Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Sarpedon 1

Sarpedon 1 is één van de drie zoons die Zeus op Kreta verwerkte bij de beeldschone Europa 2, nadat hij het meisje, in de gedaante van een prachtige witte stieren, op zijn rug uit Phoenicië naar dit eiland had ontvoerd. De twee broers van Sarpedon 1 zijn Minos 1 en Rhadamanthys. De drie jongens werden liefdevol opgevoed door Asterius 3, die als koning over Kreta heerste, en Europa 2 tot zijn vrouw maakte. Sarpedon 1 en zijn broers groeien op tot sterke jongemannen maar worden in hun jeugd alle drie verliefd op de mooie jongen Miletus 1, de zoon van Apollo, en kregen hierdoor onderling ruzie. Miletus 1 geeft echter de voorkeur aan Sarpedon 1 waarna Minos 1 tegen zijn broer ten strijde trekt, en de sterkste blijkt te zijn. Dan vlucht Sarpedon 1 met een groot aantal mannen van Kreta en gaat, samen met Miletus 1, naar Carië in Klein-Azië.

Sarpedon en Apollo

Koning van Lycia

Daar sluit Sarpedon 1 zich aan bij Cilix, die een hevige strijd voerde met de Lyciërs, onder de voorwaarde dat hij na de overwinning als beloning een deel van Lycia krijgt om als koning over te regeren. Cilix stemt toe en samen behalen ze een grote overwinning op de Lyciërs, waarna Sarpedon 1 over een groot gebied in Lycia met veel steden als koning heerste. Vervolgens trouwt hij daar met een onbekend gebleven vrouw, waar hij dolverliefd op was, en werd vader van de zoon Evander 3. Van Zeus kreeg Sarpedon 1 bovendien het vermogen om drie generaties van de mensen te overleven, en niet door ouderdom weg te kwijnen. Volgens Diodorus Siculus kreeg Evander 3 een zoon Sarpedon 3, die als aanvoerder van de Lyciërs naar de Trojaanse Oorlog ging, maar volgens de meest gangbare mythen was het Sarpedon 1 die koning Priamus steunde in zijn strijd tegen de Grieken.

Vriendschap met Priamus

Gedurende zijn regeringsperiode als koning van Lycia werd Sarpedon 1 goed bevriend met koning Priamus, en nam daar regelmatig deel aan de Spelen die Priamus organiseerde. Tijdens één van die Spelen ontdekt Priamus zijn te vondeling gelegde zoon Paris, en neemt hem weer in zijn huis op. Deze Paris was jaren later de oorzaak van het uitbreken van de Trojaanse Oorlog toen hij de Griekse Helena schaakte. Als Troje ten onder dreigt te gaan door het enorme leger van de Grieken stuurt Priamus boodschappers door heel Klein-Azië naar de naburige koninkrijken met het verzoek om hem te komen helpen met soldaten en de Grieken te verdrijven. Ook Sarpedon 1 wordt gevraagd te helpen en gaat, samen met zijn neef Glaucus 1, tegen het einde van de oorlog als aanvoerders van de Lyciërs met een groot leger naar Troje om zijn vriend Priamus bij te staan in de strijd. In Troje aangekomen neemt de krijgslustige Sarpedon 1 met zijn soldaten dapper deel aan de strijd, en weet hij menige Griek uit te schakelen. Ondanks zijn steun kunnen de Trojanen de Grieken niet te verdrijven en weten andersom de Grieken ook de Trojanen en hun bondgenoten niet te verslaan, en lijkt de strijd zich eindeloos voort te slepen waardoor de onderlinge wrevel toenam.

Vermaning aan Hector

Zo zegt Sarpedon 1 vermanend tegen legerleider Hector, als de Trojanen in het tiende jaar van de oorlog het bestand schenden en de Grieken woedend aanvallen: ‘Waar is je eerdere moed gebleven Hector, toen je zonder bondgenoten, Troje wilde beschermen? Ze schuilen allemaal weg en ik zie niemand meer van hen. Moeten wij bondgenoten het maar alleen zien uit te vechten. Ook ik ben van ver gekomen en spoor mijn Lyciërs aan om fel strijd te leveren, hoewel ik hier niets te winnen of te verliezen heb. De Grieken hebben mij niets aangedaan. En jij staat daar maar en spoort je mannen niet eens aan om deel te nemen aan de strijd. Kijk maar uit dat de stad niet geplunderd wordt en je gevangen wordt genomen door de Grieken. Hier moet je dag en nacht aan denken hoe noodzakelijk het is om je bondgenoten te vragen om stand te houden.’ Gekwetst door zijn woorden spoort Hector daarop snel zijn soldaten aan en ging hen voor in de strijd.

Uitdaging van Tlepolemus 1

Ook Sarpedon 1 gaat op de Grieken af en veroorzaakt een grote slachting onder hen. Zo weet hij Antiphus 7 en Pheres 4 te doden en komt kort daarna tegenover Tlepolemus 1 te staan, de zoon van Heracles. Deze zegt uitdagend tegen hem: ‘Sarpedon 1, wat brengt jou ertoe om de strijd aan te gaan. Wie jou een zoon van Zeus noemt vergist zich danig. Je bent nog ver verwijderd van de heldenmoed die hoort bij mannen uit zijn geslacht. Mijn vader Heracles had de moed van een leeuw. Eens kwam hij met slechts zes schepen naar Troje om de paarden van koning Laomedon 1 te vorderen. Toen hij weg ging liet hij een verwoeste en ontvolkte stad achter. Jij bent laf en je leger slinkt zienderogen weg als sneeuw voor de zon. Je zult de Trojanen nooit van dienst zijn ook al kom je helemaal van Lycië. Ik zal je hier en nu verslaan en je door de poort van de Onderwereld jagen.

Gewond

Sarpedon 1 kan deze woorden uiteraard niet naast zich neerleggen en reageert. ‘Het klopt wat je zegt over Heracles, Tlepolemus 1. Maar je vergist je in mijn kracht. Niet ik maar jij zult sterven door mijn hand, en zo een vrijgeleide verdienen naar de Onderwereld.’ Zodra hij uitgesproken is werpt Sarpedon 1 zijn speer naar Tlepolemus 1, en raakt zijn tegenstander in de nek. Het zware wapen gaat dwars door diens nek heen en stort Tlepolemus 1 dood neer. Maar ook Tlepolemus 1 had zijn speer geworpen, die in het been van Sarpedon 1 terecht was gekomen. Onmiddellijk nemen zijn soldaten hem onder hun hoede en brengen Sarpedon 1 buiten de strijdlinie, waar ze hem onder een grote eik op de grond legden. Daar trekt zijn vriend Pelagon 2 de speer uit het been, en valt Sarpedon 1 flauw door de plotselinge pijn. Maar even later komt hij weer bij en gaat, moeizaam lopend, terug naar Troje om te herstellen van zijn wond.

Aanval op het scheepskamp

aanval op het scheepskamp

Enkele weken later, als Sarpedon 1 is hersteld, voert Hector, die wordt gesteund door Zeus, een grootscheepse aanval uit op het Griekse scheepskamp. Hierbij stelt Hector Sarpedon 1 aan als aanvoerder van de vijfde legergroep, waarin alle bondgenoten verzameld zijn. Als onderaanvoerder heeft hij Glaucus 1 en Asteropaeus bij zich en trekken ze, schild naast schild en gesteund door Zeus, onverschrokken op door de schutgracht die de Grieken rondom hun scheepskamp hadden gegraven. Door Zeus met woede en moed bezield gaat hij op de wal om het kamp af, terwijl hij voor alle mannen uitgaat, en zwaait met zijn ronde schild om de speren die de Grieken vanaf de wal naar hem toegooien, af te weren.

Aanmoediging van Glaucus 1

Gelijktijdig roept hij tegen Glaucus 1: ‘Waarom vereren de Lyciërs thuis ons op alle mogelijke manieren en geven ze ons de beste plaatsen tijdens een feestmaaltijd? Waarom kijken ze naar ons op alsof we Goden zijn? Waarom beheren wij rijke landgoederen aan de oevers van de Xanthus. Dit zijn allemaal verplichtingen voor ons om in de voorste gelederen te strijden zodat de Lycische leiders, als zij het over ons hebben, kunnen zeggen. Onze krijgers, die in de voorste gelederen strijden, leven van de roem die zij voor ons oogsten. O. mijn vriend, ik zou niet voor iedereen uitgaan en hen tot moedige daden aansporen als ik zeker wist dat wij deze oorlog gaan winnen en de eeuwige jeugd zouden veroveren. Helaas weten wij dat niet zeker en loert de dood in vele gedaanten op ons. Dus laten we ons in de strijd werpen en roem behalen of sterven.

Door de gracht

Glaucus 1 is niet doof voor zijn woorden en beiden stormen voorwaarts met alle Lyciërs achter zich aan. Al snel wordt Glaucus 1 door een pijlschot uitgeschakeld waar Sarpedon 1 erg verdrietig van wordt. Zijn strijdlust doofde echter niet en hij treft de Griek Alcmaon met zijn speer. Als hij het wapen terugtrekt tuimelt zijn slachtoffer van de muur en valt dood op de grond. Dan grijpt Sarpedon 1 de rand van de muur met zijn sterke handen, en trekt de bovenkant weg waardoor er een bres ontstaat die groot genoeg is om een strijdploeg door te laten. Maar als Sarpedon 1 door de bres wil springen wordt hij getroffen door een pijl. Deze kwam in de riem van zijn schild terecht en dringt gelukkig niet door in zijn vlees. Terwijl hij de pijl verwijdert komt de grote Ajax 1 op hem toegesprongen en treft met zijn speer het schild van Sarpedon 1. Opnieuw wordt zijn lichaam niet geraakt, maar door de kracht van de stoot staat Sarpedon 1 wel te duizelen waardoor hij zich enigszins moet terugtrekken.

Het scheepskamp in

Vluchten komt in de gedachten van Sarpedon 1 echter niet op en roept hij tegen zijn Lyciërs: ‘Waarom is jullie moed en vastberadenheid geminderd? Hoe sterk ik ook ben, alleen kan ik de muur niet veroveren. Kom, volg mij, en hoe meer hoe liever.’ De mannen volgen hun koning en er ontstaat een bloedige strijd bij de wal om het kamp. De Grieken slagen er weliswaar in om de Trojanen tegen te houden, maar kunnen ze niet van de muur verdrijven. Uiteindelijk slagen de Trojanen er toch in om door de wal te breken en dringen binnen het scheepskamp van de Grieken binnen. Ook hier wordt bloedig gevochten, vallen er over en weer veel slachtoffers, en dreigen de Grieken de strijd te verliezen.

Patroclus 1 verschijnt

Maar dan neemt plotseling Patroclus 1, in de wapenuitrusting van Achilles, weer deel aan de strijd. De Trojanen en hun bondgenoten, die denken dat het Achilles is, slaan van schrik op de vlucht. Als Sarpedon 1 ziet dat Patroclus 1 veel Lyciërs doodt, en ze op de vlucht beginnen te slaan, roept hij zijn mannen toe: ‘Schande, Lyciërs, waar zijn jullie zo snel naar onderweg? Wacht met vluchten tot ik die kerel eens van dichtbij bekeken heb om te zien wie het is die daar iedereen voor zich uitdrijft en zoveel van onze dapperen doodt. ’ Dan gaat Sarpedon 1 zelfverzekerd en met grote passen op zijn tegenstander af, en gaat het tweetal, onder het uitstoten van verschrikkelijke strijdkreten, elkaar te lijf.

Dood Sarpedon 1

De dood van Sarpedon

Patroclus 1 werpt als eerste zijn speer maar mist en raakt de schildknaap van Sarpedon 1, Thrasymelus. Dan werpt Sarpedon 1 zijn speer, maar mist eveneens en treft het paard van Patroclus 1. Hierop zet het tweetal hun strijd op leven en dood te voet voort. Sarpedon 1 gooit zijn lans maar mist opnieuw. Ook Patroclus 1 werpt opnieuw en mist deze keer niet. Sarpedon 1 wordt in zijn middenrif, net naast zijn hart, getroffen en valt neer op de grond. Kreunend en klauwend, in het door zijn eigen bloed doordrenkte stof, zegt hij met zijn laatste adem: ‘Glaucus 1, nu is de tijd gekomen om je kunde en moed te tonen. Laat een felle hartstocht in je ontbranden en ga, als je nog enige moed hebt, al onze aanvoerders langs en hits hen op om zich rondom mijn dode lichaam te verzamelen. Vecht met alles wat in je zit en voorkom dat de Grieken mijn wapenuitrusting stelen en mijn lichaam onteren. Houdt moedig stand en laat niemand achter.’ Meer zei hij niet en stierf.

Begrafenis

Om het dode lichaam van Sarpedon 1 ontbrandt vervolgens een bloedige strijd tussen de Trojanen en Grieken. Maar als de Grieken aan de winnende hand zijn grijpt Zeus in en laat het lichaam van Sarpedon 1 door Apollo uit de strijd halen. Deze neemt hem mee naar een afgelegen plek waar hij de hem reinigt van alle vuil en hem inzalft met ambrozijn. Nadat hij de dode in doeken heeft gewikkeld geeft Apollo Sarpedon 1 aan de Goden van de Slaap en de Dood die hem afvoeren naar zijn vaderland. De Lyciërs begraven vervolgens hun koning en werpen een grafheuvel over hem heen met daarop een gedenkzuil.

Stamboom:

Zeus Europa 2 - -
Sarpedon 1 -
Evander 3

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz