Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Muzen

Volgens de gangbare mythen zijn de negen Muzen dochters van oppergod Zeus, die hij na de Titanenstrijd, in de gedaante van een herder, gedurende negen nachten verwekt bij zijn vijfde vrouw, Mnemosyne. Er zijn echter ook enkele schrijvers, onder wie Alcman, die stellen dat de Muzen dochters zijn van Uranus en Gaea. In beide gevallen zijn de namen van de Muzen: Calliope, Clio 1, Erato 2, Euterpe, Melpomene, Polymnia, Terpsichore, Thalia 3 en Urania 1. In eerste instantie gaan de negen zusters bij hun vader Zeus op de Olympus wonen in Piëria.

Bezigheden en taken

De negen Muzen

Van hem krijgen de Muzen de vaardigheid om letters te ontdekken om die tot woorden te combineren en tot poëzie te verheffen. Elk van de Muzen beheerste daarnaast een bijzondere vaardigheid in één van de vrije kunsten, zoals zang, pantomime, dansen, en vele andere kunstzinnige onderwerpen. Maar zij waren ook vaardig in de sterrenkunde, het schrift, en andere wetenschappelijke kennis. Vanwege deze vaardigheden werden zij door de oude Grieken gezien als de negen stadia die men moet doorlopen om kennis te vergaren.

Hun grootste vaardigheid was echter al deze kennis omzetten in lofzangen. Stuk voor stuk bezitten de Muzen prachtige stemmen en vormen een negenkoppig koor om hun liederen over roemvolle daden, van mensen en Goden, uit het verleden ten gehore te brengen. Daarbij dragen zij tweekleurige, lange en ragfijne, mantels die zijn omgord met klimop, terwijl ze een palmtak in hun handen dragen, en hun haren door een parelkroontje bijeen worden gehouden.

Vanwege deze wonderlijke zangkunst worden de Muzen vaak uitgenodigd op banketten van de Goden om de aanwezigen in vervoering te brengen met hun zangtalent en de verhalen die zij in hun liederen verweven. Met hun talent schenken zij iedereen vreugde, en de mensen rust van de zorgen over de ellende die geweest is, met de prachtige klanken die uit hun onsterfelijke en onvermoeibare monden vloeien. Naast zingen is ook dansen in reien een favoriete bezigheid van de Muzen. Hun bewegingen zijn daarbij uiterst sierlijk terwijl hun voeten betoverend mooi in de rondte gaan en zij zichzelf begeleiden met hun koorzang.

Deze vaardigheden leerden ze ook aan sterfelijke mensen, die daarna als zangers over de aarde uitzwermen, om hun liederen ten gehore te brengen tijdens koninklijke feesten en banketten. Met hun liederen verdrijven deze zangers, net als de Muzen, de sombere gedachten die mensen soms kwellen en doen zij het verdriet uit het verleden vergeten. Maar ze geven niet alleen de zangkunst aan de deze zangers mee, ook de kennis over het verleden, verhalen over oude helden en wetenschappelijke onderwerpen worden door de Muzen aan hen onderwezen.

Naast hun muzikale bezigheden hielden de Muzen zich ook met andere zaken bezig. Zo voeden ze Echo, de dochter van een Nimf en een sterfelijke vader, op tot volwassenheid. Tijdens haar jeugd leren ze Echo op de fluit spelen en liedjes bij de lier zingen. Aan Sphinx, de dochter van Typhon en Echidna, leren zij een raadsel dat ze de mensen moet opgeven om op te lossen. Het raadsel luidde: ‘Wat heeft één stem en wordt viervoetig en tweevoetig en drievoetig?’ Uiteindelijk zou alleen Oedipus er in slagen om dit raadsel op te lossen. Voorts lieten zij de jonge Aristaeus, een zoon van Apollo, vee hoeden in Phthia en leerden hem de geneeskunst en het uitspreken orakels. Toen de jongen volwassen was huwelijkten ze hem uit aan een (onbekend gebleven) vrouw.

Zangwedstrijd met de Piëriden

Kort na de geboorte van de Muzen was er een koning Pierus in Pella die zelf ook negen dochters had. Andere schrijvers beweren dat dit negen dienstmeiden uit Mysië waren die als slavinnen door Megaclo, de dochter van Macareus 3, werden gekocht op het eiland Lesbos. Net als de Muzen konden deze negen Pieriden ook prachtig zingen, en trokken door heel Griekenland om hun talent ten gehore te brengen. Op een gegeven moment komen ze naar de berg Helicon waar op dat moment ook de Muzen aanwezig zijn. Zelfverzekerd dagen zij de Muzen uit tot een zangwedstrijd en wordt er een jury van Nimfen aangesteld om beide groepen te beoordelen. Zonder een loting af te wachten stelt één van de Pieriden zich op en zingt een loflied over de Godenstrijd, waarmee ze de Giganten onverdiende eer bewees, en de Hemelgoden als lafaards afschilderde.

De zangedstrijd met de negen Pieriden

De jurerende Nimfen luisterden verschrikt naar het lied terwijl heel de wereld om hen heen donker werd en nog verder weigerde te luisteren naar de prestaties van de andere Pieriden. Daarop zijn de Muzen aan de beurt, die de hoofdrol schenken aan Calliope welke met een prachtig loflied de verliefdheid van Hades op de mooie dochter van Demeter schildert, Persephone 1, en hoe hij haar naar de Onderwereld ontvoert. Als de Muzen zijn uitgezongen klinkt eenstemmig het oordeel van de Nimfen: ‘De negen Muzen hebben gewonnen’. Toen de Pieriden hun nederlaag niet accepteerden, en begonnen te schelden, werden de Muzen zo boos dat zij hen veranderden in negen verschillende vogels die, net als de meisjes vroeger, een praatziek klapgeluid maakten en constant kletsten. Zo ontstonden de eksters, raven en vele andere vogelsoorten en werden de Muzen later ook wel eens aangeduid met de naam van hun verslagen tegenstanders: Pieriden.

Bron van het paard

Direct na deze zangwedstrijd daalt het paard Pegasus uit de hemel neer en raakt met één van zijn hoeven de top van de berg. Door deze hoefinslag ontstaat er een prachtige bron waar heerlijk helder water uit stroomt en die omzoomd is met oeroude bomen, planten, bloemen en grotten. Vanwege de overwinning op de Pieriden en de prachtige plek, waar de Muzen zich direct gelukkig voelen, besluiten zij om vlakbij de bron te gaan wonen en er hun huizen te bouwen. Later komt ook de godin Aphrodite vaak naar deze plek om samen met de Muzen een tijdje aan de oevers van de rivier Cephisus, of in de bron van Pegasus, te vertoeven. Samen kijken ze dan naar de op het water drijvende zwanen, die vanwege hun gezang, de vogels van de Muzen genoemd worden.

Wedstrijd met Thamyris 1

Wanneer de Muzen eens in Dorion, op de Peloponnesus aanwezig zijn, komen zij de Thracische zanger Thamyris 1 tegen, die net is teruggekeerd uit Oechalia. Snoevend zegt Thamyris 1 dat hij beter kan zingen dan de Muzen, en daagt ze uit voor een zangwedstrijd. Als hij verliest dan mogen de Muzen hem beroven van alles wat zij maar willen, maar als hij wint dan wil hij de liefde bedrijven met alle Muzen. De negen worden erg boos over deze onbeschaamdheid, maar gaan de uitdaging aan. Ze winnen opnieuw en, woedend over de onbeschaamde uitdaging, slaan Thamyris 1 met blindheid. Bovendien ontnemen zij hem de goddelijke gave van de zangkunst en het vermogen om te spelen met de harp of de citer. Sinds die tijd is hun naam gevestigd onder de mensen en worden ze niet meer uitgedaagd. Wel worden wel menigmaal gevraagd om bij anderen te jureren over hun zangtalent of muziekspel.

Wedstrijd van Marsyas 1 en Apollo

Zo worden ze eens gevraagd om te jureren in een wedstrijd tussen de Satyr Marsyas 1, en Apollo. Deze Marsyas 1 had eens een fluit gevonden, die Athena had weggegooid, en door hard te oefenen speelde hij elke dag beter. Uiteindelijk vond hij zich op zijn fluit zo goed dat hij het aandurfde om Apollo, met zijn lier die hij van Hermes had gekregen, uit te dagen voor een wedstrijd. Marsyas 1 speelde de sterren van de hemel, totdat Apollo zijn lier ondersteboven hield, en dezelfde melodie speelde, iets dat Marsyas 1 met zijn fluit niet kon. Daarop verklaren de Muzen Apollo tot winnaar waarna de wrede Apollo Marsyas 1 aan een boom bindt en het vel van zijn lichaam stroopt.

Sindsdien zijn de Muzen en Apollo één op muzikaal gebied, en brengen gezamenlijk, tijdens hun banketten, vele liederen voor de andere Goden ten gehore waarbij Apollo de Muzen begeleidt op zijn lier. Zo kwam Apollo ook aan de bijnaam Musegetes, leider van de Muzen, en wordt hij, net als de Muzen, een onderwijzer voor sterfelijke zangers en dichters op aarde.

Beslissing over Adonis

De Muzen werden soms ook gevraagd om in andere zaken dan muziek of dans een beslissing te nemen. Zo kwamen Aphrodite en Persephone 1 eens naar Zeus om een beslissing te vragen over Adonis. Beide vrouwen waren gek op hem en wilden de jongen alleen voor zichzelf hebben. Daarop wijst Zeus Calliope aan als scheidsrechter, maar die besliste neutraal door de jongen elk jaar de helft van die tijd aan een van de twee Godinnen toe te wijzen.

Liefdesperikelen

De negen Muzen

Hoewel de Muzen geen angst voor de liefde hebben schenken zij hun harten liever aan muziek en dans. De amoureuze betrekkingen laten zij liever aan anderen over. Ook Liefdesgod Eros kan niet warm voor hen lopen. Tegen zijn moeder, Aphrodite, die hem er eens speciaal naar vraagt, zegt hij: ‘Ach, moeder, ze maken me verlegen. Ze zijn zo groots en altijd aan het studeren en componeren. Ik kijk en luister liever naar hen dan ze met andere zaken bezig te houden.

Maar zo gemakkelijk komen de Muzen er niet altijd van af. Wanneer zij eens op weg naar Delphi, tijdens slecht weer, in Phocis aankomen, worden ze daar uitgenodigd in het huis van Pyreneus. Hij groet de godinnen eerbiedig en zegt schijnheilig: ‘O, dochters van Mnemosyne, aarzel niet en kom binnen smeek ik u. U kunt hier schuilen tegen het slechte weer.’ Vanwege het weer en de uitnodigende woorden stemmen de Muzen in en gaan het huis binnen. Maar toen de bui over was bleek de poort gesloten en wilde Pyreneus zich aan de Muzen vergrijpen. Snel doen de Muzen hun vleugels aan en vliegen weg.

Toch vallen zeven van de negen Muzen voor het mannelijke geslacht. Ze gaan een relatie aan met de god Apollo of één van de Riviergoden. Alleen Clio 1 gaat een relatie aan met een sterveling terwijl Erato 2 en Polymnia voor het leven maagd blijven. Ze verschijnen wel vaak op bruiloften, bijvoorbeeld die van Peleus en Thetis waar zij hun kunsten, samen met Apollo, voor de Goden en stervelingen tentoonspreidden net als op de bruiloft van Eros en Psyche. Maar soms zijn ze ook aanwezig op een minder vrolijke gebeurtenis, zoals de begrafenis van Achilles in Troje waar ze negen nachten lang treurliederen zingen voor de dode held.

Stamboom:

Zeus / Uranus Mnemosyne / Gaea - -
Muzen -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz