Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hypsipyle

Hypsipyle is de dochter van koning Thoas 1 die op het eiland Lemnos geboren werd en daar opgroeit tot een mooie jonge vrouw. Het eiland was dichtbevolkt, de mensen gezond, en er heerste grote voorspoed, waardoor de bewoners Aphrodite, niet meer vereerden met offers. De Godin wordt hier zo boos over dat ze besluit om op een wrede manier wraak te nemen. Aphrodite schakelt de godin van het Gerucht, Pheme in die ze naar het eiland stuurt om de vrouwen van Lemnos op te stoken.

Lemnos

Hypsipyle, de dochter van Thoas

Gerucht op Lemnos

Op Lemnos aangekomen gaat Pheme, in de gedaante van Neaera 8, als eerste naar Eurynome 7, en zegt tegen haar: ‘Ach zus, ik wilde dat ik dit Gerucht niet hoefde te vertellen. De man waar jij zo goed voor zorgt, is gek geworden en is nu een slaaf van de schandelijke liefde. Binnenkort komt hij naar huis met een vrouw uit Thracië die hij zijn gunsten schenkt. Je moet misschien een ander huis zoeken en je kinderen achterlaten. Maar je bent niet de enige, ook mijn man is gek geworden, net als alle andere mannen op het eiland.’ Zo wordt Eurynome 7 door Pheme bewerkt en gaat dit praatje daarna als een lopend vuurtje rond op het eiland.

Veelvoudige moord

Uiteindelijk komen de vrouwen in opstand tegen hun ontrouwe mannen. Ze besluiten om hen, zodra ze weer zijn teruggekeerd van hun reis naar Thracië, in hun slaap te doden, inclusief al hun mannelijke nakomelingen en eigen vaders. Zodra de mannen terugkeren, worden ze liefdevol ontvangen door hun vrouwen, krijgen veel wijn van hen te drinken, maar vinden allen die nacht de dood als ze liggen te slapen. Ook Hypsipyle gaat met een zwaard in haar handen naar het bed van haar vader Thoas 1. Maar als zij naast het bed staat, begint haar geweten te knagen en maakt ze haar vader wakker. ‘Vlucht, vader! Het zijn geen Thraciërs die ons overvallen, maar het werk van de vrouwen op het eiland. Vraag niet wie ons opdracht gaf om dit te doen, maar sta op en vlucht voordat ze ook jou vermoorden!

Redding van Thoas 1

Toen ondersteunde ze Thoas 1, hulde hem in een mantel met een grote kap en bracht Thoas 1 in het geheim naar het altaar van Dionysus 2. Daar strekt ze haar handen smekend naar de God uit en roept: 'Vader Dionysus 2, red me van deze zonde, en heb medelijden met mij.’ Daarna hielp zij Thoas 1 om in een schuilplaat bij de voeten van het beeld, onder de plooien van de mantel, te gaan zitten zodat geen mens hem kon zien. Vervolgens doet Hypsipyle net of ze haar vader heeft vermoord en neemt deel aan de feesten van de vrouwen.

Gebed aan Dionysus 2

Toen de dageraad verscheen werd het uiteindelijk stil op het eiland en gaat de vermoeide Hypsipyle terug naar de schuilplaats van haar vader. Ze hult hem in een vrouwengewaad, hangt hem vol bloemenslingers en liet Thoas 1 plaatsnemen in een rijtuig waar ze manden en trommels omheen zette. Zelf vlocht ze klimop om haar boezen en deed de deur van het heiligdom open terwijl ze Dionysus 2 aanroept. ‘Ik smeek u, Dionysus 2, verlaat uw met bloed bevlekte woonhuis. Laat de zee u reinigen van de dood, en laat mij uw slangen terugbrengen in de tempel nadat zij gezuiverd zijn.‘ Zo probeerde ze iedereen zand in de ogen te strooien en reed met de wagen naar een stil bos waar ze Thoas 1 opnieuw verborg.

Vertrek Thoas 1

Dag en nacht leefde Hypsipyle in angst dat haar daad ontdekt zou worden en durfde niet meer deel te nemen aan de feesten van haar vriendinnen, of in het geheim naar de schuilplek van haar vader te gaan. Uiteindelijk komt er, door een storm, een schip de haven in van Lemnos en ziet Hypsipyle de oplossing voor haar probleem. Snel gaat ze naar haar vader in het bos en zegt: ‘Je moet dit welvarende land verlaten, vader, dat beroofd is van haar mannen! O, verschrikkelijke misdaad die in één nacht is gepleegd! Je kunt hier niet blijven en moet vertrekken op het schip dat in de haven ligt. Hoor mij aan, Godin, en sta toe dat mijn vader veilig vertrekt. Hierna zal ik terugkeren naar de stad en blij zijn omdat hij is gered.’ Vervolgens brengt ze haar vader ’s nachts naar de haven en ziet de volgende ochtend het schip vertrekken zonder dat Thoas 1 ontdekt is.

Vorstin op Lemnos

Intussen waren de vrouwen ook tot bezinning gekomen, en drong het besef door van wat ze hadden gedaan. De bewijzen van hun misdaden waren gecremeerd en de vrouwen vroegen zich angstig af hoe het nu verder moet. Dan roept Hypsipyle alle vrouwen bijeen en geeft hen opdracht te gaan zitten op de plek waar vroeger hun vader en zoons in vergadering bijeen zaten. Ze besluiten om zonder mannen verder te gaan en schenken Hypsipyle de troon en scepter van haar vader om over de vrouwen te regeren. Zo begint Hypsipyle bedroefd als vorstin van Lemnos aan haar taken en stelde wetten op waar iedereen zich aan te houden had. Voorts werd afgesproken om hun misdaad voor de buitenwereld te verzwijgen en werd een verhaal verzonnen om de afwezigheid van mannen op het eiland te verklaren.

Aankomst Argonauten

Samen met de andere vrouwen hoedt Hypsipyle vervolgens de kuddes, leert met wapens omgaan, en de grond te bewerken in plaats van hun dagen te slijten achter het spinnewiel. Wel turen ze telkens de zee af, bang als ze waren om overvallen te worden door de Thraciërs. Zo gaan er jaren voorbij zonder dat er iets spannends gebeurt. Dit verandert echter drastisch als er plotseling vanuit zee een enorm schip op Lemnos afstevent, dat werd voortgedreven door vijftig roeiriemen. De vrouwen denken dat de Thraciërs er aankomen en stormen met de wapens in handen naar de kust om het schip tegen te houden. Ze verstijven echter van schrik als ze zien dat er een grote groep gewapende jongemannen op het schip aanwezig zijn.

Overleg

Die sturen hun heraut Aethalides 1, naar de vrouwen met de boodschap dat ze in vrede komen, niet uit zijn op buit of vrouwen, maar nieuwe voorraden in willen slaan. Hypsipyle hoort zijn boodschap aan, laat haar strijdlust varen, en zegt tegen Aethalides 1 dat de mannen bij het schip in de baai moeten blijven wachten. Vervolgens nodigt ze alle vrouwen uit voor overleg op de vergaderplaats waar ze hen toespreekt. ‘Vrouwen, laten wij deze mannen overvloedig schenken wat zij vragen, voedsel en drank. Dan zullen zij bereidt zijn buiten onze stad blijven en niet hierheen komen om ons beter leren kennen. Als dat gebeurt, ontdekken ze vast onze misdaad en dat zal hen niet erg bevallen!’ Dat is mijn raad, maar als er iemand een beter voorstel heeft laat zij dat dan nu zeggen.

Reactie van Polyxo 3

Na haar stond Polyxo 3 op, de oude voedster van Hypsipyle, en zegt terwijl ze op haar stok leunt: ’Laten we doen wat Hypsipyle heeft voorgesteld. Want hoe verwachten jullie in de toekomst ooit je leven voort te zetten als hier eens echt Thraciërs landen. Deze keer heeft een God ons misschien geholpen, maar later wachten ons andere rampen. Als de oudere vrouwen straks gestorven zijn wat zal er dan voor leven voor de jongeren zijn? Ik raad jullie jongeren ten sterkste aan dit goed te overwegen. De kans op redding ligt vandaag in jullie handen, als jullie al je huizen, al je vee, je stad vol luister aan die vreemdelingen toevertrouwt!’ Haar woorden vinden grote instemming bij de vrouwen en er wordt bericht gestuurd naar het schip dat de mannen welkom zijn en in de stad worden uitgenodigd.

Ontmoeting met Iason

De vrouwen van Lemnos en de Argonauten

De vrouwen kijken met grote ogen naar de jongemannen als die de stad in marcheren, en kloppen hun harten door toedoen van Aphrodite opnieuw van verlangen naar datgene wat ze zolang hebben moeten missen. Er werden vuren op de altaren ontstoken waarna een groot feest volgde en grote hoeveelheden wijn werden gedronken. Als snel werden er vele koppeltje gevormd en ook Hypsipyle kan haar ogen niet van hun aanvoerder, Iason, afhouden. Het tweetal raakt in gesprek en dan vertelt Hypsipyle het verzonnen verhaal aan Iason dat hun mannen Lemnos hebben verlaten. Ze gaven de voorkeur aan Thracische vrouwen omdat de vrouwen van Lemnos een onaangename geur verspreidden nadat ze Aphrodite onvoldoende hadden vereerd. Daarna besluit ze hem over te halen om te blijven en zegt: ‘Blijf daarom gerust op dit eiland, en als het u bevalt, kunt u straks het ambt van mijn vader bekleden.

Kinderen

Daarna vertelt Iason dat hij met zijn mannen, de Argonauten, een opdracht in Colchis moet uitvoeren en haar aanbod om het koningschap op zich te nemen niet aan kan nemen. Maar hij en zijn mannen blijven wel op het eiland hangen en trekken bij de vrouwen in huis, waar ze zich als man en vrouw gedroegen. Zo raken alle vrouwen zwanger en worden er negen maanden later vele kinderen geboren. Ook Hypsipyle wordt zwanger en baart een tweeling die ze Deipylus 1 en Euneus 1 noemt. Er zijn echter ook mythen waarin Deipylus 1 Nebrophonus 1 of Thoas 6 wordt genoemd. Maar na en klein jaar is Heracles, die zich afzijdig had gehouden, het getreuzel moe en maant Iason woedend om verder te gaan met de tocht naar Colchis.

Vertrek Argonauten

Iason kan niet anders dan beschaamd zeggen dat Heracles gelijk heeft en geeft opdracht om zo snel mogelijk weer uit te varen. Hypsipyle neemt huilend afscheid van haar geliefde Iason en zegt tegen hem: ‘Ik zal je missen, maar laat de hemel voor een behouden vaart zorgen, zodat de opgedragen taak volbracht kan worden. Maar dit eiland en de scepter van mijn vader blijven hier voor jou beschikbaar. Mocht je in de toekomst ooit verlangen terug te komen, schroom dan niet om ook andere mannen mee te brengen. Houdt ook mij in gedachten en de zoons die je hier achterlaat.’ Bovendien schenkt ze Iason een prachtig geweven purperen mantel als aandenken. Ook Iason heeft moeite met het afscheid en zegt tegen Hypsipyle om zijn zoons, als ze volwassen zijn en zijn hulp nodig hebben, naar zijn huis te sturen. Daarna vertrekt Iason met zijn Argonauten de zee op om nooit meer terug te keren op Lemnos.

Nemea

Verbanning

Na hun vertrek verstrijken de jaren en komt het eiland langzaam maar zeker weer tot bloei terwijl de kinderen opgroeien bij hun moeders. De vrouwen durven weer buitenlanders op hun eiland te verwelkomen en zo bloeit ook de handel weer op met naburige volken. Deze handelaars brengen ook het gerucht mee dat hun oude koning Thoas 1 over zee was vertrokken en nu regeerde op het eiland Chios. Zodra de vrouwen dit gerucht horen worden ze woedend en roepen Hypsipyle ter verantwoording. Die kan niet anders dan bekennen, waarna Hypsipyle uit de macht gezet en van het eiland verbannen wordt. De vrouwen geven haar mee aan passerende zeelui met de opdracht om Hypsipyle in het buitenland te verkopen als slavin. Bij het vertrek geeft Hypsipyle haar twee kinderen aan Lycaste en vraagt haar om voor hen te zorgen tot ze volwassen zijn. Dan vertrekken de zeelui en wordt Hypsipyle verkocht aan koning Lycurgus 4 in Nemea.

Verzorgster van Opheltes 1

Hypsipyle en Opheltes

Nadat de vrouw van Lycurgus 4, die Eurydice 2 of Amphithea 2 heette, is bevallen van de zoon Opheltes 1, krijgt Hypsipyle de taak om voor de pasgeboren telg te zorgen. Lycurgus 4, die door een orakel was gewaarschuwd, geeft Hypsipyle daarbij de bijzondere opdracht om de kleine Opheltes 1 nooit op de grond te zetten totdat hij kan lopen. Zo schikt Hypsipyle zich in haar lot en draagt als slavin in versleten kleding de kleine baby, overal waar ze gaat, in haar armen. Op een dag, tijdens een verschrikkelijke droogte, gaat ze een wandelingetje maken om verkoeling te zoeken in het bos. Daar wordt Hypsipyle aangesproken door koning Adrastus 1 die samen met zes andere aanvoerders, en een groot leger, onderweg is naar Thebe. Vanwege de droogte lijdt het leger dorst en is hij op zoek naar water.

Ontmoeting met Adrastus 1

Adrastus 1 spreekt haar zeer beleefd aan, want ondanks haar versleten kleding ziet hij aan haar houding dat ze een voornaam persoon moet zijn, en denkt Artemis aan te spreken. ‘Godin en koningin van het bos, want Uw voorkomen en eervolle houding tonen dat U geen stervelinge bent. Help een naburig volk en kijk neer op onze dorstige gelederen. Wij zijn van plan om Thebe te vernietigen maar de droogte put onze krachten uit. Wellicht weet U ergens een troebele rivier of bron waar wij onze dorst kunnen lessen en smeken U om ons die te wijzen.’ Met neergeslagen ogen antwoordde Hypsipyle: ‘Ik ben geen godin, hoewel ik ooit een koningin ben geweest. Maar misschien kan ik u wel helpen, en bevat de Langia, die hier in de buurt stroomt, nog water. Volgt u mij dan zal ik de weg wijzen.’ Om hen snel van dienst te kunnen zijn, legt Hypsipyle de kleine Opheltes 1 op het gras en gaat koning Adrastus 1 en zijn mannen voor in het bos.

Dood van Opheltes 1

Na een kleine wandeling langs kronkelende paden komen ze bij de rivier die nog volop water blijkt te bevatten en drinken alle soldaten dorstig van het heerlijke water tot ze volledig verzadigd zijn. De aanvoerders zijn Hypsipyle zeer dankbaar voor haar hulp en vragen naar haar lotgevallen. Dan vertelt Hypsipyle zuchtend wat er in het verleden gebeurd is, en waarom zij nu als slavin bij koning Lycurgus 4 moet dienen. Het verhaal nam enige tijd in beslag waardoor ze de kleine Opheltes 1 volledig vergat. Die lag, druk in zichzelf brabbelend, op de plek waar hij was achtergelaten maar werd daar opgemerkt door een enorme slang 6. Hongerig gaat hij op het weerloze kind af, en verslindt de kleine Opheltes 1 in een oogwenk. Even verder hoort Hypsipyle zijn kleine kreetjes niet meer en herinnert zich dan de opdracht die Lycurgus 4 haar gegeven had. Geschrokken beëindigt zij haar verhaal en rent terug naar de plek waar zij het kind had achtergelaten. Zodra ze aankomt ziet ze de slang 6 liggen met een dikke bobbel in zijn lijf, en breekt Hypsipyle in een verschrikkelijk gejammer uit.

Rouw van Hypsipyle

Op haar snikken keren ook Adrastus 1 en zijn mannen terug naar de plek. Ze zien wat er gebeurd is en weten met moeite het monster te doden. Daarop snijden ze het slangenlijf open en halen de levenloze Opheltes 1 naar buiten. Wanhopig bukt Hypsipyle voorover, tilt het kind van de grond en overdekt hem met kussen. Van de schok kan ze niet meer huilen of spreken, en onderzoekt ademloos of er nog sporen van leven aanwezig zijn in het kind. Maar de huid is weggeschuurd, zijn pezen zichtbaar, en is het gezicht niet meer te herkennen. Dan breekt Hypsipyle en roept: ‘Archemorus, troost in mijn ellende en ballingschap. Waar is je lieve gezicht en gebrabbel gebleven, waar is die glimlach en het gemopper dat alleen ik kon begrijpen? Hoe vaak viel je gekalmeerd in slaap als ik je mijn trieste verhaal vertelde? Want zo troostte ik mijn verdriet, en gaf jou een moederborst. Welke waanzin voerde mij van je weg? Hoe kon ik mijn dierbare plicht zo volkomen vergeten? Laat mij nu ook steven zodat ik mijn meesters niet meer onder ogen hoef te komen, hoewel mijn verdriet niet minder is als dat van hen.

Woede van Lycurgus 4

Dan besluit Adrastus 1 Hypsipyle te helpen. Samen met haar en zijn mannen gaat hij naar het paleis van Lycurgus 4 om uit te leggen wat er gebeurd was. Zodra Lycurgus 4 het verhaal hoort wil hij direct Hypsipyle doden maar springt Adrastus 1 beschermend voor haar. Onmiddellijk breken er schermutselingen uit tussen de mannen van Lycurgus 4 en Adrastus 1. Dan toont Adrastus 1 een ware aanvoerder te zijn, weet de verhitte gemoederen te kalmeren, en ook de woedende Lycurgus 4 tot bedaren te brengen, terwijl Hypsipyle er al die tijd lijdzaam bijstaat. Uiteindelijk worden er voorbereidingen getroffen voor de begrafenis van Opheltes 1.

Begrafenis van Opheltes 1

Voor het dode kind wordt een enorme brandstapel opgericht waar de aanvoerders geschenken en offers in de vlammen werpen. Er wordt langdurig bij de brandstapel getreurd waarbij Eurydice 2, de moeder van het kind, haar jammerklachten uit en Lycurgus 4 zijn roemrijke scepter in het vuur werpt. Tijdens die plechtigheid ontdekt Hypsipyle onder de mannen van Adrastus 1 ook haar twee zoons die in het leger zijn meegekomen. Huilend van geluk vallen zij elkaar in de armen en kan Hypsipyle eindelijk, na vele jaren van ellende, weer lachen en zich enigszins gelukkig voelen, terwijl ze elkaar hun wederwaardigheden vertellen. Na de begrafenis worden er Spelen georganiseerd en is Hypsipyle bijzonder trots op haar zoons als die de paardenrace weten te winnen. Hoe het verder ging met Hypsipyle laten de mythen verder in het ongewisse.

Stambomen:

Thoas 1 - Aeson Polymede / Alcimede 1 / Amphinome 3
Hypsipyle Iason
Deipylus 1 (Nebrophonus 1 / Thoas 6), Euneus 1

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz