Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Orpheus

Orpheus, de musicus

Orpheus is de oudste zoon van Apollo en de Muze Calliope, maar wordt ook koning Oeagrus 1 uit Thracië als zijn vader genoemd bij Calliope. Hij heeft een (half)broer met de naam Linus 1 die, net als hij, op de berg Haemus in Pieria geboren werd. Volgens andere bronnen, waarin Oeagrus 1 zijn vader is, kwam Orpheus echter uit Thracië. Orpheus erft het muzikale talent van zijn ouders en groeit uit tot een uitstekende zanger en speler op de lier, die hij van Apollo had gekregen. Orpheus kon uiteindelijk zelfs zo goed musiceren dat bergen en bomen in vervoering raakten door zijn spel, en van hun vaste plekken bewogen om naar hem te luisteren. Vanwege zijn meesterlijke spel kon hij ook wilde dieren dwingen om hun roofzuchtige aard te vergeten, en gingen ze rustig zitten om naar zijn muziek te luisteren.

Argonaut

Op jonge leeftijd geeft Orpheus gehoor aan de oproep van Iason uit Iolcus, om met een groot aantal jongemannen een avontuurlijke tocht te ondernemen naar Colchis om de Vacht van de Gouden Ram 1 op te halen. Tijdens deze tocht, die bekend werd als de Tocht van de Argonauten, leverde Orpheus met zijn muzikale talent een grote bijdrage om de tocht tot een goed einde te brengen. Maar hij vermaakte de mannen ook tijdens de rustige uren, door voor hen te zingen over de daden van Goden uit het verleden. Daarnaast gaf hij met zijn lied het ritme aan waarop ze moesten bewegen tijdens het roeien, zodat ze niet tegen elkaar aanbotsten, en de roeiriemen gelijk door het water schoten. Zodra hij begon te zingen spitsten de mannen hun oren en luisterden vol bewondering naar zijn verhalen, en vergaten de krachtsinspanning die ze aan de riemen moesten leveren.

Ontmoeting met Glaucus 7

Nadat de Argonauten enige tijd op het eiland Lemnos hebben doorgebracht, en weer op zee zijn, steekt er een enorme storm op. Als de mannen vanwege de enorme golven bang worden om te verdrinken, pakt Orpheus zijn lier en weet door zijn gezang zelfs de wind tot bedaren te brengen, en kalmeert de zee. Dan verschijnt de Zeegod Glaucus 7 uit de golven die de Argonauten adviseert om naar het eiland Samothrace te varen, en de Goden hun respect te betuigen door te offeren voor hun redding. Daar wordt Orpheus ingewijd in de heilige riten van het eiland en bezit hij sindsdien ook enige voorspellende gaven. Als ingewijde in deze mysteriën van Dionysus 2 introduceerde Orpheus later deze geheime riten, waar niet over gesproken mocht worden, ook in Griekenland.

Passage van de Sirenen

Nadat de Argonauten de Gouden Vacht in Colchis hadden veroverd redt het talent van Orpheus hen opnieuw wanneer ze, tijdens de thuisvaart, langs het eiland van de Sirenen varen. Deze Nimfen lokken de schepen van zeelieden met hun gezang naar de rotsten rond hun eiland, waardoor er al velen schipbreuk hebben geleden. Zodra de Nimfen beginnen te zingen pakt Orpheus zijn lier en overstemt de Sirenen met zijn prachtige stemgeluid, waardoor de Argonauten de lokroep niet meer horen en het eiland veilig passeren. Alleen Butes 1 sprong van boord, en zwom in hun richting. Daar zou hij verdronken zijn in de golven als Aphrodite hem niet gered had en naar Lilybaeum transporteerde.

Hesperiden

Orpheus en Eurydice

Als de Argonauten, na weer een storm op zee, in Noord-Afrika vast komen te zitten, dragen ze hun schip over land en bereiken de tuin van de Hesperiden. Zodra de Hesperiden de Argonauten onverwachts zien naderen veranderen ze hun lichamen in stof en aarde, en is Orpheus de enige die hier een goddelijk teken in ziet. Door hen snel te smeken probeert hij vervolgens hun gunst te winnen en roept: ‘Goddelijke wezens, schenk ons uw genade! Laat uzelf aan ons zien, nu wij van dorst versmachten, en vertel ons de weg naar een waterbron. En als wij na deze reis ooit weer thuis komen zullen wij als eersten offers aan jullie brengen!’ Zo luidde het dringende gebed van Orpheus waardoor de Hesperiden medelijden met de Argonauten kregen, en ze opnieuw werden gered. Na nog enkele andere avonturen keert de Argo uiteindelijk terug in Griekenland en keert ook Orpheus terug naar zijn huis in Thracië.

Eurydice 1

Daar raakt hij tot ver over zijn oren verliefd op Eurydice 1, de vrouw van zijn leven, en trouwt met haar. De twee zijn smoorverliefd op elkaar en Eurydice 1 wordt al snel zwanger waarna ze het leven schonk aan hun zoon Musaeus 1. Maar dan slaat het Noodlot toe, en wordt Eurydice 1 door een giftige slang in haar hiel gebeten terwijl ze aan het dansen was met een aantal Nimfen. Ze sterft en haar ziel daalt af naar de onderwereld terwijl Orpheus hevig treurend achterblijft met zijn pasgeboren zoon.

Onderwereld

Diepbedroefd besluit Orpheus ook naar de Onderwereld af te dalen en de Goden te smeken zijn Eurydice 1 terug te sturen. Terwijl hij via Taenarum in de onderwereld afdaalt looft Orpheus alle Goden met zijn prachtige spel en zang, maar vergeet Dionysus 2. Met zijn spel betovert hij alle bewoners van de Onderwereld en komt uiteindelijk voor Hades en Persephone 1 te staan. Opnieuw prachtig zingend smeekt hij hen om zijn veel te vroeg gestorven Eurydice 1 terug te sturen. Ontroerd door zijn lied stemmen de twee in en mag Eurydice 1 terugkeren naar de bovenwereld, onder de voorwaarde dat Orpheus niet achterom kijkt naar zijn vrouw voordat hij thuis is aangekomen.

Terug naar boven

Ook Eurydice 1 is verheugd en loopt achter Orpheus aan over het smalle pad naar de bovenwereld. Omdat de wond in haar voet nog niet was hersteld, kwam Eurydice 1 maar langzaam vooruit, en kan zij Orpheus niet bijhouden tijdens de tocht. Als Orpheus bijna bij de uitgang is hoort hij zijn vrouw niet meer en kijkt achterom waar zij blijft. Eurydice 1, die hem nog steeds volgde, ziet Orpheus omkijken en beseft dat alles verloren is. Ze wordt teruggetrokken in de Onderwereld en valt weer naar beneden. Zo sterft Eurydice 1 voor de tweede keer en kan nog net ‘Vaarwel’ roepen tegen haar geliefde. Orpheus is verbijsterd over haar tweede dood, en begint klagend aan een nieuwe afdaling naar de Onderwereld. Maar bij de Styx weigert veerman Charon hem voor de tweede keer over te zetten. Ontroostbaar blijft Orpheus zeven dagen lang in de onderwereld zitten. Hij kan van verdriet geen stap meer verzetten, zit versteend als een beeld op het pad, en weigert al die tijd om nog iets te eten of te drinken. Maar uiteindelijk zet hij zich weer in beweging, en keert hevig treurend terug naar Thracië.

Dood van Orpheus

Orpheus wordt vermoord door de Maenaden

Drie jaar lang zwerft Orpheus verwilderd door de bossen, zingt alleen nog voor de bomen en dieren, en wil met geen vrouw meer iets te maken hebben. Zijn voorkeur gaat nu uit naar jongemannen, met wie hij af en toe de liefde bedrijft. Hij zingt alleen nog over de mannenliefde, en is een vrouwenhater geworden. Als Orpheus in die periode weer eens over de mannenliefde zingt, en de vrouwen bespot, roept dit de woede op van de plaatselijke Maenaden die waren opgestookt door Dionysus 2. Heel de troep stort zich op Orpheus, en slaan hem net zolang met takken en stenen tot hij sterft en zijn laatste lied geklonken heeft. Terwijl de dieren en bomen om hem treuren, rolt het losgetrokken hoofd van Orpheus van de berg, en komt in de rivier Hebrus terecht. Drijvend op het water wordt het hoofd door de golven meegevoerd naar het eiland Lesbos. Op het strand aangespoeld wil een slang het hoofd naar binnen slikken, maar wordt dit door Apollo voorkomen door het dier in steen te veranderen.

Herenigd

De Muzen verzamelden zijn lichaamsdelen, begroeven hem in Pieria, en plaatsten zijn lier als gedenkteken als Sterrenbeeld aan de hemel. De ziel van Orpheus daalde af naar de onderwereld, waar hij alles herkende dat hij op zijn eerdere tocht had gezien. Aangekomen in het duistere rijk, speurt Orpheus naar zijn Eurydice 1 en ontdekt haar uiteindelijk in de Elyzeese Velden. Liefdevol omhelst hij zijn geliefde en zijn de twee sindsdien onafscheidelijk samen. Dan gaat hij soms voor, of andersom, en kijkt Orpheus ditmaal zonder angst om naar zijn Eurydice 1.

Stamboom:

Apollo / Oeagrus 1 Calliope - -
Orpheus Eurydice 1
Musaeus 1

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz