Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Priamus

Afstamming en jeugd

Afstamming

Heracles en Hesione

Priamus, die door de oude Romeinen als Priam wordt omschreven, werd door zijn ouders na zijn geboorte Podarces 2 werd genoemd, en is een zoon van de beroemde Trojaanse koning Laomedon 1. Hij groeide op tot een grote knappe jongeman met een plezierige stem en een donker uiterlijk. Daarnaast ontwikkelde hij al snel roem vanwege zijn wijsheid en doordachte besluiten. Priamus had vele broers en zussen waar Ganymedes, Tithonus 1 en Astyoche 5, de bekendste van waren. Omdat Laomedon 1 weigerde het loon te betalen aan Apollo en Poseidon, nadat die een onverwoestbare muur om Troje hadden gebouwd, stuurt Poseidon een zeemonster 2 op Laomedon 1 af om Troje te teisteren. Om aan deze ellende te ontkomen moet Laomedon 1, op advies van Apollo, zijn dochter Hesione 2 aan het zeemonster 2 offeren. Op dat moment passeren de Argonauten de kust van Troje, en is Heracles bereid het meisje te redden, onder de voorwaarde dat hij als beloning een stel bijzondere paarden van Laomedon 1 krijgt. Laomedon 1 stemt toe, en Heracles redt het meisje van het zeemonster 2.

Dood van Laomedon 1

Maar Laomedon 1 bleef opnieuw in gebreke, en weigerde om Heracles zijn rechtmatige beloning te schenken. Hoewel de rechtschapen Podarces (Priamus) bij zijn vader aandrong om Heracles zijn beloning niet te onthouden, bleef Laomedon 1 bij zijn besluit en vertrok Heracles woedend met de Argonauten. Een jaar later keerde hij echter terug met een groot leger, om met geweld te nemen wat hem eerlijk toegezegd was. Laomedon 1 en alle broers van Podarces werden daarbij door Heracles neergeschoten en werd Hesione 2 als prijs aan Telamon geschonken. Zij mag van de overige krijgsgevangenen meenemen wie ze maar wilt, en kiest voor haar broer Podarces. Heracles vertelt haar dan dat Podarces eerst slaaf moet worden, maar dat ze hem kan krijgen als ze iets als losprijs voor hem geeft. Toen Podarces verkocht werd nam Hesione 2 de sluier van haar hoofd en gaf die als losprijs. Sindsdien werd Podarces Priamus genoemd en was hij weer een vrij man. Omdat Priamus bij zijn vader had gepleit om Heracles zijn rechtvaardige beloning te geven schenkt Heracles hem bovendien het koningschap over Troje.

Herbouw van Troje

Volgens een andere mythe was Priamus tijdens de overval van Heracles niet aanwezig in Troje, omdat Laomedon 1 hem de leiding had gegeven over het leger in Phrygië, waar hij met de Amazonen streed, en zo het leven behield. Toen Priamus het nieuws over de dood van zijn vader en de schaking van zijn zus Hesione 2 hoorde, was hij erg van streek en keerde terug naar Troje. Aangekomen in Troje, zag hij toe op het maximaal fortificeren van de stad, bouwde nog sterkere muren, en legerde een groter aantal soldaten vlakbij. Troje mocht niet opnieuw vallen, zoals dat was gebeurd onder zijn vader. Hij bouwde ook een paleis, waarin hij een altaar en standbeeld wijdde aan Zeus. Toen hij zag dat Troje veilig was, wachtte Priamus tot de tijd rijp was om de misstanden die zijn vader waren aangedaan te wreken.

Huwelijk met Hecabe 1

In de tussentijd trouwde Priamus met Arisbe 1, de dochter van Merops 1 uit de stad Percote, en was bij haar vader geworden van de zoon Aesacus. Maar er zijn ook mythen die stellen dat zijn moeder Alexiroe was, de dochter van Riviergod Granicus 1. Maar Priamus raakt snel uitgekeken op Arisbe 1 en geeft haar als vrouw aan Hyrtacus, terwijl hijzelf opnieuw trouwt met Hecabe 1. Bij haar verwekte Priamus een groot aantal kinderen. Als eerste schonk Hecabe 1 hem de zoon Hector, maar toen ze in verwachting was van het tweede kind kreeg Hecabe 1 een vreemde droom waarin ze een brandende fakkel ter wereld bracht. Deze fakkel verspreidde zijn vuur over heel Troje, en liet de stad tot de grond afbranden. Toen Priamus van Hecabe 1 de droom hoorde liet hij zijn zoon, de droomuitlegger, Aesacus komen om de betekenis van de droom te verklaren. Die zei dat het kind de ondergang van zijn vaderland teweeg zou brengen, en adviseerde de baby te vondeling te leggen. Dus gaf Priamus, na de geboorte, het kind (Alexander 2) aan een slaaf om dat naar de Ida te brengen en daar te vondeling te leggen. Vervolgens baarde Hecabe 1 nog vele kinderen aan Priamus met de namen: Antiphus 3, Cassandra, Cebriones, Creusa 2, Deiphobus 1, Helenus 1, Hipponous 3, Hippothous 2, Iliona, Laodice 1, Pammon 1, Polites 1, Polydorus 1, Polyxena 1 en Troilus.

Bastaardkinderen

Hoewel Hecabe 1 hem vele kinderen schonk, schroomde Priamus niet om ook menigmaal het bed met andere vrouwen en/of slavinnen te delen. Zo verwekte hij bij een aantal onbekende vrouwen een groot nageslacht en werd hij vader van ruim vijftig bastaard zoons. Hun namen waren: Aegeoneus, Agathon, Agavus, Amphimachus 6, Antinous 2, Antiphonus, Archemachus 2, Aretus 1, Ascanius 2, Astygonus, Astynomus, Astynous 2, Atas, Axion, Biantes 2, Bias 5, Brissonius, Chersidamas 1, Chirodamas, Chorithan, Chromius 2, Chrysolaus, Clonius 2, Deiopites, Democoon, Dios, Dolon 2, Doryclus 1, Dryops 1, Echemmon 1, Echephron 2, Eresus, Evagoras 2, Evander 1, Glaucus 4, Hero 1, Hippasus 12, Hippodamas 1, Hipposidus, Hippothous 2, Hyperion 2, Hyperochus, Idomeneus 2, Ilagus, Ilioneus 4, Isus, Laodocus 4, Lysides, Lysithous, Melanippus 1, Mestor 1, Mylius, Palaemon 4, Philaemon, Philenor, Polymedon, Polymelus 2, Proneus, Protodamas, Telestas en Thyestes 3.

Naast deze grote schare zoons verwekte Priamus ook nog een aantal bastaarddochters: Aristodeme, Astyoche 5, Demnosia, Demosthea, Ethionome, Henicea, Lysianassa 2, Lysimache 2, Medisicaste 1, Medusa 3, Nereis, Phegea en Philomela 2. Bovendien werd Priamus bij Castianira uit Aesyne nog vader van de zoon Gorgythion, en werd de bijvrouw Laothoe 1 van hem moeder van de zoons Lycaon 2 en Polydorus 1. De laatste zoon wordt echter meestal gezien als een zoon van Priamus bij zijn officiële vrouw Hecabe 1. Priamus, die dol is op al deze kinderen, laat in Troje een groot paleis bouwen voor hem en zijn nageslacht. Dit huis kreeg aan de voorkant marmeren zuilen met daar achter vijftig kamers van prachtig gepolijste steen. Hier sliepen zijn zoons met hun vrouwen en bouwde Priamus aan de andere kant van het binnenplein aangrenzende slaapkamers voor zijn dochters en hun echtgenoten.

Opbouw van een rijk

De stad Troje

Tussen al deze vrouwen door bouwde Priamus voortdurend aan het herstel van Troje, en groeide zijn koninkrijk in de loop der jaren uit tot een welvarende stad met een rijk achterland. Hij sloot bondgenootschappen met machtige mannen door enkele van zijn dochters als vrouw aan buitenlandse vorsten te schenken, waardoor hij verzekerd was van steun als zijn stad ooit aangevallen mocht worden. Zo trouwt zijn oudste dochter Iliona met Polymestor 1, de koning van Thracië en de mooie Laodice 1 met Telephus, de zoon van Heracles in Mysië. Voorts steunt hij zijn bondgenoten ook met soldaten, en gaat Priamus eens met zijn leger naar Phrygië om Otreus 1 en koning Mygdon te steunen in hun strijd met de Amazonen. Maar toen Priamus bij hun legerkamp aankwam werd dat al aangevallen door de als kerels vechtende Amazonen, en kan hij niets meer uitrichten. Als de Amazone Penthesilea later bij Priamus komt, nadat zij per ongeluk haar koningin Hippolyte 1 had gedood in de strijd, reinigt hij haar van deze bloedschuld. Penthesilea zou later haar dankbaarheid betonen door de stad in het tiende jaar van de Trojaanse oorlog te hulp te schieten tegen de Grieken.

Terugkeer Alexander 2

Al die jaren van zijn bewind organiseerde Priamus elk jaar ook Spelen voor de bevolking, ter ere van zijn overleden zoon Alexander 2, die hij jaren geleden te vondeling had gelegd. Ruim twintig jaar later, wanneer een onbekende herder bijna alle wedstrijdonderdelen wint wordt Deiphobus 1, de zoon van Priamus, hier zo kwaad over dat hij met getrokken zwaard op de herder afstormt. Dan begint zijn zus Cassandra, die de gave van het voorspellen bezat, te orakelen dat de herder haar broer is, en wordt Alexander 2 uiteindelijk herkend door Priamus en Hecabe 1, als hun te vondeling gelegde zoon, en ontvingen ze hem in hun paleis. Maar Alexander 2 wil zijn vrouw Oenone niet verlaten, en besluit om gewoon herder te blijven. Zo keert hij terug naar zijn hut en vrouw op de berghellingen van de Ida, en besluit om zich voortaan Paris te noemen. Korte tijd later heeft Paris op de berg een ontmoeting met de drie Godinnen Hera, Athena en Aphrodite, die hij in opdracht van Zeus op hun schoonheid moet beoordelen, en wordt de kiem voor de Trojaanse Oorlog gelegd.

Afgezant naar Griekenland

Tijdens al die jaren was Priamus de schaking van zijn zus Hesione 2 niet vergeten, en stuurt hij zijn raadgever Antenor 1 naar Griekenland om over haar teruggave te onderhandelen, of een schadeloosstelling te betalen voor haar verlies. De Grieken behandelen Antenor 1 echter smalend en stuurden hem met lege handen terug naar Troje. Zodra Antenor 1 was teruggekeerd, en meldde wat de Grieken hadden gezegd, roept Priamus zijn Raad van wijze mannen en enkele van zijn oudste zoons, inclusief Paris, bijeen om te overleggen wat hem nu te doen stond. Dan grijpt Paris zijn kans en zegt dat ze een vloot naar Griekenland moeten sturen om de Grieken te straffen voor hun minachting. Hij is bereid om deze missie zelf te leiden, en zegt dat er een goede reden is dat de Goden hem hierbij zullen helpen. Vervolgens vertelde Paris wat er gebeurd was op de Ida en hoe Aphrodite hem beloofd had om te helpen. Dit verhaal viel in goede aarde bij Priamus en zijn andere zoons, en gaf opdracht om een vloot te bouwen zodat Paris naar Griekenland kon varen om Hesione 2 terug te halen.

Schaking Helena

De voorbereidingen werden snel getroffen en Priamus brengt een leger op de been. Toen Paris op punt van vertrekken stond sprak Priamus het leger toe. Hij benoemde Paris als bevelhebber van de vloot, en maakte Deiphobus 1, Aeneas en Polydamas tot zijn officieren. Paris moest eerst naar Sparta gaan, en Castor en Polydeuces vragen om zijn zuster Hesione 2 terug te geven. Als Castor en Polydeuces weigerden, moest Paris onmiddellijk bericht naar huis sturen. Dan zou Priamus zich in staat voelen om het leger tegen Griekenland op te laten rukken. Met die opdracht, zeilde Paris naar Griekenland, gegidst door dezelfde man die met Antenor 1 was meegegaan. Enkele maanden later keert Paris echter terug met Helena, de beeldschone vrouw van de Griekse koning Menelaus uit Sparta, die hij geschaakt had. Hij gaf zijn vader een exacte beschrijving van wat er gebeurd was en alles wat hij gedaan had.

De Grieken vallen aan

De beslissing van Priamus

Gealarmeerd door de gang van zaken, riep Priamus zijn zoons bijeen en vroeg wat zij hem adviseerden. Die antwoordden unaniem dat Helena niet teruggegeven mocht worden. Als dit gebeurde zouden ze zonder twijfel alle rijkdommen verliezen die Paris uit Sparta had meegenomen. Bovendien waren zij, door toedoen van Aphrodite, allemaal verliefd geworden op de mooie Helena. Vervolgens riep Priamus zijn Raad bijeen en vroeg elk van de aanwezigen om advies, nadat hij had verteld wat zijn zoons hadden besloten. De Raad is echter van mening dat Helena teruggegeven moet worden, waardoor ze zich de woede van Paris op hun hals halen, en staat Priamus voor een moeilijke beslissing. Op aandringen van Hecabe 1 gaat Priamus de volgende dag naar Helena. Hij begroet het meisje vriendelijk, en vroeg naar haar familiebanden. Zodra Helena die onder vele tranen vertelde, komt Priamus er achter dat ze dezelfde voorouders hebben en besluit hij dat Helena mag blijven.

Oorlogsdreiging

Cassandra, de dochter van Priamus

Maar toen Cassandra Helena zag, begon ze te voorspellen dat deze schaking tot de vernietiging van Troje zou leiden, en drong er bij haar vader op aan om Helena zo snel mogelijk terug te sturen naar Griekenland. Maar door toedoen van Apollo geloofde niemand wat ze zei en gaf Priamus opdracht om zijn raaskallende dochter weg te voeren en op te sluiten. Enige tijd later ontvangt Priamus berichten dat de Grieken voorbereidingen aan het treffen zijn om een oorlog tegen Troje te beginnen. Zodra hij dit bericht te horen krijgt stuurt Priamus bericht door heel Klein-Azië om de steun van naburige legers en bondgenoten te verwerven, terwijl hij grote sommen goud beloofde als ze hem daadwerkelijk zouden steunen. Al snel krijgt Priamus bericht van zijn bondgenoten uit heel Klein-Azië dat ze hem steunen en, als dat nodig is, soldaten zullen sturen om te helpen zijn rijk te verdedigen tegen de Grieken.

Gezanten uit Griekenland

Zo’n tien jaar later komen enkele afgezanten, aangevoerd door Odysseus, uit Griekenland naar Priamus om de teruggave van Helena op te eisen. ‘Als Helena en de buit’, zo zegt Odysseus, ‘werden teruggegeven en passende schadeloosstellingen betaald, zouden de Grieken in vrede vertrekken’. Ook de driftige Menelaus, de benadeelde echtgenoot van Helena, voert kort het woord en dreigt met de vernietiging van Troje. Hierna reageerde Priamus door een overzicht te geven van alle misstanden die de Argonauten hadden gepleegd. De dood van zijn vader, de vernietiging van Troje, en de gevangenneming van zijn zuster Hesione 2. Hij eindigde met een beschrijving over hoe minachtend de Grieken Antenor 1 hadden behandeld toen hij werd uitgezonden als gezant, en verwierp de eis van de Grieken. Vervolgens verklaarde Priamus de oorlog aan de Grieken en gaf bevel dat de gezanten zijn land uitgezet moesten worden. De volgende dag stelt Priamus, die intussen te oud was om zelf nog te vechten, zijn oudste zoon Hector aan als opperbevelhebber van het leger, met enkele van zijn broers als ondercommandanten en maakt de stad zich klaar voor de strijd.

Landing van de Grieken

Lang hoeven de Trojanen niet te wachten op de komst van de Grieken, die korte tijd later met een vloot voor de kust van Troje verschijnen. Priamus is ontzet als hij de enorme armada van ruim duizend schepen ziet, maar vertrouwt op zijn eigen leger en de onneembare muren om de stad. Bovendien zijn er enorme voedselvoorraden in de stad opgeslagen waardoor hij een langdurig beleg van vele jaren kan weerstaan. Zodra de Grieken landen ontstaat er een verschrikkelijk slag, en lijkt het er in eerste instantie op dat ze geen voet aan de grond kunnen krijgen vanwege de uitstekende verdediging van de Trojanen, die werden aangevoerd door Hector. Maar als de Griek Achilles ook voet aan de grond zet keert het tij en richt hij een enorme slachting aan onder de Trojanen waardoor ze gedwongen werden om zich terug te trekken in de stad. Vervolgens trekken de Grieken hun schepen op de kust, richten daaromheen een sterke verdedigingslinie op, en valt de avond in.

Tachtig dagen strijd

Maar de volgende dag stelde Hector zijn leger weer op, net als de Grieken, en begon de strijd opnieuw. En weer ontstond er een grote slachting, met aan beide zijden felle gevechten en ontelbare verliezen aan mannen, zonder enige pauze in de strijd, die tachtig opeenvolgende dagen woedde. Aan het eind van deze periode kwamen Odysseus en Diomedes 1, als afgezanten van legerleider Agamemnon, naar Priamus om een bestand van drie jaar af te spreken, om de vele doden te begraven en de gewonden te laten genezen. Toen Priamus hun boodschap hoorde riep hij al zijn aanvoerders en de Raad bijeen en maakte het verzoek van de Grieken bekend. Hector vermoedde dat er iets niet in de haak was en zei dat een bestand van drie jaar veel te lang was. Maar toen Priamus de overige leden van de Raad om hun mening vroeg stemden die in met het bestand waarna de vijandelijkheden drie jaar lang werden gestaakt. Tijdens dit bestand liet Priamus de muren van Troje repareren, begroeven ze de doden met veel eer, en genazen de gewonden.

Bestanden en strijd

Na drie jaar werd de strijd weer hervat en voerde Hector opnieuw het leger aan tegen de Grieken. Ook nu ontstond er een grote slachting en vielen er in beide kampen veel slachtoffers. Met lede ogen zag Priamus hoe vele van zijn mannen sneuvelden, en zond nu op zijn beurt gezanten naar de Grieken om een bestand van zes maanden af te spreken, dat door Agamemnon werd toegestaan. Daarna werd de strijd weer hervat en sneuvelde ditmaal vele dappere aanvoerders en ook enkele zoons van Priamus. Ditmaal vroeg Agamemnon om een bestand en stemde Priamus, na overleg met zijn Raad in met het verzoek. In die periode bevalt Hecabe 1 van haar jongste zoon Polydorus 1 en besluit Priamus om uit voorzorg de baby naar zijn dochter Iliona te brengen, die was getrouwd met Polymestor 1 van Thracië, om hem daar groot te laten brengen. Zo sleepten de oorlog zich jarenlang voort zonder dat Priamus de Grieken kon verdrijven, maar waren de Grieken ook niet in staat om de muren van Troje te nemen.

Isolement Troje

Tijdens de bestanden vochten de Grieken weliswaar niet met de Trojanen, maar stroopten ze wel de landen rond Troje af. Vooral Achilles en Diomedes 1 trokken er regelmatig op uit om de bondgenoten van Troje aan te vallen en hun steden te vernietigen. Daarbij werd zo’n geweld gebruikt dat de bondgenootschappen van Priamus zwaar onder druk kwamen te staan, en velen hun steun aan Troje introkken uit angst om zelf vernietigd te worden door de Grieken. Ze gaven Priamus de schuld van hun ellende omdat hij Paris steunde die Helena had geschaakt, en zo een slecht voorbeeld was van iemand die afbreuk deed aan de wetten der vriendschap in hun gebieden. Zo werd Troje steeds meer geïsoleerd en zag Priamus zich gedwongen om steeds grotere sommen goud uit te loven aan diegenen die hem nog wel wilden steunen. Ook binnen Troje groeit het verzet tegen het besluit om Helena niet uit te leveren en moet Priamus menig opstandje de kop indrukken.

Helena en Priamus

Helena en Priamus kijken naar de strijd

In het tiende jaar van der strijd, als er weer een slag op handen is, kijkt de oude Priamus vanuit zijn paleis naar het slagveld en komt Helena aanlopen. Hij roept haar en vraagt of ze bij hem komt zitten. ‘Hiervandaan zijn je ex-man, en familieleden te zien. Ik vind niet dat jij schuldig bent aan deze oorlog, maar de Goden die deze strijd gewild hebben. Vertel me, wie is die reus van een man tussen de Griekse aanvoerders. Hij weliswaar niet de grootste, maar ik zag nog nooit zo’n voorname verschijning. Hij is vast koning.’ Dan zegt Helena: ‘O, lieve vader, ik wilde dat ik de dood verkozen had in plaats van hierheen te komen met uw zoon Paris. Maar het liep helaas tot mijn eindeloze verdriet helaas anders . Die man is Agamemnon, een uitstekende strijder met de lans, en eens mijn zwager.’ Zo vraagt Priamus naar alle Griekse aanvoerders op de vlakte, en vertelt Helena hem alles wat ze nog over hen weet.

Tiende jaar van de strijd

Opnieuw een bestand

Even later komen twee bodes naar de stad om Priamus op te halen. Er is een bestand met de Grieken overeengekomen en de koning moet dat, op de vlakte, plechtig bekrachtigen. ‘Sta op heer, de leiders van de Grieken en de Trojanen laten u naar de vlakte roepen om een verbond te sluiten. Paris en Menelaus willen met een tweegevecht de oorlog beslissen, met Helena als inzet. Wie wint mag haar houden en de anderen zullen daarop vrede sluiten. Wij blijven dan hier wonen en de Grieken gaan terug naar huis.’ Als Priamus dit hoort huivert hij. Desondanks beveelt hij de paarden voor zijn wagen te spannen en rijdt samen met de oude Antenor 1 naar de vlakte. Zodra ze de open plek tussen de twee legers bereikt hebben stappen ze uit en lopen naar het midden. Daar staat Odysseus onmiddellijk op om wijn in het wijnvat te mengen en schoon water over de handen van Priamus en Agamemnon te gieten.

De eed van Agamemnon

Dan snijdt Agamemnon met een mes wol van enkele schapenkoppen, en verdeelt dat onder de aanwezige leiders van de Grieken en Trojanen. Vervolgens strekt hij zijn handen naar de lucht en bidt tot Zeus, waarbij hij hun zegen over het verbond afsmeekt. ‘Zeus, en alle andere Goden, ik roep u allen op tot getuige van onze eed. Als Paris Menelaus doodt, dan mag hij Helena houden, en zullen wij met onze schepen naar huis gaan. Maar als Menelaus Paris doodt dan zullen de Trojanen Helena aan ons uitleveren met al haar bezittingen en ons naar behoren schadeloos stellen. Maar als Paris, of de zoons van Priamus, weigeren om te betalen dan zal ik hier blijven en vechten tot de oorlog beëindigd is.’ Hierop neemt Priamus het woord en zegt: ‘Trojanen en Grieken, luister naar mij. Ik ga terug naar Troje. Want ik kan het niet aanzien hoe mijn eigen zoon moet strijden met de geduchte Menelaus. Ik weet alleen dat Zeus de uitslag al kent wie van deze twee mannen zijn Noodlot tegemoet gaat.' Vervolgens stapt hij in de wagen, grijpt de teugels, en rijdt samen met Antenor 1 terug naar de stad.

Raadsvergadering

De tweekamp begint maar wordt niet beslist omdat Aphrodite Paris vroegtijdig uit de strijd weghaalt. Hierdoor werd het bestand geschonden en woedt er die dag een bloedige slag op de vlakte, waarbij vele Grieken en Trojanen het leven laten. Als het donker wordt staakt men de strijd en overlegt Priamus met zijn raadsheren wat er de volgende dag moet gebeuren. Er wordt druk gediscussieerd of ze Helena nu wel of niet terug moeten geven aan de Grieken, maar uiteindelijk besluit Priamus de vergadering en zegt: ‘Trojanen en bondgenoten, luister naar mijn raad. Laten we eerst, zoals gebruikelijk, ons avondmaal gebruiken. Uiteraard dienen er wel wachtposten uitgezet te worden die op hun hoede moeten zijn. Als morgen de dag aanbreekt sturen we onze heraut, Idaeus 1, naar de Grieken met het voorstel van Paris om hen ruim schadeloos te stellen, maar dat ze Helena niet terug krijgen. Laat hem vervolgens voorstellen om de vijandelijkheden enige dagen op te schorten zodat we over en weer de slachtoffers van de vlakte kunnen halen om hen fatsoenlijk te cremeren. Daarna kunnen we verder gaan met de strijd totdat de Goden over ons beslissen.' De raad stemt in met het voorstel van de koning en gaat uit elkaar.

Dood van Patroclus 1

Raadsvergadering van Priamus

Als de heraut de volgende dag terugkomt van de Grieken vertelt hij dat de Grieken het voorstel betreffende Helena hebben verworpen, maar het voorstel om de doden te begraven wordt geaccepteerd. Triest accepteren de Trojanen de uitslag en gaan aan het werk om hun doden op te halen. Priamus beveelt echter dat ze niet te luid mogen weeklagen over hun doden als ze die van het slagveld wegdragen. Dagen later ontbrandt de strijd weer in alle hevigheid en lukt het de Trojanen, met hulp van Zeus, om in het Griekse scheepskamp door te dringen en daar vele Grieken te doden. Het tij keert echter als Achilles weer meedoet aan de strijd. Deze wilde voorheen niet meer meestrijden met de Grieken vanwege een ruzie met koning Agamemnon. Hector, had echter de boezemvriend van Achilles, Patroclus 1, gedood en zweert Achilles daarop om bloedig wraak te nemen. Als Achilles weer op het strijdtoneel verschijnt maakt hij een groot aantal slachtoffers onder de Trojanen, waaronder vele zoons van Priamus, en drijft hij aan het eind van de dag de Trojanen voor zich uit naar de stad.

Aanval van Achilles

Priamus staat op de muur als hij de Trojanen naar de stad ziet vluchten. Jammerend daalt hij af van de muur en loopt naar de poortwachters. ‘Maak de poorten van de stad los, zet ze wijd open en laat ze open staan totdat iedereen binnen is. Als iedereen binnen is grendel ze dan stevig dicht, want ik vrees het ergste. Ik ben bang dat die vreselijke Achilles de muren gaat bestormen.’ Zelf blijft hij bij de poort staan om zijn soldaten te zien binnenkomen. Uiteindelijk ziet hij in de verte Achilles opdoemen, terwijl zijn zoon Hector voor de poort blijft staan. Priamus jammert luid en roept naar zijn zoon. ‘Hector mijn zoon, vergeet het om alleen die man af te wachten en zo je noodlot te versnellen. Achilles is veel sterker dan jij en hij zal je verslaan. Die verschrikkelijke woesteling heeft al zoveel van mijn geliefde zonen gedood. Kom dus binnen de muur, mijn kind, en gun Achilles niet de roem door je leven te vergooien. O, heb toch medelijden met je arme vader, zolang hij nog een hart heeft dat voelt. Denk aan de gruwelijkheden die ik heb moeten aanschouwen, vele zoons gedood en dochters weggevoerd. Uiteindelijk zal het ook mijn beurt zijn om te sneuvelen en dan zullen de hongerige honden mij op mijn eigen erf verslinden.’ Ook Hecabe 1, die intussen bij de poort was aangekomen, probeert haar zoon naar binnen te praten maar Hector weigert.

Dood Hector

Achilles achtervolgt Hector vele malen om de muur van de stad waarna hij uiteindelijk blijft staan om Achilles te weerstaan. Vanaf de muur ziet Priamus, samen met zijn vrouw Hecabe 1, hoe hun zoon wordt gedood en achter de wagen van Achilles wordt vastgebonden. Na zo enkele rondjes om de stad te hebben gereden, sleept Achilles uiteindelijk Hector door het stof naar het scheepskamp van de Grieken, waar hij hem in de brandende zon laat liggen. Priamus jammert luid, en wil in zijn wanhoop de poort uitstormen om zijn zoon terug te halen, maar houdt de bevolking hem tegen. Dan werpt hij zich in het stof en smeekt: ‘O vrienden, laat mij toch gaan. Uw zorg voor mij gaat te ver! Laat mij alleen de stad uitgaan naar de schepen. Pleiten wil ik bij dat onmens zodat hij misschien beschaamd tot inkeer komt. Ook hij heeft immers een vader, die oud is, zoals ik. Hoewel hij niemand zoveel leed heeft berokkend als ik, de vader van zovele zonen in de bloei van hun jeugd, die door hem zijn geveld. O, was Hector, mijn held, toch maar gestorven in mijn armen. Dan zouden zijn moeder en ik zijn lijk kunnen bewenen en begraven zoals het hoort.

Bezoek van Iris 1

Enige dagen later krijgt de diep bedroefde Priamus bezoek van de Godin Iris 1 die hem vertelde naar het scheepskamp van de Grieken te gaan. Hij moet alleen gaan, en een grote losprijs meenemen om het lijk van zijn zoon vrij te kopen. Alleen zijn oude heraut mocht hij meenemen om de wagen met de muildieren te besturen. Priamus moet zich niet bekommeren om gevaar, want Zeus stuurt Hermes mee die hem veilig tot in de tent van Achilles zal brengen. Onmiddellijk beveelt Priamus een van zijn zonen om een goed verende wagen gereed te maken, met daarop een grote mand, en de muildieren in te spannen. Vervolgens gaat hij naar zijn slaapkamer waar Hecabe 1 ligt te slapen. Als ze wakker wordt zegt hij tegen haar: ‘Vrouw, Zeus zond mij in mijn ongeluk een boodschap dat ik naar de schepen van de Grieken moet gaan om geschenken te brengen voor Achilles zodat hij onze zoon terug geeft. Hoe denkt jouw hart daarover? Mijn hoofd en hart zeggen mij om ijlings te gaan.’ Geschrokken reageert Hecabe 1: ‘Waar zit je verstand. Waarom ga je alleen naar dat onmens die zoveel van onze zoons heeft gedood. Als hij je ziet zal hij je grijpen zonder medelijden of respect.

Besluit van Priamus

Woedend reageert Priamus: ‘Houdt me niet tegen vrouw, want mijn hart vertelt me te gaan. Het was één van de Goden die mij de boodschap overbracht, en niet de een of andere priester of ziener die we al snel tot leugenaar zouden bestempelen. Ik zag haar gezicht en haar woorden zullen niet tevergeefs gesproken zijn. En al is het mijn lot om bij de schepen te sterven, dan nog zal ik gaan. En heb ik eenmaal mijn lieve zoon in mijn handen, laat dan Achilles maar komen.’ Daarop gaat hij naar zijn schatkist en haalt er twaalf prachtige mantels uit. Voorts pakt hij twaalf opperkleden, twaalf dekens, twaalf hemden van wit linnen, twaalf stel onderkleren, tien volle talenten goud, vier bekkens, twee blinkende ketels op poten, en ten slotte de kostelijke bekers die hij van Thracische afgezanten had gekregen. Dan jaagt hij alle Trojanen uit de voorzaal. ‘Weg jullie, gespuis! Stelletje oude wijven, hebben jullie thuis niet genoeg te treuren, dat jullie mij hier met jullie gegrien komen vervelen? Hebben jullie dan geen hart voor het bittere verlies van mijn liefste zoon? Hoe zwaar dit verlies is zullen jullie nog aan je eigen lijf ervaren! Door de dood van Hector zullen de Grieken jullie nog eenvoudiger van het leven beroven!

Uitval van Priamus

Zo schold hij iedereen uit en verjoeg hen met zijn staf. Dan roept hij met woedende stem zijn zoons. Antiphonus, Pammon 1, Polites 1, Deiphobus 1, Hippothous 2 en Dios, en zegt tegen hen: ‘Vooruit, jullie luie vlegels en verwijfde knapen! Wee mij, rampzalige. De allerbeste zonen had ik van heel Troje. En nu zijn ze me allemaal ontnomen. Mestor 1, gelijk aan een God, Troilus, van alle wagenstrijders het gelukkigst, en Hector, die onder ons rondging als een God. Allen dood door die verdoemde oorlog, die mij dit verachtelijke stel overliet. Helden in het dansen, pralend op de dansvloer, als jullie er niet op uit zijn om het vee van ons eigen volk te stelen. Kunnen jullie niet wat voortmaken met het inspannen van die wagen. Laad hem vol met wat hier klaar ligt. Ik wil gaan en wens niet langer te wachten!’ De zoons van Priamus stonden versteld over die plotselinge uitval, en brachten vlug een mooie wagen naar buiten waar ze de mand met inhoud op vastbonden. Terwijl Priamus stond te wachten kwam zijn vrouw Hecabe 1 op hem af. Ze was wanhopig en hield een beker wijn in haar hand.

Achilles en Priamus

Voorteken

Het voorteken van Zeus

Tegen Priamus zegt ze: ‘Neem deze beker en breng een plengoffer aan Zeus. Bidt voor een veilige terugkeer uit de handen van je vijanden. Je gaat toch ondanks dat ik het er niet mee eens ben. Dus als je toch gaat, bidt dan om een teken. Smeek om een voorspellende vogel die je zelf kunt zien en rechts voor je uit vliegt. Dan weet je dat je hem kunt vertrouwen en veilig bent als je naar het scheepskamp gaat. Als Zeus de vogel niet stuurt dan adviseer ik je om niet te gaan, hoezeer je hart ook ingeeft om wel te gaan.’ Priamus, die dol op zijn vrouw is, zegt dan tegen haar, ‘Je raad zal ik aanvaarden, lieve vrouw. Het is verstandig om de handen smekend op te heffen naar Zeus en hem om zijn zegen vragen.’ Aan zijn bediende vraagt hij vervolgens om schoon water op zijn handen te gieten, waarna hij de beker met wijn van zijn vrouw aanneemt. Hiermee gaat hij midden op het erf staan, richt zijn blik op de hemel en bidt met luide stem. ‘Zeus, die heerst in de hemel. Laat Achilles mij welwillend ontvangen en stuur mij een voorspellende vogel die rechts voor mij uit vliegt zodat ik hem kan zien.Zeus verhoorde zijn gebed en stuurde onmiddellijk een Adelaar, de beste van de voorspellende vogels.

Een vreemdeling

Verheugd over dit teken klom Priamus snel op de wagen en rijdt samen met Idaeus 1 naar de poort.Daar wordt hij omgeven door een dichte drom van familieleden, die klaagden alsof hij zijn dood tegemoet reed, maar spoort Priamus snel zijn muildieren aan en rijdt de vlakte op. Als ze bij de grafheuvel van Ilus 1 aankomen, drenken ze nog even hun muildieren. Terwijl ze staan te wachten zegt Idaeus 1 tegen Priamus, ‘Kijk, koning, we moeten op onze hoede zijn. Daar komt een man aan en ik ben bang dat we gedood zullen worden. Laten we er met de wagen vandoor gaan of hem aan de voeten vallen en om genade smeken.’ Priamus schrikt hevig terwijl zijn haren hem ten berge rijzen, en kan geen woord meer uitbrengen of nog een stap verzetten van schrik. Dan komt de man op hem af en grijpt zijn hand. ‘Waar ga je met die paarden en muilezels in deze stille nacht naar toe, vadertje, terwijl alle mensen slapen? Ben je niet bang voor die woeste Grieken, die je vijanden zijn en zo dicht bij de stad gelegerd zijn? Als één van hen je met die prachtige lading door de nacht zag rijden zouden ze je onmiddellijk beroven en doden. Je bent te oud om het tegen hen op te nemen en ook je metgezel is een grijsaard. Ik heb echter geen kwaad in de zin. Integendeel ik zal er voor zorgen dat niemand je iets aandoet, want je doet me aan mijn eigen vader denken.

Kennismaking

Verheugd over dit aanbod zegt Priamus, ‘Wat je zegt zal wel waar zijn, maar ik wordt beschermd door een God. En die stuurt me een man als jij. Want aan je knappe uiterlijk te oordelen moet je wel door een God gestuurd zijn. Ook je houding en je heldere verstand pleiten voor een goede afkomst.’ Hierop antwoord de onbekende man, ‘Heer, het is waar wat je daar zegt. Maar vertel me eens eerlijk, voer je schatten naar een veilige plaats in een vreemd land? Of verlaat je Troje, op de vlucht gedreven door het verlies van je zoon Hector, die de vijand al die tijd tegen wist te houden?’ Dan reageert Priamus verbaasd, ‘Wie ben je jongen, dat je zo vriendelijk over het lot van mijn zoon spreekt en wie zijn je ouders?’ Hierop reageert de vreemdeling: ‘Je wilt me kennelijk op de proef stellen, grijsaard, en uitzoeken wat ik weet over Hector. Goed dan, ik zag hem vaak op het veld van eer. Ja, ik zag hoe hij de Grieken terugjoeg naar hun schepen, terwijl hij de ene na de andere Griek doodde. Al die tijd keken wij verbaasd toe want Achilles wilde niet meer deelnemen aan de strijd omdat hij ruzie had met Agamemnon. Ik ben de schildknaap van Achilles en ben met hetzelfde schip als hij hierheen gekomen. Vannacht verliet ik het scheepskamp omdat de Grieken van plan zijn om tegen het aanbreken van de dag opnieuw een aanval op Troje te wagen. Daarom ging ik naar de vlakte. We zijn het moe om bij de schepen te zitten terwijl we vol strijdlust zijn.

Reactie van Priamus

Als je werkelijk de schildknaap van Achilles bent, dan smeek ik je om mij de volle waarheid te vertellen.’ zegt Priamus. ‘Is mijn zoon nog bij de schepen of heeft Achilles hem al voor de honden geworpen?’ Dan zegt de jongeman: ‘Edele heer, tot nog toe bleef hij verschoond van de vraatzucht der honden of Gieren, en is zijn lichaam nog gaaf, En al ligt hij al elf dagen in de zon, zijn vlees is nog niet tot ontbinding overgegaan of aangetast door de wormen. Weliswaar sleept Achilles hem elke morgen onbarmhartig rond de grafheuvel van zijn vriend Patroclus 1, maar zijn lichaam wordt daarbij niet beschadigd. Als je de tent in gaat zal je hem, verrassend genoeg, zo fris als een hoentje zien liggen. Het bloed is weggewassen, hij is schoon en al zijn wonden zijn geheeld. Dit bewijst wel dat de Goden hem koesteren.’ Blij hoort Priamus deze woorden aan en zegt: ‘Zo zie je maar, wat je ook doet, het is altijd verstandig om offers aan de Goden te brengen. Hector krijgt zo zijn loon ondanks zijn dood. Maar nu vraag ik je om deze beker van mij aan te nemen zodat je, onder de bescherming van Zeus, mij veilig naar de tent van Achilles kan begeleiden.

Hermes

Dan zegt de jongeman, ‘Heer, je bent oud en ik jong, maar toch wil je me verleiden om achter de rug van Achilles om geschenken te aanvaarden. Nee, als ik mijn meester zou bedriegen dan zou ik de schande niet overleven. Niettemin ben ik bereid om je te vergezellen. Niemand zal het durven om je aan te vallen als ik je bescherm.’ Na die woorden sprong hij op de wagen, greep de zweep en reed weg. Toen zij bij de schutgracht om het kamp kwamen troffen zij de schildwachten aan die bezig waren om hun avondmaal klaar te maken. De God Hermes, want dat was de jongeman, liet hen echter in slaap vallen, schoof de grendels weg en opende de poort. Zo reden zij, ongestoord, door het kamp tot aan de tent van Achilles. Dan stijgt Hermes af en zegt tegen Priamus, ‘Weet, grijsaard, dat je bezocht bent door een Onsterfelijke. Ik ben Hermes en door Zeus gestuurd om je te begeleiden. Maar nu ga ik want ik wil niet in het bijzijn van Achilles gezien worden. Maar ga naar hem toe, val op de grond en omarm zijn knieën. Smeek hem om genade, en roep zijn vader en moeder in zijn herinnering zodat zijn hart beroerd wordt.

Smeekbede van Priamus

Priamus smeekt Achilles

Hermes verdwijnt, en ook Priamus springt van de wagen. Tegen Idaeus 1 zegt hij voor de dieren te zorgen en stapt zelf de tent in. Binnen ziet Priamus Achilles zitten en loopt zwijgend op hem af. Vervolgens valt hij op de grond en omknelt de knieën van Achilles en kust zijn handen. Achilles is verbaasd als hij de koning ziet en kijkt hem in zijn ogen. Ook de vrienden van Achilles Alcimus 1 en Automedon, die in de tent aanwezig waren, kijken verwonderd naar de oude grijsaard die op zijn knieën ligt. Smekend zegt Priamus: ‘Denk aan je eigen vader, Peleus. Net als ik is ook hij oud. Het is niet onmogelijk dat zijn buurlanden hem bedreigen en hij nergens heen kan. Maar als hij hoort dat je nog leeft, dan is zijn hart verheugd en blijft dag in dag uit hopen op je veilige terugkeer. Maar mij trof het noodlot. Ik had vijftig zonen toen de Grieken naar Troje kwamen. Velen zijn er door het geweld van de oorlog gesneuveld maar mijn oogappel, Hector, werd door jou gedood. Om hem ben ik naar je toe gekomen met rijke geschenken om hem vrij te kopen. Achilles, heb eerbied voor de Goden, heb medelijden met mij, en denk aan je eigen oude vader. Omdat ik nu je handen kus, de handen die mijn zoon doodden, verdien ik wellicht nog wel meer medelijden.

Achilles ontroerd

Achilles kijkt ontroerd op de grijsaard neer, en denkt aan zijn oude vader en dode vriend. De tent weergalmt van hun geweeklaag. Even later springt Achilles op uit zijn stoel, helpt ook Priamus opstaan, en zegt: ‘Arme stakker, wat een leed heb je moeten doorstaan. Wat een moed om alleen naar de schepen te komen en de man onder ogen te komen die je zoveel van je zoons heeft gedood. Werkelijk, je hebt een hart van staal. Kom, ga naast me zitten en laten we, hoe moeilijk ook, ons verdriet even vergeten. De Goden hebben nu eenmaal zo over ons besloten.’ Dan spreekt Priamus eindelijk: ‘Vraag me niet om te gaan zitten terwijl mijn zoon nog onbegraven in je tent ligt. Geef hem nu vrij zodat mijn ogen hem kunnen zien, en neem de geschenken aan die ik heb meegebracht. Daar kun je van genieten, nadat je mij gespaard hebt, en teruggekeerd bent naar je vaderland.’ Met grimmige blik zegt Achilles: ‘Dring niet zo aan, oude man. Ik ben vanuit mezelf al van plan om Hector vrij te geven. Zeus stuurde mijn moeder Thetis als bode hierheen. Ik heb zelf ook wel in de gaten dat je door een God hierheen geleid bent. Geen sterveling zou het anders zijn gelukt om langs mijn wachters te komen. Staak dus je smeken en bedwing je onrust. Anders zou ik wel eens van mening kunnen veranderen en het gebod van Zeus overtreden.

Hector wordt vrijgegeven

Onmiddellijk gehoorzaamt Priamus aan deze strenge woorden van Achilles, die daarop met zijn vrienden naar buiten gaat en Priamus alleen in de tent achterlaat. Even later komt Achilles terug en zegt: ‘Ik heb Hector vrijgegeven, zoals je gevraagd hebt. Hij ligt op een baar en bij het krieken van de dag kun je hem zien en naar huis brengen. Maar laten we eerst nog wat eten.’ Daarop gaat Achilles met zijn vrienden aan de slag en bereiden ze een heerlijke maaltijd. Ze eten zwijgend en de twee kijken vol respect naar elkaar. Aan het einde van de maaltijd zegt Priamus, ‘Ik wil nu graag even rusten. Sinds mijn zoon gestorven is jammerde ik voortdurend en heb geen oog meer dicht gedaan. Nu heb ik voor het eerst weer gegeten en gedronken en moet even slapen.’ Onmiddellijk geeft Achilles bevel om een bed voor Priamus gereed te maken en zegt schertsend tegen de oude man: ‘Priamus, mijn vriend, als ik jou was zou ik buiten gaan slapen. Mogelijk komt er een Griekse aanvoerder op bezoek om vannacht een plan te beramen. Als één van hen je hier zien liggen zou hij dat onmiddellijk aan Agamemnon vertellen en de vrijgave van je zoon alleen maar vertragen. Maar vertel eens, hoeveel dagen wil je wijden aan de begrafenis van Hector? Ik wil gedurende die periode de strijd staken zodat ook het leger kan rusten.

Dankbaarheid van Priamus

Dankbaar antwoordt Priamus: ‘Als je Hector werkelijk een passende uitvaart en begrafenis schenkt, dan zou je mij zeer aan je verplichten. Je weet hoe we opgesloten zitten in de stad. Het is een verre tocht naar de bergen om hout te halen. We willen negen dagen lang in ons paleis rouwen om Hector. Op de tiende dag zullen we hem begraven en op de elfde een grafheuvel over hem heen werpen. Op de twaalfde dag zullen wij, als het Lot dat beslist, weer met elkaar strijden.Achilles grijpt de grijsaard bij zijn pols en zegt: ‘Alles wat je vraagt zal gebeuren. Al die tijd zal ik de wapens laten rusten en geen strijd voeren.’ Hierna gaat het tweetal naar bed en leggen zich ter ruste. Aan het einde van de nacht wordt Priamus wakker gemaakt door Hermes, die tegen hem zegt dat het tijd is om te gaan. ‘Je denkt niet aan gevaar, oude man, terwijl je door vijanden omgeven ligt te slapen. Hoewel je Hector voor een grote losprijs van Achilles hebt vrijgekocht kan Agamemnon, als hij je herkent, er heel anders over denken.’ Geschrokken wekt Priamus zijn metgezel terwijl Hermes de paarden voor de wagen spant. Ze verlaten ongezien het kamp en als de dag begint te gloren bereiken ze de Scamander. Daar verlaat Hermes hen en rijdt het tweetal jammerend en wenend door naar de poorten van de stad.

Crematie Hector

Als ze de poort doorrijden is Hecabe 1 de eerste die hen bereikt. Ze rukt zich de haren uit haar en grijpt naar het hoofd van haar dode zoon op de wagen. Al snel drommen er vele andere Trojanen om de wagen en roept Priamus om ruimte te maken. ‘Later kunnen jullie naar hartenlust klagen als ik hem heb teruggebracht naar het paleis.’ De menigte week opzij en Priamus brengt zijn zoon thuis waar ze hem opbaren en klaagzangen aanheffen. Priamus beveelt zijn volk vervolgens om hout te gaan halen. ‘Heb geen vrees dat de Grieken jullie zullen aanvallen. Achilles beloofde mij dat zij ons twaalf dagen met rust zouden laten zodat wij Hector op een passende wijze kunnen cremeren en een grafheuvel opwerpen.’ Zo wordt er negen dagen lang gerouwd in de stad, en wordt Hector op de tiende dag met veel ceremonieel gecremeerd. De restanten van zijn lichaam werden daarna, onder luid gejammer van zowel de mannen als de vrouwen, vlakbij het graf van de oude koning Ilus 1 begraven.

Laatste gevechten

Aankomst Penthesilea

Aankomst van de Amazonen

De dag na de crematie vallen de Grieken weer aan, maar weigert Priamus zijn soldaten om buiten de muren van de stad te komen. Bang als hij is dat ook zijn laatste zoons zullen sterven door de moordzucht van Achilles. Hij wacht op steun van de Amazonen, die beloofd hebben om hem te komen helpen tegen de Grieken. Zijn hart springt dan ook op van vreugde als hij in de verte de krijgslustige vrouwen aan ziet komen rijden terwijl zer aangevoerd werden door Penthesilea. Die avond organiseert hij een groot welkomstdiner voor de Amazonen, en krijgen de Trojanen weer hoop om uit hun benarde situatie verlost te worden door de aanblik van die strijdbare vrouwen. Tijdens het eten praat Priamus volop met Penthesilea over de strijd, en belooft de Amazone om de volgende dag een eind te maken aan het leven van Achilles. Die avond richt Priamus een gepassioneerd gebed tot Zeus om steun voor Penthesilea, en vraagt om een gunstig voorteken. Zeus verhoorde zijn gebed en laat direct een Adelaar links van Priamus overvliegen. Toen bekroop wanhoop het hart van de oude koning, en sprak hij in zichzelf: ‘Ik zal Penthesilea nooit levend uit de strijd terug zien keren!

Dood Penthesilea

De volgende dag stuurt Priamus zijn leger op de Grieken af, aangevoerd door Penthesilea, en ontstaat er wederom een bloedige strijd voor de muren van de stad. Hoewel Penthesilea in eerste instantie de Grieken terug weet te drijven, wordt ook zij uiteindelijk gedood door de sterke Achilles, en verliezen de Trojanen opnieuw de moed. De soldaten keren zich na de dood van Penthesilea om, en vluchten naar hun stad. Daarop omsingelen de Grieken Troje met hun leger en voorkwamen zo dat iemand die nog kon verlaten. Toen de Trojanen hun hachelijke situatie inzagen, gingen Antenor 1, Polydamas en Aeneas naar Priamus en vroegen hem een vergadering van de Raad bijeen te roepen om over de toekomst van Troje en haar bewoners te praten. Priamus stemde in, waarna iedereen werd opgeroepen om naar de raadszaal in het paleis te komen.

Raadsvergadering

Nadat Priamus de bijeenkomst geopend had sprak Antenor 1 als eerste en zei: ‘De Trojanen hadden hun voornaamste verdedigers verloren, Hector en vele andere zonen van de koning, samen met de leiders uit andere landen. Maar de Grieken hebben nog steeds hun dapperste aanvoerders. Bovendien zijn de Trojanen omsingeld en uitgeput van angst.’ Vervolgens dringt hij er op aan om vrede te sluiten en Helena, en alle andere zaken die Paris samen met haar hadden meegenomen, terug te geven. Dan springt Amphimachus 6, de zoon van Priamus, op en riep vervloekingen af over Antenor 1 en zijn aanhangers. Hij vond dat de Trojanen hun leger naar buiten moesten leiden en het scheepskamp aanvallen, en nooit opgeven totdat zij werden verslagen of stierven voor hun land. Nadat Amphimachus 6 had gesproken stond Aeneas op, en drong er bij de Trojanen op aan om vrede te sluiten met de Grieken. Hierna ontstond er binnen de Raad een enorme discussie tussen de voor en tegenstanders, en luistert Priamus aandachtig naar alle argumenten om zijn oordeel te vormen.

Beslissing van Priamus

Na alle standpunten te hebben gehoord maakt Priamus een eind aan de discussie en zegt: ‘Vrienden, we zullen niet als slappelingen de verdediging van ons vaderland verzaken! Maar laten we niet meer door de stadspoorten naar buiten gaan om met onze vijand te strijden. Nee, we verdedigen de stad vanaf onze torens en wallen, tot onze nieuwe kampioen arriveert, de strijdlustige Memnon. Heus, hij zal komen, die aanvoerder van talloze legers uit Ethiopië. Hij is denk ik al vlakbij onze poorten. Want lang geleden zond ik hem het verzoek om te komen, en beloofde hij mij om naar Troje te komen en een eind te maken aan ons lijden. Laten we dus nog even wat langer volhouden, want het is voor dappere mannen beter om in de strijd te sterven, dan op de vlucht, en met die schande tussen een vreemd volk te moeten leven.’ Zo besloot Priamus. Maar Polydamas had geen goed gevoel over deze oorlog zonder einde, en sprak vaderlandslievend: ‘Als Memnon heeft beloofd om ons te steunen dan zal ik dat niet tegenspreken. Maar toch dringt de angst zich aan mijn hart op dat hij hier slechts zijn dood zal vinden. Want de machtige storm der Grieken zal zich verschrikkelijk tegen ons keren.’ Hierna ging de Raad uiteen om op de komst van Memnon te wachten.

Aankomst Memnon

De volgende dag kwam Memnon aan met een enorm leger van Indiërs en Ethiopiërs, dat uit duizenden en nog eens duizenden mannen bestond met verschillende soorten wapens. Al het land om Troje was gevuld met mannen en paarden waardoor zelfs de hoop en gebeden van Priamus werden overtroffen. Uit alle straten van Troje kwamen de Trojanen bijeen om hen te bekijken, en kregen ze weer hoop op een positieve afloop van de oorlog. Priamus ontving Memnon dankbaar en gastvrij, en organiseerde een feestmaaltijd om hem te verwelkomen. Tijdens het eten vertelt Priamus zijn gast over alle ellende die de Trojanen hebben moeten doorstaan, en Memnon over de vreemde onsterfelijkheid van zijn vader die de Godin van de Dageraad hem geschonken had. Priamus luisterde geboeid en zei: ‘Memnon, de Goden zijn goed, die het mij gunden om u en uw leger te mogen aanschouwen. O, dat ik het nog mee mag maken dat al mijn vijanden door uw speren vernietigd worden. Dat het jou mag lukken, met hulp van die ene onzichtbare Onsterfelijke. Ik vertrouw erop dat je verwoestend in hun gelederen zult huishouden.’ Toen hief hij in zijn handen een gouden beker die hij als geschenk aan Memnon gaf en nog door Hephaistus was gemaakt.

Dood van Memnon

De volgende dag valt Memnon, gehuld in een wapenrusting die ook door Hephaistus was gemaakt, de Grieken aan en woedt er een bloedige slag op de vlakte. De strijd gaat dagenlang door en vallen overal waar Memnon kwam de Grieken bij bosjes dood neer in het stof, terwijl hij langzaam maar zeker oprukt in de richting van het scheepskamp. Op de muren kijkt Priamus verheugd naar het verloop van de strijd, en hoopt dat de Grieken nu definitief verslagen zullen worden. Dan ziet hij in de verte hoe Memnon Achilles uitdaagt voor een duel, en kijkt hij in spanning naar het verloop van dat gevecht. Terwijl de zwaarden onophoudelijk heen en weer flitsten ziet Priamus tot zijn ontsteltenis Memnon in elkaar zakken, en hoort hij Achilles zijn luide zegekreet slaken. Terwijl in Troje de kreten van verdriet omhoog stegen verloor Priamus alle hoop, en keert diep bedroefd terug naar zijn paleis terwijl de Trojaanse soldaten op de vlakte in paniek naar hun stad vluchtten en de poorten vergrendelden.

Achilles verliefd

De volgende dag zond Priamus gezanten naar Agamemnon en verzocht om een wapenstilstand van twintig dagen. Dit keurde Agamemnon goed en hield Priamus, terwijl beide kampen hun doden begroeven, een prachtige begrafenis ter ere van Memnon. Tijdens het bestand gingen Priamus en Hecabe 1 met hun dochter Polyxena 1, naar het graf van Hector. Daar troffen zij Achilles aan die, getroffen werd door de schoonheid van Polyxena 1, onmiddellijk verliefd op haar werd. Enkele dagen later brengt een slaaf een bericht van Achilles bij Hecabe 1, waarin hij voorstelt om met zijn Myrmidonen te vertrekken uit Troje als ze hem Polyxena 1 als vrouw schenken. Hierop antwoordde Hecabe 1 dat ze daartoe bereid was, mits Priamus ermee instemde, maar dat ze hem dat eerst moest vragen.

Weigering Priamus

Treurende Priamus

Toen Hecabe 1 met Priamus over het voorstel van Achilles sprak, weigerde Priamus hiermee in te stemmen. Hij gaf toe dat Achilles een goed familielid zou zijn, maar het was niet juist om je dochter aan een vijand uit te huwelijken die zovele van haar broers had gedood. En zelfs als Achilles naar huis zou gaan, dan zouden de andere Grieken niet volgen. Daarom moest Achilles, als hij dit huwelijk wenste, een duurzame vrede beloven waarbij alle Grieken zouden vertrekken. Alleen onder deze voorwaarde wilde Priamus hem zijn dochter ten huwelijk schenken. Achilles is woedend als hij de reactie van Priamus hoort en klaagt dat alles en iedereen moest lijden vanwege slechts één vrouw, Helena. Als Achilles daarna met hernieuwde energie de muren van Troje aanvalt, verlost Apollo Priamus uiteindelijk van zijn ergste kwelgeest. Gehuld in een dikke nevel gaat de God naar Paris, die vanaf de muur lukraak pijlen afschiet op de Grieken, en geeft diens boog een zetje waardoor de pijl in de kwetsbare hiel van Achilles terechtkwam en hij stierf.

Dood Paris

Zodra het bericht over de dood van Achilles de sombere Priamus bereikt kan hij even glimlachen, maar slaat de somberheid opnieuw toe omdat hij geen enkele uitweg meer zag uit deze ellende. Korte tijd later werd het Palladium gestolen uit de tempel van Athena en wordt Priamus steeds somberder over het verloop van der oorlog. Ook de komst van zijn bondgenoot en schoonzoon Telephus, met een groot leger, kan Priamus niet opvrolijken, wanneer die naar Troje komt om te helpen in de strijd. Uiteraard ontvangt hij ook hem gastvrij, maar ziet kort daarna hoe hij door de Grieken werd gedood op het slagveld. Ditmaal is het Neoptolemus, de zoon van Achilles, die naar Troje was gekomen om de Grieken te steunen in de strijd. Maar ook Paris sneuvelt door toedoen van Neoptolemus en heeft de kinderrijke Priamus nagenoeg geen zoons meer over om de strijd tegen de Grieken aan te voeren. Na deze slag stuurt Priamus zijn gezant Menoetes 4 naar Agamemnon om weer een bestand af te spreken en de doden te begraven. Paris werd onder luid gejammer van Helena begraven, en schonk Priamus hem een graf dicht bij één van de poorten van de stad.

Vernietiging van Troje

Het paard

Enkele dagen later blijken de Grieken van de kust verdwenen te zijn, en stromen de Trojanen hun stad uit om dit onverwachtse gebeuren van dichtbij te aanschouwen. Ook koning Priamus rijdt op zijn wagen de poort uit naar het verlaten kamp van de Grieken, de Goden dankend dat zijn vijanden eindelijk de hoop hebben opgegeven om Troje te kunnen veroveren. Bij de kust aangekomen ziet hij een reusachtig houten paard staan met de tekst: Het geschenk van de Grieken aan Athena. De Trojanen drommen om het gevaarte heen, en gaan er stemmen op om het paard te vernietigen, omdat het iets van de Grieken was. Maar zijn er ook mensen die vinden dat het een offer is aan Athena, dat als gedenkteken aan de oorlog de stad in gesleept moet worden voor latere generaties. Terwijl de omstanders discussiëren, komt er een naakte man aanlopen die bont en blauw is geslagen. Deze valt onmiddellijk voor de voeten van Priamus neer, en raakte diens oude knieën aan met zijn handen.

De smekeling Sinon

De man kijkt Priamus vervolgens smekend aan en zegt: ‘Geëerde koning, als u medelijden met me hebt, redt dan deze laatste vijand van de Grieken. Ik was ooit hun vriend, maar zie hoe kwaadaardig ze me behandeld hebben. Op dezelfde manier beroofden ze Achilles van zijn beloning, lieten ze Philoctetes achter op een eiland, en doodden zij uit woede Palamedes. Omdat ik niet met hen mee wilde vluchten, en mijn kameraden smeekte om te blijven, rukten ze de kleding van mijn lijf en sloegen me tot bloedens toe. Vervolgens lieten ze me achter op de kust, zonder eten of drinken, en vertrokken. Het zal de Grieken zeer verheugen wanneer u een smekeling, en een vreemdeling, laat omkomen in de handen van de Trojanen. Maar ik kan u ook verzekeren dat de Grieken niet terug zullen keren en u geen angst meer voor hen hoeft te hebben.

Valstrik

Zo sprak de vreemdeling en troostte Priamus hem met de woorden: ‘Vreemdeling, U hoeft niet langer bang te zijn omdat u onder de Trojanen bent. U zult onze gast zijn en hoeft niet meer te verlangen naar uw vaderland. Maar kom, vertel me wat voor wonder dit paard is. En vertel met uw naam en afkomst.’ Dan begint de vreemdeling opnieuw te spreken en zegt: ‘Ik ben in Argos, als kind van Aesimus, geboren en gaf hij mij de naam Sinon. Dit paard werd door Epeius, op basis van een orakel, gemaakt voor de Grieken. Als u het hier laat staan dan zullen de Grieken Troje innemen. Maar als Athena het als een heilig offer in haar tempel ontvangt, zullen ze wegvluchten van hun onvoltooide taak. Maar kom, werp er touwen omheen en sleep het paard naar de grote Acropolis. Dan zal Athena de stad beschermen!’ Zo sprak Sinon en gaf Priamus, zijn hoop op Athena vestigend, opdracht aan de Trojanen om Sinon een mantel te geven, en touwen aan het paard te bevestigen om het gevaarte de stad in te slepen. Voorts maakte hij bekend dat ze die avond een geweldig feest zouden vieren vanwege het vertrek van de Grieken.

Waarschuwingen

Dan begint Cassandra te orakelen dat het een valstrik is, en er Grieken in het paard verborgen zitten. Maar opnieuw geloofde niemand haar en gaf Priamus opdracht om zijn dochter naar de Citadel te brengen. Maar ook de blinde priester Laocoon 1 is ervan overtuigd dat het een valstrik is, en port met zijn speer in het houten gevaarte. Dan komen er uit zee twee enorme slangen op de priester af die eerst zijn kinderen wurgen, om vervolgens Laocoon 1 te verslinden, om daarna weer in zee te verdwijnen. Als de Trojanen dit zien denken ze dat Athena Laocoon 1 heeft gestraft voor zijn beschuldiging, en slepen met grote moeite het paard de stad in. Die avond wordt er een geweldig feest in de stad gevierd, waarbij enorme hoeveelheden wijn gedronken worden, en de Trojanen hossend door de straten gaan om hun bevrijding te vieren. Ook Priamus neemt deel aan de feestelijkheden en is zeer verheugd dat aan de tien jaar durende ellende nu eindelijk een eind is gekomen. Diep in de nacht liggen alle Trojanen uiteindelijk dronken in bed en daalt een onheilspellende stilte over de stad neer.

De val klapt dicht

Dan komen de Grieken, die zich verscholen hadden in het paard, uit hun schuilplaats. Ze zetten de poorten van de stad wagenwijd open om het, in stilte teruggekeerde, leger van de Grieken binnen te laten. Vervolgens dringen de Grieken, gewapend met fakkels en zwaarden, de stad binnen en beginnen alle Trojanen af te slachten. Elk huis wordt in brand gestoken en dringen ze van lieverlee op naar de citadel van Priamus. Als Priamus uiteindelijk uit zijn roes ontwaakt, en zijn vijanden in de stad ziet huishouden, trekt hij bevend zijn wapenrusting aan en wil met opgeheven zwaard op de Grieken afgaan, volledig bereid om te sterven. Midden in zijn paleis komt hij langs het altaar van Zeus waar Hecabe 1 en haar dochters zich aan vastklemmen. Als Hecabe 1 haar man in zijn wapenrusting ziet zegt ze: ‘Wat bracht jou ertoe, lieve man, om je zo te wapenen. Je bent te oud en geen steun voor de Trojanen, laat staan een waardige tegenstander voor de Grieken. Kom hier en omklem dit altaar van Zeus, die ons zal beschermen.’ Met deze woorden trok ze de oude Priamus naar het altaar en greep ook hij dit vast.

Neoptolemus slaat toe

Dood van Priamus

Dan komt zijn zoon Polites 1 aangestormd, die werd achtervolgd door Neoptolemus. Vlak voor de ogen van Priamus werd Polites 1 echter ingehaald door zijn achtervolger, die hem vervolgens met zijn lans doodde. Dan kan Priamus zich niet inhouden en roept: ‘Laat de Goden jou voor deze misdaad passend belonen, jij, die mij tot toeschouwer maakt van de dood van mijn zoon. Zo gedroeg jouw vader Achilles zich niet tegenover mij. Nee, die toonde respect en gaf mij mijn zoon Hector terug.’ Hierna wierp Priamus zonder kracht zijn lans naar Neoptolemus, die nutteloos bleef steken in een deur. Dan roept Neoptolemus: ‘Vertel dat maar aan mijn vader. Breng hem die boodschap zelf, en vergeet vooral niet te zeggen wat voor ontaarde dingen zijn zoon uitspookt. Sterf nu!’ Met die woorden sleept hij de oude man aan zijn hoofdhaar bij het altaar vandaan, en stak zijn zwaard tot aan het gevest in zijn lichaam. Zwijgend trekt Neoptolemus het zwaard terug en scheidde met een enorme zwaai het hoofd van het lichaam, terwijl de lippen van Priamus nog woordjes prevelden.

Stambomen:

Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1 / Zeuxippe 4 Merops 1 / Granicus 1 - / -
Priamus Arisbe 1 / Alexiroe
Aesacus

Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1 / Zeuxippe 4 Dymas 1 / Cisseus 1 / Sangarius - / - / Metope 1
Priamus Hecabe 1
Antiphus 3, Cassandra, Cebriones, Creusa 2, Deiphobus 1, Hector, Helenus 1, Hipponous 3, Hippothous 2, Iliona, Laodice 1, Pammon 1, Paris (Alexander 2), Polites 1, Polydorus 1, Polyxena 1, Troilus

Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1 / Zeuxippe 4 - -
Priamus Vele vrouwen
Zoons: Aegeoneus, Agathon, Agavus, Amphimachus 6, Antinous 2, Antiphonus, Archemachus 2, Aretus 1, Ascanius 2, Astygonus, Astynomus, Astynous 2, Astynous 2, Atas, Axion, Biantes 2, Bias 5, Brissonius, Chersidamas 1, Chirodamas, Chorithan, Chromius 2, Chrysolaus, Clonius 2, Deiopites, Democoon, Dios, Dolon 2, Doryclus 1, Dryops 1, Echemmon 1, Echephron 2, Eresus, Evagoras 2, Evander 1, Glaucus 4, Hero 1, Hippasus 12, Hippodamas 1, Hipposidus, Hippothous 2, Hyperion 2, Hyperochus, Idomeneus 2, Ilagus, Ilioneus 4, Isus, Laodocus 4, Lysides, Lysithous, Melanippus 1, Mestor 1, Mylius, Palaemon 4, Philaemon, Philenor, Polymedon, Polymelus 2, Proneus, Protodamas, Telestas, Thyestes 3
Dochters: Aristodeme, Astyoche 5, Demnosia, Demosthea, Ethionome, Henicea, Lysianassa 2, Lysimache 2, Medisicaste 1, Medusa 3, Nereis, Phegea, Philomela 2.

Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1 / Zeuxippe 4 - -
Priamus Castianira
Gorgythion

Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1 / Zeuxippe 4 Altes -
Priamus Laothoe 1
Lycaon 2, Polydorus 1

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz