Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Nestor

Algemeen

Nestor is de jongste van twaalf zonen die Neleus en Chloris 1 in de stad Pylos in Thessalië op de wereld zetten. Nestor zou een lang leven bemeten worden vanwege de gunst van Apollo, als genoegdoening voor het doden van alle broers en zussen van zijn moeder Chloris 1. Dankzij deze gunst zou Nestor drie generaties overleven voordat hij uiteindelijk als een zeer oude, maar nog vitale, man zou sterven. In zijn jeugd was Nestor een strijdlustige jongeman die graag op avontuur ging en niet schroomde om de wapens te gebruiken. Later, toen de jaren begonnen mee te tellen, groeide hij uit tot een welbespraakte man, die graag uitgebreid over zijn jeugd vertelde aan ieder die het maar wilde horen, maar ook in staat was om wijze adviezen aan de jongeren te verstrekken bij een probleem.

Jeugd Nestor

Buste van de oude Nestor

Veediefstal

Tijdens zijn jeugd, waarin Nestor uitgroeit tot een grote en brede man die van vitaliteit bruiste, kregen de bewoners van Pylos ruzie met de mensen uit Elis vanwege een veediefstal. Dan trekt Nestor met een groep jongemannen naar Elis om daar de kudde van Hypeirochus te plunderen. Daar stuiten ze op Itymoneus 1, de zoon van Hypeirochus, die een aantal boeren om zich heen had verzameld om de kudde te verdedigen. Zodra Nestor hem in het oog krijgt, werpt hij zijn speer naar Itymoneus 1 en treft hem dodelijk. Daarna stuiven de boeren van schrik uiteen en gaan er als een haas vandoor. Vervolgens neemt Nestor vijftig schapen en evenzovele schapen en varkens mee, en steelt bovendien honderdvijftig kastanjebruine merries met de nodige veulens.

Reactie uit Elis

Die nacht drijven ze de dieren naar Pylos en is Neleus, bij zijn thuiskomt, zeer verheugd over de mooie buit die zijn jongste zoon had meegebracht. Neleus verdeelt het vee vervolgens onder de inwoners van Pylos die nog oude rekeningen te vereffenen hadden met inwoners van Elis. Maar de bewoners van Elis laten deze diefstal niet over hun kant gaan en rukken met een leger op naar de grens van Pylos. Gelukkig waarschuwde de Godin Athena Neleus voor de aanval, en gaat hij met zijn leger naar de burcht Tryoessa waar de aanvallers een beleg hadden geslagen. Vanwege zijn leeftijd verbiedt Neleus zijn jongste zoon echter om mee te gaan en moet thuisblijven.

Oorlogservaring

Maar de strijdlustige Nestor trekt zich niets aan van het verbod van zijn vader en gaat lopend, omdat Neleus de paarden verstopt had, naar de strijd. Zodra de zon opkomt, valt Neleus met zijn leger de nietsvermoedende Epeërs aan en is Nestor de eerste die een vijand uitschakelt door hun aanvoerder, de wagenrijder Mulius 1, met zijn speer vol in de borst te raken. Zo verovert de lopende Nestor een paard en strijdwagen, en rijdt op de Epeërs af. Die verbreken de slagorde, als ze hun leider zien sneuvelen, en stuiven in alle richtingen uiteen. Nestor gaat achter de vluchters aan en verovert nog eens vijftig strijdwagens. Als hij echter de twee Molionen, Cteatus en Eurytus 1, wil doden worden die gered door Poseidon. Uiteindelijk behalen de Pyliërs een prachtige overwinning, en is Nestor een man geworden door zich een waardig krijger onder de mannen te betonen.

Strijd met Arcadië

Vol zelfvertrouwen neemt Nestor ook deel aan de strijd met de Arcadiërs die bij de rivier Iardanus gevoerd wordt. Daar worden de mannen van Pylos uitgedaagd door de sterke Ereuthalion die de wapenrusting van koning Areithous 1, bijgenaamd de knuppellaar, draagt. Als niemand de uitdaging durft aan te nemen, stapt Nestor naar voren om de Arcadiër in het strijdperk tegemoet te treden. Ondanks zijn jeugdige leeftijd weet Nestor, geholpen door de Godin Athena Ereuthalion in een tweekamp te verslaan en vluchten daarna de overige Arcadiërs.

Heracles

Enige tijd later komt Heracles naar Neleus, nadat hij Iphitus 4 had gedood, en vraagt hem ritueel te reinigen van deze bloedschuld. Daarop pleegde Neleus overleg met zijn zoons en die vonden allemaal, met uitzondering van Nestor, dat hij de rite van zuivering niet moest uitvoeren. Zodra Heracles dit te horen krijgt is hij diep beledigd, maar vertrekt zonder een van zijn beruchte woedeaanvallen te krijgen. Neleus is er echter niet gerust op en stuurt Nestor naar de stad Gerenon, om daar verder opgevoed te worden tot een uitstekende ruiter. Deze maatregel bleek niet ongegrond, want enige tijd later keert Heracles met een leger terug naar Pylos, vernietigt de stad, en doodt Neleus en al zijn andere zoons.

Huwelijk en kinderen

Zodra Nestor over de dood van zijn vader en broers hoorde keert hij terug naar Pylos, om de stad weer op te bouwen, en het koningschap op zich te nemen. Daar trouwt hij, zodra hij de huwbare leeftijd bereikte, met Anaxibia 1, de dochter van Clymenus 5. Het is een vruchtbaar huwelijk want Nestor krijgt in de loop der jaren zeven zoons met de namen Antilochus, Aretus 2, Echephron 1, Perseus 2, Pisistratus, Stratichus en Thrasymedes 1, en de twee dochters Pisidice 2 en Polycaste. Volgens de schrijver Hyginus werd Antilochus, om onduidelijke reden, te vondeling gelegd op de berg Ida waar hij door een vrouwtjeshond gezoogd werd. Later zouden vader en zoon weer herenigd worden want Antilochus ging, samen met zijn broer Thrasymedes 1, met Nestor mee naar de Trojaanse Oorlog.

Everzwijn 2 van Calydon

De jacht op het Everzwijn

Maar voor die tijd beleefde Nestor nog vele andere avonturen. Zo gaf hij gehoor aan de oproep van koning Oeneus 1 uit Calydon als die om hulp vraagt wanneer zijn landerijen worden verwoest door een reusachtig Everzwijn 2. Net als vele andere jongemannen gaat Nestor naar het hof van de koning waar ze negen dagen lang gastvrij worden ontvangen. Er dreigt onder hen nog even een onderlinge strijd uit te breken als ook de jageres Atalanta zich aanmeldt voor de jacht, maar weet Meleager, de zoon van koning Oeneus 1, de gemoederen te bedaren en begint het gezelschap aan de jacht. Nadat ze het dier gelokaliseerd hebben proberen de jagers het beest te verwonden, en werpen vruchteloos enkele speren. Maar hierdoor wordt het monsterlijke Everzwijn 2 alleen maar woester, en bijt een van de jagers dood. Ook Nestor zou voor zijn tijd om het leven gekomen zijn als hij niet snel in een boom geklommen was. Uiteindelijk weten de jagers het Everzwijn 2 te doden en keert Nestor terug naar Pylos.

Bruiloft Pirithous 1 en Hippodamia 1

Wanneer Pirithous 1 in het huwelijk treedt met Hippodamia 1 wordt ook Nestor uitgenodigd voor de bruiloft. Tijdens het feestmaal, dat na de plechtigheid gegeven wordt, zijn ook vele Lapithen en Centauren aanwezig. Zoals gebruikelijk op een bruiloft vloeit de wijn overdadig waardoor de Centauren, die geen wijn gewend zijn, al snel dronken worden. Zodra een van hen in aangeschoten toestand de bruid probeert te verkrachten breekt er een bloedige strijd op leven en dood uit tussen de Lapithen en Centauren. Ook Nestor neemt deel aan de strijd en klimt op de rug van de Centaur Monychus in een poging om hem met zijn blote handen te doden. Maar die weet de belager van zijn rug te werpen, en vlucht de feestzaal uit naar buiten. Uiteindelijk worden vele Centauren gedood en de rest op de vlucht gejaagd en heeft Nestor weer een prachtig verhaal om later te vertellen aan zijn toehoorders.

Argonauten

Maar het avontuur blijkt Nestor lokken, en hij meldt zich bij Iason in Iolcus wanneer die vrijwilligers zoekt om een tocht te ondernemen naar Colchis om de vacht van de Gouden Ram 1 te veroveren. Zo vaart hij, samen met vijftig andere jongemannen, met het schip de Argo uit om aan een avontuurlijke reis te beginnen. Over zijn daden tijdens deze tocht zijn slechts twee vermeldingen in de mythen overgeleverd. Zo doodt hij Amastrus tijdens de nachtelijke strijd met de Dolionen, terwijl hij de Argonauten aanspoort om geen buit te nemen voordat alle tegenstanders zijn gedood. En ook tijdens de gevechten met het opstandelingenleger van Perses 2 in Colchis staat Nestor zijn mannetje door de jonge Helix 3 te doden met zijn speer. Ongeveer een jaar na het vertrek uit Colchis keert Nestor weer heelhuids terug in Iolcus en gaat hij terug naar zijn vrouw in Pylos.

Begrafenis Amarynceus

Intussen zijn de betrekkingen met de Epeërs verbeterd en wordt Nestor uitgenodigd voor de spelen die voor de gestorven koning Amarynceus georganiseerd worden. Samen met vele andere mannen uit Pylos gaat hij naar Boeprasion om deel te nemen aan de wedstrijden. Met het boksen wint hij van Clytomedes, de zoon van Enops 2. Door Ancaeus 2 uit Pleuron wordt Nestor daarna uitgedaagd voor een wedstrijd worstelen, maar is hij ook deze tegenstander de baas. Tijdens de hardloopwedstrijd wint hij van Iphiclus 1, die ook niet de eerste de beste was, en komt met de werpspeer als beste uit de bus, en gooit hij verder dan Phyleus 1 en Polydorus 2. Alleen op zijn specialiteit, het wagenmennen, wordt hij verslagen door de Molionen, die wederom werden geholpen door Poseidon.

Opnieuw Heracles

Tijdens de Tocht van de Argonauten had Nestor vriendschap gesloten met Heracles. Deze komt enige tijd later bij Nestor om hulp vragen, vanwege de weigering van koning Laomedon 1 uit Troje om zijn dochter af te staan nadat hij haar had gered van een zeemonster 2. Heracles wil wraak nemen en verzamelt een groot leger om naar Troje te gaan. De strijdlustige Nestor aarzelt geen moment en zegt zijn steun toe. Zo gaat hij, samen met vele andere roemrijke namen en Heracles, naar Troje waar ze ’s nachts met hun vloot bij kaap Sigeum aankomen. Terwijl Heracles zijn leger landinwaarts leidde blijft Nestor met zijn mannen achter bij de schepen om die te bewaken. Daar wordt hij aangevallen door de mannen van koning Laomedon 1 maar weet Nestor de aanval manmoedig af te slaan. Even later keert ook Heracles terug die Laomedon 1 in de rug aanvalt. Dan is het snel afgelopen voor Laomedon 1 en zijn mannen die allemaal worden gedood.

Aanloop Trojaanse Oorlog

Bezoek Menelaus

Nestor van Pylos

Zo verstreken de jaren voor Nestor en had hij al twee geslachten overleefd. Hij was intussen een oude grijze man geworden, met een grote haakneus, naar wiens raadgevingen graag geluisterd werd, en een uitstekende redenaar. Dan krijgt Nestor bezoek van de radeloze Menelaus uit Sparta die hem vertelt dat zijn vrouw Helena is geschaakt door de Trojaan Paris. Nestor adviseert Menelaus om met Agamemnon, de machtige koning van Mycene en broer van Menelaus, te overleggen wat hij moest doen. Daarop gaan ze samen naar Mycene waar Agamemnon met stijgende verontwaardiging het verhaal aanhoort. Hij besluit om een groot leger van Griekse vorsten op de been te brengen en een strafexpeditie naar Troje te organiseren om Helena terug te halen en de Trojanen te vernietigen.

Bezoek aan Achilles

Dus worden de diverse boodschappers door heel Griekenland gestuurd om de vorsten over te halen deel te nemen aan de strijd. Ook Nestor gaat samen met Odysseus op pad en komen bij de oude Peleus om daar de jonge Achilles te vragen ook mee te doen aan de strijd. Op het moment dat ze in de poortopening verschijnen is Peleus bezig een offer aan Zeus te brengen terwijl Achilles en zijn vriend Patroclus 1 het vlees bereiden. Achilles ziet het tweetal en neemt Nestor bij de hand om hem naar binnen te begeleiden. Eenmaal binnen geeft hij de gasten een stoel en verschaft hen een heerlijke maaltijd. Als ze uitgegeten zijn vertelt Nestor het doel van hun bezoek en vraagt of Patroclus 1 en Achilles interesse hebben om deel te nemen. De twee jongemannen aarzelen geen moment en zeggen beiden toe om een groot aantal mannen op de been te brengen.

Vertrek uit Aulis

Nagenoeg alle vorsten uit Griekenland beloven deel te nemen aan de strijd en verzamelen zich in de haven van Aulis om daarvandaan naar Troje te varen. Ook Nestor brengt een groot leger op de been, met soldaten uit Pylos en omgeving, en arriveert met negentig schepen in Aulis. Als onderbevelhebber neemt Nestor zijn oudste zoons Antilochus en Thrasymedes 1 met zich mee. In de havenplaats worden de nodige vergaderingen gehouden waarbij Nestor de aanvoerders regelmatig toespreekt, en hen van wijze raadgevingen voorziet. Na het offer van Iphigenia vertrekt uiteindelijk een vloot van ruim duizend schepen, met elk meer dan vijftig soldaten aan boord, naar Troje om daar een oorlog te voeren die tien jaar zou duren voordat de Trojanen door de knieën gaan.

Negen jaar oorlog

Omdat Troje was omringd met een onneembare muur bleek het voor de Grieken geen eenvoudige opgave om de Trojanen te vernietigen. Hoewel die regelmatig de stad uitkomen om de Grieken te weerstaan, lukt het de Grieken niet om Troje te vernietigen, en sleept de strijd zich jarenlang voort zonder dat een van de partijen de overhand weet te behalen. Ondanks zijn hoge leeftijd neemt Nestor in die periode regelmatig deel aan de overvallen die Achilles organiseert om omliggende landen en steden te plunderen en voorraden voor het leger te bemachtigen. Tijdens een van de tochten maakt hij de mooie Hecamede buit. Achilles neemt haar mee naar het Griekse scheepskamp, waar zij als dienstmeid het eten en drinken van Nestor moet verzorgen. Ook helpt Hecamede Nestor en zijn gasten, bij het wassen of het reinigen van opgelopen wonden. Maar de voornaamste taak van Nestor is toch het adviseren van de aanvoerders tijdens de raadsvergaderingen die ze regelmatig hielden. Zo is hij ook degene die er met zijn redenaarstalent voor zorgt dat Agamemnon als legerleider mag aanblijven, als de strijd zich maar voortsleept zonder resultaat, en de andere aanvoerders beginnen te twijfelen aan zijn leiderschap.

Begin van het tiende jaar

Ruzie Agamemnon en Achilles

In het tiende jaar van de oorlog, wanneer Apollo een pestepidemie op het Griekse legerkamp heeft losgelaten, is Nestor aanwezig als Agamemnon en Achilles ruzie krijgen over het bezit van twee krijgsgevangen meisjes. Wanneer de woordenstrijd tussen die twee hoog oploopt springt Nestor op en neemt het woord. ‘Ach, wat voor ramp treft de Grieken nu! Als de Trojanen deze ruzie tussen jullie kenden, zouden zij van juichen van blijdschap. Luister dus naar mij. Mijn leven lang heb ik in het gezelschap verkeerd van mannen die beter waren dan jullie, en toch luisterden ze naar mijn raad. Dat moeten jullie twee ook doen. Agamemnon, vergeet uw recht als legerleider en laat Achilles het meisje Briseis behouden. En Achilles, laat je ruzie met Agamemnon varen. Zijn gezag komt van Zeus en dwingt ons tot respect. Hoewel je een Godin als moeder hebt, en van beiden zeker de sterkste bent, is Agamemnon toch je meerdere omdat hij het bevel over het leger voert. Tegen Agamemnon zeg ik dat hij onze grootste steun in de strijd, Achilles, met rust moet laten en hem het meisje moet laten houden.’ Helaas lukt het Nestor niet om vrede te stichten tussen de twee stijfkoppen, en eist Agamemnon de vriendin van Achilles op. Van woede besluit Achilles vervolgens om niet meer mee te vechten met de Grieken.

Droom van Agamemnon

De volgende ochtend roept Agamemnon zijn legerleiders bij het schip van Nestor bijeen en vertelt hen dat Zeus hem ’s nachts een droom heeft gestuurd. ‘In de gedaante van Nestor vertelde Hij me dat wij de Trojanen onmiddellijk aan moeten vallen.’ zo vertelt hij. ‘Hera heeft de andere Goden overtuigd, en hen allen tot haar standpunt overgehaald dat de stad met de grond gelijk gemaakt moet worden. Maar voordat we aanvallen, moet ik eerst het leger toespreken en hun vechtlust op de proef stellen. Als ik ze vertel dat wij de strijd opgeven, en ze naar huis mogen, moeten jullie tussen hen in staan en ze aanmoedigen om hier te blijven en de strijd voort te zetten.’ Als Agamemnon gaat zitten staat Nestor op en zegt: ‘Vrienden, aanvoerders en raadgevers. Als iemand anders ons deze droom had verteld dan zouden wij deze droom bedrieglijk en verraderlijk genoemd hebben. Maar nu onze leider deze droom zelf heeft gehad stel ik voor om onmiddellijk alles te doen om onze troepen gevechtsklaar te maken.’ Nauwelijks is hij uitgesproken of alle leiders staan als één man op om hun soldaten gereed te maken.

Nestor adviseert

Nestor adviseert

Zodra het leger verzameld is spreekt Agamemnon hen toe. Tegen zijn verwachting in juichen de mannen luid als zij horen dat zij naar huis mogen, en beginnen massaal de tenten af te breken en de schepen in zee te duwen. De Godinnen Athena en Hera grijpen in en voorkomen, via Odysseus, dat het leger werkelijk vertrekt. Even later zitten de leiders weer bijeen om de situatie te bespreken. Opnieuw neemt Nestor het woord als enkelen van hen voorstellen om toch naar huis te zeilen. ‘Ach, domme jongens die niets van een oorlog begrijpen, gedraag je in de raad. Wat moet er worden van de heilige verdragen die wij sloten’. Tegen Agamemnon zegt hij: ‘Blijf rotsvast bij je besluit, Agamemnon. Ga voor in de strijd en laat die paar lafaards voor wat ze zijn. Ik ben ervan overtuigd dat Zeus ons een gunstige uitslag beloofde toen wij naar Troje te voeren en hij een bliksem rechts van ons liet inslaan. Laat dus niemand proberen om te vluchten want de dood zal hem treffen. Zorg nu, Agamemnon, dat je goede plannen maakt. Ik zal je één advies geven. Verdeel je manschappen in groepen, stam bij stam, onder hun eigen aanvoerders. Ze zullen elkaar in de strijd dan beter bijstaan, en de aanvoerders kunnen dan ook goed zien wie er laf is en wie niet.’ Aldus werd besloten en besluit men voor de strijd nog een offer te brengen aan Zeus om hem gunstig te stemmen.

Toespraak tot de mannen

Ook Nestor gaat naar zijn eigen mannen en stelt hen op onder aanvoering van zijn onderaanvoerders Pelagon 1, Alastor 1, Chromion 1, Haemon 1 en Bias 1. In het voorste gelid zet hij de wagenstrijders en in de achterhoede een dichte groep goed geoefende voetsoldaten. Daartussen zet hij zijn minder betrouwbare manschappen zodat ook zij gedwongen zijn om fel strijd te leveren. Als iedereen is opgesteld spreekt hij hen toe terwijl koning Agamemnon komt aanlopen: ‘Denk nu niet dat een groot vertoon van dapperheid een wagenstrijder het recht geeft om de gelederen te verbreken, of op eigen gelegenheid de strijd aan te binden. Ook mag er niemand achterblijven om de kracht van de groep te verbreken. De kracht van het geheel maakt ons sterk, en is de enige juiste wijze om te strijden.’ Zo zette Nestor zijn ervaring in, die hij had opgedaan in de vele veldslagen die hij had meegemaakt, om zijn mannen aan te sporen.

Pluim van Agamemnon

Als Agamemnon dit hoort wordt hij warm van binnen en zegt tegen Nestor: ‘Eerbiedwaardige grijsaard. Wat zou ik blij zijn als je lichaamskracht nog net zo sterk was als je geest. Maar je leeftijd kun je niet verloochenen. Ik wilde dat je jouw leeftijd op iemand anders kon afwentelen.’ Trots antwoordde Nestor hem: ‘Agamemnon, ik zou graag de man weer zijn die ik ooit ben geweest, maar de Goden schenken ons niet tegelijk al hun gunsten. Desondanks zal ik bij mijn wagenstrijders blijven en hen aanvoeren. Van mij krijgen ze hun bevelen en plannen voor de strijd. Dat is het voorrecht van een oudere. Aan de jeugd laat ik het over om hun speren te werpen en de Trojanen te doden.' Even later begint de strijd en ontstaat er een bloedige veldslag op de vlakte voor Troje.

Uitdaging van Hector

De hele dag golft de strijd op en neer, en zijn nu eens de Grieken en dan weer de Trojanen aan de winnende hand. Aan het einde van de dag daagt de aanvoerder van de Trojanen, Hector, de Grieken uit om de strijd te laten beslissen door een tweegevecht. Hij daagt de beste van de Grieken uit om het in een rechtstreek duel tegen hem op te nemen. In eerste instantie meldt zich geen enkele Griek op de uitdaging van Hector. Woedend richt Nestor zich dan tot de aanvoerders van de Grieken. ‘Het is toch diep triest wat er nu gebeurt, stelletje lafaards. Was ik nog jong dan zou ik zonder te twijfelen de uitdaging aannemen en die Trojaan een lesje leren. En nu kijk ik naar de sterkste van alle Grieken en niemand van hen durft het tegen Hector op te nemen.

Woedende Nestor

Na deze verwijtende woorden van de grijsaard springen negen man op om de uitdaging aan te nemen. Opnieuw neemt Nestor het woord. ‘Laat nu het Lot beslissen wie van deze negen de eer zal hebben om tegen Hector te strijden. Hij zal niet alleen de eer hebben maar ook de Grieken een dienst bewijzen. Bovendien zal hij een grote beloning ontvangen in zijn hart als hij levend uit de strijd komt.’ Hierna schud Nestor zijn helm waarin hij negen lootjes had gestopt en schudt die, en trekt het lootje van de grote Ajax 1. De tweekamp begint en de twee strijders blijken goed aan elkaar gewaagd, maar eindigt onbeslist. Dan wordt, vanwege de invallende duisternis, besloten om de strijd voor die dag te staken.

Advies om een wal te bouwen

Die avond in vergadering doet Nestor de aanvoerders een voorstel. ‘Agamemnon, en alle overige leiders, wij leden vandaag forse verliezen. Ik stel voor dat wij morgen bij het krieken van de dag een bestand afkondigen. Laten we dan de dode lichamen van het slagveld halen en die hier in het kamp fatsoenlijk cremeren. Dan kunnen de vrienden van de gesneuvelden hun botten mee naar huis nemen voor hun vrouwen en kinderen. En als de brandstapels gedoofd zijn bouwen wij een grafheuvel op de restanten. Om die heuvel heen bouwen we een hoge sterke muur ter bescherming van onszelf en onze schepen. In die muur maken we een paar sterke poorten zodat we met onze strijdwagens snel kunnen uitvallen. Onderaan die muur maken we bovendien een diepe gracht als verdediging tegen de aanvallen van de Trojanen.’ Alle Grieken zijn het met zijn voorstel eens, en stemmen de volgende dag ook de Trojanen in met het bestand. Waarna de Grieken hun doden bergen en het fort bouwen.

Aanval Trojanen

Aanval Hector

De aanval van de Trojanen

Dagen later begint de strijd opnieuw en vallen de legers elkaar weer aan op de vlakte. De Trojanen worden dit keer echter geholpen door Zeus en zijn de aan de winnende hand. Ze weten de Grieken op de vlucht te jagen, en wordt op dat moment een paard van Nestor door een pijl in zijn hoofd getroffen. Het paard steigert en probeert in doodsnood het voorwerp uit zijn hoofd te schudden. De twee andere paarden beginnen van schrik te steigeren en Nestor stapt uit zijn wagen. Met zijn zwaard probeert hij de riemen van het stervende paard door te snijden maar rijdt Hector op dat moment richting oude man. Maar Diomedes 1 zag het dreigende gevaar en roept snel de hulp in van de in de buurt strijdende Odysseus. ‘Odysseus, mijn slimme vriend, waar ben je nu met je schild? Schuil je als lafaard achter de andere mannen? Pas op, als je wegloopt, zal je nog iemands speer in je rug voelen! In naam van de Goden blijf hier en help mij om die wildeman van de grijsaard te verjagen!

Vlucht naar het scheepskamp

Maar Odysseus hoort hem niet, en Diomedes 1 stelt zich vlak voor de wagen van Nestor op om Hector op te vangen. Tegen Nestor zegt hij: ‘Die jonge krijgers zijn te sterk voor u op uw leeftijd. Uw wagenmenner kan u niet helpen, en uw paarden zijn te traag. Kom, spring in mijn wagen en dan zult u eens zien hoe snel de paarden van koning Tros 1 zijn. Ik heb ze net veroverd op Aeneas. Laat onze schildknapen maar naar de paarden kijken terwijl wij samen op de Trojanen afgaan, en Hector leren dat ik ook een speer heb.’ Nestor laat zich dit geen tweede keer zeggen. Hij springt in de wagen, pakt de teugels, en laat de zweep boven de paarden knallen. Snel komen ze binnen bereik van Hector en Diomedes 1 werpt zijn speer. Helaas mist hij Hector maar raakt diens schildknaap Eniopeus dodelijk. Dan ziet het tweetal hun kans schoon en bedreigen Hector.

Ingrijpen van Zeus

Op dat moment grijpt Zeus met een geweldige donderslag in, en laat zijn bliksem vlak voor de paarden van Diomedes 1 in de grond inslaan. Van schrik laat Nestor de leidsels uit zijn handen vallen en zegt tegen Diomedes 1: ‘Laten we omkeren en vluchten. Jij ziet nu ook wel dat wij van Zeus geen hulp mogen verwachten. Vandaag steunt hij Hector. Een andere keer zijn wij weer aan de beurt als hij ons vriendelijk gestemd is. Hoe dapper iemand ook is, tegen Zeus is hij kansloos.’ Teleurgesteld over deze tegenslag antwoordde Diomedes 1: ‘Je hebt gelijk, maar toch doet het pijn aan mijn hart om die Hector zijn zin te geven en te vluchten. Hij zal tegen zijn Trojanen pochen dat hij Diomedes 1 op de vlucht heeft gejaagd’. Dan zegt de wijze Nestor: ‘Doe niet zo dwaas, Diomedes 1. Laat hem maar lekker pochen zoveel als hij wil. De Trojanen zal hij niet weten te overtuigen omdat ze jouw moed kennen.’ Zo rijdt het tweetal terug naar het scheepskamp en zijn de Grieken aan het eind van de dag omsingeld.

Laffe Agamemnon

Die Avond zijn de Grieken in vergadering bijeen en is koning Agamemnon de wanhoop nabij. Hij spreekt zelfs over vluchten waarna hij door een woedende Diomedes 1 wordt aangesproken. Ook nu springt de oude Nestor weer op en neemt het woord. ‘Diomedes 1, je bent een groot man op het slagveld en ook in de raad sta jij je mannetje. Niemand van de aanwezigen zal iets af willen dingen op wat je gezegd hebt. Maar dat is niet genoeg. Hoe verstandig ook, je bent nog jong. Als oudere is het aan mij om hier in deze zaak te adviseren. Je hebt gelijk om Agamemnon een lafaard te noemen. Maar genoeg nu voor het heden. Laten we nu ons avondmaal bereiden. Stel langs de gracht om het kamp posten op, dat ik de jongeren onder ons zou laten uitvoeren. En aan Agamemnon stel ik voor dat hij voor ons ouderen een heerlijk banket laat bereiden. Dag in dag uit brengen onze schepen wijn naar uw tenten. Als koning van ons machtige land is het uw plicht om gastvrijheid te verlenen. Dan moet u allen luisteren naar de wijste en slimste man die u kunt vinden. En dat hij slim moet zijn is duidelijk, kijk maar eens om je heen naar de brandende wachtvuren van de Trojanen die ons hebben omsingeld.

Verzoeningspoging

De raad van Nestor werd opgevolgd en er worden wachtposten om hun kamp gezet, onder bevel van Thrasymedes 1 en enkele anderen. Vervolgens laat Agamemnon een uitstekend maal bereiden voor de legerleiders dat zij smakelijk verorberen. Als allen hun honger en dorst gestild hebben staat de oude Nestor weer op en legt zijn plannen uit. ‘Agamemnon, leider van ons allen, met u begint mijn rede en zal zij ook eindigen. Je bent de koning van een machtig volk, door Zeus aangesteld. Je hebt de bevoegdheid om ons te adviseren maar moet ook naar de raad van anderen luisteren. En niet alleen dat, het zou je ook sieren om plannen uit te voeren die anderen in je eigen belang adviseren. In alle gevallen zul jij de roem oogsten als er iets goeds van komt. Nu zal ik zeggen wat mij het beste lijkt om te doen, in het vertrouwen dat er wel niemand zal zijn die met een beter plan komt. Dit plan kwam in mij op toen je Achilles beledigde door Briseis van hem af te nemen. Wij allen waren er tegen, maar je ontembare humeur kreeg de overhand en je beledigde onze beste strijder. Dus laten we de nodige stappen nemen om Achilles te verzoenen door hem met onze nederige verontschuldigingen een aantal prachtige geschenken aan te bieden.

Boodschappers naar Achilles

Agamemnon stelt daarop dat Nestor volkomen gelijk heeft, en belooft schitterende geschenken uit zijn eigen bezit aan Achilles te schenken als die de ruzie wil bijleggen. Nestor is verheugd als hij de woorden van Agamemnon hoort en stelt voor om Phoenix 1, de grote Ajax 1 en Odysseus als afgezanten te kiezen om naar Achilles te gaan. ‘Stuur ook de herauten Odius 2 en Eurybates 1 mee.’ zegt hij. ‘Maar voordat zij gaan moeten we onze handen zuiveren en bidden tot Zeus dat hij ons genadig is.’ Zijn woorden vinden instemming bij iedereen en het smeekoffer aan Zeus wordt gehouden. Als de gezanten op weg willen gaan spreekt Nestor hen toe om hun best te doen, en vooral tegen Odysseus zegt Nestor dat deze al het mogelijk moet doen om Achilles gunstig te stemmen.

Afwijzing

Afgezanten naar Achilles

Laat in de avond komt het gezantschap terug met teleurstellend nieuws. Achilles weigert om de ruzie bij te leggen en volhardt in zijn weigering om nog met de Grieken mee te strijden. Moedeloos en teleurgesteld gaan vervolgens de leiders naar hun tenten om te rusten voor de strijd van de volgende dag. Agamemnon kan de slaap echter niet vatten en gaat naar de tent van Nestor. Deze treft hij diep in slaap op zijn bed aan met zijn wapens naast zich. Nestor hoort het gerucht en komt op een elleboog overeind en roept met uitdagende stem, ‘Wie zwerft daar in het holst van de nacht, dicht bij de schepen alleen in het kamp rond, terwijl iedereen slaapt? Zoek je een verdwaalde muilezel of één van je vrienden? Spreek, en kom niet dichterbij voordat je me antwoord hebt gegeven! Wat doe je hier?’ Dan reageert Agamemnon vanuit het donker, ‘Beste Nestor, je zult mij, Agamemnon, toch wel herkennen die door Zeus wordt geplaagd met zorgen. Ik ben, zoals je ziet, op pad omdat ik mij zorgen maak over de toestand waarin de Grieken verkeren. Maar ik zie dat jij evenmin kunt slapen. Laten we samen naar de wachtposten gaan en kijken of zij niet slapen en zo hun plicht vergeten. De vijand zit ons op de hielen en wij weten niet of zij misschien een nachtelijke overval zullen wagen.

Nachtelijk overleg

Gesprek met Agamemnon

Dan stelt Nestor Agamemnon gerust en zegt: ‘Agamemnon, ik ben er zeker van dat Zeus niet al die hoge verwachtingen, welke Hector zou kunnen koesteren, in vervulling zal doen gaan. Integendeel, hij zal zich zorgen genoeg moeten maken als Achilles de tijd gekomen acht om zijn woede te vergeten. Het spreekt vanzelf, dat ik met je meega. Maar laat ons ook de anderen wekken. De dappere Diomedes 1 en de schrandere Odysseus, de snelle Ajax 2 en de kloeke Meges 1. Ook zou het raadzaam zijn, als iemand die twee anderen ging wekken, Ajax 1 en Idomeneus 1, wier schepen het verst hier vandaan zijn. Maar wat Menelaus betreft, die moet ik wel laken, hoezeer hij mij lief is en ik hem eerbiedig en hoezeer ook mijn woord jouw woede zal wekken. Want hoe kan hij slapen op een ogenblik als dit en aan jou al het werk overlaten? Dit is de tijd, dat hij zich moet beraden met al de leiders, hen smekend hun uiterste best te doen, nu de toestand zo hopeloos is.’ Instemmend antwoordde Agamemnon: ‘Beste Nestor, ik heb vaak genoeg gewenst dat je hem eens goed onderhanden nam. Hij laat de dingen vaak op hun beloop en is tot nietsdoen geneigd. Vannacht was hij echter nog voor mij op de been en verscheen aan mijn zijde. Ik stuurde hem al op weg om de twee mannen die u noemde op te roepen. Laten wij dus ook gaan. Wij zullen hen vinden bij de poort, waar de wachters staan en waar ik hen ontbood.

Wekking Odysseus

Dan zegt Nestor: ‘Als hij zo goed zijn best doet, heb ik niets gezegd!’ Hierna kleedde de oude man zich aan en ging met Agamemnon mee. De eerste die zij wekken is Odysseus, die direct na de oproep van Nestor zijn tent uit komt en zegt ‘Waarom zwerven jullie, alleen en onbeschermd, in het holst van de nacht rond tussen de tenten en schepen? Wat brengt jullie hier? Staan de zaken er dan zo slecht voor?’ Daarop zegt Nestor: ‘Odysseus, slimste van ons allen, wees niet boos op ons. Het is Inderdaad hachelijk met de Grieken gesteld. Maar kom met ons mee en laat ons ook enkele anderen wekken, met wie wij dan samen kunnen beraadslagen, om te beslissen of wij zullen vechten of vluchten.’ Dan gaat Odysseus zijn tent weer in om zich aan te kleden en met het tweetal mee te gaan. Gedrieën lopen zij naar de tent van Diomedes 1 die ze buiten zijn tent, slapend op een ossenvel, aantreffen met zijn wapens en manschappen om zich heen.

Wekking Diomedes 1

Nestor wekt Diomedes 1 met zijn voet en zegt tartend, ‘Wordt wakker, Diomedes 1. Hoe kun je heel de nacht in alle gemoedsrust slapen terwijl de Trojanen op nauwelijks een steenworp afstand van onze schepen waken bij hun talrijke vuren!Diomedes 1 is in een oogwenk wakker en springt overeind. Beledigd zegt hij: ‘Je bent een krasse maar meedogenloze grijsaard die geen rust kent. Zijn er geen jongeren in het kamp om rond te gaan en de leiders van de Grieken te wekken?’ Glimlachend antwoordde Nestor, ‘Wat je daar zegt is waar, mijn vriend. Ik heb flinke zonen en mannen in overvloed om rond te laten gaan en de leiders te wekken. Maar het is hachelijk met ons gesteld, en het is op het kantje of wij Grieken morgen zullen sterven, of dat er misschien nog redding mogelijk is. Maar als je zoveel medelijden hebt met een oude man als ik ga dan Meges 1 en Ajax 2 de hardloper wekken.Diomedes 1 geeft geen antwoord, maar springt op, grijpt zijn speer, en gaat op weg om de twee te wekken en ze mee te nemen naar de vergaderplaats.

Nachtelijk overleg

Nestor loopt samen met Odysseus en Agamemnon verder om de wachtposten te inspecteren maar treffen niemand slapend aan. Nestor is tevreden met wat hij aantreft en schenkt hen een woord van waardering: ‘Ja, mannen, zo moet het gaan! Houdt vol en zorg dat niemand in slaap valt tot vreugde van de vijand!’ Daarna steken ze snel de gracht om het kamp over op een open plek te vergaderen. Zodraa iedereen zit neemt Nestor het woord. ‘Beste vrienden, zou er iemand onder ons zijn, die zoveel zelfvertrouwen en moed bezit om naar het kamp van de vijand te gaan? Misschien neemt hij een achterblijver gevangen of luistert een gesprek af, waardoor wij hun plannen te weten komen. Blijven zij hier, dicht bij de schepen, of gaan zij terug naar de stad om hun overwinning te vieren. Komt hij dat te weten en brengt hij ons dat bericht heelhuids terug, dan zal er niemand ter wereld zijn die niet van zijn heldendaad zal horen. Hij zal rijkelijk beloond worden. De leiders der Grieken zullen hem elk een ooi met haar lammetje geven, en hij zal bij alle feesten en plechtige maaltijden met ons aanzitten.’ Het plan van Nestor wordt aangenomen en Diomedes 1 en Odysseus gaan samen lopend op pad om nieuws over de plannen van de Trojanen in te winnen.

Terugkeer spionnen

Aan het einde van de nacht hoort Nestor als eerste de hoefslagen van snel naderende paarden en zegt: ‘Vrienden en aanvoerders, vergis ik me of hoeb ik het goed? Ik zweer dat ik paarden hoor naderen. Als dat eens Diomedes 1 en Odysseus mogen zijn die er aan komen rijden op een paar mooie paarden uit het kamp van de Trojanen. Maar ik denk eerder dat onze helden achtervolgd worden door die van Troje en hen met de dood bedreigen.’ Hij is amper uitgesproken of het tweetal komt aanstuiven. Ze springen van hun paarden, moeten vele handen drukken, en worden met luid gejuich door hun vrienden ontvangen. Gretig gaat Nestor op de twee af en vraagt: ‘Vertel me Odysseus, hoe kom je aan die prachtige paarden? Drong je door in het kamp van de Trojanen en haalde je ze daar vandaan, of ontmoette je onderweg de een of andere God, die ze je gaf? Ze glanzen als het licht van de zon zelf. Ik tref die van Troje regelmatig, want ik ben er de man niet naar om achter te blijven bij de schepen, maar paarden als deze zag ik nooit. Kom, zeg het maar eerlijk, je trof een God, die ze je schonk! Zeus is zeer op jullie twee gesteld net als zijn dochter, Athena.

Korte vreugde

Lachend antwoordde Odysseus: ‘Nestor, de Goden kunnen meer dan mensen, en als één van hen van plan was om ons een cadeau te geven dan zou hij of zij wel met een nog mooier span paarden voor de dag komen. Maar om te antwoorden op je vraag, die paarden zijn gisteren gearriveerd, en komen uit Thracië. De voortreffelijke Diomedes 1 hier doodde hun meester en eigenaar, en bovendien nog twaalf van zijn beste mannen. Alles bijeen doodden wij veertien vijanden, want wij betrapten ook nog een verspieder vlakbij de schepen. Hij was erop uitgestuurd door Hector en de rest van die onbeschaamde Trojanen.’ Zo genieten ze met z’n allen nog even na van de stoutmoedige actie en gaan dan terug naar hun tenten om zich klaar te maken voor een nieuwe dag van strijd.

Strijd om het scheepskamp

Een nieuwe dag van strijd

Strijd om Troje

De volgende dag ontbrandt de bloedige strijd opnieuw in volle hevigheid. Heel de morgen gaat de strijd op en neer maar zetten de Trojanen 's middags, met hulp van Zeus, een groot offensief in en vallen het Griekse kamp aan. Nestor strijd aan de linkerflank van het leger samen met Idomeneus 1. Op een gegeven moment roept die tegen Nestor: ‘Stap snel in je strijdwagen, Nestor. Onze legerarts Machaon is gewond. Laten we hem snel redden en terug brengen naar het kamp. Een arts die een wond kan genezen is meer waard dan een heel leger.’ Nestor stapt onmiddellijk in zijn wagen en haalt Machaon op. Snel geeft hij zijn paarden de zweep en rijdt het kamp in. Als Nestor en Machaon de tent van Nestor bereiken, stappen ze uit de strijdwagen terwijl Eurymedon 2, de schildknaap van Nestor, de paarden uitspant. Ze laten zich even afkoelen door het frisse zeewindje waarna ze de tent binnen inlopen.

Bezoek van Patroclus 1

Hier nemen zij plaats in gemakkelijke stoelen, terwijl Hecamede hen een verkoelende drank in prachtig versierde bekers inschenkt. Gevuld was die beker zwaar genoeg voor iedere sterveling om te tillen, maar Nestor, hoe oud ook, had er geen moeite mee. In die beker schonk Hecamede Pramneïsche wijn, waarin geitenkaas, geraspt met een koperen rasp, en blank gerstemeel in gemengd was. De twee stillen hun dorst en raken in een vriendschappelijk gesprek gewikkeld. Plotseling verschijnt Patroclus 1 in de tentopening. Nestor komt overeind uit zijn stoel, neemt Patroclus 1 bij de hand, trekt hem naar binnen en vraagt hem te gaan zitten. Maar Patroclus 1 weigert om te gaan zitten en zegt: ‘Mijn edele heer, ik heb geen tijd heb om plaats te nemen en uw verzoek heeft geen zin. Bovendien zou ik mijn meester ergeren want die zond mij ongeduldig hierheen om te vragen wie u hier gewond binnen gebracht. Ik zie nu met eigen ogen dat het Machaon is en ga dus onmiddellijk terug om dit aan Achilles te melden. U weet immers zelf ook wel wat een ongedurig heerschap hij is, die zonder reden boos kan worden.

Smeekbede van Nestor

Gepikeerd antwoordde Nestor: ‘Waarom maakt Achilles zich zo druk over een enkele gewonde, terwijl hij zich niets aantrekt van de ramp die het hele leger treft? Onze allerbeste helden liggen bij de schepen door pijlen of speren gewond. Getroffen is de machtige Diomedes 1, gewond is Odysseus net als Agamemnon. Eurypylus 2 heeft een pijl in zijn dij, net als Machaon, die ik van het slagveld hierheen bracht. Ongetwijfeld is Achilles moedig, maar wat heeft hij aan die moed als hij in zijn tent blijft mokken. Toch zal ook hij huilen als het leger vernietigd wordt, door pijn en wroeging overmand. Maar zelfs nu is het niet te laat om een verstandig woord tot Achilles te richten. Misschien dat hij naar jou, Patroclus 1, luistert. Misschien dat jou woorden hem tot actie prikkelen. Maar als hij tegengehouden wordt door een voorspelling die zijn Goddelijke moeder hem influisterde, laat hij dan tenminste jou toestaan om met de Myrmidonen ten strijde te trekken. Laat hem zijn wapenrusting aan jou geven om in te vechten, zodat de Trojanen jou voor hem aanzien en de strijd staken. Dan zouden onze vermoeide legers tijd krijgen om zich te herstellen. En zelfs het kortste uitstel kan allesbeslissend blijken in de strijd. De Trojanen zelf zijn de uitputting nabij en jij kunt hen wellicht, nieuw in de strijd en uitgerust, wegjagen van onze schepen en tenten naar hun eigen stad.’ De woorden van Nestor ontroeren Patroclus 1 diep, en gaat hij terug naar de tent van Achilles.

Trojanen tussen de schepen

Even later hoort Nestor in zijn tent de strijd steeds luider worden en zegt tegen Machaon: ‘Machaon, wij moeten ons beraden wat we moeten doen. Het gerucht van de strijd bij de schepen klinkt steeds luider op. Blijf hier rustig zitten en drink je wijn. Intussen zal ik Hecamede wat water warm laten maken en het geronnen bloed uit je wond wassen. Intussen ga ik vlug naar de plek waar ik de dingen, die gebeurd zijn, kan overzien.’ Met die woorden greep Nestor een schild van glinsterend brons, dat in de tent lag en van zijn zoon Thrasymedes 1 was, die zelf dat van zijn vader gebruikte. Ook nam hij een speer met een bronzen punt. Nauwelijks had hij de tent verlaten of hij zag een rampzalig tafereel. Zijn vrienden waren op de vlucht geslagen, met Trojanen achter hen aan. De Griekse muur was ingestort. Nestor aarzelde tussen het ene besluit en het andere. Zou hij zich bij het wegtrekkende leger van de Grieken voegen, of op zoek gaan naar Agamemnon? Eindelijk besloot hij tot dit laatste, terwijl de strijd intussen voortging.

Gewonde aanvoerders

Al zoekend en speurend ontmoette Nestor de gewonde Diomedes 1, Odysseus en Agamemnon. Ver van de strijd kwamen zij aangelopen van hun schepen die aan het strand waren getrokken. Om een overzicht over de strijd te krijgen waren zij landinwaarts getrokken, al steunend op hun speren en met de dood in het hart. Toen zij de oude Nestor ontmoetten, werd hun stemming nog gedrukter en vroeg Agamemnon onmiddellijk: ‘Nestor, waarom hebt je het bloedbad de rug toegekeerd om hier te komen? Ik ben bang, dat die Hector waar gaat maken wat hij eens zei te zullen doen, toen hij zijn mannen bezwoer dat hij nimmer van de schepen naar het heilige Ilium terug zou keren, voordat hij die in vlammen had doen opgaan door onze lijken omringd. Dat beloofde hij en thans doet hij alles om zijn belofte waar te maken. Ik raak de nare gedacht niet kwijt, dat heel mijn leger één lijn trekt met die wrokkig mokkende Achilles, niet langer bereid om voor de schepen te vechten.

moedeloosheid

Nestor antwoordde hem: ‘Zeker zo’n ramp is niet veraf, en zelfs Zeus zal het niet meer kunnen verhinderen. De muur die wij bouwden en onze schepen beschermde, waanden wij onneembaar voor ons zelfbehoud. Maar waar je nu ook kijkt schijnen de Grieken te vluchten, zo groot is de verwarring, zo overweldigend het tumult. Als het verstand nog een oplossing ziet moeten wij ons beraden wat ons te doen staat. Eén ding lijkt mij zeker, wij moeten ons niet in de strijd werpen. Wat zouden gewonden nog uithalen in deze strijd?Agamemnon wordt moedeloos van dit bericht en stelt voor om dan maar de schepen in zee te trekken en de nacht af te wachten. Odysseus en Diomedes 1 varen na deze woorden woedend uit naar Agamemnon en stelt Nestor uiteindelijk voor om naar de strijd te gaan en daar hun strijders aan te moedigen.

Smeekbede tot Zeus

Daar aangekomen strekt Nestor zijn handen uit en bid tot Zeus. ‘Zeus, als ooit één van ons voor u, ginds in het verre Argos, het beste stuk van een os of schaap verbrandde, terwijl hij bad om een behouden terugkeer, en u het hem met een hoofdknik beloofde, wil het u dan herinneren, o Heer van de Olympus. Red ons van het noodlot van deze dag en laat die van Troje ons niet volledig vernietigen.’ Zo bad Nestor en Zeus liet daarop luid de donder rommelen toen hij de bede van Nestor vernam. Desondanks blijven de Trojanen de schepen aanvallen en begint het viertal bemoedigende woorden naar hun soldaten te roepen. ‘Wees mannen, mijn vrienden.’ zo roept Nestor, ‘Bedenk, dat je in de wereld een naam te verliezen hebt. Denk tevens aan jullie kinderen en aan jullie vrouwen, aan je bezit en aan je ouders. Omwille van jullie afwezige geliefden smeek ik om stand te houden als een rots in de branding en niet op de vlucht te slaan.’ Deze oproep schonk iedereen nieuwe moed waardoor ze moedig weerstand bleven bieden aan de Trojanen.

Patroclus 1 valt aan

Patroclus 1 en Achilles

De aanval van Patroclus

Dan werpt Patroclus 1 zich plotseling met zijn Myrmidonen in de strijd, en keert het tij voor de Grieken. De Trojanen worden het kamp uitgejaagd en Patroclus 1 zit hen tot vlak onder de muren van de stad na. Hij geniet echter niet lang van de zege en wordt even later gedood door Hector. Opnieuw keert het tij van de strijd, en ontstaat er een verwoede strijd om het dode lichaam van Patroclus 1 waarbij de Grieken, die de dode binnen het kamp willen brengen, door de Trojanen fel worden nagezeten. Als Achilles hoort van de dood van zijn geliefde vriend laat hij zijn wrok tegen Agamemnon varen en belooft weer mee te strijden. De volgende dag gaat hij als een doldwaze stier op de Trojanen af, verslaat bijna in zijn eentje de tegenstanders, en jaagt hen weer terug in hun stad. Hierna wordt er een bestand afgesproken om aan beide zijden de vele doden te begraven.

Begrafenis Patroclus 1

Nadat Patroclus 1 was gecremeerd organiseert Achilles ter ere van zijn overleden vriend begrafenisspelen. De zoon van Nestor, Antilochus, besluit om mee te doen aan de wagenrace. Als hij zijn paarden aan het inspannen is gaat Nestor naar zijn zoon en zegt: ‘De Goden hadden je al op jonge leeftijd lief, Antilochus, en leerden je alle geheimen van het wagenmennen. Het lijkt daarom nutteloos om je nog raad te geven. Je weet behendig om de paal te keren maar je paarden zijn de traagste van het hele stel. Daarom ben ik bang dat het roemloos voor je zal aflopen. Hoewel je tegenstanders snellere paarden hebben, zijn ze niet slimmer dan jij in het mennen. Let dus op, mijn lieve zoon, en ga met overleg te werk zodat de prijs je niet zal ontgaan, en alle wijze lessen in het verleden niet voor niets zijn geweest. Bij het keerpunt moet jij je paarden zo dicht mogelijk langs de paal dwingen, en zelf in de bocht de andere kant op buigen. Spoor dan je buitenste paard aan met de zweep, maar pas op dat je er niet te dicht langs gaat. Het zou zonde zijn als je daar de wagen aan diggelen reed.’ Zo spoorde Nestor zijn zoon aan en ging weer zitten om naar de wedstrijd te kijken.

Bestand

Aan het eind van de wedstrijden krijgt Neleus, hoewel hij aan geen enkel onderdeel had deelgenomen, toch een prijs van Achilles vanwege de vele waardevolle adviezen die hij in de loop der jaren had gegeven aan de Grieken. Nestor bedankt Achilles uiterst hoffelijk en haalt daarbij, op zijn geheel eigen wijze, langdradig oude verhalen op uit de glorietijd in zijn jeugd waarbij hij nagenoeg iedereen versloeg in onverschillig welke wedstrijd of tweekamp. Zo gaat het bestand voorbij, waardoor de gewonden weer op krachten konden komen en iedereen zich weer gereed maakte voor een nieuwe slag op de vlakte voor de muren van de stad. Tijdens het bestand hadden de Trojanen echter versterking gekregen van Memnon, die met een groot leger uit Ethiopië naar de bedreigde stad was gemarcheerd.

Dood van Antilochus

Zodra het bestand was afgelopen gaan de legers weer op elkaar af en ontstaat er een bloedige strijd waarbij Memnon erin slaagde om vele Grieken naar de onderwereld te sturen. Dan slaat het noodlot voor Nestor toe wanneer hij van verre ziet hoe zijn moedige zoon Antilochus op Memnon afgaat. De jongeman is echter niet opgewassen tegen die geweldige zoon van Eos 1 en steekt zijn speer al snel door de borst van Antilochus. Het hart van Nestor werd verscheurd door pijn toen hij het zag gebeuren en vooral toen Memnon aanstalten maakte om het lijk van zijn wapenrusting te beroven. Vlug riep hij tegen zijn andere zoon: ‘Kom snel, Thrasymedes 1, en help me je gesneuvelde broer te redden van zijn moordenaar! Maar als je van angst terugdeinst, ben je geen zoon meer van mij, noch een afstammeling van Periclymenus 1, die zelfs aan Heracles weerstand bood. Kom, vlug naar de strijd! Want de lafaard wordt vaak door noodzaak met de moed der wanhoop geïnspireerd.’ Door deze kreet werd het hart Thrasymedes 1 aangestoken met een bitter verdriet, en had verder geen aansporing meer nodig.

Memnon

Samen met zijn oude vader, en Phereus, ging hij op Memnon af, alsof hij jacht maakte op een wild dier. Gedrieën wierpen ze elk een speer naar de grote man, maar vlogen die allen langs hem heen, omdat zijn moeder Eos 1 die tijdens hun vlucht deed afbuigen van hun doel. Gefolterd door verdriet schreeuwde de oude Nestor om hulp naar de andere Grieken, terwijl vanbinnen een prikkelend doodsverlangen brandde om boven zijn macht te strijden. Hij zou zelf op Memnon zijn afgegaan als die hem niet had aangesproken en zei: ‘Grijsaard, het is voor mij een schande om te vechten met iemand die zoveel ouder is. Ik ben niet blind voor eer en had liever gehad dat je een jonge strijder was, toen ik jou tussen de vijand zag. Trek je terug uit de strijd en ga, zodat ik je, hoe onwillig ook, niet moet neerslaan uit noodzaak. Nee, sneuvel niet naast je zoon, al strijdend tegen een veel machtiger man. Want dwaasheid overmeestert de moedigen in kracht.

Reactie van Nestor

Zo sprak Memnon en de oude krijger antwoordde: ‘Nee, Memnon, jouw laatste woorden zijn ijdel. Niemand zal de vader een dwaas noemen die de moordenaar van zijn zoon probeert terug te dringen. Ach, had ik mijn oude kracht nog maar dan zou je mijn speer leren kennen! Nu kun je trots snoeven. Het hart van een jongeman is stoutmoedig en van weinig gewicht zijn verstand. Als je mij in de kracht van mijn jeugd ontmoet had, dan waren je vrienden niet blij geweest, met al je kracht! Maar de jaren laten mij gebogen gaan en de bron van mijn oude kracht huist niet meer in mijn borst. Toch ben ik nog steeds sterker dan menige man.’ Maar Nestor zag de waarheid in de woorden van Memnon en trok zich een eindje terug, terwijl hij zijn zoon in het stof liet liggen, terwijl de jaren zwaar op hem drukten. Ook Thrasymedes 1 en de andere Grieken trokken zich terug voor de geweldige overmacht van Memnon.

Hulp van Achilles

De aanval van Achilles

Radeloos van verdriet zoekt Nestor Achilles op, die een eind verder op de vlakte aan het strijden is en zegt tegen hem: ‘Achilles, jij machtig bolwerk van de Grieken, mijn kind is gedood! Memnon heeft de wapenrusting van mijn kind, en ik vrees dat zijn lichaam een prooi voor de honden wordt. Haast u om hem te helpen! Een echte vriend is hij die denkt aan een vriend hoewel deze al dood is, en rouwt om iemand die er niet meer is.Achilles aarzelt daarop geen moment, voldoet aan het verzoek van de oude man, en gaat op Memnon af. Als de twee elkaar op het slagveld treffen ontstaat er een geweldig gevecht maar weet Achilles uiteindelijk Memnon te doden. Zo weet hij het lichaam van de dode Antilochus te redden en wordt dat aan het eind van de dag, als de strijd weer is gestaakt, binnen het scheepskamp gebracht.

Begrafenissen

De dag daarop wordt er weer een bestand afgekondigd om de doden te begraven, en treuren alle Grieken mee over het verlies van Nestor, die jammerend afscheid neemt van zijn zoon. Maar enkele dagen treft een nog groter noodlot de Grieken als ook Achilles in de strijd wordt gedood. Ditmaal is heel het leger in de rouw om zijn dood en neemt Nestor, wiens hart overliep van de herinneringen aan zijn eigen zoon, de verzorging van het lijk op zich. Hij stelt bovendien voor om na zijn begrafenis grootste spelen te organiseren om zo hun gestorven held te eren. Tijdens de begrafenis houdt Nestor, op zijn eigen uitvoerige wijze, een prachtige lofrede over Achilles waar de mannen, met tranen in hun ogen, aandachtig naar luisterden. Ook de moeder van Achilles, Thetis, is ontroerd door zijn woorden en schenkt de oude man het span snelle paarden die Achilles ooit had gekregen van Telephus toen hij hem genas van een wond.

Einde van de Oorlog

Ruzie Odysseus en Ajax 1

Aan het eind van de Spelen vraagt Thetis aan de verzamelde Grieken: ‘Nu zijn alle prijzen gewonnen die ik in mijn verdriet heb uitgeloofd voor mijn kind. Laat nu de machtigste van de Grieken naar voren komen die mijn dode zoon van de vijand gered heeft. Aan hem geef ik zijn roemvolle wapens die zelfs de Gezegenden met plezier bekijken.’ Onmiddellijk staan Odysseus en Ajax 1 op, om de wapens voor zichzelf op te eisen, en ontstaat er een enorme woordenstrijd tussen hen, die Nestor met lede ogen aanziet. Na een lange discussie vragen Ajax 1 en Odysseus, die er samen niet uitkomen, aan Idomeneus 1, Agamemnon en Nestor om een beslissing voor hen te nemen. Hoewel de drie niet staan te trappelen om een beslissing te nemen gaan ze in overleg om te bepalen aan wie ze de wapens van Achilles zullen schenken.

Advies van Nestor

Zodra ze zich hebben afgezonderd zegt Nestor tegen de andere twee: ‘Vrienden, de Goden hebben vandaag een groot probleem op onze schouders gelegd. Want degene aan wie we de wapens toekennen zal blij zijn, maar een diepe haat bij de ander oproepen. Die man zal ons in de oorlog niet meer bijstaan zoals vroeger, waardoor het een treurige dag voor ons zal worden. Luister dus naar mijn raad om hier voorzichtig mee om te gaan. Vanwege mijn leeftijd adviseer ik om deze zaak tussen Ajax 1 en Odysseus te laten beslechten door onze Trojaanse gevangenen. Zij moeten zeggen wie van deze twee mannen hen de meeste angst aanjaagt, en wie het lijk van Achilles redde uit de dodelijke strijd. Zij zullen een juist oordeel over hen vellen, niemand bevoordelend, omdat ze hen beiden evenveel haten vanwege hun ellende.

Dood van Ajax 1

Zijn advies wordt opgevolgd en uiteindelijk wordt beslist dat de wapens van Achilles aan Odysseus geschonken zullen worden. Zoals Nestor al verwacht had wordt Ajax 1 woedend na de uitspraak en gaat stampvoetend en scheldend naar zijn tent. Daar wordt hij steeds kwader en gaat uiteindelijk gewapend naar buiten om een groot aantal Grieken aan zijn speer te rijgen. Dan grijpt Athena echter in, maakt hem waanzinnig, en laat Ajax 1 zijn woede botvieren op een kudde onschuldige schapen. Zodra hij de volgende dag uit zijn waanzin ontwaakt, en beseft wat hij had gedaan, maakt Ajax 1 een eind aan zijn leven door zich op zijn zwaard te storten.

Troostrede

Opnieuw heerst er een groot verdriet bij de Grieken, nu er weer een grote held van hen te betreuren valt. Opnieuw houdt Nestor tijdens de begrafenis een toespraak voor de mannen om de dode te eren en zegt: ‘O vrienden, de genadeloze Moiren hebben, slag na slag,veel verdriet over ons gebracht. Verdriet vanwege de dood van de Ajax 1, de machtige Achilles, mijn eigen zoon Antilochus, en vele andere Grieken. Wij kunnen niet met jammerende passie afscheid blijven nemen van mannen die gevallen zijn in de strijd. Nee, we moeten deze treurnis vergeten, en ons op de taken richten die we aan de doden verplicht zijn, de plicht van de brandstapel en het graf. Jammerklachten zullen de doden niet opwekken, en nemen ze geen notitie van wanneer de Moiren hen in de duisternis hebben opgeslokt.’ Zo probeert de oude wijze man hun verdriet te temperen en aan te sporen om hun plicht te doen, en niet jammerend bij de kookvuren te blijven zitten.

Laatste slag op de vlakte

Enige tijd na deze gebeurtenis krijgen de Grieken een voorspelling dat Troje alleen vernietigd kan worden als aan drie voorwaarden wordt voldaan. Neoptolemus, de zoon van Achilles, en de boog van Heracles, die in bezit was van Philoctetes, moesten aan de strijd deelnemen. Bovendien moest het Palladium niet meer in de tempel van Athena in Troje aanwezig zijn. Daarop worden boodschappers uitgezonden om de twee mannen te gaan halen en werd ook het Palladium uit Troje gestolen. Zodra Philoctetes en Neoptolemus arriveren, beginnen de gevechten opnieuw en worden de Trojanen teruggedreven naar hun stad. Tijdens deze gevechten staat Nestor Podalirius bij, nadat diens broer Machaon gestorven was, om hem te troosten in zijn verdriet. Maar de Trojanen komen uiteindelijk niet meer achter hun veilige muur vandaan en ontstaat er wederom een patstelling.

Afscheid bij het paard

Troje vernietigd

Dan wordt de list met het Houten Paard verzonnen. Zodra de het enorme gevaarte klaar is, en de mannen op het punt staan om erin te klimmen spreekt, Nestor de mannen nog eenmaal toe: ‘Nu is de tijd, geliefde zonen, voor moed en kracht. Nu brengen de Goden ons dichterbij het einde van ons zwoegen, en geven ze de overwinning aan onze verlangende handen. Kom, dapperen en betreed dit holle Paard. Voor grote roem is grote moed nodig. O dat mijn lichaam nog net zo machtig was als vroeger. Ja, als ik jong was, zou ik onbevreesd het Paard binnengaan! Roem en kracht worden door moed gegeven.’ Dan zegt Neoptolemus tegen hem: ‘Nestor, in wijsheid ben je de beste van alle mannen, maar de leeftijd heeft je in zijn greep gevangen. Je kracht komt niet meer overeen met je dappere wil.’ Dan kust Nestor de handen van Neoptolemus en zegt: ‘Jij bent een ware zoon van je vader Achilles. O, ik ben er zeker van door jouw handen stad van Priamus zullen verwoesten. Eindelijk, na lang lijden, zal roem ons ten deel vallen, na het gezwoeg en de rampspoed van deze lange oorlog.’ Hierna verdwijnen de mannen in het paard en gaat Nestor mee op de vloot om zich bij het eiland Tenedos schuil te houden.

Laatste toespraak

De dag daarop werd Troje vernietigd en kwam er eindelijk een eind aan de oorlog die tien jaar had geduurd. Nadat de buit was verdeeld, willen de Grieken hun schepen in het water trekken, maar worden ze tegengehouden door de stem van de dode Achilles, die om een offer vraagt. Uiteraard voldoet het leger aan dit verzoek van hun held en spreekt Nestor daarna het leger nog één keer toe. ‘Luister, vrienden, die aan de lange oorlog zijn ontsnapt, zodat ik nog iets tegen jullie kan zeggen. Nu is het uur aangebroken waarop we zo lang hebben gewacht, het uur van de terugkeer naar huis. Weg! Achilles heeft zijn offer aanvaardt en Poseidon heeft de golven doen bedaren. Er waait een gunstige wind en de golven worden niet meer opgestuwd. Vlug, trek de schepen in zee. Nu, vooruit op weg naar huis!’ Met blij gelach deden de mannen wat hij gevraagd had, en ging ook Nestor als een van de eersten op zijn schip naar huis.

Bezoek Telemachus

Zo komt Nestor, na een probleemloze tocht, weer gezond thuis om daar met zijn gezin de laatste jaren van zijn leven door te brengen. De andere aanvoerders hadden echter meer problemen met hun thuisreis en zouden velen van hen omkomen. Zo’n tien jaar na thuiskomst krijgt Nestor nog bezoek van Telemachus, die op zoek is naar informatie over zijn vader Odysseus, die nog steeds niet was teruggekeerd uit de oorlog. De stokoude Nestor ontvangt hem uiterst vriendelijk maar kan Telemachus geen informatie verschaffen. Hij vertelt Telemachus wel, met een lang verhaal en vele uitweidingen, wat er allemaal was voorgevallen tijdens de laatste dagen in Troje, en hoe hijzelf ongedeerd thuis was gekomen. Uiteindelijk geeft hij zijn zoon Pisistratus opdracht om Telemachus met een wagenspan naar Menelaus te brengen zodat die hem mogelijk verder kan helpen.

Stambomen:

Neleus Chloris 1 Clymenus 5 -
Nestor Anaxibia 1
Antilochus, Aretus 2, Echephron 1, Perseus 2, Pisistratus, Stratichus, Thrasymedes 1, Pisidice 2, Polycaste

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz