Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Laertes

De jacht op het Everzwijn van Calydon

Laertes is de enige zoon van Acrisius 2, die op het eiland Ithaca geboren werd en opgroeide tot een krachtige en moedige jongeman. In zijn jeugd neemt Laertes aan de jacht op het reusachtige Everzwijn 2 in Calydon. Kort daarna geeft hij ook gehoor aan de oproep uit Iolcus om deel te nemen aan een tocht om de Gouden Vacht in Colchis te veroveren. Samen met ongeveer vijftig andere helden uit Griekenland, die de Argonauten genoemd worden, varen ze vanuit Iolcus, onder aanvoering van Iason, met het schip de Argo weg om een tocht met vele avonturen en gevaren te beleven. Gedurende die tocht raakt Laertes in Colchis gewond tijdens de strijd met de troepen van Perses 2 die een burgeroorlog uitvocht met Aeetes waar ook de Argonauten aan deelnamen. Maar de verwonding was niet ernstig en Laertes herstelde binnen een paar dagen, nadat Medea 1 hem een genezend kruid had toegediend.

Huwelijk

Als Laertes is teruggekeerd op Ithaca trouwt hij met Anticlea, de dochter van Autolycus 1, en verwekt bij haar de zoon Odysseus. Volgens de schrijver Hyginus werd Anticlea echter verleid door de uitgekookte Sisyphus en maakte haar zwanger. Om te voorkomen dat Anticlea ongetrouwd moeder van een zoon zou worden huwelijkt Autolycus 1 zijn dochter uit aan Laertes die zo (pleeg)vader van de beroemde en eveneens uitgekookte Odysseus werd. Naast deze zoon verwekt Laertes later ook nog een dochter Ctimene 1. Als koning van Ithaca stuurt Laertes zijn zoon op jeugdige leeftijd, samen met enkele ouderen naar Messene om schadevergoeding te eisen bij Orsilochus 4 wiens mannen driehonderd schapen van Laertes hadden geroofd. Bovendien koopt de rijke en welvarende Laertes de mooie en jonge dochter, Euryclia, van de arme Ops 1 als slavin. Hij eerde haar als bijvrouw maar sliep nooit met het meisje, omdat hij de woede van zijn vrouw Anticlea vreesde.

Vertrek Odysseus

Zo gaan de jaren voorbij en breekt de Trojaanse Oorlog uit waardoor vele jongemannen uit Griekenland vertrekken. Ook Odysseus, die intussen het koningschap van zijn oude vader had overgenomen, vertrekt. Laertes is hierdoor uiterst droevig gestemd en trekt zich terug op zijn landgoed, ver buiten de stad. Wanneer de Trojaanse Oorlog is afgelopen en Odysseus maar niet terugkeert, wordt hij steeds radelozer en verliest uiteindelijk de hoop op een veilige terugkeer van zijn zoon. Hij sleept zich door de jaren heen en wordt alleen nog verzorgd door een oude dienares nadat Anticlea van verdriet over het verlies van haar zoon was gestorven. Laertes slaapt dan bij de slaven, en kleedt zich in armoedige kleding, terwijl de ouderdom hem zwaar valt en hij voortdurend tot Zeus bidt om zijn lichaam op te komen halen.

Een vreemdeling

Terwijl Laertes in een oude plunje zijn moestuin aan het wieden is komt er een man op hem af die zegt: ‘Nou, baasje, je bent niet zorgeloos in het verzorgen van je moestuin, nee, alles staat er keurig bij. Maar het valt me wel op dat je zelf, je moet er niet boos om worden, slecht verzorgt. De ouderdom heeft je te pakken want je bent lelijk vervuild en afschuwelijk gekleed. Maar kom, zeg me van welke man ben je de dienaar? En zeg me dit vooral of ik werkelijk op Ithaca ben aangeland ben, zoals de man die ik zojuist ontmoette op mijn tocht hierheen mij vertelde. Het was geen toeschietelijk type, want toen ik hem vroeg naar mijn oude gastvriend Odysseus wist hij me geen duidelijk antwoord te geven. Ooit kwam hij naar mijn huis en nu wil ik hem graag een tegenbezoek brengen.

Odysseus teruggekeerd

Dan antwoordde Laertes met tranen in zijn ogen: ‘Vriend, je bent inderdaad in het land waar je naar vraagt, maar vertel me eens hoeveel jaar geleden je die ongelukkige gastvriend, mijn rampzalige zoon, in je huis hebt ontvangen. Ach, leefde hij nog maar. Nee, hij is denk ik ver van zijn geliefden en vaderland verzwolgen op zee, of op land een prooi voor wild en gevogelte geworden. Zijn ouders en lieve vrouw konden hem niet bewenen, zoals dat hoort, na het sluiten van zijn ogen. Maar vertel me eerst eens, wie ben je, en waar kom je vandaan?’ Dan kan de vreemdeling zich niet langer inhouden, neemt de oude Laertes in zijn armen, en zegt ‘Ik ben het zelf, vader, je zoon die na twintig jaar afwezigheid eindelijk is teruggekomen. Stop met jammeren want ik heb intussen de vrijers die het mijn vrouw Penelope 1 zo lastig maakten gestraft en allen naar het rijk der schimmen gestuurd.'

Ongeloof

Maar Laertes kan moeilijk geloven dat zijn zoon is teruggekeerd en zegt: ‘Als je werkelijk Odysseus bent, geef me dan een niet te ontkennen teken waardoor ik zeker weet dat je hem bent.’ Dan zegt Odysseus: ‘Kijk eerst naar dit litteken, dat een wild zwijn mij in mijn jeugd bezorgde toen jij me naar mijn grootvader Autolycus 1 stuurde. Maar laat ik ook de bomen noemen die je me eens hebt gegeven toen we door je tuin liepen. Je gaf me dertien peren-, tien appel- en veertig vijgenbomen, en nog eens vijftig rijen druiven.’ Zodra hij dit hoorde was Laertes overtuigd, en slaat bibberend van emotie zijn armen om Odysseus en dankt de Goden uitbundig voor de terugkeer van zijn zoon.

Weer de oude

Een vrolijke maaltijd

Vervolgens gaan vader en zoon naar de boomgaard, waar ook de zoon van Odysseus al is met een bediende en een heerlijke maaltijd aan het klaarmaken zijn. Maar voor het eten trekt Laertes eerst zijn beste kleding aan, wast zich aan de bron, en stroomt het bloed weer met kracht door zijn aderen alsof hij heel de wereld weer aan kan. Tijdens de maaltijd komen enkele getrouwen van Laertes ook naar de boomgaard om Odysseus te verwelkomen en heerst er een vrolijk sfeer. Toen iedereen naar hartenlust gegeten had vroeg Odysseus aan een van de gasten om buiten te kijken of de vaders van de door hem gedode vrijers al in aantocht waren. Hij verwachte hen namelijk bij het huis van zijn vader, om wraak om hem te nemen voor het doden van hun zoons.

Vaders van de vrijers

Even later keert de man terug en meldt dat er een grote menigte kwade mensen naar het huis onderweg was om verhaal te halen voor hun gestorven zoons. Onmiddellijk grijpt Odysseus zijn wapens en pakt ook de oude Laertes, ondanks zijn grijze haren, een lange speer om zijn zoon bij te staan, en volgt hem naar buiten. Zodra het kleine groepje tegenover de menigte stond verscheen de Godin Athena in de gedaante van een bediende voor Laertes en zegt: ‘Zoon van Arcisius, bid nu tot Athena en werp dan je lange speer naar die menigte’. Vervolgens blies ze Laertes zijn oude kracht weer in en werpt hij zijn wapen. De speer treft Eupeites dwars door zijn helm, die de speer niet tegenhield, en hij als een blok op de grond viel waar hij stierf. Er zou een groot gevecht zijn uitgebroken als Athena niet had ingegrepen waardoor de gemoederen bedaarden en het slechts bij die ene dode bleef. De menigte droop vervolgens af en kunnen vader en zoon eindelijk van elkaar genieten. Drie jaar later sterft dan eindelijl de oude Laertes met een tevreden glimlach op zijn gezicht.

Stamboom:

Acrisius 2 - Autolycus 1 Amphithea 3
Laertes Anticlea
Odysseus, Ctimene 1

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz