Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Odysseus - Ulysses

Afstamming en jeugd

Inleiding

Odysseus

Odysseus is een van de belangrijkste figuren uit de Griekse mythologie die een grote invloed had op het verloop van de Trojaanse Oorlog. Zijn voornaamste talent school niet zozeer in het hanteren van de wapens, maar in zijn snelle geest waarmee hij iedereen overtrof, en altijd een oplossing wist te bedenken voor een netelig probleem. Vanwege dit talent werd hij vaak de ‘listige’ of ‘vindingrijke’ genoemd en noemden zijn slachtoffers hem de ‘sluwe’. Hierbij werd hij veelvuldig geholpen door de Godin Athena, die een zwak voor hem had. De Godin helpt Odysseus ook veelvuldig, na afloop van de Trojaanse Oorlog, wanneer hij met veel tegenslagen te kampen krijgt, en er tien jaar over doet om thuis te komen.

Afstamming

Odysseus is volgens de meest gangbare mythen een zoon van Laertes en zijn vrouw Anticlea. Volgens de schrijver Hyginus werd Anticlea echter verleid door de uitgekookte Sisyphus en maakte hij haar zwanger. Om te voorkomen dat ze ongetrouwd moeder van een kind zou worden huwelijkte Autolycus 1 zijn dochter uit aan Laertes en werd die (pleeg)vader van Odysseus. Naast deze zoon verwekt Laertes later ook nog een dochter Ctimene 1. Zo groeit Odysseus op aan het hof van zijn vader tot een taaie en vrolijke man van gemiddeld postuur.

Zwijnenjacht

Op jonge leeftijd brengt hij eens een bezoek aan zijn grootouders, Autolycus 1 en Amphithea 3. Na een warm welkom neemt hij, samen met de zoons van Autolycus 1, deel aan de jacht op een groot everzwijn. Als de honden het dier uit het struikgewas jagen stormt dat recht op Odysseus af. Onverschrokken blijft Odysseus staan om het dier aan zijn lans te rijgen, maar was het everzwijn hem voor en trof de jongen in zijn been. Ondanks zijn verwonding weet Odysseus het dier toch te doden waarna ze snel terugkeren naar het huis van Autolycus 1 om de wond te verzorgen. Odysseus genas snel maar hield wel een lelijk litteken over aan deze jachtpartij.

Boog van Eurytus 2

Al vroeg in zijn jeugd ontwikkelt Odysseus zijn talenten in welsprekendheid, en slimheid gecombineerd met wijsheid. Vanwege deze vaardigheden stuurt Laertes de jonge Odysseus, samen met enkele ouderen, naar Messene om een schadevergoeding te eisen bij Orsilochus 4, wiens mannen driehonderd schapen van Laertes hadden geroofd. Onderweg komt hij in Sparta Iphitus 4 tegen, die op zoek was naar zijn twaalf merries, die Heracles had gestolen. De twee jongemannen sluiten vriendschap en besluiten, zoals dat hoorde, om geschenken uit te wisselen. Zo geeft Odysseus aan Iphitus 4 een zwaard en een lans, die van zijn vader Laertes waren geweest. Van Iphitus 4 krijgt Odysseus een prachtige, maar zeer grote boog, die eens van diens vader Eurytus 2 was geweest. Omdat Odysseus zijn opdracht zo goed had opgelost acht Laertes de tijd rijp om terug te treden, en volgt Odysseus zijn vader op als koning van de Cephalenen, die op het kleine Ithaca en de naburige eilanden woonden.

Aanloop naar Troje

Vrijer Helena

Net als vele andere jongemannen, die de huwbare leeftijd bereiken, reist Odysseus af naar Sparta om koning Tyndareus de hand van zijn pleegdochter Helena te vragen, die was uitgegroeid tot een prachtige schoonheid. Als Odysseus in Sparta aankomt, en het grote aantal rijke en machtige vrijers ziet, begrijpt hij onmiddellijk dat hij bij Tyndareus geen enkele kans maakt als koning van het kleine Ithaca. Hij heeft direct in de gaten dat Tyndareus voor een machtiger echtgenoot zal kiezen, en verspilt zijn geld dan ook niet aan dure geschenken, zoals de andere vrijers wel doen. Dus waarschuwt hij Tyndareus, op zijn slimme wijze, om op te letten met zijn keuze omdat er anders wel eens een grote strijd tussen de prinsen kan ontstaan. Gelijktijdig belooft hij Tyndareus een handelswijze aan de hand te doen als die hem zou steunen in zijn wens om met Penelope 1 te trouwen, de nicht van Tyndareus. Nadat Tyndareus hem zijn hulp had toegezegd, vertelde Odysseus dat hij alle kandidaten moest laten zweren dat ze te hulp zullen snellen als de huwelijkse staat van de uitverkoren bruidegom door iemand anders niet gerespecteerd zou worden. Toen hij dat gehoord had, liet Tyndareus de kandidaten de eed afleggen, waarna hij zelf Menelaus als bruidegom uitkoos.

Huwelijk en kinderen

Odysseus keerde terug naar Ithaca als vrijgezel maar hield de dankbare Tyndareus woord door een huwelijk te regelen bij Icarius 1. Zo trouwt Odysseus korte tijd later met de mooie en kuise Penelope 1 die bij hem op Ithaca komt wonen. Het is een gelukkig huwelijk dat al snel wordt gezegend met de geboorte van aan zoon, Telemachus. Tijdens die jaren ontwikkelt Odysseus zich tot een rechtvaardige koning, die zijn bevolking goed behandelde, en door hen op handen werd gedragen. Hij gaat ook regelmatig op jacht, waarbij hij gebruik maakt van een enorme boog, die alleen hij kan spannen, en menigmaal een mooie jachttrofee mee naar huis brengt om als maaltijd te dienen. Maar hij schroomt ook niet om de handen uit de mouwen te steken en als boer het land te bewerken of de veestapel te verzorgen. Door al dat harde werken werden de kuddes van Odysseus steeds groter, maar vergat hij nooit om de Goden te danken voor hun gulle gaven, en werd hij steeds rijker.

Laertes / Sisyphus Anticlea Icarius 1 Periboea 4
Odysseus Penelope 1
Telemachus, Poliporthes, Acusilaus

Opschudding in Griekenland

Maar dan bereikt hem het gerucht dat Helena was geschaakt door de Trojaan Paris, en dat Menelaus en zijn broer, de machtige koning Agamemnon, alle vrijers van Helena wil houden aan de eed die ze bij Tyndareus gezworen hadden. De twee willen een groot leger bijeen brengen, en met een armada aan schepen naar Troje varen, om Helena terug te halen en de Trojanen straffen voor hun wandaad. Daarop gaat Odysseus naar het orakel om te vragen wat hij het beste kon doen. Het orakel antwoordde dat hij de strijd zou overleven, maar pas na twintig jaar, alleen en straatarm, weer zou terugkeren op Ithaca. Dit vooruitzicht lokte Odysseus niet aan dus verzon hij een list toen hij hoorde dat er afgezanten naar Ithaca onderweg waren om ook hem aan de eed te herinneren die hij had afgelegd.

Gepeelde waanzin

Zodra de afgezanten arriveren, doet Odysseus net of hij waanzinnig is en zet een muts op zijn hoofd. Vervolgens spande hij een paard en een os voor zijn ploeg en ging naar het strand waar hij voren ploegde die hij inzaaide met zout. Maar de afgezant Palamedes doorzag de list van Odysseus en greep Telemachus uit de armen van Penelope 1, lag de kleine jonge voor de ploeg op de grond, en zei: ‘Geef je voorstelling op, Odysseus, en voeg je bij je bondgenoten!’ Uit angst zijn zoon te doden, gaf Odysseus zijn verzet op en beloofde dat hij zou komen. Maar de ontmaskering door Palamedes borg hij goed in zijn geheugen op, en zwoer om later wraak op de man te nemen. Zo gaat hij met de afgezanten mee naar Mycene om overleg te plegen met Agamemnon. Daar zijn al vele voorname vorsten bijeen die onmiddellijk wraak eisen voor de barbaarse daad. Maar uiteindelijk wordt er besloten om eerst een gezantschap naar Troje te sturen om over de teruggave van Helena te onderhandelen.

Afgezant naar Troje

Afgezanten bij Priamus

Uiteraard wordt Odysseus gevraagd om deze taak op zich te nemen, en gaat hij samen met Palamedes en Menelaus over land naar Troje. Daar verblijven ze enkele dagen in het huis van raadsheer Antenor 1 terwijl ze de onderhandelingen voeren met koning Priamus en zijn Raad. Nadat Menelaus en Palamedes het woord hadden gevoerd stond ook Odysseus op om zijn pleidooi te houden. Voordat hij begint te spreken staat hij eerst even met zijn hoofd naar de grond gericht, terwijl hij zijn herautenstaf vastberaden in de hand houdt, en kijkt dan vanonder zijn wenkbrauwen de leden van de Raad vastberaden aan. Die denken in eerste instantie met een sul te maken te hebben, maar toen hij echter met zijn diepe luide stem begon te spreken was er niemand die met hem kon wedijveren. Hij maakt dan ook de meeste indruk, terwijl hij in heldere zinnen alles wat Paris had gedaan de revue liet passeren. Aan het eind van zijn betoog zwoer hij dat de Grieken deze misdaan snel zouden wreken als Helena niet werd teruggegeven.

Terug naar Griekenland

Ondanks de pleitredes besluiten de Trojanen om Helena niet terug te geven aan de Grieken. Vervolgens brak Menelaus, vol woede en donker fronsend, de bijeenkomst af met dreigingen over vernietiging en verlieten ze het paleis van Priamus om naar hun gasthuis te gaan. Even later komt ook Antenor 1 uit de raadsvergadering en informeert het drietal dat ze snel moeten vertrekken, omdat de zoons van Priamus een moordaanslag op hen willen plegen. Vervolgens geeft Antenor 1 de drie een bewaker mee, en stuurt ze snel weg uit Troje waardoor ze ongedeerd naar huis konden keren. Eenmaal in Griekenland aangekomen vertellen ze aan de verzamelde Grieken het besluit van koning Priamus, en het vijandige gedrag van zijn zoons. Daarnaast prezen ze Antenor 1 met grootse woorden over de goede trouw die hij had getoond. Toen de Grieken dit relaas hoorden ontstaken ze in woede en besluiten om een groot leger op de been te brengen, Helena gewapenderhand terug te halen, en Troje te vernietigen.

Zoektocht Achilles

Orakel van Calchas

Vervolgens benoemen ze Agamemnon tot opperbevelhebber van het leger, die Odysseus en Nestor opdracht geeft om troepen te werven voor de strijd. Maar tijdens de bijeenkomst begint hun ziener Calchas te orakelen, en roept dat ook Achilles moet deelnemen aan de oorlog, als de Grieken succes willen hebben in Troje. Deze krijger is echter op echter een geheime plek verborgen door zijn moeder, en zegt Calchas tegen Odysseus: ‘Hoewel hij misschien is ondergedoken in het verre Scyros, ben alleen jij in staat hem vinden, Odysseus! Wees alert met die sluwe en vooruitziende blik van jouw waakzame geest, en roep je vaardige kundigheden op. Want geen voorspeller is in zijn waanzin zo vermetel als jij om de waarheid over hem te zien.’ Odysseus bedenkt zich geen moment en antwoordde: ‘Zo zal het gebeuren. Maar de grillige hoop laat me twijfelen, want er moet inderdaad een groot waagstuk ondernomen worden om Achilles naar ons kamp te brengen. Maar toch zal ik niet weigeren om aan het verlangen van de Grieken te voldoen. Ja, Achilles zal me van Scyros vergezellen, of anders heeft Apollo niet gesproken door de mond van Calchas.

Aankomst op Scyros

Zo gaat Odysseus samen met Diomedes 1 op weg naar het eiland Scyros, waar ze enkele dagen later bij het invallen van de avond arriveren. Samen gaan ze naar het paleis van koning Lycomedes 2 om informatie in te winnen over Achilles. Terwijl ze door de stad lopen koopt Odysseus bij een kraam allerlei snuisterijen voor vrouwen, en zegt Diomedes 1 tegen hem: ’Wat moet je met die spullen, Odysseus? Wil je Achilles er mee bewapenen?’ Glimlachend antwoordde Odysseus hem: ‘Deze spullen zullen Achilles, als hij tussen de dochters van Lycomedes 2 verblijft, naar de strijd lokken, daar ben in van overtuigd! Denk eraan om deze geschenken naar het paleis te brengen, als ik je dat zeg. En voeg er dan een mooi schild aan toe en een sterke speer. Laat bovendien de trompetter Agyrtes 2 met je meegaan, en zijn trompet meenemen voor een geheim doel.’ Verder onthult Odysseus niet wat hij van plan is, en komen ze aan bij het paleis van Lycomedes 2 waar de koning hen al staat op te wachten.

Ontvangst bij Lycomedes 2

Odysseus houdt zijn olijftak omhoog als teken dat hij een afgezant is, en zegt: ‘U hebt vast al bericht ontvangen dat er een oorlog dreigt tussen Azië en Europa, o zachtaardige koning! Hier voor u staat de zoon van Tydeus en zelf ben ik Odysseus van Ithaca. We zijn onderweg om Troje en haar gehate kust te bespioneren, en te ontdekken wat hun plannen zijn.’ Voordat hij uitgesproken is zegt Lycomedes 2: ‘Moge geluk en voorspoed uw onderneming vergezellen! Vereer nu mijn huis door mijn gasten te zijn!’ Met deze woorden liet hij hen binnenkomen en brachten bedienden onmiddellijk tafels en ligbanken in gereedheid. Ondertussen onderzocht Odysseus het paleis met zijn ogen of hij ergens een spoor kon ontdekken van een jongeman in meisjeskleding. Zodra ze aan tafel gaan komt er ook een grote groep jonge en nieuwsgierige meisjes de eetzaal in, die ook op de ligbanken plaatsnemen om iets te eten. Odysseus bekeek ze aandachtig maar de duisternis en de spaarzame lampen gaven onvoldoende licht om ze goed te bekijken.

Uitdaging van Odysseus

Aan het eind van de maaltijd sprak Lycomedes 2 tot de afgezanten en bracht een heildronk uit op de twee: ‘Beroemde helden uit Argos. Ik ben jaloers op uw onderneming en wilde dat ik nog een jongeman was in de kracht van mijn leven. Had ik maar nakomelingen die ik kon sturen, maar zoals u kunt zien heb ik alleen maar dochters. Ah, wanneer zullen ze me eens kleinzonen schenken!’ Het moment benuttend antwoordde Odysseus: ‘Wat u zegt is eervol, want wie zou niet branden van verlangen om de strijd aan te gaan! Nog nooit werd aan jongemannen zo’n gelegenheid geboden om grote roem te vergaren, en kreeg dapperheid zo’n kans om in de praktijk te worden gebracht.’ Terwijl Odysseus dit zegt houdt hij een bepaald meisje in de gaten, dat aandachtig luisterde, en gaat verder: ‘Wie trots is op zijn afkomst, en doeltreffend zijn wapens kan gebruiken, wacht in Troje alle eer. Angstige moeders of lieftallige vrouwen zullen hem niet weerhouden. Hij die deze kans voorbij laat gaan is gedoemd door de Goden!

De list

Dan geeft een van de meisjes een teken aan al haar zussen om te vertrekken, maar de blik van het ene meisje bleef op Odysseus hangen en verliet als laatste de zaal. Daarop gaan ook Odysseus en Diomedes 1 naar bed. Maar voordat ze gaan slapen zegt Odysseus tegen hem: ‘Breng morgenochtend vroeg de spullen die we gekocht hebben in de ontvangstruimte. Laat vervolgens Agyrtes 2, als de meisjes hun ochtenddans hebben opgevoerd, op mijn teken hard op zijn trompet blazen! Dan zullen we weten of Achilles zich onder de meisjes bevindt.Diomedes 1 begrijpt nog steeds niet hoe Odysseus zo Achilles wil onthullen, maar doet de volgende ochtend vroeg wat Odysseus hem gevraagd had. Nadat de meisjes hun dans hadden opgevoerd voor de gasten klinkt er een luid applaus, en wijst Odysseus hen op de geschenken die Diomedes 1 voor hen in de ontvangstruimte had neergelegd. Verheugd stormen de meisjes op de snuisterijen af om elk iets moois voor zichzelf te bemachtigen, en verdringen zich om de stapel.

Achilles onthuld

Achilles onthuld

Ze verbazen zich wel enigszins om de speer en het schild, die tussen de snuisterijen liggen, maar denken dat die voor hun vader bedoeld zijn. Dan klinkt er plotseling een luid getrompetter, denken de meises dat er een aanval wordt gepleegd, en stuiven van angst weg. Slechts één bleef er staan, en greep de speer en het schild om de aanval te pareren. Dan stapt Odysseus op ‘haar’ af en zegt: ‘Waarom aarzel je? We kennen je, jij bent de zoon van Peleus en Thetis. Op jou wacht de Griekse vloot met hoog opgeheven vaandels voor de opmars. De wankelende muren van Troje wachten op jou om neer te halen. Kom, wacht niet langer en maak je vader blij met het bericht om deel te nemen aan de strijd, en laat Thetis zich schamen omdat ze zo bezorgd over jou was.’ Dan begrijpt Achilles dat verbergen geen zin meer heeft, terwijl hij ook popelt van verlangen om deel te nemen aan de strijd, en stemt toe om deel te nemen aan de oorlog tegen Troje.

Terug naar Griekenland

De volgende dag vertrekken ze van Scyros, nadat Lycomedes 2 ontsteld ontdekte dat zijn dochter Deidamia 1 zwanger was gemaakt door Achilles, maar geeft hem desondanks twee schepen met mannen mee voor de oorlog in Troje. Onderweg naar Griekenland vertelt Achilles zijn levensverhaal en waarom zijn moeder Thetis hem op Scyros had verborgen. Op zijn beurt vertelt Odysseus over de eed van de Vrijers van Helena, hoe zij geschaakt was door de Trojaan Paris, en de Grieken nu een groot leger op de been aan het brengen zijn om naar Troje te varen om de Trojanen te straffen voor hun daad. Om Achilles nog enthousiaster voor de strijd te maken zegt hij tegen hem: ‘Stel je eens voor dat jouw Deidamia 1 geschaakt zou worden door een ander. Wat zou jij dan doen om haar terug te halen, en wat zou je doen met de schaker?’ Daarop vloog de hand van Achilles naar zijn zwaard en gleed er een donkere gloed over zijn gezicht. Toen zweeg Odysseus en was tevreden.

Oproep aan de vorsten

Zo keren ze terug in Griekenland en gaat Achilles naar zijn vader Peleus onder de belofte om over enkele maanden naar de haven van Athene te komen met zoveel mogelijk schepen en soldaten. Als afgezant van Agamemnon reist Odysseus, samen met Nestor, door heel Griekenland om de koningen op te roepen hun eed gestand te doen en naar de haven van Athene te komen. Tussendoor gaan ze nog een keer bij Peleus op bezoek, waar ze vriendelijk door Achilles worden ontvangen. Peleus geeft vervolgens toestemming aan de jonge Achilles om als aanvoerder van de Myrmidonen naar Troje te gaan. Ook Patroclus 1, die eveneens aan het hof van koning Peleus verblijft, krijgt toestemming van zijn vader, Menoetius 1, om samen met Achilles naar Troje te gaan. Aan het eind van zijn rondreis door het land keert Odysseus terug naar huis, waar hij twaalf schepen met zeshonderd soldaten mobiliseert. Verdrietig neemt hij afscheid van zijn vrouw Penelope 1 en zijn jonge zoon Telemachus, en vaart naar Athene om zich bij de vloot te voegen.

Op weg naar Troje

De negen mussen

Vlak voordat ze uit de haven willen wegzeilen brengen de Grieken een offer aan de Goden. Maar dan gebeurt er een wonder bij de bron, onder de plataan, als ze het offer aan het brengen zijn. Een Draak 1 met vuurrode schubben schiet vanonder het altaar tevoorschijn en vliegt de boom in. Op de hoogste tak was een mussennest met acht jongen waar de mussenmoeder van schrik tussen de bladeren schuilde toen het ondier de boom in vloog. De Draak 1 verslond vervolgens alle acht jongen terwijl de moeder klagend om haar jongen heen fladderde. Toen de vogeltjes verslonden waren maakte Zeus hen tot een teken voor de mannen die stonden te kijken, en veranderde de Draak 1 in steen. Als de Grieken verbaasd naar het wonder staren, verklaart de ziener Calchas onmiddellijk wat dit betekende. ‘Waarom zwijgen jullie Grieken? Het teken dat hier door Zeus voor onze ogen is gewrocht is duidelijk. Ze waren met zijn negenen en evenzoveel jaren zullen wij moeten strijden. Maar in het tiende jaar zullen wij de stad nemen.’ Zo profeteerde hij de toekomst voor het verzamelde leger.

Strijd in Mysië

Onder dit gunstige voorteken vertrekt uiteindelijk een vloot van meer dan duizend schepen, met ruim vijftigduizend soldaten, uit de haven en gaat op weg naar Troje. Maar omdat de Grieken de vaarroute naar Troje niet kenden, en de wind ongunstig was, dreef de vloot richting Mysië. Daar ging een deel van de vloot aan land om te plunderen. Toen Telephus, koning van Mysië en zoon van Heracles, zag hoe het land leeggeplunderd werd, bewapende hij de Mysiërs, joeg de gelande Grieken massaal naar hun schepen, en doodde er velen. De mannen op de vlucht jagend die hem weerstonden, achtervolgde hij Odysseus verbeten in een wijngaard, maar struikelde over een wijnstok. Daarop wierp Achilles, die van enige afstand had gezien wat er gebeurde, zijn speer en doorboorde de linkerdij van de koning. Telephus stond echter snel op, nadat hij de speer eruit had getrokken, en ontsnapte aan de dood onder dekking van een groep van zijn mannen die hem te hulp waren gekomen.

Terugkeer Griekenland

Gedesillusioneerd verlaten de Grieken Mysië en varen de zee weer op. Maar er stak een hevige storm op waardoor de vloot uiteengeslagen werd, en elke aanvoerder in zijn eigen vaderland belandde. Hierdoor heeft de oorlog, volgens sommige schrijvers, twintig in plaats van tien jaar geduurd. Maar Agamemnon en Menelaus laten zich niet uit het veld slaan en verzamelen de vloot opnieuw, maar ditmaal in de haven van Aulis. Als ze wederom gereed zijn voor vertrek komt ook Telephus naar Aulis. Zijn wond, die door Achilles was toegebracht wilde maar niet genezen, en volgens een orakel kon alleen de veroorzaker van de wond hem helpen. Als Achilles zegt dat hij geen arts is zegt Odysseus: ‘Apollo bedoeld jou niet maar de speer! Je moet de roest van de speer schrapen en dat in de wond smeren!’ Zijn advies wordt opgevolgd en Telephus geneest. Die is vervolgens zo dankbaar dat hij de Grieken beloofde om de weg naar Troje over zee te wijzen.

Misleiding Clytaemnestra

Maar dan beledigt Agamemnon de Jachtgodin Artemis, die woedend een heftige tegenwind veroorzaakte waardoor de vloot wekenlang niet uit Aulis kon vertrekken. Door het lange nietsdoen begint het leger onrustig te worden en moet er iets gebeuren om de Godin tevreden te stellen. Calchas profeteerde dat Artemis haar wrok alleen zal laten varen als Agamemnon zijn dochter Iphigenia aan de Godin offerde. Uiteraard weigert Agamemnon in eerste instantie, maar dan praat Odysseus op hem in en weet de koning over te halen. Samen verzinnen ze een list en doet Odysseus net of hij, uit woede over de lafheid van Agamemnon, terugkeert naar zijn eigen koninkrijk. In werkelijkheid ging hij echter naar Mycene om daar een brief van Agamemnon af te leveren bij zijn vrouw Clytaemnestra. In de brief stond het verhaal dat Achilles weigerde om uit te zeilen totdat hij getrouwd was met Iphigenia, zoals Agamemnon hem had beloofd.

Offer Iphigenia

Het offer van Iphigenia

Trots om haar dochter aan zo’n beroemde man uit te huwelijken, en ook om haar zus Helena terug te krijgen, gaat Clytaemnestra en Iphigenia met Odysseus mee naar Aulis. Maar zodra ze in de haven arriveren, wordt de ware bedoeling van Agamemnon al snel duidelijk. Omdat Achilles niets wist van de list van Odysseus werpt hij zich op als beschermer van Iphigenia maar is het meisje uiteindelijk bereid zichzelf op te offeren voor het goede doel, en gaat vrijwillig naar het altaar van Artemis. Maar op het moment dat Agamemnon op het punt stond zijn dochter te doden kreeg de Godin medelijden met Iphigenia, hulde haar in een nevel, en verving het meisje voor een hert. Dan gaat de storm liggen en kan de vloot eindelijk uitvaren naar Troje. Zo vaart Odysseus opnieuw, met twaalf rood geschilderde schepen, als aanvoerder van de Cephallenen mee in de vloot. Zijn soldaten kwamen van het eiland Ithaca en de hoge Neriton, van Crocyleia en het rotsachtige Aegilips, van het beboste Zacynthos en van Samos en van het vasteland dat tegenover de eilanden ligt.

Achterlating Philoctetes

Door Telephus geholpen varen de Grieken ditmaal wel in de goede richting, en maken een tussenlanding op het eiland Tenedos waar ze voorraden in willen slaan. Daar worden ze echter met stenen bekogeld door de bewoners en verovert Achilles en zijn Myrmidonen het eiland. Als ze daarna een offer brengen aan Apollo komt er een waterslang op de Grieken af die Philoctetes in zijn been bijt. Iedereen die zag wat er gebeurde hief een schreeuw aan, maar Odysseus vloog naar voren en doodde de slang. Deze had Hera gestuurd omdat ze boos op hem was nadat hij het gewaagd had om een brandstapel voor Heracles te bouwen, toen die tot onsterfelijkheid verheven werd. Omdat de wond niet te genezen viel, en een smerige stank begon te verspreiden die het leger niet kon verdragen, bracht Odysseus hem met de boog van Heracles, die hij in zijn bezit had, op bevel van Agamemnon naar Lemnos, waar hij hem aan land zette. Later zou een orakel echter voorspellen dat Troje niet genomen kon worden zonder zijn pijlen.

Opnieuw afgezant

Voordat de Grieken op de kust van Troje landen sturen ze Odysseus en Menelaus nog een keer vooruit naar Troje. Daar moeten ze nog eenmaal proberen om Helena en haar kostbaarheden op te eisen in de volksvergadering van de Trojanen. Daar aangekomen deelt Odysseus de eisen van Agamemnon mede, en vertelde dat als Helena en de buit teruggegeven werden de Grieken in vrede zouden vertrekken. Maar opnieuw wordt het voorstel afgewezen en de aangeboden vrede verworpen. Priamus besloot met een oorlogsverklaring, en gaf vervolgens bevel om de afgezanten het land uit te zetten. Zo keerde Odysseus terug op Tenedos, waar hij verslag uitbracht wat Priamus had geantwoord, en vaart de volgende dag de vloot naar Troje om een langdurige oorlog uit te vechten.

Eerste jaren strijd

Landing op de kust

Zodra de vloot op de kust landde breken de eerste gevechten los, en vallen de eerste slachtoffers. Door Achilles en zijn Myrmidonen weten de Grieken een bruggenhoofd te slaan en trekken zij alle schepen op het strand. Odysseus legt zijn schepen in het centrum van de lange rij in de buurt van koning Agamemnon en neemt, net als alle andere aanvoerders en soldaten, dapper deel aan de strijd terwijl hij zijn eerste slachtoffers maakt. Zodra de duisternis invalt wordt de strijd gestaakt en gebruiken de Grieken in hun tenten op het strand de eerste maaltijd. De volgende ochtend stellen beide partijen hun leger weer op en ontstaat er een grote slachting, met aan beide zijden felle gevechten en ontelbare verliezen. Zo verstreken de eerste tachtig dagen zonder dat een van de partijen een overwicht weet te behalen, of dat de Grieken maar in de buurt van de stad met zijn hoge sterke muur kunnen komen.

Strijd en bestand

Agamemnon, die de gestaag stijgende aantallen gewonden zag, voelde dat het tijd werd om de doden te begraven. Daarom zond hij Odysseus en Diomedes 1 als afgezanten naar Priamus om een bestand van drie jaar te bepleiten. Gedurende deze periode zouden de Grieken in staat zijn om hun gewonden te genezen, schepen te herstellen, hun leger te versterken, en voorraden bijeen te brengen. Zo verstreken de eerste jaren van de oorlog en werd er regelmatig een bestand afgesproken. Om te voorkomen dat Troje nieuwe voorraden kreeg stuurde Agamemnon, op advies van Odysseus, Achilles en Ajax 1 eropuit om de omliggende landen en steden ter veroveren, en hun gewassen te vernietigen. Elke keer als het tweetal terugkeerde van hun tochten brachten ze een rijke buit mee, die werd verdeeld onder de aanvoerders van de Grieken, waarbij Agamemnon elke keer het leeuwendeel kreeg.

Weer afgezant

Als Ajax 1 weer eens terugkeert met een rijke buit vraagt hij Odysseus en Diomedes 1 om de buit te verdelen. Hij heeft echter ook Polydorus 1, een zoon van koning Priamus, gevangen genomen. Als de aanvoerders daarna, tijdens een raadsvergadering, besluiten om afgezanten naar Troje te sturen om over de teruggave van Helena in ruil voor Polydorus 1 te onderhandelen, worden Odysseus, Diomedes 1 en Menelaus opnieuw als afgezanten gestuurd. Gewapend met hun olijftak, als teken van hun onschendbaarheid gaan de die als afgezanten voor de derde keer naar Troje. De Trojanen ontvangt het drietal in hun raadsvergadering, zonder koning Priamus, waar Menelaus onmiddellijk tegen de oude mannen begint te klagen over al het kwaad dat zijn huis is aangedaan, en sloot af dat hij een dergelijke behandeling niet had verdiend. Toen de Trojanen zijn verdriet zagen stemden zij in met alles wat hij gezegd had, en deden net alsof ze deelden in het hem aangedane onrecht.

Rede van Odysseus

De rede van Odysseus

Vervolgens stond Odysseus in hun midden op en begon aan zijn toespraak: ‘Trojaanse Heren, ik geloof dat u allen goed genoeg weet dat de Grieken niet gewend zijn om iets ondoordachts, of zonder goede reden, te beginnen. Zoals u weet zijn we nu al twee maal hier geweest om over de teruggave van Helena te spreken, maar kregen we alleen een botte weigering te horen, en werden elke keer ruw weggestuurd. We zullen niet minder over u denken als u terugkomt op eerder genomen beslissingen en overweeg daarom nu wat verstandig is om een gedegen besluit te nemen. Jullie weten dat de Grieken naburige steden hebben aangevallen die jullie goedgezind zijn en, plannen maken om elke dag weer nieuwe aanvallen uit te voeren. Ons succes blijkt uit de gevangenneming van Polydorus 1. Maar wij zullen Polydorus 1 ongedeerd aan zijn vader Priamus teruggeven wanneer ook Helena bij ons is teruggekeerd met alles dat gelijktijdig gestolen is. Als dat niet gebeurt, zal de oorlog voortduren totdat wij Troje volledig vernietigd hebben. Daarom smeek ik u allen, maak de juiste keuze terwijl jullie nu nog de kans hebben!

Reactie van de Trojanen

Zodra Odysseus uitgesproken was heerste er een lange stilte, die uiteindelijk werd verbroken door Panthous. ‘Odysseus je spreekt tegen mensen die niet in staat zijn om te doen wat zij willen. Wij zijn niet in staat om deze situatie te verhelpen’. En vervolgens zegt Antenor 1: ‘Omdat we wijze en verstandige mensen zijn, gunnen wij je alles wat je zegt. En als we de macht hadden, zouden we hetzelfde adviseren. Maar anderen, die meer belang stellen in persoonlijke hebzucht dan in het algemene welzijn, hebben de controle over dit land.’ Dan gaat Odysseus verder: ‘Zij waren allen de slechtse mannen die niet verschilden van Paris, die de slechtste der misdadigers was. Want zij hadden het goede en de waarheid afgezworen om hem te volgen. Ik zie dus geen andere mogelijkheid om de oorlog voort te zetten. Geef het signaal voor de oorlog en, zoals jullie ook de eersten waren om onrecht te plegen, wees ook de eerste om de strijd aan te vangen. Provoceer ons en wij zullen gepast volgen.’ Na deze uitwisseling van beschimpingen verlieten de gezanten de Raad en vertrokken uit Troje. Zodra ze met dit bericht terugkeren in het scheepskamp, worden de Grieken woedend en doden zonder verdere omhaal de zoon van Priamus, Polydorus 1.

Wraak op Palamedes

Hierna breken de gevechten weer van tijd tot tijd los, en worden er evenzovele bestanden afgesproken om de doden te begraven en de gewonden te verzorgen. Daarnaast gaan Ajax 1 en Achilles weer op rooftocht en gaat Odysseus af en toe met hen mee. Wanneer hij tijdens een van deze tochten een Phrygiër gevangen heeft genomen, komt er een duivels plan in hem op. Hij is Palamedes nog steeds niet vergeten, die in Ithaca slimmer was geweest dan hijzelf, door zijn zoontje Telemachus voor de ploeg te leggen. Om zijn plan in werking te zetten stuurt hij een soldaat naar Agamemnon om hem te vertellen dat hij in een droom opdracht had gekregen om het scheepskamp voor één dag te verplaatsen. Agamemnon geloofde de waarschuwing van Odysseus en gaf opdracht om het kamp voor één dag te verplaatsen. Die nacht verborg Odysseus op de plek waar de tent van Palamedes had gestaan een grote hoeveelheid goud in de grond.

Dood Palamedes

Vervolgens gaf hij aan de Phrygische gevangene een brief om naar koning Priamus in Troje te brengen, maar stuurde een eigen soldaat vooruit om de man niet ver van het kamp te vermoorden. De volgende dag, toen het leger terugkeerde naar het kamp, vond een soldaat het lichaam van de Phrygiër, en de brief die Odysseus had geschreven. Die bracht hij naar Agamemnon, die het volgende las: ‘Aan Palamedes van Priamus,’ en beloofde hem net zoveel goud als Odysseus had verborgen onder de tent, als hij volgens afspraak het kamp van Agamemnon zou verraden. Daarop werd Palamedes voor de koning gebracht, die de misdaad ontkende, waarop zij naar zijn tent gingen en het goud opgroeven. Agamemnon geloofde dat de aanklacht waar was toen hij het goud zag. Aldus werd Palamedes bedrogen door de list van Odysseus, en hoewel onschuldig, werd hij door het hele leger als verrader net zolang gestenigd tot hij dood was.

Wrok van Achilles

Begin van het tiende jaar

Zo verliep negen jaar lang de oorlog voor de muren van Troje zonder dat er verandering kwam in de situatie, en de strijd zijn tiende jaar in ging. In die periode wordt het kamp plotseling overvallen door een pestepidemie en beginnen de Grieken massaal te sterven. Deze plaag werd veroorzaakt door Apollo omdat Agamemnon diens priester Chryses 1 bruusk had weggestuurd, toen die om de vrijlaiting van zijn gevangen genomen dochter Chryseis 1 kwam vragen. Nadat de ziener Calchas orakelde dat de plaag pas zal stoppen als Agamemnon het meisje aan haar vader teruggeeft, wil Agamemnon dat alleen doen als Achilles hem zijn gevangene Briseis schenkt. Agamemnon en Achilles krijgen hier zo’n ruzie over dat Achilles weigert om nog langer deel te nemen aan de strijd. Agamemnon drukt zijn zin echter door, laat Briseis uit de tent van Achilles halen, en geeft Odysseus opdracht om Chryseis 1 terug te brengen naar haar vader.

Chryseis 1 terug naar huis

Afgezanten bij Priamus

Bedroefd over deze interne ruzie onder de Grieken vaart Odysseus met het meisje naar haar bestemming, en begeleidt ze bij aankomst naar het altaar van haar vader. Daar zegt hij tegen Chryses 1: ‘Koning Agamemnon gaf mij bevel om uw dochter terug te brengen en een offer te brengen aan Apollo uit naam van de Grieken, die zo hopen Apollo te verzoenen, die hun leger zo’n zware slag heeft toegebracht.’ Dankbaar neemt Chryses 1 zijn dochter in ontvangst, en beloofde Odysseus bij Apollo te bidden om de plaag voor de Grieken te laten stoppen. Toen ze terugkeerden in het scheepskamp verminderde de pest geleidelijk en werden er geen mensen meer ziek. De mannen die al geïnfecteerd waren herstelden van hun ziekten, en hervond het leger zijn gebruikelijke kracht en sterkte. Maar Achilles bleef onverzoenlijk, weigerde om nog voor de Grieken te vechten, en zon in zijn tent op wraak.

Wraak Achilles

Die avond kwamen enkele wachters naar Odysseus en vertelden hem dat Achilles op wraak broedde, en die nacht zal proberen het kamp te overrompelen. Dan gaat Odysseus snel alle aanvoerders af om hen te waarschuwen en vertelde hen dat zij zich moesten bewapenen. Onmiddellijk ontstond er opschudding in het scheepskamp, waarbij iedereen zich haastte om de wapens aan te gorden waardoor het plan van Achilles werd verijdeld. Vervolgens liet Odysseus extra wachtposten om het kamp plaatsen om de Trojanen in de gaten te houden. Hij was bang dat hun aanvoerder Hector de gelegenheid te baat zou nemen om een nachtelijke aanval uit te voeren op de verdeelde Grieken in hun kamp, waar zo’n opschudding heerste. Zo werd door de alertheid van Odysseus voorkomen dat Achilles een nog groter kwaad kon aanrichten, én dat Hector een geslaagde aanval op het scheepskamp kon ondernemen.

Ingrijpen van Athena

De volgende dag houdt koning Agamemnon een toespraak voor het leger en vertelt hen dat hij die nacht een droom heeft gehad. De Goden hadden hem verteld, zo zegt hij, dat de Grieken niet konden winnen van de Trojanen en dat ze naar huis moesten gaan. Dit is een leugen die Agamemnon vertelde om te kijken of zijn soldaten, na negen jaar oorlog, nog voldoende zin hadden om te strijden. Hij verwacht dat ze zullen weigeren, maar tot zijn stomme verbazing juicht het hele leger van blijdschap, begint de tenten af te breken en de schepen terug in zee te duwen. Odysseus, die geen stap verzet, en weet wat Agamemnon werkelijk van plan is, blijft verbaasd naar de soldaten kijken totdat de Godin Athena naar hem toekomt en zegt: ‘Ga jij ook halsoverkop aan boord van je schip, Odysseus? En laat je Helena achter, zodat de Trojanen tot in lengte van dagen kunnen snoeven? Vanwege haar zijn er veel van je landgenoten gesneuveld, ver van hun vaderland. Kom, aarzel niet en meng je onder de troepen. Gebruik al je welsprekendheid om hen van de vlucht te weerhouden. Spreek hen aan als man tot man, en laat hen niet de schepen de zee in slepen.

Berisping van de Grieken

Odysseus herkende de stem van de Godin en liep op een draf naar de vluchtende mannen toe, terwijl hij zijn mantel achterliet in de handen van zijn schildknaap Eurybates 2. Hij liep rechtstreeks naar koning Agamemnon, leende van hem zijn koningsstaf, en begaf zich daarmee tussen de soldaten. Als hij iemand tegenkwam van hoge afkomst dan sprak hij hem hoffelijk toe, en zei: ‘Ik zou er niet aan denken om met dreigementen aan te komen zoals ik tegen een gewoon soldaat zou doen. Maar ik smeek u om standvastig te zijn en laat diegene waarover u het bevel voert dat ook zijn. U weet niet wat Agamemnon werkelijk in zijn schild voert. Dit is slechts zijn manier om het leger op de proef te stellen. Hoorde u niet wat hij zei in de Raad. Ik ben bang dat hij woedend zal zijn op het leger, en de mannen zwaar zal straffen als ze hier mee doorgaan. Koningen zijn net als Goden, trots, en worden beschermd door onze oppergod Zeus.

Herstel van de rust

Maar met de mindere soldaat ging Odysseus anders om. Als hij er een paar aantrof die een grote mond hadden dan sloeg hij hen met zijn staf, en sprak hen bestraffend. ‘Jij daar, blijf waar je bent en wacht de bevelen van je meerderen af die betere mannen zijn dan jij. Lafaard en zwakkeling dat je bent. Je bent in het gevecht al even slap als in de Raad. We kunnen niet allemaal koning zijn en door het plebs geregeerd worden is een ramp. Zeus heeft Agamemnon als koning over ons allen aangesteld en ondoorgrondelijk zijn zijn wegen.’ Zo herstelde Odysseus de orde, kwamen de mannen langzaam tot bezinning, en liepen allen terug naar de verzamelplaats met een geweldig tumult van hun wapenuitrustingen. Daar aangekomen ging iedereen op de banken zitten uitgezonderd één soldaat, Thersites, die zijn mond niet kon houden. Van alle soldaten die naar Troje waren gekomen was hij de lelijkste, en had ook de grootste mond. Meestal waren Achilles en Odysseus het mikpunt van zijn misplaatste grappen, en had iedereen een hekel aan die vent. Maar nu was koning Agamemnon het onderwerp van zijn spot en maakte hij hem belachelijk voor heel het leger.

Berisping Thersites

De bestraffing van Thersites

Als Thersites amper is uitgesproken staat Odysseus naast hem, met een bars gezicht en dreigende ogen. Hij spaart de man dan ook niet als hij zegt: ‘Thersites, ellendeling, hoe waag je het om zo tegen je leider te spreken. Het is niet aan jou, de grootste sukkel van ons allen, om onze grootste helden te belasteren omdat je zo graag naar huis wilt. Niemand die hier aanwezig is weet met zekerheid hoe de strijd zal aflopen. Misschien keren we zegevierend naar huis, en mogelijk ook niet. Maar jij doet niets anders dan schelden op onze koning en vitten op zijn vrijgevigheid. Maar let op mijn woorden, als ik je nog één keer betrap dat je zo tekeer gaat dan zal ik je te grazen nemen zowaar als mijn zoon Telemachus heet. Dan ruk ik je de kleren van het lijf, geef je een ongenadig pak slaag, en zet je uit de vergadering om te gaan huilen bij de schepen.

Instemming

Na deze woorden sloeg Odysseus hem met zijn staf op de rug en schouders. Hij sloeg echter zo hard dat Thersites ineenkromp van de pijn en in tranen uitbarstte, terwijl er een bloedige striem op zijn rug achterbleef. ‘Goed gedaan.’ Riep één van de omstanders, terwijl hij om zich heen keek om zich van de goedkeuring van zijn buren te verzekeren. ‘Die Odysseus heeft ons vaak goede raad gegeven en aangevuurd met geestdriftige woorden. Hij bewees ons echter nooit een betere dienst dan nu door die blaaskaak de mond te snoeren. Ik denk niet dat die Thersites nog eens hier durft te komen om onze leiders te tarten.’ Zo oordeelde de menigte. Maar Odysseus nam opnieuw het woord, de staf nog in zijn handen, terwijl Athena, vermomd als bode, naast hem stond en de menigte tot stilte maande.

Oppeppen van het leger

Dan begint Odysseus opnieuw te spreken: ‘Agamemnon, smaad en hoon ontvangt u nu van de Grieken, zoals nog nooit een sterveling heeft ontvangen. Zo breken ze de belofte die ze eens gaven toen wij van Argos vertrokken, en zwoeren om niet eerder naar huis te gaan dan nadat Troje met de grond gelijk gemaakt is. Ze jammeren als kleine kinderen en dreinen dat ze naar huis willen. Natuurlijk, iedereen heeft wel eens met heimwee te kampen, en wij zijn al negen lange jaren hier. Hoe kunnen wij het hen kwalijk nemen dat zij bij de schepen klagen en mopperen. Maar toch is het een schande om met lege handen naar huis terug te keren, terwijl we hier al zo lang zijn. Geduld vrienden, hou het nog even langer uit, zodat we met eigen ogen kunnen zien dat wat de ziener Calchas ons voorspelde waar was of niet. In het tiende jaar zouden wij zegevieren en de stad veroveren. Luister dus naar mij en blijf totdat we de stad hebben genomen.’ Daarop juichten de mannen juichten luid om zijn raad en maakten zich klaar om weer met de strijd te beginnen.

Duel Menelaus en Paris

Inspectie van het leger

Korte tijd later roept Agamemnon zijn mannen op tot de strijd, en gaat zijn leger langs om te controleren of de leiders klaar zijn om de strijd aan te gaan. Als hij bij Odysseus aankomt staat die net werkeloos toe te kijken bij zijn Cephallenen. Het bericht had hem nog niet bereikt, want de beide fronten waren nog maar nauwelijks opgeroepen tot de strijd, en hij stond te wachten totdat de troepen in beweging zouden komen. Als Agamemnon dit ziet valt hij scherp uit tegen Odysseus. ‘Jij daar, meester in het maken van plannen tot je eigen voordeel. Waarom blijf je zo achteraf staan, en laat je de anderen de spits afbijten? Het is aan jou om vooraan te gaan in de strijd en de eerste stoot op te vangen. Als ik een feestmaaltijd organiseer voor mijn aanvoerders ben je wel altijd de eerste. Dan ben je kennelijk wel gretig genoeg om je deel te nemen. Nu schijn je tevreden te zijn met toekijken terwijl tien Griekse legerkorpsen op de vijand toesnellen!

Odysseus verontwaardigd

Boos kijkt Odysseus naar Agamemnon en zegt: ‘Hoe durf je zulke woorden in je mond te nemen! Wil je beweren dat wij in de strijd ooit achterbleven. Zodra wij Grieken slaags raken met de Trojanen zal je, als je durft te kijken, Telemachus' vader in de voorhoede zien strijden. Maar totdat het zover is zijn je woorden geraaskal.Agamemnon, die de ergernis op het gezicht van Odysseus ziet, glimlacht en zegt verontschuldigend. ‘Dat was een scherpzinnige berisping, maar je moet geen blaam of vermaan in mijn woorden zoeken. Ik zal je zelfs niet verder aansporen want ik weet in mijn hart dat je mij goedgezind bent. Laten wij er niet meer over spreken en het later goed maken. Laat de Goden mijn woorden uitwissen en op de winden laten verwaaien.

Voorstel van Paris

Zodra de twee legers tegenover elkaar staan stapt bij de Trojanen Paris naar voeren en stel voor om de strijd definitief te beslissen door een tweegevecht tussen hem en één van de Grieken. Menelaus stapt onmiddellijk naar voren, neemt de uitdaging aan, en wordt er een bestand afgesproken. Daarop gaan beide legers op de grond zitten, maken tussen hen in ruimte vrij, en wachten vol spanning op het begin van de wedstrijd. Intussen laat men ook koning Priamus uit de stad komen, om dit plechtige verbond tussen de Grieken en de Trojanen te bezegelen. Zodra de koning op het strijdtoneel aankomt, ontvangt Odysseus hem plechtig, en voert Agamemnon het heilige ritueel uit om de overeenkomst te bezegelen.

Het Duel

Als de plechtigheid is afgelopen meten Odysseus en Hector het strijdperk af, en gooien in een koperen helm twee loten. Degene van wie het lot uit de helm tevoorschijn kwam mocht als eerste zijn speer mogen werpen. Beide legers kijken toe als Hector de helm schudt en bidden tot Zeus dat de man, Paris, die zoveel leed over hen had gebracht, in het tweegevecht mocht sterven zodat er vrede tussen de Trojanen en Grieken zou komen. Het lot van Paris kwam echter als eerste uit de helm tevoorschijn. Maar Paris mist zijn eerste zijn waarop Menelaus Paris dreigt hem te doden. Dan grijpt de Godin Aphrodite in, en redt Paris van een zekere dood. Athena laat vervolgens een Trojaan een pijl afschieten op Menelaus en is het bestand geschiedenis.

Strijd

Strijd bij Troje

Dan baarst de strijd in alle hevigheid los, en ziet Odysseus hoe zijn vriend Leucus 1 in de lies getroffen wordt door een speer van Antiphus 3. Woedend stapt Odysseus op zijn dode vriend af en gaat beschermend over zijn vriend heen staan. Spiedend naar een doel kijkt hij rond en werpt zijn speer. Zijn vijanden deinzen angstig terug maar te laat. De speer treft Democoon, een bastaardzoon van koning Priamus, in de slaap en gaat dwars door zijn hoofd heen. Zo bam Odysseus wraak voor zijn vriend Leucus 1 en wijken de Trojanen wijken terwijl de Grieken nog verder opdringen. Vol strijdlust moedigt Odysseus zijn Cephallenen aan, terwijl Agamemnon langs de troepen loopt om hen aan te sporen. Over en weer sneuvelen er veel soldaten en bedenkt Odysseus of hij eerst de zoon van Zeus, Sarpedon 1, zal aanvallen of eerst nog meer Lyciërs de dood in zal jagen. De Godin Athena gaf hem in om het laatste te doen, en in één geweldige aanval doodde hij Coeranus 1, Alastor 3, Chromius 3, Halius 1 Alcandrus, Prytanis en Noemon 1.

Uitdaging van Hector

Er zouden nog veel meer Lyciërs door zijn hand zijn gesneuveld als Hector het niet had bemerkt, en Odysseus had verjaagd van zijn bloederige arbeid. Aan het einde van die dag, als de zon begint te zakken, daagt Hector de Grieken uit om de oorlog te beslissen in een tweekamp tussen hem, en één van de beste Grieken. In eerste instantie heeft geen enkele Griek zin in een gevecht met de geweldige Trojaan, waarna Nestor de Grieken vermanend toespreekt. Onmiddellijk springen dan negen man op, waaronder Odysseus, om de uitdaging aan te nemen. Nestor stelt daarop voor om het Lot te laten beslissen, en is de grote Ajax 1 de gelukkige. De tweekamp eindigt echter onbeslist en wordt de strijd voor die dag gestaakt vanwege de invallende duisternis.

Verzoeningpoging

Gezanten naar Achilles

Dagen later, nadat de Trojanen en Grieken een gevechtspauze hadden ingelast om hun doden te bergen, begint de strijd opnieuw maar worden de Trojanen gesteund door Zeus, en verliezen de Grieken gevecht op gevecht van de Trojanen. Ze worden teruggejaagd naar hun scheepskamp en daar omsingeld door de Trojanen. De nacht onderbreekt de gevechten weer en de Grieken overleggen, opgesloten in hun kamp, wat ze de volgende dag moeten doen om het verloop van de strijd te veranderen. Als de leiders bijeen zijn wordt er besloten om een gezantschap naar Achilles te sturen om hem te bewegen weer deel te nemen aan de strijd. Samen met Phoenix 1 en de grote Ajax 1 wordt Odysseus uitverkozen om als gezant naar de wrokkende held te gaan. Nestor dringt er daarnaast bij Odysseus op aan om er alles aan te doen wat nodig was om Achilles gunstig te stemmen.

Aankomst bij Achilles

Als het drietal bij de tent van Achilles aankomt, treffen ze hem aan terwijl hij aan het spelen is op een lier en zijn vriend Patroclus 1 naar hem zit te luisteren. Als de gezanten voor Achilles blijven staan springt hij verrast op en zegt: ‘Welkom goede vrienden! Het werd werkelijk tijd, dat er iemand kwam. En hoe boos ik ook ben, er zijn geen twee Grieken, die ik liever zie dan jullie!’ Zodra Achilles is uitgesproken gaat hij hen voor naar zijn tent, waar hij hen laat plaatsnemen in met purper beklede stoelen. Tegen Patroclus 1 zegt hij: ‘Maak het grootste mengvat gereed, Patroclus 1, doe minder water bij de wijn, en geef ze elk een beker. Ik ontving onder mijn dak nooit betere vrienden.Patroclus 1 voldoet aan zijn verzoek, en serveert de gasten tevens een lekkere vleesmaaltijd.

Smeekbede Odysseus

Nadat Odysseus zijn honger had gestild vulde hij zijn beker met wijn en dronk Achilles toe. ‘Heil met u, Achilles! Het is heerlijk is wat u ons biedt, maar daar kwamen wij niet voor. We zijn met angst en schrik vervuld voor datgene wat ons binnenkort bedreigt. Die schaamteloze Trojanen met hun bondgenoten hebben dicht bij onze schepen hun kamp opgeslagen, en hun wachtvuren verlichten de hele omgeving. Ze zijn er van overtuigd dat hun niets meer in de weg staat om onze schepen morgen met geweld te bestormen. Zeus gaf hun moed door rechts van hen zijn bliksems in te laten slaan. Hector heeft de steun van Zeus, en door zijn strijdlust vreest hij geen mens of God. Hij wacht vol verlangen op de dageraad zodat hij kan beginnen met het in de brand steken van onze schepen. En ik ben bang dat de Goden hem zijn gang zullen laten gaan met wat hij van plan is. Dus vooruit en kom mee als je op het laatste ogenblik de uitgeputte troepen nog wil redden voor de woede van die van Troje.

Vervolg

Afgezanten bij Achilles

Vergeet ook niet wat je vader zei toen hij je uit Phtia liet gaan om je bij koning Agamemnon’s troepen te voegen. ‘Mijn zoon, Athena en Hera zullen je sterk maken, als zij dit wensen. Het is aan jou om je trotse geest in bedwang te houden. Een hart dat gewillig en welgezind is, is beter dan trots. Ruzies zijn rampen die leiden tot dood en verderf. De Grieken zullen je meer vereren als je meegaand bent dan wanneer je telkens ruzie maakt.’ Dat waren de woorden van je oude vader die je nu bent vergeten. Maar zelfs nu is het nog niet te laat om je tot mildheid te bekeren en je vijandigheid te laten varen. Agamemnon is bereid om je ruimschoots schadeloos te stellen om je bij je besluit te helpen. Ik zal de geschenken opnoemen die hij in zijn tent voor je heeft klaarliggen als je besluit om ons weer te helpen in de strijd. Zeven nieuwe drievoeten, tien talenten aan goud, twintig koperen ketels en twaalf sterke renpaarden waarmee je rijke prijzen kunt winnen. Bovendien wil hij je zeven, in handwerken bekwame, vrouwen schenken die hij zelf heeft uitgezocht vanwege hun schoonheid. Daarnaast krijg je uiteraard de vrouw terug die hij van je afnam, Briseis. Hij geeft je zijn woord van eer dat hij nooit met haar het bed heeft gedeeld. Al deze geschenken zullen onmiddellijk van jou zijn.

Reactie Achilles

Maar het antwoord van Achilles was kort en bondig. ‘Slimme Odysseus, ik zal je maar gelijk zeggen hoe ik er over denk en je de moeite besparen om nog langer te blijven zitten. Ik haat die Agamemnon intens, en zal op geen enkel aanbod van hem in gaan.’ Daarna volgt er nog een hele klaagzang hoe egoïstisch Agamemnon was, en hij het maar met de andere Grieken eens moet zien te worden hoe hij het kamp tegen de Trojanen wil verdedigen. ‘Vertel hem alles wat ik je gezegd heb,’ zegt Achilles uiteindelijk tegen Odysseus, ‘en doe het zo dat iedereen het kan horen, zodat ook de anderen weten waar zij aan toe zijn met die koning der Grieken.’ Als hij uitgesproken is geeft Achilles een teken om voor Phoenix 1 een bed klaar te zetten, in de hoop dat Ajax 1 en Odysseus dan snel zullen vertrekken. Ajax 1 begrijpt de wenk en zegt tegen Odysseus: ‘Kom Odysseus, laten we gaan. Het lijkt me dat onze missie is mislukt. Hoe slecht het nieuws ook is, we moeten het onmiddellijk aan de ander Grieken gaan melden. Die zullen ongetwijfeld in spanning op ons zitten wachten. Ik kan echter niet nalaten om op te merken hoe onbarmhartig en hardnekkig Achilles is in zijn wrok tegen Agamemnon, en zo geen enkel ogenblik denkt aan zijn vrienden die hem tot een afgod maakten van heel het leger.

Terug naar Agamemnon

Odysseus en Ajax 1 lopen langs het strand terug naar de tent van Agamemnon, en zodra ze daar aankomen springen alle leiders als één man overeind om het nieuws te horen. Vooral Agamemnon is nieuwsgierig en vraagt: ‘Vertel onmiddellijk, Odysseus, of Achilles ons weer komt helpen of is die trots van hem niet te stillen?’ Dan maant Odysseus iedereen tot stilte en zegt: ‘Beste Agamemnon en alle andere leiders. Achilles is geen ogenblik van plan om te zwichten. Ja, hij is gemelijker en wrokkiger dan ooit. Hij wil van je geschenken niets weten en zegt dat je het maar zelf met je vrienden moet uitzoeken om het leger te redden. Hij dreigt zelfs om zijn eigen schepen morgenochtend in zee te trekken en naar huis te keren. Hij adviseerde ons aan om hetzelfde te doen, want Zeus is op de hand van de Trojanen, zodat wij ons doel nooit zullen bereiken.’ Zodra Odysseus is uitgesproken zwijgen allen van ontsteltenis. Uiteindelijk wordt er besloten om de volgende ochtend ‘gewoon’ de strijd aan te binden met de Trojanen en maar te zien wat er er van komt. Hierna gaat iedereen naar zijn eigen tent om nog wat te slapen voordat de strijd weer losbarst.

Nachtelijke spionagetocht

Nachtelijk overleg

Later die nacht wordt Odysseus gewekt door de oude Nestor. ‘Waarom zwerf je hier rond tussen de schepen in het holst van de nacht?’ vraagt Odysseus aan Nestor. ‘Staan de zaken er dan zo slecht voor.’ Hierop antwoordde Nestor: ‘Wees niet boos dat ik je wakker maak, Odysseus, maar het is inderdaad hachelijk gesteld met de Grieken. Maar kom met me mee om enkele anderen te wekken met wie we kunnen overleggen of we zullen vechten of vluchten.’ Na deze woorden van de oude grijsaard gaat Odysseus zijn tent weer in om zijn schild te pakken en gaat daarna mee met Nestor om de anderen op te halen. Zodra de mannen bijeen zijn besluiten zij om een spion naar het Trojaanse kamp te sturen om inlichtingen te verzamelen, zodat zij zelf beter kunnen besluiten wat zij de volgende dag moeten doen. Onmiddellijk werpt Diomedes 1 zich op als vrijwilliger. Om kansrijker te zijn vraagt hij wel aan Odysseus of hij met hem mee wil gaan, omdat hij zo vindingrijk is en de gunst van Athena heeft. Onmiddellijk reageert Odysseus, ‘Je hoeft me niet zo te prijzen, Diomedes 1, maar laten we direct op weg gaan, want de nacht is al ver gevorderd’.

Spionnen in de nacht

Van Meriones krijgt Odysseus een boog, een zwaard en een leren helm die met twee rijen tanden van een everzwijn was versierd. Aldus bewapend gaan de twee op pad. Zodra ze het kamp uitlopen laat Athena rechts van hen een vogel opvliegen als gunstig voorteken voor hun tocht. Odysseus kan de vogel niet zien maar hoort wel het geruis van de vleugels, en meteen bidt hij verheugd tot Athena. ‘Luister naar mij, dochter van Zeus. Je steunt me bij al mijn avonturen, help me ook deze nacht zodat we veilig naar het scheepskamp kunnen terugkeren en goed nieuws mee kunnen brengen’. Ook Diomedes 1 doet zijn schietgebedje. Even later ziet Odysseus iemand aankomen uit de richting van het Trojaanse kamp, en zegt tegen Diomedes 1. ‘Daar komt er een aan van de vijand, wellicht een lijkschenner of ook een spion. Wat zullen we doen? Laten we hem eerst een klein stukje doorlopen en hem dan grijpen? Maar als hij ons te vlug af is, bedreig hem dan met je speer zodat hij niet kan ontsnappen naar onze schepen of zijn eigen stad.’ Aldus besloten verlaten ze het pad waar ze op liepen en duiken weg temidden van de lijken die daar nog lagen.

Ondervraging Dolon 1

Ondervraging van Dolon

Geen kwaad vermoedend loopt de Trojaan voorbij hun schuilplaats en gaan Odysseus en Diomedes 1, als hij een klein stukje verder is, achter hem aan. Zodra de Trojaan hen hoort blijft hij staan in de veronderstelling dat het vrienden zijn die hem terug komen roepen. Maar als de twee dichterbij komen ziet hij dat hij zich vergist heeft en kiest het hazenpad. Snel zetten Odysseus en Diomedes 1 de achtervolging in en neemt Diomedes 1 hem gevangen. Smekend roept de Trojaan: ‘Neem me levend gevangen, en ik beloof jullie een goede losprijs. In bezit veel goud en smeedijzer dat mijn vader graag aan u zal schenken als hij hoort dat ik naar het Griekse scheepskamp ben gebracht.’ Hierop reageert Odysseus. ‘Man beheers je toch. Wie denkt er nu aan dood en verderf. Geef liever naar waarheid antwoord op mijn vragen! Hoe kwam je ertoe om alleen naar ons scheepskamp te komen in het holst van de nacht, terwijl iedereen slaapt? Of zond Hector je misschien als verspieder? En hoe heet je?’ Met knikkende knieën antwoordde de Trojaan, ‘Mijn naam is Dolon 1, en Hector heeft me de paarden van Achilles beloofd als ik vannacht naar jullie kamp wilde gaan om inlichtingen in te winnen. Hij wilde weten of de schepen nog goed bewaakt werden, en of dat jullie mogelijk aan het overwegen waren om te vluchten.

Vragen van Odysseus

Glimlachend zegt Odysseus tegen hem. ‘Je vingers jeuken dus om je hand op de paarden van Achilles te leggen. Ongetwijfeld een schitterende buit, maar ze zijn moeilijk te temmen. Maar antwoord nu op mijn vragen en doe het naar waarheid! Waar liet je Hector achter toen je hierheen kwam? Waar ligt zijn wapenuitrusting en waar grazen zijn paarden? Hoe en waar zijn de Trojaanse wachtposten opgesteld en waar slaapt de rest van jullie leger. Wat zijn hun plannen? Blijven ze zo dicht bij de schepen gelegerd of trekken ze zich terug na de nederlaag die ze ons gisteren toebrachten?’ Dan zegt Dolon 1: ‘Al die vragen zal ik naar waarheid beantwoorden. Ten eerste beraadslaagt Hector met zijn raadslieden bij de grafheuvel van koning Ilus 2, ver achter het kamp. Verder kan ik vertellen dat er geen echte wachtposten zijn uitgezet om het kamp te bewaken, of om de bewegingen van de Grieken in de gaten te houden. Iedere strijdgroep heeft een kampvuur met één wachter. Die roepen elkaar toe om wakker te blijven. De bondgenoten slapen echter, want die hebben geen vrouwen of kinderen in de buurt om te beschermen, en laten het waken aan de Trojanen over.

Nog meer vragen

Hoe bedoel je dat,’ wilde Odysseus weten. ‘Slapen de bondgenoten in hetzelfde kamp als de Trojanen of van hen gescheiden? Draai er niet omheen, want ik wil het weten.’ Dan gaat de angstige Dolon 1 verder: ‘De Cariërs en de Paeonen liggen ginds bij de zee, net als de Lelegiërs, de Cauconen en de Pelasgiërs. Maar de Lyciërs, de Mysiërs, de Phrygiërs en de Maeoniërs kregen hun kampplaats toegewezen aan de kant van Thymbra. Maar waarom wil je al deze kleinigheden weten? Als je van plan bent om onze stellingen te overrompelen, weet dan dat daar, helemaal aan de zijkant, de Thraciërs gelegerd zijn. Dat zijn nieuwe troepen die juist zijn aangekomen onder aanvoering van koning Rhesus 1. Hij heeft de mooiste en sterkste paarden die ik ooit gezien heb. Zijn strijdwagen is rijk versierd met goud en zilver, en ook zijn wapens zijn van goud. Dus wat wil je? Breng je me naar de schepen of laat je me hier geboeid achter terwijl je gaat kijken of ik de waarheid heb gesproken?'

Naar de Thraciërs

Nu ze alle informatie van Dolon 1 te weten waren gekomen is hij niet meer van waarde voor het tweetal en Diomedes 1 hakt hem het hoofd af. Odysseus pakt vervolgens zijn wapens af en houdt die triomferend in de hoogte, zodat Athena ze kon zien. Opnieuw bidt hij tot de Godin. ‘U was de eerste van de Onsterfelijken op de Olympus die wij smeekten om hulp. Wees ons genadig en help ons nog een keer nu wij eropuitgaan om de slapende Thraciërs te overvallen en hun paarden te stelen.’ Daarop verborg hij de wapens onder een struik en plaatste een duidelijk herkenningsteken, zodat ze de buit konden terugvinden als ze terugkeerden na hun strooptocht. Daarop trokken de twee verder en zochten zich een weg door de lijken welke die dag waren gesneuveld. Spoedig kwamen zij bij de slapende Thraciërs. Hun wapens lagen in ordelijke rijen gerangschikt naast hen op de grond, en stond bij iedere man een span paarden. In hun midden sliep koning Rhesus 1 naast zijn snelle paarden die aan de dissel van zijn strijdwagen waren vastgebonden.

Dood van Rhesus 1

Odysseus ziet hem als eerste liggen en zegt tegen Diomedes 1: ‘Dat is onze man, en daar zijn die paarden van hem, waarover Dolon 1 ons vertelde. Wees nu zo sterk als je nog nooit geweest bent. Aarzel niet en maak vlug de paarden los. Of doodt jij de mannen en zorg ik voor de paarden?Diomedes 1 zwijgt en begint de ene na de andere Thraciër met zijn zwaard te doden terwijl Odysseus de lijken wegsleept om vrij baan te maken voor de paarden. Na twaalf mannen gedood te hebben gaat Diomedes 1 naar de slapende Rhesus 1 en steekt ook hem dood. Odysseus heeft intussen de paarden losgemaakt waarna hij ze met een tik op hun billen weg laat lopen. Buiten het kamp fluit hij vervolgens naar Diomedes 1 als teken dat hij met hem mee moet komen. Onmiddellijk gaat Diomedes 1 naar Odysseus en springt op één van de paarden. Ze geven hun paarden een tik met hun boog en stormen weg naar het kamp van de Grieken. Als Odysseus de plek bereikt waar ze Dolon 1 gedood hadden, houdt hij de paarden in en steeg Diomedes 1 af die de buitgemaakte wapens aan Odysseus gaf. Daarop sprong hij weer te paard en galopperen ze samen in volle vaart naar de schepen.

Terug in het kamp

Zodra de twee het kamp binnenstuiven worden ze met luid gejuich opgewacht door hun vrienden. Ze springen van hun paarden, schudden hen de hand en vraagt Nestor: ‘Vertel ons vlug, Odysseus, hoe jullie aan die prachtige paarden komen. Drongen jullie door tot in het kamp van de Trojanen of kreeg je ze onderweg van de een of andere god?’ Dan zegt Odysseus: ‘Beste Nestor, de Goden kunnen zoveel meer dan wij mensen. Als één van hen van plan was om ons paarden te schenken dan zou hij met een nog veel mooier stel voor de dag zijn gekomen. Deze paarden zijn pas sinds gisteren met de Thraciërs in Troje gearriveerd. Diomedes 1 doodde hun koning en nog twaalf van zijn beste mannen. Alles bij elkaar doodden wij veertien mannen, want onderweg kwamen wij ook nog een spion tegen die door Hector eropuit was gestuurd om ons kamp te bespioneren.’ Na die woorden joeg hij zijn paarden lachend over de gracht van het scheepskamp en volgden de andere Grieken hem opgewekt. Bij de tent van Diomedes 1 geven ze de paarden te eten en bergen de wapens van Dolon 1 in zijn schip. Daarna gaat het tweetal naar zee om zich te wassen, gebruiken nog een lichte maaltijd en brengen Athena een plengoffer.

Aanval op het scheepskamp

Strijd voor het scheepskamp

Strijd om Troje

De volgende ochtend stellen de twee legers zich weer op voor de strijd en begint het gevecht om het scheepskamp. In eerste instantie dringen de Grieken de Trojanen terug naar hun stad maar dan grijpt Zeus in. Hij is op de hand van Hector en laat dit met een verschrikkelijke donderslag merken aan de Grieken. Aldus gesterkt door Zeus beginnen de Trojanen aan een massaal tegenoffensief en worden de Grieken weer teruggedrongen. Even later moet koning Agamemnon gewond het strijdtoneel verlaten. Dan veriezen de Grieken hun moed en beginnen massaal naar hun schepen te vluchten. Op dat moment roept Odysseus tegen Diomedes 1: ‘Wat mankeert ons toch? Kom hier mijn vriend en stel jezelf naast mij op. Denk aan de schande als Hector erin slaagt om onze schepen te veroveren’. Onmiddellijk riep Diomedes 1: ‘Ik kom eraan, om samen stand te houden, maar onze vrienden zullen daar niet lang van genieten. Zeus heeft volgens mij besloten om de overwinning aan de Trojanen te gunnen.

Diomedes 1 en Odysseus

Samen vallen ze de strijdwagen van Thymbraeus 3 en zijn schildknaap Molion 1 aan. Diomedes 1 werpt zijn speer en treft Thymbraeus 3 dodelijk in zijn borst, terwijl Odysseus op zijn beurt korte metten maakt met Molion 1. Ze laten hun slachtoffers liggen waar ze liggen en werpen zich woedend in de strijd, waar ze samen tekeer gaan als een stel wilde zwijnen. Dood en verderf zaaiend onder de Trojanen waardoor de Grieken tijd kregen om op adem te komen na hun vlucht voor die verschrikkelijke Hector. Diomedes 1 en Odysseus vallen opnieuw een strijdwagen aan. Ditmaal waren het de zoons van Merops 1 uit Percote, Adrastus 3 en Amphius 1, die sneuvelden onder de handen van Diomedes 1 terwijl Odysseus Hippodamus 1 en Hepeirochus velde en plunderde. Als Hector het tweetal tekeer ziet gaan snelt hij onmiddellijk op hen af met enkele Trojanen achter zich aan. Diomedes 1 ziet het gevaar op zich afkomen en zegt tegen Odysseus: ‘Dat ziet er lelijk uit voor ons tweeën. Daar komt die geduchte Hector aan. Maar laten we stand houden en hem op de vlucht drijven.’ De speren vliegen over en weer en Diomedes 1 krijgt een pijl in zijn voet die hem vastnagelt aan de grond. Vlug gaat Odysseus op hem af en trekt de pijl uit zijn voet waarna Diomedes 1 naar zijn strijdwagen strompelt om naar het scheepskamp terug te keren.

Odysseus alleen

Zo stond Odysseus er nu alleen voor, want de rest van de Grieken was er met de staart tussen de benen vandoor gegaan. Dan overlegt hij met zichzelf wat hem nu te doen stond. ‘Welk lot is mij nu beschoren. Ik zou me moeten schamen als ik zwichtte voor deze overmacht. Maar ik zou me nog ellendiger voelen als ik hier eenzaam overrompeld werd nu Zeus alle Grieken op de vlucht jaagt. Maar waarom getreuzeld? Slechts lafaards verlaten hun post, maar geboren leiders houden stand of sterven.’ Terwijl Odysseus stond te denken werd hij omsingeld door de Trojanen, maar gingen ze hun dood tegemoet. Want Odysseus sprong op Deiopites af en bracht hem met zijn speer een verschrikkelijke wond toe in zijn schouder. In één geweldige aanval doodt hij vervolgens Thoon 2, Ennomus 1, Chersidamas 1 en Charops 1. Terwijl hij de Trojanen laat liggen gaat Odysseus op Socus af die hem vervolgens uitdaagt. ‘Roemvolle Odysseus, jij zult je er vandaag er niet op kunnen beroemen om twee zonen van Hippasus 1, Charops 1 en mij, te doden en van hun wapens te beroven. Ik dood je nog eerder met mijn lans.’ Met die woorden haalt hij uit, en treft het schild van Odysseus met zijn lans. Het wapen gaat er dwars door heen en schramt de zijde van Odysseus.

Gewond

Odysseus voelt dat hij niet dodelijk is getroffen, wijkt terug, en zegt: ‘Ongelukkige, nu is je noodlot bezegeld. Je mag me dan belet hebben om nog langer tegen de Trojanen te vechten, maar jij zult hier en nu de dood vinden door mijn speer.’ Van schrik wil Socus er vandoor gaan, maar hij heeft zich nog nauwelijks omgedraaid of Odysseus treft hem met zijn speer tussen de schouders. Met een somber gerinkel van zijn harnas valt Socus dood ter aarde en zegt Odysseus: ‘Ach Socus, zo is de dood je toch te slim af en haalde je in voor je kon vluchten. Je ogen zullen niet gesloten worden door je vader of moeder. De Aasgieren zullen je omringen met hun klapperende vleugels en je lijk aan stukken scheuren. Maar ik zal door mijn vrienden begraven worden als ik mocht sterven.’ Hierna trok hij zijn zware speer uit het lijk en verwijderde ook de speer van Socus uit zijn schild. Maar als hij het wapen uit zijn zijde haalt komt het bloed naar buiten en voelt hij zich benard. Zodra de Trojanen zijn bloed zien vloeien vallen zij opnieuw als één man op hem aan. Ditmaal wijkt Odysseus iets terug en roept zijn vrienden luidkeels om hulp.

Nog meer gewonden

Menelaus hoort Odysseus roepen en komt samen met de grote Ajax 1 naar hem toe. Intussen houdt Odysseus de Trojanen met zijn speer op afstand. Als de grote Ajax 1 hem bereikt stuiven de Trojanen er vandoor en neemt Menelaus Odysseus bij de arm. Hij helpt hem in zijn eigen strijdwagen, waarmee zijn schildknaap kwam aanrijden, om hem terug te brengen naar het scheepskamp. Daar gaat Odysseus bij zijn schip aan het strand zitten en laat zijn wond verzorgen. Ook Diomedes 1 en Agamemnon zijn gewond, horen het geluid van de strijd steeds dichterbij komenen begrijpen dat de Trojanen het scheepskamp zijn binnengedrongen. Om overzicht over het verloop van de strijd te krijgen besluiten ze om, al leunend op hun speren, naar de strijd te gaan kijken en komen ze onderweg de oude Nestor tegen.

Vertwijfelde Agamemnon

Vertwijfelde Agamemnon

Zodra Agamemnon de oude man naar zijn tent ziet lopen vraagt hij onmiddellijk: ‘Waarom heb je de strijd verlaten, Nestor, en ben je teruggekeerd naar je tent?’ Daarop antwoordde Nestor: ‘Een ramp is op komst. De muur, die wij om ons kamp bouwden, is doorbroken en de Trojanen zwerven nu overal in ons kamp. Als we nog een beetje verstand hebben moeten we direct overleggen wat ons te doen staat, willen we niet nu direct vernietigd worden.’ Dan zegt Agamemnon vertwijfeld: ‘Aangezien de strijd nu tot bij de schepen is genaderd moet ik wel geloven dat Zeus er genoegen in schept om de Grieken hier te laten omkomen. Laten we dus het volgende doen. Er zit niets anders op dan de schepen die het dichtst bij het water liggen in zee te trekken, om ver uit de kust voor anker te gaan. Daar wachten we totdat de nacht valt en kunnen we de rest wegslepen, als de Trojanen tenminste niet besluiten om vannacht nog door te gaan met de strijd. Het is beter vluchten dan gevangen genomen te worden.

Woedende Odysseus

Dan valt Odysseus woedend tegen de koning uit: ‘Hoe kun je nu zo iets zeggen, jij die onze leider wilt zijn! Je moet aanvoerder van lafaards worden in plaats van mannen zoals wij, die gewend zijn om hun leven lang te vechten totdat zij er stuk voor stuk aan ten onder gaan. Zo wil je dus afscheid nemen van Troje en haar prachtige straten, waarom wij zo bitter hebben gestreden. Je kunt beter je mond houden voordat de mannen je horen en door je plan worden aangestoken. Je moet wel volkomen hersenloos zijn als je zoiets maar durft voor te stellen. Midden in een gevecht van man tegen man moeten wij onze schepen in zee trekken en zo de Trojanen, die ons al een keer versloegen, een nog betere kans geven om met ons te doen wat zij willen. Denk je nu echt dat onze mannen nog veel weerstand zullen bieden als ze zien hoe wij onze schepen in zee trekken. Ze zullen niet veel meer doen dan achterom kijken, zonder nog enige animo tot vechten ten toon te spreiden. Dat zou je met je raad bereiken, o leider van legers.

Steun van Poseidon

Daarop zegt Agamemnon: ‘Je spreekt harde woorden, Odysseus! Maar goed, ik zal de mannen niet tegen hun wil in dwingen om zee te kiezen. Maar geef mij dan een betere raad. Of diegene nu oud is of jong, ik zal naar hem luisteren.’ Dan reageert Diomedes 1: ‘De man die wij nodig hebben zit te mokken in zijn tent maar weigert om ons te helpen. Wat we wel kunnen doen is naar de rand van het slagveld lopen. Daar aangekomen houden wij ons, gewond als we zijn, afzijdig van de strijd, maar kunnen we wel de anderen aanmoedigen om de Trojanen te bestrijden waar ze maar kunnen.’ Alle aanwezigen stemmen in met het plan en gaan naar het slagveld toe. Daar aangekomen hergroeperen zij elk hun soldaten en lopen langs de gelederen waar ze wapens verwisselen, zodat de sterkste strijders ook de beste wapens in handen kregen. Maar dan komt ineens ook Zeegod Poseidon opdagen, die de Grieken steunt, en laait de strijd weer op in het scheepskamp.

Dood van Patroclus 1

Het verdriet van Achilles

Enige tijd later werpt ook Patroclus 1 zich met zijn Myrmidonen in de strijd, nadat hij van Achilles toestemming had gekregen, die zelf in zijn tent bleef mokken. Patroclus 1 slaagt erin om de Trojanen uit het kamp te verdrijven maar wordt aan het einde van de dag gedood door Hector. Om zijn dode lichaam ontstaat een wilde strijd maar slagen de Grieken er uiteindelijk met veel moeite in om de dode Patroclus 1 terug te brengen naar Achilles. Die is intens geschokt over de dood van zijn vriend en slaakt verschrikkelijk kreten van woede en verdriet. Ook Odysseus hoort het gejammer en de oproep van Achilles aan alle leiders om op het strand bijeen te komen. Hinkend en op stokken leunend nadert hij de plek waar de mannen zich verzamelen. Als iedereen is aangekomen vertelt Achilles dat hij zijn wrok met Agamemnon wil laten varen om weer deel te nemen aan de strijd tegen de Trojanen. Hij stelt voor om direct de wapens te grijpen en op hen af te gaan.

Reactie van Odysseus

Dit voorstel wekt verweer bij Odysseus op en hij zegt tegen Achilles: ‘Beste Achilles, hoe moedig je ook bent, je kunt de manschappen niet zo maar naar Troje sturen. Het wordt geen slag die in korte tijd beslist wordt. Wacht maar eens af als de twee legers elkaar ontmoeten, nadat hun strijdlust is gewekt. Vertel de soldaten dat zij eerst wat moeten eten en drinken. Zonder voeding houden ze het niet lang uit tegen de vijand voordat de zon ondergaat. Ze krijgen last van knikkende knieën, hoe moedig ze ook zijn, als de honger en uitputting hen overvallen. Maar als een soldaat naar hartenlust heeft gegeten en gedronken, voordat de strijd begint, dan kan hij vol moed en strijdlust vechten. Daarom zeg ik dat wij de troepen moeten laten rusten en voor hen een maaltijd moeten bereiden. En wat de verzoening met Agamemnon betreft. Laat die de beloofde geschenken hierheen brengen en uitstallen in ons midden zodat wij kunnen zien hoe verheugd je bent. Laat hij ook ten overstaan van ons allen zweren dat hij je meisje, Briseis, nooit heeft beroerd. En Achilles, laat ook van jouw kant zien dat je hem vergeven hebt. Tegen Agamemnon zeg ik dat hij voortaan beter op zijn woorden moet letten. Het past een koning om voldoening te geven en te herstellen.

Verzoening met Achilles

Onmiddellijk antwoordde Agamemnon: ‘Die woorden van jou hebben mijn hart verwarmd, Odysseus. Ik zal die eed hier ten overstaan van iedereen zweren. Ik draag jou, Odysseus, op om de beloofde geschenken direct uit mijn tent te gaan halen en hier te brengen. Zoek een paar sterke jongelui uit om je bij dit karwei te helpen, zodat Achilles en ik elkaar kunnen verzoenen.’ Ook Achilles reageerde en zegt: ‘Agamemnon, wat je zegt is goed, maar stel de uitvoering ervan nog even uit tot de strijd tot rust is gekomen en ik niet meer zo strijdlustig ben. Onze vrienden liggen op het slagveld, vermoord door Hector, en je wilt de mannen nu voor een feestmaal uitnodigen. Nee, ik zou de mannen nu onmiddellijk in de strijd sturen totdat de zon is ondergegaan. En als wij deze schande hebben uitgewist laat ze dan naar hartenlust eten. Ikzelf zal ook niet eerder eten voordat mijn dode vriend is gewroken.

Voorstel van Odysseus

Ook nu reageert Odysseus weer en zegt: ‘Dappere Achilles, jij sterkste van ons allen, veel sterker dan ik zelf ben en ook mijn meerdere in het hanteren van lans en speer. Toch ben ik in wijsheid je meerdere. Ik ben ouder en rijker aan ervaringen. Beheers dus dat onstuimige hart van je en luister naar wat ik te zeggen heb. Niets put een man meer uit dan het geweld van de strijd. Een Griek rouwt niet vastend om een dode. Er gaat geen dag voorbij dat er geen doden vallen. Dus hoe zou men dan kunnen leven zonder voedsel tot je te nemen. Nee, we begraven de dode zodra hij gestorven is, beheerst, grimmig en met een gesloten hart. Maar alle anderen, die nog gespaard zijn, moeten verder met de wrede strijd en dus ook eten, zodat zij de vijand kordaat kunnen bestrijden. Zodra wij gegeten en gedronken hebben stormen wij op die van Troje af. En laat dan niemand wachten tot de tweede groep. Wee degene die dan achterblijft bij de schepen. Dat is mijn bevel.’ Zo sprak Odysseus en koos enkele metgezellen uit om de geschenken van koning Agamemnon te gaan halen.

Meedogenloze Achilles

Het verdriet van Achilles

In de tent aangekomen laat hij de jongemannen de geschenken pakken, en weegt zelf de tien talenten aan goud af. Gezamenlijk gaan ze daarna weer naar de vergaderplek terug om de goederen uit te stallen. Vervolgens zweert Agamemnon zijn eed en gebruiken ze daarna gezamenlijk een heerlijke maaltijd. Achilles weigert om te eten maar blijft wel bij hen zitten. Naderhand blijft Odysseus met de twee Ajaxen, Nestor, Idomeneus 1 en Phoenix 1 heel de nacht bij Achilles zitten, en trachtten hem te troosten in zijn verdriet om zijn dode vriend Patroclus 1. De volgende dag bindt Achilles met zijn Myrmidonen weer de strijd met de Trojanen aan en verslaat bijna in zijn eentje het hele Trojaanse leger. Hij slaagt er uiteindelijk in om Hector te doden en de Trojanen weer in hun stad terug te dringen. De dode Hector sleept hij vervolgens achter zijn strijdwagen het scheepskamp in om het lijk daar als oud vuil voor de vogels in het stof te laten liggen.

Worstelwedstrijd met Ajax 1

Dagen later wordt er een enorme brandstapel gebouwd om het dode lichaam van Patroclus 1 te cremeren. Als dit is gebeurd organiseert Achilles spelen ter ere van zijn dode vriend. Aan de derde wedstrijd, worstelen, neemt ook Odysseus deel. Zijn tegenstander is de grote Ajax 1. Als de wedstrijd begint grijpen de twee elkaar vast in het midden van de kampplaats. Onder druk van hun machtige armen kraken hun ruggen, en begint het zweet van hun lichamen te druipen. Maar Ajax 1 kreeg Odysseus niet op de grond, en Odysseus kon de spierkracht van Ajax 1 niet buigen. Als ze zo een tijdje aan elkaar staan te trekken worden de toeschouwers ongeduldig en zegt Ajax 1 tegen Odysseus: ‘Til jij nu mij omhoog of ik jou, en laat Zeus dan maar beslissen!’ Vervolgens tilt hij Odysseus omhoog maar Odysseus, ervaren als hij is, schopt Ajax 1 in zijn knieholten waardoor hij valt met Odysseus bovenop zich. De toeschouwers stonden verbaasd, terwijl Odysseus Ajax 1 wilde optillen maar hem niet van de grond kreeg. Snel slaat hij een been om de knie van Ajax 1 waardoor ze beiden weer op de grond vallen. Voor de derde keer springen ze op om de wedstrijd voort te zetten maar grijpt Achilles in. ‘Stop allebei met vechten,’ zegt hij, ‘verdere inspanning is nutteloos. Jullie beiden komt de prijs toe. Aanvaardt die zodat je de rest van de spelen kunt volgen'. Beiden geven graag gehoor aan zijn oproep, wissen zich het stof van hun lijf, en trekken hun mantels weer aan.

Hardloopwedstrijd

Even later neemt Odysseus deel aan de wedstrijd hardlopen. Ook de kleine Ajax 2 en Antilochus geven zich op. Het drietal stelt zich in een rechte lijn op, en wachten op het startsignaal. Zodra dit klinkt stuiven ze als één man weg en heeft de snelle Ajax 2 al snel een voorsprong met Odysseus op zijn hielen. Zijn voeten raakten de voetsporen van Ajax 2 nog voordat het stof was neergedaald. Odysseus zet alles op alles om te winnen en bidt stilletje tot Athena: ‘Hoor, en verhoor mijn gebed, Onsterfelijke. Ik heb uw onschatbare hulp onmiddellijk nodig. Daal neer en schenk mijn voeten vleugels.’ De welwillende Athena verhoorde het gebed van haar gunsteling en liet Ajax 2 struikelen. Die valt met zijn gezicht in de koemest waardoor Odysseus hem kon passeren en de wedstrijd won door als eerste over de eindstreep te komen. Opnieuw kreeg hij van Achilles een prijs, en nam hij een kostbaar mengvat van gehamerd zilver in ontvangst. Na de wedstrijden is ook het bestand met de Trojanen voorbij en begint de strijd opnieuw.

Tiende jaar van de strijd

De Amazonen

Omdat de Trojanen hun legerleider Hector hadden verloren komen ze in eerste instantie hun ommuurde stad niet meer uit, en wacht koning Priamus op versterking uit naburige landen. De eerste die aan zijn oproep om steun gehoor geeft is de koningin van de Amazonen, Penthesilea. Zodra ze met haar strijdbare groep van krijgslustige vrouwen arriveert, komen ook de Trojanen naar buiten en staan de beide legers weer tegenover elkaar. Samen met Menelaus en Meriones voert Odysseus dan de boogschutters aan terwijl Ajax 1, Agamemnon en enkele anderen de voetsoldaten voor gaan. In eerste instantie weten de Amazonen de Grieken weer in de verdediging te drukken, totdat Achilles Penthesilea weet te doden en de Amazonen met de Trojanen op de vlucht slaan. Zodra Achilles de dode maar beeldschone Penthesilea ziet, raakt hij op slag verliefd op haar maar, wordt daarna bespot door Thersites. Achilles wordt hier zo kwaad over dat hij de man een enorme dreun verkoopt en sterft. Als gevolg hiervan ontstaat er een ruzie onder de Grieken en zeilt Achilles naar Lesbos. Daar wordt hij, na offers aan Apollo, Artemis en Leto, door Odysseus gezuiverd voor het doden van de man.

Memnon

Kort daarna kwam Memnon, de zoon van Tithonus 1 en Eos 1, met een groot leger uit Indië en Ethiopië naar Troje om Priamus te helpen in zijn strijd tegen de Grieken. Opnieuw breekt een wrede veldslag uit en worden de Grieken weer teruggedreven naar hun scheepskamp tot het moment dat de duisternis inviel en de gevechten werden gestaakt. Die avond zitten de Griekse aanvoerders bij elkaar, terwijl ze voor de uitslag van de oorlog vrezen, en overleggen hoe ze die geweldige Memnon kunnen verslaan. Dan wordt op advies van Odysseus besloten om de grote Ajax 1 het in een persoonlijk duel tegen Memnon op te laten nemen om zo de Trojanen van hun nieuwe aanvoerder te beroven. De volgende dag begint in alle vroegte de strijd en wordt Antilochus, de zoon van Nestor, door Memnon gedood. Toen achtte Ajax 1 de tijd rijp om Memnon uit te dagen. Maar eerst riep hij Odysseus en Idomeneus 1 om hem te verdedigen in het geval de Ethiopiërs hem van achter zouden aanvallen.

Duel met Memnon

Memnon, die zag dat Ajax 1 naar voren kwam, sprong van zijn strijdwagen en ging hem lopend tegemoet. In beide legers wedijverden hoop en vrees met elkaar, maar uiteindelijk stak Ajax 1 zijn speer in het midden van Memnon’s schild en, heel zijn gewicht en al zijn kracht gebruikend, stak die er dwars doorheen in de zij van Memnon. De metgezellen van Memnon, toen ze zagen wat er gebeurde, snelden hem te hulp en probeerden Ajax 1 weg te duwen. Maar dan stormen Odysseus en Idomeneus 1 naar voren om hun kameraad te beschermen. Gelijktijdig ging Achilles op Memnon af. Tussen hen ontstond een bittere strijd op leven en dood maar weet Achilles uiteindelijk zijn speer door de keel van Memnon te steken. Hierna geven de Trojanen de strijd op en vluchten massaal naar hun stad. Daarop gaan de Grieken achter hen aan en weet Odysseus twee zoons van koning Priamus, Aretus 1 en Echemmon 1 te doden. Ook veel van hun broers sneuvelen onder de moordende handen van de Grieken totdat de Trojanen hun stadspoort sluiten en de duisternis opnieuw een eind maakt aan de strijd.

Dood van Achilles

Achilles gaat op de Trojanen af

De volgende dag ontstaat er wederom een verwoede strijd voor de muren van de stad, waar vooral Achilles als een razende tekeer gaat tegen de Trojanen. Hij doodt de ene na de andere tegenstander totdat Apollo ingrijpt en een pijl van Paris in de kwetsbare hiel van de held terecht laat komen, waardoor hij uiteindelijk sterft. Dan gaan de Trojanen op zijn lijk af om het binnen de muren van hun stad te slepen en aan de bewoners te tonen. De Grieken kunnen dit onmogelijk over hun kant laten gaan en Ajax 1 en Odysseus verdedigen met de moed der wanhoop de massale aanvallen van de Trojanen op het lijk. Samen doden ze de ene aanvaller na de andere en weren iedere Trojaanse hand af die het lijk probeert te grijpen. Op een gegeven moment wordt Odysseus vlak boven zijn knie in zijn been gestoken door Alcon 4. Odysseus trekt zich echter niets aan van de wond, en steekt zijn speer dwars door het schild in de borst van Alcon 4 die zijn aanval zo met de dood moet bekopen. Voor elke meter vechtend weten de twee te zo voorkomen dat de Trojanen het lijk kunnen bemachtigen en dragen tegen de avonde de dode Achilles binnen de muren van hun scheepskamp.

De wapenrusting van Achilles

De Grieken zijn diep geschokt als ze ontdekken dat hun belangrijkste strijder is overleden en wordt er onmiddellijk een wapenstilstand afgesproken om voor hem een grootste begrafenis te organiseren. Na negen dagen van diep rouw wordt de held uiteindelijk op een brandstapel gecremeerd en organiseert zijn moeder Thetis spelen ter nagedachtenis aan haar gestorven zoon. Aan elke winnaar schenkt zij een van de vele bezittingen die Achilles in de loop van de oorlog had verworven. Als de laatste prijs is uitgereikt wil ze ook de prachtige wapenrusting weggeven en zegt: ‘Laat nu de machtigste van alle Grieken naar voren komen die mijn geliefde zoon van de vijand heeft gered. Aan hem geef ik deze roemvolle wapens waar zelfs de Goden met plezier naar kijken.

Twee kandidaten

Onmiddellijk staan Ajax 1 en Odysseus op, die prachtige prijs voor zichzelf opeisen. Het tweetal krijgt hierover een laaiende ruzie en kunnen het niet eens worden aan wie de prijs toekomt. Uiteindelijk roept de woedende Ajax 1 schreeuwend: ‘Laat Idomeneus 1, Nestor en Agamemnon hierover beslissen, zij kennen de waarheid over de daden die zijn verricht in deze vermoeiende strijd.’ Odysseus is het alleen hierover met hem eens en zegt: ‘Ook ik vertrouw hen volkomen, want zij zijn wijs, oordeelkundig en het koninklijkst van alle Grieken.’ Zo moeten de drie een lastige beslissing nemen, want aan wie ze de wapens ook gunnen, de ander zal hevig teleurgesteld zijn en waarschijnlijk het leger verlaten. Op advies van Nestor besluit het drietal om zich niet aan deze beslissing te branden, en enkele krijgsgevangen Trojanen te laten beslissen wie de wapens moet krijgen. Om een goed oordeel te kunnen vellen besluiten de Trojanen om beide kemphanen zelf aan het woord te laten om hen de argumenten aan te voeren waarom zij menen de machtigste te zijn.

Klacht van Ajax 1

Ajax 1 lieten ze als eerste aan het woord en die begon: ‘Odysseus, krankzinnige ziel, waarom denk je dat je mijn gelijke bent in kracht? Durf jij te zeggen dat je, toen Achilles dood in het stof lag en de Trojanen om hem heen zwermden, die woedende menigte terug drong! Er huist geen strijdlustig hart in je borst, maar slechts list en verraad. Ben je vergeten hoe je terugdeinsde voor de oorlog totdat Palamedes je dwong om te komen! Door jouw advies lieten we Philoctetes achter op het eiland Lemnos, en je beraamde ook de vernietiging van Palamedes, die zoveel beter in de strijd was dan jij! En nu durf jij het tegen mij op te nemen, mijn vriendelijkheid vergetend, die je eens redde, toen je in strijd verdronk door de aanval van de vijand, en middenin het tumult van de strijd op de vlucht sloeg! Onderkruipsel, terwijl je snoeft dat je in macht boven alle anderen staat. Waarom heb je al je schepen midden in het centrum gelegd, en durfde niet net als ik, hen aan de verre vleugel op het zand te trekken? Omdat je bang was! Nee, je hebt de kracht niet om de onoverwinnelijke wapens van Achilles te dragen, of zijn zware speer te slingeren met jouw zwakke handen! Maar ze passen prima bij mijn lichaam. Ja, het is gepast dat ik die roemvolle wapens draag! Maar waarom staan we tegenover elkaar te hakketakken? Kom, laten we in een tweestrijd proberen te bepalen wie van ons tweeën de beste is. Maar in dapperheid sta ik ver boven je, en bovendien is de grote Achilles familie van me.

Weerwoord van Odysseus

Daarop nam Odysseus, met een afkeurende blik naar Ajax 1, het woord. ‘Ajax 1, waarom richt je deze dwaze woorden tot mij? Je hebt me verderfelijk, slap en een zwakkeling genoemd. Toch boog ik op een veel beter verstand en rede dan jij, zaken die de macht van mensen verhogen. Vanwege mijn scherpe verstand koos Diomedes 1 me uit alle mannen om op te trekken naar Hector’s verdedigers. Ja, en machtige daden bereikten wij samen. Ik was het die Achilles voor deze oorlog won met weloverwogen woorden. Het woord heeft grote macht over mensen, als wellevendheid hen inspireert. Dapperheid is een leeg begrip, achtergesteld door wijsheid. Maar de Onsterfelijken gaven mij zowel kracht als wijsheid, en maakten me tot een zegen voor het Griekse leger. Ik vluchtte niet voor de vijand, zoals jij stelt, maar weerstond die aanval standvastig. De vijand kwam als een woedende vloed over me heen, maar door mijn handen kortte ik vele levens in en beschermde jouw rug. Mijn schepen? Ik trok ze in het centrum op het droge om steun te geven aan Agamemnon en Menelaus bij mogelijke calamiteiten tijdens de oorlog. Ik vreesde nooit de speer van Hector en stond in de voorste gelederen van de strijd toen hij, blakend van vertrouwen, ons allemaal uitdaagde. Ja, in het gevecht om Achilles, doodde ik meer vijanden dan jij, en vrees je speer allerminst. Maar mijn wond, die ik opliep tijdens zijn verdediging, ergert me van de pijn. Zowel in mij als in Achilles stroomt het bloed van Zeus.

Het oordeel

Hierna neemt Ajax 1 weer het woord en ontkende dat hij Odysseus had zien zwoegen tijdens de strijd om de dode Achilles. Dan neemt Odysseus nog eenmaal het woord om te zeggen dat hij zichzelf niet slechter vond in de strijd dan Ajax 1 maar wel beter in verstand en daarom machtiger. Dan trekken de krijgsgevangen Trojanen zich terug om over de woorden van de twee kemphanen na te denken. Na een lange pauze keren ze terug en maken bekend dat zij het unaniem eens waren geworden over de beslissing, en Odysseus tot de machtigste man uitriepen. Odysseus was hier uiteraard zeer verheugd over, maar bij de Grieken brak een diep gekreun uit toen ze het gezicht van de stijf bevroren Ajax 1 zagen. Het bloed steeg naar zijn hoofd terwijl de razernij door zijn lichaam raasde. Om te voorkomen dat hij Odysseus of de rechters aan zou vallen voerden zijn vrienden hem weg van de plek, en brachten Ajax 1 naar zijn schip aan het eind van de rij schepen op het strand.

Nachtwake

Maar ook Odysseus is er niet gerust op, en besluit die avond om Ajax 1, vanuit de verte, in de gaten te houden. Zo ziet hij die nacht Ajax 1 met een waanzinnige blik in zijn ogen uit zijn tent komen om daarna, als een woesteling, de kudde schapen af te slachten die in de buurt graasden. Terwijl Ajax 1 daarmee bezig is hoorde Odysseus hem regelmatig ‘Dood aan Odysseus’ en de andere namen van aanvoerders roepen terwijl hij zijn zwaard door de keel van een dier stak. Even later hoort Odysseus de stem van Athena in de lucht die zegt: ‘Laat hem maar begaan, Odysseus. Ik heb hem waanzinnig gemaakt, en Ajax 1 koelt nu zijn woede af op de schapen, terwijl hij denkt dat hij Grieken aan het doden is. Morgenochtend komt hij weer bij zinnen en dan zal hij zich dan diep schamen voor zijn daad.’ Gerustgesteld door haar woorden keert Odysseus dan terug naar zijn tent om nog een beetje nachtrust te genieten. De volgende ochtend blijkt dat Ajax 1, toen hij weer zinnen kwam, Odysseus, Agamemnon en Menelaus schaterlachend had vervloekt en vervolgens zelfmoord gepleegd vanwege de schande waarmee hij zich had overladen.

Voorbereidingen val Troje

Excuus van Odysseus

Ondanks zijn strijd over de wapens van Achilles met Ajax 1 drukt het verdriet zwaar op Odysseus over deze slag en sprak hij berouwvol tegen de andere Grieken: ‘O vrienden, er is geen grotere vloek voor mannen dan woede. Door deze belachelijke kwestie heeft Ajax 1 een eind aan zijn leven gemaakt, en wilde ik dat die vervloekte Trojanen me nooit als winnaar hadden verkozen. Maar ik smeek u, leg de schuld niet bij mij! Want als ik had geweten dat dit het gevolg zou zijn, dan had ik nooit met hem om de wapens gestreden. Nee, dan had ik de wapens vrijwillig en blijmoedig aan hem geschonken. Maar een dergelijke woede had ik niet in hem verwacht. Die edelmoedige man is door het Lot op een dwaalspoor gezet. Want het is zeer onwaardig voor een man om van passie gek te worden. De wijze zal dit altijd verdragen en niet tieren om zijn eigen lot.’ Zo sprak hij en ging op zijn plaats zitten.

Voorspelling Calchas

Voorspelling van Calchas

Dan staat Calchas op en roept: ‘Hoor mij aan Grieken. Jullie weten dat ik de gave der voorspelling bezit, en eens vertelde dat Troje in het tiende jaar van de strijd verwoest zou worden. Dat zijn de Goden nog steeds van plan en ligt de overwinning aan onze voeten. Laten we daarom Diomedes 1 en Odysseus naar Scyros sturen om daar de zoon van Achilles op te halen. Zijn aanwezigheid is in Troje vereist om de overwinning naderbij te brengen’. Terwijl de Grieken vol vreugde juichten, want ze hoopten vurig om de voorspelling in vervulling te zien gaan, stond Odysseus weer op en zegt: ‘Vrienden, ik weet dat vermoeide mannen geen vreugde in toespraak of liederen zullen vinden, hoewel de onsterfelijke Muzen er van houden. Op zulke momenten verlangen mannen niet naar woorden. Maar nu, zal ik deze opdracht volbrengen. Dus Diomedes 1, kom met me mee, want als wij samen gaan zullen we zeker slagen’.

Neoptolemus

De volgende ochtend vertrekken Diomedes 1 en Odysseus, samen met twintig andere mannen, op hun schip en varen naar Scyros. Zodra ze daar aankomen treffen ze Neoptolemus, de zoon van Achilles, bij de poort van het paleis waar hij met zijn wapens aan het oefenen is. Met respect gaan de twee op hem af, maar voordat ze iets kunnen zeggen roept Neoptolemus: ‘Welkom in mijn huis vreemdelingen! Vertel me waar u vandaan komt, en met welke noodzaak u over de barre zee hier naartoe bent gekomen?’ Vervolgens antwoordde Odysseus: ‘We zijn vrienden van je vader Achilles. Ik kom van Ithaca en heet Odysseus, en deze man komt van Argos, en wordt Diomedes 1 genoemd. Ik smeek u, heb medelijden met ons, en kom mee naar Troje om ons te helpen. Alleen zo zal er een einde aan de oorlog komen. Je zult van alle aanvoerders prachtige geschenken krijgen, en zelf zal ik de wapenrusting van je vader aan jou geven, die door Hephaistus zelf is vervaardigd! En Menelaus zal, wanneer we Troje hebben verwoest, zijn dochter als vrouw schenken, samen met een rijke bruidsschat, zoals het hoort om een rijke koning te plezieren.

Terug naar Troje

Neoptolemus bedenkt zich geen moment en antwoordt: ‘Als de Grieken mij op bevel van een orakel roepen, laten we dan geen tijd verspillen en direct morgenochtend vertrekken zodat ik de Grieken kan helpen. Maar laten we eerst naar binnen gaan en een gastmaaltijd gebruiken zoals dat hoort wanneer een vreemdeling iemands huis bezoekt. En wat betreft mijn huwelijk, dat zullen de Goden later wel beslissen.’ Vervolgens leidt hij het tweetal naar binnen waar Deidamia 1 in jammeren uitbarst als ze de dood van Achilles en het vertrek van haar zoon verneemt. Hoewel ze op alle mogelijk manieren haar zoon probeert tegen te houden is hij standvastig in zijn besluit, en gaat de volgende ochtend in alle vroegte met Odysseus en Diomedes 1 mee naar de haven om naar Troje te varen. Daar kijken de Grieken met verbazing naar de jongeman, wanneer ze ’s avonds bij het scheepskamp arriveren, die zoveel op zijn vader leek waardoor hun harten vervuld werden van nieuwe hoop op de overwinning. Eenmaal in de tent van Odysseus schenkt deze hem de schitterende wapenrusting van zijn vader en wil Neoptolemus vol strijdlust direct op de Trojanen afgaan.

Nieuwe opdracht

Maar de Grieken nodigen Neoptolemus eerst uit voor een diner in de tent van legerleider Agamemnon die hem hartelijk welkom heet. Tijdens de maaltijd zegt Calchas dat hij weer een voorspellende droom heeft gehad, en dat ook de boog van Heracles aanwezig moet zijn in Troje voordat de eindstrijd om de stad kan beginnen. Deze boog was echter in bezit van Philoctetes, die de Grieken aan het begin van de oorlog op het eiland Lemnos hadden achtergelaten, nadat hij door een slang was gebeten, en een verschrikkelijk stinkende wond had veroorzaakt. Opnieuw worden Odysseus en Diomedes 1 uitgekozen om Philoctetes op te halen en hem te overtuigen dat hij naar Troje moet komen om de Grieken te helpen. Daar Philoctetes de Griekse aanvoerders haat, vanwege hun beslissing om hem achter te laten, neemt Odysseus Neoptolemus mee op zijn missie om hem te helpen de man om te praten.

Lemnos

Onderweg vertelt Odysseus tegen Neoptolemus dat Philoctetes een ware meester is met zijn boog, waarmee hij in zijn levensonderhoud voorzag door vogels uit de lucht te schieten. Maar door zijn wond was hij slecht ter been, en leed soms dagenlang aan hevige pijnaanvallen wanneer het gif van de slang weer actief werd in zijn lichaam. Daardoor was hij verwilderd en leefde eenzaam in een grot aan de kust waar hij alle vreemdelingen argwanend op afstand hield. Vervolgens zegt Odysseus dat hij een list heeft verzonnen om Phyloctetes te scheiden van zijn boog waarna ze hem veilig op hem in kunnen praten en overhalen om naar Troje te komen. ‘Maar jij moet het eerste contact leggen, Neoptolemus. Want Philoctetes is mij niet vergeten en zal Diomedes 1 of mij, zodra hij ons ziet, direct doden met een van zijn pijlen. Jou kent hij echter niet. Ga naar hem toe en zeg dat je de zoon van Achilles bent, voor wie hij een groot respect had. Doe net of je op weg bent naar huis, omdat je ruzie hebt gekregen met Agamemnon en mij, omdat ik de wapenrusting van Achilles niet aan je wilde af staan. Dan zal hij je smeken om mee te mogen varen naar huis. Wacht dan tot hij een van zijn pijnaanvallen krijgt en niet op zijn benen kan staan. Bied dan aan om hem te ondersteunen en zijn boog voor hem te dragen.

Overreding Philoctetes

Zo geïnstrueerd gaat Neoptolemus naar de grot van Philoctetes en gebeurt er precies wat Odysseus had voorspeld. Zodra hij zijn verhaal vertelde begint Philoctetes te fulmineren over Odysseus en de andere Grieken die hem zo weerloos hadden achtergelaten, en zweert wraak te nemen als hij hem ooit weer onder ogen kreeg. Vervolgens smeekt hij Neoptolemus om hem mee te nemen naar huis en, gaan de twee onderweg naar het strand waar het schip ligt. Onderweg krijgt Philoctetes de verwachtte pijnaanval en steunt hij op de schouder van Neoptolemus die ook zijn boog overneemt. Zodra ze bij het schip aankomen, ziet Philoctetes Odysseus, en slaat de woede bij hem toe. Maar Neoptolemus weigert om zijn boog terug te geven waardoor Odysseus de gelegenheid krijgt om zijn verhaal te vertellen. Ook de Godin Athena helpt haar favoriet Odysseus door de woede in het hart van Philoctetes te laten verdwijnen. Bovendien zegt Odysseus dat zijn lijden niet door de Grieken was veroorzaakt maar door de Moiren, en dat zijn wond in Troje genezen zal worden. Uiteindelijk stemt Philoctetes in om naar Troje te komen, sluit vrede met Odysseus, en gaat hij vrijwillig mee op het schip.

Aanval Eurypylus 6

Terug in Troje wordt Philoctetes verzorgd door de Grieken, en geneest de arts Podalirius hem van zijn wond. Van Agamemnon en Menelaus krijgt hij bovendien een grote hoeveelheid geschenken waarna Philoctetes weer net zo enthousiast wordt over de oorlog als de andere Grieken. Kort daarop ondernemen de Trojanen opnieuw een stormaanval op het Griekse scheepskamp, nadat zij versterking hadden gekregen van Eurypylus 6, die met een groot leger uit Mysië was aangekomen. Er woedt een heftige strijd van enkele dagen en worden de Grieken weer teruggedrongen achter hun wal om het scheepskamp. Dan wordt een bestand afgesproken om de doden te begraven en de gewonden te verzorgen. Maar Eurypylus 6 benut die tijd ook om grote aanvalstorens te bouwen om over de muur in het kamp te komen. Dit wordt echter voorkomen door Diomedes 1 en Odysseus, die het gevaar op tijd inzagen, en de torens zodra ze werden ingezet met hun speren omver duwden.

Laatste slag

De laatste slag om Troje

Zo slaan de twee legers op elkaar in en weet Neoptolemus uiteindelijk Eurypylus 6 te doden. Zodra de Trojanen hun voornaamste aanvoerder in elkaar zien zakken verliezen ze de moed en vluchten terug naar Troje. De Grieken gaan achter hen aan en opnieuw sneuvelen er vele Trojanen. Tijdens deze gevechten verwondde Odysseus Scylaceus in zijn schouder en doodde hij Aenus en Polydorus 6 uit Ceteia. Uiteindelijk wordt onder de muur van de stad gestreden en weet Philoctetes de Trojaan Paris, die de veroorzaker was van de oorlog, met een welgemikt schot naar de Onderwereld te sturen. Hierna probeert Odysseus met een grote groep mannen de poort van Troje open te breken met een ram, terwijl hij de mannen hun schilden boven hun hoofd laat houden als bescherming tegen de grote stenen die de Trojanen vanaf de muur naar beneden smijten. Maar de poort is niet open te breken en stoppen de Grieken met hun aanval als de duisternis invalt.

Verovering Troje

Orakel van Calchas

Die avond roept Calchas de Griekse aanvoerders bijeen, nadat hij de vlucht van de vogels had bestudeerd, en zegt tegen hen: ‘Het einde van Troje nadert mannen, maar voordat de stad genomen kan worden moet eerst de Trojaanse ziener Helenus 1 gevangen genomen worden. Hij kent het geheim dat de stad beschermt.’ Daarop gaan Odysseus die nacht, verkleed als bedelaar, naar de stad om vanuit een hinderlaag Helenus 1 te grijpen. Zodra hij de Trojaan te pakken heeft brengt Odysseus hem snel naar het scheepskamp, waar hij hem ondervraagt. Zonder veel aandrang vertelt Helenus 1 vervolgens dat Troje niet veroverd kan worden zolang het beeld van Athena, het Palladium dat in de tempel van Athena in Troje stond, nog in de stad aanwezig was. Daarop besluit Odysseus om de volgende nacht opnieuw naar Troje te gaan en het beeld uit de tempel te stelen.

Diefstal Palladium

Die avond hult Odysseus zich in lompen, takelde zijn gezicht toe, en sloop als een smoezelige slaaf de stad van de vijand binnen. Hoewel de Trojanen geen acht op hem sloegen wordt Odysseus toch ontdekt door Helena, die hem meeneemt naar haar huis. Daar vertelde Odysseus, nadat hij Helena een dure eed had laten zweren om hem niet te verraden, wat zijn plan was. Helena, die ernaar verlangde om naar huis terug te keren nu Paris dood was, besluit hem te helpen. Ze leidde de bewakers van de tempel af, waardoor Odysseus hen kon doden en het beeld uit de tempel stelen. Nadat hij het beeld in doeken had gewikkeld sloop Odysseus de stad weer uit, waar hij werd opgewacht door Diomedes 1, en droegen ze het beeld samen naar het scheepskamp waar ze met veel vreugdekreten door de aanvoerders werden verwelkomd.

Calchas orakelt opnieuw

Dan neemt Calchas opnieuw het woord in de vergadering van de aanvoerders en zegt. ‘O, Griekse aanvoerders, aan alle voorwaarden is nu voldaan. Stop nu met het gezwoeg onder de muur van Troje, en laten we een andere methode bedenken om de stad binnen te komen. Want gisteren zag ik hier een teken. Een valk achtervolgde een duif die, hevig opgejaagd, een spleet in de rotsen binnenging. Wrokkend verbleef de valk lange tijd bij die spleet, maar bleef de duif in haar schuilplaats. Nog steeds woedend, verborg de valk zich in een struik waarna de duif naar buiten vloog, in de veronderstelling dat de valk weg was. Toen dook de valk op de onfortuinlijke duif, en stierf. Daarom moeten we Troje niet met geweld proberen te verslaan, maar een slimme list toepassen!’ Zo sprak hij, maar geen van de mannen kon een manier bedenken om aan hun gezwoeg een eind te maken.

De list

Dan is het uiteraard Odysseus die met de oplossing komt, en zegt: ‘Vrienden, we moeten de Goden in ere houden, als Troje inderdaad gedoemd is om door een list te vallen. Laten we daarom een groot paard maken, waarin onze machtigste mannen zich verstoppen. Vervolgens moet het leger al haar tenten verbranden en hiervandaan wegvaren naar Tenedos. De Trojanen zullen dan, als ze dit vanaf hun muur zien, onverschrokken naar de vlakte komen. Laat vervolgens een dappere man, onbekend aan iedereen in Troje, buiten het paard achterblijven om tegen hen te zeggen: 'De machtige Griekse leiders, die naar huis verlangden, maakten dit offer voor hun veilige terugkeer, een beeld om de woede van Athena over het gestolen beeld uit Troje te sussen. Dit verhaal moet hij volhouden, hoelang zij hem ook zullen ondervragen, totdat ze hem geloven, en het paard binnen de muren van hun stad slepen. Dan moeten de mannen het paard verlaten en een signaal aan de vloot geven, door te zwaaien met een fakkel, zodra de Trojanen, dronken van het feestvieren, nietsvermoedend hun roes uitslapen.

Instemming

Zo sprak de listige Odysseus en alle mannen prezen hem. Vooral Calchas is ingenomen met zijn voorstel en roept: 'Zoek niet langer naar andere listen, vrienden, en luister naar de list van Odysseus. Zijn wijsheid is welbekend, en ook de Goden steunen zijn voorstel. Luister naar de goedkeuring van Zeus, die tekens aan de hemel stuurt. Zie, boven Troje schiet de bliksem door de hemel en klinkt de donder luid in de lucht. Kijk hoe de vogels van rechts voorbij vliegen en krijsen met luide kreten. Bouw het paard nu, waardoor we niet veel langer bij Troje hoeven rond te hangen.' Hoewel Neoptolemus nog wel even tegensputterde, die liever met open vizier de strijd aanging, wordt het voorstel aangenomen en wordt Epeius aangewezen om de bouw van het paard te leiden. Bovendien meldde de moedige Sinon zich als vrijwilliger om openlijk bij het paard achter te blijven.

Bouw van het paard

Na enkele weken noeste arbeid was het enorme houten gevaarte gereed, waarin zich vijftig mannen konden verstoppen, en brak het moment aan om het paard binnen te gaan. Dan richt Odysseus zich tot de mannen en zegt: ‘vrienden, nu is de geheime hinderlaag gereed, die op aanraden van Athena is gebouwd. Jullie, die het meeste op de kracht van je handen vertrouwen, volg mij nu met een dappere geest het paard in. Want het is niet gepast om hier nog lang te verblijven en oud te worden zonder ons doel te bereiken. En zoals Calchas met zijn voorspelling de dag van de overwinning heeft bepaald, zo roept de profetie van Helenus 1 ons nu op naar de overwinning. Laat alle anderen de trossen van de schepen losgooien en deze kust verlaten, tot het uur is aangebroken dat jullie een fakkel in de nacht zien. Laat dan niemand aarzelen en kom zo snel mogelijk naar Troje waar wij de poort zullen openzetten.' Zo sprak Odysseus en ging hij, na een kort gebed tot Athena, vijftig van de dapperste mannen voor het paard in.

In het paard

Het paard van Troje

Bij het aanbreken van de dag zagen de Trojanen dat het kamp van de Grieken verlaten was, en stormden uitermate verheugd hun stad uit. Daar ontdekken ze Sinon die hen het verhaal op de mouw speldde dat het paard een offer aan Athena was. Hoewel er enig wantrouwen was bij verschilleden Trojanen trekken ze uiteindelijk het paard binnen de muren van de stad. Vervolgens breekt de feestvreugde los in Troje, en vloeit de wijn overvloedig omdat ze denken dat de Grieken de strijd hebben opgegeven. Laat in de avond komt ook Helena naar het paard om dat te bezichtigen en vermoedt ze wat er aan de hand is. Terwijl ze rond het paard loopt bootst ze de stemmen van Griekse vrouwen na om de mannen in het paard uit te lokken. Overmand door emotie wil Anticlus antwoord geven, maar weet Odysseus hem nog net op tijd de mond snoeren. Met zijn twee sterke handen drukt hij zijn mond dicht en hield ze daar net zolang totdat Anticlus stierf en hen niet meer kon verraden.

Strijd binnen Troje

Als de Trojanen liggen te slapen, klimt de groep uit het paard, geven het teken aan de vloot, en openen ze de poorten van de stad. Dan dringt het leger gewapend de stad binnen en begint de vernietiging van Troje. De Trojanen die beneveld op hun bedden liggen worden volledig overrompeld en er sterven vele mannen in hun slaap terwijl het ene huis na het andere in brand werd gestoken. Odysseus gaat samen met Menelaus op weg naar het huis van Deiphobus 1, die met Helena was getrouwd na de dood van Paris. Hoewel ze maar met hun tweeën waren vielen er talloze doden, en dreef Odysseus de slaapdronken Trojanen voor zich uit. Menelaus op zijn beurt ging achter Deiphobus 1 aan en weet hem uiteindelijk te doden nadat de Trojaan door het hele huis was gevlucht. Zo krijgt Menelaus na vele jaren strijd eindelijk zijn vrouw Helena weer terug en sleepte Odysseus Hecabe 1, de vrouw van koning Priamus naar zijn schip als buit.

Vernietiging van Troje

Zo woedt heel de nacht een bloedige strijd in de stad en staat Troje, als de dageraad aanbreekt volledig in brand. Nagenoeg alle Trojaanse mannen zijn gesneuveld en hun vrouwen als slavinnen naar het scheepskamp gevoerd. Ook de kleine kinderen zijn niet veilig voor de moordzucht van de Grieken en werpt Odysseus de kleine Astyanax 1, de zoon van Hector, van de muur om te voorkomen dat de jongen later wraak zal nemen voor de dood van zijn vader. Toen de stad tot de grond was afgebrand verdeelden de Grieken de buit en kreeg Odysseus, naast vele rijkdommen, Hecabe 1 als slavin toegewezen en schenkt hijzelf Polyxena 1 aan Neoptolemus. Op het moment dat de Grieken willen vertrekken klinkt echter de stem van Achilles in de lucht, die Polyxena 1 opeist als offer. De aanvoerders aarzelen geen moment om hun dode held te eren en rukt Odysseus het meisje van de borst van Hecabe 1, waarna ze op het graf van Achilles wordt geslacht. Als zo ook haar laatste kind sterft is Hecabe 1 het leven zat en pleegt zelfmoord.

Op weg naar huis

Vertrek uit Troje

Zeus besloot echter om de thuisreis van de Grieken te bemoeilijken, vanwege de verkrachting van Cassandra door de kleine Ajax 2 op het altaar van Athena tijdens de vernietiging van Troje. Op bevel van de Oppergod zaait Athena ruzie over het tijdstip van vertrek tussen Agamemnon en Menelaus, die uiteindelijk de aanvoerders bijeen roepen om te beslissen. Agamemnon wilde wachten en offers brengen aan de Goden om hen te verzoenen, terwijl Menelaus direct wil vertrekken. Die nacht heerst er veel onenigheid in het kamp, en besluit ’s ochtends de ene helft van het leger Menelaus te volgen, terwijl de andere helft bij Agamemnon bleef. Odysseus besluit om Menelaus te volgen en, verlangend om na al die jaren zijn vrouw weer te zien en op Athena vertrouwend, trekt zijn schepen de zee in om direct naar huis te varen en niet langer te wachten.

Ciconen

Maar zodra ze op zee zijn draait de wind, en worden de schepen van Odysseus uit koers gedreven. Ze landen op de kust van Thracië, bij de stad Ismarus, waar de Ciconen woonden. Nog vol strijdlust verwoest Odysseus de stad, doodde vele mannen, en roofde een grote hoeveelheid buit en vrouwen, die hij onder zijn mannen verdeelde. Alleen Maron, de priester van Apollo werd gespaard, uit angst om de woede van de God op te roepen. Toen Odysseus weer verder wilde varen luisterden zijn mannen echter niet, die zich tegoed deden aan de goede wijn uit de streek, en slachtten vele runderen van de Ciconen om hun honger te stillen. De ontsnapte Ciconen keerden echter met grote versterkingen terug uit het binnenland, en ontstond er opnieuw een hevig strijd op de kust. Ditmaal worden de Grieken teruggedreven naar hun schepen en kon Odysseus nog net ontsnappen en verloor elk schip zes bemanningsleden.

Opnieuw storm

Eenmaal op zee werden ze overvallen door een noorderstorm met orkaankracht die de golven tot ongelooflijke golven opjoeg. De zeilen werd aan flarden gerukt en roeiden de mannen met al hun kracht, uit angst om schipbreuk te lijden, naar de kust. Daar lagen ze twee volle dagen en nachten in ellende te wachten tot de storm zou luwen. De derde dag werd het weer rustig en zouden ze behouden op Ithaca aangekomen zijn als de Noordenwind niet opnieuw opgestoken was, en Odysseus negen dagen lang door de storm werd meegesleurd om op de tiende dag uiteindelijk te landen bij het land der Lotofagen, die bloemen als voedsel gebruikten. Daar gingen de mannen uitgeput aan land om eindelijk te kunnen rusten en water te drinken.

Lotuseters

Toen iedereen was uitgerust stuurde Odysseus twee mannen en een bode eropuit om naar bewoners op zoek te gaan, die hen wellicht iets te eten wilden geven. Deze mannen komen na een korte dagmars bij de Lotofagen waar ze uiterst vriendelijk werden ontvangen en ze als voedsel honingzoete Lotusbloemen te eten kregen. De mannen hadden daarna, door die zoete vrucht, geen lust meer om verslag bij Odysseus uit te brengen, en wilden niet terugkeren maar liever genieten van dat heerlijke eten. Als Odysseus dit ontdekt, houdt hij zijn andere mannen bij de Lotofagen vandaan, en dwong de drie terug te keren naar de schepen. Daar moest hij hen met touwen aan hun roeibanken vastbinden om te voorkomen dat ze overboord zouden springen om terug te keren naar die heerlijke bloemen. Zo vaart Odysseus opnieuw te zee op en zette, zodra de zee rustig was, opnieuw koers naar huis.

Geiteneiland

Somber gestemd komt Odysseus enkele dagen later, laat op de dag, bij een onbewoond eiland vlak voor de kust van het land der Cyclopen, die alles overlieten aan de Goden en geen gewassen verbouwden, maar leefden van wat de natuur hen bood. Moe van het roeien gaan de mannen in het duister aan land waar ze in een diepe slaap vallen. De volgende ochtend onderzoeken ze het eiland dat wordt bevolkt door grote hoeveelheden geiten die er in het wild leefden. Onmiddellijk geeft Odysseus bevel om te jagen, en worden vele bokken buitgemaakt waarna de uitgehongerde mannen eindelijk weer eens volop kunnen eten. De volgende ochtend besluit Odysseus met één schip naar het vasteland te varen en zegt tegen zijn mannen: ‘Blijven jullie hier, mannen, dan ga ik met mijn eigen schip en enkele andere mannen op onderzoek naar de mensen hier, wat voor lieden het zijn, of zij kwaadaardig en onbeschaafd zijn, of juist gastvrij en godvrezend!’ Vervolgens gaat hij met zijn eigen bemanning aan bood van het schip en zeilt naar de kust

Verlaten grot

De Cycloop Polyphemus

Zodra ze het vasteland bereiken, ziet Odysseus dichtbij zee een grot die hij wil verkennen. Met twaalf mannen gaat hij op weg en komt al snel bij de grot aan. Bij de ingang was duidelijk te zien dat er een grote man woonde, maar op dat moment niet thuis was. Nieuwsgierig gaan ze de grot binnen en staan perplex als ze manden vol kazen en kooien met lammetjes zien staan. Daarnaast staan er grote emmers melk en wei. Verlekkerd door de aanblik smeken de mannen Odysseus om wat van die heerlijke kazen en lammetjes mee te nemen en snel terug te keren naar het schip. Maar Odysseus luistert niet en ontstak een klein vuurtje in de grot, en deed zich tegoed aan de kazen. Zo wachtte hij op de bewoner, in de hoop met hem gastgeschenken uit te wisselen, die hij had meegenomen vanaf zijn schip, en te vragen in welk land ze waren beland.

Aankomst Polyphemus 2

Vele uren later kwam een enorme man, de Cycloop Polyphemus 2, met slechts één oog in zijn hoofd naar de grot. Hij droeg een geweldige vracht hout op zijn rug, terwijl hij een kudde schapen voor zich uit dreef. Zodra hij de grot binnen komt verstoppen Odysseus en zijn mannen zich van schrik in een donkere hoek, terwijl de reus met een enorme dreun het hout op de grond smijt. Vervolgens drijft hij de schapen de grot in en tilt de enorme deursteen op waarmee hij de ingang van de grot afsloot. Vervolgens stookt hij het vuur op en begint zijn ooien te melken. Dan krijgt hij de mannen in zijn grot in de gaten en zegt: ‘Hé vreemdelingen, wie zijn jullie. Waarom bevaren deze wateren? Zoeken jullie iets bepaalds of zijn jullie piraten?’ Hoewel bij Odysseus de moed in de schoenen zonk, toen hij de zware basstem van de Cycloop hoorde, zegt hij: ‘Wij zijn Grieken die vanuit Troje op weg zijn naar huis, maar uit de koers geslagen door de storm. We hebben honger en dorst en smeken u oms ons gastvrij te ontvangen, zoals het recht van vreemdelingen is die door Zeus beschermd worden.

Menseneter

Maar Polyphemus 2 antwoordde bars: ‘Je bent een sufferd, vreemdeling. Je beveelt me de Goden te vrezen, maar Cyclopen hebben maling aan Zeus of de andere Goden, want wij zijn immers veel machtiger! Ik zal jou of je mannen alleen genadig zijn wanneer mijn eigen gemoed me dat ingeeft.’ Dan grijpt Polyphemus 2 met zijn enorme handen twee metgezellen van Odysseus, en slaat hun hoofden tegen de rotswand tot moes. Vervolgens sneed hij hun lichamen in stukken en maakte daarvan zijn avondeten. Zo moesten Odysseus en zijn mannen noodgedwongen en vol afgrijzen toekijken naar de geweldenaar die hun vrienden smakelijk verorberde. Zodra de Cycloop zijn buik gevuld had strekte hij zich op de grond uit en viel in slaap. In eerste instantie wil Odysseus hem dan met zijn zwaard doden, maar bedenkt zich dat ze opgesloten zitten in de grot, en niet in staat waren om de enorme sluitsteen te verwijderen die de grot afsloot.

Een plan

Jammerend brengen de mannen zo een angstige nacht door tot de volgende ochtend Polyphemus 2 weer ontwaakte. Die greep weer twee mannen van Odysseus waar hij zijn ontbijt van maakte, om daarna zijn vee naar buiten te drijven. Dan denkt Odysseus een kans te hebben om te ontsnappen maar Polyphemus 2 sloot onmiddellijk de grot weer af. Terwijl de Cycloop heel de dag zijn vee aan het weiden is broedt Odysseus op plannen en smeekt Athena om hem te helpen ontsnappen. Dan ziet hij een grote wandelstok van de Cycloop in de grot liggen en weet Odysseus dat dit de oplossing is. Vervolgens maakt hij met zijn zwaard een scherpe punt aan de stok, die zo groot was als een scheepsmast, die ze in het vuur harden dat nog brandde. Die avond komt Polyphemus 2 weer naar de grot, herhaalt het ritueel van de dag ervoor zich, en was Odysseus weer twee mannen kwijt.

Misleiding

Dan gaat Odysseus met een zak wijn, waarvan hij er drie van het schip had meegenomen, naar Polyphemus 2 en zegt: ‘Cycloop, hier drink wijn nu je mensenvlees gegeten hebt. Ik heb het voor je meegenomen omdat ik hoopte dat je me zou helpen om thuis te komen.Polyphemus 2 rukt de zak uit zijn handen en drinkt hem in één teug leeg waarna hij om meer vroeg. Zo spoelde hij alle zakken wijn door zijn keel en zat al snel aangeschoten voor het vuur te doezelen. Dan zegt Odysseus: ‘Cycloop, u vroeg me naar mijn naam. Ik zal u die noemen, maar geef me dan mijn gastgeschenk. Mijn vader en moeder noemden me ‘Niemand’’ Met een dikke tong antwoordde Polyphemus 2 meedogenloos: ‘Mijn gastgeschenk aan jou is dat ik je als laatste zal opeten.’ Na deze woorden ging de Cycloop op zijn rug op de grond liggen en viel in een diepe slaap. Dan grijpen Odysseus en zijn mannen de ‘wandelstok’ en steken de scherpe punt in het ene oog van Polyphemus 2.

Niemand

Een afgrijselijk gejammer klonk uit de keel van de Cycloop terwijl hij de paal uit zijn oog rukte, waarmee hij als een dolleman blind om zich heen zwaaide. Luid brullend roept hij om hulp naar de andere Cyclopen die op het eiland woonden, en buiten de grot vroegen wat hem zo kwelde. Dan roept Polyphemus 2 vanuit de grot: ‘Vrienden, 'Niemand' probeert me te doden met een list!’ Gerustgesteld zeggen de andere Cyclopen dan: ‘Als niemand je kwelt, en je kennelijk door een ziekte wordt gekweld, bid dan tot je vader Poseidon om die kwaal af te weren!’ Hierna keren ze lachend terug naar hun eigen grotten. Dan gaat Polyphemus 2, krimpend van de pijn, naar de ingang van de grot waar hij de sluitsteen verwijderde. Daar ging hij met uitgestrekte handen voor de ingang zitten, in de hoop zo zijn gevangenen te grijpen als die tussen de schapen naar buiten wilden gaan.

Ontsnapping

Dan zegt Odysseus tegen zijn overgebleven zes mannen: ‘Bindt nu telkens drie dikke schapen aan elkaar en verstop je onder de middelste’. Zo kropen ze allemaal naar buiten terwijl Polyphemus 2 de ruggen van de schapen betastte en hen niet ontdekte. Snel rennen de mannen naar hun schip en zetten zich aan de riemen om zo snel mogelijk uit de buurt van die reus te komen. Dan kan Odysseus het niet laten om de Cycloop honend toe te roepen: ‘Cycloop, als er soms iemand vraagt wat er gebeurd is met je oog, zeg dan maar dat Odysseus je verblindt heeft, de zoon van Laertes die op Ithaca woont.’ Dan barst Polyphemus 2 in woede uit en pakt een enorm rotsblok dat hij in de richting de stem van wierp. Dat miste op een haar na de boeg van het schip waarna de mannen Odysseus manen om er verder het zwijgen toe te doen. Maar het kwaad was al geschied, want Polyphemus 2 bad tot zijn vader Poseidon om ervoor te zorgen dat Odysseus zijn huis niet zou bereiken. En de vader verhoorde het gebed van zijn zoon.

Wraak Poseidon

Heerser der Winden 1

Odyasseus krijgt de zak met de op opgesloten Winden

Zo keert Odysseus met zes man minder terug op het Geiteneiland, waar de andere schepen lagen, en vertelde hen uitgebreid over hun avontuur. De volgende ochtend gaan ze verder met hun tocht, en komen enkele dagen later aan op het eiland Aeolië. Daar woonde Aeolus 2, de Heerser der Winden 1 met zijn twaalf kinderen, die Odysseus een maand lang gastvrij ontvangt in zijn huis. In die periode wordt Odysseus verliefd op Polymela, de dochter van Aeolus 2, en deelt regelmatig het bed met haar. In de tussentijd vertelt Odysseus aan Aeolus 2 alles wat er gebeurd was in Troje, en vroeg aan het eind van de maand om een geleide om veilig thuis te komen. Aeolus 2 weigerde niet en gaf Odysseus een leren zak mee waarin alle Winden 1 waren opgesloten, en dichtgebonden was met een zilveren lint zodat er geen zuchtje kon ontsnappen. Zo vaart Odysseus goed gestemd naar huis en roeien de mannen onafgebroken door terwijl hij zelf aan het roer zit. Dan doemt na negen dagen varen Ithaca in de verte op en valt Odysseus, vermoeid in slaap.

Laertes / Sisyphus Anticlea Aeolus 2 Cyane 2
Odysseus Polymela
-

Terugkeer Aeolië

Zijn mannen denken echter dat er goud zat verborgen in de zak die Odysseus van Aeolus 2 had gekregen. Nieuwsgierig maken ze de zak open, die tussen de benen van Odysseus stond, waardoor de Winden 1 werden vrijgelaten. Als Odysseus wakker wordt, en merkt wat er is gebeurd, is hij woedend op zijn mannen, maar kan er niets meer aan veranderen. Binnen enkele dagen drijven de Winden 1 hen terug naar Aeolië waar Odysseus opnieuw bij Aeolus 2 aanklopt. Verbaasd zegt die: ‘Waarom kom je terug, Odysseus? Welke boosaardige godheid trof jou? We lieten je toch goed verzorgd gaan, zodat je kon terugkeren naar je vaderland.’ Maar zodra Odysseus vertelt dat zijn mannen de zak hadden opengemaakt, ontsteekt Aeolus 2 in woede en roept: ‘Donder op van mijn eiland, ellendig mens! Want het is niet toegestaan een man te helpen die gehaat wordt door Goden!’ Zo werd Odysseus weer de zee opgestuurd waar de mannen zich zwijgend aan de roeiriemen zetten.

Laestrygonen

Na zes dagen roeien bereiken ze de haven van de stad Lamos, waar de Laestrygonen woonden. Terwijl de andere elf schepen de smalle haven invaren gaat Odysseus, voorzichtig geworden, buitengaats voor anker. Vervolgens stuurt hij drie mannen op verkenning om te onderzoeken wat voor mensen in de stad wonen en of ze hen vriendelijk willen ontvangen. Op weg naar de stad ontmoeten de drie mannen een jonge vrouw die hen meeneemt naar haar vader, koning Antiphates 2. Dit blijkt een menseneter te zijn die onmiddellijk een van de verkenners verslond. Zodra de andere twee vluchten roept Antiphates 2 de andere Laestrygonen bijeen, en zetten ze schreeuwend de achtervolging in. Als die bij zee aankomen, en de schepen zien liggen, werpen ze grote en puntige rotsblokken naar de haven. Hierdoor worden alle elf schepen van Odysseus tot zinken gebracht. Alleen Odysseus weet met zijn schip te ontsnappen omdat hij vliegensvlug de ankertouwen doormidden kapte en de zee op vluchtte.

Aankomst Aeaea

Treurend over zoveel tegenslag, en het verlies van hun vele vrienden, komt het schip enkele dagen later aan bij het eiland Aeaea waar de tovenares Circe woonde. Daar gaan ze zwijgend aan land en rusten uitgeput van het vele roeien twee dagen uit op het strand. Dan klimt Odysseus naar een hoog uitkijkpunt om de omgeving af te speuren en te zien of er mensen op het eiland woonden. Hij ziet in het midden van het eiland slechts één rookpluim omhoog stijgen. In eerste instantie wil Odysseus zelf op onderzoek uitgaan, maar besluit uiteindelijk om enkele van zijn mannen eropuit te sturen, en gaat terug naar zijn schip. Onderweg schiet hij met zijn boog een groot hert neer, dat aan een stroompje water dronk, en draagt dat op zijn schouders naar het strand waar de mannen verheugd op het dier aanvallen en er een heerlijke maaltijd van bereiden. De volgende ochtend meldt Odysseus de mannen wat hij vanaf zijn uitkijkpunt gezien had en stuurt tweeëntwintig mannen eropuit om de plek te onderzoeken. Met de vorige desastreuze verkenning nog vers in het geheugen gaan de mannen, onder aanvoering van Eurylochus 2, voorzichtig op pad terwijl de rest van de bemanning bij het schip achterblijft.

Terugkeer Eurylochus 2

Korte tijd later keert alleen Eurylochus 2 terug en meldde Odysseus dat alle mannen door de enige bewoonster van het eiland in varkens veranderd waren, nadat zij hen een drankje te drinken had gegeven. Allen Eurylochus 2 was aan dit lot ontkomen omdat hij het huis van de tovenares niet was binnengegaan, omdat hij de zaak niet vertrouwde. Zodra Odysseus zijn verhaal gehoord had greep hij zijn zwaard en zegt tegen Eurylochus 2 hem naar het huis te brengen om zijn kameraden te bevrijden. Jammerend smeekt die om hem bij de schepen achter te laten, maar Odysseus was onverbiddelijk. Zodra ze het bos in willen gaan komt de God Hermes, in de gedaante van een jongeling, naar Odysseus en zegt tegen hem:

Hulp van Hermes

Waar ga je naar toe op dit eenzame eiland, ongelukkige! Je mannen zitten als zwijnen vast in het paleis van Circe. Als je hen soms wil bevrijden denk ik niet dat je zelf heelhuids terugkeert, maar bij hen moet verblijven! Maar kom, ik zal je helpen tegen het gevaar. Neem dit kruid en ga daarmee naar het paleis van de tovenares. Ze zal je een drank aanbieden zodra je aankomt, en daar toverkruiden doorheen mengen. Maar ze zal niet in staat zijn ook jou te betoveren als je dit kruid gebruikt. Zodra Circe dan op je afkomt met haar staf, trek dan je zwaard en spring op haar af alsof je haar wil doden. In doodsangst zal ze dan aan je vragen om met haar te vrijen, en dat mag je niet weigeren. Daarna zal Circe je mannen bevrijden, en ook jou goed behandelen. Maar laat haar wel een eed zweren dat ze je geen verdere ellende zal bezorgen.’ Na deze woorden gaf hij het kruid aan Odysseus en verdween.

Ontmoeting met Circe

Ontvangst bij Circe

Met een bonzend hart ging Odysseus verder en riep, zodra hij bij de deur van haar paleis was aangekomen, de naam van de tovenares. Ze liet hem met een glimlach op haar gezicht binnen en bood Odysseus direct een drankje aan waarin ze haar kruiden had gemengd. Maar omdat hij van het kruid haf gegeten werkte het middel niet toen ze Odysseus met haar staf aanraakte en zei: ‘Ga nu naar het varkenskot bij je vrienden liggen.’ Geheel volgens de instructies van Hermes trok Odysseus daarop zijn zwaard en sprong op Circe af. Met een luid gejammer greep ze toen smekend zijn knieën vast en zegt: ’Wie ben je, en waar kom je vandaan. Ik sta versteld dat je niet betoverd werd door mijn kruiden. Ben je soms de slimme Odysseus, van wie Hermes altijd beweerde dat hij vanuit Troje hier zou komen? Maar kom, steek je zwaard in de schede, laten we samen naar bed gaan en elkaar liefhebben zodat we elkaar daarna weer kunnen vertrouwen.

Dreiging van Odysseus

Maar Odysseus doet net of hij zich niet laat vermurwen en zegt: ‘Hoe kun je denken dat ik zo naïef ben! Jij die van mijn mannen zwijnen maakte. Met je sluwe plannen lok je me naar je slaapkamer om te vrijen en me dan, als ik uitgekleed ben, miezerig te maken en onmannelijk. Ik stem alleen in om met je te vrijen als je een eed zweert mij geen kwaad te doen, en ook mijn mannen hun oude gedaante weer teruggeeft!Circe deed onmiddellijk wat Odysseus vroeg en zwoer op de Styx om haar belofte kracht bij te zetten. Hierna is Odysseus tevredengesteld en gaat met de tovenares mee naar haar slaapkamer, waar hij een heerlijke nacht met haar beleefde. De volgende ochtend gaf Circe ook de mannen van Odysseus hun oude gedaante terug en vraagt hen een tijd op het eiland te blijven, om op krachten te komen van alle doorstane ontberingen.

Kinderen bij Circe

Zo wordt Odysseus, samen met zijn mannen, ruim een jaar lang gastvrij onthaald door de tovenares, en herstellen ze snel van hun avonturen. Tijdens die maanden deelt Odysseus menigmaal het bed met Circe en wordt ze zwanger van twee zoons, Agrius 5 en Telegonus 3 (ver weg geboren), die door andere schrijvers ook wel Nausithous 1 en Latinus 1 worden genoemd.

Laertes / Sisyphus Anticlea Helius / Aeëtes Perseis 1 / Hecate
Odysseus Circe
Agrius 5, Telegonus 3, (Nausithous 1, Latinus 1)

Advies van Circe

Maar met het verstrijken van de tijd begon het verlangen naar huis toe te slaan bij Odysseus, en zegt hij op en nacht tegen zijn bedgenote: ‘Circe, vervul nu de belofte die je me eens hebt gegeven, en laat mij en mijn mannen naar huis gaan.’ Daarop antwoordde Circe: ‘Jullie worden niet gedwongen om hier te blijven en kunnen vertrekken wanneer jullie willen. Maar weet dat je eerst nog een andere tocht moet ondernemen! Je moet naar de Onderwereld om daar de schim te raadplegen van Tiresias.’ Als Odysseus niet weet hoe hij daar moet komen neemt Circe weer het woord en zegt: ‘Vaar gewoon de zee op waar de Noordenwind je zal voortdrijven tot je een kust bereikt waar je aan land moet gaan. Daar stromen twee rivieren, welke zijtakken zijn van de Styx, en staat een grote rots waar ze samen in zee stromen. Dan moet je een kuil graven en een plengoffer brengen, van honing, wijn en water, voor alle gestorvenen en er vervolgens gerstemeel over strooien. Smeek vervolgens de schimmen met de belofte dat je, na terugkeer op Ithaca, een onvruchtbare koe voor hen zult slachten. Offer dan ook aan Tiresias een zwart schaap waarna de ziener zal verschijnen en de rest van je tocht zal voorspellen.

Het noodlot slaat toe

Naar de onderwereld

De volgende ochtend roept Odysseus al zijn mannen op om zich weer in te schepen, en vertelt hen dat hij eerst een bezoek aan de Onderwereld moet brengen om het vervolg van hun zwerftocht te vernemen. In alle drukte van het plotselinge vertrek heeft niemand in de gaten dat een van hun kameraden, Elpenor, dronken van het dak is gevallen waardoor hij zijn nek brak. Zo zeilen ze met onbekende bestemming de Oceaan over en laten zich voortdrijven door de Noordenwind. Uiteindelijk bereiken ze de plek die Circe heeft voorspeld en voert Odysseus plichtsgetrouw alle offers uit die de tovenares hem had opgedragen. Zodra alle offerbeesten geslacht waren in de kuil hurkt Odysseus bij het vuur neer, terwijl hij zijn zwaard uit de schede trok, en wachtte op de doden die naar hem toe zouden komen. Maar de eerste die naar hem toe kwam was Elpenor die hem smeekte om terug te keren naar het eiland van Circe en zijn lijk te begraven, dat nog steeds niet was ontdekt. Onmiddellijk beloofde Odysseus de wens van zijn scheepsmakker uit te voeren.

Bezoek van de doden

Terwijl ze samen bij de kuil zitten komt ook de moeder van Odysseus, Anticlea, naar het vuur. Zodra hij haar ziet springen de tranen bij Odysseus in de ogen maar mag hij, in opdracht van Circe, niet met haar spreken voordat hij Tiresias heeft ontmoet. Die komt even later ook aan en zegt: ‘Odysseus, waarom kwam je naar het dodenrijk? Stap weg uit die kuil, steek je zwaard weg, zodat ik van het bloed van de offerdieren kan drinken, en je daarna over je tocht kan vertellen.' Zodra Tiresias van het bloed geproefd heeft, gaat hij naast Odysseus zitten en begint te voorspellen. ‘Je zult geen gemakkelijke terugkeer ervaren, Odysseus. Poseidon maakt het je moeilijk, omdat je hem beledigd hebt door zijn zoon, Polyphemus 2, blind te maken. Maar toch zal je, ondanks alle tegenslag, thuis aankomen als jij je hebzucht, en die van je mannen, in toom kunt houden.’ Odysseus is verheugd als hij dit bericht hoort, maar Tiresias was nog niet uitgesproken en gaat verder.

Voorspelling Tiresias

Zodra je bij het eiland Thrinacia aankomt, zal je de runder- en schapenkudden van Zonnegod Helius zien grazen. Als je die dieren met rust laat zal je Ithaca wel bereiken, zij het met veel ellende. Maar als jij je aan die dieren vergrijpt voorspel ik je de zekere ondergang van je schip en al je mannen. Dan zal je als enige de dans ontspringen, en pas veel later weer thuiskomen op een schip van iemand anders. Thuis zal je ook veel ellende aantreffen, omdat brutale vrijers naar de hand van je vrouw Penelope 1 dingen, omdat ze denken dat jij gestorven bent. Je zult op die lieden wraak nemen maar neem daarna een roeispaan, en ga op weg naar de mensen die de zee niet kennen en geen voedsel gebruiken waar zout in vermengd is. Steek daar de roeispaan in de grond en breng een passend offer aan Poseidon. Gan dan terug naar huis en breng een groots offer aan de Hemelgoden waarna je veilig zal zijn en een hoge ouderdom zult bereiken.’ Hierna verlaat Tiresias het vuur en kon Odysseus eindelijk met zijn moeder Anticlea spreken.

Ontmoeting met Anticlea

Zodra de ziener was vetrokken vraagt Anticlea aan haar zoon: ‘Mijn kind, wat doe je hier, terwijl je nog leeft? Het is voor de levenden gevaarlijk om dit rijk te bezoeken.’ Dan vertelt Odysseus wat hem allemaal overkomen is en hij nog steeds onderweg is naar huis. Vervolgens vraagt hij Anticlea naar de situatie thuis, zijn vrouw Penelope 1, en de oorzaak van haar eigen dood. Hierop antwoordde Anticlea dat Penelope 1 nog steeds trouw op hem wachtte terwijl zijn zoon Telemachus het landgoed beheerde. Zelf was ze gestorven uit verdriet over zijn lange afwezigheid, terwijl zijn vader Laertes zich uit het openbare leven had teruggetrokken en leefde als een armoedzaaier op het land. Odysseus probeert daarna zijn moeder troostend te omarmen maar grijpt driemaal in de lege lucht, omdat de gestorvenen geen fysiek lichaam meer hebben, en verdwijnt Anticlea weer in het duistere rijk. Hierna ziet Odysseus nog vele andere gestorven helden en heldinnen maar keert hij uiteindelijk terug naar zijn kameraden, en zeilt naar Aeaea om zijn belofte aan Elpenor in te lossen.

Waarschuwingen Circe

Zodra Odysseus terug is bij Circe zoeken ze het lichaam op van Elpenor om hem te cremeren, zodat hij aan zijn reis naar de onderwereld kan beginnen. Hierna organiseert Circe nog een grootste maaltijd ten afscheid en neemt daarna Odysseus voor de laatste keer mee naar haar bed. Dan vertelt ze hem welke avonturen hem nog te wachten staan en wat hij moet doen om de gevaren te omzeilen. Zo onthult ze hem hoe hij de Sirenen veilig kan passeren, wat hij moet doen om Scylla 1 en Charybdis te passeren, om uiteindelijk bij het eiland Thrinacia te komen waarvoor Tiresias hem gewaarschuwd had. Ook Circe waarschuwt om de dieren op het eiland met rust te laten omdat anders zijn schip ten onder zal gaan en Odysseus pas vele jaren later thuis zal komen. Zo brengen ze pratend en vrijend de nacht door en neemt Odysseus de volgende ochtend afscheid van Circe om aan de laatste etappe naar huis te beginnen. Zodra ze op zee zijn vertelt Odysseus zijn mannen welke gevaren hen nog te wachten staan en wat ze moeten doen om die te omzeilen en veilig thuis te komen.

De Sirenen

Odysseus en de Sirenen

Goedgemutst zetten de mannen zich aan de riemen en bereiken al snel het eiland van de Sirenen. Dan stoppen ze, zoals Circe hem opgedragen had, hun oren vol met was om het prachtige, maar levensgevaarlijke, gezang niet te kunnen horen. Odysseus wil het echter wel horen en geeft zijn mannen opdracht om hem aan de mast vast te binden, en onder geen enkele voorwaarde los te maken totdat ze het eiland ruimschoots voorbij zijn. Zodra het schip in de buurt van de Sirenen kwam begonnen die met prachtige stemmen hun lokroep te zingen. Bij Odysseus groeit hierdoor een groot verlangen om naar de Nimfen toe te gaan, en schreeuwt hij naar zijn mannen om het roer om te gooien en naar het eiland te koersen. Als ze door de was in hun oren niet luisteren, worstelt Odysseus woest in de touwen om zich overboord te gooien en naar het eiland te zwemmen. Maar zijn mannen reageren niet op zijn geschreeuw en geworstel en varen, geheel volgens zijn eigen bevel, stoïcijns verder zonder zich iets van hem aan te trekken waardoor ze het eiland veilig passeren.

Dwaalrotsen

Kort daarna zien ze op zee rook en hoge golven ontstaan, en horen de mannen een luid gedreun. Van angst laten ze hun roeiriemen uit hun handen glippen waardoor het schip stil kwam te liggen. Dan maakt Odysseus een rondgang over het schip en spreekt elke man met bemoedigende woorden toe. ‘Vrienden, we hebben al meer ellende doorstaan. Dit is geen groter onheil dan toen de Cycloop ons opsloot in zijn grot, en daar zijn we ook uit ontsnapt! Kom pak de riemen weer op en jaag het schip vooruit’. En tegen de stuurman zegt hij: ‘Houdt het schip buiten die rook en de golven, en scheer aan de rechterkant vlak langs die rots. Zorg dat het schip niet ongemerkt naar de andere kant afdrijft en je ons naar de haaien jaagt.’ Door zijn woorden vatten de mannen weer moed en zetten zich gretig aan de riemen waardoor het schip weer vooruit schoot. Odysseus had hen echter niet gewaarschuwd voor het volgende gevaar, het monster Scylla 1, uit angst dat ze anders de moed zouden verliezen.

Scylla 1 en Charybdis

Tegen de waarschuwing van Circe in trekt Odysseus vervolgens zijn wapenrusting aan, en ging op de voorplecht van het schip staan om Scylla 1 met zijn zwaard te doden zodra zij vanuit haar hol in de rots zou willen toeslaan. Zo vaart hij de zee-engte binnen, met aan de ene kant de reusachtige draaikolk Charybdis en aan de andere kan Scylla 1. Maar waar hij ook keek, hij zag haar nergens totdat er achter hem plotseling rumoer losbrak. Vanuit de hoogte had Scylla 1 zes van zijn mannen gegrepen met haar hondenkoppen die jammerend zijn naam nog riepen, totdat hun stemmen plotseling afbraken en in de muilen van het monster verdwenen. In doodsnood roeien de andere mannen als bezetenen door, weten uiteindelijk ook dit gevaar te passeren, en komen aan bij het eiland Thrinacia waar de prachtige runderen van Zonnegod Helius graasden. Nog op zee hoorde Odysseus hun geloei al en waarschuwt zijn mannen opnieuw om de dieren met rust te laten en het eiland links te laten liggen.

Aankomst Thrinacia

Maar die zijn uitgeput door het vele roeien en dringen er met zijn allen op aan om toch aan land te gaan. Ze hebben behoefte aan een lekkere maaltijd en willen ook vers water drinken om hun brandende kelen te smeren. Uiteindelijk geeft Odysseus aan hun gesmeek toe, maar laat hen een eed zweren dat ze de dieren met rust zullen laten, en alleen het eten te gebruiken dat Circe hen had meegegeven, en de volgende dag direct weer verder te varen. De mannen deden wat hij van hen eiste waarna ze aan land gaan en een maaltijd maakten van het voedsel dat ze bij zich hadden. Zodra ze gegeten hadden hield Odysseus een rouwdienst voor de mannen die door Scylla 1 waren verslonden en viel iedereen daarna in een diepe, maar gezonde slaap. Aan het eind van de nacht begon het echter, op bevel van Poseidon, hevig te stormen waardoor Odysseus gedwongen was om het schip op het strand te trekken, en op het eiland te wachten tot de zee weer rustig zou worden.

De runderen van Helius

Zodra het schip veilig op het strand lag waarschuwde Odysseus zijn mannen voor de derde keer om alleen het voedsel van Circe te gebruiken en de dieren van Helius met rust te laten. Maar de storm hield een maand lang aan waardoor uiteindelijk het eten opraakte en de mannen honger begonnen te lijden. Dan gaat Odysseus naar een eenzame plek op het eiland om aan de Goden te offeren, en te smeken om de storm te laten bedaren. Die lieten hem echter in slaap vallen op de plek waardoor hij lange tijd zijn mannen alleen achterliet. Die kunnen uiteindelijk de verleiding niet weerstaan en slachten enkele van de malse dieren op het eiland, waarna ze het vlees op een vuur roosteren. Als kort daarna Odysseus terugkeert naar het strand ruikt hij al van verre de braadlucht. Zodra hij bij de mannen aankomt, gaat hij woedend tegen hen tekeer maar begrijpt dat er niets meer aan te doen is, en hij niet aan zijn noodlot kan ontsnappen.

Schipbreuk

Calypso en Odysseus

Het duurde daarna nog zeg dagen voordat de storm ging liggen, terwijl de mannen zich al die tijd tegoed deden aan het vlees. Odysseus laat snel zijn schip weer in het water, en zet met een angstig gemoed koers naar huis. Maar ze zijn nog geen dag onderweg of er ontstaat opnieuw een storm, ditmaal met orkaankracht. Door het geweld van de storm werd al snel de mast omver geblazen die bovenop de stuurman viel. Gelijktijdig liet Zeus het donderen en trof toen het schip met een van zijn bliksems. Alle mannen werden door de klap overboord geslingerd en stierven de verdrinkingsdood, terwijl het schip in stukken uiteen werd geslagen. Alleen Odysseus wist zich het leven te redden door zich vast te klampen aan enkele houten balken die bij hem in de buurt in het water dreven. Zo kwam de voorspelling uit, is alleen Odysseus nog over van alle mannen waarmee hij uit Troje was vertrokken, en drijft hij eenzaam rond op de golven.

Calypso 2

Negen dagen en nachten lang dreef Odysseus rond tot hij uiteindelijk aanspoelde op het eiland Ogygia. Daar woonde de Nimf Calypso 2 die hem gastvrij in haar huis ontving en te eten en te drinken gaf. Calypso 2 stond echter, zodra ze de drenkeling zag, in vuur en vlam voor hem en beloofde Odysseus liefdevol eeuwig jong en onsterfelijk te maken als hij haar wettige man wilde worden. Odysseus is echter trouw aan zijn vrouw Penelope 1 en weigert om met Calypso 2 te trouwen hoewel ze sterk aandringt. Calypso 2 geeft de moed niet op en weert alle schepen, die in de buurt van het eiland komen, waardoor Odysseus gevangen zit op Ogygia. Tijdens al die jaren is de hunkerende Calypso 2 niet te stoppen en deelt Odysseus, gedwongen en met tegenzin, af en toe het bed van de beeldschone nimf. Zo gaan de jaren voorbij en zit Odysseus regelmatig aan het strand waar hij verlangend de horizon afspeurt naar passerende schepen.

Laatste etappe

Wantrouwen

Na zeven jaar komt Calypso 2 op een dag ook naar het strand, en zegt tegen Odysseus: ‘Rampzalige, zit niet zo treurig te staren want ik laat je gaan. Kom, hak een paar flinke bomen om en bouw een vlot zodat je naar huis kunt gaan. Ik zal je voedsel, water, kleding en een gunstige wind meegeven.’ Nadat ze dit gezegd had overviel een huivering de stoere Odysseus en zegt hij wantrouwend: ’Wat ben je nu weer van plan Calypso 2? Wat je vraagt is geen eenvoudige opgave en zonder de wil van de Goden zal dat ook niet lukken. Zweer dat je geen andere plannen met me hebt, vol onheil.’ Na deze reactie glimlacht Calypso 2, streelt zijn hand en zegt: ‘Je bent toch een echte slimmerik zoals je het nu weer formuleert. Maar goed, ik zweer bij de Styx dat ik geen andere plannen met je heb.’ Na deze woorden ging ze hem voor naar de grot waar ze Odysseus van een heerlijke maaltijd liet genieten, en probeerde ze hem nog één keer over te halen om bij haar te blijven. Odysseus weigerde, maar uiteindelijk brengen ze die nacht toch samen door in haar bed.

Vertrek van Odysseus

De volgende ochtend begint Odysseus, met hulp van Calypso 2, aan zijn vlot dat na vier dagen zwoegen klaar is om zee te kiezen. Calypso 2 geeft hem warme kleding, een zak rode wijn en een knapzak vol voedsel. Daarna laat ze een voorspoedige bries opsteken zodat Odysseus weinig moeite met navigeren zal hebben. Treurend kijkt de Nimf hoe Odysseus op zijn vlot klimt, het zeil hijst en de eindeloze zee op gaat. Enige maanden later bevalt zij van een zoon. De mythen zijn echter niet eenduidig over zijn naam, die Nausithous 1, Nousinous, Telegonus 3 (Teledamus) of Latinus 1 was.

Laertes / Sisyphus Anticlea Atlas Pleione / Aethra 2
Odysseus Calypso 2
Nausithous 1 / Nousinous / Telegonus 3 (Teledamus) / Latinus 1

Poseidon slaat weer toe

Navigerend op de sterren koerst Odysseus opgetogen achttien dagen lang met zijn primitieve vaartuig richting Ithaca, maar is Poseidon hem nog steeds niet vergeten. Zodra hij ontdekt dat Odysseus weer op zee is laat de God weer een hevige storm opsteken, en slaat de wanhoop bij Odysseus toe. ‘Ach ramzalige’ zegt hij tegen zichzelf, ‘wat moet mij nu weer overkomen? Ik vrees dat Calypso 2 de waarheid sprak toen ze vertelde dat ik het op zee voor mijn kiezen zou krijgen voordat ik thuis zou aankomen. Wat een enorme golven worden er op me afgestuurd! Ik wilde maar dat ik maar in Troje gestorven was zodat al deze ellende me bespaard gebleven was.’ Terwijl hij zo jammert, komt er een enorme golf op het vlot af waardoor en slechts enkele balken overblijven en Odysseus stuurloos op de golven drijft en ternauwernood aan de dood ontsnapte.

Hulp van Leucothea 1

Dan wordt Odysseus opgemerkt door de Zeegodin Leucothea 1, die medelijden met de held kreeg, en naar de restanten van zijn vlot gaat. Daar zegt ze tegen hem: ‘Ongelukkige, waarom is Poseidon toch zo kwaad op jou? Toch zal hij je niet kunnen doden als je doet wat ik je zeg. Trek al je kleren uit en zwem naar ginds eiland waar de Pheaken wonen. Want het is je lot om te overleven en weer thuis te komen bij je geliefde vrouw. Hier, neem deze hoofdband dan hoef je niet meer te vrezen voor de dood. En als je het land hebt bereikt werp hem dan weer terug in zee terwijl je zelf de andere kant opkijkt.’ Hierna dook Leucothea 1 weer de golven in. Maar Odysseus laat zich niet zomaar ompraten en weigert om zijn wrakhout los te laten. Dan slaat Poseidon opnieuw toe en stuurt een hevige stormwind op de drenkeling af waardoor de restanten van het vlot aan stukken werden geslagen.

Drenkeling

Dan ziet Odysseus zich wel gedwongen om het advies van Leucothea 1 op te volgen, worstelt zich uit zijn kleren, doet de hoofdband om, en duikt in zee. Dan laat Poseidon hem eindelijk met rust en zegt van verre: ‘Zwalk nu maar rond op zee, ellendeling, totdat je weer terechtkomt bij de mensen. Maar toch hoop ik dat je ook dan nog niet alle ellende verlost bent’ Dan grijpt Athena in en laat de golven tot rust komen waardoor Odysseus in de verte een eiland ziet waar hij naar toe begint te zwemmen. Maar het zou nog twee dagen duren voordat hij uiteindelijk de kust weet te naderen. Daar zou hij, door uitputting, alsnog om het leven gekomen zijn als Athena hem niet geholpen had door de branding heen te komen. Eenmaal op het strand werpt Odysseus de hoofdband in zee, en kruipt door het zand naar een bosje struiken waar hij zich bedekt met bladeren en uitgeput in slaap valt.

Ontmoeting met Nausicaa

De volgende dag wordt Odysseus wakker van een groep jonge meisjes die met een bal op het strand spelen en daarbij luide kreten slaken. Hij gaat overeind zitten en kijkt nieuwsgierig tussen de bladeren door of dit kabaal een nieuwe dreiging inhoudt. Zodra Odysseus de meisjes ziet, en geen gevaar bespeurt, besluit hij op onderzoek te gaan en bedekt met een afgebroken tak zijn geslachtsdelen. Zodra hij verschijnt, stuiven de meisjes van schrik alle kanten op, vanwege zijn verwilderde uiterlijk en naaktheid, maar bleef één van hen staan. Aarzelend gaat Odysseus op haar af en besluit haar om hulp te smeken. Zodra hij bij haar staat, valt Odysseus smekend op de grond, pakt met één hand haar knieën vast, en zegt met een vriendelijke toon in zijn stem: ‘Ik kom als smekeling naar u toe, vrouwe. Bent u een Godin of een sterveling? U lijkt op Artemis, maar als u een sterveling bent help mij dan. Ik ben jaren geleden met vele mannen en schepen uitgezeild maar die zijn allemaal omgekomen. Gisteren ontkwam ik na twintig dagen ronddrijven hier als drenkeling naakt aan land zonder enig bezit, en bent u de eerste die ik ontmoet. Wijs mij me stad waar ik om hulp kan vragen en schenk me een lap om mijn naaktheid te bedekken. Laat de Goden u als dank alles schenken wat uw hart verlangt.

Hulp van Nausicaa

Nausicaa en Odysseus

Dan zegt het meisje: ‘Vreemdeling, je bent aangekomen op Cercyra, het eiland waar de zeevarende Phaeaken wonen. Ik ben Nausicaa, de dochter van koning Alcinous 1, en zal je de stad wijzen. Je lijkt geen lompe of dwaze man, en omdat Zeus ons opdraagt smekelingen te helpen zal het je daar niet aan kleding of iets anders ontbreken.’ Daarop roept ze haar dienstmeiden terug en geeft Odysseus een mantel om zich mee te bedekken, en olijfolie om zich op te knappen. Hierna wast Odysseus zich in de rivier en geeft Nausicaa hem iets te eten en drinken, waardoor hij zich weer snel de oude voelt en zijn kracht terugkeert. Dan wijst het meisje hem de weg naar de stad en instrueert Odysseus wat hij moet doen om hulp van haar vader te krijgen. ‘Zodra je vanavond in het paleis van Alcinous 1 bent aangekomen, loop dan snel naar de grote zaal totdat je bij mijn moeder Arete komt. Die zit altijd bij de haard te spinnen terwijl mijn vader van zijn wijn geniet. Loop mijn vader voorbij en omarm de knieën van mijn moeder. Als ze jou welgezind is zal zij je helpen.’ Hierna vertrekt Nausicaa en gaat Odysseus op weg naar de stad.

Smekeling

Geholpen door Athena, die hem in een wolk van mist hulde en niemand van de Phaeaken hem zag, bereikt Odysseus het paleis van Alcinous 1. Verwonderd over de pracht van de stad loopt hij snel naar binnen en gaat naar de grote zaal waar hij direct Arete zag zitten. Smekend sloeg hij zijn armen om haar knieën en zegt: ‘Arete, na veel leed doorstaan te hebben smeek ik u en uw echtgenoot om hulp. Gun mij een geleide om snel mijn vaderland te bereiken, want mijn schip is in de golven verdwenen en ik heb mijn dierbaren vele jaren niet meer gezien.’ Na deze woorden gaat Odysseus in het stof bij de haard zitten, terwijl Arete en Alcinous 1 door zijn plotselinge verschijning in eerste instantie met stomheid zijn geslagen. Dan staat Alcinous 1 op, pakt Odysseus bij de hand en laat hem plaats nemen op een stoel. Vervolgens gaf de koning zijn dienaressen opdracht om kleding voor de man te brengen en hem een gastmaal voor te zetten.

Belofte van Alcinous 1

Zodra Odysseus klaar is met eten vraagt Arete aan hem: ‘Kom vreemdeling. Vertel ons wie ben je en waar je vandaan komt?’ Hierop antwoordde Odysseus: ‘Koningin, het is moeilijk om al mijn ellende te vertellen die de Goden op mijn pad stuurden.’ Zo begint hij zijn verhaal en vertelde Arete alles wat er gebeurd was nadat hij Calypso 2 op het eiland Ogygia had verlaten, tot het moment dat hij op de kust was aangespoeld en de ontmoeting met Nausicaa. Zodra Odysseus is uitgesproken, zonder zijn naam te onthullen, zegt Alcinous 1 tegen hem: ‘Vreemdeling, wees gerust. Wij zullen je helpen om naar je vaderland terug te keren. Morgen zal ik een tijdstip vaststellen voor je geleide naar huis, waar dat ook is, en niemand van de Phaeaken zal je hier tegen je wil vasthouden.’ Daarop gaf Arete de bedienden opdracht om een slaapplaats voor de vreemdeling in te richten en ligt Odysseus die nacht, voor het eerst sinds jaren, weer in zacht bed om een rustige nacht door te brengen.

Het lied van Demodocus

De volgende ochtend roept Alcinous 1 de Raad van de Phaeaken bijeen voor overleg, waar ook Odysseus bij aanwezig mag zijn, en brengt hen het verzoek van de vreemdeling over. Iedereen stemt onmiddellijk in om hulp te verlenen en een schip met bemanning ter beschikking te stellen om de vreemdeling thuis te brengen. Vervolgens besluit Alcinous 1 om een groot feest te organiseren ter ere van hun gast waarvoor ook de beroemde zanger Demodocus wordt uitgenodigd. Die zingt een ontroerend lied over de twist van Achilles en Agamemnon in Troje, waardoor Odysseus hevig ontroerd raakt en de tranen over zijn wangen lopen. De enige die het in de gaten heeft is Alcinous 1, maar hij zwijgt, en nodigt zijn gasten uit om naar buiten te gaan om ter ere van hun gast naar een vijfkamp te kijken die door de jonge Phaeaken wordt gehouden.

Uitgedaagd

Ook Laodamas 3, de zoon van Alcinous 1, doet hier aan mee en zegt na afloop tegen de gasten: ‘Vrienden, laten wij onze gast eens vragen of hij een sport onder de knie heeft. In lichaamsbouw is hij niet slecht, en aan kracht mankeert het hem niet. Maar door veel tegenslagen is hij aangetast. En ik weet dat geen grotere tegenstander dan de zee een man het onderspit doet delven, ook al is hij zeer sterk’. Daarop zegt Odysseus tegen hem: ‘Laodamas 3, waarom dwing je mij dit op? Ik verlang om terug te keren naar huis, en heb wel andere dingen aan mijn hoofd dan een wedstrijd om me druk over te maken!’ Dan daagt Euryalus 5, één van de vijfkampers, Odysseus onbewust uit door te zeggen: ‘Nou vreemdeling, ik zie in jou ook geen krachtpatser maar veel meer iemand die met een schip rondvaart, bezorgd over zijn lading, en belust op winst.’ Dat kan Odysseus niet over zijn kant laten gaan en antwoordde: ‘Vriend, wat je zegt is niet zo netjes. De Goden geven de mensen niet allemaal een even mooi en sterk lichaam of verstand. Jouw lichaam ziet er prima uit, maar je verstand blijft duidelijk achter. Maar ik zal je uitdaging aannemen en aan de wedkamp deelnemen!

Reactie Odysseus

Dan springt Odysseus op, pakt een zware discus, en werpt die met een zwaai ver over de hoofden van de toeschouwers heen, een enorm eind weg. Vervolgens kijkt Odysseus Laodamas 3 aan en zegt: ‘Probeer daar maar eens voorbij te komen, maar ik denk niet dat je dat gaat lukken! Wie van de anderen behoefte voelt om met mij te boksen of te worstelen, kom dan maar op. Want ik ben erg geprikkeld door de woorden van Laodamas 3. Ik kan ook uitstekend met de boog overweg, want in Troje was alleen Philoctetes mij de baas. Slechts in hardlopen blink ik niet uit, en zal één van jullie mij wellicht verslaan omdat mijn conditie, door alle doorstane ellende, achteruit is gegaan.’ Zo sprak Odysseus de Phaeaken toe, terwijl hij hen uitdagend aankeek. Dan grijpt koning Alcinous 1 in, spreekt zijn gast lovend toe en maakt een eind aan de vijfkamp. Vervolgens nodigt hij de aanwezigen uit om een dans op te voeren voor hun gast, zodat hij later met veel genoegen aan zijn bezoek bij de Phaeaken zal terugdenken.

Geschenken

Odysseus kijkt aandachtig naar de bijzondere voetbewegingen van de dansers terwijl ze elkaar gracieus een bal toewerpen. Zodra de dans is afgelopen zegt hij dan ook tegen de koning: ‘Alcinous 1, u beweerde dat uw dansers de besten zijn, nou dat is nu wel duidelijk, ik sta er werkelijk paf van.Alcinous 1 is zo vereerd met de opmerking van Odysseus dat hij de Phaeaken oproept om allemaal een gastgeschenk aan hun gast te geven, waardoor hij niet als een armoedzaaier in zijn eigen land zal terugkeren, en geeft hem zelf een prachtig zwaard met een zilveren gevest. Alle Phaeaken stemmen in en sturen bedienden naar hun huizen om de meest kostbare voorwerpen voor de vreemdeling op te halen en er al snel een grote schat bijeen wordt gebracht. Ook Arete doet een duit in het zakje en schenkt Odysseus een kostbare mantel en chiton. De avond voor het vertrek van Odysseus geeft Alcinous 1 nog een groot feest voor zijn gast waar opnieuw de zanger Demodocus zijn vaardigheden laat horen.

Nog meer geschenken

Hij bezingt op prachtige wijze hoe Troje uiteindelijk werd vernietigd door de list met het Houten Paard, waarbij Odysseus zo’n belangrijke rol had gespeeld. Dan krijgt Odysseus het te kwaad en rollen de tranen hem over de wangen. Opnieuw is Alcinous 1 de enige die zijn ontroering in de gaten heeft, en vraagt ditmaal wel aan zijn gast om zijn naam bekend te maken en te vertellen waarom hij toch elke keer zo ontroerd raakt als Demodocus over Troje zingt. Dan maakt Odysseus, dankbaar voor de gastvrijheid van Alcinous 1 en de vele geschenken die hij van de Phaeaken heeft gekregen, zich bekend en onthult zijn naam. Vervolgens vertelt hij het hele verhaal van zijn tien jaar durende reis, vanaf zijn vertrek uit Troje tot de aankomst bij de Phaeaken. Na zijn woorden zijn de Phaeaken van verbazing lange tijd stil. Ontroerd door zijn lange lijden schenken de Phaeaken Odysseus vervolgens nog meer geschenken en vertrekt hij de volgende dag op een schip met meer kostbaarheden aan boord dan toen hij uit Troje vertrok.

Aankomst op Ithaca

Ithaca

Aankomst op Ithaca

Ditmaal laat Poseidon, op bevel van Zeus, het schip van de Phaeaken met rust en roeien ze uit volle kracht, over een kalme zee, naar Ithaca. Door alle inspanningen en emoties valt Odysseus in een diepe slaap. Hij wordt ook niet wakker als het schip bij Ithaca aankomt en de kiel over het zand op het strand schuurt. Snel brengen de Phaeaken de slapende Odysseus en de vele rijkdommen aan land, en vertrekken daarna weer snel naar huis. In de tussentijd hield Athena de wacht, opdat niemand de schatten zou stelen. Toen Odysseus wakker werd herkende hij het land niet en riep jammerend: ‘Wee mij, in welk land ben ik nu weer aangekomen? Welke wilden wonen hier, hoe moet ik mijn bezittingen beschermen, en waar moet ik heen gaan? Ach, was ik maar bij de Phaeaken gebleven, dan had ik wel iemand kunnen vinden die mij veilig naar huis gebracht had!’ Dan komt Athena op Odysseus af en onthult dat hij in zijn vaderland is teruggekeerd.

Problemen thuis

Zodra hij dit bericht hoort wellen de tranen van vreugde bij Odysseus op, maar tempert Athena onmiddellijk zijn vreugde en zegt dat zijn problemen nog niet over zijn. ‘Je trouwe vrouw Penelope 1 wordt geteisterd door een grote horde vrijers, die denken dat jij gestorven bent, en nu naar haar hand dingen. Ze verkwisten al je rijkdommen, en richten elke dag in je paleis grote feestmaaltijden aan waardoor je veestapel aanzienlijk is gekrompen. Maar verberg eerst, voordat we een plan maken hoe we dit probleem oplossen, je kostbaarheden opdat niemand die steelt!’ Daarop draagt Odysseus alles naar een grot aan het strand, en brengt Athena een grote steen aan voor de toegang waardoor niemand er meer bij kan komen. Dan gaan de twee onder de olijfboom zitten, waar Odysseus had geslapen, en vertelt Athena hem wat hij moet doen om de vrijers te verslaan. Ze zegt hem ook toe dat ze hem, waar mogelijk, zal helpen bij zijn taak.

Het plan van Athena

Ten eerste zal ik je onherkenbaar maken voor iedereen door je te veranderen in een oude man die gehuld gaat in lompen. Ga vervolgens naar varkenshoeder Eumaeus 1, die jou nog steeds trouw is en ook erg gesteld is op je vrouw en je zoon Telemachus. Je zult hem aantreffen bij zijn varkens, en blijf daar op mij wachten terwijl je hem naar alle gebeurtenissen vraagt. In de tussentijd zal ik naar je zoon Telemachus gaan, die naar jou op zoek is bij Menelaus in Sparta, en hem terugsturen naar Ithaca.’ Dan bestrijkt de Godin Odysseus met zijn staf waardoor hij veranderde in een oude bedelaar, en vertrok ze zelf naar Sparta. Odysseus verliet vervolgens het strand en ging op weg naar de plek die Athena hem gewezen had om zijn trouwe varkenshoeder te ontmoeten.

Eumaeus 1

Zodra Odysseus bij de hut van Eumaeus 1 aankomt, rennen een aantal honden wild blaffen op hem af. Hij zou door de dieren lelijk toegetakeld zijn als de varkenshoeder hem niet gered had door achter ze aan te rennen en te verjagen. Dan zegt Eumaeus 1 tegen hem: ‘Zo ouwetje, dat scheelde niet veel of de honden hadden met je afgerekend!’ Vervolgens nodigt hij Odysseus uit in zijn hut om hem een gastmaaltijd aan te bieden, en vraagt waar hij vandaan komt en wat hij heeft meegemaakt. ‘Want ik heb jou nog nooit hier op het eiland gezien.’ zegt hij. In de hut maakt Eumaeus 1 zijn bed vrij, biedt die als zitplaats aan voor zijn gast, en zegt Odysseus: ‘Laat Zeus je schenken, gastheer, wat je het liefste wil hebben, omdat je me zo vriendelijk ontvangt.’ Daarop antwoordde Eumaeus 1: ‘Vreemdeling, het is een Goddelijke wet om elke vreemdeling te respecteren, ook als is hij armzaliger dan jij. Want Zeus beschermt vreemdelingen en bedelaars, en geef ik je graag iets van mijn bezit.’ Vervolgens dook hij het zwijnenkot in en slachtte een mals varkentje voor zijn gast.

Gesprek met Eumaeus 1

Tijdens de maaltijd doet Eumaeus 1 zijn beklag over de onbetamelijke vrijers die de veestapel van zijn meester Odysseus erdoorheen jagen met hun feestmaaltijden, en hij elke dag wel een paar dieren voor hen moet slachten. Odysseus hoort zwijgend het verhaal van Eumaeus 1 aan, terwijl hij zijn maaltijd opeet, en vraagt Eumaeus 1 dan naar zijn meester, en hoe het hem is vergaan na afloop van de Trojaanse Oorlog. Bedroefd vertelt Eumaeus 1 dan dat Odysseus, die hij zijn vriend noemt, nog steeds niet is teruggekeerd, en waarschijnlijk gestorven is. Hij vertelt Odysseus ook hoe Penelope 1 elke vreemdeling uithoort en vraagt of hij iets heeft gehoord over haar verdwenen man. Dan neemt Odysseus het woord en zegt: ‘Beste man, je zult het niet willen geloven, maar ik ben ervan overtuigd dat Odysseus nog deze maand op Ithaca terug zal keren, en zich zal wreken op die onbetamelijke vrijers.Eumaeus 1 gelooft hem echter niet en zegt: ‘Ach, oude vriend, was dat maar waar. Maar kom, drink je wijn op en laten we over andere zaken spreken. Want mijn hart breekt van verdriet als ik aan hem denk, of aan zijn zoon die onlangs is vertrokken om informatie in te winnen over zijn vader. Vertel jij op je beurt nu hoe je hier gekomen bent.

Het verhaal van Odysseus

Dan verzint Odysseus, die zijn identiteit niet prijs wil geven, een verhaal dat hij op Kreta is geboren en de zoon is van een rijke vader. Vervolgens dist hij een heel verhaal op hoe hij met een rijke vrouw trouwde, bij wie hij een zoon kreeg die helaas op jonge leeftijd stierf, waarna hij een schip kocht en als handelsvaarder vele rijkdommen verwierf, maar uiteindelijk in Egypte terecht kwam. Daar ontmoette hij na zeven jaar een Phoeniciër, die hem misleidde en als slaaf in zijn vaderland wilde verkopen. Onderweg leden ze echter schipbreuk en spoelde hij aan bij de Thesproten, waar koning Pheidon hem gastvrij ontving. ‘Daar hoorde ik over Odysseus, en verzekerde Pheidon me dat hij hem in zijn huis ontvangen had terwijl hij onderweg was naar huis. Hierna ging ik mee op een schip van de Thesproten die me opnieuw als slaaf wilden verkopen, maar wist ik te ontsnappen toen ze een tussenlanding maakten op dit eiland, en leidden de Goden me maar naar jouw hut. ’ Zo beëindigde Odysseus zijn ‘levensverhaal’.

Ongeloof Eumaeus 1

Eumaeus en Odysseus

Maar Eumaeus 1 weigert de voorspelling van zijn gast te geloven en zegt Odysseus tegen hem: ‘Je hebt wel een erg wantrouwende geest, Eumaeus 1, dat ik je zelfs met mijn eed niet weet te overtuigen. Maar kom, laten we een weddenschap afsluiten. Als jouw heer binnenkort naar huis terugkeert schenk jij mij een mantel en zorgt voor de overtocht naar Dulichium, waar ik heen wil. Maar als jouw heer niet komt, zoals je denkt, dan mag jij me van een hoge rots afwerpen als straf voor mijn leugenachtige woorden.’ Maar deze weddenschap wil Eumaeus 1 niet aan en zegt: ‘Beste man. Mijn reputatie zou ik wel zeer schaden als bekend werd dat ik mijn gasten eerst gastvrij onthaal, om ze daarna te doden door ze van de rotsen te werpen! Maar kom, laten we nu een maaltijd bereiden, want direct komen de herders thuis en die moeten ook eten.’ Zo brengen ze de nacht etend en pratend met elkaar door, en slaapt Odysseus die nacht in de hut van Eumaeus 1 die zelf bij de varkens ging slapen.

Nog een dag praten

Ook de volgende dag brengt Odysseus door met Eumaeus 1 en zegt hij die avond bij het haardvuur: ‘Luister, Eumaeus 1. Morgenochtend wil ik naar de stad gaan om te bedelen, want ik kan niet eindeloos van je goedgeefsheid blijven genieten. Daarnaast wil ik Penelope 1 mijn boodschap overbrengen, en die arrogante vrijers wel eens met mijn eigen ogen zien. Geef me een gids om in de stad te komen, waarna ik mijn eigen weg wel zal zoeken.Eumaeus 1 is hier echter fel tegen, zegt dat hij hem niet in de weg zit, en beter op Telemachus kan wachten die binnenkort terugkomt. ‘Hij zal je zeker een mantel geven om je te kleden, en een geleide om je te brengen waar je ook maar naar toe wilt!’ Odysseus stemt in en vraagt Eumaeus 1 vervolgens om hem alles te vertellen wat Eumaeus 1 weet over de ouders van Odysseus. Zo spreken de twee weer heel de dag met elkaar totdat de volgende ochtend vroeg Telemachus arriveert bij de hut van Eumaeus 1.

Aankomst Telemachus

Terwijl Odysseus en Eumaeus 1 aan het ontbijt zitten, horen ze de honden blaffen en komt even later Telemachus binnenlopen. Verheugd heet Eumaeus 1 hem welkom en nodigt Telemachus uit om iets mee te eten. Tijdens het eten wisselen de twee de laatste wetenswaardigheden uit terwijl Odysseus zwijgzaam luistert, en met liefhebbende ogen zijn zoon bekijkt. Als Eumaeus 1 vertelt dat hij zijn arme gast een mantel beloofd heeft, en hij naar de stad wil, zegt Telemachus: ‘De vreemdeling zal ik zeker een mantel schenken, maar hij moet niet naar de stad gaan. De vrijers zijn veel te arrogant en agressief. Ze zullen hem sarren, en hij alleen is geen partij voor hun grote aantal!’ Dan zegt Odysseus: ‘Mijn beste, mag ik ook iets zeggen! Mijn hart breekt als ik hoor wat die vrijers allemaal in je huis aanrichten. Vertel me, laat jij je gewillig door hen in een hoek drukken, of heb je geen steun van de bewoners of familie? Ach, was ik maar de zoon van die fiere Odysseus, of beter nog, Odysseus zelf. Dan zou ik prompt die kerels aanpakken dan deze schanddaad te moeten ondergaan!

Boodschap voor Penelope 1

Enigszins geagiteerd reageert daarop Telemachus: ‘Ik lig zeker niet uit de gratie van het volk, maar heb geen broers en sta, als enig kind van Odysseus, alleen tegenover een overmacht aan vrijers. Mijn moeder weigert om één van hen te trouwen, maar kan ook geen eind maken aan hun schranspartijen, waardoor heel mijn vermogen erdoorheen wordt gejaagd. Maar kom Eumaeus 1, ga jij nu naar mijn moeder en vertel haar dat ik veilig teruggekeerd ben. Ik blijf hier bij de vreemdeling wachten tot je terugkeert. Vertel de vrijers echter niets, want er zijn velen van hen die het op mijn leven gemunt hebben.’ Daarop vertrekt de varkenshoeder, om zijn boodschap over te brengen, en blijven Telemachus en Odysseus alleen achter in de hut. Dan fluistert Athena bij Odysseus in zijn oren dat nu het moment is aangebroken om zich bekend te maken aan zijn zoon, om samen de vrijers te bestrijden, en geeft ze hem zijn oude gedaante weer terug.

Hereniging en plannen

Met verbazing ziet Telemachus de transformatie en vraagt zich af of de Goden hem bedriegen. Dan zegt Odysseus: ‘Zoon, ik ben je vader, om wie je zoveel verdriet hebt geleden.’ en vallen de twee elkaar hartverscheurend snikkend in de armen. Vervolgens vertelt Odysseus wat hem allemaal is overkomen, en hoe Athena heeft gezorgd dat hij met vele rijkdommen in zijn bezit op Ithaca kon terugkeren. Nadat ook Telemachus het verhaal van de vrijers volledig uit de doeken heeft gedaan, ontvouwt Odysseus zijn door Athena ingegeven plan hoe hij de vrijers wil verslaan. Odysseus vertelde zijn zoon precies wat hij wel en niet moest doen, maar vooral moest voorkomen dat vroegtijdig bekend werd dat hij op Ithaca was teruggekeerd. Zo brengen vader en zoon de rest van de dag door met plannen maken totdat die avond Eumaeus 1 weer terugkeerde in zijn hut, en Odysseus door Athena weer in de gedaante van de oude bedelaar werd veranderd. Die nacht brengen ze weer met zijn drieën in de hut van Eumaeus 1 door, waarna Telemachus de volgende ochtend vertrekt om naar huis terug te keren.

Naar de stad

Die middag gaan ook Odysseus en Eumaeus 1 op weg naar de stad. Onderweg komen ze bij een bron waar ze de geitenhoeder Melanthius 2 ontmoeten. Toen die de twee zag riep hij spottend: ‘Nou, daar heb je een armoedzaaier die een andere meeneemt. Waar breng je die bedelaar naar toe, Eumaeus 1? Geef hem liever aan mij, dan kan hij mijn hut schoonmaken en de geiten voeren, in plaats van te bedelen bij het paleis van Odysseus!’ Vervolgens geeft hij Odysseus met zijn voet een trap tegen zijn heup. Hoewel Odysseus ziedde van woede houdt hij zich in en zegt Eumaeus 1: ‘Als Odysseus ooit geitjes aan de Goden offerde, dan zullen die, of Odysseus zelf, wel met jou afrekenen Melanthius 2!’ Maar die lacht hem in zijn gezicht uit en zegt: ‘Ach wat een stoere taal van die varkenshoeder. Odysseus komt nooit terug en jou zal ik ooit eens van Ithaca wegvoeren om in het buitenland te verkopen, en zo een flinke duit verdienen.’ Vervolgens loopt Melanthius 2 door, en gaan ook Odysseus en Eumaeus 1, ziedend van ingehouden woede, verder.

Vrijers van Penelope 1

Aankomst in het paleis

De vrijers van Penelope

Zodra Eumaeus 1 en Odysseus bij het paleis aankomen, overleggen ze met elkaar wat ze het beste kunnen doen, en gaat Eumaeus 1 het paleis in terwijl Odysseus bij de poort blijft wachten. Terwijl hij daar staat ziet Odysseus zijn oude jachthond, Argus, liggen. Het dier was op sterven na dood maar wist nog wel met zijn staart te kwispelen toen hij de stem van zijn oude meester hoorde. Zodra Odysseus dit zag, sprongen de tranen hem in de ogen, en ziet hoe het trouwe dier uiteindelijk voor de laatste keer blij zijn ogen sluit. Zo stierf Argus met een blij hart in de wetenschap dat zijn meester, na twintig jaar afwezigheid, uiteindelijk toch was thuisgekomen. Dan stapt Odysseus het paleis in waar hij een groot aantal vrijers ziet zitten die zich tegoed doen aan een rijke vleesmaaltijd en heerlijke wijn. Terwijl hij daar staat te kijken komt Eumaeus 1, met brood en vlees in zijn handen, op hem af en zegt: ‘Telemachus laat je dit brengen, vriend, en vraagt je bij alle vrijers langs te gaan om te bedelen, want schroom past niet bij een bedelaar.

Verzoek van Penelope 1

Dankbaar neemt Odysseus het voedsel aan en gaat in een hoekje zitten om te eten, en luisterde gelijktijdig naar een zanger die een lied voor de vrijers zong. Daarna doet hij wat Telemachus gevraagd had en ging bij de vrijers langs om te bedelen. Terwijl hij daarmee bezig is komt Eumaeus 1 op hem af met het bericht dat Penelope 1 hem wil spreken. Maar Odysseus wil niet openlijk met haar spreken, bang dat de vrijers vervelend zullen doen, en zegt dat hij bij zonsondergang naar haar toe zal gaan. Even later komt een andere bedelaar, Irus 1, op Odysseus af en zegt: ‘Weg bij de poort, ouwe, of ik sleur je aan je benen naar buiten! Heb je niet in de gaten dat al die vrijers naar me knipogen, en me wenken om jou weg te slepen! Dus vooruit, vertrek, zodat we niet hoeven te vechten.’ Met een minachtende blik in zijn ogen zegt Odysseus vervolgens tegen Irus 1: ‘Idioot, ik doe je toch geen kwaad. Jij lijkt me een bedelaar, net als ik, en er is hier bij de poort voldoende ruimte. Maar daag me niet uit, want anders wordt deze ouwe kwaad en zal ik je lippen besmeuren met bloed!

Irus 1

Hierop begint Irus 1 terug te schelden en staat de vrijer Antinous 1 op die zegt: ‘Vrienden, die vreemdeling daagt Irus 1 uit tot een bokspartij. Laten we degene die het sterkste blijkt te zijn een deel van ons avondmaal schenken. Hij zal bovendien altijd met ons mee mogen eten, en wij geen andere bedelaar meer toelaten binnen ons gezelschap.’ De andere vrijers, die zo’n verzetje wel weten te waarderen, stemmen in waarna Odysseus en Irus 1 zich gereedmaken om de strijd met elkaar aan te gaan. Als de vrijers het stevig gespierde lichaam van Odysseus zien raken ze van verwondering vervuld, en zeggen tegen elkaar dat Irus 1 een zware dobber zal krijgen aan die oude bedelaar. Ook bij Irus 1 zakt de moed hem in de knieën zodra hij de spieren van Odysseus ziet, en begint hij te bibberen van angst. Dan zegt Alcinous 1 tegen hem: ‘Nou, opschepper, was je maar nooit geboren, als je zo de zenuwen krijgt van hem daar. Maar wees er van overtuigd dat als je verliest, ik je op een schip zet en naar koning Echetus stuur. Die zal je neus en oren afsnijden en je ballen afrukken om aan zijn honden te voeren.

Bokswedstrijd en aankondiging

Vervolgens duwt Alcinous 1 de bibberende Irus 1 richting Odysseus, die direct uithaalt met een enorme rechtse. Hij raakt Irus 1 vol op de kaak waardoor het bot brak en de arme man kreunend in het stof viel. De vrijers juichten luid terwijl Odysseus de bewusteloze Irus 1 aan zijn benen naar buiten sleept, en hem voor de poort tegen de muur zet. Vervolgens zegt Odysseus tegen Irus 1: ‘Blijf daar nu zitten, houdt de varkens en honden op afstand, en speel voortaan niet meer de baas over vreemden en bedelaars, anders zal je nog veel meer ellende meemaken.’ Zodra Odysseus weer bij de vrijers terugkeert, zet Alcinous 1 een overvloedige maaltijd voor hem neer, en zegt: ‘Geniet ervan, vadertje. Je hebt het verdiend!’ Terwijl Odysseus nog zit te eten komt Penelope 1 naar de plek met de vrijers, en maakt bekend dat ze de hoop heeft opgegeven dat Odysseus ooit nog zal terugkeren, en daarom met een van de vrijers zal trouwen. Ze zal zelf niet kiezen, maar trouwen met degene die in staat is om, met de oude boog van Odysseus, als eerste een pijl te schieten door de ogen van twaalf achter elkaar opgestelde bijlen.

Onrust

Daarop ontstaat er een opgewonden luid geroezemoes bij de vrijers, en gaan er velen van hen direct naar huis om prachtige geschenken voor Penelope 1 op te halen, en haar zo te overtuigen om voor hen te kiezen als echtgenoot. Die avond wacht Odysseus bij het vuur tot de zon ondergaat om zijn bezoek aan Penelope 1 te brengen. Hij stuurt de dienaressen weg, waarvan enkelen het bed met de vrijers deelden, en zegt tegen hen dat hij wel op het vuur zal letten. Als een van hen een grote mond opzet jaagt Odysseus haar weg met de dreiging dat hij haar gedrag aan Telemachus bekend zal maken als ze niet snel doet wat hij hen vraagt. Zo blijft Odysseus alleen met de vrijers achter die het niet kunnen laten om hem nog enkele schimpscheuten toe te werpen. Odysseus tart daarop Eurymachus 1, die zo kwaad wordt dat hij een voetenbankje naar zijn hoofd smijt, dat Odysseus nog net weet te ontwijken door snel opzij te duiken. Hierna keert de rust weer enigszins terug en gaat Odysseus naar Telemachus om de rest van hun plan uit te voeren.

Bij Penelope 1

Samen gaan ze naar de wapenkamer en verstoppen alle wapens, zodat de vrijers die niet kunnen gebruiken als de strijd losbarst. Vervolgens stuurt Odysseus zijn zoon naar bed en gaat naar Penelope 1 om met haar te spreken, zoals hij die middag beloofd had. Zodra de huismin Eurynome 3 een stoel voor hem had gebracht zegt Penelope 1: ‘Gast, voordat we verder spreken wil ik eerst weten wie je bent, waar je vandaan komt, en wie uw ouders zijn.’ Odysseus ontwijkt echter handig de vraag door te zeggen dat haar faam zo groot is dat hij bij haar niet wil jammeren over zijn noodgedwongen ellende. Dan vertelt Penelope 1 hoe verdrietig ze was vanwege de afwezigheid van Odysseus, en de ellende die de vrijers veroorzaken. Ze vertelt hem bovendien hoe zij de vrijers om de tuin had geleid door te zeggen dat ze pas met een van hen zou trouwen als het lijkkleed voor haar schoonvader Laertes gereed was. Hier weefde ze elke dag aan, maar trok ’s nachts de draden weer uit die ze overdag geweven had, totdat haar list ontdekt werd en ze haar aankondiging had gedaan.

Het verhaal van Odysseus

Dan vraagt Penelope 1 opnieuw naar de naam en afkomst van Odysseus. Deze wil echter zijn terugkeer nog steeds geheim houden voor zijn vrouw, en dist een verzonnen verhaal op. Zo vertelt hij Penelope 1 dat zijn naam Aethon 5, is en op Kreta was geboren als zoon van Deucalion 1. Daar ontmoette hij twintig jaar geleden Odysseus, toen die op weg was naar Troje, die hij in zijn huis ontving en gastgeschenken mee uitwisselde. Als Penelope 1 hem over Odysseus hoort vertellen lopen de tranen bij haar over de wangen, en ondervraagt zij haar gast over de kleinste details. Hoewel Odysseus in stilte medelijden kreeg met zijn vrouw, kon hij zijn ware identiteit niet onthullen voordat hij hadt afgerekend met de vrijers, en gaat verder met zijn verzonnen verhaal. Aan het eind van zijn betoog zegt Odysseus bovendien dat hij heeft gehoord dat Odysseus nog leeft en binnenkort op Ithaca zal terugkeren. Penelope 1 is echter sceptisch en verwacht niet dat haar man zal terugkeren. Ze is haar gast echter dankbaar voor zijn verhaal en geeft haar oude dienares Euryclia opdracht om een bed voor hem gereed te maken en zijn voeten te wassen.

Herkenning

Euryclia herkent Odysseus

Daarop pakt Euryclia een wasbekken, goot daar wat koud en warm water in, en ging aan de voeten van de vreemdeling zitten. Maar als ze zijn voeten beetpakt gaat er een schok door haar lichaam. Op zijn scheenbeen zit een litteken dat precies hetzelfde is als dat van Odysseus, dat hij in zijn jeugd had opgelopen, en zij met veel toewijding verzorgd had. Van schrik laat ze zijn voeten uit handen schieten, die in het water plonzen waardoor het water over de vloer liep. Terwijl ze met haar vingers over het litteken glijdt wordt ze door vreugde en verdriet bevangen, terwijl haar ogen zich vullen met tranen. Zachtjes zegt ze tegen de vreemdeling: ‘Natuurlijk, jij bent Odysseus, mijn kind, en ik herkende je niet, voordat ik het litteken had gezien!’ Dan kijkt ze naar Penelope 1 en wil zeggen dat Odysseus is teruggekeerd. Maar Penelope 1 werd door de Godin Athena afgeleid, die Odysseus hielp, en niet wilde dat de thuiskomst van Odysseus te vroeg bekend werd.

Droom van Penelope 1

Voordat Penelope 1 haar gast laat gaan vraagt ze hem of hij haar droom kan verklaren die ze de laatste tijd regelmatig droomt. Ze vertelt hem dat er in de droom twintig ganzen op het erf lopen, die zaadjes uit de grond pikken, maar allemaal gedood worden door een grote Arend die vanuit de bergen kwam aanvliegen. Dan zegt haar gast dat deze droom door Odysseus gestuurd moet zijn, en niets anders kan betekenen dan dat de vrijers hun ondergang binnenkort tegemoet zullen gaan, en haar man terug zal keren. Getroost door zijn woorden zegt Penelope 1 vervolgens tegen haar gast: ‘Ach vriend, kon je maar bij mij in de buurt blijven om mij te troosten als de vrijers hun wedstrijd met de oude boog van Odysseus houden. Maar nu ga ik naar bed, om te wenen over mijn geliefde Odysseus, en dat moet jij ook doen.’ Hierna verlaat ze de kamer en gaat ook Odysseus naar bed om uit te rusten voor de volgende dag, en de strijd met de vrijers. Die nacht hoort hij in zijn slaap ook enkele dienaressen van Penelope 1 giechelen, die het bed delen met enkele vrijers, en wordt steeds kwader totdat Athena in zijn droom verschijnt en hem kalmeert.

Koeherder Philoetius

De volgende ochtend wordt Odysseus verkwikt wakker en bidt hij tot Zeus en Athena om hem die dag te steunen. Onmiddellijk laat Zeus als instemming zijn donder klinken en gaat Odysseus opgewekt naar het voorhof van het paleis waar de vrijers zich alweer hebben verzameld. Op dat moment komt ook Eumaeus 1 met drie vette zwijnen aan voor de avondmaaltijd van de vrijers, in gezelschap van de koeherder Philoetius. Nadat deze herder aan Eumaeus 1 had gevraagd wie die nieuwe bedelaar was ging hij op Odysseus af en zegt: ‘Gegroet vadertje. Ik wens je voorspoed toe na alle ellende die je meegemaakt hebt. Je doet me denken aan Odysseus, waarvan ik hoop dat hij ooit terug zal keren en een eind maakt aan deze toestand met die verschrikkelijke vrijers!’ Daarop antwoordt Odysseus: ‘Koeherder, je lijkt me een verstandige kerel. Daarom voorspel ik je dat je wens in vervulling zal gaan, en Odysseus nog in jouw aanwezigheid zal terugkeren.’ Dan zegt de koeherder: ‘Ach vriend, mocht Zeus dit in vervulling doen gaan, dan zou je mijn kracht eens zien en wat mijn handen nog kunnen!

Einde van de vrijers

Ctesippus 2

Aan het eind van de middag schuiven de vrijers weer aan om van de maaltijd te genieten, en laat Telemachus ook de oude bedelaar plaatsnemen, terwijl hij hem aanmoedigt om flink te eten. Dit schiet een van de vrijers, Ctesippus 2, in het verkeerde keelgat en zegt tegen de andere vrijers: ‘Luister naar mij, vrienden. Het is niet netjes om gasten van Telemachus die dit huis bezoeken tekort te doen. Maar kom, ik zal hem op iets trakteren.’ Na deze woorden greep hij een runderpoot van tafel, en smeet deze naar het hoofd van Odysseus die nog net zijn hoofd opzij kan buigen om het projectiel te ontwijken. Dan spreekt Telemachus vermanend tot Ctesippus 2 en de vrijers dat ze zich fatsoenlijk moeten gedragen. Die zwijgen beschaamd over het gedrag van hun kameraad, en zegt uiteindelijk Agelaus 6: ‘Beste vrienden, laat niemand die bedelaar nog lastig vallen. Aan Telemachus wil ik echter vragen om zijn moeder te gaan halen zodat ze haar keuze bekend kan maken met wie ze wil trouwen.'

Boogschietwedstrijd

Even later komt Penelope 1 het voorhof in, en zegt tegen de verzamelde vrijers: ‘Luister naar mij, vrijers die deze woning misbruiken met jullie voortdurende braspartijen. Hier heb ik de oude boog van Odysseus en daar liggen twaalf bijlen. Ik zal als bruid met de vrijer meegaan die in staat is om een pijl door de ogen van die bijlen te schieten.’ Na deze woorden gaf zij Eumaeus 1 opdracht om de bijlen voor de vrijers op te stellen, en verliet het voorhof om in haar kamer de uitslag af te wachten. Vervolgens zegt Telemachus, terwijl Eumaeus 1 de bijlen in de balken sloeg: ‘Wel vooruit vrijers, jullie hebben mijn moeder gehoord! Zoek dus geen verdere uitvluchten en span de boog om je vaardigheid tentoon te spreiden.’ Dan neemt de leider van de vrijers, Antinous 1, het woord en zegt: ‘Vrienden, stel je nu van links naar rechts op en laat Liodes als eerste een poging wagen.’ Onmiddellijk neemt Liodes de boog in handen, maar is niet in staat om het wapen met zijn ongeoefende armen te spannen en zegt tegen de vrijers: ‘Vrienden, het lukt me niet om de boog te spannen! Laat een ander het proberen.’ en zette hij het wapen teleurgesteld tegen de muur.

Onthulling

Daarop geeft Antinous 1 opdracht aan Melanthius 2 om de boog op te warmen bij het vuur en in te smeren met schapenvet opdat het hout wat soepeler wordt. Deze doet wat hem gevraagd wordt, waarna enkele andere vrijers proberen om een pijl door de ogen van de bijlen te schieten. Maar opnieuw lukt het niemand om de boog te spannen. Als Eumaeus 1 en Philoetius even later het voorhof verlaten, om nieuw voedsel te halen, gaat Odysseus achter hen aan en zegt tegen de twee: ‘Wat zouden jullie nu doen als Odysseus plotseling kwam opdagen? Zouden jullie dan de vrijers verdedigen of Odysseus helpen? Vertel me wat jullie hart je ingeeft?' Dan zegt Philoetius: ‘Ach, mocht vader Zeus die wens vervullen, dan zou je eens zien wat een kracht ik nog bezit!’ Ook Eumaeus 1 gaf een gelijksoortig antwoord waarna Odysseus zich bekend maakt, en bewijst wie hij is door het litteken op zijn voeten te tonen.

Samenzwering

Zodra de twee overtuigd zijn vallen zij van vreugde Odysseus in de armen, en vragen hem honderduit over zijn lotgevallen. Maar Odysseus maakt een eind aan hun vragen en zegt: ‘Stop met al die vragen en dat gejammer. Ga nu één voor één het voorhof in nadat ik weer naar binnen ben gegaan. Jij, Eumaeus 1, moet mij dan de boog brengen als ik daar om vraag, en tegen de dienaressen zeggen dat ze de toegangsdeuren van de voorhof stevig afsluiten. En jij Philoetius moet de poortdeuren van het huis stevig op slot doen zodat niemand kan ontsnappen.’ Na deze instructies gegeven te hebben keerde Odysseus terug naar het voorhof waar hij weer op zijn stoel ging zitten om te kijken naar de vruchteloze inspanningen van de vrijers. Even later komen ook de koeherder en varkenshoeder binnen, die nog net zien hoe de laatste vrijer probeert om de boog te spannen.

Verzoek van de bedelaar

Odysseus spant zijn boog

Dan neemt Odysseus het woord en zegt: ‘Luister naar mij, vrijers, dan kan ik jullie zeggen wat ik wil. Laat de boog nu rusten en de zaak aan de Goden overlaten om morgenochtend kracht te schenken aan degene die dat willen. Maar kom, laat mij die boog ook eens proberen om de kracht van mijn oude handen te testen.’ Daarop reageert Antinous 1 snauwend: ‘Armzalige vreemdeling, je bent niet goed bij je hoofd! Wees er tevreden mee om samen met ons de maaltijd te gebruiken, en geniet van de heerlijke wijn!’ Dan grijpt Telemachus in en zegt dat iedere gast in zijn huis het mag proberen, en geeft Eumaeus 1 opdracht om de boog naar de vreemdeling te brengen. Zodra Odysseus het wapen in handen heeft, verlaten zijn trouwe dienaren het voorhof om de deuren op slot te doen, zodat niemand van de vrijers aan de wraak van Odysseus kan ontsnappen.

Odysseus maakt zich bekend

Onder de verbaasde ogen van de vrijers blijkt de oude bedelaar, terwijl hij op zijn stoel zit, in staat te zijn om de boog te spannen. Vervolgens richt hij nauwkeurig en schiet een pijl door alle ogen van de bijlen. Dan springt hij op, werpt zijn oude lompen af, en roept tegen de vrijers: ‘De wedstrijd is nu beslist, en zal ik een ander doelwit voor mijn pijlen uitzoeken! Honden, jullie dachten dat ik niet zou terugkeren uit Troje, en dongen achterbaks naar mijn vrouw, terwijl ik nog leefde. Maar nu zijn de netten van de dood voor jullie gespannen!’ Vervolgens legt hij aan en schiet Antinous 1 een pijl door zijn nek. Dan zegt Eurymachus 1: ‘Als je werkelijk Odysseus bent, dan sprak je passende woorden over onze wandaden. Maar kijk daar ligt de aanstichter van al dit kwaad, Antinous 1, die ons aanzette tot deze daden. Hij heeft zijn verdiende loon gekregen, maar spaar ons. We zullen je schadeloos stellen voor alles dat we gegeten en gedronken hebben en daarbovenop nog elk een smartengeld van twintig runderen aan je geven.

Strijd

Maar Odysseus is onverbiddelijk en zegt met minachting in zijn ogen: ‘Eurymachus 1, al zouden jullie heel je erfdeel aan mij afstaan, dan nog zullen mijn handen niet rusten voordat jullie allen onderweg zijn naar de Onderwereld!’ Daarop roept Eurymachus 1 tegen de andere vrijers: ‘Vrienden, die man zal op ons blijven schieten tot we allemaal dood zijn. Grijp daarom jullie zwaarden en laten we samen op hem af gaan.’ Vervolgens gaf hij het voorbeeld, trok zijn zwaard, en stormde op Odysseus af. Odysseus wachtte hem echter niet af en schoot zijn tweede pijl diep in de lever van Eurymachus 1. Dan stormt Amphinomus 1 op Odysseus af, maar werd hij door Telemachus met zijn lans tussen de schouders getroffen en valt ook hij dood neer. Vervolgens rende Telemachus naar zijn vader, en zegt: ‘Vader, zal ik nu voor jou een schild en twee lansen halen, en ook wapens aan de varkenshoeder en koeherder geven, want het is nu toch beter om bewapend te zijn!’ Daarop antwoordde Odysseus: ‘Ga ze vlug halen, zolang ik nog pijlen heb, zodat ze me niet van de deur kunnen verdrijven.

In het nauw

Even later is Telemachus met de twee herders terug, en stellen ze zich gezamenlijk op tegen de vrijers. Ondertussen had Odysseus al enkele andere vrijers neergeschoten, en waren al zijn pijlen op. Snel pakt hij een lans en een schild aan van zijn zoon om de grote massa tegenstanders van zich af te houden. Die kregen hulp van de geitenherder Melanthius 2, die Telemachus stiekem was gevolgd, en ook wapens uit de wapenkamer had gehaald voor de vrijers. Als Odysseus ziet hoe enkele van hen zich bewapenen en Melanthius 2 weer op weg gaat naar de wapenkamer, om een nieuwe voorraad te halen, zinkt de moed Odysseus in de knieën. Dan stuurt hij de twee herders achter Melanthius 2 aanterwijl hij samen met zijn zoon in de voorhof blijft, en smeekt in gedachten Athena om hulp. Even later komen Eumaeus 1 en Philoetius glimlachend terug en verschijnt plotseling ook de gewapende Athena, in de gedaante van Mentor 4, in de ruimte. Dan zegt Odysseus: ‘Mentor 4, redt ons uit de nood en denk aan je dierbare vriend, ik, die ze zo vaak hebt geholpen, want wij zijn samen opgegroeid'. Zo riep hij zijn hulp in terwijl Odysseus wel vermoedde dat het Athena was.

Alle vrijers gedood

Dan ontstaat er een waar bloedbad in het paleis van Odysseus, en sneuvelt de ene na de andere vrijer onder de dodelijke wapens van de vier mannen, terwijl ze geholpen werden door Athena. Zij zorgde ervoor dat alle aanvallen van de vrijers hun doel misten, maar de wapens die op de vrijers gericht werden altijd doel troffen. Vervolgens rammelde Athena met haar Aegis waardoor de vrijers gek werden van angst en als een kudde dwaze runderen door de zaal renden. Een uur later zijn alle vrijers dood en staan de vier mannen, vermoeid maar tevreden met het resultaat, tot hun enkels in het bloed naar de lijken te kijken. Als daarna de priester Liodes smekend zijn knieën grijpt kent Odysseus met hem geen enkele medelijden, en snijdt hem de keel door omdat hij met de vrijers geheuld had. Op advies van zijn zoon spaart hij alleen de zanger Phemius 1 en Medon 3 omdat die de kleine Telemachus verzorgd hadden.

Ontrouw gestraft

Dan roept Odysseus de oude Euryclia bij zich en vraagt haar wie van de dienstmeiden hem trouw zijn gebleven, en welke met de vrijers het bed hebben gedeeld. Zodra Euryclia de zaal in komt en alle doden ziet, slaat de schrik haar om het hart maar onthult aan Odysseus alle namen van de ontrouwe dienstmeiden. Vervolgens laat Odysseus al die meiden naar de zaal komen en geeft hen opdracht om de lijken naar buiten te slepen en het bloed weg te wassen. Jammerend en kermend gaan de meiden aan de slag, terwijl ze worden opgejaagd door Odysseus. Toen de zaal op orde was dreef Telemachus de meiden naar de tuin, waar hij hen stuk voor stuk een strop om de nek deed en ophing aan de bomen, als straf voor hun ontrouw. Daarna vraagt Odysseus aan Euryclia om Penelope 1 wakker te maken en haar bij hem te brengen.

Laatste gebeurtenissen

Penelope 1 en Odysseus

Als Penelope 1 de haardkamer binnenkomt, zit Odysseus met gebogen hoofd bij het vuur te wachten totdat zijn vrouw iets tegen hem zal zeggen. Maar zij staarde lange tijd naar de gebogen figuur en keek met verbazing nu eens naar zijn gezicht, dan weer naar de lompen om zijn lichaam. Dan kan Telemachus zich niet langer beheersen en roept: ‘Moeder, ik herken je niet meer. Waarom doe je zo afstandelijk tegenover vader? Waarom ga je niet bij hem zitten om hem van alles te vragen? Geen enkele andere vrouw zou zo gelaten afstand houden als haar man, na twintig jaar ellende, weer naar zijn vaderland was teruggekeerd. Je hart is kennelijk harder dan steen!’ Dan ontwaakt Penelope 1 uit haar verbijstering en zegt: ‘Mijn kind, ik zit bij te komen van verbazing, en kan geen woord uitbrengen of iets vragen. Maar als hij werkelijk Odysseus is, en weer thuis, dan zullen we elkaar wel herkennen, want we hebben tekens, die alleen wij kennen en anderen niet weten.

Wantrouwen

Odysseus en Penelope

Daarop begint Odysseus te glimlachen en zegt snel tegen Telemachus: ‘Zoon, gun je moeder een moment om mij te testen. Dan zal ze snel tot andere gedachten komen. Met deze vodden aan mijn lijf denkt ze kennelijk dat ik iemand anders ben.’ Daarop verlaat Odysseus het vertrek om zich te wassen en een mooie mantel aan te trekken, terwijl Athena zijn ouderdom van hem afspoelde en hem zijn aantrekkelijkheid weer teruggaf. Zo keert hij even later terug bij Penelope 1, die nog steeds wantrouwend is, en tegen Euryclia zegt: ‘Vooruit Euryclia, zet het stevige bed buiten het slaapvertrek voor hem klaar, dat Odysseus ooit eens maakte.’ en wachtte in spanning af welk antwoord de vreemdeling zou geven. Ze hoeft niet lang te wachten want Odysseus antwoordde: ‘Je geeft haar een onmogelijke opdracht, vrouw, want het bed bouwde ik om een olijfboom die binnen ons huis groeide. Het staat met pennen in de boom verankerd, terwijl de kamer is afgesloten met de kleine deuren.’ Omdat alleen Odysseus dit geheim kende is Penelope 1 eindelijk overtuigd en barst in tranen van emotie uit nu haar man eindelijk is teruggekeerd.

Hereniging

Snikkend valt ze Odysseus in de armen en verontschuldigt zich voor haar wantrouwen. Daarop barst er een woordenvloed uit haar mond los, en vertelt Penelope 1 hoe erg ze hem gemist heeft. Ook vertelt ze hoe moeilijk het is geweest met de vrijers, maar dat ze hem altijd trouw is gebleven. Zo gaat ze maar door totdat Odysseus zegt: ‘Vrouw, we zijn nog niet aan het einde gekomen van onze beproeving, zo voorspelde Tiresias mij in de onderwereld. Maar kom, laten we nu naar bed gaan om eindelijk weer samen te liggen en daarna te genieten van een welverdiende slaap'. Maar Penelope 1 wil eerst al zijn belevenissen horen en is het al bijna ochtend voordat ze, in elkaars armen verstrengeld, in slaap vallen. De volgende morgen wordt Odysseus echter al vroeg weer wakker en zegt tegen Penelope 1: ‘Vrouw, we zijn beiden moe van alle beproevingen, maar ik moet weer weg om de ouders van de vrijers te treffen. Want die zullen ongetwijfeld uit zijn op wraak als ze het nieuws horen. Maar ik ga eerst naar mijn oude vader om het te vertellen dat ik ben teruggekeerd.

Op weg naar Laertes

Samen met Telemachus en de twee herders gaat Odysseus, goed gewapend, op weg en komen aan het eind van de ochtend bij het oude landgoed van Laertes aan, zonder dat ze iemand zijn tegengekomen. Zodra ze bij het huis van Laertes aankomen, geeft Odysseus zijn zoon opdracht om naar binnen te gaan en een maaltijd voor te bereiden. Zelf gaat hij op zoek naar zijn vader, die in de moestuin bezig was. Zodra hij zijn vader in het oog krijgt, die gekleed ging in onooglijke kleren en verschrompeld was door ouderdom, springen de tranen in de ogen bij Odysseus. Dan gaat hij op de oude man af en zegt: ‘Nou baasje, wat ben je druk bezig in je moestuin. Alles staat er keurig bij en ontsnapt niet aan je aandacht. Maar zelf zie je er afschuwelijk uit met die oude lompen aan je lijf, terwijl je postuur eerder doet denken aan een koning.’ Zo begint Odysseus het gesprek met zijn vader.

Vader en zoon

Vervolgens dist Odysseus een verhaal op hoe hij iemand ontmoet had die Odysseus kende, en hem naar Ithaca had gestuurd. Als Laertes vervolgens allerlei vragen begint te stellen kan Odysseus zich niet langer beheersen en springt hij op de oude man toe om hem in zijn armen te sluiten. Terwijl hij zijn vader bedekt met vele kussen zegt Odysseus: ‘Ik ben degene, vader, naar wie je vraagt. Na twintig jaar afwezigheid ben ik eindelijk teruggekeerd. Maar stop nu met jammeren, want ik verzeker je dat de ellende nog niet over is. Ik heb alle vrijers van Penelope 1 gedood en hun vaders zullen binnenkort hierheen komen om verhaal te halen.’ Als Laertes nog even twijfelt toont Odysseus het litteken op zijn been waarna hij snel overtuigd is, en met zijn zoon het huis in gaat waar Telemachus en de herders een heerlijke maaltijd hadden bereid.

Woedende ouders

Terwijl ze aan de maaltijd zitten, en Laertes honderduit vraagt naar de gebeurtenissen, komt Dolius, zijn oude dienaar, met zijn zoons binnen. Di staan perplex over de plotselinge terugkeer van Odysseus, en heten hun heer van harte welkom. Tijdens de maaltijd worden alle belevenissen van de laatste jaren uitgewisseld maar vraagt Odysseus op een gegeven moment. ‘Kan iemand eens buiten gaan kijken of de ouders van de vrijers al in aantocht zijn’. Onmiddellijk staat een van de zoons van Dolius op maar verstarde toen hij naar buiten ging. Hij zag de woedende meute al aankomen en zegt: ‘Laten we ons onmiddellijk wapenen, want ze staan al bijna voor de deur.’ Daarop nam Dolius en zijn zes zoons de wapens op, net als Odysseus met zijn zoon en vader, en gingen met z’n allen naar buiten om de menigte tegemoet te treden.

Ingrijpen van de Goden

Dan verschijnt ook de Godin Athena, in de gedaante van Mentor 4, bij Odysseus en zijn mannen, en zegt ze tegen de oude Laertes: ‘Zoon van Acrisius 2, dierbaarste van mijn vrienden, bidt nu tot Athena en Zeus, en werp dan je speer naar die mensenmassa’. Vervolgens blies de Godin hem kracht in en werpt Laertes zijn wapen. De speer drong met grote kracht door de helm van Eupeites die dood was voor hij op de grond viel. Dan vallen Odysseus en zijn vrienden aan op de menigte en zouden er velen van hen gesneuveld zijn als Athena niet opnieuw had ingegrepen. Met een donderende stem sprak ze tot allen: ‘Stop met dit noodlottige gevecht!’ door haar Goddelijke stemgeluid werd iedereen met vrees bevangen, en vielen de wapens uit hun handen. Vervolgens sloegen ze op de vlucht, en wil Odysseus hen een pijl achterna schieten, maar voorkwam Zeus dit door een waarschuwende bliksem naast hem in te laten slaan. Zo keerde de rust terug op het eiland en besloten de vaders van de vrijers om Odysseus met rust te laten.

Koning van Thesprotië

Odysseus neemt het koningschap over Ithaca weer op zich, en gaat na enige tijd op reis om zijn koninkrijk te inspecteren. Onderweg wil hij tevens een offer aan Poseidon brengen, dat Tiresias hem in de onderwereld had aangeraden, om de god te verzoenen. Zo komt hij bij Polyxenus 1, om zijn kuddes te inspecteren, en ontvangt van zijn gastheer als geschenk een prachtige mengbeker. Daarna gaat Odysseus naar Thesprotië om het offer aan Poseidon te brengen, en is onderweg te gast bij Tyrimmas die hem zeer gastvrij ontvangt. Odysseus misbruikte echter die gastvrijheid door Evippe 4, de dochter van Tyrimmas, te verleiden en haar zwanger te maken van een zoon, Euryalus 7. Hierna reist Odysseus verder naar Thesprotië waar hij uiteindelijk zijn offer aan Poseidon brengt. In dit land is hij de gast van de koningin van Thesprotië, Callidice 2, die Odysseus verzocht om het koningschap over het land op zich te nemen. Odysseus aanvaardde dat aanbod en deelde daarna regelmatig het bed met Callidice 2 waardoor hij vader werd van de zoon Polypoetes 4.

Laertes / Sisyphus Anticlea Tyrimmas -
Odysseus Evippe 4
Euryalus 7

Laertes / Sisyphus Anticlea - -
Odysseus Callidice 2
Polypoetes 4

Voorspelling van het einde

Nadat Odysseus met Callidice 2 getrouwd was, en als koning over Thesprotië heerste overwon hij in de strijd de omwonende volkeren die hem aanvielen. Vele jaren later, na de dood van Callidice 2, droeg hij het koningschap over aan zijn zoon Polypoetes 4 en keerde terug naar Ithaca, waar hij Poliporthes aantrof, een zoon die Penelope 1 hem had geschonken. Maar dan wordt Odysseus veelvuldig geplaagd door een droom waarin voorspeld werd dat hij door zijn eigen zoon gedood zal worden. Vanwege deze droom stuurt hij Telemachus, uit voorzorg, naar het eiland Cephallenia om het land te bewerken, waar hij hem door bewakers in de gaten liet houden. Bovendien trok Odysseus zich terug naar een verafgelegen gebied om te voorkomen dat de droom kon uitkomen.

Kindermoordenaar

Omstreeks die periode arriveerde ook Euryalus 7 op Ithaca, die door zijn moeder Evippe 4 met bepaalde tekens naar het eiland was gestuurd om zijn vader op te zoeken. Odysseus was toevallig niet thuis, en werd de jongeman werd door Penelope 1 ontvangen. Nadat ze het verhaal van zijn verwekking gehoord had haalde ze Odysseus over om, voordat hij de feiten kende, Euryalus 7 te doden onder het voorwendsel dat hij betrokken was bij een complot tegen hem. Zo werd Odysseus, als straf voor zijn overspel en grote gebrek aan deugdzaamheid, de moordenaar van zijn eigen zoon.

Vadermoordenaar

Enkele maanden later kwam ook Telegonus 3, de zoon van Odysseus bij Circe, op Ithaca aan om zijn vader te zoeken. Toen hij hoorde waar zijn vader woonde ging hij op weg, maar verboden bewakers hem de toegang tot het paleis. Verontwaardigd begint Telegonus 3 tegen de bewakers te schreeuwen dat het een schande was dat een zoon zijn vader niet kon omarmen. Maar de bewakers laten zich niet vermurwen en wordt Telegonus 3 steeds kwader. Uiteindelijk besluit hij een groot aantal van de bewakers te doden om zich zo toegang tot het paleis te verschaffen. Zodra Odysseus het kabaal aan de poort hoorde ging hij met een speer naar buiten, in de veronderstelling dat het Telemachus was die iemand had gestuurd om hem te doden. Zodra hij de vreemdeling ziet werpt Odysseus het wapen op hem af, maar weet Telegonus 3 die te pareren. In zijn woede pakt hij vervolgens de speer op en werpt die terug naar zijn aanvaller.

Dood Odysseus

Zo sterft Odysseus uiteindelijk door de handen van zijn zoon. Toen hij viel was Odysseus dankbaar voor dit lot, omdat zo voorkomen werd dat Telemachus, van wie hij zielsveel hield, zijn vader zou doden. Hij besefte echter niet dat het lot de droom bewaarheid werd en hij gedood werd door een andere zoon. Nog steeds ademend vraagt hij de aanvaller naar zijn naam en ontdekt dan de waarheid. Diep verdrietig sterft Odysseus uiteindelijk na drie dagen, als man op gevorderde leeftijd, maar nog steeds in bezit van al zijn krachten.

Alternatieve versies

Volgens een andere versie van de mythen werd Odysseus, na zijn terugkeer uit Troje, voor zijn moord op de vrijers, door de familieleden voor het gerecht gedaagd. Als rechter kreeg hij Neoptolemus, die Odysseus veroordeelde tot ballingschap, in de veronderstelling zo diens koninkrijk op eenvoudige wijze in bezit te krijgen. Als balling ging Odysseus naar Aetolië waar hij door Thoas 2, de zoon van Andraemon 1, gastvrij werd ontvangen. Daar trouwde Odysseus met diens dochter en werd vader van de zoon Leontophonus. Uiteindelijk zou Odysseus daar op hoge leeftijd gestorven zijn.

Laertes / Sisyphus Anticlea Thoas 2 -
Odysseus Dochter Thoas 2
Leontophonus

Volgens weer een andere versie zou Penelope 1, tijdens de afwezigheid van Odysseus, door de vrijer Alcinous 1 of Amphinomus 1 verleid zijn. Toen Odysseus dit na zijn terugkeer ontdekte verstootte hij Penelope 1 en stuurde haar terug naar haar vader Icarius 1. Volgens dezelfde versie was Penelope 1 zo boos over dit onrecht dat ze eigenhandig Odysseus in zijn slaap doodde. Bovendien zou Odysseus voor die tijd bij haar nog een derde zoon Acusilaus verwekt hebben.

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz