Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Idomeneus 1

Idomeneus van Kreta

Vrijer Helena

Idomeneus 1 is de zoon van koning Deucalion 1 en een onbekende vrouw, die op Kreta werd geboren. Hij heeft een zus, Crete 2, en een halfbroer Molus 1. Tijdens zijn jeugd groeit Idomeneus 1 op tot een beroemd speerwerper, en behoort ook tot tot de grote groep vrijers die bij Tyndareus om de hand van zijn beeldschone dochter Helena komt vragen. Tyndareus is echter bang dat er vanwege zijn dochter onder de vrijers strijd zal ontstaan. Om dit te voorkomen laat hij hen allemaal, op advies van Odysseus, een eed zweren dat zij degene, aan wie hij Helena zal toewijzen, op alle mogelijke manieren moet steunen als haar echtelijke staat bedreigd wordt. Nadat iedereen de eed heeft afgelegd schenkt Tyndareus zijn dochter als vrouw aan Menelaus en keert Idomeneus 1 op zijn zwarte schip terug naar huis.

Schaking van Helena

Terug op Kreta trouwt Idomeneus 1 met Meda, een dochter van onbekende ouders, en verwekt bij haar de dochter Clisithyra. Kort daarna sterft zijn vader Deucalion 1 en volgt Idomeneus 1 hem op als koning over Kreta. Ondanks diens huwelijk met de mooie Helena, wordt Idomeneus 1 een goede vriend van Menelaus en komen de twee regelmatig bij elkaar op bezoek. Als kort daarna Helena wordt geschaakt door de Trojaan Paris worden alle vrijers die de eed hebben gezworen opgeroepen om Menelaus en zijn broer Agamemnon te steunen tijdens een strafexpeditie tegen de Trojanen. Iedereen geeft gehoor aan deze oproep en zo zeilt Idomeneus 1, samen met zijn neef en schildknaap Meriones, als aanvoerders van de Kretenzers met tachtig schepen naar Aulis waar de Griekse vloot zich verzamelt.

Trojaanse Oorlog

Naar Troje

Uiteindelijk vertrekt een vloot van meer dan duizend schepen, met elk vijftig mannen, naar Troje om Helena terug te halen. Wat echter een eenvoudige strafexpeditie had moeten worden loopt uit op een langdurige strijd die tien jaar zou duren. De Trojanen verschuilen zich achter hun enorme muur en komen sporadisch naar buiten om de Grieken te verdrijven. Om te voorkomen dat er een ongedisciplineerde strijd zou ontstaan, verdelen de Grieken hun leger onder enkele belangrijke aanvoerders, en krijgt Idomeneus 1 het bevel over een kwart van de Grieken. Maar de Trojanen blijven zich al die jaren verschansen achter hun muur waar de Grieken zich op stukbijten. Ook Idomeneus 1 onderneemt eens een poging om de muur op het zwakste punt te nemen, maar die wordt fanatiek verdedigd zodat het hem ook niet lukt om deze hindernis te nemen.

Twist Achilles en Agamemnon

Deze situatie zou pas veranderen in het tiende jaar van de strijd, nadat Achilles en legerleider Agamemnon ruzie hadden gekregen over een slavin. De ruzie loopt vreselijk uit de hand en Agamemnon pikt de maîtresse van Achilles in, waarna die weigert om nog langer voor de Grieken te strijden. Ten gevolge van deze strijd laat Apollo de pest uitbreken in het Griekse scheepskamp. Om Apollo weer gunstig te stemmen wordt een offer aan de God gebracht en de maîtresse van Agamemnon, Chryseis 1, teruggestuurd naar haar vader Chryses 1. Vervolgens wordt Idomeneus 1, als een van de belangrijke Griekse leiders, uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het offeren van een vetgemest vijfjarige os aan Apollo.

Pluim van Agamemnon

Na een door de Trojanen verbroken bestand trekken de Grieken eropuit om de Trojanen aan te vallen. Als Agamemnon het leger inspecteert komt hij ook bij de troepen van Idomeneus 1, die zich aan het gereed maken zijn voor de komende strijd. Dan zegt Agamemnon tegen hem: ‘Idomeneus 1, van al mijn Grieken is er niemand op wie ik meer reken dan op jou. Niet alleen op het slagveld maar ook daarbuiten. Ook bij het feestmaal toon ik dit, als de wijn in het mengvat gemengd wordt voor de besten van onze mannen. Uw beker zal vol zijn, als die van de anderen leeg staan, zodat je naar hartenlust kunt drinken zoals ikzelf. Trek nu ten strijde als de man, voor wie ik u aanzie.’ Bedaard antwoordde Idomeneus 1: ‘Agamemnon, je kunt op mij vertrouwen, en op de plechtige verzekering die ik je gaf toen deze oorlog begon. Roep de rest van de Grieken op tot de strijd, zodat wij onmiddellijk kunnen beginnen. Die Trojanen staat niets anders te wachten dan rampen en dood, omdat zij hun eed en het verbond schonden.'

Strijd op de vlakte

Strijd bij Troje

Even later begint de bloedige strijd op de vlakte voor Troje. Als eerste doodt Idomeneus 1 dan Phaestus 1, de zoon van Borus 1. Toen die in zijn strijdwagen klom trof Idomeneus 1 hem met zijn lange werpspeer in de rechterschouder, valt Phaestus 1 hierdoor achterover, en is dood voor hij op de grond valt. Aan het einde van die dag stelt de Trojaan Hector voor om met één van de beste Grieken een tweegevecht te houden, om zo een beslissing in de oorlog te forceren. In eerste instantie meldt geen enkele Griek zich aan, waarna Nestor hen snerend toespreekt. Na deze woorden springt Idomeneus 1, en acht andere Grieken, op om zich als vrijwilliger aan te melden voor het gevecht met Hector. Er wordt om geloot wie de ‘eer’ te beurt valt en het lot wijst de grote Ajax 1 aan. De tweekamp wordt gehouden maar eindigt onbeslist. Intussen is de avond gevallen en trekken de beide legers zich terug.

Vlucht naar het kamp

De volgende dag begint de strijd opnieuw en wordt er de hele ochtend gevochten met wisselend succes. Aan het einde van die ochtend laat Zeus met enkele donderslagen en bliksems weten dat hij die dag de Trojanen steunt. Idomeneus 1 en de andere leiders hebben dan niet meer de moed om stand te houden en vluchten, al strijdend, richting hun scheepskamp. Samen met Diomedes 1, de beide Ajaxen, Agamemnon, Menelaus en zijn schildknaap Meriones, verdedigt Idomeneus 1 de achterhoede van het zich terugtrekkende Griekse leger opdat er niet te veel Griekse soldaten vroegtijdig aan hun einde komen. Hun tegenstand mag echter niet baten want als de nacht valt, en de strijd wordt gestaakt, zijn de Grieken in hun scheepskamp omsingeld door de Trojanen.

Strijd om het scheepskamp

Aanval

In de ochtend ontbrandt de strijd opnieuw, nadat de Grieken ’s nachts een spionageactie op touw hadden gezet om de Trojanen in hun eigen kamp te bespieden. Idomeneus 1 strijdt samen met Nestor op de linkerflank van het leger als hij ziet dat Machaon, een grote Griekse aanvoerder en arts, door een driepuntige pijl van Paris in zijn schouder wordt getroffen. Dan roept hij tegen Nestor: ‘Vlug, Nestor, stap snel in je strijdwagen en redt Machaon van de Trojanen. Breng hem snel naar het scheepskamp, want een arts die wonden geneest is een heel leger waard.’ Maar de Trojanen vallen met hulp van Zeus steeds feller aan, en breken uiteindelijk door de verdedigingswal om het kamp van de Grieken. Dan ontstaat er een fel gevecht tussen de schepen. Door de hulp van Zeus aan de Trojanen lijden de Grieken zware verliezen en worden steeds verder teruggedrongen.

Ontmoeting met Poseidon

Als Idomeneus 1 net een gewonde strijdmakker heeft verzorgd komt Zeegod Poseidon, in de gedaante van Thoas 2, de zoon van Andraemon 1, op hem af en zegt: ‘Idomeneus 1, aanvoerder van de mannen uit Kreta, wat is er geworden van alle dreigementen die wij tegen de Trojanen riepen?’ Hierop reageert Idomeneus 1: ‘Niemand van ons hier heeft enige schuld aan de huidige situatie. We zijn allen ervaren in de strijd en niemand vlucht van schrik of wordt door angst overmand. Maar het moet wel de wil van Zeus zijn dat wij zo ver van ons vaderland roemloos ten onder gaan. Jij Thoas 2, was steeds een standvastige man en erop uit om de mannen moed in te spreken. Laat ook nu de moed niet varen en moedig ze aan.’ Dan zegt Poseidon, nog steeds in de gedaante van Thoas 2: ‘Dat de man die vandaag niet vecht nooit naar huis terug zal keren, en hier zal verrotten als voer voor de honden. Kom, neem je wapens op en volg me. Samen zullen wij deze taak op ons nemen. Zelfs de zwakste strijders worden moedig en sterk als ze elkaar steunen.’ Na deze woorden ging de God terug naar het tumult van de strijd.

Jacht op Trojanen

Door de hulp van Poseidon vatten de Grieken weer moed en verzamelen ze zich om de Trojanen in het scheepskamp te weerstaan. Samen met Diomedes 1, en de twee Ajaxen gaat Idomeneus 1 op de Trojanen af en gebruikt hij zijn speer om hen van verre te treffen. Terwijl Meriones zijn strijdwagen bestuurt weet Idomeneus 1 ook Acamas 2 te doden. Terwijl hij deze koning van de Thraciërs uit zijn strijdwagen duwt vangt Idomeneus 1 hem op met de punt van zijn speer en gaat het wapen dwars door Acamas 2 heen. Dan keert Idomeneus 1 terug naar zijn tent om een nieuwe voorraad speren op te halen terwijl Meriones in de strijdwagen op de Trojanen afgaat. Maar even later keert ook die terug en vraagt Idomeneus 1 verbaast: ‘Meriones, mijn beste vriend, waarom verlaat je het slagveld? Ben je gewond, of heb je een boodschap voor me?’ Dan antwoordt Meriones: ‘Mijn aanvoerder, ik kwam hier om een speer te halen en dacht er een in je tent te vinden. Die van mij brak net af toen ik die onbeschaamde Deiphobus 1 trof.

Gesprek met Meriones

In mijn tent liggen nog zeker twintig speren.’ zegt Idomeneus 1. ‘Ze waren van de Trojanen en zijn nu van mij, want ik maakte ze buit. In mijn schip liggen nog meer wapens maar dat is te ver lopen. Net als jij ben ik een man van eer, en strijd vooraan in de frontlinie waar de meeste slagen vallen. Ook jouw moed is mij bekend en als we hier een hinderlaag voor de Trojanen zouden leggen zou snel blijken dat ik gelijk heb. Er is niets beter geschikt om de moed van een strijder aan te tonen dan zo’n hinderlaag. Dan worden de helden van de lafaards gescheiden. Een lafaard verschiet voortdurend van kleur en kan niet stil blijven zitten. Zijn hart bonst in zijn borst, terwijl hij zich de dood in allerlei gedaante voorstelt, en is het klapperen van zijn tanden te horen. Maar de dappere wordt niet bleek of rood, en legt zich bij de anderen in de hinderlaag. Hij is niet buitensporig bezorgd maar bidt slechts dat hij zo vlug mogelijk met de vijand slaags zal mogen raken. Maar laten we niet langer treuzelen en loop snel mijn tent binnen om daar een stevige speer uit te zoeken.

Weer naar de strijd

Strijd bij Troje

Onverschrokken gaat Meriones de tent in en pakt een stevige bronzen speer. Samen lopen ze vervolgens weer op de het strijdgewoel af en vraagt Meriones aan Idomeneus 1: ‘Waar zullen we de strijd aangaan? In het midden van het front of aan de linkerflank? Daar is volgens mij de verdediging het zwakst.’ Dan antwoordt Idomeneus 1: ‘Beste Meriones, er zijn anderen om midden aan het front te strijden. Ik zie daar de twee Ajaxen en boogschutter Teucer 1 die prima in staat zijn om een gevecht van man tegen man aan te gaan en stand te houden. Ze zullen die Hector genoeg te doen geven. Laten wij dus naar de linkerflank gaan, daar zullen we snel weten of wij roem kunnen behalen op de vijand.’ Daarop stappen ze samen op de linkerflank af om de Trojanen te bestrijden.

Strijd met Othryoneus

Als de Trojanen hen zien aankomen, vallen ze als één man op het tweetal aan. Maar Idomeneus 1 werpt zich onverschrokken in de strijd terwijl hij zijn mannen aanmoedigde, en joeg de Trojaanse gelederen schrik aan door direct Othryoneus te doden. Idomeneus 1 trof hem met zijn speer, toen Othryoneus verwaand aan kwam draven, midden in zijn buik. De koperen wapenuitrusting beschermde hem niet, en met een dreunende slag viel op de grond. Dan loopt Idomeneus 1 op hem af en zegt honend: ‘Mijn gelukwensen, Othryoneus, met uw verloving met Priamus’ dochter, als je tenminste aan je afspraak kunt voldoen. Wij zouden het wellicht ook wel met elkaar eens kunnen worden. Help ons de stad Troje plunderen, en dan zullen wij voor jou uit Argos de mooiste van Atreus’ dochters bestellen en je die tot bruid geven. Kom maar eens mee naar de schepen dan kunnen we onmiddellijk het huwelijksverdrag gaan opmaken. Als het om weggeven van bruiden gaat, zijn we niet zo veeleisend.

Aanval van Asius 1

Terwijl Idomeneus 1 hem zo hoonde greep hij Othryoneus bij een voet om weg te slepen uit het strijdgewoel. Maar dan komt Asius 1 lopend aangesneld, met achter zich zijn strijdwagen, die zijn menner zo dichtbij in zijn buurt hield dat hij de adem van de paarden in zijn nek voelde. Asius 1 wilde vlug met Idomeneus 1 afrekenen maar die was hem te snel af en trof Asius 1 met een speer in zijn keel. Vlak onder de kin, zodat de punt er aan de andere kant uitkwam. Asius 1 viel als een boom en lag uitgestrekt voor zijn wagen en zijn tweespan. Hij kreunde en kermde luid terwijl zijn vingers in het van bloed doordrenkte stof klauwden. Zijn menner was zo geschrokken, dat hij er niet aan dacht om de paarden rechtsomkeert te laten maken en te vluchten. Ook hij werd geraakt door een speer die hem trof in zijn buik. Met een luide kreet tuimelde hij van zijn wagen, terwijl Antilochus zich meester maakte van zijn paarden en ermee vandoor ging.

Strijd met Deiphobus

Deiphobus 1, diep bedroefd over de dood van Asius 1, naderde nu Idomeneus 1 en wierp zijn lans naar hem. Idomeneus 1 was echter op zijn hoede en zocht dekking achter zijn schild, dat was gemaakt van goed aaneengesloten ringen van ossenleer en met brons was verbonden aan twee kruisspanten. Daar kroop hij achter en de speer vloog over hem heen. Luid gonsde het brons, toen de speer de rand van het schild schampte. De speer trof echter wel Hypsenor 1 in zijn lever onder het middenrif, waardoor hij viel en in het stof beet. Verheugd over die zege, riep Deiphobus 1 luid: ‘Zo blijft de dood van Asius 1 niet ongewroken.’ Idomeneus 1 kende echter geen rust nu de strijdlust in hem woedde, en had slechts één wens. Trojanen de dood injagen en de Grieken van de ondergang redden, al moest hij er zelf voor sterven.

Aanval van Alcathous 1

Dus gaat Idomeneus 1 op Alcathous 1 af, de zoon van Aesyetes en viel hem met hulp van Poseidon aan. De God vertroebelde zijn ogen en verlamde zijn benen, zodat hij niet achterwaarts of zijwaarts kon uitwijken, maar bleef staan als een standbeeld. De speer van Idomeneus 1 trof hem midden in de borst en ging dwars door zijn bronzen borstplaat heen, die tot dan toe zijn vlees tegen wonden had beschermd. Dreunend valt Alcathous 1 op de grond met de speer in zijn hart, dat nog bleef kloppen en de speer deed trillen tot het eindelijk stopte. Dan roept Idomeneus 1 zegevierend tegen Deiphobus 1: ‘Drie doden tegen die ene van jou, Deiphobus 1. Is de rekening hiermee niet vereffend? Maar waarom, vriend, val je me niet zelf aan zodat je de waarde leert kennen van een afstammeling van Zeus, op doorreis in jouw land?’ De uitdaging van Idomeneus 1 doet Deiphobus 1 aarzelen en besluit hij om de hulp van Aeneas in te roepen.

Roep om hulp

Wraakzuchtig gaat Aeneas op Idomeneus 1 af, maar die liet zich niet wegjagen als een kleine jongen en wachtte Aeneas op met het zelfvertrouwen van een everzwijn. Wel riep hij naar zijn strijdmakkers: ‘Mijn vrienden, kom me snel helpen. Ik ben alleen en heb een aanval van de snelle Aeneas te vrezen die op mij afkomt. Ik ken zijn waarde in de strijd. Hij weet zijn man te doden en hij is jong. Waren onze jaren gelijk aan onze strijdlust dan zou hij of ik spoedig de zege behalen.’ Daarop verzamelen de Grieken zich als één man rondom Idomeneus 1 terwijl ze wegdoken achter hun schilden. Op zijn beurt riep Aeneas ook zijn vrienden, Deiphobus 1 en Paris en Agenor 1, te hulp. Bovendien en schaarde het gewone krijgsvolk zich achter hem. De speren vlogen over het lijk van Alcathous 1 en bonsde het brons wanneer een speer een schild trof. Aeneas en Idomeneus 1 overtroffen echter alle anderen in hun gretigheid om elkaars vlees open te scheuren met hun speren.

Strijd met Aeneas

Aeneas wierp als eerste zijn speer naar Idomeneus 1, die op zijn hoede was en uitweek, zodat de speerpunt in de grond terecht kwam. Idomeneus 1 wierp daarna zijn speer en trof Oenomaus 1 midden in zijn buik. Het harnas scheurde, puilden zijn darmen naar buiten, en viel Oenomaus 1 stervend ter aarde. Idomeneus 1 trok de speer uit het lijk maar was niet in staat om het slachtoffer van zijn wapenuitrusting te beroven, want het regende speren en pijlen om en over hem heen. Hij was niet snel genoeg om te gooien en te ontwijken, dus bleef hij staan waar hij stond. Zo trachtte Idomeneus 1 de dood van zich af houden. Langzaam als hij was, werd hij het mikpunt van de lans van Deiphobus 1 die nog altijd woedend was om de uitdagende woorden van Idomeneus 1. Maar opnieuw miste hij hem en trof Ascalaphus 1, een zoon van Ares 1, die Idomeneus 1 te hulp was gesneld. Het zware wapen ging dwars door zijn schouder en hij viel op de grond terwijl zijn vingers in het stof klauwden.

Patroclus komt te hulp

Strijd bij Troje

Zo gaat de strijd door terwijl Idomeneus 1 zijn mannen moedig voorging in de strijd. Maar uiteindelijk kan ook hij niet voorkomen dat de Trojanen steeds verder in het kamp oprukken. Als het de Trojanen uiteindelijk lukt om één van de schepen in brand te steken stuurt Achilles zijn Myrmidonen weer in de strijd onder aanvoering van zijn vriend Patroclus 1 die hij zijn eigen wapenuitrusting leent. Zelf weigert Achilles nog steeds om deel te nemen aan de gevechten. De Grieken drijven de Trojanen na lang zwoegen uiteindelijk het kamp uit en gaat Idomeneus 1 op de vluchtende Erymas 2 af. Die dacht dat Achilles zijn wrok had laten varen, en nu weer meedeed aan de strijd. Idomeneus 1 treft hem met zijn speer in de mond en drijft het wapen dwars door zijn hoofd en hersens heen.

Dood van Patroclus

Later die dag sneuvelt Patroclus 1 door toedoen van de Trojaanse aanvoerder Hector en wordt er hevig gevochten om het bezit van het lijk. Menelaus roept daarop alle helden op om Patroclus 1’ lichaam te behouden voor de Grieken. Idomeneus 1 snelt als één van de eerste op het hulpgeroep af en levert felle strijd met de Trojanen. Ook Hector bemoeit zich met het gevecht en vallen er over en weer vele doden. Idomeneus 1 gooit zijn speer naar de Trojaan, treft hem aan de borst, maar ketste het wapen af op het borstharnas. Als Hector op zijn beurt een speer naar Idomeneus 1 werpt weet die het wapen te ontwijken en springt op zijn strijdwagen. De speer treft echter wel zijn wagenmenner Coeranus 2 met dodelijk gevolg. Idomeneus 1 neemt daarop zelf de teugels ter hand en rijdt geschrokken terug naar het scheepskamp.

Laatste Gebeurtenissen

Achilles doet weer mee

’s Avonds, als de gevechten vanwege de duisternis zijn gestaakt, zit Idomeneus 1 met de andere Griekse leiders om het kampvuur bij de diepbedroefde Achilles die treurt om het verlies van zijn vriend Patroclus 1. Ze proberen hem te troosten maar Achilles is ontroostbaar. Om zijn dode vriend te wreken besluit Achilles om weer deel te nemen aan de gevechten. Hij sluit vrede met Agamemnon en gaat de volgende ochtend als een wrekende furie op de Trojanen af. Die kunnen niet op tegen de grootste held van de Grieken en trekken zich massaal terug in hun stad en sluiten de poorten. Hoewel Achilles op alle mogelijke manieren Hector te pakken probeert te krijgen lukt hem dat niet en keert hij ’s avonds terug naar het scheepskamp. Daar regelt de held een prachtige begrafenis voor Patroclus 1 en organiseert na afloop begrafenisspelen om hem te eren.

Wagenrennen

Tijdens de wagenrennen, waar Idomeneus 1 als toeschouwer naar zit te kijken, krijgt hij een verschil van mening met de kleine Ajax 2 over wie op kop in de race ligt. ‘Vrienden, raadslieden en aanvoerders.’ zegt Idomeneus 1, ‘Ben ik de enige die de paarden kan zien of zien jullie hen ook? Het lijkt me dat een ander tweespan nu de leiding heeft en ook een andere menner. De merries van Eumelus 1, die op de heenweg voorop liepen, moeten ergens tegenslag gehad hebben. Want na het keerpunt zag ik ze nergens, hoewel ik heel de vlakte afzocht met mijn ogen. Misschien heeft Eumelus 1 de teugels laten vallen omdat hij zijn paarden niet om de paal kon laten keren en kreeg een ongeluk. Maar sta zelf op en kijk om je te overtuigen. Helemaal zeker ben ik er niet van, maar de man aan kop lijkt me iemand uit Aetolië, ja, één van onze Griekse vorsten, Diomedes 1 zelf.’ Dan valt de kleine Ajax 2 hem ruw in de rede en zegt: ‘Idomeneus 1, wat een onzin verkoop je nu? Daar in de verte draven zijn paarden op hoge snelheid. Spreek toch niet voor je beurt in het gezelschap van meerderen. Dat tweespan aan de kop is van Eumelus 1 en hij staat zelf in de wagen.

Ingrijpen van Achilles

Woedend antwoordt Idomeneus 1: ‘Ajax 2, jij kwaadaardige ruziezoeker! In het ruziemaken ben je een held, maar dat is dan ook alles waar je in uitblinkt. Maar vooruit, laten we er om wedden, wie daar alleen vooraan rent, hetzij om een drievoet of een ketel van prachtig koper. Dan zal je zien wie gelijk heeft als het op betalen aankomt. Agamemnon hier, zal voor ons beiden beslissen.’ Dan springt Ajax 2 overeind om hem antwoord te geven. Maar ook Achilles staat op en zegt: ‘Ajax 2 en Idomeneus 1, zoek niet langer ruzie, dat geeft geen pas. Ga weer zitten in de kring en kijk naar de wedstrijd. Spoedig zullen de paarden dichtbij zijn en dan weten we wie eerste is en wie tweede.’ Zo sprak Achilles en was Diomedes 1 intussen de finish al dicht genaderd. Hij liet zijn zweep knallen en zijn paarden sprongen vooruit. Aldus werd de wedstrijd zonder verdere woordenwisselingen uitgereden en de prijzen uitgereikt.

Dood van Hector

Na de begrafenis laaien de gevechten weer op zodra de Trojanen, aangevoerd door Hector, de stad uitkomen en ze de Grieken op de vlakte treffen. Tijdens deze gevechten weet Hector Idomeneus 1 te verwonden en moet hij zich noodgedwongen uit de strijd terugtrekken. Maar Achilles weet uiteindelijk Hector te doden en mishandelt het lijk vreselijk. Opnieuw trekken de Trojanen zich terug in hun stad en wordt er een bestand afgesproken om de vele doden te begraven, nadat Achilles het lijk van Hector heeft teruggegeven aan diens vader Priamus. Tijdens dat bestand krijgt Priamus versterkingen uit het buitenland en komen als eerste de Amazonen in Troje aan, die werden aangevoerd door hun koningin Penthesilea. Dan durven de Trojanen weer buiten hun muur te komen en barst de strijd opnieuw in alle hevigheid los. Idomeneus 1 weet de Amazone Bremusa te doden door zijn lans in haar rechterborst te steken, en doodt Achilles als laatste Penthesilea.

Memnon en dood van Achilles

Kort daarna komt ook Memnon, de zoon van Eos 1, de Trojanen versterken. Dan besluiten de Grieken om iemand door loting aan te wijzen om met de zoon van de Godin een duel op leven en dood aan te gaan. Ook Idomeneus 1 meldt zich aan maar wees het lot de grote Ajax 1 aan. De volgende ochtend daagt Ajax 1 Memnon uit tot het duel, maar vraagt hij eerst aan Idomeneus 1, en enkele andere aanvoerders, om hem te dekken ingeval de mannen van Memnon hem in de rug zouden aanvallen. Ajax 1 weet Memnon te verslaan waarna de Ethiopiërs de moed verliezen, nu ze hun aanvoerder kwijt waren. Samen met de Trojanen slaan ze massaal op de vlucht en worden velen van hen gedood. Tijdens die achtervolging weet Idomeneus 1 drie zoons van koning Priamus: Dryops 1, Bias 5 en Chorithan, te doden. Korte tijd later slagen de Trojanen er echter in om met een pijl de grote Achilles te raken en sterft de belangrijkste held van de Grieken.

Wapens van Achilles

De Grieken zijn ontroostbaar vanwege het verlies van hun held. Ze organiseren een grootse begrafenisplechtigheid en houden daarna begrafenisspelen. Idomeneus 1 meldt zich aan voor de wedstrijd boksen, maar durfde niemand van de Grieken het tegen hem op te nemen. Dus gaf Thetis, de moeder van Achilles, hem als prijs de strijdwagen waarmee het lijk van Patroclus 1 van het slagveld was gevoerd. Kort daarna ontstaat er tussen Odysseus en Ajax 1 een twist over wie de wapens van de dode Achilles krijgt. De Grieken besluiten om beide helden aan te horen en een scheidsrecht aan te stellen om te beslissen. Voor deze taak wijzen zij de oude Nestor aan evenals Agamemnon en Idomeneus 1, wiens raad altijd op prijs wordt gesteld. Nadat Odysseus en Ajax 1 hun pleitrede hebben gehouden wijst het drietal de wapens aan Odysseus toe. Ajax 1 is hier echter zo teleurgesteld over dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegt.

Houten Paard

De vernietiging van Troje

De weerstand van de Trojanen is echter gebroken en zij komen de stad niet meer uit om de Grieken te weerstaan. Dan besluiten de Grieken, op advies van Odysseus, een list toe te passen. Ze bouwen een groot houten paard, doen net of zij strijdtoneel verlaten, en laten het houten gevaarte op de vlakte achter als offer aan Athena. In het paard zitten echter een groot aantal Grieken, waaronder Idomeneus 1, verscholen. De Trojanen trappen in de list en slepen het paard de stad in, en vieren die avond een groot feest om het einde van de oorlog te vieren. Dan sluiopen de Grieken uit het paard en begint de vernietiging van Troje. Tijdens die nachtelijke strijd weet Idomeneus 1 de Trojaan Mimas 3 te doden en zijn bij het aanbreken van de dag, na tien jaar zware strijd, de Trojanen verslagen.

Terugkeer

Nadat Troje volledig geplunderd was, en de buit over het leger verdeeld, keerde Idomeneus 1 met zijn schepen terug naar Kreta. Door de lange afwezigheid van Idomeneus 1 had Leucus 2 echter zijn kans gegrepen om het hart van Meda, de vrouw van Idomeneus 1 te veroveren. Maar deze liefde hield niet lang stand en Leucus 2 doodde Meda, samen met haar dochter Clisithyra, toen zij haar toevlucht zocht in de tempel. Vervolgens weet Leucus 2 de macht over Kreta te verkrijgen en verjaagt Idomeneus 1 zodra hij met zijn schepen op de kust landde. Maar volgens andere mythen keerde Idomeneus 1 en zijn mannen veilig terug op Kreta waar hij het koningschap weer op zich nam. Zo’n twintig jaar na zijn terugkeer stierf Idomeneus 1 van ouderdom en liet hij zijn koninkrijk na aan Meriones, die hem altijd trouw was gebleven. Voor hun koning richten de Kretenzers vervolgens een prachtige tombe op

Stamboom:

Deucalion 1 - - -
Idomeneus 1 Meda
Clisithyra

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz