Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Memnon

Memnon is de zoon van de Godin van de Dageraad, Eos 1, en Tithonus 1, de zoon van koning Laomedon 1 van Troje, die in Ethiopië werd geboren. Memnon heeft een volle broer, Emathion 1 en nog enkele andere halfzussen en -broers die Eos 1 ter wereld bracht na met enkele andere mannen het bed gedeeld te hebben. Volgens de schrijver Dictys van Cretensis was Memnon echter de zoon van Hemera 2 en had hij een zus Himera die op Paphos woonde. Memnon groeit uit tot een grote en sterke man, met een zwarte huid en gekrulde haren, en wordt op jonge leeftijd al koning van Ethiopië.

Noodkreet Priamus

Op een gegeven moment ontvangt Memnon een dringende boodschap van koning Priamus van Troje. Die herinnert hem aan zijn banden met de stad en vraagt Memnon te hulp om Troje te helpen in hun nood. De stad wordt al bijna tien jaar belegerd door de Grieken, en Priamus is ten einde raad omdat er al vele van zijn stadgenoten gesneuveld zijn. Memnon besluit onmiddellijk om Priamus te hulp te komen, en brengt een reusachtig leger op de been. Gehuld in een wapenrusting, die gemaakt is door Hephaistus, vertrekt Memnon aan de kop van zijn leger en gaat op weg gaat naar de bedreigde stad. Onderweg proberen de Solymiërs hem nog de weg te versperren, maar maakt de strijdlustige Memnon korte metten met hen, en trekt onverstoord verder richting Troje.

Ontvangst in Troje

Memnon uit Ethiopië

Zodra hij in Troje arriveert, kijken de uitgeputte Trojanen verheugd naar zijn stralende verschijning en het grote aantal mannen dat hij bij zich heeft, waardoor ze weer hoop krijgen op een gunstig verloop van de strijd. Ook het hart van Priamus sprong op van vreugde, en hij ontvangt de Ethiopiër meer dan gastvrij in zijn paleis. Tijdens de feestmaaltijd vertelt Priamus over het leger van de Grieken, en alle ellende die ze in de loop der jaren hebben ondervonden. Memnon op zijn beurt vertelt Priamus vervolgens over zijn ouders en de vreemde onsterfelijkheid van zijn vader, die hem door de Goden was gegund. Verder bespreken ze de tactiek voor de volgende dag, en schenkt Priamus aan het eind van de maaltijd aan Memnon een prachtige gouden beker, die ooit door Hephaistus was vervaardigd en door Zeus aan Dardanus 1 was geschonken. Daarna gaat iedereen naar bed om de volgende dag uitgerust te kunnen beginnen aan de strijd.

Aanloop tot de strijd

De volgende ochtend stelt Memnon zijn manschappen op, en kijken de Grieken met ontzetting naar het grote aantal mannen dat Memnon met zich had meegebracht. Zoals gewoonlijk was het opperbevel bij de Trojanen in handen van Hector, maar werden Deiphobus 1, Paris, Troilus en Aeneas als onderbevelhebbers aangesteld, en voerde Memnon zijn eigen mannen aan. Bij de Grieken voerde Agamemnon het opperbevel, maar voerden eveneens enkele belangrijke helden, zoals Achilles, Odysseus, Ajax 1 en Antilochus, als onderaanvoerders hun hun troepen aan. Zodra beide legers zijn opgesteld klinkt het aanvalssignaal en stormen de mannen op elkaar af, terwijl het stof van de grond omhoog dwarrelde door de vele voeten die het beroerde.

Dood van Antilochus

Memnon gaat vooraan zijn mannen en doodde als eerste de Griek Pheron door hem zijn speer door de borst te duwen. Vervolgens slaat hij Ereuthes neer en kijkt popelend om zich heen naar een nieuw slachtoffer. Dan komt Antilochus, de zoon van Nestor, op Memnon af en wierp zijn lange speer. Het wapen miste Memnon, maar trof wel een soldaat van Memnon. Woedend over zijn dood springt Memnon met een snelle sprong op Antilochus af, maar die raapt snel een grote steen van de grond en smijt die tegen het hoofd van Memnon. Door zijn helm bleef Memnon gespaard, en vlamt zijn woede nog heviger op. Met al zijn kracht stoot Memnon vervolgens zijn speer midden in de borst van Antilochus die dood was voor zijn lichaam op de grond viel.

Ontmoeting met Nestor

Gefolterd door verdriet zag de oude Nestor hoe zijn zoon sneuvelde, schreeuwde om hulp naar de Grieken, en gaat op Memnon af. Maar dan zegt Memnon: ‘Oude man! Het is voor mij een schande om te vechten met iemand die zoveel ouder is dan ik. Ik ben niet blind voor eer maar heb liever dat je een jonge strijder was. Mijn stoutmoedige hart hoopt op een strijd die waardig is aan mijn hand en speer. Nee, trek je terug uit de strijd en ga, voordat je sterft. Sneuvel niet naast je zoon, strijdend tegen een machtiger man, want dwaasheid overmeestert de moedigen in kracht.’ Daarop antwoordt de oude Nestor: ‘Je woorden zijn niet ijdel, Memnon! Niemand zal zijn vader een dwaas noemen. Ach had ik mijn oude kracht nog maar, dan zou je met mijn speer kennis leren maken. Maar de jaren hebben mij krom en gebogen gemaakt en huist er geen kracht meer in mijn borst.’ Daarop trekt Nestor zich een stukje terug, en liet zijn zoon in het stof liggen.

Memnon rukt op

Zo rukt Memnon op richting het scheepskamp van de Grieken, terwijl hij zijn tegenstanders een voor een in het stof neersmijt en ze hun leven verloren. Terwijl de aarde rood kleurde juichte de ziel van Memnon en ging hij maaiend en stekend met zijn speer door de gelederen van de vijand waardoor de vlakte met vele doden werd bedekt. De Grieken beginnen van angst te sidderen als ze de geweldenaar zien aankomen met zijn wapenrusting die schitterde in de stralende zon. Op een gegeven moment ziet Memnon dat de grote Ajax 1, vergezeld door Odysseus en Idomeneus 1, op hem afkomt. Vlug springt hij van zijn strijdwagen en gaat lopend op Ajax 1 af. Tussen de twee ontstaat een felle strijd en weet Ajax 1 Memnon licht te verwonden in zijn zijde. De Ethiopiërs om Memnon heen zagen wat er gebeurde, dringen snel om hun koning heen, en verdrijven de aanvallers.

Achilles arriveert

Intussen had Nestor ook de hulp ingeroepen van Achilles, die aan de andere zijde van het front vocht, en hem smeekte om het lichaam van zijn zoon te redden en de grote Memnon te vernietigen. De held aarzelt geen moment en arriveert bij Memnon op het moment dat hij Ajax 1 van zich afschudde. Zodra Memnon Achilles ziet aankomen, pakt hij een grote steen van de grond en werpt die naar zijn nieuwe tegenstander. Die ving het projectiel met zijn schild op, dat dreunde door de schok. Achilles gaf echter geen krimp, stak zijn lange lans onder het schild door naar voren, en rende op Memnon af. Door zijn snelheid wist Achilles Memnon in de schouder te treffen, maar weet Memnon op zijn beurt Achilles in de arm te raken.

Uitdaging van Memnon

Dan roept Memnon honend: ‘Nu zal je de dood leren kennen, Achilles, door mijn handen veroorzaakt! Dwaas, waarom heb je zo meedogenloos de Trojanen vernietigd, en gepocht dat je de machtigste man ter wereld bent, de zoon van een onsterfelijke Nereide? Ook ik ben van Goddelijke afkomst, zoon van de koningin der Morgenstond. Ik ben niet bang voor jou, want mijn moeder is machtiger dan die van jou. Zij brengt het licht aan de Goden en mensen, en is al het leven van haar afhankelijk. Maar die van jou woont in een grot onder water, en leeft roemloos tussen van de vissen.’ Zo probeert Memnon Achilles uit zijn evenwicht te brengen.

Reactie van Achilles

Om de woorden van Memnon lachend zegt Achilles dan tegen hem: ‘Ben je zo radeloos, Memnon, dat je mij zo brallend onder ogen durft te komen! Ik, die jou in kracht en afkomst ver overtreft. Ik stam af van de oppermachtige Zeus en de sterke zeegod Nereus en zijn dochter Thetis, die wordt geëerd door de Olympiërs. De dood van Patroclus 1 heb ik gewroken op Hector, en Antilochus zal ik nu op jou wreken! Je hebt geen vriend van een zwakkeling gedood! Maar waarom staan we hier over de roem van onze ouders te kletsen en die van ons zelf? Dit is het uur waarop dapperheid beslist.’ Daarop trok Achilles zijn scherpe zwaard en ging op Memnon af, terwijl ook Memnon zijn zwaard greep. Zo begon een vurige strijd, die nog nooit was vertoond op de vlakte voor Troje, waar zelfs de Goden met ontzag op neerkeken

Duel tussen Godenzonen

De zwaarden flitsen onophoudelijk heen en weer en het regent slagen op de pantsers en schilden, die beiden door de vakkundige Hephaistus waren gemaakt. De twee dringen telkens op elkaar af, waarbij de helmpluimen elkaar raken en beiden door Zeus geïnspireerd worden, die van beiden evenveel hield, waardoor ze onvermoeibaar waren. Gretig steken ze hun speer naar voren met de bedoeling om de ander in de keel te raken om vervolgens weer op de benen te richten, of net onder het borstharnas. Ondertussen weerkaatsten hun strijdkreten luid tegen de hemel en werd de stofwolk waarin ze streden steeds dichter. Zo streden die twee Godenzonen vele uren tussen de lijken en het bloed, en wisten van geen ophouden. Maar dan lukt het Achilles om zijn zwaard in de borst van Memnon te steken, net boven het borstpantser, en schoot dat door zijn kracht dwars door diens lichaam. Zo knapte de levensdraad van de Goddelijke Memnon en viel hij in een plas van bloed op de grond, terwijl zijn wapenrusting luid kletterde.

Dood van Memnon

De brandstapel van Memnon

Zodra de Ethiopiërs en de Trojanen zien dat Memnon is gesneuveld verliezen ze de moed en vluchten van het slagveld. Terwijl de soldaten van Achilles de dode van zijn wapens ontdoen achtervolgen de andere Grieken de Trojanen die snel de veiligheid van hun muren opzoeken. Dan valt de nacht in en wordt de strijd gestaakt. Beide kampen spreken een bestand af om de vele doden te begraven, en halen de Trojanen de dode Memnon van het slagveld. Priamus organiseert een grootste begrafenis en na veel eerbetoon ligt zijn lichaam klaar op de brandstapel om aan de laatste reis te beginnen. In de tussentijd had Eos 1 bij Zeus gesmeekt om iets voor haar dode zoon te doen die toestemmend had geknikt.

Begrafenis

Zodra de brandstapel van Memnon werd aangestoken schoten felle vlammen hoog de lucht in. Donkere rookkolommen namen het daglicht weg en een zwarte aswolk zweefde omhoog. Gelijktijdig klonk het klapwieken van vele nieuwe vogels, de oude strijdmakkers van Memnon, die driemaal om het vuur zwermden en bij de vierde ronde uiteen gingen als woeste legers, die elkaar bevochten met snavels en klauwen. Vervolgens stortten zij neer als laatste eer aan Memnon en werden voortaan de Memnoniden genoemd. Zo verduurden de vogels hun vreemde pijn en steeg de goddelijke Eos 1 op naar de hemel om haar dagelijkse ronde weer op te nemen. Later werpen de Trojanen een grote grafheuvel bij Troje op voor hun held, werd in Ethiopië een standbeeld van zwart marmer opgericht waar de stralen van de zon op het beeld vallen, en Eos 1 troost vindt bij de marmeren lippen.

Stamboom:

Tithonus 1 Eos 1 / Hemera 2 - -
Memnon -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz