Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Menoeceus 2 - Megareus 3

Menoeceus 2, die ook Megareus 3 wordt genoemd, is de oudste zoon van Creon 1 en zijn vrouw Eurydice 9 uit Thebe. Hij heeft twee broers, Lycomedes 1 en Haemon 2, twee zussen Megara en Pyrrha 3. Menoeceus 2 groeit op tot een moedige en sterke man die niet bang is om in de frontlinie van de strijd te staan. Net als zijn broer Haemon 2 grijpt Menoeceus 2 dan ook snel naar de wapens om zijn stad te verdedigen als er uit Argos een groot leger, dat wordt geleid door Zeven Aanvoerders, op weg is naar Thebe. Eén van die Zeven Aanvoerders is de Thebaan Polynices die een strijd om het koningschap voert over Thebe met zijn broer Eteocles 1.

Verdediging van de poort

Zodra het leger voor Thebe verschijnt, wijst koning Eteocles 1 Menoeceus 2 aan om de verdediging bij één van de zeven poorten te leiden. Wanneer de strijd begint gaat Menoeceus 2 op zijn strijdwagen de mannen dapper voor en slaagt er in om direct Periphas 9 met zijn speer te doorboren. Even later hoort hij zijn vriend Atys 1 jammeren en gaat Menoeceus 2 in zijn strijdwagen op het gejammer af. Zodra hij op de plek aankomt, springt Menoeceus 2 op de grond en roept tegen de Thebanen, die om Menoeceus 2 staan te jammeren en willen vluchten: ‘Schaam jullie, die hier jammerend jullie vaders te schande maken! Waar vluchten jullie heen, stelletje zwakkelingen? Is Atys 1 niet edel voor ons gesneuveld, Grijp de wapens en ga op je vijanden af!’ Gesterkt door zijn moed herstellen de mannen zich, en doen wat hij hen opgedragen heeft. Zo verloopt de eerste dag van de strijd voorspoedig voor de Thebanen en zinkt de moed bij de tegenstanders in de schoenen als die ontdekken dat een groot aantal van hun aanvoerders is gesneuveld.

Moordende strijd

Strijd voor de muren van Thebe

De volgende ochtend vroeg stormt het leger uit Argos weer op de poorten af en schreeuwt Menoeceus 2 nog net op tijd tegen de poortwachters: ‘Sluit de poorten, schildwachten! De vijand komt er aan.’ Dankzij de waarschuwing van Menoeceus 2 lukt het slechts enkele vijanden om de stad binnen te komen, voordat de poorten werden gesloten, en wordt met hen snel korte metten mee gemaakt. Opnieuw gaat Menoeceus 2 zijn mannen voor en verzamelt om zich heen een grote stapel slachtoffers die op weg gingen naar de Onderwereld. Zo gaat er weer een dag van strijd voorbij zonder dat Thebe genomen wordt, terwijl het leger uit Argos steeds meer mannen verliest. Maar ondanks deze verliezen kunnen de Thebanen hen niet verdrijven voor de poorten van de stad.

Smeekbede Creon 1

Die avond orakelt de ziener Tiresias tegen Creon 1 dat Thebe gered zal worden als een van zijn nakomeling zich opoffert voor de stad, door zich van de muur te werpen. Dit orakel gaat als een lopend vuurtje rond en bereikt uiteindelijk ook Menoeceus 2. Die aarzelt geen moment, en gaat op weg naar de muur om zijn geliefde Thebe te redden. Halverwege komt hij echter zijn vader Creon 1 tegen die hij nauwelijks in de ogen durft te kijken als die hem vraagt: ‘Waarom heb jij je post bij de poort verlaten? Waar ben je naar toe onderweg? Vertel me, mijn zoon, ik smeek je, waarom kijk je zo fel? Waarom kijk jij je vader niet in de ogen? Het is duidelijk, je hebt het orakel gehoord. Ik smeek je, mijn jongen, luister niet naar de ziener en laat mijn huis niet leeg achter!’ Zo probeert Creon 1 zijn zoon te overtuigen om zich niet van de muur te werpen terwijl hij zijn armen om zijn nek geslagen houdt.

Misleiding Creon 1

Maar Menoeceus 2 was niet tot andere gedachten te brengen en zegt tegen Creon 1 om hem te misleiden: ‘Goede vader, je vergist je, en je tranen zijn vergeefs. Het orakel van Tiresias stoort mij niet. Laat hij zijn gezangen voor zichzelf zingen. Ik maal er niet om, al was het Apollo zelf die zijn heiligdom voor mij opende en met zijn geraaskal confronteerde. Nee, ik ben op weg naar Aetion 3 om hem naar mijn broer Haemon 2 te brengen, die gewond op zijn bed ligt te kreunen. Maar ik verspil hier tijd en moet snel verder.’ Hierna breekt Menoeceus 2 het gesprek met zijn vader af en rent snel weg, waardoor Creon 1 verward achterblijft. Met tranen in zijn ogen, vanwege de misleiding van zijn vader, rent Menoeceus 2 vervolgens de trap naar de bovenkant van de muur op om zich daar op te offeren voor Thebe.

Zelfdoding

Daar kijkt hij neer op de gevechten die intussen weer zijn uitgebroken en slaakt een luide kreet waardoor het rumoer op de vlakte even verstomt. Dan neemt hij een Koninklijke houding aan en roept met luide stem in de ingevallen stilte: ‘U Goden van de strijd, en u, Apollo, die mij een zo roemrijke dood gunt, sta Thebe genadig het plezier van de overwinning toe die ik met mijn vrijwillige dood hier koop. Keer het tij van de oorlog, keer u af van dat onterende leger uit Argos, en bezorg hen speerwonden in hun ruggen. Gun de Thebanen hun tempels, velden en huizen als ik u als slachtoffer behaag. Beloon de stad van Cadmus en verzoen mijn vader, smeek ik, die ik bedroog.’ Dan trekt Meneoceus zijn zwaard, steekt dit door zijn keel, en tuimelde voorover van de muur. Door de klap bespatte zijn bloed de muren van de stad, maar verhoorde Zeus zijn gebed, en werd Thebe gered.

Stamboom:

Creon 1 Eurydice 9 - -
Menoeceus 2 -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz