Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Iason

Afstamming en jeugd

Inleiding

Iason is een figuur die in de Griekse mythologie tot de helden gerekend wordt. In tegenstelling tot andere helden, zoals Heracles en Theseus, schreef Iason slechts één prestatie op zijn naam, de Tocht van de Argonauten. Van deze groep jongemannen was hij de aanvoerder op het schip de Argo. Hij verkreeg deze rol niet zozeer vanwege zijn prestaties, maar meer omdat hij degene was die van koning Pelias 1 opdracht kreeg om de Gouden Vacht in Colchis op te halen. Iason stond wel onder bescherming van de Godin Hera, die hem menigmaal hielp bij problemen, en zou zonder haar zeker gefaald hebben. Ook zijn grootste prestatie, het verslaan van de stieren, kon Iason alleen maar volvoeren dankzij de hulp van Medea 1, met wie hij trouwt tijdens de terugreis. Na afloop van de tocht blijkt Iason bovendien een trouweloze echtgenoot te zijn, die Medea 1 in de steek laat, dat verschrikkelijke gevolgen heeft. Aan het eind van zijn leven sterft Iason dan ook een roemloze dood.

Afstamming

De jacht op het Everzwijn van Calydon

Iason, en zijn broer Promachus 3, werden in Iolcus geboren als zoons van Aeson. Voor wat betreft de moeder zijn de mythen minder eenduidig en worden er drie namen genoemd: Polymede, Alcimede 1 en Amphinome 3. Aeson laat Iason opvoeden bij de Centaur Chiron op de bosrijke Pelion waardoor hij uitstekend leert omgaan met wapens en opgroeit tot een vriendelijke man. Hoewel Iason geen strijdlustig karakter bezat had hij wel moed, en werd vooral bekend om zijn goedheid. Zo groeit Iason op tot jonge volwassen man die iedereen als zijn persoonlijke vriend behandelde.

Everzwijn 2 van Calydon

Iason geeft dan ook gehoor aan de oproep van koning Oeneus 1 uit Calydon om te helpen een monsterlijk Everzwijn 2 te doden dat diens landerijen onveilig maakt. Iason gaat, net als vele andere jongemannen, naar het hof van de koning en wordt daar negen dagen lang gastvrij onthaald. Op de tiende dag ontstaat er enige onenigheid tussen Cepheus 1 en Ancaeus 1 omdat er ook een vrouw, Atalanta, wil meedoen aan de jacht. Meleager, de zoon van koning Oeneus 1, damt de ruzie echter in en stelt dat Atalanta mee mag doen. Zodra de jacht begint, en ze het ondier in het vizier krijgen, is Iason de tweede die een speer werpt. Hij werpt echter met zoveel kracht dat het wapen over de rug van het Everzwijn 2 heenvliegt. Even later probeert Iason het opnieuw met een werpspies. Ook nu mist Iason zijn doel maar raakt wel zijn medejager Celadon 1 in het dijbeen. Uiteindelijk wordt het monster de dodelijke wond toegebracht door Meleager die daardoor ook de huid van het dier wint.

Een gevaarlijke opdracht

Verlies van een sandaal

Na de jacht keert Iason terug naar het huis van zijn vader om zich aan de landbouw te wijden. Dan krijgt hij van koning Pelias 1, de broer van zijn vader Aeson, een uitnodiging om samen met vele anderen de jaarlijkse offerplechtigheid aan Poseidon bij te wonen. Onderweg naar de stad Iolcus komt Iason bij de wild kolkende rivier Evenus, of Anaurus, die hij moet oversteken, en treft daar een oude vrouw aan die vergeefs wacht op iemand die haar naar de overkant wil dragen. De goedaardige Iason is de enige die bereid is om dit te doen en draagt haar op zijn rug naar de overkant. Zodra hij de rivier heeft overgestoken verdwijnt de vrouw in een flits, en begrijpt Iason dat het de godin Hera was. Omdat ze boos is op koning Pelias 1, die niet aan haar wilde offeren, had Hera besloten om Pelias 1 te vernietigen. Zodra ze hoorde dat Pelias 1 een voorspelling had gekregen om op te passen voor een man met één sandaal, liet Hera tijdens de oversteek Iason een sandaal in de rivier verliezen en maakte hem zo tot haar wapen om Pelias 1 te straffen.

Uitnodiging van Pelias 1

Zodra Iason, met slechts één sandaal aan zijn voeten, bij Pelias 1 aankomt, moet de koning onmiddellijk aan het orakel denken en zint op een list om zijn neef uit de weg te ruimen. Rechtstreekse moord was een hoofdzonde dus zegt hij tegen Iason: ‘Heb je gehoord hoe onze bloedverwant, Phrixus 1, in het verleden naar Scythië is gevlucht op de rug van een vliegende Ram 1 met een gouden vacht? Hij kwam bij koning Aeetes terecht die hem doodde en de Vacht in een heilig woud van Ares 1 ophing. Dit is geen loos gerucht maar werkelijkheid. Als ik mijn oude kracht nog had zou ik zelf naar Colchis varen om de koning te straffen. Maar ik ben te oud om die tocht te ondernemen en mijn zoon is nog te jong. Wil jij, die in de kracht van je leven bent, deze tocht ondernemen en de Gouden Vacht terugbrengen naar Iolcus. Het is geen eenvoudige taak want er liggen vele gevaren op de loer tijdens deze gevaarlijke tocht?’ Zo bespeelde Pelias 1 het hart van de moedige Iason.

Aanvaarding van de opdracht

Iason heeft wel in de gaten dat Pelias 1 op zijn vernietiging uit is, maar wordt gelijktijdig aangetrokken door de uitdaging om dappere daden te verrichten. Als hij de tocht onderneemt denkt Iason zijn roem te vergroten en antwoordde de koning dat hij de uitnodiging aanvaardde. Maar hoe moest hij deze taak uitvoeren? Hij besluit Hera om hulp te vragen en bidt tot haar: ‘Almachtige koningin, die ik over de woeste rivier heb gedragen, help mij om Colchis te bereiken. En ook u, Athena, steun mij op deze tocht die vol gevaren is. Met eigen handen zal ik dan de Gouden Vacht in uw tempel offeren en zullen er sneeuwwitte runderen met gouden hoorns op het vuur van uw altaren gelegd worden.’ De twee Godinnen verhoorden zijn gebed en Hera stuurt Athena naar Iason om hem te helpen terwijl ze zelf in heel Griekenland rond gaat om dappere jongemannen op te roepen voor de tocht naar Colchis.

Bouw van de Argo

Athena stuurt Iason naar de timmerman Argus 4 om samen met hem een groot schip te bouwen waar zij hem de specificaties voor had verstrekt. Argus 4 stemt in, en onder aanvoering van Athena zoeken ze in de bossen op de Pelion de meest geschikte bomen uit en beginnen aan de bouw van het schip. Door de oproep van Hera komen er steeds meer jongemannen naar Iolcus die ook de handen uit de mouwen steken en vordert de bouw van het schip gestaag. Zo ontstaat, na enkele maanden bouwen, een enorm schip met vijftig roeiriemen dat door Argus 4 met prachtige afbeeldingen op de boorden werd versierd. Athena zelf bevestigde aan de boeg nog een sprekende tak die ze in Dodona van de heilige eik van Zeus had meegenomen. Intussen waren er meer dan vijftig jongemannen in Iolcus gearriveerd die wilden deelnemen aan de tocht. Dit waren niet de minste want onder hen bevonden zich enkele mannen die hun naam al hadden gevestigd, zoals Heracles, Theseus, Telamon en de Dioscuren.

Acastus

Terwijl Iason het resultaat bekijkt, bedenkt hij een plan om te voorkomen dat Pelias 1 het schip saboteert en besluit Acastus, de nog jonge zoon van Pelias 1, over te halen om ook deel te namen aan de tocht. Dan zal Pelias 1 verlangen dat het een veilige tocht wordt en tot de Goden bidden om de golven te bedaren! Zo bedenkt Iason bij zichzelf. Op dat moment stuurt Zeus een voorteken en laat van links naar rechts een Adelaar met een lam in zijn klauwen overvliegen. Iason begroet verheugd het voorteken en gaat naar het paleis van Pelias 1 waar Acastus hem omarmt in een familiaire omhelzing. Tegen hem zegt Iason: ‘Beste Acastus, ik kom niet hier om te klagen, maar om je te vragen deel te nemen aan de tocht.’ Hij bewerkt het gemoed van de jongen door te vertellen over de vele avonturen die ze gaan beleven, en de roem die hen ten deel zal vallen bij terugkeer. De prins hoeft niet verder overtuigd te worden en zegt: ‘Genoeg, genoeg, ik ben klaar voor alles wat je me vraagt. Ik zal niet achterblijven. Nee, ik zal zonder dat mijn vader het merkt ontsnappen om plotseling aan je zijde te staan wanneer je vertrekt.

Tewaterlating

Het schip de Argo

Zodra het schip, dat ze de Argo noemden, gereed is zetten de mannen hun schouders er onder en, aangevuurd door Iason, dragen dat met knikkende knieën naar zee. Terwijl ze met luide kreten voortzwoegen, speelt Orpheus op zijn lier om hen te begeleiden tot ze bij het water zijn en het schip aan de golven toevertrouwen. Daar bleef het schip in een prachtige balans drijven en bonden de mannen, die zich de Argonauten noemen, het vast aan een grote ankersteen. Vervolgens bouwen ze altaren om eerbied te betonen aan de Westenwind en Zeegod Glaucus 7 voor een behouden vaart. Iason zelf richtte zich tot Poseidon en bad: ‘Met uw hoofdknik brengt u uw rijk tot enorme golven waar het witte schuim op siddert. Schenk ons nu uw gunst voor de tocht, spaar dit schip en zijn lading, en laat u niet leiden door de geloften van Pelias 1, die deze wrede opdracht bedacht.’ Zo sprak hij en goot een overvloedig wijnoffer op het vuur.

Voorspelling Mopsus 2

Onmiddellijk schoot er een grote vuurtong omhoog en begint de ziener Mopsus 2, die ook zal deelnemen aan de tocht, te orakelen: ‘Kijk Poseidon roept de Goden van de oceaan op en spoort hen aan de wet te handhaven. Dus, Hera, omarm uw broer en sluit hem in uw hart en u Athena, laat ons schip niet in de steek en keer u niet af van de bedreigingen van uw oom. Zal ik mijn weg vinden door de vele veranderingen van het lot! Ach, waarom versluiert de mooie Hylas plotseling zijn haar? Waarom draagt hij een waterkruik op zijn schouders en heeft hij een blauw kleed om zijn lichaam? En u, Polydeuces, hoe komt u aan die verwondingen? Ah, kijk naar de felle vlammen uit die zwoegende neusgaten van de stieren! Helmen en speren komen uit de grond omhoog! Wat is dit voor strijd die ik zie om de Gouden Vacht? En wie is die vrouw, omgeven met de dood, die de lucht doorklieft op gevleugelde Draken? Wie slaat ze neer met haar zwaard? Iason, haal dat kleintje weg uit de bruidskamer die in vuur en vlam staat!’ Zo sprak Mopsus 2 in trance.

Reactie Idmon 1 en Iason

Dan reageert Idmon 1, een andere ziener die ook deelneemt aan de tocht, op het orakel van Mopsus 2: ‘Ook ik zie veel gezwoeg op deze moeilijke reis, maar ons schip zal na veel lijden alles overwinnen en weer veilig in de haven van Iolcus terugkeren.’ Nadat hij dit gezegd had stroomden de tranen over zijn wangen omdat hij wist dat hij de reis niet zou overleven. Dan spreekt Iason als laatste de mannen toe en zegt: ‘Jullie hebben nu de decreten uit de hemel gehoord, mijn vrienden, en er gloort hoop aan de horizon. Zeus zelf heeft gewild dat wij deze tocht ondernemen om machtige taken in de wereld te vervullen. Kom met mij mee zodat je later aan je kleinkinderen kunt vertellen over de machtige avonturen die je hebt beleefd! Morgenochtend vertrekken we, dus breng de nacht hier in vrolijkheid door aan het strand zodat we opgewekt aan onze tocht kunnen beginnen.’ Daarop bereidden de Argonauten een feestmaal aan het strand terwijl Iason naar zijn ouders gaat om afscheid te nemen.

Afscheid van zijn ouders

Thuis aangekomen valt zijn moeder hem jammerend in de armen, terwijl zijn oude vader ziek op bed lag. Iason probeert hen te troosten en zegt: ‘Die tranen zullen mij niet tegenhouden om morgenochtend uit te varen, en maken mij alleen maar verdrietiger. Put hoop uit alle gunsten die Athena mij heeft verleend, vertrouw op de dappere strijders die met mij meegaan, en blijf hier kalm wachten op mijn terugkeer’. Zo op hen inpratend neemt Iason afscheid en loopt door de stad terug naar het strand, terwijl hij onderweg luid wordt toegejuicht door de bewoners. De oude Iphias, priesteres van Artemis, kwam Iason tegemoet en kuste hem de hand. Zij wilde iets tegen hem zeggen, maar kon het niet omdat de massa Iason verder duwde. Zo keert Iason terug bij zijn vrienden aan het strand.

Dromen

Op dat moment komt ook de Centaur Chiron aan met de kleine Achilles om afscheid te nemen van Peleus, zijn vader. De kleine jongen kijkt met grote ogen naar Heracles en streelt vol bewondering de leeuwenhuid die hij om zijn schouders draagt. Ondertussen zingt zanger Orpheus prachtige liederen over de vlucht van Phrixus 1 op de Gouden Ram 1 en vele andere beroemde verhalen uit het verleden. Dan valt de nacht in en komt er een eind aan het drinken en feestvieren. Het wordt langzaam stil op het strand en dromen de Argonauten van de avonturen die hen te wachten staan. Alleen Iason kan de slaap niet vatten en denkt aan alle problemen die overwonnen moeten worden. Als hij uiteindelijk toch in slaap valt verschijnt Athena in zijn droom en zegt: ‘Wees gerust, Iason, de eik van Dodona beschermt het schip en ik vaar met je mee over de oceanen. Vertrouw op de hemel en ban al je angsten uit.

Verkiezing Aanvoerder

Bij het eerste licht wordt Iason verkwikt wakker, roept alle mannen bijeen voor overleg, en zegt: ‘Vrienden alles is klaar voor de tocht, de wind is gunstig, dus we kunnen vertrekken om naar Colchis te varen. Kiezen jullie nu uit ons allen een leider die ons zal aanvoeren en voor alles zorg moet dragen.’ Daarop kijken de mannen allen Heracles aan en bieden hem met een gezamenlijke kreet het leiderschap aan. Maar hij bleef zitten en zegt: ‘Biedt mij deze grote eer niet aan, want die aanvaard ik niet. Ik zal ook ieder ander weerhouden om het leiderschap op zich te nemen, want wie mannen samenbrengt moet ook het leiderschap aanvaarden!’ Onmiddellijk stemde iedereen in met zijn woorden en werd Iason tot aanvoerder gekozen. Verheugd gaat hij staan en zegt: ‘Als jullie mij die functie toevertrouwen, moet niets ons vertrek nog langer in de weg staan! Laten we dus een offer aan Apollo brengen en daarna onmiddellijk vertrekken.’ Ook dit voorstel werd met gejuich ontvangen en vertrekt het schip, nadat de mannen snel een altaar hadden gebouwd en een offer aan Apollo brachten om zijn steun af te smeken.

Naar de Propontis

Eerste zeemijlen

Vlak voordat ze de ankersteen ophalen voegt ook Acastus, de zoon van Pelias 1, zich nog bij de mannen die zich in een stierenmantel had gehuld om te voorkomen dat zijn vader zijn vertrek ontdekte. Zo vertrekken de Argonauten maar steekt er, zodra het schip enkele uren op zee is, een enorme storm op en rollen grote golven over het wateroppervlak. De wind wakkert steeds verder aan waardoor het roeien onmogelijk werd en de riemen uit handen van de Argonauten werden geslagen. De boeg kwam schuin op de wind te liggen en een plotselinge wervelwind scheurde het zeil aan stukken. Ontsteld over hun tegenslag beginnen de mannen te jammeren en denken dat hun laatste uur geslagen heeft.

Storm

Maar dan komt plotseling het donkerblauwe hoofd van Poseidon, met de drietand in zijn handen, uit het water omhoog, en roept: ‘Dit schip moet gespaard worden. Athena en mijn zuster Hera hebben mijn hart verzacht met hun tranen.’ Onmiddellijk kalmeren de golven, wordt de lucht weer helder, en straalde de zon weer aan een heldere hemel. Dan bedekt Iason zijn schouders met een heilige mantel en bracht een plengoffer aan Poseidon. ‘O Vader, die door het lot de zeeën toegewezen kreeg. Deze duisternis was wellicht toeval, of misschien dreef dit vreemde schip met gewapende krijgers u tot woede. Met dit offer hoop ik u te verzoenen, Heer, kijk vriendelijk op ons neer, en laat ons deze reis volbrengen. Na afloop zullen wij u vele offers brengen en uw altaren voeden met vette runderen.’ Dan knikt Poseidon, verdween weer onder de golven, en ging er een gejuich op onder de Argonauten.

Nacht op zee

Gerustgesteld door de nu kalme zee varen de Argonauten verder en zien in de verte de Pelion uit het zich verdwijnen. Dan roeien ze langs het eiland Sestos en houdt hun stuurman Tiphys een noordoostelijk koers aan. Na een dag roeien begint de avond te vallen en slaat de angst om op zee te verdwalen toe bij de mannen. Maar Tiphys kalmeert hen en zegt: ‘Niet zonder hulp van een God houden we koers met dit schip. Athena heeft me de weg over zee gewezen. Voelden jullie haar hand niet toen we vandaag door die storm werden overvallen? Nee, houdt moed, kameraden! De hemel straalt onveranderd, en de maan is helder opgekomen. Bovendien blaast de wind bij het vallen van de nacht sterker in het zeil en vaart het schip sneller. Daarnaast leerde Athena mij om de sterren te volgen. Kijk, Orion gaat onder en Perseus sist in het water. Maar mijn gids is degene die zich nooit verschuilt in het water terwijl hij boven de pool straalt, de Slang die door zeven sterren wordt omringd.’ Zo kalmeert hij de mannen en zeilen ze in een heldere nacht verder.

Aankomst Lemnos

De volgende ochtend nadert het schip Lesbos, waar de Argonauten willen landen om vers water in te slaan en de voorraden aan te vullen. Kort nadat ze op het strand zijn geland komt er een vrouwelijke boodschapper naar hen toe. Als Iason vraagt naar de bedoeling van haar komst zegt het meisje: ‘Ik breng u de boodschap van onze koningin, Hypsipyle. Ze vraagt uw aanvoerder om naar haar stad te komen en samen met uw mannen dit eiland als vrienden te betreden.’ Dan doet Iason een purperen mantel aan en gaat met de boodschapster mee naar de stad terwijl de Argonauten achterblijven om het door de storm gehavende schip te repareren. Toen Iason in de stad aankwam dromde een grote schare vrouwen om hem heen en verbaasde het hem geen mannen te zien. Maar hij loopt zwijgend verder, zijn ogen op de grond gericht, en sloeg geen acht op de vrouwen, totdat hij voor Hypsipyle stond.

Welkom door Hypsipyle

De vrouwen van Lemnos

Dit blijkt nog een jonge vrouw te zijn, van ongeveer de zelfde leeftijd als Iason, die hem met blozende wangen welkom heette. Beschroomd vraagt ze hem: ‘Waarom, vreemdeling, bleven jullie buiten de muren van onze stad wachten? In deze stad wonen geen mannen meer, want die zijn vertrokken naar Thracië om daar op het land te werken’. Vervolgens vertelt zij het verhaal dat Aphrodite boos was geworden op de vrouwen van Lemnos en hen daarom met een onaangename geur had gestraft. Hierdoor waren de mannen naar Thracië vertrokken om nooit meer terug te keren, waardoor de vrouwen gedwongen waren om het eiland zelf te besturen en te bewerken. Aan het eind van haar verhaal vraagt Hypsipyle aan Iason of de Argonauten niet enige tijd op Lemnos willen blijven om voor nageslacht te zorgen. Bovendien biedt Hypsipyle aan om met Iason te trouwen en hem het koningschap over Lemnos te schenken.

Reactie van Iason

Daarop antwoordde Iason beleefd: ‘Hypsipyle, ik dank u voor de gastvrijheid die u ons schenkt nu wij die nodig hebben. Ik zal de boodschap overbrengen aan mijn vrienden en kom daarna kom direct terug. Maar het overige moet ik helaas weigeren en dient u zelf vorstin op dit eiland te blijven. Dit wijs ik niet uit laatdunkendheid af, maar ik heb een zware taak opgedragen gekregen die ik moet uitvoeren’. Hierna nam Iason afscheid en gaat naar het schip om zijn mannen het goede nieuws te brengen dat ze welkom zijn op het eiland, en de vrouwen om nageslacht verlegen zitten. De Argonauten horen zijn verhaal lachend aan en gaan direct met hem mee naar de stad waar ze hartelijk ontvangen worden door de vrouwelijke bevolking. Alleen Heracles bleef achter bij het schip om dat te bewaken

Kinderen op Lemnos

In de stad organiseren de vrouwen een groot kennismakingsfeest, worden er onderling verhalen uitgewisseld, en vloeit de wijn overvloedig. Aan het eind van de avond heeft elke Argonaut een vrouw aan de haak geslagen en gaat met haar mee naar haar huis. Ook Hypsipyle snakt naar gezelschap van een man en ontvangt Iason die nacht zeer liefdevol in haar bed. Zo blijven de Argonauten maandenlang hangen op het eiland en raakt de ene vrouw na de ander zwanger. Ook Hypsipyle wordt zwanger en baarde, negen maanden later, de tweeling Euneus 1 en Deipylus 1, die ook wel Nebrophonus 1 of Thoas 6 werd genoemd. Maar na weken lanterfanten op Lemnos wordt Heracles, die nog steeds bij het schip de wacht houdt, het oponthoud moe en spoort Iason aan om de tocht te vervolgen.

Aeson Polymede / Alcimede 1 / Amphinome 3 Thoas -
Iason Hypsipyle
Deipylus 1 (Nebrophonus 1 / Thoas 1), Euneus 1

Afscheid van Lemnos

Beschaamd realiseert Iason dat hij zijn opdracht bijna was vergeten en roept de Argonauten bijeen om hen te melden dat zij weer verdergaan met de tocht. Zodra Hypsipyle dit merkt gaat ze naar Iason toe en grijpt huilend zijn handen. ‘Je vertrekt, en ik hoop dat Zeus jou en al je vrienden een behouden reis schenkt. Maar bedenk dat mijn bed en de troon van dit eiland hier voor jou beschikbaar blijven, mocht je er ooit naar verlangen om hier terug te keren. Maar nee, die wens zal niet in vervulling gaan. Denk dan in ieder geval aan de kinderen die je hier achterlaat, en maak in de wereld bekend dat wij op zoek zijn naar mannen.’ Daarop antwoordt Iason: ‘Hypsipyle, ik hoop dat alles zal gebeuren zoals je wenst. Maar zie af van dat verlangen naar mijn terugkeer, want ik wil in Iolcus wonen. Maar als het me lukt om de tocht te volbrengen, en onze kinderen groter worden, stuur ze dan naar mij toe zodat ik, of mijn ouders, hen groot kunnen brengen.’ Daarna neemt het tweetal afscheid van elkaar, net als de andere Argonauten van hun vrouwen, en varen de zee weer op om hun tocht te hervatten.

Tussenstop bij Troje

Onmiddellijk stuurt Tiphys de Argo pal naar het oosten, naar het begin van de Hellespont, om via die smalle zeestraat naar de Zwarte Zee te koersen. Zodra ze de monding van de zeestraat bereiken maken de Argonauten een korte tussenstop bij de monding van de Simois waar Heracles en Telamon op verkenningstocht gaan. Op het strand treft Heracles het meisje Hesione 2 aan die, als offer aan een zeemonster 2, was vastgebonden aan een rots op de kust. Heracles weet het meisje te bevrijden en het zeemonster 2 te verslaan. Als beloning spreekt Heracles met haar vader, de arrogante koning Laomedon 1 van Troje, af dat Hesione 2 zijn vrouw wordt zodra hij teruggekeerde van de tocht. Laomedon 1 stemde in met de voorwaarde, maar was niet van plan om die belofte ooit in te vullen. Hij had zelfs de arrogantie om even later soldaten naar de Argonauten te sturen met het bevel om direct van zijn kust te vertrekken.

Zee van Helle

Daar ze hun opdracht nog moeten uitvoeren besluiten de Argonauten om deze belediging te negeren, hoewel hun bloed kookte, en varen bij het vallen van de avond de Hellespont in. Dan verschijnt tijdens de dageraad plotseling de geest van Helle, met een gouden scepter in haar hand, voor Iason en spreekt hem zachtjes toe. ‘Ook u bent uit uw huis verdreven door een onvriendelijke koning en treft hetzelfde lot als ik. Een onmetelijke zee strekt zich nog voor u uit en Colchis ligt zelfs nog veel verder. Maar ik zal u de toegang onthullen, bij de geheime plek met twee altaren van opgestapelde turf, waar u aan Phrixus 1 moet offeren. Vertel hem dat ik niet ben gestorven in zee, toen ik van de Ram 1 afviel, maar door de Goden van de zee ben opgevangen.’ Daarna slaakte het meisje een diepe zucht en verdween in het water. Dan brengt Iason een plengoffer aan de golven om bij Helle een behouden tocht af te smeken.

Aankomst bij de Dolionen

Cyzicus snelt gewapend zijn paleis uit

Vervolgens vaart de Argo de Hellespont in en zeilen ze tussen de steden op beide kusten door. Dan komen ze bij een schiereiland waar een lange bergrug uit het water omhoog rijst, met aan de voet een grote stad. Iason besluit om aan te meren en wordt, zodra hij aanmeert, gastvrij ontvangen door Cyzicus, de nog jonge koning van de Dolionen. Hij nodigt Iason uit in zijn paleis en spoort de bevolking aan om de overige Argonauten gastvrijheid te verlenen in hun huizen. Tijdens de maaltijd wisselen Cyzicus en Iason hun belevenissen uit en vraagt Cyzicus naar het doel van de tocht. Iason vertelt dat hij in opdracht van koning Pelias 1 de Gouden Vacht in Colchis moet ophalen. Zodra Cyzicus dit hoorde gaf hij opdracht om een groot offer aan Apollo te brengen. In het verleden had hij namelijk een orakel ontvangen dat zijn kust eens bezocht zou worden door een grote groep helden die hij onmiddellijk gastvrij moest ontvangen en niet met wapens moest bestrijden. Dit in tegenstelling tot de Pelasgen die, zo vertelt Cyzicus tegen Iason, zijn kust regelmatig bestoken maar elke keer weer door de Dolionen met hun wapens werden verdreven.

Vertrek

Drie dagen lang worden de Argonauten gastvrij onthaald door Cyzicus en zijn Dolionen maar gaan de Argonauten, in de ochtend van de vierde dag, weer verder met hun tocht. Iason en zijn helden worden uitgeleide gedaan door de Dolionen nadat zij hen eerst nog graan, wijn en kleinvee hadden geschonken als proviand. Bij het afscheid huilt Cyzicus bedroefd vanwege hun vertrek en geeft hij Iason allerlei kostbare gastgeschenken mee. De twee nemen innig afscheid van elkaar en beloven in de toekomst elkaar te helpen waar dat mogelijk is. Zo vertrekken de Argonauten en zeilen met een gunstige wind de zee op. Maar bij het vorderen van de dag begint de wind te draaien en ontstaat er fikse storm die hen terugdrijft naar de kust waar ze die ochtend waren vertrokken. In de duisternis hebben de Argonauten echter niet in de gaten dat ze weer bij de Dolionen zijn aangekomen. Ze binden hun schip vast aan een uitstekende rotspunt en slaan hun bivak op aan het strand.

Nachtelijke strijd

Daar worden ze plotseling overvallen door de Dolionen, die ook niet in de gaten hebben dat de Argonauten waren teruggekeerd, en denken dat hun land weer door de Pelasgen wordt aangevallen. De Argonauten grijpen onmiddellijk naar de wapens en in het donker ontstaat een woeste strijd op leven en dood. Ook Iason grijpt zijn lans en treft de allereerste tegenstander frontaal in de borst. Dit gebeurde met zoveel geweld dat het borstbeen van het slachtoffer, koning Cyzicus, door de speerpunt werd verbrijzeld. Vervolgens moedigt Isason zijn Argonauten luidkeels terwijl hij voortsnelt over hoofden en lichamen die baden in het bloed. Vervolgens laat hij Zelys, Brontes 2, en Abaris 3 halfdood achter en achtervolgt Glaucus 8, die hij een gapende wond in zijn keel bezorgt. Dan volgen Halys 2, Protis en Dorceus 3 die allen reutelend hun leven verliezen. Zo woedt de strijd heel de nacht in alle hevigheid voort en slaan de Dolionen, bij het eerste ochtendlicht, op de vlucht.

Rouw

In het opkomende licht ontdekken de Argonauten dat zij tegen de Dolionen strijden, en ook die bemerken wat er aan de hand is. Onmiddellijk worden de vijandelijkheden gestaakt en beseffen beide partijen welke enorme vergissing er in de duisternis is gemaakt. Als Iason ontdekt dat het zijn speer was die Cyzicus heeft gedood is hij de wanhoop nabij en scheert van verdriet zijn hoofd kaal. Drie dagen lang wordt er door zowel de Dolionen als de Argonauten gerouwd en wordt er een grootste crematie met sportwedstrijden georganiseerd voor de gestorven koning. Op de derde dag bouwen ze een grote grafheuvel en worden de restanten van Cyzicus in zijn laatste rustplaats gelegd. Bovenop de terp legt Iason snikkend, als laatste eerbetoon, de helm en schouderriem die Cyzicus dierbaar waren. Door de felle tegenwind worden de Argonauten daarna twaalf dagen gedwongen te wachten voordat zij weer verder kunnen met hun tocht

Offer aan Rhea

In de twaalfde nacht fladdert een blauwe vogel boven de slapende Iason, die met zijn kreet het einde van de storm voorspelde, en wordt dit opgemerkt door de ziener Mopsus 2. Die maakt onmiddellijk Iason wakker en zegt: ‘Zoon van Aeson, wordt wakker! Je moet de steile Dindymus beklimmen en de Moedergodin, Rhea, genadig stemmen. Dan zal de storm luwen! Die boodschap heb ik zojuist vernomen in de roep van de blauwe vogel die boven jouw slapende hoofd vloog en mij alles duidelijk meldde.’ Dit bericht viel in goede aarde bij Iason en spoort zijn vrienden aan om alle voorbereidingen te treffen voor het offer. Na het beklimmen van de berg treffen ze een oeroude en verweerde wijnstok aan die Argus 4 tot een mooi beeld schaafde en de Argonauten aan de boeg bevestigden. Dan brengen ze een offer van een aantal stieren en bidt Iason vurig tot de Godin om hen te beschermen tegen de storm. Rhea verhoorde zijn gebed en liet als teken groen gras aan hun voeten ontkiemen, en vruchten groeien aan de anders altijd dorre bomen. Dan gaan de Argonauten vol goede moed naar hun schip, ging de storm liggen, en vervolgden hun reis.

Naar de Botsende Rotsen

Roeiwedstrijd

Om het moreel te verbeteren stelt Iason voor een wedstrijd te houden wie het langst op volle kracht kan roeien. Zelf doet hij ook mee maar moet, net als alle andere Argonauten, het afleggen tegen de geweldige Heracles die als laatste overblijft. Terwijl hij in zijn eentje het schip voortbeweegt roept hij uitdagend: ‘Wie weerstaat deze golven van mij?’ Daarbij trekt hij met zoveel kracht dat de roeiriem breekt en Heracles achterover tuimelt op een van zijn vrienden. Beteuterd kijkt hij naar de restanten van zijn roeispaan terwijl hij overeind krabbelt. Kort daarna valt de avond in en besluit Iason om opnieuw aan land te gaan om te eten en een nieuwe roeispaan voor Heracles te maken.

Verdwijning van Hylas en Heracles

De Argonauten worden wederom gastvrij onthaald, ditmaal door de Mysiërs, en krijgen van hen een gastmaaltijd voorgeschoteld. Heracles wil echter eerst een nieuwe roeiriem hebben, en gaat samen met zijn geliefde Hylas het bos in om een geschikte boom uit te zoeken voor een nieuwe roeiriem. Het tweetal blijft heel de nacht weg en keert ook de volgende ochtend niet terug. Intussen hebben de Argonauten slapend aan de kust de nacht doorgebracht en spoort Tiphys de volgende ochtend de mannen aan om direct weer uit te varen vanwege de gunstige wind. Enthousiast gaan de Argonauten aan boord, rollen het zeil uit om van de wind te profiteren, en hebben al snel een grote afstand afgelegd. Dan ontdekt iemand plotseling dat Heracles en Hylas niet aan boord zijn en ontstaat er verwarring en ruzie of ze terug moeten keren of doorzeilen.

Verwijten

Verslagen en hulpeloos sprak Iason geen enkel woord en verbeet zijn spijt over deze domheid. Dan wordt Telamon boos op hem en zegt: ‘Blijf jij maar rustig zitten, Iason! Kwam het je goed uit om Heracles niet mee te nemen? Volgens mij heb jij dit bedacht om te verhinderen dat zijn naam jouw roem straks in de schaduw zal stellen, als de Goden het ons gunnen om behouden thuis te komen. Maar wat heeft dit gepraat voor zin? Ik ga terug om hem te zoeken met of zonder medewerking van jou en je vrienden die dit sluwe plan bedacht hebben!’ Zo sprak Telamon en ging woedend op Tiphys af om het roer om te gooien. Dan ontstaat er een heftige tweestrijd tussen de mannen waarbij er enkelen terug willen keren maar de meeste door willen zeilen. Iason kan niet besluiten wat hij moet doen en staat besluiteloos voorop het schip te huilen, terwijl de Argonauten ruzie maken, en hij de grote held enorm mist.

Verschijning Glaucus 7

De verdwijning van Hylas

Dan verschijnt plotseling de zeegod Glaucus 7 uit het blauwe water die de Argo vastgreep bij de achtersteven. Vanuit het water schreeuwde hij tegen de Argonauten: ‘Waarom moet de onverschrokken Heracles, in strijd met het plan van grote Zeus, met jullie mee naar Colchis? Zijn bestemming dwingt hem in Argos voor koning Eurystheus de hem opgelegde Werken te volbrengen. Hij moet er nog enkele uitvoeren en de Goden wachten niet! Laat niemand hem dus missen! Een Nimf heeft uit liefde Hylas, om wie Heracles achterbleef, tot haar echtgenoot gemaakt en laat hem niet meer gaan.’ Zo sprak Glaucus 7 en verdween met een enorme golf weer in het water.

Verzoening

De Argonauten verheugden zich over deze boodschap en sprak Telamon berouwvol tegen Iason: ‘Wees niet boos op mij, Iason, omdat ik door mijn boosheid dwaze woorden sprak. Diep verdriet om het verlies van Heracles deed mij onbesuisde woorden spreken. Laat de Winden deze woorden verwaaien en wij weer goede vrienden zijn, net als vroeger!’ Dan zegt Iason: ‘Mijn vriend, je hebt me diep gegriefd met de verwijten die jij tussen al deze mannen uitsprak. Maar goed, al was ik eerst ook boos, die wrok blijf ik niet koesteren. Je was niet boos op mij om iets onbelangrijks zoals kudden, maar om een vriend. Ik hoop dat jij voor mij hetzelfde zal doen als ik ooit eens zoek raak.’ Zo werd de vrede aan boord weer hersteld en zeilde de Argo verder met de wind vol in de zeilen.

Ontmoeting met Dymas 7

Dankzij de straffe wind zeilt het schip twee dagen lang naar het oosten en krijgen de Argonauten, bij de dageraad, een landtong in zicht die diep in zee steekt. Iason besluit weer aan land te gaan om een warme maaltijd te bereiden en vers drinkwater te zoeken. Op de kust geeft Iason de mannen opdracht om de omgeving te verkennen en keert Echion 4 even later terug met een jongeman. Zijn naam was Dymas 7 die de Argonauten waarschuwt te vluchten en zegt: ‘Bebrycië is geen vriendelijk land. Weldra zal koning Amycus 1 jullie ontbieden en opdragen een bokswedstrijd met hem te houden. Deze zoon van Poseidon daagt elke vreemdeling uit tot een duel met dodelijke afloop. Neem dus mijn raad aan en vlucht!’ Vervolgens neemt hij de Argonauten mee naar een grot aan het strand en toont hen daar de afgehakte ledematen van vreemdelingen die gedwongen waren geweest het tegen Amycus 1 op te nemen.

Koning Amycus 1

Even later arriveert ook Amycus 1 aan het strand. Het is een reus van een kerel die met een bulderende stem direct tegen de Argonauten begint uit te varen. ‘Jullie hebben kennelijk gehoord over onze kust en zijn gekomen om die te onderwerpen. Maar jullie kozen het verkeerde land, want ik ben Amycus 1, de zoon van Poseidon. Hier heerst de wet van de handschoen en armen die omhoog worden gehouden tijdens een gevecht. Het is al even geleden dat ik de bokshandschoenen heb gebruikt en ik snak ernaar om weer eens een paar tanden in het zand te vertrappen. Wie van jullie durft het tegen mij op te nemen. Bij winst ontvangt hij een gouden ketel, maar is hij niet tegen mijn vuisten bestand dan moet hij dat met zijn leven bekopen. Zeus is ergens anders koning, want hier zie ik er op toe dat geen vreemd schip in mijn wateren komt.

Bokswedstrijd

Onmiddellijk springt Iason, samen met vele andere Argonauten, op om de uitdaging van de barbaar aan te nemen, maar was Polydeuces de eerste. Hij is een uitstekende bokser maar fysiek geen partij voor de reus Amycus 1. Die kijkt hem geringschattend aan en maant hem op te schieten. De twee gaan naar hun eigen mannen en treffen de nodige voorbereidingen voor de strijd. Zodra ze klaar zijn, en de leren riemen om hun handen zijn gebonden, begint het tweetal elkaar af te tasten en jaagt Amycus 1 Polydeuces stap voor stap achteruit en gunt hem geen rust. Maar die wist telkens, zonder een schrammetje op te lopen, de slagen te ontwijken door achteruit te boksen. Zo ging de strijd een poosje op en neer en was het geklapper van hun tanden tot ver in de omtrek te horen. Amycus 1 is verbaasd dat dit tengere mannetje zo lang stand houdt en besluit hem direct aan het begin van de tweede ronde neer te slaan. Maar Polydeuces weerstond de aanval, deed zelf een snelle tegenaanval, en trof Amycus 1 net boven zijn oor waardoor diens schedel brak. Als een boom valt Amycus 1 in het stof en klonk er een luid gejuich onder de Argonauten.

Phineus 1

Aankomst van de Argonauten bij Phineus

Onmiddellijk vallen de andere Bebryciërs de Argonauten aan maar die weten hen, aangevoerd door Iason, eenvoudig op de vlucht te jagen nu hun koning gestorven was. Na de strijd verzorgen ze de wonden van Polydeuces en bereiden een feestmaal op het strand. Daarna varen ze bij het vallen van de avond de zee weer op om hun koers naar het oosten te vervolgen. Vlak voor ze de toegang tot de Zwarte Zee bereiken gaan de Argonauten nog eenmaal aan land in Thracië en ontmoeten daar de blinde ziener Phineus 1. Die wordt geteisterd door de Harpijen, die al het voedsel van zijn tafel stelen, als straf voor zijn misdaden uit het verleden. De oude ziener verwelkomt Iason en zijn mannen uiterst vriendelijk, omdat hij in een visioen had gezien dat de Argonauten hem van deze kwelling zouden verlossen, en zegt: ‘Welkom in mijn land, langverwachte groep mannen. Ik weet van welke Goden jullie afstammen en welke opdracht jullie moeten uitvoeren. Wees welkom in mijn huis.

Harpijen

Daarop gaat Iason en zijn mannen mee naar het paleis waar de blinde ziener zijn levensverhaal vertelt. Vervolgens klaagt hij dat de Harpijen al zijn voedsel stelen, en het beetje dat ze achterlaten met hun uitwerpselen bevuilen waardoor ook dat niet meer te eten is. Aan het eind van zijn verhaal smeekt Phineus 1 de Argonauten om hulp en vraagt Zetes en Calais, de gevleugelde zoons van Boreas 1, die op de Argo meevaren, om die vrouwelijke monsters te verjagen. Uiteraard stemt het tweetal in en wordt een maaltijd op tafel gezet om de Harpijen te lokken. Onmiddellijk begint de oude man te beven want uit het niets verschijnen de Harpijen en vallen op het voedsel aan. Dan springen Zetes en Calais de lucht in en gaan achter de Harpijen aan die verschrikt op de vlucht slaan. Enige tijd later keren de broers terug met de boodschap dat de Harpijen nooit meer terug zullen komen en dat Phineus 1 verlost is van zijn kwelling.

Smeekbede Iason

Dan wordt er een nieuwe maaltijd klaargemaakt en kan Phineus 1 eindelijk weer eens van een heerlijke maaltijd en een beker wijn genieten. Dan smeekt Iason de oude ziener: ‘Eerwaarde Phineus 1, uw kwelling is ten einde. Verlos mij nu ook van mijn zorgen en richt uw geest op de taak die ons nog te wachten staat. Hoe dichter ik bij Colchis kom, hoe meer ik gekweld wordt door zorgen over wat er komen gaat.’ Dan pakt Phineus 1 zijn hoofdband en lauwerenkrans en doet een beroep op zijn kunde om in de toekomst te zien. Onmiddellijk straalt hij met een nieuwe waardigheid en wordt hij door voorspellende visioenen overspoeld. Dan begint hij te orakelen en luistert Iason aandachtig toe naar wat hem te wachten staat.

Voorspelling Phineus 1

Helden, die onder de bescherming van Athena en Hera staan. Ik zal de plekken die jullie gaan bezoeken verklaren. Het begin van de weg voert tussen de Botsende Rotsen door, waar tot op heden nog geen schip gepasseerd is. Maar de hemel stuurt hulp. Als de Rotsen even aarzelen, laat dan een duif los en volg die. Stop niet maar roei op volle kracht tussen de Rotsen door. Vervolgens kom je in het rijk van Lycus 1. Als de pest hier toeslaat, en je een van je vrienden verliest, wanhoop dan niet, en verman je voor de toekomst. Ga verder en passeer de velden die door de rivier Thermodon worden gescheiden, waar de beroemde Amazonen wonen. Laat je daar door de storm niet naar toe drijven. Heb geen angst voor het ras van Chalybes, hoewel het wilden zijn. Dan volgen langs de kust vele koninkrijken die niet te vertrouwen zijn en je links moet lagen liggen. Uiteindelijk komen jullie bij de Phasis waar een oorlog heerst tussen Aeetes en zijn broer. Daar zal je de felle Colchiërs bijstaan in de strijd. Misschien wordt het je zelfs gegund om de Gouden Vacht op te halen. Maar je moet niet alleen op moed en kracht vertrouwen. Vaak is wijsheid beter dan kracht. Verder is het mij door de Goden verboden om meer te onthullen.

Afscheid van Phineus 1

Iedereen was met stomheid geslagen door de woorden van Phineus 1 en zwegen lange tijd. Dan zegt Iason tegen hem: ‘Oude man, je hebt ons nu de weg gewezen en wat ons te wachten staat. Maar zal het ons ook lukken om terug te keren in ons land. Ook dat zou ik nog graag van u horen.’ Na een korte aarzeling zegt Phineus 1: ‘Mijn zoon, je kunt gerust zijn als je eenmaal bent ontkomen aan de dodelijke rotsen, want de Goden leiden jou op je tocht. Maar meer mag ik je niet vertellen, dus stel geen vragen meer.’ Iason hulde zich in stilte en overdacht het overweldigende nieuws dat hij te horen had gekregen. Toen, aangegrepen door een plotselinge aandrang om te vertrekken, spoorde Iason zijn vrienden aan om op pad te gaan. Samen met Phineus 1 loopt Iason naar de kust, waar zijn gastheer hem nog een keer bedankt voor zijn redding van de Harpijen, en neemt afscheid van Iason door hem warm te omhelzen.

Zwarte Zee

Naar de doorgang

Terwijl de Argonauten zwijgzaam voortroeien staan hun gezichten strak gespannen en denken ze aan de Rotsen die op hen wachten. Ze laten hun blikken geen moment verslappen en turen constant de omgeving af of er al een teken van de Bewegende Rotsen te ontdekken is. Maar hun oren merken de nadering eerder dan hun ogen. En terwijl ze steeds sneller vooruit gaan zien ze voor de boeg het waterpeil plotseling zakken en werd de zee steeds smaller. Geheel in paniek laat iedereen de riemen los en smeken de Goden om hulp. Dan spreekt Iason de mannen vermanend toe en roept: ‘Waar is nu de moed die jullie uitschreeuwden toen Phineus 1 hun bestaan onthulde? Wees dapper en houdt stand!’ Toen greep hij een roeiriem en nam de plek in van degene die hem had losgelaten. Beschaamd volgen de anderen zijn voorbeeld en zit iedereen weer op zijn vaste plek. Zo varen ze behoedzaam verder door het kolkende water tot ze bij de Symplegaden (Bewegende Rotsen) aankomen.

Symplegaden

De passage van de Symplegaden

Voor hun ogen snellen van links en rechts in zee twee enorme rotsen op elkaar af, die met geweld op elkaar botsen, en even later weer van elkaar wegdrijven. Maar kort daarop snellen ze opnieuw op elkaar af, om alles ertussen te vernietigen. Dan laat Iason de duif los en ziet hij een fakkel tussen de rotsen verschijnen, die door Athena geworpen was. De moed keerde terug bij de Argonauten en riep Iason: ‘Ik volg! Welke God u ook bent!' En zodra de rotsen begonnen te wijken voor een nieuwe aanloop geeft Iason bevel aan de mannen om uit alle macht te roeien. Zo varen ze de doorgang in, kan Iason niet meer terug, en stuurt hij midden tussen de Rotsen door. Het schip ligt al snel weer in de schaduw van de rotsen, en smeekt Iason tot Athena om hulp, terwijl de mannen voor hun leven roeien. Dan springt Athena uit de hemel en geeft met een enorme zwaai van haar rechterarm het schip een duw. De Argo schiet nog net tussen de rotsen uit als die met een enorme dreun op elkaar botsen. Alleen een paar uitsteeksels aan de achtersteven sneuvelen tussen de rotsen, maar het schip is gered en de gevaarlijke doorgang gepasseerd.

Gered

Juichend over hun redding roeien de Argonauten snel door, bang als ze zijn om teruggezogen te worden door het water, en zien zo niet dat de Rotsen tot stilstand zijn gekomen om nooit meer van hun plaats te komen. Dan laten ze hun vermoeide armen zakken, schenken rust aan hun hijgende borsten en vielen elkaar in de armen toen ze beseften dat ze waren gered. Nadat ze enige tijd gerust hebben varen de Argonauten op hun gemak verder langs de zuidkust van de Zwarte Zee. Als de wind na enkele dagen wegvalt besluit Iason om weer aan land te gaan, in plaats van te roeien, om water en proviand in te slaan. Op de kust geeft hij de snelle Echion 4 opdracht om de omgeving te verkennen die even later terugkeert met koning Lycus 1 die hen verheugd welkom heet in zijn land en de Argonauten uitnodigt in zijn paleis voor een gastmaaltijd.

Dood van Idmon 1 en Tiphys

Tijdens het eten dankt hij Iason dankbaar voor het doden van de wrede Amycus 1, met wie Lycus 1 zelf ook regelmatig strijd heeft geleverd. Nadat enkele dagen bij de gastvrije Lycus 1 zijn doorgebracht besluit Iason dat het weer tijd is om verder te varen. Van Lycus 1 krijgt Iason volop proviand mee en maken de Argonauten alles klaar voor hun vertrek. Maar dan wordt de Argonaut Idmon 1 plotseling ernstig ziek en sterft. Terwijl de Argonauten vol plichtsbesef hun vriend begraven denkt Iason aan de voorspelling van Phineus 1 en weet dat er nog iemand zal volgen. Lang hoeft hij niet te wachten want tijdens het slotoffer wordt hun stuurman Tiphys eveneens ernstig ziek. Ook hij sterft na een kort ziekbed en staat Iason voor het probleem om een nieuwe stuurman aan te wijzen. Dan bezielt Hera Ancaeus 3 met ongekende moed en werpt die zich op als nieuwe stuurman van de Argo. Iason en zijn mannen houden daarop een kort beraad en stemt Iason, hoewel hij twijfelt, in met het voorstel van Ancaeus 3 en wordt hij de nieuwe stuurman.

Aanval van de vogels

Ancaeus 3 bleek een goede keuze en stuurt de Argo even vaardig over het water als Tiphys dat had gedaan toen die nog leefde. Zo passeerden ze met een gunstige wind vele vijandige kusten, waar Phineus 1 hen voor gewaarschuwd had en doemt in de verte het Areseiland (Dia) op. Zodra de Argonauten op het strand landen worden ze lastig gevallen door grote aantallen vogels die hun scherpe veerpennen op de mannen afschieten. Deze vogels waren in het verleden door Heracles vanuit Stymphalus verjaagd en hadden hun toevlucht genomen op dit eiland in de Zwarte Zee. Dan herinnert Iason zich de uitspraken van Phineus 1 en geeft zijn mannen opdracht om een geweldig kabaal te maken door met speren op hun schilden te slaan. Ook deze keer schrikken de vogels van het kabaal en vluchten weg.

Nieuwe bemanningsleden

Terwijl ze nog van hun list staan te genieten komen er enkele naakte mannen op Iason af. Ze vallen voor hem op hun knieën en smeken Iason hen mee te nemen op zijn schip. Na enkele vragen van Iason blijken het vier zoons van Phrixus 1 te zijn, die schipbreuk hadden geleden nadat ze op weg waren gegaan om hun grootvader Athamas 1 in Griekenland te bezoeken. Zodra Iason dit hoort roept hij verheugd: ‘Dan zijn wij familie, want Cretheus 1 is een broer van Athamas 1, en ik ben een kleinzoon van Cretheus 1. Dit moet de wil van de Goden zijn! Maar dat bespreken wij later wel met elkaar. Kom, kleed u eerst aan en laten we een dankoffer aan de Goden brengen vanwege uw redding.’ Zo verwelkomde Iason zijn achterneven en nam hen mee op het schip. Daar vertellen de nieuwelingen aan Iason de weg naar Colchis en vertellen ze elkaar hun belevenissen. Dan onthult Iason het doel van zijn tocht: Hij moet de Gouden Vacht van de Ram 1 gaan ophalen die de vader van de drie jongens naar Colchis had gebracht.

Onmogelijke opgave

Dan zegt één van hen, Argus 2: ‘Iason, je kunt op onze hulp rekenen. Maar je hebt een hopeloze taak opgedragen gekregen. Aeetes is een hardvochtige koning met vele manschappen en zal nooit vrijwillig de Gouden Vacht opgeven. Hij is buitengewoon sterk en machtig, en kan zich met Ares 1 meten. En al zou je, zonder dat hij het merkt, de Gouden Vacht willen grijpen dan stuit je op een gruwelijke Draak 4. Die bewaakt dag en nacht het kleinood, en verslindt iedereen die maar naar de Vacht kijkt.’ De Argonauten verschieten uit angst van kleur als ze deze boodschap horen, maar Iason antwoordde onmiddellijk, terwijl hij zijn stem verhief: ‘Maak ons niet bang met wat je zegt, mijn vriend! Het ontbreekt ons echt niet aan kracht dat wij te zwak zouden zijn voor Aeetes bij een gewapend treffen. Ook wij zijn ervaren in de strijd en bijna allemaal geboren uit het bloed van de Goden.’ Zo wisselden zij van gedachten met elkaar tot het tijd was om te gaan slapen.

Aankomst bij Colchis

De volgende ochtend waaide er een luwe bries en hesen zij het zeil dat bolde in de wind. De vier broers gaan met de Argonauten mee en loodsen het schip naar Colchis waar ze tijdens de avondschemering aankomen. Op advies van de vier broers gaat Iason niet openlijk voor anker maar vaart in het donker de monding van de Phasis op. Op korte afstand van de stad vaart hij een kleine zijrivier op waar Iasion het schip, verscholen in de schaduw van grote rietkragen, voor anker laat gaan. Als dank voor hun behouden aankomst brengt Iason een plengoffer aan de Goden waarna ze beraadslagen wat hen nu te doen staat. Uiteindelijk besluit Iason om de volgende ochtend met slechts een klein groepje mannen naar Aeetes te gaan, hem het doel van zijn tocht te vertellen, en zijn mening te peilen. De rest van de Argonauten moet op het schip achterblijven om in geval van nood met de wapens bij te springen.

Colchis

Op weg naar de stad

Iason ontmoet Medea

Die nacht kan Iason de slaap niet vatten, bedenkt plan op plan, maar wordt heen en weer gesmeten tussen twijfel en hoop. Zodra de ochtend aanbreekt staat Iason op en gaat zonder een vast omlijnd plan met de vier broers en nog enkele Argonauten op weg naar de stad. Terwijl ze in de ochtendschemering voortstappen komen ze een meisje met een dienares tegen die op weg zijn naar het heiligdom van Ares 1. Zodra Iason het meisje ziet begint zijn hart wild te kloppen en zegt tegen haar: ‘Als u een Godin bent, is er een heerlijkheid van de Olympus naar de aarde afgedaald. Uw gezicht lijkt op dat van de maagd Artemis. Maar als uw woning op aarde staat, en uw ras hier zijn oorsprong vindt, gelukkig zijn dan uw ouders en hun nakomelingen. Gelukkig is hij die u op een dag zal wegvoeren om met u te trouwen. Maar help ons, o koningin, want wij zijn vreemdelingen die naar dit vreemde land zijn gevaren. Ik smeek u, leidt ons naar het huis van de vorst die hier regeert, maar leer ons eerst de manieren en gewoonten van dit land.

Aankomst bij Aeetes

Na enige aarzeling zegt het meisje: ‘Ik ben Medea 1 en mijn vader is Aeetes. Hij woont in gindse stad en is degene die u zoekt. Mijn dienares zal u de weg wijzen en u bij hem aanmelden.’ Daarna loopt ze met vuurrode wangen door en gaat de dienares Iason en zijn groepje voor naar de stad. Zo komen ze ongezien de stad binnen, want Hera hulde hen in een mist om te voorkomen dat ze werden ontdekt. Bij het altaar van Helius blijft de dienares even staan en zegt: ‘Hier is het altaar van Helius waar Aeetes regelmatig aan zijn vader offert en rechtspreekt over zijn volk.’ Daarna loopt ze door en komt het groepje bij het gouden paleis van Aeetes waar de dienares hen aanmeldt bij de koning, die met zijn raadsheren in overleg zit. Dan geeft Iason een teken aan zijn kameraden en springt uit de omhullende mist. Pas dan wordt hij ontdekt door Aeetes die met open mond naar zijn verschijning staart.

Verzoek van Iason

Zodra het rumoer verstomde zegt Iason: ‘O koning, die ik op bevel van de Goden moet zoeken. Als Phrixus 1 ooit iets over de Pelasgen heeft verteld, wel, hier zijn we. Zelf ben ik familie van Phrixus 1, want wij hebben beiden Cretheus 1 en Aeolus 1 als voorouders. Geen altaar of zwaard van mijn vader dreef mij hierheen, maar koning Pelias 1, die een machtig rijk in Griekenland heeft. Hij gaf mij opdracht om de vacht van de Gouden Ram 1 te halen. Ik kom in vrede en hoop dat de oude familiebanden tot een vriendschap zullen leiden. Ik breng bovendien uw afstammelingen mee terug die schipbreuk leden. Ik ben niet op zoek naar strijd of uw rijkdommen, en schenk u deze gouden ketel, purperen mantel, paardentoom en fonkelend zwaard. Sta toe om uw gift met die van mij te ruilen om zo onze vriendschap te bezegelen.’ Zo probeert Iason uiterst hoffelijk de Gouden Vacht in zijn bezit te krijgen.

Reactie van Aeetes

Koning Aeetes hoorde hem zwijgend aan, en dacht aan het orakel dat voorspeld had dat hij zijn macht zou verliezen zodra de Gouden Vacht werd gestolen. Als Iason is uitgesproken beheerst Aeetes echter zijn woede en zegt: ‘U komt op een uiterst ongelukkig moment, want ik wordt aangevallen door een krachtige vijand. Mijn broer Perses 2 hunkert naar de macht en staat met een groot leger voor de poorten van mijn stad. Ik wilde dat u op een ander moment gekomen was. Maar goed, help mij om mijn land te verdedigen en die vijand te verslaan. Dan zal ik nader overwegen om u de Vacht te geven, en meer dan dat.’ Nietsvermoedend over het kwaadaardige karakter van Aeetes antwoordt Iason: ‘Deze zware taak behoort dus ook tot ons lot, alsof we nog niet genoeg hebben geleden op zee. Laat dus deze oorlog ook worden toegevoegd aan onze avonturen.’ Dan stuurt hij Castor terug naar het schip om het antwoord van Aeetes over te brengen en de mannen opdracht te geven volledig gewapend naar de stad te komen om de volgende dag deel te nemen aan de burgeroorlog.

Stilte voor de strijd

Bij het krieken van de ochtend komen de gewapende Argonauten bij de stad aan en voegen zich bij het leger van koning Aeetes. Terwijl die zich verbaasde over de slagorde van zijn nieuwe bondgenoten vraagt hij Iason naar hun manen. Zodra Iason hem over hun roemrijke afstammingen vertelt vraagt hij daarna aan Aeetes waardoor de oorlog is ontstaan en wie de aanvoerders zijn die het vijandelijke leger aanvoeren. Dan vertelt Aeetes hem enkele bijzonderheden van elke aanvoerder in het leger van Perses 2, welk vaandel zij voeren, en uit welke streek zijn vandaan kwamen. Dan arriveert ook oorlogsgod Ares 1 op het strijdtoneel, die dol is op elk soort strijd, en klinkt in beide legers het aanvalssein. Met een donderend geraas vliegen wagenstrijders en voetsoldaten op elkaar af en begint de veldslag voor de muren van Colchis.

Bloedige strijd

Burgeroorlog in Colchis

Ook Iason, met al zijn Argonauten om zich heen, stormt naar voren om aan de strijd deel te nemen in de overtuiging dat, na een overwinning, Aeetes hem de Vacht zal schenken. Ondertussen bewerkt Athena, samen met de liefdesgodin Aphrodite, het hart van Medea 1, die vanaf de muren naar de strijd kijkt, en laat haar hevig verliefd worden op de moedige Iason die op de vlakte onder zijn tegenstanders tekeer gaat. Temidden van zijn mannen moedigt Iason hen aan en roept: ‘De hemel steunt ons mannen. Voor jullie gezwoeg zal Aeetes ons de Vacht schenken!’ Zo sprak hij, en sprong op Suetes en Ceramnus af, en lag de een neer door een slag achter in zijn knie, en maakte een gapende wond in de borst van de ander. Vervolgens gaat hij op Hebrus 3 en Prion af die hij beiden met zijn speer doodt om vervolgens met zijn zwaard het hoofd van Auchus af te slaan. Als laatste gaat hij op Colaxes af, die hem met uitdagende woorden probeert te tarten, en steekt zijn zwaard dwars door diens schild en recht in zijn hart.

Verraad van Aeetes

Aan het eind van de dag slaat het leger van Perses 2 op de vlucht en keren de Argonauten, onder het bloed, terug naar de stad. Verlangend richt Iason zijn blik op de stad om te zien of de binnenplaats al glanst van de Gouden Vacht. Terwijl hij zijn gezicht in de plooi houdt om een toespraak te houden is Aeetes hem echter voor en zegt: ‘Zoon uit een ver land, welke dwaasheid heeft je hiernaartoe gedreven, om met slechts vijftig mannen en één schip de Gouden Vacht op te eisen. Moet ik echt geloven dat je niet mag terugkeren naar je land zonder dit kleinood. Maar omdat je mij geholpen hebt in de strijd, wil ik je één kans geven om de Vacht in bezit te krijgen. Maar weiger je dit, dan moeten jullie allen onmiddellijk dit land verlaten om nooit meer terug te keren.’ Na even gezwegen te hebben om de boodschap door te laten dringen bij Iason gaat Aeetes verder om de opdracht toe te lichten.

Opdracht aan Iason

Luister naar wat je moet doen om de Vacht in je bezit te krijgen. Voor de stad ligt de Vlakte van Ares 1, die jarenlang niet is geploegd. Daar grazen vuurspuwende stieren, die ooit eens de ploeg trokken. Deze besten zijn in de loop der jaren steeds wilder en weerbarstiger geworden. Span hen in voor de ploeg en trek daarmee voren in de grond. Zaai de bodem vervolgens in met het zaad van deze Drakentanden die ik ooit eens heb gekregen, en oogst het gewas dat daaruit opkomt! Je hebt één nacht om te besluiten wat je doet. Onmiddellijk door vlammen en duisternis omhuld te worden of levend vertrekken uit mijn land?’ Terwijl hij door angst werd overvallen antwoordde Iason: ‘Dit is niet wat u beloofde, toen wij onze wapenrusting aantrokken voor uw muren. Waar is uw belofte gebleven? Ik ben gewend om niet toe te geven aan ontberingen en zal uw opdracht uitvoeren. Als ik sterf tijdens deze proef, stuur dan bericht naar Pelias 1 dat zijn mannen hier zijn omgekomen, en dat ik mijn opdracht volvoerd zou hebben, indien u betrouwbaar zou zijn geweest.’ Dan loopt Iason weg en laat een verbaasde Aeetes achter.

Verliefd

Op weg naar zijn schip overdenkt de radeloze Iason hoe hij deze onmogelijke opdracht moet uitvoeren en besluit, op ingeving van Hera, die avond naar de tempel van Artemis te gaan en de Goden om raad te vragen. Terwijl hij daar aan het bidden is verschijnt plotseling de jonge Medea 1. Door Aphrodite aangespoord bekent ze, met een blos op haar gezicht, Iason haar liefde en zegt dat ze bang is dat hij door de stieren gedood zal worden. Ook Iason is onder de indruk van haar lieflijke verschijning en pakt smekend haar hand. Dan verzamelt Medea 1 al haar moed en besluit haar vader te verraden voor de liefde van Iason, en zegt: ‘Ik zal je redden, maar schenk mij in ruil je trouw, en beloof me mee te nemen op je schip om me tot je wettige vrouw te maken!’ De verliefde Iason zweert onmiddellijk een heilige eed waarna Medea 1 hem een toverkruid geeft. Hij moet zich met dit kruid insmeren dat hem een dag lang zal beschermen tegen vuur en staal. Bovendien onthult ze hem wat er gaat gebeuren als hij de Drakentanden heeft ingezaaid en wat hij moet doen. Dan neemt ze snel afscheid uit angst dat Aeetes haar afwezigheid zal ontdekken.

Verovering van de Vacht

Voorbereiding op de proef

Zodra Iason bij zijn vrienden was teruggekeerd vertelde hij wat er was voorgevallen, toonde hen het toverkruid, en kregen allen weer hoop op een goede afloop. De volgende dag gaan Aethalides 1 en Telamon naar Aeetes om het zaaigoed op te halen, die de Drakentanden zonder problemen aan hen meegaf omdat hij niet verwachtte dat Iason de proef zou overleven. Iason zelf offert een schaap aan de Goden en zoekt dan een stille plek op om zich in te smeren met het kruid dat Medea 1 hem gegeven had. Zodra hij zich had ingesmeerd, verdween de angst uit zijn lijf, kalmeerde zijn hart, zwollen zijn spieren op en ging Iason vol moed op weg naar de vlakte van Ares 1 om de krachtproef met de stieren te ondergaan. Ook koning Aeetes en de bevolking van Colchis kwamen naar de plek om het schouwspel te zien en gingen in een grote kring rond de plek op de grond zitten. Zodra iedereen op zijn plek zat gaat Iason naar het midden van de vlakte en wacht bij een bronzen ploeg op wat er komen gaat.

De stieren

Zodra twee dienaren van Aeetes het hek in de omheining hadden geopend, waar de twee stieren graasden, stormen de dieren naar buiten terwijl ze duistere vlammen uitbraken. De Argonauten huiveren als ze de vuurspuwende stieren zien en Iason met zijn helm zwaaide om ze naar zich toe te lokken. Zodra de twee stieren hem zien stormen ze op Iason af en hullen hem in een enorme wolk van vuur. Door het kruid heeft hij geen last van de hitte. Zodra ze hem bereiken pakt hij beide beesten met een hand bij hun hoorns en begint hun koppen met enorme kracht naar de grond te duwen. De stieren worstelen om aan zijn greep te ontkomen, maar de held staat als een rots in de branding en drukt de beide koppen onverbiddelijk tegen de grond. Dan komt er een klaaglijk geloei uit hun bekken en vallen beide beesten verslagen op de grond. Snel werpt Iason daarop het tuig van de ploeg over hun trillende schouders en jaagt de dieren naar voren met zijn prikstok en een por van zijn knieën.

Aardgeborenen

Mannen komt uit de grond omhoog nadat Iason drakentanden gezaaid had.

Toen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, trok Iason de ene na de andere voor in de grond. Verheugd over zijn succes pakt hij de Drakentanden en werpt die in de voren zoals Aeetes hem had opgedragen. Onmiddellijk klonk er een bazuin in de lucht en begint het wonderlijke zaad te ontkiemen. Terwijl Iason zich iets terugtrekt ziet hij hoe uit de grond grote groepen volledig bewapende mannen opgroeien. Dan pakt Iason zijn zwaard en begint hun hoofden af te slaan alsof het korenaren waren. Maar er komen zoveel mannen uit de grond omhoog dat het onmogelijk was om allemaal kan doden. Dan denkt hij aan wat Medea 1 hem verteld had en pakt een grote steen van de grond die Iason tussen de Aardgeborenen werpt. Onmiddellijk klonk weer het geluid van een bazuin, en vallen de mannen elkaar aan met hun wapens. Er volgt een bloedige strijd, en de een na de ander sneuvelt tot ook de laatste twee elkaar doden. Zo volbracht Iason zijn krachtproef en viel de avond in terwijl alle dode lichamen op wonderbaarlijke wijze door de Aarde werden opgeslokt.

Intermezzo

Koning Aeetes stond verstomd en sprakeloos naar Iason te kijken, die naar de rivier ging om het zweet en vuil van zijn lichaam te spoelen. Verkwikt gaat hij daarna naar zijn kameraden die hem juichend omarmen en verwaardigt hij zich niet langer om de leugenachtige koning. Dan verlaat Aeetes woedend het veld en gaat naar huis om zich op de volgende stap te beraden. Intussen had Medea 1 gezien hoe Iason zijn krachtproef had doorstaan en ging naar de plek in het bos waar ze met Iason had afgesproken om het volgende obstakel uit de weg te ruimen. Even later komt daar ook Iason aan die zijn kameraden had opgedragen om terug te keren naar de Argo. Daar moeten ze het schip klaarmaken om direct uit te varen zodra hij terugkeerde. Als Medea 1 Iason ziet valt ze hem snikkend in de armen en bekent nogmaals haar liefde voor de held.

Iason en Medea 1

Dan zegt Iason: ‘O meisje, dank zij jouw gave heb ik de proef doorstaan, en ben jij een geweldige beloning voor mijn schip. Maar kom, laten we ook de laatste beproeving doorstaan en de Gouden Vacht gaan halen.’ Vervolgens drukt hij een lichte kus op haar hand. Opnieuw in snikken uitbarstend antwoordt Medea 1: ‘Vanwege jou verlaat ik het huis van mijn vader en mijn verwanten. Ik ben niet langer een prinses, en laat de troon achter. Ik volg de wens van mijn hart en ga als bannelinge met je mee. Samen met jou trotseer ik de zeeën en alle wegen waarover wij zullen reizen. Niets kan ons meer scheiden of mij dwingen mijn vader onder ogen te komen. Zo bid ik tot de Goden in de hemel, en tot jou, o vreemdeling. Houdt ook jij je nu aan je woord, want de Goden horen dit gesprek.’ Opnieuw herhaalt Iason zijn eed om met Medea 1 te trouwen en pakt zij zijn hand. Samen gaan ze naar het heilige woud van Ares 1 waar de Gouden Vacht in een boom is genageld, maar door een grote Draak 4 werd bewaakt.

De Draak 4

Even later ziet Iason dat de donkere hemel rood oplicht en vraagt aan Medea 1: ‘Waarom gloeit de hemel zo, wat is dat voor een onheilspellende ster?’ Dan zegt Medea 1: ‘Het zijn de ogen en kwade blik van de Draak 4 die je ziet en de stralen die uit zijn ogen schieten. Maar vertel me wat je nu wilt doen? Wil je hem van de Vacht beroven terwijl hij wakker is, of zal ik zijn ogen in slaap dompelen en hem zo onderwerpen?’ Vol ontzag over haar vermogens zwijgt Iason en kijkt haar alleen maar aan. Dan begint Medea 1 allerlei bezweringen te roepen en weet met haar toverkracht de Draak 4 in een dodelijke slaap te brengen. Dan zegt ze tegen Iason: ‘Treuzel nu niet langer en pak de Vacht!’ Dan klimt Iason via de Draak 4 omhoog en haalt de felbegeerde Gouden Vacht uit de boom. Zodra hij weer op de grond staat drukt hij Medea 1 dankbaar en zwijgend in zijn armen. Daarna rennen ze naar de plek waar de Argonauten op hen liggen te wachten om Colchis zo snel mogelijk te verlaten voordat Aeetes ontdekt dat de Gouden Vacht is verdwenen.

Vertrek uit Colchis

Als ze bij het schip aankomen heft Iason de Vacht boven zijn hoofd en breekt er een gejuich uit onder de bemanning als zij de schittering van het goud zien. Vol verbazing kijken ze ook naar het buitenlandse meisje dat hij bij zich heeft maar stellen geen vragen. Zodra Iason aan boord zijn zegt hij Tegen hen: ‘Het doel waarvoor wij deze reis ondernamen is met succes bereikt door het toedoen van dit meisje. Ik zal haar als wettige echtgenote in mijn huis brengen. Jullie moeten ook voor haar veiligheid zorgen, want zij is onze redster. Aeetes is, denk ik, onderweg om ons met zijn leger de weg naar zee af te snijden. Verdeel nu de taken op het schip. De ene helft moet roeien, terwijl de anderen schilden ophouden om ons te beschermen tegen pijlen van de vijand. Het succes van onze onderneming hangt af of wij hier met succes weten te ontsnappen.’ Daarop schreeuwden de mannen luid en kapt Iason het ankertouw door.

Een nieuwe koers

Onmiddellijk werd het zeil gehesen en gaan de Argonauten aan de riemen zitten. Vol spanning turen ze naar de oever maar zien geen soldaten op de oever verschijnen. Opgelucht halen ze adem zodra ze open zee bereiken en begint de Argo, bij de eerste stralen ochtendlicht, aan de lange terugreis naar Iolcus. Maar als Iason koers zet naar de Bewegende Rotsen zegt Erginus 1: ‘Vrienden, we moeten onze koers verleggen want ik zou niet graag nog een keer tussen die twee Rotsen doorvaren. We moeten een andere uitgang uit deze zee zien te vinden. Niet ver hier vandaan is de monding van een machtige rivier die met zeven monden in deze zee stroomt. Laten we koers zetten naar die monding en de loop van de rivier volgen tot we in een andere zee uitkomen. Luister naar mij, Iason. De vertraging is de moeite waard, omzeil je de Rotsen, en hoef je er geen tweede keer tussendoor te varen.’ Iason is het met hem eens en geeft bevel om de koers naar het noordwesten te verleggen.

Achtervolging

Achtervolgers

Zo vaart de Argo zonder problemen de Zwarte Zee over en komen bij de monding van de Isthrus (Donau) aan waar ze één van de mondingen opvaren om de rivier stroomopwaarts te volgen. Wat ze echter niet weten is dat Aeetes een grote vloot schepen achter de Argo heeft aangestuurd die worden geleid door zijn zoon Apsyrtus, de oudere broer van Medea 1. Ook hij vaart de monding van de Isthrus in en kiest een kortere route dan de Argonauten. Zonder dit te beseffen komt hij zo voor op de Argonauten die een langere rivierarm hadden genomen. Zodra de Argonauten bij Peuce aankomen, bij een eiland middenin de rivier, ontdekken ze de vloot uit Colchis en slaat bij hen de vertwijfeling toe als ze de enorme overmacht zien. De Argonauten snappen dat ze deze strijd niet kunnen winnen en overwegen om Medea 1 terug te geven aan Apsyrtus om zo een vrije doorgang af te kopen.

Ruzie met Medea 1

Zodra Medea 1 dit merkt stapt ze op Iason af en zegt: ‘Wat is dat voor een plan dat jullie over mij bedacht hebben? Heeft de verovering van de Vacht jou beroofd van je geheugen? Waar is de eed gebleven die je zwoer in naam van Zeus, en de belofte die je uitsprak? Wordt ik nu verraden en teruggestuurd naar mijn vader om te sterven terwijl jij veilig terugkeert naar Griekenland!’ Zo gaat ze woedend nog even door terwijl Iason haar beteutert aanhoort. Maar dan zegt hij: ‘Beheers je, wonderlijke vrouw! Mij bevalt het evenmin, maar zo proberen we uitstel te krijgen en strijd te voorkomen. Zij denken immers dat we jou gekaapt hebben en weten niet dat je vrijwillig met ons bent meegekomen. Maar ze zijn met teveel om te verslaan, dus we moeten een list verzinnen. Door net te doen of we jou uitleveren kunnen we Apsyrtus misschien in de val lokken!

De list

Door zijn woorden kalmeert Medea 1 en zegt na even te hebben nagedacht: ‘Na al mijn schandelijke daden ben ik nu ook nog gedwongen om uit liefde voor jou dit complot te smeden. Stem jij Apsyrtus mild door hem prachtige geschenken aan te bieden. Als zijn gezanten dan vertrekken zal ik hen proberen over te halen dat ze een gesprek onder vier ogen moeten regelen tussen Apsyrtus en mij. Als hij daarmee instemt, vermoordt jij hem dan, ik heb geen bezwaar, en ga daarna op de vloot af’. Zo smeden ze samen dit gruwelijke complot tot een familiemoord en stuurde Iason vele geschenken naar Apsyrtus. Medea 1 sprak met de gezanten en regelde een afspraak met haar broer op het eiland middenin de rivier. Hij moest alleen komen en dan zou zij met de Gouden Vacht naar hem toekomen, om samen met hem naar huis terug te keren. Zo strooide het tweetal zand in de ogen van de Colchiërs.

Moord Apsyrtus

de dood van Apsyrtus

Die avond ging Iason in een hinderlaag liggen op het eiland en wachtte tot Apsyrtus zou verschijnen. Die kwam alleen naar het eiland en zocht in de duisternis naar zijn zus. Zodra hij haar in het oog krijgt gaat hij naar Medea 1 toe en wil haar in zijn armen sluiten. Maar dan springt Iason uit de hinderlaag tevoorschijn, en doorboort met zijn zwaard het hart van de jongeman terwijl Medea 1 haar blik afwendde om niet te hoeven zien hoe haar broer vermoord werd. Vervolgens sneed Iason het lijk aan stukken terwijl de Goden in de hemel met afschuw toekeken. Zodra ze weer aan boord zijn van de Argo voeren ze in de duisternis naar het schip van Apsyrtus en doodden de bemanning. Gebruikmakend van de duisternis varen ze daarna verder en werpt Iason de restanten van Apsyrtus in het water zodat de andere schepen gedwongen worden die uit het water te vissen zodra zij ’s morgens de ontsnapping ontdekken.

Aankomst op Aeaea

Zo varen de Argonauten verder de rivier op en zien geen enkel teken meer van achtervolgers. In Hylië lijkt de rivier dood te lopen maar worden ze door de plaatselijke bevolking langs een alternatieve route verder geloodst. Als dank voor hun hulp schenkt Iason ze de heilige drievoet die hij van Apollo had gekregen aan het beging van zijn tocht toen hij de God om raad vroeg. Zo varen de Argonauten verder en bereiken na lang zwoegen uiteindelijk weer zee. Deze lag ten westen van Italië waar ze bij het eiland Aeaea aankomen dat bewoond werd door de tovenares Circe. Daar gingen Iason en Medea 1 aan land en gaan op weg om een bezoek aan Circe te brengen. Onderweg naar haar huis kijken de twee met verbazing naar alle dieren die op het eiland vrij rondlopen en de meest bizarre vormen hebben. Uiteindelijk komen ze bij het huis van de tovenares aan en gaan naar binnen waar ze als smekelingen zwijgend bij het haardvuur op de grond gaan zitten. Uit schaamte voor de moord op Apsyrtus durven ze Circe niet aan te kijken en houden hun ogen strak op de grond gericht.

Rituele reiniging

Circe had onmiddellijk in de gaten wat er aan de hand was en welke bloedschuld zij op zich geladen hadden. Hoewel ze de daad verafschuwt besluit ze zwijgend, uit eerbied voor de wetten van Zeus, de twee ritueel te reinigen van hun moord. Ze hield een big boven hun hoofden en liet het bloed, na een snelle snede met een mes, over hun handen stromen. Daarna schonk ze nog enkele andere offers en bad tot Zeus om verzoening voor hun daad. Vervolgens verbrandde ze koeken in de haard en vroeg de Erinyen hun terechte woede te bedaren. Pas nadat ze dit alles zorgvuldig had uitgevoerd mochten Iason en Medea 1 opstaan en liet Circe hen plaatsnemen op twee stoelen.

Vermaning van Circe

Ze neemt onmiddellijk het woord en ondervraagt hen nauwgezet wat hen tot deze tocht gedreven had. Ze wilde van Iason ook weten waar het meisje vandaan kwam omdat haar uiterlijk Circe zeer bekend voorkwam. Dan vertelt Medea 1 haar verhaal en van hun beproevingen, maar verzweeg ze de moord op Apsyrtus. Maar Circe doorzag de ware toedracht van haar verhaal en zei: ‘Jij ongelukkige, je daad is vol schande en ik denk niet dat je aan de woede van Aeetes kunt ontkomen. Binnenkort zal hij zelf in Griekenland verschijnen om de dood van zijn zoon te wreken. De misdaad die jullie gepleegd hebben is onvergeeflijk. Maar nu jullie hier als smekelingen zijn verschenen heb je van mij geen kwaad te duchten. Vertrek wel onmiddellijk uit mijn huis en kom nooit meer aan mijn haard zitten. Ik keur wat jullie gedaan hebben niet goed en stem ook niet in met de schanddaad die jullie gepleegd hebben.’ Beschaamd verlaten Iason en Medea 1 onmiddellijk het huis en lopen rechtstreeks naar de Argo om de zee weer op te gaan.

Op weg naar Sikkeleiland

Charybdis en de Argonauten

Zo beginnen de Argonauten aan een lange tocht over zee en komen als eerste langs het eiland met de Sirenen. Deze vrouwen proberen de Argonauten in het water te lokken met hun gezang en springt Butes 1 overboord om zijn ondergang tegemoet te gaan. Maar dan pakt Orpheus zijn lier en zingt een prachtig lied waarmee hij het gezang van de Sirenen overstemt en de Argonauten zonder verdere verliezen het eiland passeren. De volgende hindernis is de passage tussen Charybdis en Scylla 1 door en daarna de Planktai. Op beide plekken worden de Argonauten geholpen door Hera, die de Nereiden te hulp laat schieten, waardoor het schip ongeschonden de Middellandse Zee opvaart. Nadat ze Sicilië zijn gepasseerd, waar de runderen van Helius grazen, doemt in de verte Cercyra (Sikkeleiland) op en besluit Iason dat het weer tijd is aan land te gaan om verse voorraden in te slaan. Zodra de Argonauten voet aan land zetten worden zij gastvrij opgevangen door de bevolking, de Phaeaken. Maar even later ziet Iason ook schepen uit Colchis in de haven aankomen. De schrik slaat Iason en Medea 1 om het hart en beseffen dat Aeetes de achtervolging nog niet heeft opgegeven.

Opnieuw achtervolgers

Terwijl Iason zijn opwachting maakt bij Alcinous 1, de koning van de Phaeaken, en hem zijn avonturen vertelt, komen ook de Colchiërs de audiëntiezaal van de koning in. Ze gaan direct op Iason af en eisen dat hij onmiddellijk Medea 1 aan hen teruggeeft. Uiteraard weigert Iason en er dreigt een gewapend conflict uit te breken. Dan grijpt de Alcinous 1 in en weet de gemoederen te bedaren. Hij duldt geen strijd op zijn eiland en zegt dat hij de volgende ochtend een uitspraak in het conflict zal doen waar beide partijen zich aan hebben te houden. Intussen smeekt Medea 1 bij Arete, de vrouw van koning Alcinous 1, om niet uitgeleverd te worden aan haar landgenoten, de Colchiërs, omdat zij verliefd is op Iason. Arete heeft medelijden met Medea 1 en beloofde haar best te zullen doen bij Alcinous 1. Zo keert de rust enigszins terug, gaan Iason en Medea 1 terug naar de Argo, en valt de avond in.

Huwelijk

Halverwege de nacht komt een bediende van Arete naar de Argo die Iason en Medea 1 opdraagt om die nacht in liefde door te brengen. Want koning Alcinous 1 had besloten om Medea 1 niet uit te leveren aan de Colchiërs als zij geen maagd meer was en met Iason het bed had gedeeld. Hoewel Iason pas thuis met Medea 1 had willen trouwen is hij zeer verheugd over het bericht en bereidt samen met Medea 1 hun huwelijk voor. Ze gaan naar een heilige grot waar Iason een offer brengt aan Hera, de godin van het huwelijk, en plukken de Nimfen bloemen voor het bruidspaar. Zodra de eenvoudige huwelijksceremonie is voltrokken spreidt Iason de Gouden Vacht uit op de grond en vervult uiterst liefdevol zijn echtelijke plicht in de willige armen van Medea 1. De volgende ochtend doet Alcinous 1 zijn uitspraak, zoals Arete voorspeld had, en mag Medea 1 bij Iason blijven. Dan geven de Colchiërs hun achtervolging op en smeken Alcinous 1, uit angst voor Aeetes, om hen op te nemen op zijn eiland.

Laatste etappe

Storm

Na zeven dagen op het eiland verbleven te hebben gaat Iason de zee weer op en vaart met een gunstige bries richting Iolcus. Maar als de Peloponnesus al aan de horizon verschijnt, steekt er plotseling een felle storm op die hen negen dagen lang naar het zuiden voert en de Argo uiteindelijk een ondiepe baai in het noorden van Libya worden ingestuwd. Dan gaat de storm liggen maar kunnen de Argonauten, vanwege het ondiepe water, niet terug naar zee. Om zich heen zien de Argonauten alleen maar een verlaten leegte terwijl de kiel van de Argo nauwelijks nog in het water stak. Verdrietig springen de mannen van het schip en vragen zich terneergeslagen af in welk land ze zijn aangekomen. Nergens in de omtrek is drinkwater te zien of een stad waar ze om hulp konden vragen. Dan zegt de stuurman Ancaeus 3: ‘Uit deze ellende is geen ontsnapping mogelijk, kunnen wij de hoop op een veilige terugkeer wel vergeten, en is het waarschijnlijk ons lot om hier jammerlijk te sterven!

Drie godinnen

Ook Iason ziet geen uitweg en ligt die nacht treurend te slapen. De volgende ochtend is hij nog even moedeloos en ligt met zijn mantel over zijn hoofd te soezen als er plotseling uit het niets drie plaatselijke Godinnen voor hem verschijnen. Eén van hen trekt de mantel weg en zegt: ‘Ach ongelukkige, waarom ben je zo door radeloosheid overvallen? Wij zijn door Athena naar je toe gestuurd met een boodschap. Sta op en geef je niet over aan verdriet! Laat ook je vrienden opstaan en luister goed naar wat we je vertellen! Zodra Amphitrite 1 straks de wagen van Poseidon losmaakt, moeten jullie aan je moeder betalen wat je schuldig bent, omdat zij jullie met moeite zo lang in haar schoot gedragen heeft. Dan zullen jullie veilig de godgewijde grond van het Achaëische land bereiken!’ Zo spraken de godinnen en verdwenen toen in de lucht.

De verklaring van Peleus

Iason was onmiddellijk klaarwakker maar begreep niets van de uitspraak, en besluit om met zijn mannen te overleggen wat de boodschap kon betekenen. Zodra die het verhaal horen snappen ook zij niet wat ze moeten doen en kijken elkaar vragend aan. Toen voltrok zich een wonder voor hun ogen. Uit zee sprong een paard het land op, schudde zijn manen, en rende galopperend over het land weg. Dan begrijpt Peleus de boodschap, en roept: ‘De wagen is ons schip, want het heeft ons constant in haar schoot gedragen, en we moeten dat paard volgen! Laten we de Argo op onze schouders tillen en volgen. Want het paard zal niet in het zand verdwijnen, maar in een andere baai onderduiken die verder noordwaarts ligt.’ Zo sprak Peleus en zijn plan beviel de anderen. Snel steken ze de riemen door het schip tillen met vereende krachten de Argo op hun schouders, om te zwoegend te beginnen aan hun tocht over land, achter het paard aan.

Tocht over het zand

Zo sjouwen ze vele dagen door het zand en gaan tijdens rustpauzes op zoek naar voedsel om hun hongerige magen te stillen. Als Canthus 1 en Eribotes, tijdens een van deze pauzes, op een kudde stuiten en enkele dieren willen roven, worden beiden gedood door de herder Capharus. Zodra de Argonauten de moord ontdekken gaan zij op Capharus af en doodt Iason hem. Verdrietig begraven ze hun twee tochtgenoten maar genoten des te meer van het verse voedsel. Maar dezelfde dag trapt de ziener, Mopsus 2, op een slang die onder het zand verborgen lag. Woedend kronkelt het dier zich om de benen van Mopsus 2 en bijt zich vast in zijn kuit. Het gif drong in zijn bloed waarna de verlammende dood zich over hem voltrok. Opnieuw moeten de Argonauten een strijdmakker begraven maar geven de moed niet op en blijven hun schip, moeizaam voortsjokkend, over het zand dragen. Zo bereiken ze uiteindelijk een baai waar de Argonauten juichend hun schip in het water van een groot meer laten zakken, en met de wind in de zeilen de golven doorklieven.

Weer op zee

Iason brengt de Gouden Vacht naar koning Pelias

Maar welke kant ze ook heenvaren, nergens vinden ze een uitweg van het meer naar open zee. Dan worden ze opnieuw door de Goden geholpen en verschijnt Triton in het water. Deze nam een aardkluit in handen en gaf die als gastgeschenk aan de Argonauten. Vervolgens wijst hij de weg naar zee via een smalle zeestraat, en komen de mannen, na vele weken zwoegen, eindelijk weer in open zee terecht. Onmiddellijk stak er een gunstige wind op en koersen de Argonauten naar Griekenland, verlangend om thuis te komen. Onderweg varen ze langs Kreta om vers water in te nemen maar worden aan de kust tegengehouden door de bronzen man, Talos 1. Die bekogelt de Argo met rotsblokken waardoor het schip dreigt te zinken. Dan toont Medea 1 opnieuw haar toverkunsten en overweldigt de bronzen man met een zeer doeltreffende toverspreuk. Daarop varen ze naar de kust en brengen de nacht door nadat ze vers drinkwater hadden ingenomen.

Opdracht voltooid

De volgende ochtend varen ze weer weg en zetten koers naar huis. Maar die nacht valt er een diepe duisternis in, waardoor de sterren niet meer zichtbaar zijn, en weten de Argonauten niet welke kant ze op moeten. Dan heft Iason zijn handen ten hemel, roept Apollo met luide stem aan, en smeekt hem om de opvarenden te redden. Vervolgens brengt hij een offer van het weinige dat ze nog aan boord hebben. Apollo verhoort zijn gebed en laat een baken in zee verschijnen. Zo keren de Argonauten, na een tocht van bijna een jaar, terug in Iolcus waar ze in de haven door de juichende bevolking worden ontvangen. Dan stapt Iason, samen met zijn Medea 1, van boord terwijl hij de stralende Vacht om zijn schouders draagt en die trots naar Pelias 1 brengt. Die is uiterst verbaasd dat Iason zijn taak heeft volbracht en moet onmiddellijk weer denken aan het orakel dat zijn dood voorspelde.

Thuiskomst en daarna

Thuiskomst

Zodra Iason de Vacht heeft afgegeven gaat hij samen met Medea 1 naar zijn ouders om zijn kersverse vrouw aan hen voor te stellen. Hij komt echter in een stil huis aan en ontdekt dat zijn ouders, door toedoen van Pelias 1, zijn gestorven tijdens zijn afwezigheid. Woedend besluit hij wraak te nemen maar gaat eerst terug naar de Argonauten, om samen met hen naar de Isthmus te varen om daar het schip aan Poseidon te offeren als dank voor hun behouden thuiskomst. Dan gaan de Argonauten uiteen en keren allen terug naar huis. Maar Iason heeft geen ouders meer om naar terug te keren en zegt huilend tegen Medea 1: ‘Lieve vrouw, ik weet dat ik mijn leven aan jou te danken heb en je alles voor mij opgegeven hebt. Help me nu nog een keer door wraak te nemen op die ellendige Pelias 1.’ Hoewel Medea 1 niet weer een moord wil plegen besluit ze, overweldigd door zijn liefde, Iason opnieuw te helpen met haar toverkrachten.

Dood van Pelias 1

Gebruikmakend van haar toverkrachten weet ze de jonge dochters van Pelias 1 te overtuigen dat ze hun vader weer jong kunnen maken. Terwijl Medea 1 een oude bok aan stukken snijdt werpt ze die in een kokende ketel en laat voor de ogen van de meisjes, met behulp van kruiden, weer een jong lammetje tevoorschijn springen uit de kokende ketel. Dan geloven de meisjes Medea 1, nemen het kruid van haar aan, en vermoorden hun vader. Vervolgens snijden de meisjes hem aan stukken en werpen die in het kokende water, samen met het kruid. De stukken vlees komen echter niet meer tot leven en de dochters beseffen dat ze bedrogen zijn. Na de dood van Pelias 1 stelt Iason Acastus, zijn ex-tochtgenoot en de zoon van Pelias 1, aan als nieuwe koning over Iolcus. Bovendien schenkt hij de misleidde dochters van Pelias 1 aan de winnaars van de diverse wedstrijden die worden georganiseerd om de terugkeer van de Argonauten te vieren.

Kinderen in Corinthe

Maar Acastus houdt Iason en Medea 1 toch verantwoordelijk voor de dood van zijn vader en verbant het tweetal uit Iolcus. Dan trekken Medea 1 en Iason naar de Isthmus waar ze aan het hof van koning Creon 2, vlak bij de restanten van de Argo, gaan wonen. Daar brengen ze vele gelukkige jaren samen door en raakt Medea 1 diverse malen zwanger en baart twee zoons met de namen Mermerus 2 en Pheres 2. Volgens een enkele schrijver was Medus ook hun zoon, terwijl er weer ander mythen zijn die stellen dat zij drie kinderen kregen met de namen Thessalus 2, Alcimedes 2 en Tisandrus. Na tien jaar in Corinthe te hebben gewoond, begon Iason zijn interesse in Medea 1 echter te verliezen en bracht steeds meer tijd door aan het hof van koning Creon 2 waar hij verliefd raakt op Glauce 2, de dochter van de koning. Creon 2 is zeer verguld met deze aandacht van Iason en biedt hem zijn dochter als vrouw aan onder de voorwaarde dat hij Medea 1 uit het land verstoot.

Aeson Polymede / Alcimede 1 / Amphinome 3 Aeetes Idyia / Clytia 1 / Hecate
Iason Medea 1
Mermerus 2, Pheres 2, Medus, Thessalus 2, Alcimedes 2, Tisandrus

Verbanning van Medea 1

In eerste instantie probeert Iason Medea 1 te overtuigen om vrijwillig te scheiden, want hij verlangde er hevig naar om met Glauce 2 te trouwen, maar zij werd boos en weigerde. Dan gaat Creon 2 naar Medea 1 en zegt. ‘U met uw kwade blik, zo boos op uw man, ik beveel u om dit land als balling te verlaten, en neem uw kinderen mee. Ik zal er zelf op toezien dat dit bevel wordt uitgevoerd, want ik ben bang voor u en uw kwade kunsten en vertrouw u niet.Medea 1 smeekt nog enige tijd, zegt dat ze zich zal gedragen en geen gevaar vormt, maar Creon 2 is onverbiddelijk. Hij geeft Medea 1 één dag de tijd om te vertrekken, en dreigt met geweld als ze de volgende dag, wanneer Iason en Glauce 2 in het huwelijk treden, niet vertrokken is.

Vier moorden

Medea 1 zegt tegen Creon 2 dat ze zal gaan, maar zint op wraak. Ze laat haar zoontjes een met gif besmeurde mantel naar Glauce 2 brengen, doodt daarna haar twee kinderen bij Iason en vertrekt. De volgende ochtend, als de plechtigheid gaat beginnen trekt Glauce 2 de mantel aan. Even later vliegt ze, door de toverkunsten van Medea 1, in brand en probeert het kledingstuk uit te trekken. Creon 2 die het ziet gebeuren, probeert zijn dochter te helpen en de vlammen te doven. Maar ook hij blijft aan het kledingstuk kleven, en komt samen met zijn dochter in de vlammenzee om het leven. Dan vertrekt Medea 1 op een Drakenwagen uit Corinthe, blijft Iason eenzaam achter in Corinthe en maakt een eind aan zijn leven.

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz