Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Phaethon 1

Over de ouders van Phaethon 1 bestaan er binnen de mythen een viertal varianten. Hij was ofwel een zoon van Tithonus 2 bij een onbekende vrouw uit Syrië, of een zoon van Cephalus 1 of Orion en de Godin van de Dageraad Eos 1, en was dan een broer van Tithonus 2. Daarnaast is er nog een variant waar Phaethon 1 een zoon is van Clymenus 6, een zoon van Zonnegod Helius, en de Oceanide Merope 5. Maar in de meest gangbare mythen is Phaethon 1 een zoon van Helius en de Oceanide Clymene 5 uit Ethiopië. Hij was in deze situatie de enige zoon van zijn ouders en had een groot aantal zussen, Aegle 2, Aetheria, Arethusa 5, Dioxippe 2, Helie, Lampetie, Lampethusa, Merope 4, Phaethusa en Phoebe 4, die later enkele bekend werden als de Heliaden.

Jeugd

Phaethon 1 groeit op tot een krachtige en glansrijke zoon, waar goed aan te zien was dat hij goddelijke ouders had. Aphrodite liet dan ook snel een oogje op hem vallen, ontvoerde Phaethon 1 naar Egypte, en stelt hem daar aan als tempelbewaker van haar tempel. Volgens de schrijver Apollodorus verwekte Phaethon 1 daar bij Aphrodite, nadat haar overspel met Ares 1 onthuld was, de zoon Astynous 3. Tijdens zijn dienst in de tempel zegt Epaphus 1, de zoon van Zeus en Io, eens tegen Phaethon 1: ‘Geloof je nu alles wat je moeder jou verteld heeft, stommeling! Je vader is geen God maar een gewone sterveling.’ Beledigd gaat Phaethon 1 daarna naar zijn moeder Clymene 5 om te vragen of Helius nu echt zijn vader is, of niet. Clymene 5 zweert dat het echt zo is, en als Phaethon 1 haar niet geloofde hij het zelf maar aan Helius moest vragen. ‘Het is geen lange reis naar het oosten, waar hij woont aan de grens van onze Aarde,’ zegt ze als besluit tegen hem.

Bij Helius

Phaethon in de zonnewagen

Phaethon 1 twijfelt geen moment, en begint aan de reis naar het oosten om zekerheid te krijgen over zijn afstamming. Zodra hij bij het huis van Helius aankomt, gaat hij naar binnen maar blijft daar op enige afstand van de Zonnegod staan omdat de lichtgloed van dichtbij niet te verdragen is. Helius kijkt zijn zoon aan en vraagt: ‘Wat brengt je hier, mijn zoon?’ Verheugd zegt Phaethon 1 dan tegen zijn vader: ’O, licht van de wereld, als u werkelijk mijn vader bent, wil ik graag een bewijs waardoor ik echt overtuigd raak uw zoon te zijn.’ Daarop neemt Helius zijn stralende kroon af, wenkt zijn zoon dichterbij, en zegt: ‘Je moeder sprak de waarheid, maar om alle twijfels weg te nemen mag je vragen wat je wilt, en zweer ik bij Styx dat je het zult krijgen.’ Zonder een moment na te denken vraagt Phaethon 1 dan om een rit te mogen maken in de zonnewagen van zijn vader.

Geschrokken vader

Helius heeft onmiddellijk spijt van zijn toezegging, maar kan niet weigeren vanwege zijn eed bij Styx. Hij schudt zijn hoofd en zegt: ‘Ik zeg je eerlijk dat ik je dit eigenlijk moet weigeren. Je wens is vol gevaren! Je vraagt te grote dingen, Phaethon 1, het past niet bij de krachten van je lichaam en je jonge leeftijd. Je bent een mens, maar wat jij wenst is niet menselijk. Je reikt in je onnozelheid naar meer dan wat zelfs de Goden ooit kunnen krijgen. Niemand heeft de kracht om de zonnewagen te besturen, behalve ik! Zelfs Zeus, die zo vervaarlijk woest met bliksems slingert, kan mijn wagen niet mennen. En wie is er nu machtiger dan Zeus?’ Vervolgens vertelt hij Phaethon 1 hoe steil en gevaarlijk de route is, hoe uiterst moeizaam het is om goed koers te houden, en smeekt zijn zoon om van de tocht af te zien.

Helius smeekt zijn zoon

'Mijn zoon, wees verstandig, maak mij niet de veroorzaker van jouw dood, en verander je wens nu het nog kan! Om te geloven dat je van mijn bloed stamt, vroeg je mij een sterk bewijs. Ik geef een sterk bewijs, doordat ik bang ben. Door vaderangst betoon ik mij je vader. Kijk hier, kijk in mijn vaderogen! Kon je nog maar dieper kijken, tot in mijn hart, en daar mijn vaderlijke zorgen zien! Maar kijk vooral om je heen, kijk naar die rijke wereld en kies iets uit van al dat moois. Maar kies dit ene niet. Ik smeek je, want dit zou geen gunst maar een straf zijn, Phaethon 1. Je vraagt mij jou straf te geven!’ Maar Phaethon 1 blijft bij zijn voornemen en slaat zijn armen om de nek van Helius, waarna die een diepe zucht slaakt en zijn zoon naar de gouden wagen met zilveren spaken brengt.

Instructies aan Phaethon 1

Terwijl Phaethon 1 bewonderend naar het pronkstuk kijkt vertrekt Eos 1, de Godin van de Dageraad, en springt met haar eigen wangenspan de lucht in. De sterren vluchten en Helius smeert het gezicht van zijn zoon met goddelijke zalf in om hem te beschermen tegen de felle hitte. Hij zet hem zijn stralenkrans op het hoofd en zegt verdrietig: ‘Luister nog eenmaal naar je vader. Wees spaarzaam met de zweep en gebruik je krachten voor de teugels. De paarden rennen wel, maar is het de kunst om hun vaart in te tomen. Je baan loopt schuin naar boven met een ruime bocht. Mijdt de Zuidpool en ook de Grote Beer en volg straks de duidelijke karrensporen. De wagen mag ook niet te hoog of te laag gaan, want Aarde en Hemel moeten evenveel warmte krijgen. Hier, grijp de teugels vast, of luister naar mijn goede raad en ga niet. Wil je dit levenslicht nog zien, laat mij het dan verspreiden.’ Maar Phaethon 1 wil niet luisteren, bedankt zijn vader, en springt in de wagenbak.

Paniek

Phaethon valt uit de zonnewagen

Fier rechtop staand klakt hij met zijn tong om de vier felle paarden aan te sporen met hun tocht te beginnen. Die hebben echter geen aansporing nodig en klimmen steil de lucht in, terwijl hun vleugels de lucht omwoelen. Maar de dieren ontdekken onmiddellijk dat de wagen lichter is dan normaal, en de teugels minder strak worden gevoerd. Geschrokken merkt Phaethon 1 dat de paarden doen wat ze zelf willen, en een heel ander spoor volgen dan normaal. Als hij het land diep onder hem ziet wegzinken slaat de angst toe, knikken zijn knieën, en wordt Phaethon 1 lijkbleek. Onmiddellijk heeft hij spijt, maar kan niet meer terug en moet lijdzaam zien hoe de paarden stuurloos door het luchtruim zwalken en de wagenbak willoos wordt meegesleurd. Nu eens gaan de paarden hoog naar de sterren, dan zakken ze weer steil naar beneden om dicht langs de Aarde te scheren, om even later weer naar de Maan op te trekken.

Ingrijpen van Zeus

Alle hemellichamen raken in paniek door de wilde tocht van Phaethon 1, terwijl de Aarde wordt geteisterd door enorme branden. Omdat hij zo dichtbij de aarde kwam dreigen zelfs de zeeën en rivieren op te drogen. Ook Phaethon 1 wordt geteisterd door de hitte, en kijkt zwartgeblakerd, met de teugels in zijn nutteloze handen, in paniek om zich heen als de paarden weer richting Aarde vliegen. Dan grijpt Zeus in, die bang is dat de Aarde vernietigd zal worden, en werpt een felle bliksem naar het wagenspan terwijl hij de donder luid laat klinken. De wagen spat door de inslag uit elkaar, waarna de paarden zich losrukken, en Phaethon 1 naar beneden valt, terwijl het vuur nog in zijn haren woedt. Ver van huis valt hij in de rivier Eridanus waar zijn lichaam werd gevonden door de Waternimfen die hem, nog smeulend van de bliksem, in een graf leggen met als grafschrift: Dit is het graf van Phaethon 1, de Zonnewagenmenner, hij was te klein en stortte neer, zijn waagstuk was te groot.

Stamboom:

Helius / Clymenus 6 / Cephalus 1 of Orion / Tithonus 2 Clymene 5 / Merope 5 / Eos 1 / - Uranus / Zeus Zeeschuim / Dione 1
Phaethon 1 Aphrodite
Astynous 3

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz