Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Neoptolemus - Pyrrha 2

Gezantschap uit Troje

Afstamming

Neoptolemus de zoon van Achilles

Neoptolemus is de zoon van Achilles en Deidamia 1 die op het eiland Scyros werd geboren in de periode dat de jonge Achilles, door zijn moeder Thetis als meisje verkleed, naar dat eiland was gestuurd om te voorkomen dat hij moest deelnemen aan de Trojaanse Oorlog. Vanwege zijn rode haren werd de baby door zijn moeder in eerste instantie Pyrrha 2 genoemd maar kreeg hij later de naam Neoptolemus. Kort voor of na de geboorte van Neoptolemus werd Achilles op het eiland ontmaskert door Odysseus, en ziet hij zich gedwongen om deel te nemen aan de Trojaanse Oorlog. Zo blijft Neoptolemus bij zijn moeder achter op Scyros en groeit op tot een even strijdlustige jongeman als zijn vader.

Gezantschap

Een kleine twintig jaar later komt Odysseus, in gezelschap van enkele andere Grieken, opnieuw naar Scyros. Daar treffen ze de jonge, maar grote en robuuste, Neoptolemus aan die voor de poort van het paleis van zijn grootvader aan het oefenen was met zijn speer en lans, om daarmee een doel te raken vanuit zijn rijtuig dat werd getrokken door vliegensvlugge paarden. Maar zodra Neoptolemus de mannen ziet naderen stopt hij met zijn oefeningen en roept hen toe: ‘Heil aan u, vreemdelingen, welkom in mijn huis en vertel waar u vandaan komt, wie u bent, en met welke noodzaak u naar Scyros bent gekomen.

Vraag uit Troje

Daarop neemt Odysseus het woord en zegt: ‘We zijn vrienden van uw vader Achilles, die helaas in de strijd om Troje gesneuveld is. Ik ben Odysseus en ben vanwege een orakel vanuit Troje naar u toegekomen. Ik smeek u, heb medelijden met ons en kom naar Troje om ons te helpen in onze nood, en een eind aan die langdurige strijd te maken. Onze aanvoerders zijn bereid u grote rijkdommen te schenken, en ikzelf zal u met veel genoegen de wapenrusting van uw gestorven vader geven die door Hephaistus is gemaakt. Bovendien is Menelaus bereid zijn dochter Hermione 1 als vrouw aan u te schenken, inclusief een grote bruidsschat, zodra de muren van Troje zijn vernietigd.

Reactie van Neoptolemus

Als Neoptolemus de boodschap van Odysseus heeft gehoord aarzelt hij geen moment en zegt tegen Odysseus: ‘Als de aanvoerders mij op bevel van een orakel roepen, laten we dan morgenochtend direct bij de dageraad vertrekken zodat ik de Grieken kan helpen. Maar laten we eerst naar binnen gaan en een gastmaaltijd gebruiken zoals dat hoort wanneer er vreemdelingen je huis benaderen. En wat betreft dat huwelijk, dat zullen de Goden te zijner tijd wel beslissen.’ Daarop gaat Neoptolemus het gezelschap voor en leidt hen het paleis binnen naar de ruimte waar Deidamia 1 zat. Hij vertelt zijn moeder wie de vreemdelingen zijn en met welke boodschap ze uit Troje naar Scyros waren gekomen.

Het verdriet van Deidamia 1

Zodra Deidamia 1 hoort dat Achilles was gestorven, en ook Neoptolemus nu naar de strijd wil gaan, greep ze zich vast aan de borst van haar zoon, en kermde luid van verdriet. En in haar ellende riep ze tegen hem: ‘Kind, waarom wil je die vreemdelingen volgen naar die bloedstollende strijd waar vele mannen in sterven? Je bent nog een kind, en kent de gebruiken van de oorlog niet. Luister naar mij, blijf hier in je huis, zodat geen kwade berichten uit Troje mijn oren bereiken, omdat je in de strijd bent gevallen. Zelfs je vader ontsnapte niet aan zijn noodlot en werd in de strijd verslagen.’ Zo jammert Deidamia 1, maar Neoptolemus laat zich niet van zijn stuk brengen en zegt: ‘Houdt moed, moeder, en zet je bange voorgevoel opzij. Niemand wordt in de oorlog gedood tenzij dat is voorbestemd. Als het mijn lot is om vanwege mijn land te sterven, laat mij dan sterven als ik daden heb verricht waardig aan mijn vader’.

Waarschuwing Lycomedes 2

Dan komt ook de oude vader van Deidamia 1, Lycomedes 2, naar zijn kleinzoon toe en zegt: ‘Neoptolemus, ik weet dat je sterk en moedig bent. Maar toch ben ik bang voor jou vanwege die verschrikkelijke oorlog, en vrees de verschrikkelijke zee. Zoals reizigers vaak meemaken als ze de golven bevaren. Wanneer de Zon de Boogschutter heeft gepasseerd, wanneer rukwinden de afnemende storm voortjagen en kijk ook uit als Orion naar het westen gaat en langzaam in de Oceaan zinkt. Pas op voor het moment dat de dagen en nachten even lang zijn, wanneer stormwinden over de afgrond van de zee gieren. Niemand weet wat er gebeurt als zij tegen elkaar botsen in de woede van de strijd. Pas ook op wanneer de Plejaden ondergaan en de zee woest wordt onder hun invloed.’ Toen kuste Lycomedes 2 zijn kleinzoon, wel wetend dat hij toch niet tegen te houden was.

Vertrek van Scyros

Zo werd de beslissing genomen en gaat Neoptolemus de volgende ochtend met Odysseus mee op zijn schip na uitgebreid afscheid te hebben genomen van de huilende Deidamia 1. Hij had zijn moeder wel duizend keer gekust terwijl zij slechts luide jammerklachten en een droevig gekreun liet horen. Eenmaal op zee keek de nog baardloze Neoptolemus voortdurend uit naar Troje en verlangde zijn hart steeds feller naar de strijd met de vijanden die zijn vader gedood hadden. Onderweg vertelde Odysseus hem alle gebeurtenissen die de afgelopen jaren waren gebeurd, en hoe Achilles uiteindelijk was gesneuveld door een pijl van Paris die door Apollo naar zijn kwetsbare hiel was geleid. Vlak voor dat ze in Troje aankomen, zegt Odysseus dat ze op het eiland Lemnos ook nog de boogschutter Philoctetes moeten ophalen. Deze man was, kort voor aanvang van de oorlog, op het eiland achtergelaten vanwege een verschrikkelijk stinkende wond, nadat hij door een slang was gebeten. Volgens het orakel was zijn aanwezigheid, net als die van Neoptolemus, vereist in Troje om de overwinning te kunnen behalen.

Aankomst Lemnos

Bij het eiland aangekomen gaat Odysseus en Neoptolemus omzichtig op de grot af waarin Philoctetes al die jaren eenzaam heeft gewoond. Odysseus verwacht dat Philoctetes hem niet vriendelijk gestemd zal ontvangen en direct een pijl zal afschieten. Daarom stuurt hij Neoptolemus vooruit om de zaak te verkennen en zegt tegen hem: ‘Wanneer Philoctetes vraagt wie je bent, vertel hem dan dat je de zoon van Achilles bent. Maar zeg dat je op weg bent naar huis bent. Je voelt je diep gekrenkt omdat de aanvoerders van het leger, nadat ze je eerst gesmeekt hadden om te komen, weigeren om de wapens van je vader aan jou te geven. Zeg dat Odysseus ze heeft gekregen, en scheldt mij uit voor alles wat lelijk is. Daarop zal hij met je meevoelen en zijn vertrouwen schenken. Probeer daarna zijn boog weg te nemen, want daarmee is hij uiterst trefzeker, en zal ook niet aarzelen om mij neer te schieten.’ Hoewel de Neoptolemus moeite heeft om list en bedrog toe te passen, en liever recht op zijn doel afgaat, laat hij zich door Odysseus overtuigen, en gaat op weg naar de grot.

Philoctetes en Neoptolemus

Neoptolemus en Philoctetes

Zodra Neoptolemus bij de grot arriveert, komt Philoctetes met de boog om zijn schouders uit de grot naar buiten, terwijl zijn been met vuile lappen omzwachteld is, en vraagt hem wie hij is en met welke bedoeling hij naar het eiland is gekomen. Daarop vertelt Neoptolemus het verhaal dat hij met Odysseus heeft ingestudeerd, en doet net of hij niet weet wie Philoctetes is. Dan vertelt Philoctetes zijn levensverhaal, hoe hij de boog van Heracles heeft gekregen en uiteindelijk op dit eiland was gestrand door de beet van een slang die een etterende wond had veroorzaakt. Nadat de twee zo hun belevenissen hebben uitgewisseld zegt Neoptolemus dat hij terug moet naar zijn schip om de reis te vervolgen. Dan smeekt Philoctetes Neoptolemus om hem mee te nemen zodat hij eindelijk dat vervloekte eiland kan verlaten en naar huis kan terugkeren.

Philoctetes overtuigd

Neoptolemus stemt in en de twee gaan op weg naar de kust. Maar dan krijgt Philoctetes een hevige pijnaanval, die door het gif van de slang werd veroorzaakt. Hij kan nauwelijks meer lopen, maar wil toch mee met Neoptolemus, en vraagt hem om zijn boog te dragen. Uiterst welwillend neemt Neoptolemus het gevaarlijke wapen van hem aan, en ondersteunt bovendien de jammerende man naar het schip. Zodra ze daar aankomen ziet Philoctetes Odysseus en ontsteekt in woede, maar kan zonder zijn boog niets uitrichten. Na een verhitte discussie weet Odysseus uiteindelijk Philoctetes te kalmeren, en hem te overtuigen om mee te gaan naar Troje. Omdat volgens het orakel zijn boog daar nodig is, waardoor het ego van Philoctetes wordt gestreeld, is hij bereid om mee te gaan en te helpen de Trojanen te vernietigen. Zo varen ze naar Troje om het orakel in vervulling te doen gaan.

Aankomst in Troje

Aankomst bij het scheepskamp

Als de kust van Troje opdoemt, ziet Neoptolemus de vele schepen op het strand liggen die omringd worden door een wal om ze te beschermen tegen de Trojanen. Hij ziet ook de Grieken, die bovenop de wal staan, en een regen van pijlen en stenen laten neerkomen op de Trojanen waardoor de strijdlust in zijn lichaam opwelt. Zodra het schip over het zand schuurt springt hij dan ook met een luide schreeuw aan land en roept: ‘Vrienden, de Grieken worden belegerd! Laten we snel onze wapenrusting aantrekken, en ons naar de strijd haasten.’ De mannen hebben verder geen aansporing nodig en gaan naar de tent van Odysseus waar hij aan Neoptolemus de wapenrusting van zijn vader geeft. Zodra Neoptolemus zich had omgekleed zien de anderen hoe verbazingwekkend hij op zijn vader lijkt, terwijl hij de zware essenhouten speer in zijn handen balanceert. Dan gaat Neoptolemus, smachtend naar bloed van zijn tegenstanders, naar de wal rond het kamp om strijd te leveren.

Strijd om de wal

Zodra hij bovenop de wal staat flitsen zijn ogen als een leeuw over de aanvallers, die op dat moment, aangevoerd door hun bondgenoot Eurypylus 6 uit Mysië, net daarvoor een grote belegeringstoren tegen de wal hebben gezet. Dan werpt Neoptolemus zich, samen met Odysseus en Diomedes 1, in de strijd en laat net als zijn vader, een luide strijdkreet horen. En overal waar hij kwam, liet hij zijn woede op de tegenstanders neerdalen, en heerste de dood. De Trojanen denken dat Achilles is opgestaan uit de dood, en beginnen zelf van de wal te springen om hun vege lijf te redden. Maar Eurypylus 6 vuurt de Trojanen aan en vertrouwde erop dat deze nieuwe vijand uiteindelijk moe zou worden. Maar Neoptolemus gaat stug door en doodde Celtus 2 en Eubius, twee zoons van Meges 3. Na vele Trojanen te hebben omgebracht komt hij uiteindelijk bij de belegeringstoren aan en weten ze die met gezamenlijke inspanning omver te duwen. Dan valt de avond in en trekken de Trojanen zich een stukje terug op de vlakte.

Welkom van Phoenix 1

Die avond komt Phoenix 1, de oude verzorger van Achilles, op Neoptolemus af met tranen van vreugde op zijn gezicht. Hij omarmt de jongen, kust zijn hoofd en borst, en zegt: ‘Wees gegroet, knappe zoon van Achilles, die ik met mijn eigen handen heb verzorgd, en waarover ik me dagelijks verheugde om zijn gedaante en dapperheid te zien. Jij bent net als hij, ja het lijkt wel alsof hij is teruggekeerd. O was ik zelf maar gestorven terwijl hij nog leefde! Ach kind, mijn treurende hart zal hem nooit vergeten! Maar help nu de Myrmidonen en Grieken in de strijd en richt je wraak op de vijand van je dappere vader. Het zal jouw roem worden om deze oorlogszuchtige Eurypylus 6 te doden. Want jij bent machtiger dan hij, en zal dat, net als je vader en zijn ellendige vader, bewijzen.’ Daarop antwoordde Neoptolemus: ‘Oude, daar zal het lot of de Oorlogsgod wel over beslissen.’ Vervolgens ging hij naar de aanvoerders van het leger die hem met veel eer tussen hun schepen verwelkomden.

Toespraak Agamemnon

Neoptolemus en Agamemnon

Ze vereerden hem met kostbare geschenken, gaven hem de wagen met onsterfelijke paarden die van Achilles waren geweest, en bereidden een voortreffelijke feestmaaltijd tussen de schepen om Neoptolemus een warm welkom te geven. Uiteindelijk spreekt legerleider Agamemnon hem toe: ‘Jij bent in macht en gestalte waarlijk de zoon van Achilles. Mijn hart staat in vuur en vlam als ik jou zie en het lijkt wel alsof ik Achilles zelf tussen de schepen zie, toen zijn schreeuw van woede om de dood van Patroclus 1 de gelederen van de Trojanen deed sidderen. Maar hij is bij de Onsterfelijken, en, buigend vanuit de hemel, stuurt hij jou vandaag om de Grieken op het nippertje van vernietiging te redden. Ik vertrouw erop dat jouw handen de vijanden zullen verslaan en de naam van je vader niet te schande zult maken.’ Gloeiend van vreugde antwoordde Neoptolemus op deze lovende woorden: ‘Mocht ik hem levend ontmoeten, o koning, dan zal hij zien dat de zoon van zijn geliefde de naam van zijn grote vader niet zal beschamen. Ik vertrouw dat het zo zal gaan, als de Goden mij het leven gunnen.

Opening van de strijd

Aan het eind van de avond gaat Neoptolemus naar de tent van zijn vader, waar hij kennismaakt met dien maîtresse, Briseis, die blij is de zoon van haar geliefde te zien. De volgende ochtend staat Neoptolemus bij het krieken van de dag op om de Myrmidonen, de soldaten van zijn vader, te verzamelen en hen toe te spreken. ‘Luister naar mij, landgenoten. Neem de geest van de oorlog op in je hart, zodat we een hel voor onze vijanden worden. Laat niemand bang zijn, want dapperheid is het kind van moed, en angst doodt kracht en geest. Omring jezelf met kracht voor de strijd. Gun de vijanden geen adempauze, zodat zij zullen zeggen dat Achilles nog onder ons is.’ Daarop trekt hij de wapenrusting van zijn vader aan en rijdt met zijn wagen de poorten van het scheepskamp uit om de Trojanen in het open veld te bestrijden, terwijl de rest van het Griekse leger lachend achter hem aan gaat.

Uitdaging van Eurypylus 6

Zodra hij de Trojaanse gelederen bereikt, doodt hij als eerste Melaneus 4 en Alcidamas 2 en de snelle Menes. Terwijl hij verwoestend met zijn zware lans toesteekt volgen de speerwerper Morys 2, Polybus 1 en Hippomedon 2 en versloeg de een na de andere tegenstander. De aarde kreunde onder de Trojaanse lijken en verkruimelde gelid na gelid. Dan komt Neoptolemus tegenover Eurypylus 6 te staan en zijn beiden erop gebrand om de ander te doden. Maar Eurypylus 6 riep eerst uitdagend: ‘Wie ben jij? Waar kom je vandaan om mij hier te weerstaan? Het Lot zal je naar de Onderwereld brengen. Want in de strijd is er nog niemand aan mijn handen ontsnapt. Bij de Scamander hebben de honden hun vlees verscheurd en hun botten afgekloven. Geef antwoord, wie ben jij, en van wie zijn de paarden die jou zo opgetogen voorttrekken?

Reactie van Neoptolemus

Daarop antwoordde de strijdlustige Neoptolemus: ‘Waarom stel jij een vijand vragen, terwijl ik me haast om me in de strijd te werpen, zoals een vriend zou doen over mijn afkomst? Ik ben de zoon van Achilles, die zijn lange speer naar jouw vader wierp, en hem dwong te vluchten! Ja, het doods-lot zou hem hebben ingehaald, maar mijn vader genas hem van de wond. De paarden die mij voorttrekken waren van hem en zijn net zo snel als de wind. Maar nu je mijn afkomst kent, en die van mijn paarden, zal ik je nu kennis laten maken met de kracht van mijn speer!’ Maar nog voordat hij uitgesproken was wierp Eurypylus 6 een grote steen naar Neoptolemus, die midden op zijn schild terecht kwam. Maar, Neoptolemus beefde niet voor die aanval, en weerstond als een gigantisch gebergte de dreun op zijn schild. Maar ook Eurypylus 6 deinsde niet terug voor de zoon van Achilles.

Gevecht met Eurypylus 6

Hun harten kookten van woede toen ze daarna op elkaar afvlogen als woeste leeuwen, terwijl om hen heen de vlammen brulden van de woeste oorlog. Met grote kracht wierpen zij speren naar elkaar, die dorsten naar het levensbloed, en onderbraken geen moment het gevecht. Nu eens sloegen ze op elkaars schild, dan deden ze weer een aanval naar de scheenplaten, of de gekuifde helmen. Geen angst voor wonden hield die angstloze helden terug. Het zweet stroomde van hen af terwijl ze met zware inspanningen hun positie behielden, want beiden stamden af van de Goden. Uiteindelijk vloog de speer van Neoptolemus, met een machtige worp, dwars door de keel van Eurypylus 6 en spoot het bloed tevoorschijn als een fontein. Met rammelende wapens viel hij op aarde en werd het zwart voor zijn ogen. Toen schreeuwde Neoptolemus: ‘Eurypylus 6, je zei dat je de Grieken zou vernietigen. Maar nu heeft mijn vaders stevige speer je aan mij onderworpen!'

Dodelijke strijd

Neoptolemus en Eurypylus

Terwijl hij het wapen uit het lijk trok, deinsden de Trojanen van angst terug toen ze zagen wat er gebeurd was. Vervolgens ontdeed Neoptolemus de dode van zijn wapenrusting en gaf vrienden opdracht om die naar de schepen te brengen. Zelf sprong hij weer in zijn wagen en ging achter de Trojanen aan. Door de aanval werden zijn vijanden op de grond gesmeten en de overdekten ze de aarde met hun lichamen, terwijl de wagenwielen rood kleurden door het vele bloed. De Trojanen zouden hun stad zijn ingevlucht als op dat moment Oorlogsgod Ares 1 hen niet had geholpen, en hen aanmoedigde om de zoon van Achilles massaal aan te vallen. Maar de ontketende Neoptolemus bleef staan en vocht onverschrokken door, en doodde vijand na vijand. Zo sterven achter elkaar Astynous 1, Perimedes 5, Cestrus, Phalerus 3, Perilaus en de speerwerper Menalcas 1. Man na man proefde zijn wraak voor de dood van zijn vader, totdat de duisternis een eind aan de strijd maakte en beide legers zich terugtrokken.

Feest en rouw

Die avond betoonden de Griekse aanvoerders Neoptolemus meer respect dan zijn vader, terwijl ze vrolijk feest vierden in de tent van Agamemnon. Het gezwoeg in de strijd had hem niet vermoeid want Thetis, de moeder van Achilles, had alle pijn uit zijn lichaam weggenomen. Die avond slaapt hij opnieuw in de tent van zijn vader, en droomde van alle tegenstanders die hij naar de Onderwereld had gestuurd. De volgende ochtend weigeren de Trojanen hun stad te verlaten en gaat Neoptolemus naar het graf van zijn vader. Terwijl hij tranen vergoot bij de gedenkzuil riep hij treurend: ‘Gegroet, vader! Hoewel je beneden in de Onderwereld bent, zal ik je niet vergeten. O ik wilde dat ik je levend ontmoet had. Dan hadden we van elkaar genoten, en samen Troje kunnen vernietigen. Maar toch hebben jouw speer en jouw zoon de vijand hevig laten lijden.’ Terwijl hij sprak sneed Neoptolemus een lok van zijn haar en legde die op het graf. Zo bleef de zoon heel de dag en de nacht bij zijn vader, en keerde pas de volgende ochtend terug naar het scheepskamp.

In de aanval

Opnieuw in de aanval

Enkele dagen later weten de Grieken de Trojanen toch weer uit te dagen tot een gevecht, en komen ze hun stad uit. Opnieuw gaat de moedige Neoptolemus de Grieken voor in de strijd, en doodde als eerste Amides, die met zijn paard op hem afkwam, door zijn speer dwars door de buik van de man te steken waardoor alle ingewanden naar buiten puilden. Vervolgens doodde hij Ascanius 2 en Oenops 3 en wie er maar in zijn buurt kwam. Maar ergens anders op de vlakte wisten de Trojanen, die werden aangevoerd door Deiphobus 1, de Grieken terug te drijven naar de Scamander. Toen Neoptolemus vanuit de verte zag hoe daar de ene na de andere Griek stierf, gaf hij zijn wagenmenner Automedon bevel om naar de rivier te rijden. Die gehoorzaamde meteen, en zweepte de onsterfelijke paarden voort naar dat woeste gevecht.

Deiphobus 1

Zodra Automedon de Trojaanse aanvoerder in het oog kreeg zegt hij tegen Neoptolemus: ‘Mijn koning, daar staat Deiphobus 1, de man die voor je vader vluchtte. Maar de een of andere God heeft hem nu met moed gevuld.’ Maar Neoptolemus zweeg tot ze bij elkaar in de buurt waren en sprong toen snel van de wagen. Pas dan doet Neoptolemus zijn mond open en zegt tegen Deiphobus 1: ‘Zoon van Priamus, waarom ben je zo dwaas om deze zwakkere Grieken te doden, die voor je op de vlucht sloegen? Je vindt jezelf dus veruit de sterkste! Als je inderdaad moedig bent, proef dan mijn speer eens in de strijd.’ Daarop sprong hij voorwaarts en zou zijn lans Deiphobus 1 gedood hebben, als Apollo niet had ingegrepen. Die wierp een dicht wolk om Deiphobus 1, en voerde zijn beschermeling af naar Troje. Zo raakte Neoptolemus slechts lege lucht en roept hij luid: ‘Hond, je ontsnapte aan mijn woede! De een of andere God heeft een nevel over je geworpen, en je weggegrist van de dood.

Aanmoediging Grieken

Zodra de wolk is opgetrokken ziet Neoptolemus dat de Grieken voor de muren van Troje in de problemen verkeren, en stuift hij in volle galop terug naar die strijd. Zodra hij daar aankomt, vluchten de Trojanen voor hem weg en roept Neoptolemus tegen zijn kameraden: ‘Luister, vrienden! Vul je harten met onverschrokken kracht, om roem te vergaren in het tumult van de strijd! Kom, dapperen, laten we ons tot het uiterste inspannen totdat we Troje hebben neergehaald! Het zou een smerige schande zijn om hier lang en krachteloos niets te doen, als vrouwen! Laat me sterven voordat men mij een treuzelaar in de oorlog noemt!’ Door zijn woorden vatten de Grieken weer moed en vliegen op de Trojanen af. Maar dan grijpt Apollo in, die vanaf de Olympus naar de strijd keek, en gaat naar Troje.

Apollo en Poseidon

De furieuze Neoptolemus

Toen de voetstappen van de God de aarde deden beven, en zijn luide strijdkreet weerklonk, vatten de Trojanen opnieuw moed. Maar als Apollo op Neoptolemus wil afgaan, om hem te doden, komt Poseidon, in opdracht van Zeus, op Apollo af en roept: ‘Bedwing je woede Apollo, en doodt de zoon van Achilles niet. Zeus zal verbolgen zijn over zijn dood. Nee, keer terug naar de hemel, opdat je ook mij niet boos maakt, en ik een kloof in de aarde maak waar heel Troje in verdwijnt.’ Overtuigd door de broer van zijn vader, en uit vrees voor Troje en haar bevolking, keerde Apollo terug naar de hemel, en Poseidon naar de zee. Maar de Grieken en Trojanen gingen door met vechten en doden.

Neoptolemus blijft doden

Ook Neoptolemus blijft slachtoffers maken onder de Trojanen en hun bondgenoten. Zo doodde hij Laodamas 4 uit Lycia en liet Nirus dood bovenop hem vallen nadat hij zijn speer door de kaak van de man had gestoken en gillend stierf. Vervolgens stak hij Evenor 4 in zijn zijde, dreef zijn speer in de lever van Iphition 2 en doodde Hippomedon 3 als volgende. Als de Trojanen vervolgens massaal voor hem op de vlucht slaan schreeuwt Neoptolemus hen achterna: ‘Lafaards, waarom vluchten jullie als spreeuwen die bang zijn voor een havik die op hen afvliegt? Kom, gedraag je als mannen! Het is veel beter om te sterven in de strijd dan onmannelijk te vluchten!’ Maar zodra de duisternis begint in te vallen wordt de strijd gestaakt, en gaan de Grieken terug naar het scheepskamp om de maaltijd te gebruiken en uit te rusten van de vermoeienissen.

Einde van de strijd

De list

De dagen daarna wordt er opnieuw felle strijd geleverd voor de muren van Troje. Hoewel Neoptolemus en zijn Myrmidonen vele Trojanen weten uit te schakelen lukt het ze niet om hen de genadeslag toe te brengen. Uiteindelijk sluiten de Trojanen zich op in hun stad en komen niet meer naar buiten om de Grieken te weerstaan. Vanaf hun muren schieten ze talloze pijlen op de Grieken af terwijl die vruchteloos trachten om binnen de stad te raken. Als de Griekse aanvoerders, na weer een dag vruchteloze strijd, op een avond bijeen zitten om het plan voor de volgende dag te bespreken stelt Odysseus voor om een list toe te passen. Hij wil een groot Houten Paard bouwen, waarin een aantal Grieken zich moeten verschuilen, en dat op de vlakte achterlaten, terwijl de Grieken net doen of ze de strijd hebben opgegeven en van de kust vertrekken. Als de Trojanen vervolgens het Paard de stad in brengen, als dankoffer aan Athena, kunnen de Grieken, 's nacht als de Trojanen liggen te slapen, stilletjes uit het paard klimmen en de poorten van de stad openzetten voor het heimelijk teruggekeerde leger.

Weerwoord Neoptolemus

Maar het voorstel stuit de strijdlustige Neoptolemus tegen de borst en hij zegt: ‘Dappere mannen treden hun vijanden met open vizier tegemoet! Zij die achter hun muren schuilen, en van hun torens vechten, zijn lafaards! Verwerp deze gedachte aan list en bedrog, want ware helden zwoegen in de oorlog met de speer en zijn de dapperen op hun best in de strijd.’ Maar de overige aanvoerders, uitgezonderd Philoctetes, die net als Neoptolemus nog vol strijdlust is, stemmen voor het voorstel van Odysseus, dat dan ook wordt aangenomen. De volgende dagen is het leger ijverig in de weer met bomen kappen en is na vele dagen zwoegen het Paard gereed om op de vlakte achtergelaten te worden, en scheept het leger zich in om van de kust te vertrekken. Alleen de mannen die zich in het Paard zullen verstoppen blijven achter. Ook Neoptolemus, die zich had neergelegd bij het besluit bevindt zich in deze groep.

Neoptolemus en Nestor

Dan zegt de oude Nestor tegen de mannen: ‘Nu is de tijd aangebroken voor moed en kracht, en brengen de Goden ons het einde van ons zwoegen. Kom, dapperen en betreed dit holle Paard, waar veel moed voor nodig is. O dat mijn lichaam nog net zo machtig was als vroeger’. Dan zegt Neoptolemus tegen hem: ‘Nestor, in wijsheid ben je de beste van alle mannen, maar je leeftijd heeft je in zijn greep gevangen. Je kracht komt niet meer overeen met je wens, en moet met de anderen mee vertrekken. Wij jeugdigen zullen in hinderlaag gaan liggen, nog steeds onverzadigbaar van de strijd, zoals jij, oude man, ook eens was.

Het paard in

Dan loopt Nestor naar hem toe, kust zijn handen en hoofd en zegt: ‘Jij bent een ware zoon van je vader, Achilles. O, ik weet zeker dat door jouw handen de Grieken Troje zullen verwoesten. Eindelijk, na lang lijden, zal roem ons ten deel vallen.’ Glimlachend reageert Neoptolemus: ‘Oude vader, als je op je hart vertrouwt, wordt het genadig toegestaan in antwoord op onze gebeden. Dit zou het beste voor ons zijn, maar als de Goden anders beslissen, dan zij het zo. Ja, ik sterf liever met roem in de strijd dan schaamtevol te vluchten van Troje.’ Dan trekt hij de wapenrusting van zijn vader aan, en gaat als eerste van iedereen het Paard in om de genadeslag aan de Trojanen toe te brengen. De laatste die het paard betrad was Epeius, de bouwer van het Paard, die het geheime luik van binnen afsloot, en moeten de mannen gelaten afwachten of de Trojanen in de valstrik zullen trappen.

Begin van de aanval

Ondanks waarschuwingen van hun ziener trappen de Trojanen toch in de list van de Grieken, en trekken het paard de stad in, waarna ze een groot feest organiseren als ze zien dat ook het Griekse leger is vertrokken. Als die nacht de Trojanen, dronken van de wijn, liggen te slapen komen de Grieken het paard uit en openen de poorten in de muur om het leger, dat stilletjes was teruggekeerd, de stad binnen te laten. Terwijl de Grieken moordend en brandstichtend door de stad trekken gaat Neoptolemus, en enkele anderen, vol strijdlust naar het paleis van koning Priamus. Met een bronzen bijl hakt hij daar de poort open, die al snel onder zijn geweldige slagen bezwijkt, en doodt de mannen die de poort bewaakten. Moordend gaat hij vervolgens het paleis binnen, waar het gegil van de vrouwen luid weerklonk, en stuit al snel op enkele zoons van de oude koning

Priamus’ zoons

Neoptolemus en Priamus

Als eerste doodde hij Pammon 1 en smeet daarna diens broer Antiphonus over hem neer. Dan treft hij Agenor 1 waar Neoptolemus een felle tweestrijd mee voert. Maar Agenor 1 is geen partij voor Neoptolemus, die hem als snel achterlaat bij de stapels lijken die langs zijn pad lagen. Dan stuit Neoptolemus op Polites 1, een opnieuw een zoon van Priamus, en weet die aan zijn hand te verwonden voordat hij weet te ontsnappen. Vol bloeddorst gaat Neoptolemus achter Polites 1 aan, die naar zijn vader vlucht, en weet hem midden in het paleis bij het huisaltaar in te halen, waar ook de oude Priamus en zijn vrouw Hecabe 1 zijn. Voor hun ogen steekt Neoptolemus zijn lans door het lichaam van Polites 1 en zakt die stervend in elkaar.

Priamus

Toen de oude Priamus hem zag en herkende, sprak hij hunkerend naar de dood: ‘Meedogenloze zoon van Achilles, dood me, en heb geen medelijden met mijn ellende. Ik verlang er niet meer naar om het licht van de Zon nog eens te zien, en wens samen met mijn zoons te steven, om de angst en verschrikkingen van de oorlog te vergeten. O, dat je vader mij gedood had, voordat mijn ogen Troje zagen branden. Hij spaarde mij toen ik om het lichaam van mijn zoon Hector kwam vragen. Maar jij, verrijk jouw brandende hart met mijn bloed, en laat me mijn pijn vergeten.’ Zonder te aarzelen antwoordde Neoptolemus: ‘Ik zal je gebed graag verhoren, oude man! Een vijand zoals jij laat ik niet in leven. Want er is niets waardevoller voor een man dan het leven.’ En met één slag van zijn zwaard sloeg hij eenvoudig dat grijze hoofd af.

Einde van de oorlog

Zo moorden de Grieken in één nacht nagenoeg heel de mannelijke bevolking van Troje uit, en staken de stad in brand. De vrouwen die ze tegenkomen nemen ze gevangen en voeren hen af naar het scheepskamp om als slavinnen mee naar Griekenland te nemen. Zo krijgt Neoptolemus Andromache te pakken, de vrouw van Hector, en haar jonge zoontje Astyanax 1. Zonder enige schroom rukt hij de kleine jongen van de boezem van zijn moeder, en werpt hem met een grote zwaai van de muur naar beneden. De volgende ochtend zijn de gevechten voorbij en is Troje vernietigd. Ook Menelaus had zijn vrouw Helena, om wie de oorlog was ontstaan, gevonden en laat haar, net als Andromache naar het scheepskamp afvoeren. De volgende dag verdelen de Grieken de buit, die ze in Troje hebben buitgemaakt, onder de aanvoerders en krijgt Neoptolemus naast vele kostbaarheden ook Andromache toegewezen als slavin. Zo voerde elke Griek wel een Trojaanse vrouw naar zijn schip en steeg er onder die vrouwen een luid en ellendig gejammer op toen ze van hun dierbaren werden gescheiden.

Een droom

Als Neoptolemus die avond in zijn tent ligt te slapen verschijnt plotseling Achilles in zijn droom, die tegen hem zegt: ‘Welkom, mijn zoon! Wees niet bedroefd om je dode vader, want ik ben onder de Gezegenden. Als je gedachten goed zijn, zijn ook je daden goed. Volg daarom het pad van de roem, laat je hart niet door teveel zorgen kwellen, en wees vriendelijk tegen vrienden. Maar zeg nu tegen de Grieken dat als ze mijn gezwoeg in de strijd in hun harten willen herinneren, ze de dochter van Priamus, Polyxena 1, naar mijn graf moeten brengen, die ik als mijn aandeel in de buit claim, en ze haar daarom moeten offeren. Anders zal mijn woede erger branden dan toen met Briseis, en zal ik de golven in grote beroering brengen om hun thuisreis te bemoeilijken. Maar wanneer ze het meisje geofferd hebben, zal ik niet wrokkig zijn.’ Daarna verdween Achilles en werd Neoptolemus wakker, terwijl zijn hart warm klopte voor zijn vader.

Polyxena 1 wordt gehaald

Het offer van Polyxena

Terwijl het leger druk bezig is om de schepen te laden roept Neoptolemus de aanvoerders bijeen, en vertelde hen de opdracht van zijn vader. Terwijl ze luisterden begon een felle stormwind te waaien en begrepen de Grieken dat ze niet konden vertrekken voordat deze opdracht van Achilles was uitgevoerd. Onmiddellijk sturen de aanvoerders Odysseus naar Polyxena 1 om haar naar de grafheuvel van Achilles te brengen waar Neoptolemus haar haar kan offeren. Even later komt Odysseus met het meisje aanlopen, en slaat bij Neoptolemus de weerzin toe om het mooie meisje te doden. Maar zij loopt trots en met opgeheven hoofd naar hem toe en zegt: 'Laat nu dit bloed maar vloeien, en doe het zonder uitstel! Steek dat wapen in mijn hals of hier, mijn boezem! Maar denk maar niet de Goden met zo’n offer te behagen. Ik betreur alleen dat mijn moeder, die al zoveel geleden heeft, dit moet zien. Laat mij vrijwillig naar het rijk der schimmen afdalen, nee blijf daar staan en raak mij als vrouw niet met je mannenhanden aan. Mijn bloed zal voor Achilles meer waard zijn als het vloeit in vrijheid. Maar wanneer mijn laatste woorden nog iemand roeren, geef me dan zonder losgeld aan mijn moeder terug, en gun haar het recht om mij te begraven.

Dood Polyxena 1

Gesterkt door haar woorden pakt Neoptolemus de linkerhand van Polyxena 1, terwijl zijn rechterhand op het graf van Achilles rust, en zegt: ‘Luister, vader, naar het gebed van je zoon en de gebeden van alle Grieken, en wees niet meer boos op ons! Zie, we vervullen nu je wens. Wees vriendelijk voor ons, en schenk ons een mooie thuisreis waarvoor we hebben gebeden.’ Dan steekt hij zijn zwaard in de hals van het meisje. Onmiddellijk kalmeerden de golven en werd de zee weer rustig. Gerustgesteld gaan de Grieken daarop naar hun schepen en vertrekken om na tien jaar eindelijk weer naar huis te gaan. Maar als ook Neoptolemus in zijn schip wil stappen kom Thetis, de moeder van Achilles, naar hem toe en haalt hem over om twee dagen te wachten, en offers te brengen aan de Goden. Neoptolemus gehoorzaamt Thetis die zo voorkwam dat Neoptolemus stierf in de storm waardoor vele Grieken verdronken, en hun huizen nooit meer terug zagen.

Latere gebeurtenissen

Thracië

Na twee dagen vaart Neoptolemus weg, in gezelschap van de Trojaanse ziener Helenus 1 die ook tot zijn oorlogsbuit hoorde, en haalt onderweg zijn moeder Deidamia 1 van het eiland Scyros op. Daarna komt hij echter in een storm terecht en strandt op de kust van Thracië. Belust op strijd valt Neoptolemus daar de stad van koning Harpalycus 2 aan. Maar omdat enkele van zijn schepen waren vergaan had Neoptolemus te weinig manschappen tot zijn beschikking en werd verdreven door de dochter van Harpalycus 2, Harpalyce 2. Dan adviseert Helenus 1 hem om naar het gebied van de Molossiërs te gaan. Neoptolemus besluit om zijn raad op te volgen en gaat met zijn Myrmidonen te voet op weg naar het gebied.

Molossië en kinderen

In Elis aangekomen weet Neoptolemus de plaatselijke bevolking te verslaan, en roept zichzelf uit tot koning van het gebied. Uit dankbaarheid voor zijn advies geeft Neoptolemus aan Helenus 1 zijn moeder Deidamia 1 als vrouw terwijl hij zelf regelmatig het bed opzoekt van de slavin Andromache die hij zwanger maakt van de zoon Molossus. Zo blijft Neoptolemus bij de Molossiërs in Epirus wonen en wordt hij bij Andromache, na Molossus, vader van nog drie zoons: Amphialus 2, Pielus en Pergamus, en een dochter Olympia. Volgens een enkele mythe werd Neoptolemus in deze periode door de ouders van de omgekomen vrijers ook aangesteld als rechter over Odysseus. Volgens deze mythe veroordeelde hij Odysseus tot verbanning, omdat hij dacht zo diens eiland in zijn macht te krijgen.

Peleus

Enkele jaren later bereikt Neoptolemus het bericht dat zijn grootvader Peleus door Acastus uit zijn koninkrijk Phthia in Thessalië was verdreven. Om dit onrecht ongedaan te maken stuurt hij twee mannen, Chrysippus 3 en Aratus, naar Phthia om de situatie te verkennen. Nadat de twee hem uitgebreid verslag hebben uitgebracht brengt Neoptolemus zijn vloot in gereedheid en vaart naar de kust van de Sepiaden. Na een woeste storm op zee trof hij daar zijn grootvader Peleus aan, die zich had verscholen in een donkere grot, en naar zijn kleinzoon uitkeek. Toen Peleus aan Neoptolemus had verteld wat hem allemaal was overkomen, begon de laatste een plan uit te werken hoe hij het beste Acastus kon aanvallen. Toevallig hoorde hij op dat moment dat de zoons van Acastus, Menalippus en Plisthenes 3, er aankwamen om in de buurt van Peleus’ grot te gaan jagen. Dan vermomt Neoptolemus zich als iemand uit Iolcus en gaat de jongemannen tegemoet.

Wraak

In die hoedanigheid stelt hij zich voor aan de twee broers en vroeg hun instemming om deel te mogen nemen aan hun jachtpartij. Dit werd goedgekeurd, en ze trekken samen de bossen in waar Neoptolemus het tweetal met zijn lans naar de onderwereld stuurt. Korte tijd later ging de slaaf van de broers, Cinyras 2, op zoek naar zijn meesters en werd eveneens gegrepen en gedood door Neoptolemus. Maar niet voordat hij van Cinyras 2 had gehoord dat ook Acastus er aankwam. Opnieuw vermomde Neoptolemus zich, ditmaal in de gedaante van Mestor 1, de zoon van Priamus, en ontmoette zo Acastus. Zodra hij hem ontmoet stelt Neoptolemus zich voor als Mestor 1 en zegt dat Neoptolemus, vermoeid van zijn zeereis, in de grot lag te slapen.

Koning van Phthia

Omdat Acastus er zeer naar verlangde om zijn vijand in de val te lokken, ging hij direct op weg naar de grot. Maar daar was Thetis die hem verbood om binnen te komen. Ze schold Acastus uit vanwege zijn misdaden tegen het huis van Achilles en tegen de wetten van de Goden. Maar daarna gebruikte ze haar invloed om hem te redden voor de wraak van Neoptolemus, want zij drong er bij haar kleinzoon op aan om af te zien van verdere wraak en dood. Dankbaar voor zijn onverwachte ontsnapping, stond Acastus toen bereidwillig de controle over zijn koninkrijk aan Neoptolemus af. Zo werd Neoptolemus koning over Phthia en ging samen met Peleus en zijn grootmoeder Thetis naar de stad waar hij warm verwelkomd werd door de bevolking.

Huwelijk met Hermione 1

De beeldschone Hermione

Dan herinnert Neoptolemus zich de belofte van Menelaus in Troje om hem zijn dochter Hermione 1 als vrouw te schenken. Volgens enkele mythen was Hermione 1 echter al getrouwd met Orestes 2, maar wilde Menelaus niet op zijn gegeven woord terugkomen, en nam zijn dochter weer van Orestes 2 af. Daarna wordt een grootse bruiloft gevierd en gaat Hermione 1 met haar nieuwe man mee naar zijn huis in Phthia. Hoewel de twee regelmatig het bed met elkaar delen blijft het huwelijk kinderloos en wordt Hermione 1 steeds jaloerser op Andromache die Neoptolemus al vele kinderen had geschonken. Gefrustreerd omdat ze zelf maar kinderloos blijft, behandelt Hermione 1 Andromache steeds slechter en beraamt uiteindelijk plannen om haar te vermoorden.

Opruiing door Orestes 2

Op dat moment gaat Neoptolemus nietsvermoedend naar Delphi om een dankoffer aan Apollo uit te brengen. Maar ook Orestes 2 gaat naar Delphi en stookt de bewoners tegen Neoptolemus op door te zeggen dat hij het heiligdom in brand wil steken, vanwege de betrokkenheid van Apollo voor zijn hulp bij het doden van Achilles. Hierdoor gaat een golf van laster door de stad en vragen de tempelwachters aan Neoptolemus wat hij komt doen. Als Neoptolemus zegt dat hij zijn spijt komt betuigen, omdat hij in het verleden genoegdoening had geëist van Apollo, geloven ze hem niet maar laten hem wel binnen in het heiligdom. Ze laten echter ook de met een zwaard gewapende Orestes 2, en enkele kwade stadsbewoners, binnen om de weerloze Neoptolemus te doden.

Steniging

Terwijl Neoptolemus tot de God aan het bidden is wordt hij onverhoeds door het zwaard van Orestes 2 getroffen maar is de wond niet dodelijk. Geschrokken staat hij op en roept met luide stem: ‘Waarom wilt u mij doden? Wat heb ik u misdaan?’ Maar niemand geeft antwoord en beginnen de omstanders een regen van stenen naar hem te gooien waardoor Neoptolemus de ene na de andere wond oploopt. Maar de omstanders kennen geen genade en blijven stenen gooien waardoor Neoptolemus uiteindelijk hevig bloedend op het tempelterrein in elkaar zakt en sterft. Vervolgens sleuren ze zijn lichaam naar buiten en werpen dat voor de tempel op de grond. Daar treffen enkele bedienden even later hun meester aan en brengen hem naar huis. Daar werd Neoptolemus gecremeerd en zijn as uitgestrooid over Ambracia, dat in de buurt van Epirus lag.

Stambomen:

Achilles Deidamia 1 Eetion 1 Chryseis 1
Neoptolemus Andromache
Amphialus 2, Olympia, Molossus, Pielus, Pergamus

Achilles Deidamia 1 Menelaus Helena
Neoptolemus Hermione 1
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz