Heracles kent, durft niet meer terug en even later staan de twee met opgeheven vuisten tegenover elkaar. Als twee mastodonten vallen ze op elkaar aan, waarbij over en weer rake klappen werden uitgedeeld die een normaal mens onmiddellijk zouden doden. Maar elke keer weet Heracles de Riviergod in een wurggreep te pakken en krijgt die het steeds moeilijker.

Huwelijk Deianira 1

Uiteindelijk besluit Achelous van zijn vermogen om van gedaante te wisselen gebruik te maken en verandert zich in een een grote wurgslang. Daarop kijkt Heracles hem lachend aan en zegt: ‘Ik heb grotere monsters als dat verslagen, Achelous. Denk aan mijn geboorte en de Hydra van Lerna die ik naar de Onderwereld zond.’ Daarna knijpt hij met zijn reuzenhanden de keel van de slang dicht en worstelt Achelous om vrij te komen. Als dit niet direct lukt, verandert hij zich in een woeste stier maar kan zich niet bevrijden uit de greep van Heracles. Langzaam maar zeker buigt die de kop van de stier naar de grond en dwingt Achelous uiteindelijk tot overgave nadat, door de kracht van zijn greep, één van zijn stierenhoorns was afgebroken. Zo won Heracles de strijd om een meisje en nam Deianira 1 als zijn vrouw met zich mee naar huis. Het tweetal is gelukkig met elkaar en krijgen in de loop der jaren vier zoons met de namen Hyllus 1, Glenus, Onites en Ctesippus 3. Deianira 1 voelt zich echter vaak eenzaam omdat Heracles, kort na hun huwelijk al weer op pad gaat om nieuwe heldendaden uit te voeren.

Zeus Alcmene Dionysus 2 / Oeneus 1 / Dexamenus Althaea 1 / Althaea 1 / -
Heracles Deianira 1
Hyllus 1, Glenus, Onites, Ctesippus 3

Eunomus 1 en Nessus 1

Nessus en Deianira

Drie jaar na zijn huwelijk gaat Heracles op bezoek bij zijn schoonvader Oeneus 1 en wordt daar met een groot feestmaal ontvangen. Als tijdens het diner de jonge Eunomus 1 per ongeluk water op de handen van Heracles morst, nadat hij was uitgegleden, geeft die hem een klap voor z’n hoofd. De onschuldig bedoelde klap was echter zo hard dat Eunomus 1 sterft. De vader van de jongen, die familie van Oeneus 1 was, vergaf Heracles omdat het niet met opzet was gebeurd, maar Heracles kon zichzelf niet vergeven. Samen met Deianira 1, en de kleine Hyllus 1, vertrekt hij uit Pheneus en gaat richting Trachis in Thessalië om daar in de stad van Ceyx een nieuw onderkomen te zoeken. Onderweg, bij de rivier Euneus, trof hij de Centaur Nessus 1, die tegen vergoeding reizigers over de rivier droeg. Heracles geeft Deianira 1 aan Nessus 1 om haar aan de overkant te brengen terwijl hij zelf de kleine Hyllus 1 in zijn armen draagt. Zodra hij aan de overkant is hoort Heracles zijn vrouw, die nog op de andere oever was, gillen omdat de Centaur haar probeert te verkrachten. Snel pakt hij zijn boog, schiet Nessus 1 dood, en haalt dan zelf zijn vrouw op, die nog zachtjes met de stervende Centaur in gesprek was.

Oorlog met de Lapithen

Dan komen de Doriërs, aangevoerd door Aegimius, bij Heracles en smeken hem om hulp in hun oorlog met de Lapithen vanwege een geschil over de grenzen. Voor zijn steun beloofden ze Heracles een derde van het te veroveren land te schenken en het koningschap. Heracles stemt toe en gaat samen met de Doriërs, en de Arcadiërs die hem hadden vergezeld op zijn expedities, op de Lapithen af. Hoewel de Lapithen ver in de meerderheid zijn worden ze, dankzij de steun van Heracles, verslagen. Tijdens de strijd doodt hij vele Lapithen, waaronder hun koning Coronus, maar ook koning Laogoras en zijn kinderen die op het tempelterrein van Apollo een feestmaal hielden. Het land dat Heracles zo in bezit kreeg vertrouwde hij toe aan Aegimius met de opdracht dat hij het in bezit moest houden totdat de afstammelingen van Heracles het zouden komen opeisen.

Wraak op Eurytus 2

Na de oorlog met de Lapithen ging Heracles met zijn Arcadiërs naar Oechalia om ten strijde te trekken tegen Eurytus 2, omdat die had geweigerd zijn dochter Iole als vrouw te schenken nadat Heracles gewonnen had met boogschieten. Vanwege het verraderlijke gedrag van Eurytus 2 en zijn zoons kent Heracles geen enkele genade en doodt Eurytus 2 en al zijn zoons. Bovendien plundert hij de stad en neemt Iole, gevangen. Nadat hij zijn medestrijders had begraven, die gesneuveld waren in de strijd, en gaat op weg naar huis. Nadat hij in Euboea, bij kaap Cenaeum, was aangekomen richt Heracles een altaar op voor Zeus en wil een grootste offerplechtigheid houden. Daarbij wil hij zich mooi uitdossen en stuurt zijn vriend en heraut Lichas 1 naar Trachis om bij zijn vrouw Deianira 1 een prachtige mantel te gaan halen.

Dood van Heracles

Overige daden en kinderen

Terwijl Heracles op de mantel wacht overdenkt hij zijn leven, de oorlogen die hij gevoerd had, en de vele wilde dieren die hij gedood had. Hij denkt ook aan zijn vele vrouwelijke veroveringen met wie hij het bed gedeeld had en moeder waren geworden. Zo werd hij bij Autonoe 3 vader van Palaemon 2 en liet hij in Aetolië Evenus 2 het levenslicht aanschouwen, die zichzelf verdronk in de rivier Lycormas. Hij denkt ook aan Thebe waar hij bij een onbekende vrouw vader werd Chromis 4, en aan zijn andere zoons Euhenus, Phaestus 2, Lydus en Archelaus 3 die hij bij de verschillende vrouwen had verwekt. Hij denkt ook Zetes en Calais, zijn tochtgenoten op het schip de Argo, die bij de Argonauten hadden gepleit om zonder Heracles verder te zeilen toen hij op zoek was Hylas. Deze daad hebben de twee later met hun leven moeten bekopen toen ze, na de begrafenis van Pelias 1, naar huis terugkeerden en Heracles hen beiden op het eiland Tenos had doodgeslagen.

Zeus Alcmene Pireus -
Heracles Autonoe 3
Palaemon 2

Zeus Alcmene - -
Heracles Onbekende vrouwen
Evenus 2, Euhenus, Chromis 4, Phaestus 2, Archelaus 3, Lydus

De mantel

Enige tijd later keert Lichas 1 terug en geeft Heracles de mantel die hij bij Deianira 1 had opgehaald. Wat Heracles echter niet weet is dat Deianira 1 de mantel had ingesmeerd met het elixer dat zij van de stervende Centaur Nessus 1 had gekregen nadat hij was neergeschoten door Heracles. De stervende Nessus 1 had haar wijsgemaakt dat zijn bloed, dat vergiftigd was door de pijl van Heracles, vermengd met zand een liefdeselixer was waardoor zij onweerstaanbaar werd voor Heracles. Bang dat Heracles haar zou verstoten voor de mooie Iole had ze de mantel met het brouwsel ingesmeerd in de hoop zo haar man voor zich te behouden. Nietsvermoedend slaat Heracles de mantel om zijn schouders en wil aan het offer aan Zeus beginnen. Maar het gif in de mantel begon onmiddellijk zijn werk te doen en drong het lichaam van Heracles binnen waardoor zijn hele lijf in vuur en vlam leek te staan.

Aanroepen van Hera

Flink als hij is geeft Heracles, zo lang hij kan, geen kik maar als de pijn niet langer te verdragen is schopt hij het altaar van zich af, en slaakt enorme kreten door de verschrikkelijke pijn. Als hij de mantel van zijn lijf probeert te rukken scheurt die het vlees van zijn lijf en worden de botten zichtbaar. Het gif vreet ondertussen als vuur aan zijn organen en smekend heft de held uiteindelijk zijn armen ten hemel en roept: ‘Geniet je van mijn ondergang, wrede Hera, en is dit lijden een balsem voor je jaloerse hart. Schenk mij de dood en verlos mijn lichaam, dat werd geschapen om zulke zware taken uit te voeren, van deze helse pijnen! Heb ik hiervoor al die monsters gedood en het land verlost van haar misdadigers?’ Maar hoewel Hera het lijden niet kan aanzien, blijft ze zwijgen en doet niets.

Dood van Lichas 1

De dood van Heracles

Dan ziet Heracles hoe Lichas 1, die hem de mantel had gebracht, zich angstig verschuilt in een bergspleet. Omdat de pijn hem tot waanzin dreef roept hij: ‘Lichas 1, moest jij mij dit dodenoffer brengen om zo mijn moordenaar te worden?' Bleek van angst, roept Lichas 1 nog bibberend dat hem geen schuld treft, en grijpt Heracles luid smekend bij de knieën. Maar Heracles kent geen genade en tilt hem hoog in de lucht, zwaait Lichas 1 zo driemaal in het rond, en slingert hem dan ver in zee waar de jongen zonk als een steen en onder het wateroppervlak verdween. Tot verbazing van de omstanders veranderde de jongen even later in een rots die uit de zee omhoog kwam en daar eeuwig zou blijven staan.

Brandstapel

De pijn werd steeds heviger en Heracles steeds radelozer. Wanhopig stuurt hij Licymnius naar Delphi om het orakel te vragen wat hij moet doen om genezen te worden. Intussen had Deianira 1 ook gehoord wat er gebeurd was en, aangeslagen door de omvang van haar daad, zelfmoord gepleegd. Het orakel antwoordde dat Heracles naar de Oeta moest gaan en daar een grote brandstapel bouwen. Wat er daarna moet gebeuren had het orakel niet verteld en was in de handen van Zeus. Heracles velt vele bomen, en trok zich op enige afstand terug zodra hij de taak had uitgevoerdom te zien wat er gebeurde. Maar er gebeurde niets, waarna Heracles, die de pijn niet langer kon verdragen, op de brandstapel klom. Daar spreidde hij zijn leeuwenhuid uit en ging er op liggen. Vervolgens vraagt hij aan de omstanders de brandstapel aan te steken om zo een eind aan zijn leven te maken.

Onsterfelijk

Toen niemand de moed had om hem te gehoorzamen liet alleen Philoctetes, de zoon van Poeas, zich overhalen. Als dank krijgt hij de boog en pijlen van Heracles en steekt vervolgend de brandstapel aan. Direct sloeg er daarna een bliksem in die heel de stapel in vuur en vlam zet en tot as verteerde. Daarna willen de omstanders de resten van Heracles verzamelen maar konden geen botje vinden. Eindelijk had Zeus zijn zoon verlost van zijn lijden en hem, toen hij de bliksem liet inslaan, naar de Olympus gehaald. Daar laat hij Hera vrede sluiten met Heracles en maakt hem tot een God die, samen met de andere Olympiërs, vredig op de Olympus woonde. Zeus krijgt Hera zelfs zover dat die hun dochter Hebe 1 als vrouw aan Heracles schenkt en het tweetal de goddelijke kinderen Alexiares en Anicetus verwekt die als poortwachters van de hemel werden aangesteld.

Zeus Alcmene Zeus Hera
Heracles Hebe 1
Alexiares, Anicetus

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz