Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Idaeus 1

Idaeus 1 is een zoon van onbekende ouders die in Troje woonde. Als de Trojaanse Oorlog uitbreekt is hij al een oude man die als heraut van koning Priamus fungeert. In het tiende jaar van de strijd gaat hij naar de koning toe en zegt: ‘Sta op, Heer. De leiders van de Trojaanse en Griekse legers roepen u naar de vlakte voor het sluiten van een verbond. Paris en Menelaus willen een tweegevecht houden met Helena als inzet. Degene die wint mag Helena meenemen en zal er daarna vrede heersen tussen de Trojanen en Grieken. Wij blijven in het vruchtbare Trojaanse land, terwijl de Grieken naar huis varen.’ Vervolgens draagt hij een mengvat en bekers van goud naar het strijdtoneel om te gebruiken bij het offer dat het bestand bezegelt.

Duel Ajax 1 en Hector

Helaas houdt het bestand niet lang stand en de legers vallen opnieuw op elkaar aan. De hele dag wordt er over en weer moedig gestreden zonder dat er een echte overwinnaar uit de bus komt. Aan het einde van de dag wordt er een nieuw tweegevecht georganiseerd. Dit maal tussen Ajax 1 en Hector. De twee zijn uitstekend aan elkaar gewaagd, en zien geen kans om de ander te verslaan. Op dat moment grijpen Idaeus 1en de Griekse heraut Talthybius in. Ze heffen hun herautenstaven in de lucht en steken die tussen de twee vechtersbazen in. Tegen hen zegt Idaeus 1: ‘Kom, mijn zonen, staak nu de strijd. Zeus heeft u beiden lief en jullie zijn, zoals we hebben kunnen zien, beiden uitstekende speervechters. Daarnaast is het bijna donker wat een tweede reden is om de tweestrijd te staken.

Dan antwoordt Ajax 1: ‘Idaeus 1, het was Hector die om de tweestrijd vroeg. Zeg tegen hem dat hij de strijd staakt. Als hij dat als eerste doet zal ik ook stoppen.’ Nog voor dat Idaeus 1 iets kon zeggen antwoordde Hector: ‘Ajax 1, je bent groot, sterk en behendig, en de beste lansstrijder die er is. Ik stel voor dat wij vandaag de strijd staken. Later kunnen we elkaar altijd nog eens ontmoeten, en dan doorgaan met strijden totdat de Goden voor ons beslissen. Bovendien valt de duisternis in’. Aldus besluiten de twee om te stoppen en gaan de legers terug naar hun eigen kampementen.

Boodschap voor Agamemnon

Idaeus, de heraut

’s Avonds als de leiders van de Trojanen in vergadering bijeen zijn besluit koning Priamus om Idaeus 1 de volgende ochtend, bij het krieken van de dag, naar het kamp van de Grieken te sturen om hen een aanbod te doen. De koning instrueert Idaeus 1 en die vertrekt de volgende ochtend vroeg. Zodra hij in het kamp aankomt, vindt hij de leiders van de Grieken voor overleg bijeen. Daarop stapt hij de kring binnen en zegt met welluidende stem: ‘Geëerde Agamemnon, Priamus droeg mij op u een aanbod over te brengen van Paris, die deze vete tussen ons begon. Al de bezittingen die hij in zijn schepen van Sparta meenam naar Troje wil hij teruggeven met het nodige van zichzelf erbij. Zijn vrouw, Helena, wil hij echter houden, hoewel de leiders van Troje wel geprobeerd hebben hem te overreden. Tevens vroeg men mij u te vragen om de vijandelijkheden te staken terwijl wij onze doden verbranden. Daarna kunnen wij de strijd voortzetten, totdat de Goden over ons beslist hebben.

De boodschap werd in volmaakte stilte door de Grieken aangehoord. Maar uiteindelijk sprong Diomedes 1 overeind en zegt: ‘Laat niemand er ook maar een seconde over denken om wat dan ook van Paris aan te nemen, ook al was het Helena zelf. Zelfs de grootste dwaas kan zien dat het lot van de Trojanen bezegeld is.’ De andere Griekse leiders juichten luid bij deze woorden, en nam koning Agamemnon het woord. ‘Idaeus 1, je hebt zelf gehoord hoe de Grieken over het voorstel denken. Hun antwoord op jouw voorstel heb je, en ik stem er mee in. Wat betreft het voorstel om de doden te verbranden, dat is iets anders. Daar wil ik me niet tegen verzetten. We zullen de vijandelijkheden tijdelijk staken totdat alle doden van het slagveld afgevoerd en verbrand zijn.’ Met deze boodschap keerde Idaeus 1 terug naar Troje om het antwoord aan de Trojanen mede te delen.

Bij Achilles

Enkele dagen later begeleid Idaeus 1 zijn koning op een trieste tocht. Hector, de zoon van de koning, is door Achilles gedood, en heeft dagenlang zijn lichaam onteerd. De Goden hebben medelijden met Priamus gekregen en zorgen ervoor dat Achilles het lichaam wil vrijgeven tegen een hoge losprijs. Getweeën rijden zij in het holst van de nacht de stad uit met een wagen die door Idaeus 1 bestuurd wordt met naast zich koning Priamus. Als ze voorbij een grafheuvel rijden ziet Idaeus 1 plotseling een jongeman langs de kant van de weg staan. Hij wendt zich onmiddellijk tot de koning en zegt: ‘Kijk Priamus, we moeten op onze hoede zijn. Daar staat een man en ik vrees dat we gedood gaan worden. Laten we er in uw wagen vandoor gaan of hem aan zijn voeten vallen en om genade smeken.’ Van angst kan hij echter geen vin verroeren.

Dan zegt de jongeman tegen hem: ‘Vadertje, waar rijd je heen met die paarden en muilezels door de stille nacht, terwijl alle anderen slapen? Ben je niet bang voor die woeste Grieken die uw bittere vijanden zijn en zo dichtbij gelegerd zijn? Als zij uw lading zien dan bent u zeker niet in staat om te voorkomen dat ze u plunderen. U bent te oud om het nog tegen iemand op te nemen en ook uw metgezel is een grijsaard. Ik echter ben niet van plan u iets te doen. Integendeel, ik zal er voor zorgen dat niemand u kwaad doet, want u doet me aan mijn eigen vader denken.’ De jongeman, die in werkelijkheid Hermes was, had besloten om hen te helpen om ongezien in het kamp van de Grieken bij de tent van Achilles te komen.

Eenmaal aangekomen draagt Priamus zijn heraut op om voor de paarden en muildieren te zorgen terwijl hijzelf de tent van Achilles in gaat. Even later komen twee vrienden van Achilles, Alcimus 1 en Automedon, de tent uit, en beginnen de paarden en muilezels uit te spannen en te voeren. Vervolgens nodigen zij Idaeus 1 uit om ook in de tent te komen waar zij hem een stoel aanbieden. Terwijl hij daar zit wordt het lichaam van Hector, buiten zijn zicht, verzorgd en op de wagen van het tweetal gelegd. Als dat is gebeurd nodigt Achilles Priamus en Idaeus 1 uit om tot de volgende ochtend te blijven slapen in zijn tent.

Later die nacht komt Hermes weer naar Priamus toe. Hij verschijnt aan het hoofdeinde van het bed en maakt de grijsaard wakker. ‘Je denkt kennelijk niet aan gevaar zoals je daar ligt te slapen tussen je vijanden,’ zegt Hermes tegen hem. ‘Hoewel Achilles je het leven heeft gespaard is Agamemnon een ander verhaal. Als die je hier ontdekt is het afgelopen met jou en je zoon.’ Vlug staat Priamus op en wekt Idaeus 1. Hermes spande intussen de paarden in en geleidde het tweetal wederom ongezien het kamp uit. Eenmaal aangekomen bij de Scamander verlaat Hermes het tweetal definitief en ging terug naar de Olympus. De twee mannen rijden, al weeklagend, door naar de stad met hun trieste lading om de dode Hector thuis te brengen zodat hij begraven kan worden.

Laatste gevechten

Later breken opnieuw de gevechten in alle hevigheid los en kennen de Grieken geen enkele genade, en wordt Polydorus 1, een zoon van Priamus, gedood. Dan stuurt Priamus Idaeus 1 naar het slagveld om zijn zoon op te halen. Zodra hij bij het lijk aankomt, springen de tranen van verdriet in zijn ogen als hij ziet hoe Polydorus 1 is verminkt door de Grieken. Zorgzaam legt hij het lijk op de wagen en brengt dat terug naar zijn moeder Hecabe 1, die weer een dode zoon moet betreuren. Priamus stuurt vervolgens Idaeus 1 naar Achilles om een nieuwe wapenstilstand af te spreken zodat de doden begraven kunnen worden. Bovendien moet Idaeus 1 bij de overige Griekse aanvoerders het bericht overbrengen dat Priamus onderhandelingen wil opstarten om vrede te sluiten. Maar die weigeren het voorstel opnieuw, en keert Idaeus 1 onverrichter zake terug naar Troje. Uiteindelijk wordt Troje door de Grieken vernietigd en vele Trojanen gedood. Of Idaeus 1 deze slachting overleefde laten de mythen in het ongewisse.

Stamboom:

- - - -
Idaeus 1 -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz