Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Menelaus

Schaking Helena

Afstamming

Menelaus

Over de ouders van Menelaus (en zijn broer Agamemnon) bestaan binnen de mythen een tweetal varianten. Hij is of ofwel de zoon van koning Atreus en Aerope, of de zoon van Plisthenes 1 en Aerope, c.q. Cleolla. In de laatste situatie is Plisthenes 1 een zoon van Atreus en Aerope, en Atreus de grootvader van Menelaus. Als reden voor deze verwarring wordt door Dictys van Cretensis beschreven dat Plisthenes 1 jong stierf zonder een naam op te bouwen. Daarop nam Atreus, die medelijden had met de kleine jongens, hen op in zijn huis en bracht ze groot als prinsen. Naast zijn oudere broer Agamemnon heeft Menelaus nog een zus Anaxibia 4. Menelaus groeit in Mycene op tot een knappe man van gemiddeld postuur, met kastanjebruin haar, die een aangename persoonlijkheid bezat. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een uitstekende strijder die goed met de boog overweg kon.

Familievete

Vanwege de oude vloek van Oenomaus 3 hebben Atreus en zijn broer Thyestes 1 hun leven lang ruzie, en plegen de meest afschuwelijke daden tegenover elkaar. Zo wordt Atreus eens door hem verdreven uit Mycene, en neemt Thyestes 1 het koningschap van Mycene over. Menelaus en Agamemnon worden dan door hun oude voedster naar Polyphides 1 in Cicyon gebracht. Die stuurt de jongens echter door naar koning Oeneus 1 in Aetolië. Niet veel later brengt Tyndareus het tweetal weer terug naar Mycene waar ze Thyestes 1, die naar het altaar van Hera was gevlucht, een eed laten afleggenen en dwingen om als banneling in het buitenland te gaan wonen. Zo wordt Atreus weer in zijn oude macht hersteld.

Vrijgezel

Later moeten Agamemnon en Menelaus, in opdracht van Atreus, Thyestes 1 gaan zoeken en hem naar Mycene brengen. De broers gaan naar Delphi voor advies, waar op dat moment Thyestes 1 toevallig aanwezig is om het orakel te raadplegen hoe hij wraak kon nemen op zijn broer. Agamemnon en Menelaus grijpen Thyestes 1 en brengen hem naar Atreus die Thyestes 1 in de gevangenis werpt. Hierna wordt het enigszins rustig in Mycene totdat Atreus vermoord wordt en Agamemnon zijn vader opvolgt als koning over het rijke Mycene. Tyndareus gaf zijn dochter Clytaemnestra als vrouw aan Agamemnon en gaat ook Menelaus gaat op zoek naar een echtgenote. Hij reist enkele jaren later af naar Sparta om aan Tyndareus de hand van zijn andere (pleeg)dochter, Helena, te vragen. Deze dochter was uitgegroeid tot een prachtige schoonheid waardoor vele andere prinsen op hetzelfde idee kwamen en Tyndareus om haar hand vroegen.

Vrijers Helena

Tyndareus is echter bang dat hierdoor strijd tussen de vele vrijers zal ontstaan, en laat hen allemaal, op advies van Odysseus, zweren dat ze te hulp zullen snellen, als de huwelijkse staat van de door hem uitverkoren bruidegom niet gerespecteerd zal worden. Ook Menelaus legt de eed af waarna Tyndareus bekend maakt dat hij Helena als vrouw aan Menelaus zal geven. Zo trouwt Menelaus met de mooie Helena en erft korte tijd later, na de dood van Tyndareus, ook het koningschap over Sparta van zijn schoonvader. Zo zijn beide broers heersers van de twee machtigste staten in Griekenland, die grote rijkdommen bezaten. Menelaus en Helena hebben een gelukkig huwelijk en ze wordt al snel zwanger. Zo wordt Menelaus vader van de dochter Hermione 1, en enkele jaren later van de zoon Nicostratus. Volgens een enkele mythe werd ook nog een derde kind geboren met de naam Plisthenes 4.

Kreta

Tijdens hun huwelijk ontvangen Menelaus en Helena regelmatig Idomeneus 1 als gast in hun huis, en gaat Menelaus ook vaak bij hem langs wanneer hij een bezoek brengt aan zijn grootvader, koning Catreus op Kreta. Wanneer Menelaus weer eens een bezoek aan Kreta brengt deelt hij het bed met de Nimf Cnossia, en verwekt de buitenechtelijke zoon Xenodamus. Tien jaar na zijn huwelijk met Helena krijgt Menelaus in Sparta bezoek van Paris en ontvangt hij de Trojaan negen dagen lang uiterst gastvrij in zijn huis. Maar dan krijgt Menelaus bericht dat de koning van Kreta, Catreus (of Minos 1), is gestorven en hij naar de begrafenis moet. Op Kreta worden Menelaus en zijn broer gastvrij ontvangen en nemen daar deel aan de begrafenisrituelen. Kort na de begrafenis bereikt Menelaus echter het gerucht dat zijn vrouw is ontvoerd. Verontrust laadt hij zijn deel van de erfenis in het schip en keert, na kort afscheid te hebben genomen, snel terug naar Sparta.

Opschudding in Griekenland

Zodra Menelaus in Sparta aankomt, en ontdekt dat het gerucht op waarheid berust, is hij diep geschokt. Maar als hij even later ontdekt dat ook de helft van zijn bezittingen is verdwenen ontsteekt Menelaus in woede en besluit de hulp van zijn broer Agamemnon in te roepen. Die stuurt vervolgens een heraut naar alle ex-vrijers van Helena om hen te herinneren aan de eed die ze gezworen hadden en te hulp moeten komen. Het bericht veroorzaakt een enorme opschudding in Griekenlanen, en alle ex-vrijers komen naar Sparta. Alleen Odysseus moest door Menelaus persoonlijk overgehaald worden om deel te nemen aan de strafexpeditie. Vanwege de barbaarsheid van de daad eiste iedereen onmiddellijke wraak en willen direct tegen Troje optrekken. Om hun verlangen naar wraak nog meer aan te wakkeren verdeelde Agamemnon bovendien grote sommen goud onder de koningen en werd er besloten om met een groot leger naar Troje te varen.

Bondgenootschap

Daarop laat Agamemnon hen een eed afleggen om tegen Troje op te trekken en net zo lang te vechten totdat het rijk van koning Priamus volledig was vernietigd. Hierna benoemen ze Agamemnon tot legerleider omdat hij de broer van Menelaus was, en ook de rijkste en machtigste koning van heel Griekenland. Ook werden er onderbevelhebbers voor de vloot en het legerkamp benoemd. Nadat deze regelingen getroffen waren gingen iedereen terug naar zijn eigen rijk om daar hun leger uit te rusten en zich gereed te maken voor de oorlog. Ook Achilles, hoewel hij niet naar de hand van Helena gedongen had, wordt overgehaald deel te nemen aan de oorlog.

Aanloop naar de Oorlog

Vertrek uit Athene

De vloot van de Grieken

Na twee jaar was iedereen klaar met de voorbereidingen en verzamelde zich in de haven van Athene een vloot van ruim duizend schepen die elk vijftig mannen met hun wapens en paarden konden vervoeren. Menelaus had zestig schepen onder zijn bevel terwijl zijn broer Agamemnon maar liefst honderd schepen tot zijn beschikking had. Voor vertrek willen de aanvoerders nog het orakel van Delphi raadplegen en wordt Achilles tot leider van deze missie benoemd. Die ging, samen met Patroclus 1, naar Delphi en keerde enige tijd later terug met het bericht dat de Grieken naar Troje zullen zeilen waar ze het beleg moeten volhouden tot de stad is gevallen. Ook brengt Achilles de ziener Calchas met zich mee waarmee hij in Delphi vriendschap had gesloten.

Voorteken

Agamemnon besluit om een dankoffer aan Apollo uit te brengen. Maar tijdens dat offer krijgen ze een teken van de Goden over het verloop van de oorlog. In de haven bij de bron, komt er tijdens het offer onder het altaar een Draak 1 met vuurrode schubben tevoorschijn die in de boom bij de bron gaat zitten. Op de hoogste tak van de boom was een nestje met acht mussenjongen die zich angstig verscholen tussen de bladeren. Ondanks het gepiep werden de jonge vogeltjes, inclusief hun moeder, door het beest verslonden. Hierna veranderde Zeus de Draak 1 in steen. De Grieken keken verbaasd naar dit tafereel en vroegen zich af wat dit te betekenen had. Calchas verklaarde daarop onmiddellijk dat de oorlog negen jaar zou gaan duren en Troje in het tiende jaar zal vallen.

Vertrek uit Athene

Hierna geeft Agamemnon het bevel om te vertrekken en zeilt de vloot weg. Maar omdat ze de vaarroute naar Troje niet kenden belanden ze in Teuthranië, een landstreek in Mysië, en plunderen het gebied in de veronderstelling dat het Troje was. Nadat Telephus, koning van Mysië en zoon van Heracles, zag hoe het land geplunderd werd, bewapende hij de Mysiërs, joeg de Grieken massaal naar hun schepen en doodde er velen. Maar toen Achilles op hem afstormde, wachtte Telephus hem niet af en vluchtte. Tijdens die vlucht raakte Telephus verstrikt in een wijnrank en werd door Achilles met een speer in zijn dij gewond. Als de Grieken daarna Mysië met hun vloot verlaten steekt er een zware storm op waardoor ze uiteen werden geslagen.

Aulis

Daarop interpreteerde Calchas de voortekens en zei dat ze moesten omkeren om vanuit Aulis te vertrekken. Dus verzamelden de Grieken zich enige tijd later in de haven van Aulis. Daar vragen Menelaus en Agamemnon zich in grote onzekerheid af hoe ze in Troje moeten komen zonder gids om de route te wijzen. Maar toen kwam Telephus uit Mysië met zijn wond, die door Achilles was toegebracht, en maar niet wilde genezen. Apollo had hem gezegd dat hij pas genezing zou vinden wanneer de veroorzaker van de wond als arts zou optreden. Gekleed in vodden kwam hij in Aulis aan en smeekt Achilles om hulp met de belofte dat hij hem de route naar Troje zal wijzen. Achilles geneest de wond met behulp van schilfers roest die hij van zijn speer krabde. Dan vertelt Telephus hen de route die door de zienerskunst van Calchas bevestigd wordt, en beloofde hij als gids mee te gaan.

Woedende Artemis

In diezelfde periode schiet Agamemnon, tijdens de jacht, een hert neer en pocht: ‘Zelfs Artemis had dit niet beter gekund’. Hier is de Godin zo kwaad over dat zij dagenlang een storm laat waaien waardoor de vloot verhinderd wordt om uit te zeilen. Menelaus en de andere aanvoerders begrijpen niet waarom die wind maar blijft waaien en vragen Calchas zijn zienerskunsten te gebruiken om de oorzaak te achterhalen. Die verklaart dat Artemis woedend is vanwege de opschepperij van Agamemnon en dat het geschoten hert haar zeer dierbaar was. Ze zal de storm niet eerder laten luwen totdat de dader zijn mooiste dochter aan haar geofferd heeft. Als dit bericht tot het leger doordringt, benadert Menelaus zijn broer. Smekend en dreigend probeert hij hem te overtuigen om het offer snel te brengen. Agamemnon weigert resoluut waarop Menelaus Odysseus inschakelt om een list te verzinnen.

List van Odysseus

Die stelt voor om de dochter van Agamemnon onder valse voorwendselen naar de haven van Aulis te lokken zodat ze haar kunnen offeren. Menelaus stemt in en samen stellen ze een vervalste brief op die Agamemnon zogenaamd aan zijn vrouw Clytaemnestra schreef. Daarop gaat Odysseus met de vervalste brief naar Mycene. De strekking van deze brief was als volgt: Achilles weigert om naar Troje uit te varen totdat hij getrouwd is met hun oudste dochter, Iphigenia, die Agamemnon vervolgens aan Achilles beloofd had. Daarom, moet Clytaemnestra zo snel mogelijk Iphigenia naar Aulis sturen, samen met haar bruidsschat. In aanvulling op deze brief vertelde Odysseus haar vele dingen om het geloof in de echtheid ervan bij Clytaemnestra te versterken.

Aankomst Iphigenia

Clytaemnestra gelooft Odysseus en gaat samen met Iphigenia mee naar Aulis. Toen Agamemnon hoorde wat er gebeurd was, wilde hij vluchten, ofwel vanwege de liefde voor zijn dochter, of omdat hij geen deel wilde hebben aan zo’n misdadig offer. Nestor ontdekte echter zijn voornemen, en met een lange overtuigende toespraak, waarmee hij effectiever en beter kon pleiten dan iemand anders, overtuigde hij Agamemnon om te blijven. Maar nog is Agamemnon niet bereid om zijn eigen dochter te offeren. Pas nadat Menelaus langdurig op hem inspreekt, geeft Agamemnon uiteindelijk schoorvoetend toe, en is hij bereid om zijn dochter te offeren.

Opoffering Iphigenia

Het offer van Iphigenia

Op dat moment komt zijn vrouw Clytaemnestra met Iphigenia de tent van haar man in en hoort wat er gebeuren gaat. Er ontstaat een enorme woordenwisseling tussen het echtpaar en Clytaemnestra verliest alle geloof in haar man. Ze besluit om naar Achilles te gaan en hem om hulp voor haar dochter te vragen . Achilles, die niets wist van het zogenaamde huwelijk, is uiterst boos over deze schending van zijn eer, en belooft Clytaemnestra alsnog met haar dochter te trouwen, om Iphigenia van de slacht te redden. Maar uiteindelijk beslist Iphigenia vrijwillig haar dood tegemoet te gaan en berust Achilles mokkend in haar beslissing. Het meisje wordt echter vlak voor de doodsteek gered door Artemis die haar op het altaar verwisselt met een hert. Hierna kalmeert de wind en kan de vloot eindelijk op weg naar Troje.

Gezantschap

Via een tussenlanding op Delos bereikt de vloot het eiland Tenedos waar de laatste keer wordt gestopt voordat ze Troje bereiken. Daar wordt besloten om, voordat de vloot op Trojaanse bodem zal landen, eerst een gezantschap naar Troje te sturen om de teruggave van Helena en de gestolen rijkdommen terug te eisen. Agamemnon wijst Diomedes 1, Menelaus en de welbespraakte Odysseus aan om deze taak uit te voeren. Zodra het drietal in Troje aankomt, worden ze gastvrij ontvangen in het huis van de oude Antenor 1, die hen gedurende hun hele verblijf onderdak verleende. De volgende dag worden ze ontvangen door koning Priamus en zijn edelen. Dan pleit Menelaus, als een man van weinig woorden, voor de teruggave van zijn vrouw en de vele rijkdommen die door Paris zijn gestolen. Na hem spreekt ook Odysseus, die met zijn redenaarstalen meer indruk maakt dan Menelaus, en belooft Priamus hun woorden te overdenken en de volgende dag te antwoorden.

Ontrouw Helena

Na de nacht bij de gastvrije Antenor 1 doorgebracht te hebben gaan de gezanten volgende dag opnieuw naar Priamus en herhaalt Odysseus opnieuw het aanbod van de Grieken: ‘Als Helena en de buit’, zegt hij, ‘werden teruggegeven, en en een passende schadeloosstelling werd betaald, zouden de Grieken in vrede vertrekken.’ Daarop antwoordt Priamus dat Helena het recht had om zelf te beslissen en roept haar naar de bijeenkomst. Toen hij haar vroeg, ‘Wil je naar huis toe?’ was haar antwoord, ‘Nee, want ik ben vrijwillig met Paris meegegaan omdat het huwelijk met Menelaus mij geen voldoening meer schonk.’ Als Menelaus dit hoort ontsteekt hij in woede, en dreigt de Trojanen te vernietigen als ze zijn vrouw niet teruggeven.

Weigering Priamus

Maar koning Priamus weigerde, zei dat Helena in Troje mocht blijven, en verklaarde de oorlog aan de Grieken. In het tumult dat daarna ontstaat, driegen enkele edelen de gezanten zelfs te vermoorden maar weet Priamus hen te beteugelen en stuurt de gezanten het land uit. Vol woede en onder dreigende taal verlaten Menelaus en de andere twee de zaal en gaan naar het huis van Antenor 1 om hun spullen op te halen. Daar nemen ze snel afscheid van de gastvrije Antenor 1, die betreurde dat de missie was mislukt, en hen vriendelijk uitgeleide deed. Zo keren de gezanten met lege handen terug bij de vloot van de Grieken en is de oorlog een feit. Enkele dagen later landen de Grieken op de kust van Troje en brandt de strijd los. Ondanks hun overmacht weten de Grieken de Trojanen niet te verslaan, maar weten die op hun beurt ook de Grieken niet te verjagen.

Bestandsbreuk

Negen lange jaren

Zo sleept de strijd zich negen lange jaren voort waarbij regelmatig grote veldslagen werden gevoerd op de vlakte voor de stad, en vele dappere mannen sneuvelen. Na zo'n veldslag werd er vervolgens elke keer een bestand afgesproken om de doden te begraven en de gewonden te verzorgen. Gedurende deze bestanden werden de vijandelijkheden gestaakt en konden Grieken en Trojanen zich vrij bewegen zonder de kans te lopen om gedood te worden. Maar als er gevochten werd probeert Menelaus steevast om zijn rivaal Paris te doden, maar mislukken al zijn pogingen terwijl Paris hem wel weet te verwonden met één van zijn pijlen. Zo gaat de strijd het tiende jaar in en zou de situatie drastisch wijzigen. Gedurende deze eerste negen jaren van de oorlog deelt Menelaus, tijdens de bestanden, regelmatig het bed met de Aetolische slavin, Pieris of Tereis, en wordt hij bij haar vader van de zoon Megapenthes 2.

Ruzie met Achilles

De ruzie om Chryseis

In het tiende jaar van de Trojaanse oorlog komt een Apollopriester naar Menelaus en zijn broer en smeekt hen om zijn dochter Chryseis 1 tegen een afkoopsom vrij te laten. Daarbij houdt hij de staf van Apollo omhoog die hij versierd had met de haarband van de God. Agamemnon bekt de priester echter af en stuurt hem weg, waarna Apollo een pestepidemie naar het kamp stuurt. Als de ene na de andere Griek sterft komen Menelaus en de andere aanvoerders in spoedberaad bijeen en eisen van Agamemnon dat hij Chryseis 1 terugstuurt naar haar vader. Gedwongen door de situatie geeft Agamemnon uiteindelijk toe, maar eist als genoegdoening de maîtresse van Achilles. De twee krijgen hier een geweldige ruzie over waarna Achilles weigert om nog langer deel te nemen aan de strijd. Die avond is Menelaus aanwezig bij het offer aan Apollo en verdwijnt de pest uit het scheepskamp.

Uitdaging van Paris

De volgende ochtend rukken de Grieken op om Troje aan te vallen en inspecteert Menelaus zijn troepen. Vertrouwend op zijn eigen moed vuurt hij hen aan tot de strijd en begint een nieuwe slag op de vlakte. Maar zodra de legers elkaar bijna zijn genaderd, komt Paris uit de Trojaanse gelederen naar voren en biedt aan om de strijd door een tweegevecht te beslissen. Toen Menelaus hem naar voren zag stappen, was hij zo blij als een kind en meende dat zijn kans eindelijk gekomen was om die man het onrecht betaald te zetten, dat hij hem had aangedaan. Onmiddellijk sprong hij, gewapend en al, van zijn strijdwagen om de uitdaging aan te nemen. Maar toen Paris zag dat het Menelaus was die zijn uitdaging aannam, zonk hem het hart in de schoenen en sloop hij weg tot achter de Trojaanse gelederen.

Hector en Menelaus

Hector, de broer van Paris, zag wat Paris deed en scheldt hem de huid vol. Desondanks overlegt hij met zijn broer, heft even later zijn speer omhoog, en roept luidt: ‘Trojanen en Grieken, luister naar wat Paris, die de strijd begon, ons te zeggen heeft. Hij stelt voor dat alle manschappen hun wapens neerleggen, terwijl hij en Menelaus in een tweegevecht strijden voor het front van beide legers om Helena en haar schatten. Wie wint, en de sterkste blijkt, mag Helena en al haar bezittingen mee naar zijn eigen huis nemen, terwijl wij vrede sluiten.’ Na een langdurige stilte neemt Menelaus eindelijk het woord en zegt: ‘Luister nu naar mij. Ik ben de degene die door Paris het zwaarst getroffen is. Eén van ons moet sterven, waarna jullie vrede kunnen sluiten, want er zijn al genoeg doden om haar gevallen. Laten we deze afspraak bezegelen met een offer aan Zeus. Laat bovendien Priamus roepen om een bestand af te spreken, want ik wil dit bestand niet geschonden zien door verraad.'

Een bestand

De woorden van Menelaus vinden bijval bij zowel de Grieken als de Trojanen en men besluit voor de strijd eerst dit verbond te bezegelen met een heilig offer aan de Goden. Als ook koning Priamus op de vlakte is gearriveerd zweert hij, samen met Agamemnon, een heilig eed. Degene die het tweegevecht wint mag Helena houden en daarna zal er vrede zal heersen tussen de twee volkeren. Zodra de eed is afgelegd maken de legers een plek op de vlakte vrij, en gaan er in een grote kring omheen zitten om het duel tussen Paris en Menelaus te volgen. Dan treden de twee kemphanen uit de gelederen naar voren en stellen zich tegenover elkaar op, terwijl ze woest met hun wapens zwaaien.

Duel met Paris

Paris is de eerste die zijn speer werpt, maar Menelaus vangt het wapen eenvoudig op met zijn schild. Dan richt Menelaus zijn speer en bidt tot Zeus: ‘Schenk mij wraak en voldoening, grote Zeus, op de man die mij groot onrecht aandeed. Maak gebruik van mijn handen om hem neer te slaan, zodat de kinderen van onze kinderen zullen huiveren bij de gedachte aan een gastheer die zijn gasten vol hartelijkheid ontving, maar daarvoor werd bedankt met hoon en smaad.' Vervolgens werpt hij met al zijn kracht de speer naar Paris. Het zware wapen trof Paris’ schild, ging er dwars doorheen, en scheurde zijn tunica open. Paris wist echter behendig het wapen te ontwijken. Daarop trok Menelaus zijn zwaard, zwaaide ermee en liet het neerkomen op de helm van Paris. Het wapen brak in vier stukken en viel uit zijn hand. Grommend van ergernis kijkt Menelaus naar de hemel en roept: ‘Zeus, bestaat er nog een God die ijverzuchtiger is dan u? Ik was van plan Paris voor zijn schanddaden te laten boeten en nu versplinterde mijn zwaard in mijn hand, terwijl mijn speer al verloren ging en die kerel ongedeerd bleef!'

Verdwijning van Paris

Dan valt Menelaus als een woedende stier Paris met zijn blote handen aan, grijpt hem bij de helmbos van zijn helm, en sleept hem zo door het stof tussen de gelederen van de Grieken. Paris stikt bijna doordat de helmband hem de keel dichtknijpt, en zou Menelaus hem door heel het Griekse leger hebben gesleept als de godin Aphrodite niet had ingegrepen. Ze zag wat er gebeurde en liet de keelriem breken, hoewel deze van sterk ossenleer gemaakt was. Menelaus houdt hierdoor de lege helm in zijn hand en gooit die woedend midden tussen zijn mannen. Opnieuw werpt hij zich op Paris en wil hem met een speer, die hij van iemand has gekregen, afmaken. Opnieuw grijpt de Godin in en hult Paris in een dichte mist, waarna ze hem wegvoert van het gevecht. Met fonkelende ogen speurt Menelaus als een wild dier de gelederen af op zoek naar Paris, maar weet niemand hem te vinden.

Menelaus gewond

Na lang zoeken, neemt Agamemnon het woord en zegt: ‘Trojanen, luister naar mij. Zonder twijfel heeft Menelaus gewonnen. Dus stuur ons nu Helena en haar schatten, en stel mij op zodanige wijze schadeloos dat latere generaties het zich nog zullen herinneren.' Maar terwijl Agamemnon nog spreekt wordt Menelaus vanuit de Trojaanse gelederen met een pijl beschoten. Gelukkig voor de Grieken is Godin Athena op hun hand. Zij zorgt ervoor dat de pijl Menelaus niet dodelijk treft, maar laat die terechtkomen op de gouden gesp die zijn riem sierde. De pijlpunt dringt hierdoor slechts een klein stukje in zijn vlees, maar begint de wond wel flink te bloeden. Agamemnon huivert als hij het bloed ziet stromen, en ook Menelaus is ontsteld. Maar als hij ziet dat de weerhaken niet in zijn vlees zijn gedrongen krijgt Menelaus zijn zelfbeheersing terug en gaat op de grond zitten om de wond te verzorgen.

De strijd breekt weer los

Strijd om Troje

De geschrokken Agamemnon is hevig bezorgd om zijn broer en reageert verontwaardigd op de bestandsbreuk van de Trojanen terwijl hij de wond van Menelaus onderzoekt. Dan troost Menelaus zijn broer en zegt: ‘Houdt moed, broer, en spreek geen taal die de mannen de moed in de schoenen doet zinken.’ Hierop reageert Agamemnon: ‘O, ik hoop dat je gelijk hebt Menelaus. Maar laat snel een arts de wond onderzoeken en behandelen met pijnstillende balsems.’ Even later komt de arts Machaon naar Menelaus, bekijkt de verwonding, en trekt met een snelle ruk de pijl uit zijn lichaam. Vervolgens zuigt hij het bloed uit de wond, en smeert die in met een pijnstillende balsem. Terwijl de arts met Menelaus bezig is heeft Agamemnon de Grieken aangespoord om de wapens weer op te nemen en de Trojanen te straffen voor hun meineed. Zo ontbrand er opnieuw een felle en bloeddorstige strijd op de vlakte tussen de Trojanen en de Grieken.

Strijd van Menelaus

Daar het slechts een lichte verwonding was werpt even later ook Menelaus zich weer in de strijd. Gelijk heeft hij al zijn eerste slachtoffer te pakken. Met de scherpe punt van zijn speer raakt hij Scamandrius 1 midden in zijn rug, en schiet de punt door tot aan de borst van de Trojaan, en is hij dood voordat hij op de grond in elkaar zakt. Even later ziet Menelaus hoe de Trojaan Aeneas enkele van zijn landgenoten doodt, en stormt woedend op hem af. Als hij voor Aeneas staat komt ook de Griek Antilochus naast Menelaus staan om hem te helpen. Dit was teveel van het goede voor Aeneas en kiest hij het hazenpad. Daarop sleept het tweetal hun gesneuvelde vrienden binnen de Griekse gelederen en werpen zich direct weer in de strijd. Menelaus treft direct daarna Pylaemenes 1 in het sleutelbeen met zijn zware speer, waardoor de Trojaan dood in het stof tuimelt.

Smeekbede Adrastus 3

Even later neemt hij Adrastus 3 levend gevangen. De paarden van de Trojaan waren op hol geslagen en zijn strijdwagen bekneld geraakt in het kreupelhout. Adrastus 3 smeekt om zijn leven en slaat zijn armen om de knieën van Menelaus. ‘Neem me levend gevangen, Menelaus. Mijn vader is rijk en heeft en huis vol schatten aan brons, goud en smeedijzer. Hij zal u een vorstelijke prijs betalen als hij hoort dat ik levend naar de Griekse schepen ben afgevoerd.' Als Menelaus staat te twijfelen komt Agamemnon op hem af en zegt: ‘Mijn beste Menelaus, waarom ben je zo schuchter om hem te doden? Behandelden zij je ook zo voorkomend toe ze hun intrek namen in je huis? Nee, niemand van hen moeten we in leven laten, zelfs de kinderen in de schoot van hun moeder niet! Heel dat volk moet uitgeroeid worden zodat geen mens meer aan hen denkt of nog een traan om hen laat!’ Menelaus beseft de juistheid van deze woorden en duwt Adrastus 3 van zich weg waarna Agamemnon hem neersteekt met zijn speer.

Uitdaging van Hector

Aan het einde van die dag, als de avond begint te vallen, daagt Hector de Grieken uit om met één van hun beste strijders een tweekamp uit te vechten. De Grieken zwijgen massaal. Hun eer laat niet toe om de uitdaging te weigeren, maar om met de geweldenaar in het strijdperk treden was iets anders. Eindelijk, na veel innerlijke strijd, stond Menelaus op en verweet hen met bitterheid in zijn stem. ‘Mannen kan ik jullie niet noemen, hoe snel jullie anders ook met je dreigementen zijn! Geen enkele Griek die het opneemt tegen Hector? O oneer! O schande! Maar goed dan, blijf maar zitten waar je zit, stelletje lafaards. Ik zal me zelf wel wapenen en hem strijd bieden. Hoe het afloopt weten alleen de Goden.’ Meer zei hij niet, en hulde zich in zijn wapenuitrusting. Dit zou het einde van Menelaus hebben betekend, want hoewel een moedige strijder was Menelaus geen partij voor de geweldige Hector.

Agamemnon grijpt in

Maar dan springen de leiders van de Grieken overeind om Menelaus tegen te houden. Agamemnon grijpt hem bij zijn rechterhand en zegt. ‘Menelaus, dwaas die je bent. Niets dwingt je tot deze dwaasheid. Trek je terug, hoe beschamend dat ook is, en laat je niet door eerzucht verblinden die sterker is dan jezelf. Je zou de eerste niet zijn die terugschrikt voor Hector. Zelfs Achilles twijfelde om hem in de strijd te ontmoeten, en die is veel sterker dan jij. Ga dus terug en neem weer plaats tussen je manschappen. De Grieken zullen wel iemand anders vinden die bereid is om het tegen Hector op te nemen. Hij mag dan zonder vrees en vol strijdlust zijn, maar ik geloof dat zelfs Hector blij zal zijn als hij levend ontkomt aan de verschrikking waar hij zelf nu om vraagt.’ Menelaus zwicht voor de wijze raad van zijn broer en treed terug. Uiteindelijk neemt de grote Ajax 1 het op tegen Hector, maar eindigt de strijd onbeslist en valt de duisternis in.

Strijd om het scheepskamp

Slapeloosheid

Strijd om Troje

De volgende dag ontbrandt de strijd opnieuw en woedt er een hevige slag op de vlakte voor Troje. Zeus steunt echter de Trojanen, en verleent de Trojaan Hector onmenselijke kracht, waardoor de Grieken ’s avonds zijn omsingeld in hun kamp. Die nacht kan Menelaus de slaap niet vatten en ligt op zijn bed te woelen. Uiteindelijk staat hij op, werpt een luipaardvel om zijn schouders, zet zijn helm op en pakt zijn speer. Zo gekleed gaat hij naar de tent van zijn broer, Agamemnon. Die treft hij bij de achtersteven van zijn schip aan, terwijl hij bezig is om zijn harnas aan te trekken. Verbaasd zegt Menelaus tegen hem, ‘Lieve broer, waarom trek je midden in de nacht je wapenuitrusting aan. Wil je een spion naar het Trojaanse kamp sturen? Ik ben bang dat je niemand voor dat klusje zal kunnen vinden. Dat moet immers wel een heel moedige vent zijn om zich alleen tussen de Trojanen te wagen.

Plan van Agamemnon

Dan zegt Agamemnon: ‘Wat moeten samen onze hersens pijnigen om iets verzinnen waarmee wij de Grieken verlichting geven en onze schepen redden, nu Zeus tegen ons is. Het is wel duidelijk dat hij meer behagen schept in Hector’s offers dan in die van ons. Dat één enkele man in de loop van één dag zoveel schade kan aanbrengen aan ons leger heb ik nog nooit meegemaakt. Maar ik wil nu aan je vragen om langs de schepen te gaan en Ajax 1 en Idomeneus 1 hierheen te laten komen. Intussen ga ik naar Nestor om hem te wekken en ook hierheen te komen. Hij kan dan naar de voorhoede gaan en de wachtposten tot waakzaamheid aansporen. Zij zullen beter naar hem luisteren dan naar wie ook, want zijn eigen zoon en Meriones voeren daar het bevel. Wij hebben hen immers de leiding van het wachtcommando gegeven.

Oproep tot overleg

Menelaus antwoordde: ‘Uitstekend, maar wat moet ik zelf doen? Zal ik daar bij hen blijven en op je wachten, of keer ik bij je terug, als ik hen verteld heb wat zij moeten doen?’ ‘Blijf bij hen, ‘sprak Agamemnon, ‘anders verliezen we elkaar onderweg wellicht uit het oog. Het kamp is met zoveel paden doorsneden. Roep luidt als je een man aanspreekt. Noem ook zijn afkomst en zijn vaders naam. Wees niet hooghartig en gun ieder zijn titels en waardigheden. Ook wij moeten ons deel aan het gemeenschappelijke werk doen. Zeus zond ons, sinds onze geboorte, al genoeg onheil.’ Daarop stuurt Agamemnon zijn broer weg en gaat zelf op zoek naar Nestor. Als de mannen bijeen zijn overleggen zij met elkaar wat ze het beste kunnen doen, en besluiten een spion naar het Trojaanse kamp kunnen sturen. Direct meldt Menelaus zich als vrijwilliger aan want avonturen zijn hem zijn lust en zijn leven. Uiteindelijk worden Diomedes 1 en Odysseus gekozen en gaan de overige mannen weer naar bed om uit te rusten voor de strijd van de volgende dag.

Hulp voor Odysseus

Het tweetal komt met waardevolle inlichtingen terug en de volgende ochtend doen de Grieken een massale uitval, en slagen er in de Trojanen terug te drijven. Tijdens die strijd hoort Menelaus Odysseus om hulp roepen. Hij is omsingeld door een overmacht aan Trojanen. Tegen de grote Ajax 1, die in zijn buurt vecht, zegt Menelaus: ‘Ajax 1, ik hoor Odysseus om hulp roepen, want hij is omgeven door een overmacht aan Trojanen. Laten we hem samen ontzetten, want ik vrees dat het anders slecht met hem zal aflopen.’ Na die woorden gaat hij voorop en volgt Ajax 1 hem. Snel ontzet het tweetal Odysseus en neemt Menelaus hem mee op zijn strijdwagen, waarmee zijn schildknaap hem achterna was komen rijden. Met hulp van Zeus keren ’s middags de kansen volledig, en worden de Grieken weer teruggedrongen in hun scheepskamp. Als Menelaus ziet dat zijn strijdmakker Deipyrus door Helenus 1 wordt gedood vliegt hij op de Trojaan af. Maar Helenus 1 zag hem aankomen en schiet snel een pijl op hem af die Menelaus raakt op zijn borstharnas. Hierdoor ketste de pijl af en treft Menelaus Helenus 1 met zijn speer aan diens hand. Voor zijn leven bevreesd gaat Helenus 1 er dan als een hazewind vandoor.

Strijd met Pisander 1

Dan komt Pisander 1 op Menelaus af en begint er een woest gevecht. Menelaus stoot zijn speer richting Pisander 1 maar mist. De Trojaan had meer geluk en treft het schild van Menelaus, waar de punt in blijft steken en afbreekt. Daarop trekt Menelaus zijn zwaard en Pisander 1 zijn bronzen strijdbijl. Opnieuw gaan de twee op elkaar af en Pisander 1 raakt Menelaus op zijn helm. Met zijn zwaard lukt het Menelaus uiteindelijk om Pisander 1 in het voorhoofd te raken, vlak boven de neus. De beenderen kraken en de ogen van Pisander 1 vallen uit zijn hoofd in het stof op de grond. De Trojaan valt dood neer, zet Menelaus in triomf zijn voet op de borst van de man, en roept juichend: ‘Tot hier en niet verder zullen jullie de schepen naderen, stelletje onbeschofte honden. Denk aan de schande die jullie mij aandeden, honden, toen jullie de wetten van de gastvrijheid schonden en mijn huis bezochten. Maar hoe groot jullie moordlust ook is, er komt eens een eind aan.’ Al sprekend berooft hij Pisander 1 van zijn wapenuitrusting en nam daarna zijn plaats in de voorste gelederen weer in.

Strijd scheepskamp

Strijd om Troje

Direct daarna wordt Menelaus aangevallen door Harpalion 1 die hem midden op zijn schild treft met een speer. Als het wapen blijft steken tracht Harpalion 1 zich te redden door naar zijn eigen mannen terug te sluipen. Dat mocht echter niet baten want Meriones schiet hem een pijl in de buik en Harpalion 1 sterft. Ondanks de heldhaftige gevechten slagen de Grieken er niet in om de Trojanen tegen te houden en slagen die er zelfs in om binnen het scheepskamp te komen. Verwoed proberen de Trojanen de schepen in de brand te steken, en vechten de Grieken uit alle macht om dit te voorkomen. Menelaus ziet op een gegeven ogenblik hoe Meges 1 aangevallen wordt door de Trojaan Dolops 2. Snel besluipt Menelaus hem van opzij en steekt een speer in zijn schouder. Hij doet dit met zoveel geweld dat het wapen aan de andere kant weer uit het lichaam tevoorschijn komt en Dolops 2 dood neervalt in het stof. Even later zegt Menelaus tegen Antilochus: ‘Wij hebben niemand, Antilochus, die zo jong is en zo onverschrokken in de strijd als jij. Zullen we samen een uitval wagen en zo misschien een Trojaan vellen!’ Dit was niet tegen dovemansoren gezegd en samen gaan ze op de Trojanen af.

Dood van Patroclus 1

Dan werpen, geheel onverwachts, Patroclus 1 en zijn Myrmidonen zich weer in de strijd. De Trojanen denken dat Achilles weer meedoet, omdat Patroclus 1 zijn wapenuitrusting aanheeft, waarna de kansen in de strijd keren en de Trojanen in paniek op de vlucht slaan. De Grieken gaan direct achter hen aan en Menelaus treft Thoas 3 in de borst, die hij vergat te dekken, en sterft. Lang duurt de zegetocht van Patroclus 1 echtern niet, want aan het eind van de middag wordt hij verslagen door Hector die hem van zijn wapenuitrusting beroofde. Menelaus ziet wat er gebeurt en haast zich naar het dode lichaam van Patroclus 1. Hij gaat over hem heen staan, beschermt Patroclus 1 met zijn schild, en weert iedereen met zijn speer af die probeert om het lichaam weg te slepen. De Trojaan Euphorbus 1 wil het lichaam absoluut binnenhalen, gaat op Menelaus af, en zegt: ‘Menelaus, ga weg en laat mij die dode. Ik was de eerste Trojanen die Patroclus 1 met mijn speer trof. Gun mij de eer van de overwinning. Doe je dat niet dan werp ik mijn speer opnieuw en zal jou weten te raken.

Gevechten rond Patroclus 1

Euphorbus 1

Woedend reageert Menelaus: ‘Zeus in de hemel! Heb je ooit zulke onbeschaamdheid gezien! Ik ken de moed van een leeuw, panter of everzwijn in hun woede, maar dat is niets in vergelijking met wat jij je verbeeldt, als je maar een speer in je hand hebt! Ik zal je een toontje lager laten zingen als je het waagt om het tegen me op te nemen. Ga vlug weg en verdwijn tussen je vrienden. Waag je niet aan mij want dan loopt het slecht voor je af. Het is het toppunt van dwaasheid om wijs te zijn als het te laat is.Euphorbus 1 liet zich echter niet van de wijs brengen. ‘Nog vandaag zal jij je leven aan mij geven, Menelaus, in ruil voor dat van mijn broer die je doodde. Lang werk zullen we niet hebben en de strijd zal spoedig tussen ons beslist zijn.’ Toen trof hij het ronde schild van Menelaus. Het wapen ging er echter niet doorheen en de punt boog om. Daarna was het Menelaus die uithaalde met zijn lans na een gebed tot Zeus. Euphorbus 1 week terug maar de lans van Menelaus trof hem in de hals. Menelaus drukte door en de punt kwam in de nek weer naar buiten waarna Euphorbus 1 op de grond plofte.

Aanval van Hector

Als Menelaus Euphorbus 1 van zijn wapenrusting aan het beroven is komt Hector op hem aflopen onder het slaken van een luide strijdkreet. Menelaus hoort de schreeuw en overlegt snel met zichzelf wat hij zal doen. ‘Als ik de wapens en het lichaam van Patroclus 1 laat liggen, en vlucht, zal iedere Griek mij verachten. Maar als ik de eer redt en het tegen Hector opneem, dan wordt ik wellicht van de rest van mijn leger afgesneden en gedood. Maar waarom zo gewikt en gewogen? Degene die besluit om zonder de gunst van de Goden te strijden met een man die deze gunst wel ontvangt zal zeker sterven. Geen enkele Griek zal het mij dus kwalijk nemen als ik voor hem wijk. Maar als ik wist dat Ajax 1 vlakbij mij was, om naast mij stand te houden en te strijden, dan kunnen we misschien Patroclus 1 redden.

Hulp van Ajax 1

Terwijl hij zo met zichzelf staat te overleggen, trekken de Trojanen, met Hector aan het hoofd, als één man naar hem op. Menelaus wijkt terug van het lijk van Patroclus 1 en gaat op zijn eigen manschappen af. Als hij die bereikt houdt hij stand en kijkt of hij Ajax 1 kan vinden. Hij ziet hem op de linkerflank bezig met het aansporen van zijn eigen mannen. Snel loopt Menelaus naar hem toe en zegt. ‘Ajax 1, mijn vriend, kom snel met me mee en laten we, al samen strijdend, het lijk van Patroclus 1 ontzetten. Naakt als het is zouden we het wellicht nog voor Achilles kunnen redden. Zijn wapenuitrusting zijn we al kwijt, want die heeft Hector gestolen.’ De dappere Ajax 1 werd diep door die woorden bewogen, en samen baanden ze zich een weg door het gewoel van de strijd. Hector stond op het punt om Patroclus 1’ lijk weg te slepen. Hij had het al van zijn wapenuitrusting ontdaan en wilde hem nu het hoofd afslaan met zijn zwaard om daarna de romp af te voeren naar Troje als voedsel voor de honden. Maar als Menelaus en Ajax 1 aankomen, wijkt Hector terug naar zijn eigen mannen. Ajax 1 dekt direct de dode Patroclus 1 met zijn brede schild en gaat waakzaam over hem heen staan, met naast hem Menelaus, beiden ziedend van woede en diep bedroefd over de dood van hun vriend.

Oproep aan de Grieken

Hector hergroepeert zijn mannen en valt met vele strijders de twee aan om het lichaam van de dode Patroclus 1 te veroveren. Als de Trojanen op hen afkomen, zegt Ajax 1 tegen Menelaus: ‘Menelaus, mijn vriend, ik heb weinig hoop dat jij en ik levend van dit slagveld wegkomen. Maar het lijk van Patroclus 1 kunnen wij hier ook niet laten liggen ten prooi aan die Trojaanse Gieren en honden? Toch maak ik mij meer ongerust over onszelf, want Hector en de zijnen dreigen ons te overweldigen. Vlug, tracht de leiders van de Grieken te hulp te roepen!’ Daarop laat Menelaus zijn luide strijdkreet klinken en roept doordringend en schril de andere Grieken op. ‘Vrienden, leiders van de Grieken. Het is mij niet mogelijk om in de hitte van de strijd ieder van u persoonlijk toe te spreken! Kom allen snel hierheen, zonder dat ik u bij de naam roep, om te voorkomen dat die honden van Troje hun spel zullen spelen met de dode Patroclus 1.’ De kleine Ajax 2 hoorde elk woord dat Menelaus riep. en was de eerste om door het gewoel van de strijd op hem toe te snellen. Hij werd gevolgd door Idomeneus 1 en zijn wapenbroeder Meriones. Ook de andere Griekse leiders gaven gehoor aan de oproep en snelden het tweetal te hulp.

Gesprek met Athena

Strijd om Troje

Er ontstaat een verschrikkelijke strijd en vele dappere mannen sneuvelen. De ene keer zijn de Trojanen aan de winnende hand om Patroclus 1’ dode lichaam weg te slepen en dan weer de Grieken. Op een gegeven moment komt de godin Athena, vermomd in de gedaante van Phoenix 1, naar Menelaus toe en zegt: ‘Menelaus, je zult met schande overladen worden en de schuld krijgen als de honden gaan knagen aan het lijk van Patroclus 1. Strijd daarom moedig en houdt meedogenloos vol. Zorg ook dat de anderen tot het uiterste strijden.’ Daarop zegt Menelaus: ‘Phoenix 1, beste vriend, ik wou dat Athena mij kracht schonk en de pijlen van mij weghield. Dan zou ik graag mijn uiterste best doen en strijden om Patroclus 1, wiens dood mij trof in het diepst van mijn hart. Maar Hector gaat als een doldrieste tekeer en maait iedereen weg met zijn wapens. Het lijkt wel of Zeus wenst dat hij wint.’ Het deed Athena veel plezier dat Menelaus haar als eerste van alle Goden aanriep, schenkt hem kracht, en vult zijn hart met nieuwe moed.

Wanhoop Ajax

Door de Godin aldus van onverschrokkenheid vervuld, nam Menelaus zijn plaats weer in naast het lijk van Patroclus 1 en werpt zijn speer. Hij treft Podes in zijn gordel, een vriend van Hector, toen die zich wilde terugtrekken. De speer dringt door het vlees en Podes valt neer. Menelaus sleept vervolgens het lijk bij de Trojanen vandaan en gaf het aan zijn mannen. Desondanks blijven de Trojanen, gesteund door Zeus, oprukken. Op een gegeven moment zegt Ajax 1 tegen Menelaus: ‘Een dwaas kan zien dat Zeus zelf de Trojanen helpt. Iedere speer die zij werpen treft doel, terwijl onze speren in de grond belanden zonder schade of onheil aan te richten. We moeten het dus zonder Zeus klaar zien te spelen om het lijk weg te slepen. Kon maar iemand aan Achilles de boodschap overbrengen over de dood van zijn vriend. Ik denk namelijk dat hij nog van niets weet. Maar wie die bode zou moeten zijn weet ik niet. Kijk dus rond, Menelaus, of je Antilochus vindt. Als hij nog leeft, zeg hem dan dat hij vlug naar Achilles moet gaan met het verpletterende nieuws over Patroclus 1’ dood.

Opdracht Antilochus

Menelaus verliet het gevecht, zij het met moeite, en ging op zoek naar Antilochus. Hij zag hem al snel aan de linkerzijde van het front waar hij zijn mannen aanmoedigde. Menelaus gaat naar hem toe en zegt: ‘Antilochus, kom hierheen. Ik moet je iets vertellen wat ik liever niet had hoeven doen. Je zult zelf ook wel gezien hebben dat Zeus rampen over de Grieken laat neerdalen en de Trojanen volop steunt. En tot verdriet van alle Grieken is nu ook Patroclus 1 gesneuveld. Ga onmiddellijk naar de schepen om Achilles te vertellen dat hij zich moet haasten om Patroclus 1’ dode lichaam veilig terug te laten keren. Vertel hem ook dat het Hector was die hem doodde, en hem tevens van zijn wapenuitrusting beroofde. Zij vriend ligt naakt op de grond en er wordt hevig om gevochten.’ Diep bedroefd en ontsteld hoorde Antilochus de boodschap aan en gaat onmiddellijk op pad om het droevige nieuws aan Achilles te vertellen.

Strijd om Patroclus 1

Menelaus keert daarop snel terug naar de strijd en zegt tegen de twee Ajaxen dat Antilochus onderweg is naar Achilles. ‘Ik koester weinig hoop dat hij onmiddellijk zal komen.’ zegt Menelaus tegen hen, ‘We zullen zonder hem moeten proberen het lichaam terug te brengen naar het kamp, en ons eigen leven ook nog eens zien te redden.’ Dan zegt de grote Ajax 1: ’Dat is een waar woord wat je zegt, Menelaus. Pak nu samen met Meriones onze dode vriend op en breng hem zo vlug als jullie kunnen weg. Intussen blijf ik met de andere Ajax 2 hier achter en zullen de strijd aanbinden met Hector en zijn strijdmakkers. We hebben dezelfde naam en ook dezelfde moed. We zijn al lang strijdmakkers waar het hard tegen hard ging..’ Daarop tillen Menelaus en Meriones het lijk van de grond en dragen het hoog boven hun hoofden richting scheepskamp. De Trojanen joelen hen dreigend achterna, toen zij hen de dode Patroclus 1 zagen wegdragen. Ze volgen het tweetal in dichte drommen, houwend met hun zwaarden, maar dan keren de twee Ajaxen zich om en gaan dreigend op de Trojanen af.

Terug in het scheepskamp

Onverschrokken dragen Meriones en Menelaus het lijk van Patroclus 1 weg uit het strijdgewoel en proberen begerig de schepen te bereiken. Terwijl ze met hun last als muildieren zwoegen houden achter hen de twee Ajaxen de Trojanen tegen die telkens aanvallen. Het verweer mocht echter niet baten en de Trojanen blijven de Grieken achtervolgen, vooral Aeneas en Hector zijn zeer hardnekkig. Zo vluchten de Griekse krijgers voor de Trojanen uit, en vergeten de strijd. Langs de gracht en overal in het rond viel menig wapen uit de hand van de vluchtende Grieken, aan wie geen rust in de strijd werd gegund. Uiteindelijk weten Menelaus en Meriones het kamp veilig te bereiken en Patroclus 1 bij de diep bedroefde Achilles af te leveren.

Begrafenis Patroclus 1

Verzoening en bestand

Vanwege de dood van Patroclus 1 verzoent Achilles zich met Agamemnon, en belooft om weer deel te nemen aan de strijd tegen de Trojanen. De volgende dag weet Achilles bijna alleen de Trojanen op de vlucht te jagen en sluiten die zich weer op achter de muren van hun stad. Hector wordt aan het einde van die dag door Achilles gedood en sleept die hem door het stof achter zijn wagen aan terug naar het scheepskamp. Hierna worden de gevechten een tijdje gestaakt en een bestand afgesproken om de doden te begraven. Ook Patroclus 1 wordt met veel ceremonieel gecremeerd en om zijn dode vriend te eren organiseert Achilles, na de begrafenis, sportwedstrijden om zijn dode vriend nog meer te eren.

Wagenrace

Paardenrace

Menelaus neemt, net als Eumelus 1, Antilochus en Diomedes 1, deel aan de paardenrace en verschijnt aan de start met twee snelle paarden voor zijn wagen. Zijn eigen paard Podargus 3, en het dier van zijn broer, Aetha. De wagenmenners stellen zich in één lijn op waarna Achilles hen het keerpunt aanwijst, ver op de vlakte. Voorts zend hij Phoenix 1 naar het keerpunt om toe te zien op een eerlijk verloop van de wedstrijd. Als het startsignaal klinkt leggen ze allen de zweep over de paarden en moedigen de dieren met luide kreten aan. De paarden rennen over de vlakten en werpen grote wolken stof op onder hun hoeven en wagenwielen. Het hart van Menelaus klopt in zijn keel van de spanning, want hij wil met alle geweld deze wedstrijd winnen. Hij moedigde zijn paarden luid aan, die voort stoven in een wolk van stof. Maar ondanks al zijn inspanningen ligt hij bij het keerpunt in de baan als tweede in de race.

Duel met Antilochus

Daar aangekomen rijdt Menelaus iets voorzichtiger om de diepe kuilen te vermijden, en omdat de baan hier smaller was. Dan hoort hij achter zich Antilochus met grote snelheid aankomen enb schreeuwt: ‘Je rijdt als een krankzinnige, Antilochus! Houdt je paarden toch wat in! De weg is hier smal, maar wordt verderop breder! Rijdt me daar voorbij als je kunt. Maar raak je hier mijn wagen met je wielen dan zitten we allebei met de brokken.Antilochus trekt zich echter niets van Menelaus aan, en geselt de paarden met zijn zweep. Zo rijden ze nek aan nek verder maar houdt Menelaus, om een botsing te voorkomen, zijn paarden iets in. Woedend roept hij tegen Antilochus, ‘Je bent door kwade geesten bezeten, Antilochus! Ten on onrechte heb ik je eens een verstandige man genoemd. Scheer je weg, maar je zult je met een dure eed moeten verantwoorden voordat je een prijs in ontvangst neemt.’ Tegen zijn paarden zegt hij: ‘Niet gedraald of gesuft. Dat tweespan daar vlak voor je zal sneller vermoeid zijn dan jullie. Ze zijn immers niet meer de jongsten.’ Zo aangespoord zetten de dieren er opnieuw de draf in en reden al spoedig weer achter de wagen van Antilochus.

Beschuldiging

Ondanks al zijn pogingen haalt Menelaus Antilochus niet meer in en wordt met een neuslengte achterstand derde. Als Achilles even later de tweede prijs aan Antilochus wil uitreiken springt Menelaus op en neemt het woord. ‘Vertel eens Antilochus, jij die vroeger zo verstandig was, wat bezielde je door mij, een kundige wagenmenner, te schande te maken door mijn paarden de weg te versperren, en hen met een minder span paarden voorbij te rijden. Ik wens dat de raadslieden en aanvoerders van de Grieken nu rechtspreken over ons tweeën. Wees niet partijdig want ik wil niet dat de mannen later zeggen dat Menelaus van Antilochus won door leugens, of door meer aanzien en macht, en er met de prijs vandoor ging. Maar bij nader inzien zal ik nu zelf rechtspreken op een wijze die geen van de Grieken mij nu, of later, als onrechtvaardig kunnen aanrekenen. Ga voor je tweespan staan, Antilochus, en zweer op de voorgeschreven wijze bij Poseidon dat je niet met opzet mijn paarden de weg hebt versperd.

Milde Menelaus

Onmiddellijk gaf Antilochus hem antwoord. ‘Laat je woede varen, Menelaus, jij die zoveel jaren ouder bent dan ik. Je weet toch ook wel hoe snel een jongeman de regels overtreedt. Hij is snel in handelen maar traag in denken. Vergeef me en, ik geef je vrijwillig het paard dat ik met de race won. Bovendien mag je van alles wat ik bezit iets kiezen en ik zal het je geven. Dat doe ik liever dan je gunst verspelen.’ Onmiddellijk brengt Antilochus het paard bij Menelaus die het blij aannam en milder gestemd raakte. Dus zegt Menelaus tegen hem: ‘O, Antilochus, nu is het mijn beurt om te zwichten. Hoe zou ik boos op je kunnen zijn, ook al liet je je misleiden door je jeugd? In de toekomst zal je wel zo verstandig zijn om je meerderen niet door list om de tuin te leiden. Niemand van de Grieken zou mij zo mild gestemd hebben. Maar door mij heb je veel geleden en samen met je broer, en je eerbiedwaardige vader, allerhande moeite voor mij getroost. Daarom aanvaard ik je verontschuldiging. En het paard, al is het eerlijk van mij, ook dat wil ik je afstaan, zodat de anderen inzien dat er geen boosaardigheid of trots in mij schuilt.’ Zo sprak Menelaus en gaf het paard aan Antilochus terwijl hij zelf als prijs een blinkende ketel in ontvangst nam.

Laatste veldslagen

De Amazonen

Enkele dagen later vallen de Grieken weer aan op de muren van de stad maar weigeren de Trojanen om naar buiten te komen. Ze wachten op de Amazonen, die bericht hadden gestuurd om het bedreigde Troje te komen helpen tegen de Grieken. Pas als deze oorlogszuchtige vrouwen, aangevoerd door Penthesilea, zijn aangekomen durven de Trojanen het gevecht weer aan, en stellen opnieuw hun soldaten op. Ook de Grieken stellen hun gelederen op gaat Menelaus gewoontegetrouw weer aan het hoofd van zijn eigen mannen uit Sparta op de vijand af. Er ontstond een enorm gevecht dat verscheidene dagen duurde, maar lukt het Achilles uiteindelijk om Penthesilea te doden waarna de slagkracht van de Amazonen was gebroken en allemaal werden gedood, terwijl de overgebleven Trojanen hun stad weer in vluchten.

Memnon

Memnon uit Ethiopië

Kort daarna kwam koning Memnon in Troje aan, en bracht een ontelbare groep van donker gekleurde Ethiopiërs met zich mee. Opnieuw stellen Menelaus en Agamemnon hun troepen op tegen de Trojanen die nu door een groot leger werden gesteund. Dagenlang werd er van zonsopgang tot zonsondergang gevochten en werden de Grieken van lieverlee teruggedreven. Dan besluiten de Grieken om Memnon tot een tweegevecht uit te dagen en wordt de grote Ajax 1 aangewezen om die taak op zich te nemen. Die weet na een moeizame strijd Memnon uiteindelijk te doden en slaan de Ethiopiërs op de vlucht. De rest van het Trojaanse leger, wetend dat Memnon dood was, vluchtte naar de stad en vergrendelden de poorten.

Dood van Achilles

Tijdens die vlucht richtte Achilles voor de muren van de stad een grote ravage aan onder de vijand. Hij zou uiteindelijk heel de stad verwoest hebben als Apollo niet kwaad op hem geworden was vanwege al die doden. Die gaat naast Paris staan, die in het wilde weg pijlen afschoot, en duwt de boog in de richting van Achilles. De pijl komt in zijn hiel terecht en hij voelt een hevige pijn, terwijl een dodelijke koude zijn hart treft. Achilles wankelt en valt om als een toren in het stof. Ondanks de folterende pijn trekt Achilles de pijl uit de ongeneselijke wond. En hoewel zijn kracht, door die giftige wond, afneemt springt hij op en stormt op de vijand af. Met zijn lans doodt hij nog vele Trojanen maar uiteindelijk begeeft zijn lichaam het en blaast hij zijn laatste adem uit. Om zijn lichaam wordt hevig gestreden maar de Grieken weten te voorkomen dat hun held door de Trojanen wordt weggesleept, en komt Agamemnon een bestand met Priamus overeen om hem met ere te begraven.

Spelen voor Achilles

Daarop verzorgen zij het dode lichaam van Achilles en geeft Agamemnon opdracht om een grootste begrafenis te houden. Er wordt zeventien dagen en nachten lang getreurd om zijn dood, waarbij ook zijn moeder Thetis en de negen Muzen aanwezig waren. Uiteindelijk werd Achilles op een grote brandstapel gecremeerd en zijn botten toegevoegd aan de urn waarin die van zijn boezemvriend Patroclus 1 al aanwezig waren. Daarop werpen De Grieken aan de kust een grote grafheuvel op waaronder zij de urn begraven. Dan organiseert Thetis spelen ter ere Achilles en reikt diverse prijzen uit aan de winnaars. Ook nu doet Menelaus weer mee aan de wagenwedstrijd en weet ditmaal de race wel winnend af te sluiten. Trots neemt hij na afloop van Thetis de prachtige gouden beker in ontvangst die ooit van Eetion 1 was geweest.

Wapens van Achilles

Na de spelen ontstaat er een hevige woordenstrijd tussen Odysseus en Ajax 1 over de wapens van Achilles. Beiden vinden dat zij er recht op hebben, en er dreigt een scheuring tussen de Grieken te ontstaan. Uiteindelijk vragen zij aan Menelaus en Agamemnon om als scheidsrechter op te treden en een beslissing te nemen. De Broers zit vreselijk omhoog met dit verzoek en weten niet aan wie ze de wapens moeten geven. Uiteindelijk adviseert Nestor om de Trojanen te laten beslissen, terwijl Menelaus blijft twijfelen. Dan beslist Agamemnon om de gezamenlijke legerleiders te laten beslissen door stemming en krijgt Odysseus, na veel wikken en wegen van de raad (en een beetje hulp van Athena), de wapens van Achilles toegewezen. Verscheurd door verdriet wil Ajax 1 ’s nachts het leger aanvallen maar Athena trof hem met waanzin waardoor hij zich met zijn zwaard op het vee stortte. Hij richtte daarbij een slachting aan onder de kudde, in de veronderstelling dat het Grieken waren. De volgende ochtend komt hij tot bezinning, ontdekt wat hij gedaan heeft, en stort zich op zijn eigen zwaard. Agamemnon en Menelaus willen daarna voorkomen dat Ajax 1 gecremeerd wordt, omdat zelfmoord een schande was, maar weet Odysseus hen te overtuigen om het toe te staan vanwege de prestaties van Ajax 1 in het verleden.

De rede van Menelaus

Door al deze doden, en omdat het maar niet lukt om Troje in te nemen, begint de vertwijfeling bij Menelaus toe te slaan en roept hij de aanvoerders bijeen om hen toe te spreken. ‘Luister naar mijn woorden, aanvoerders! Mijn hart is bezwaard vanwege al die mannen die zijn omgekomen, en om mij naar deze oorlog vertrokken. Intussen heeft het lot duizenden jongemannen van hun jeugd beroofd. O ik wilde dat ik gestorven was voordat ik hen eens in Griekenland verzamelde! Maar nu heeft een God mij een ongeneeslijke pijn bezorgd bij het zien van al deze verschrikkingen. Wie kan zich nog verheugen bij het zien van al dit zwoegen en lijden? Kom, laten we vertrekken op de schepen nu zowel Ajax 1 als Achilles dood zijn. Ik denk niet, nu zij verslagen zijn, dat de rest van ons aan vernietiging zal ontsnappen. Nee, we zullen vallen voor die verschrikkelijke Trojanen vanwege mij en die schaamteloze Helena! De Goden hebben alle discretie uit haar gemene hart gerukt toen ze mijn huis en het echtelijke bed verliet. Laat Priamus en de Trojanen haar koesteren! Maar laat ons direct vertrekken. Het is beter om te vluchten van die droevige oorlog dan hier allen te sterven.

Woede van Diomedes 1

Zodra Menelaus uitgesproken was stond Diomedes 1 op en riep, naar adem snakkend van woede: ‘Jij laffe zoon van Atreus, welke angst heeft jou aangegrepen, dat je als een kind of een vrouw tegen ons spreekt? De edele zonen van Griekenland zullen niet naar je luisteren, voordat Troje in het stof ligt. Want voor mannen staat dapperheid hoog aangeschreven, en is de vlucht een schande! Als er iemand is die naar jouw raad wil luisteren, zal ik hem onthoofden met mijn zwaard. Sta op, jullie die geven om mannen die ontvlammen in de strijd. Wek al onze strijders op om hun speren te scherpen en het pantser te polijsten. Laat man en paard, en allen die graag strijden, hun vasten verbreken zodat uiteindelijk Ares 1 op de vlakte kan beslissen wie de sterkste is!’ Zo sprak hij, en ging op weer zijn plaats zitten.

Voorspelling van Calchas

De voorspelling van Calchas

Daarna stond de ziener Calchas op en ging in hun midden staan. ‘Hoor mij aan, zonen van naar strijd snakkende Grieken. Jullie weten dat ik de geest van voorspelling bezit. Eens vertelde ik, dat jullie in het tiende jaar Troje zullen verwoesten. Dit zijn de Goden nog steeds van plan. De overwinning ligt aan jullie voeten. Kom, laten we Odysseus snel over zee naar Scyros sturen, om daar de zoon van Achilles op te halen. Hij zal de overwinning dichterbij brengen.’ Zo sprak Calchas en juichten de aanvoerders van vreugde, want heel hun hart hoopte en verlangde ernaar om de voorspelling in vervulling te zien gaan. Dan zegt Odysseus: ‘Ik zal deze opdracht met plezier vervullen. Dus kom met me mee Diomedes 1. Want zijn moeder zal hem proberen thuis te houden, maar als we samen zijn zullen we zeker slagen.’ Geroerd door deze woorden zegt Menelaus: ‘Odysseus, als de zoon van Achilles door jouw overreding naar Troje komt, de Goden ons de overwinning schenken, en ik veilig thuis mag keren, zal ik hem met heel mijn hart Hermione 1 als vrouw schenken. Ik zal hem bovendien als bruidsschat vele geschenken en goederen geven.

Odysseus op pad

Zo laten Agamemnon en Menelaus even de strijd rusten, spreken een bestand af met de Trojanen, en sturen Odysseus op pad. Naast de zoon van Achilles, Neoptolemus, moet Odysseus op Lemnos ook de gewonde Philoctetes ophalen, die tijdens de opmars van de Grieken naar Troje op het eiland was achtergelaten en in het bezit was van de boog van Achilles. Volgens de ziener Calchas was deze boog ook in Troje nodig om de overwinning op de Trojanen te kunnen behalen. Als laatste moest ook het houten beeld van Athena gestolen worden uit de tempel in Troje voordat aan alle voorwaarden was voldaan om Troje in te kunnen nemen. Odysseus kwijt zich uitstekend van zijn taken en weet alle opdrachten met succes te vervullen waardoor de Grieken er van overtuigd zijn dat Troje binnenkort zal vallen.

De laatste slag

Maar kort na het bestand krijgen de Trojanen opnieuw hulp van een bondgenoot. Eurypylus 6, een kleinzoon van Heracles, komt met een groot leger uit Mysië naar Troje. Opnieuw begint er een zware strijd waarbij Agamemnon en Menelaus het leger op grootste wijze leiden. Maar de Grieken, versterkt met Neoptolemus en Philoctetes, met zijn boog van Heracles, weten uiteindelijk het leger van Eurypylus 6 te verslaan en begint de laatste slag. Agamemnon stelde zijn troepen weer op, de mannen aansporend, en leidde hen naar de strijd. Aan de andere kant kwamen de Trojanen uit hun stad. De strijd werd hervat en het rumoer dat ontstond was groot, waarbij aan beide zijden velen stierven. Paris, die met veel succes zijn boog gebruikte, doodde vele Grieken maar weet Philoctetes uiteindelijk Paris met een pijl te doden. De Trojanen, die het lichaam van Paris gered hadden, vluchtten terug naar de stad, uitgeput, door de verwoestend felle aanval van Diomedes 1 die hen tot aan de muren achtervolgde. Toen gaf Agamemnon opdracht de hele stad te omsingelen.

Einde van de oorlog

Het houten paard

Die nacht verschijnt de godin Athena in een droom aan Epeius en draagt hem op een groot houten paard te bouwen. De volgende ochtend vertelt hij zijn droom aan de Grieken en onmiddellijk geeft Agamemnon zijn mannen opdracht om naar de Ida te gaan en daar bomen om te kappen voor de bouw van het paard. De Grieken zwoegen als muilezels en binnen enkele dagen is het enorme paard gereed. Dan spreekt Odysseus de mannen toe en onthult het plan hoe er definitief een eind aan de oorlog gemaakt kan worden door gewapende mannen in het paard te verstoppen, en net te doen of de Grieken zich terugtrekken. Deze mannen moeten ’s nachts, als de Trojanen slapen en van feestvreugde in een roes verkeren, uit het paard kruipen, de poorten openzetten, om het leger de stad binnen te laten. Er moet alleen één Griek achterblijven om de Trojanen wijs te maken dat het paard een offer aan Athena is, dat zij binnen de muren van hun stad moeten slepen. Daarop meldt Sinon zich als vrijwilliger voor die taak.

Helena bij het paard

Dan geeft Agamemnon bevel om het plan van Odysseus uit te voeren. Samen met een groot aantal andere Grieken verstopt Menelaus zich in het paard, en worden het legerkamp en de tenten in brand gestoken. Vervolgens zeilt de vloot zeilt weg van de kust van Troje en wachten de mannen in het paard angstig af wat er met het paard gaat gebeuren. Na enig aarzelen, en met hulp van de Goden, trappen de Trojanen in de list en slepen het paard de stad in. Die nacht wordt in de stad een groot feest gevierd. De mannen in het paard beleven nog even een spannend moment als Helena, samen met haar nieuwe echtgenoot Deiphobus 1, het paard komen bekijken. Terwijl ze er driemaal omheen loopt noemt Helena alle namen van de Griekse aanvoerders op en kreunt Menelaus van ellende als hij zijn vrouw hoort spreken. Wanneer Anticlus, gebroken toen Helena de naam van zijn vrouw noemde, zijn mond wil opendoen om te antwoorden springt Odysseus bovenop hem om de mond te snoeren.

Dood van Deiphobus 1

Zo werd een ontdekking nog net op tijd voorkomen en liggen de Trojanen die nacht, dronken van de wijn en vreugde, op hun bedden te slapen, en staat er geen enkele bewaker op wacht. Dan kruipen Menelaus en de andere Grieken uit het paard, openen de poorten van de stad, en stroomt het stilletjes teruggekeerde leger de stad binnen. Dan begint er een slachtpartij die zijn weerga niet kende en werden er vele misdaden werden gepleegd. De kleine Ajax 2 gaat zelfs zo hevig te keer dat hij enkele Goden beledigt door Cassandra op het altaar van Athena te verkrachten. Menelaus ging uiteraard op zoek naar Helena, en vindt haar uiteindelijk dronken van de wijn in bed met haar man Deiphobus 1. Onmiddellijk begint hij Deiphobus 1 te martelen, snijdt zijn oren, armen en neus af, en roept juichend boven de stervende Deiphobus 1: ‘Hond, Ik heb je vandaag een onwelkome dood bezorgd en je zult in Troje nooit meer levend een dageraad zien. Als ik Paris eerder in het gevecht ook getroffen had, dan zou ik zijn hart uit zijn lijf getrokken hebben! Maar hij heeft zijn rechtvaardige schuld al ingelost, en is al in de koude donkere schaduw afgedaald!’ Dan, met een woeste blik in zijn ogen, wil hij op Helena afgaan, maar die was intussen verdwenen en het paleis in gevlucht.

Weerzien met Helena

Menelaus ziet Helena weer

Genadeloos iedereen dodend gaat Menelaus achter zijn vrouw aan en treft haar uiteindelijk in een van haar eigen kamers. Terwijl zij van angst voor zijn woede beeft kijkt Menelaus op haar neer, en wil Helena doden. Dan beteugelt Aphrodite de woede van Menelaus, slaat hem het zwaard uit handen, en laat zijn woede verdwijnen. Ze brengt hem opnieuw in de ban voor de betoverende schoonheid van Helena waardoor Menelaus niet meer weet wat hij moet doen. Dan komt ook Agamemnon op Menelaus af en zegt: ‘Beheers je woede, Menelaus. Het zou een schande zijn om je wettige vrouw te doden, door wie we veel ellende hebben moeten doorstaan. Helena was niet de schuldige, zoals jij schijnt te denken, maar hij die de wetten van het Gastheerschap in de wind sloeg, en jouw gastvrijheid misbruikte. Maar een God heeft hem al met de dood gestraft.

Smeekbede Helena

Zo komt Menelaus tot bedaren, voert zijn vrouw weg uit de brandende stad, terwijl zijn hart weer overliep van verliefdheid en vreugde dat de Trojanen uiteindelijk waren verslagen. Hij brengt Helena onmiddellijk naar zijn tent waar ze als eerste de ongemakkelijke stilte doorbrak. ‘O, Menelaus, wees niet boos op mij! Ik verliet niet uit vrije wil ons huis en jouw bed. Paris en de zoons van Troje kwamen naar mij toe, en rukten mij weg, toen jij weg was. Menigmaal heb ik geprobeerd om mijzelf op te hangen en ellendig aan mijn eind te komen. Maar ze hielden steeds mijn hand tegen, en spraken kalmerende woorden om mijn verdriet vanwege jou en mijn lieve kind te sussen. Ik smeek je, voor onze dochter en onze liefde, vergeet je hardvochtige ongenoegen tegen je vrouw.’ Dan zegt Menelaus, die door Aphrodite was bewerkt: ‘Vergeet alle verdriet uit het verleden, verzegel ze in je hart. Wat heeft het voor zin om slechte daden te herinneren?

Herenigd

Toen vervloog de angst uit het hart van Helena en kreeg hoop de overhand. Ze sloeg haar armen om Menelaus heen, en in hun ogen welden tranen op terwijl ze zachtjes kreunden. Zij aan zij lagen ze naast elkaar, en hun harten werden opgetogen door de herinnering aan hun oude echtelijke geluk. En zoals wijnstok en klimop hun stengels om elkaar heen wikkelen, zodat geen enkele wind hen kan scheiden, zo waren die twee in een hartstochtelijke omhelzing van liefde ineen gevlochten. In de tussentijd werd Troje door de andere Grieken in brand gestoken en van haar rijkdommen beroofd. Vele vrouwen werden gevangen genomen en naar de schepen gebracht om als slavinnen mee te nemen naar Griekenland. De volgende dag wordt de buit verdeeld en kreeg iedereen zijn aandeel in de buit toegewezen. Ondanks enkele protesten kreeg Menelaus Helena officieel toegewezen en mag hij haar mee terugnemen naar Griekenland

Terugkeer

Wel of niet vertrekken

Toen de Grieken op het punt stonden naar huis te varen, werden ze door Calchas tegengehouden met de mededeling dat Athena woedend op hen was vanwege het goddeloze optreden van de kleine Ajax 2 die Cassandra op haar altaar had verkracht. Dan krijgt Menelaus, die toch wil uitvaren, een meningsverschil met Agamemnon, die wil wachten om een offer aan Athena te brengen. De broers roepen een vergadering bijeen met alle aanvoerders om het probleem te bespreken. Tijdens de vergadering, die met veel geschreeuw en gedreig gepaard ging, wordt geen overeenstemming bereikt en ontstaan er twee kampen die voor of tegen direct vertrekken zijn. Na een rusteloze nacht besluit Menelaus de volgende ochtend, samen met Diomedes 1 en Nestor, om ondanks de waarschuwing van Calchas, toch te vertrekken en gaan ze met hun schepen de zee op om naar Griekenland terug te keren, terwijl Agamemnon en vele andere aanvoerders achterblijven.

Storm op zee

De voorspelling bleek niet ijdel want tijdens de reis, wanneer ze bijna thuis zijn, worden de schepen van Menelaus door een enorme storm overvallen. Door de hevige wind wordt hij uit koers geslagen en, via Kreta en Libya, uiteindelijk naar Egypte gedreven waar nog slechts vijf schepen van zijn vloot op het water drijven. De rest van zijn schepen en bemanning was tijdens de woeste storm in de golven verdwenen. Dan probeert Menelaus weer terug naar huis te zeilen, maar wordt elke keer teruggedreven naar de kust. Ten einde raad gaat hij aan land, om te vragen in welke streek hij precies is, en komt dan de Nimf Eidothea 1 tegen, de dochter van de oude man der Zee, Proteus 2. Eidothea 1 adviseert Menelaus om het haar vader te vragen. Die zal dit echter niet vrijwillig vertellen, en om de informatie toch te krijgen, zegt Eidothea 1, moet Menelaus hem vangen en in de boeien slaan.

Onthulling van Proteus 2

Na lang zoeken weet Menelaus de Zeegod te vinden en hem, na een moeizame worsteling, waarbij Proteus 2 telkens van gedaante veranderde, te overmeesteren en hem te boeien. Op de vraag van Menelaus hoe hij thuis moet komen antwoordt Proteus 2 dat de Goden boos zijn en er een offer gebracht moet worden om hen gunstig te stemmen. Hij onthult Menelaus bovendien dat die de schim van zijn vrouw Helena bij zich heeft. De echte Helena was op bevel van Zeus, door Hermes, naar Egypte gebracht en onder bewaking van Proteus 2 gesteld. Vervolgens had Zeus in Sparta een uit wolken vervaardigde schim van Helena gemaakt die door Paris was geschaakt. Geschokt hoort Menelaus dit wonderlijke verhaal aan en besluit naar de echte Helena op zoek te gaan.

Hereniging

Zodra hij bij het huis van Proteus 2 aankomt, spreekt Menelaus de echte Helena aan en wil, toen bleek dat Proteus 2 de waarheid had gesproken, haar meenemen naar huis. Maar Helena werd begeerd door koning Theoclymenus 3, en ze is bang dat hij Menelaus zal doden. Daarop doet Helena net of ze bericht heeft gekregen dat Menelaus is verdronken, waarna Theoclymenus 3 haar ten huwelijk vraagt. Helena stemt in maar zegt dat ze eerst een offer op zee wil brengen om de dode Menelaus te eren. Theoclymenus 3 stemt toe, geeft Helena een schip, waarna Menelaus samen met Helena wegvaart naar Sparta. Zo voldoet Menelaus aan de voorspelling van Proteus 2 en keert hij, acht jaar nadat hij Troje had verlaten, uiteindelijk met Helena terug in Sparta

Verontrustend nieuws

Thuis aangekomen krijgt Menelaus te horen dat zijn broer Agamemnon al jaren eerder was teruggekeerd. Maar hij ontdekt ook dat Agamemnon bij zijn thuiskomst direct was vermoord door zijn vrouw Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthus. Van hun dochter Hermione 1 krijgen Menelaus en Helena bovendien te horen dat Orestes 2, de zoon van Agamemnon, de moord op zijn vader kort geleden heeft gewroken door Clytaemnestra te doden. Bovendien, omdat Menelaus zo lang wegbleef, en zijn vader Tyndareus niet wist of hij zou terugkeren, had Tyndareus in de tussentijd Hermione 1 als vrouw beloofd aan Orestes 2, de zoon van Agamemnon.

Huwelijk Hermione 1

Maar Menelaus was zijn belofte in Troje niet vergeten en zegt tegen Hermione 1 dat ze in het huwelijk zal treden met Neoptolemus, de zoon van Achilles. Hoewel Hermione 1 hem niet kent, en ook de afspraak van haar grootvader niet kent, is ze verheugd over haar huwelijk met zo’n beroemde man, en telt de dagen af. Zodra ook Neoptolemus is teruggekeerd uit de oorlog wordt een grootse bruiloft gevierd en gaat Hermione 1 met haar man mee. Maar Hermione 1 blijft kinderloos en is jaloers op Andromache, die Neoptolemus als slavin uit Troje had meegenomen, en wel kinderen kreeg. Gefrustreerd behandelt Hermione 1 Andromache steeds slechter en beraamt uiteindelijk zelfs plannen om haar te vermoorden.

Orestes 2

Na zijn huwelijk met Hermione 1 ging Neoptolemus naar Delphi om Apollo te danken voor het feit dat Paris, die zijn vader had gedood, voor zijn misdaad betaald had. Dan gaat Hermione 1 naar Menelaus en klaagt bitter over Neoptolemus, die de voorkeur gaf aan zijn slavin, Andromache, boven haar, zijn officiële vrouw. Ze dringt er bij Menelaus op aan om de zoon van Andromache te vermoorden. Menelaus wil zijn dochter wel steunen maar het plan werd ontdekt door Andromache, die met hulp van de bevolking ontsnapte. Ondertussen arriveerde Orestes 2 en hoorde wat er gebeurde. Daarop drong hij er bij Menelaus op aan om het plan toch uit te voeren, want hij was zelf van plan om Neoptolemus te vermoorden wanneer die terugkeerde uit Delphi. Hij haatte Neoptolemus omdat hij met Hermione 1 getrouwd was, terwijl zij aan hem was beloofd door Tyndareus. Menelaus voelt niets voor deze moord en weigert zijn medewerking. Maar Orestes 2 zet zijn plannen door, doodde in Delphi Neoptolemus, en nam Hermione 1 tot zijn vrouw, waarna hij in Mycene ging wonen. Zo keert uiteindelijk de rust terug in Sparta waar Menelaus en zijn vrouw genieten van elkaar.

Telemachus

De oude Menelaus en Helena

Na enige tijd krijgen ze bezoek van Telemachus. Deze was op zoek naar informatie over zijn verdwenen vader Odysseus die nog steeds niet was teruggekeerd uit de Trojaanse Oorlog. Hoewel ze geen informatie voor de jongen hebben ontvangen Menelaus en Helena hem uiterst gastvrij. Telemachus is ten einde raad en breekt in tranen uit als hij dit bericht hoort. De volgende dag vertrekt Telemachus weer naar huis en nemen Menelaus en Helena afscheid van hem. Maar hij mag niet eerder vertrekken dat nadat zij enkele kostbare geschenken aan de zoon van Odysseus hebben gegeven. Van Menelaus krijgt Telemachus een prachtige gouden beker en schenkt Helena hem een mooi geborduurde mantel die zij zelf had vervaardigd.

Varianten

Voor wat betreft de gebeurtenissen na afloop van de Trojaanse Oorlog bestaan er in mythen en treurspelen vele varianten op hetgeen hierboven beschreven is. Uiteindelijk werden Menelaus en Helena, na hun dood, door Zeus naar de Elyseese Velden gebracht om daar voor eeuwig als schimmen verder te leven man en vrouw.

Stambomen:

Plisthenes 1 / Atreus Cleolla / Aerope Zeus Leda / Nemesis
Menelaus Helena
Hermione 1, Nicostratus, Plisthenes 4

Plisthenes 1 / Atreus Cleolla / Aerope Zeus Themis
Menelaus Cnossia
Xenodamus

Plisthenes 1 / Atreus Cleolla / Aerope - -
Menelaus Pieris / Tereis
Megapenthes 2

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz