Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Iris 1

Afkomst en taken

Iris, de Godin van de Regenboog

Iris 1 is de veelkleurige Godin van de Regenboog die kort na het ontstaan van de wereld werd geboren. Ze is de dochter van Zeegod Thaumas 1 en de Oceanide Electra 1. Haar grootouders zijn de Oergoden Pontus en Gaea. De Grieken waren de mening toegedaan dat Iris 1 met haar boog aan de hemel, die altijd ontstond tijdens een regenbui, gewend was om water uit de zee te drinken. Tijdens de Zondvloed van Zeus helpt zij de Oppergod om water uit de zee op te zuigen en dit naar de wolken te transporteren om zo geweldige regenbuien te laten neerkomen op de aarde.

Iris 1, die in het bezit is van pijlsnelle goudkleurige vleugels, en getooid gaat in zeven kleuren, wordt door de Goden van de Olympus veelvuldig gebruikt om hun boodschappen rond te brengen bij de andere Goden of mensen. Zeus stuurt haar ook regelmatig naar de onderwereld om in een gouden beker ijskoud water uit de Styx te halen wanneer één van de Goden een eed af wil leggen, en deze eed kracht bij wil zetten door te zweren bij het water van de Styx.

Ook wanneer Zeus een vergadering van alle Goden belegt op de Olympus wordt Iris 1 eropuit gestuurd om dit bericht aan iedereen door te geven. Op deze tochten gaat zij sneller dan de winden, berispt diegenen die treuzelen en ontbiedt elke God of Godin om onmiddellijk te komen. De enige godin die het eens waagt om te weigeren is Demeter nadat haar dochter Persephone 1, met toestemming van Zeus, was ontvoerd door Hades. Demeter weigert om ooit nog naar de Olympus terug te keren als haar dochter niet aan haar wordt teruggegeven.

Boodschappergodin

Als de Giganten de macht van Zeus willen ondermijnen, en de Olympus aanvallen, roept Iris 1 alle Goden bijeen op de berg om de reuzen te weerstaan die met brandende bomen en grote rotsblokken de hemelwoning aanvallen. Samen met de anderen Goden weerstaat zij de aanval succesvol en weten, met hulp van Heracles, de Giganten uiteindelijk te doden.

Wanneer de godin Leto moet bevallen van haar kinderen Apollo en Artemis wordt Iris 1 er door Zeus opuit gestuurd om Poseidon te berichten dat hij het los drijvende eiland Delos moet verankeren aan de zeebodem. Hera had de godin van de aarde, Gaea, namelijk met een eed gebonden om Leto geen onderdak te verlenen tijdens haar barensnood. Dit eiland, dat geen onderdeel uitmaakte van de aarde, was zo de enige plek waar Leto uiteindelijk kon bevallen van haar goddelijke tweeling. Als Delos aan de zeebodem is verankerd gaat Iris 1 pijlsnel naar de geboortegodin Eileithyia om haar mee te nemen naar Delos en Leto te helpen tijdens de bevalling.

Maar ook Hera maakt vaak gebruik van de diensten van Iris 1 om haar opdrachten rond te brengen onder de Goden. Zo moet Iris 1 eens naar het huis van Hypnos (Slaap) om hem op te dragen de Thebanen in een diepe slaap te dompelen zodat de Zeven tegen Thebe een nachtelijke overval kunnen plegen. Aan het eind van de strijd moet Iris 1 opnieuw naar Thebe om de gestorven Eteocles 1 en Polynices te koesteren. Zij laat een mysterieuze dauw van ambrosiasappen achter op hun lichamen zodat ze in de hitte niet wegteren.

Tocht van de Argonauten

Terwijl Zeus meer en meer gebruik gaat maken van zijn boodschappergod Hermes, maakt de jaloerse Hera steeds vaker gebruik van Iris 1 om haar opdrachten te geven om Heracles, de buitenechtelijke zoon van Zeus, te dwarsbomen tijdens zijn gezwoeg op aarde. Zo spoort Iris 1 de godin Waanzin aan om, op bevel van Hera, naar Heracles te gaan zodat hij zijn eigen kinderen zal doden.

Later stuurt Zeus Iris 1 op een roze wolk naar beneden om Heracles opdracht te geven zijn strijd tegen de Trojanen op te geven en naar de Kaukasus te gaan. Daar moet hij de Adelaar, die aan de lever van Prometheus vrat, doodschieten met een pijl waarna Zeus van Prometheus de voorspelling verneemt dat zijn zoon, die Zeus bij Thetis wil verwekken, machtiger zal worden dan zijn vader. Enkele dagen later wordt Iris 1 er weer op uit gestuurd om Zetes en Calais te waarschuwen, die de Harpijen achtervolgen tijdens hun tocht met de Argonauten. Tegen hen zegt zij: ‘U, zonen van de Noordenwind, mag de Harpijen niet met uw zwaarden slaan! Het zijn de honden van de grote Zeus! Ik beloof u onder ede dat zij nooit meer naar de tafel van Phineus 1 zullen komen om hem van zijn eten te beroven.’ Deze belofte zwoer ze met een plenging bij het water van de Styx. Daarop draaien de helden om, zwichtend voor die heilige eed, en haastten zich terug naar het schip.

Gedurende de rest van de tocht der Argonauten stuurt Hera Iris 1 menigmaal op pad om haar beschermeling, Iason, te helpen tijdens zijn beproeving. Zo moet ze eens Thetis oproepen om het schip, samen met de andere Nereiden, door gevaarlijk water te loodsen, en daarna naar Hephaistus om de Etna te kalmeren en Aeolus 2 om de winden te bedaren.

Trojaanse Oorlog

Als een van de weinige Goden is Iris 1 neutraal tijdens de Trojaanse oorlog. Desondanks wordt zij regelmatig ingeschakeld om boodschappen van Zeus over te brengen. Zo stuurt hij haar in het tiende jaar van de strijd naar de Trojanen om hen te aan te sporen het leger op te stellen tegen de aanstromende Grieken. In de gedaante van Polites 1, de zoon van Priamus, zegt Iris 1 tegen koning Priamus, en de in vergadering bijeen zittende Trojaanse leiders: ‘Heren, ik merk dat jullie in deze oorlog nog steeds net zo gek op discussiëren zijn als je in vredestijd. Ik heb in mijn leven al heel wat oorlogen meegemaakt maar ik zag nog nooit zo’n indrukwekkende legermacht als die nu op de muren van Troje afstormt. Ik adviseer Hector om zijn bondgenoten onder hun eigen leiders te laten strijden om fouten vanwege taalproblemen te voorkomen. Dan heft Hector onmiddellijk de vergadering op om zijn leger in slagorde op te stellen tegen de aanstromende Grieken.

Enige tijd later lokt Iris 1, in de gedaante van Laodice 1, de knapste dochter van koning Priamus, Helena naar de muur om de stad. ‘Lieve zus’, zegt ze tegen haar, ’ga vlug kijken hoe raar de Trojanen en Grieken zich thans gedragen. Net stonden ze nog op het punt om een verschrikkelijke slag te leveren op de vlakte, maar nu zit iedereen rustig op de grond terwijl Paris en Menelaus een tweegevecht gaan houden. Wie wint mag jou mee naar huis nemen.

Iris brengt Aphrodite in veiligheid

Als het tweegevecht misloopt, en Aphrodite haar beschermeling Paris redt van de dood, ontstaat er een bloeddorstig gevecht tussen de Trojanen en de Grieken. Dan weet Diomedes 1 Aphrodite een wond toe te brengen waarna Iris 1 haar te hulp snelt en wegtrekt uit het strijdgewoel. Ze brengt haar bij Ares 1, die aan de zijkant naar de strijd staat te kijken. Smekend vraagt Aphrodite aan Ares 1 of ze zijn tweespan mag lenen om naar de Olympus te rijden. Ares 1 stemt toe en Aphrodite stapt samen met Iris 1 in de wagen die de teugels in handen neemt en het tweespan met gezwinde spoed naar de bergtop stuurt waar zij de paarden in de goddelijke stallen zet en hen vlug nog wat te eten toewerpt.

De strijd woedt verder op de vlakte en Zeus beveelt de andere Goden en Godinnen om zich afzijdig te houden. Ondanks dit verbod willen Athena en Hera toch de Grieken helpen, en rijden met hun wagen naar de strijd. Als ze net de hemelpoort uit zijn stuurt Zeus Iris 1 naar het tweetal. Zodra Iris 1 met haar snelle voeten bij het tweetal aankomt zegt ze: ‘Waar gaan jullie heen en wat is het doel van jullie onderneming? Zeus heeft jullie toch verboden om de Grieken te helpen! Luister waarmee hij dreigt als jullie toch doorgaan, en zijn dreigementen zijn niet ijdel. Hij zal de wagen aan stukken slaan en jullie eruit werpen met zijn bliksem en de paarden breidelen. Tien lange jaren zullen voorbij gaan voordat jullie wonden genezen zullen zijn. Hij is niet zozeer boos op Hera, omdat die toch altijd tegenwerkt, maar wel op Athena met haar onbeschaamde manieren.’ Als Iris 1 haar boodschap heeft overgebracht gaat Iris 1 terug naar de Olympus terwijl de twee godinnen bakzeil halen en ook terugkeren.

De strijd op de vlakte gaat onverminderd voort en Zeus stuurt Iris 1 naar de Trojaan Hector. ‘Zeg namens mij tegen Hector’, zo zegt Zeus tegen Iris 1, ‘dat zolang hij koning Agamemnon in de voorste gelederen ziet strijden hij uit zijn buurt moet blijven en zijn mannen moet aansporen. Maar zodra Agamemnon gewond raakt, zal ik hem de kracht geven om de Grieken te verslaan en hen tot aan hun schepen te achtervolgen, totdat het donker wordt.’ Vlug geeft Iris 1 gehoor aan zijn verzoek en snelt naar Hector om de boodschap over te brengen.

Enkele dagen later wordt Iris 1 door Zeus weer naar Poseidon gestuurd, die de Grieken ondanks het verbod van Zeus steunt, om zich op zijn bevel uit de strijd terug te trekken. Voorts moet ze naar Apollo om hem opdracht te geven de gewonde Hector te genezen en hem weer terug te sturen in de strijd. Onmiddellijk snelt de vlugge Godin ook nu weer weg om de boodschappen over te brengen. Poseidon is woedend als Iris 1 haar boodschap overbrengt en zegt: ‘Zeus mag dan machtig en sterk zijn, maar wat een verwaandheid is het om te beweren dat hij mij zou kunnen dwingen zijn wil te doen, aangezien ik minstens zoveel aanzien geniet als hij.’ Dan geeft Iris 1 hem als antwoord; ‘O God die de wereld omspant, wil je nu werkelijk dat ik aan Zeus dit harde en hooghartige antwoord overbreng? Wil je niet tot andere gedachten komen? Deugd is deemoed. En je weet hoe de Wraakgodinnen altijd op de hand van de oudste broer zijn.’ Na deze woorden komt Poseidon tot bedaren en geeft Iris 1 gelijk waarna hij zich, onder protest, bij de bevelen van zijn oudere broer neerlegt.

Dagen later, als de Grieken bijna door de Trojanen in hun scheepskamp zijn verslagen en Patroclus 1 is gedood, stuurt Hera Iris 1 naar Achilles om hem te zeggen dat hij zich weer gereed moet maken voor de strijd. ‘Achilles,’ zegt ze, ‘jij, geduchtste onder de mensen! Sta op en verdedig Patroclus 1 want er wordt bloedig gestreden om zijn lijk. Trojanen en Grieken sneuvelen en strijden. De Trojanen willen het lijk wegslepen naar Troje, terwijl de Grieken dat proberen tegen te gaan. Het is vooral Hector die het lijk wil veroveren. Hij wil Patroclus 1 het hoofd van zijn nek slaan en op een paal van de palissade steken. Kom dus, en treuzel niet langer. Alleen al de schaamte moest je opjagen over het schandelijke feit dat Patroclus 1 tot speelbal zou kunnen worden van de Trojaanse honden. Ook jou treft de schuld en de schande als het lijk geschonden hierheen komt.

Daarop vraagt Achilles aan Iris 1: ‘Goddelijke Iris 1, wie van de Onsterfelijken zond u met deze boodschap hierheen?’ Iris 1 antwoordde dat het Hera was zonder Zeus of één van de Onsterfelijken daarvan in kennis te stellen. ‘Maar hoe kan ik ten strijde trekken?’ vroeg Achilles. ‘De vijand heeft mijn wapenuitrusting en mijn moeder raadde me af om ten strijde te trekken voordat Hephaistus een nieuwe voor mij heeft gemaakt.’ Dan zegt Iris 1 hem: ‘Ook wij Onsterfelijken weten, dat je wapens in vijandelijke handen zijn. Ga niettemin naar de schutgracht, gekleed als je bent, en laat je aan de Trojanen zien. Wellicht staken ze van schrik de strijd als ze je zien zodat de Grieken tijd krijgen om op adem te komen. Een korte pauze in de oorlog is al veel winst.’ Na deze boodschap gaat Iris 1 er weer vandoor.

Enige dagen later wordt Iris 1 weer ingeschakeld om de winden Boreas 1 en Zephyrus 1 in hun grot te vertellen dat zij nodig zijn om de brandstapel van Patroclus 1 aan te wakkeren met hun stormwinden. Als Iris 1 daar is aangekomen nodigen de broers haar uit om mee te eten en antwoordt ze: ‘Het is nog geen tijd voor mij om te eten. Ik ga terug naar Oceanus’ brede stromen in het land van de Ethiopiërs. Zij onthalen de Onsterfelijken op een offermaal dat ik niet mag missen. Maar ik heb een boodschap van Achilles voor u, Boreas 1, en ook voor u, Zephyrus 1. Hij bidt tot u en belooft u heerlijke offers, als jullie willen komen om de vlammen aan te wakkeren onder het lijk van Patroclus 1 om wie hij en het hele leger van de Grieken rouwt.’ Na haar boodschap verteld te hebben gaat zij vlug naar Ethiopië om aan het feestmaal deel te nemen.

Kort daarna krijgt Iris 1 van Zeus opdracht om Thetis in haar onderwatergrot op te halen. Zij moet Achilles gaan bewerken om het lijk van Hector vrij te geven aan zijn vader. Dus gaat Iris 1 naar koning Priamus van Troje om hem te vertellen dat hij veilig naar Achilles kan gaan om zijn dode zoon op te halen en hem ordentelijk te begraven. Na afloop van de Trojaanse Oorlog moet Iris 1 nog menigmaal in het geweer komen om Aeneas, de beschermeling van Aphrodite, te helpen tijdens zijn zoektocht naar een nieuw vaderland. Ook tijdens deze tocht handelt zij op bevel van de diverse Goden en moet nu eens bij Aeolus 2 de boodschap overbrengen om de winden in zijn grot te laten en de andere keer ze juist weer los te laten om hun verwoestende werk te doen.

Stamboom:

Thaumas 1 Electra 1 - -
Iris 1 -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz