Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hippomedon 1

Hippomedon 1 is de zoon van Talaus uit Argos en zijn vrouw Lysimache 1. Het is een kinderrijk gezin want Hippomedon 1 heeft vijf broers met de namen Adrastus 1, Aristomachus 1, Mecisteus 1, Parthenopaeus, Pronax, en drie zussen Eriphyle, Astynome 2 en Metidice. Maar er zijn ook mythen die stellen dat Aristomachus 1 niet de broer van Hippomedon 1 was, maar zijn vader, terwijl de schrijver Hyginus stelt dat Hippomedon 1 de zoon is van Mnesimachus en Metidice. Deze laatste vrouw is dan een zus van Adrastus 1.

Zeven tegen Thebe

Hippomedon 1 werd in alle gevallen in Argos geboren, groeide op tot een grote en sterke man, en trouwde met Evanippe, de dochter van Elatus 6. Bij haar verwekt Hippomedon 1 een zoon die hij Polydorus 5 noemde. Als deze zoon nog een kleine jongen is vraagt zijn broer Adrastus 1, die koning van Argos is, aan Hippomedon 1 om als bondgenoot deel te nemen aan een veldtocht tegen Thebe. Adrastus 1 wil een groot leger bijeen brengen, en naar de stad oprukken, om de aanspraken op de troon van zijn schoonzoon, Polynices, kracht bij te zetten, en zoekt daarvoor bondgenoten. Hippomedon 1 aarzelt geen moment en zegt zijn medewerking toe.

Ontmoeting in Nemea

Zo vertrekt Hippomedon 1, samen met Adrastus 1 en nog vijf andere bondgenoten, als één van de Zeven Aanvoerders van een groot leger naar Thebe. Halverwege de reis naar Thebe komt het leger in Nemea aan waar op dat moment een hevige droogte heerst. Tijdens hun zoektocht naar water treffen ze in een bos de vrouw Hypsipyle aan die de kleine baby, Opheltes 1, in haar armen draagt. Koning Adrastus 1 spreekt haar aan om te vragen of zij weet waar er in de buurt water te vinden is. Hypsipyle antwoordde positief waarna ze de kleine Opheltes 1 in het gras legt, en de mannen voorgaat naar de plek waar nog een kleine rivier stroomt. Dankbaar lest iedereen zijn dorst en keren dan terug naar de plek waar ze Hypsipyle ontmoet hebben.

Dood van Opheltes 1

De slang van Nemea

Zodra ze daar aankomen, ontdekken de aanvoerders tot hun schrik dat de baby is opgegeten door een grote slang 6. Onmiddellijk breekt Hypsipyle in jammerklachten uit als ze het monster op de plek ziet, en in het zonnetje van zijn maaltijd ligt te genieten. Dan stormt Hippomedon 1 naar voren en grijpt met enorme inspanning een groot rotsblok van de grond en werpt dat naar de slang 6. Maar het dier ontweek met een soepele beweging van zijn lijf de aanval en voorkwam zo dat het verpletterd werd. Maar dan komt de aanvoerder Capaneus naar voren en doodt de slang 6 met zijn zwaard. Vervolgens snijdt hij de buik van het beest open en haalt de dode Opheltes 1 uit de maag. Alle aanwezigen vinden dit een slecht voorteken voor het verloop van de oorlog en noemen het dode kind Archemorus (begin van het onheil).

Woedende Lycurgus 4

Bedroefd door de gebeurtenis gaan de aanvoerders met Hypsipyle mee om het dode kind naar zijn vader Lycurgus 4 te brengen. Zodra die het lijkje van zijn zoon ziet, wil hij direct Hypsipyle doden maar springt Adrastus 1 beschermend voor de vrouw. Hij en medeaanvoerder Amphiaraus weten de woede van Lycurgus 4 met kalmerende woorden te sussen, maar zijn de troepen echter al slaags geraakt met de mannen van Lycurgus 4. Dan stapt Adrastus 1 in zijn wagen, rijdt er vliegensvlug naar toe, en roept: ‘Stop, stop, er is geen wrede daad begaan. Lycurgus 4 heeft het niet verdiend om zo te sterven, evenmin als de vrouw die ons het water aanwees.’ Daarop bedaren de gemoederen en worden er voorbereidingen getroffen voor de begrafenis van Opheltes 1.

Vlam in de pan

Voor het dode kind wordt een enorme brandstapel opgericht waarna de aanvoerders geschenken en offers in de vlammen werpen. Er wordt langdurig bij de brandstapel getreurd waarbij Eurydice 2, de moeder van het kind, haar jammerklachten uit en Lycurgus 4 zijn roemrijke scepter op het vuur werpt. Daarna cirkelt het leger, onder aanvoering van Adrastus 1, driemaal om de brandstapel en slaan viermaal met hun wapens tegen elkaar. Wanneer de brandstapel is gedoofd worden door Adrastus 1 spelen georganiseerd die bekend zouden komen te staan als de Nemeïsche Spelen.

Nemeïsche Spelen

Als eerste werd er een paardenrace gehouden en vervolgens een wedstrijd hardlopen, boksen, verspringen, discuswerpen, speerwerpen, worstelen en boogschieten. Net als de andere aanvoerders neemt Hippomedon 1 deel aan een wedstrijdonderdeel en meldt zich aan voor het discuswerpen. Zodra Adrastus 1 dit onderdeel aankondigt stapt Hippomedon 1, opgehitst door de omstanders, naar voren terwijl hij een zware stenen discus in zijn handen draagt. Uitdagend zegt hij tegen zijn tegenstanders: ‘Neem liever deze discus, jullie krijgers, dan die kleine steentjes die Adrastus 1 heeft uitgezocht. Die kan iedereen zonder enige inspanning wegsmijten.’ En terwijl hij dit zegt gooit hij zijn eigen discus hoog in de lucht. Verbaasd moeten de anderen bekennen dat zij dat niet konden en trokken zich terug. Alleen Phlegyas 7 en de enthousiaste Menestheus 2 durfden het aan om het tegen de grote Hippomedon 1 op te nemen.

Discuswerpen

Na enkele oefeningen om de spieren los te maken werpt Phlegyas 7 als eerste zijn discus en werpt die ver in het veld. Terwijl het publiek applaudisseerde keek Hippomedon 1 grimmig toe en vertrouwde erop verder te werpen dan Phlegyas 7. Daarna komt Menestheus 2 aan de beurt. Van de spanning laat hij tijdens de voorbereiding van zijn worp de discus uit zijn handen vallen waardoor enkele mannen hem smalend uitlachen. Beschaamd doet hij een nieuwe poging en werpt zijn discus enkele meters verder dan Phlegyas 7. Dan stapt Hippomedon 1 het strijdperk in en werpt met een machtige zwaai zijn discus ver over het veld. Verslagen kijken Menestheus 2 en Phlegyas 7 toe hoe het voorwerp ver voorbij hun stenen neerkomt en Hippomedon 1 triomfantelijk om zich heen kijkt. Blij over zijn prestatie neemt hij van Adrastus 1 als prijs de huid van een tijger in ontvangst waarvan de klauwen verguld waren. Zo lopen de Spelen ten einde en trekt het leger verder naar Thebe

Aankomst bij Thebe

Als het leger de stad bereikt moeten ze een wild stromende rivier oversteken en aarzelt het leger. Dan geeft de felle Hippomedon 1 zijn paard de sporen en jaagt zijn weifelende paard het water in en roept, vanuit het midden van de rivier: ‘Voorwaarts, mannen! Ik zal de eerste zijn die de aanval zal leiden en door de linies van Thebe zal breken.’ Beschaamd door hun angst volgen de andere aanvoerders de moedige Hippomedon 1 en steekt het leger de rivier over. Vanwege de invallende duisternis slaan ze kort daarna op een heuvel hun kamp op, die door zijn ligging eenvoudig te verdedigen is, en kijken vol krijgslust naar de muur om de stad waarin zeven poorten zijn opgenomen.

De strijd barst los

Strijd bij Thebe

De volgende ochtend gaat het leger op de stad af en stelt elke aanvoerder zich met een groot aantal soldaten tegenover een van de poorten op. Zo tot de tanden bewapend staat Hippomedon 1 bij de Poort van Onca, en ziet hoe de Thebanen de stad uitkomen en zich tegenover hem en de andere aanvoerders opstellen. Dan barst de strijd los en vallen de twee legers massaal op elkaar aan. Tijdens die eerste uren gaat Hippomedon 1 als een razende tekeer en doodt drie Thebanen. Zo wordt heel de dag hevig gevochten maar verloopt de strijd voor het leger uit Argos niet voorspoedig. De Thebanen werden geholpen door de Goden waardoor de ene na de andere aanvoerder van de Zeven sneuvelde.

Tydeus

Zo verdwijnt Amphiaraus in een aardspleet, wordt Capaneus door Zeus met een bliksem getroffen terwijl hij met een ladder de muur beklimt, en wordt ook de waanzinnig geworden Tydeus dodelijk getroffen. Van verre ziet Hippomedon 1 hoe Tydeus op de grond ligt en rijdt snel naar zijn vriend toe om te voorkomen dat de Thebanen hem te pakken krijgen. In zijn haast om bij hem te komen rijdt Hippomedon 1 over de stervenden heen en vertrappelen de woeste paarden hun gezichten. Bij Tydeus aangekomen springt hij van zijn paard en gaat als een rots in de branding naast zijn makker staan om hem te verdedigen. Als Leonteus 4 de dode Tydeus aan zijn haren probeert weg te slepen hakt Hippomedon 1 hem snel de hand af en roept: ‘Het is Tydeus zelf die jou van je hand beroofd! Wees bang voor helden zelfs wanneer die gedood zijn. Raak de dode niet aan, ellendige kerel!

Ingrijpen van Tisiphone 1

Zo probeerden de Thebanen driemaal om het lijk weg te slepen maar voorkwam Hippomedon 1 evenzovele keren dat dit lukte en sneuvelen velen van hen bij hun poging. Zo ging Hippomedon 1 ongenaakbaar in de strijd tekeer en kon geen mens hem verslaan. Maar dan grijpen de Goden in en sturen de Wraakgodin Tisiphone 1 naar Hippomedon 1 om hem af te leiden. Ze veranderde haar gedaante in dat van een mens en zegt tegen hem: ‘Tevergeefs, o Hippomedon 1, bewaak je jouw dode vriend! Zie hoe Adrastus 1 werd meegesleurd en Capaneus verbrandde. De Onderwereld wenkt naar je.’ Hippomedon 1 was even verrast en aarzelde, maar dan gaat Tisiphone 1 meedogenloos verder: ‘Waarom aarzel je? Laten we vooruit gaan en Thebe innemen! Of houdt dit dode lichaam je tegen, en is hij waardevoller dan degene die overleeft?’ Daarop besluit Hippomedon 1 de dode Tydeus over te laten aan zijn medestrijders en mengt zich weer in de strijd.

Uitdaging van Crenaeus 3

Al zwervend over het slagveld komt Hippomedon 1 uiteindelijk bij de rivier Ismenus terecht waar hij tegenover Crenaeus 3 komt te staan. Deze jongeman is een kleinzoon van de Riviergod en denkt dat hij in zijn water onkwetsbaar is. Stoutmoedig daagt hij Hippomedon 1 uit en zegt: ‘Dit is het giftige Lerna niet, maar een heilige rivier die je bevuilt. Hier zal je vinden wat je zoekt, ellendeling!’ Hippomedon 1 geeft geen antwoord maar waadt door het water naar Crenaeus 3 en doorboort hem zwijgend met zijn zwaard. Er klonk een diep gekreun vanaf de oevers, de rivier huiverde, terwijl de jongen onder water verdween en zijn laatste kreet ‘Moeder’ door de lucht schoot. De Waternimf Ismenis jammerde vreselijk over de dood van haar zoon en smeekt de Riviergod om zijn dood te wreken. Maar Hippomedon 1 trekt zich niets van haar gejammer aan en doodt de ene na de andere Thebaan waardoor de rivier vol met lijken raakt.

Wraak van Ismenus 3

Dan is de Riviergod het zat en laat zijn water met enorm geweld aanzwellen tot die boven de oevers uitsteeg. Daar rukt het water bomen los en sleurt de stammen mee in het steeds sneller stromende water. Hippomedon 1 verbaasde zich dat het water plotseling zo hoog komt en hij telkens door de golven werd teruggedreven van zijn tegenstanders. Maar hij trekt zich niet terug en blijft dapper strijden terwijl het water en de meegesleurde bomen hem proberen te vermorzelen. Zijn voeten staan stevig op de grond, hoewel die zacht is, terwijl hij zich stevig vasthoudt aan de glibberige rotsen. Dan valt Ismenus 3 hem zelf aan en werpt drie keer achter elkaar een zware eiken boomstronk tegen de borst van Hippomedon 1. Het schild wordt Hippomedon 1 uit handen geslagen waarna hij zich terug wil trekken op de oever.

Eindstrijd

Maar daar staan de Thebanen, die hem met een regen van hagel en pijlen bestoken, en hem elke keer weer terug drijven in de rivier. Dan ziet Hippomedon 1 een grote es op de oever staan, die nog niet door de stroom was ontworteld. Hij klampt zich met beide handen vast aan de boom, maar die kan het extra gewicht niet verdragen en valt met wortel en al in de rivier waar hij een grote dam vormt. Dan laat Ismenus 3 zijn golven nog heviger aanzwellen en komt er een onontkoombare vloedgolf van modder en draaikolken op Hippomedon 1 af. Hij begrijpt dat hier niet tegen te vechten is en roept tegen de Goden, terwijl hij onder water verdwijnt, ‘Schaam je, grote Ares 1, dat je dit leven van mij in een rivier wil verdrinken. Heb ik het niet verdiend om door het zwaard te sterven!

Dood Hippomedon 1

Geroerd door het gebed van Hippomedon 1 geeft Zeus de Riviergod bevel om zijn water tot rust te brengen en komt Hippomedon 1 weer boven water. Zijn lichaam is echter zonder enige bescherming en overgeleverd aan de Thebanen die op de oever staan. Die schieten een ware zondvloed van pijlen in zijn lichaam en sterft Hippomedon 1 terwijl zijn bloed het water van de rivier rood kleurt. Maar toch durft niemand zijn zwaard of helm aan te raken, geloven nauwelijks hun ogen, en huiveren bij het lijk. Voorzichtig, en met getrokken zwaarden, slepen ze Hippomedon 1 uiteindelijk op het droge waar ze hem als prooi voor de wilde dieren achterlaten.

Stamboom:

Aristomachus 1 / Mnesimachus / Talaus - / Metidice / Lysimache 1 Elatus 6 -
Hippomedon 1 Evanippe (Nealce)
Polydorus 5

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz