Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Menoetes 7

Menoetes 7 is een inwoner van Argos die aan het hof van koning Adrastus 1 is aangesteld als begeleider en bewaker van Argia 1, de jonge dochter van de koning. Jaren later gaat Menoetes 7 samen met Argia 1 en zes andere vrouwen naar Thebe, nadat de man van Argia 1, Polynices, voor de poorten van Thebe was gesneuveld tijdens de veldtocht van de Zeven Aanvoerders tegen Thebe. Onderweg breekt er tussen de vrouwen een discussie uit nadat ze van een uit Thebe terugkerende soldaat hoorden dat iedereen werd gedood die probeerde om de gestorvenen in de strijd voor Thebe te begraven. Sommigen stellen voor om bij de hooghartige Creon 1 in Thebe te gaan smeken, anderen om te onderzoeken of koning Theseus, van Athene, wellicht hulp kon bieden. Omkeren komt bij geen van de vrouwen in hun gedachten op. Uiteindelijk wordt besloten om met z’n allen naar Theseus te gaan.

Dan steekt er een plotselinge passie van vrouwelijke moed de kop op bij Argia 1. Ze weigert om haar man in de steek te laten, verzint een list om de trouwe groep vrouwen te verlaten, en gaat met minachting voor de dood alleen met Menoetes 7 op weg om de wrede Creon 1 uit te dagen. Toewijding en passie sporen haar aan terwijl Polynices voor haar ogen lijkt te verschijnen en ze in gedachten voortdurend met hem in gesprek is. Samen met Menoetes 7 snelt ze door de velden en vraagt aan mensen de weg naar Thebe, terwijl ze die met een grimmig gezicht aankijkt. De oude Menoetes 7 heeft grote moeite om haar snelle passen bij te houden en schaamt zich omdat hij zo traag is vergeleken met de jonge vrouw.

Argia vindt haar man Polynices

Op een gegeven moment zegt Menoetes 7 hijgend van inspanning tegen Argia 1: ‘Het moet nu niet ver meer zijn, vrouwe. Een zware stank komt ons tegemoet in golven en er zweven vele vogels door de lucht.’ Even later zien ze de muren van de stad verrijzen. Argia 1 huivert als ze met haar rechterarm naar de stad wijst en zegt: ’O stad die ik ooit begeerde en nu de verblijfplaats van onze vijanden is. Maar als je mijn dode echtgenoot ongeschonden terug geeft zal je een geliefde plaats in mijn hart worden. Ik smeek slechts om een brandstapel, een lichaam, en gelegenheid om te rouwen.’ Zo sprekend ontstak ze een fakkel in de opkomende duisternis en snelde vooruit naar die vreselijke vlakte. Menoetes 7 waarschuwt Argia 1 nog om aan Creon 1 te denken, en de fakkel laag en niet duidelijk zichtbaar te houden.

Terwijl ze samen verder trekken ontmoeten ze in het donker Antigone 1 uit Thebe, de zus van Polynices, die eveneens op zoek is naar zijn lichaam. Gedrieën zoeken ze verder en vinden uiteindelijk het dode lichaam van Polynices. Onmiddellijk breekt Argia 1 in een droevig gekreun uit en probeert de oude Menoetes 7 haar te troosten. De vrouwen weten na lang klagen uiteindelijk het lichaam van Polynices op de nog rokende brandstapel van zijn broer Eteocles 1 te werpen. Even later worden ze echter ontdekt door de soldaten van koning Creon 1. Hoewel Antigone 1 gevangen wordt genomen weten Argia 1 en de bange Menoetes 7 in het donker te ontsnappen en gaan op weg naar Argos.

Stamboom:

- - - -
Menoetes 7 -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz