Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Scamander - Xanthus 1

Scamander, de Riviergod

Scamander, die ook Xanthus 1 wordt genoemd, is een zoon van de Oergoden Oceanus en Tethys en behoort tot de grote groep van Riviergoden die kort na het ontstaan van de Aarde ter wereld werden gebracht. Zijn rivier, die rijk is aan draaikolken, stoomde vanuit een warme en een koude bron in Lycië naar Troad, waar hij op de vlakte voor Troje samenkomt met de Simois, en daar uiteindelijk in zee stroomt. Vanwege het lauwe water wasten vele Trojaanse vrouwen hun kleding in de rivier van Scamander waarvoor op de oever speciale stenen bekkens waren gemaakt.

Kinderen

In Troad verwekt Scamander bij de Nimf Idaea 1 een zoon Teucer 2, die later koning werd over het gebied bij de monding van de rivier en zijn onderdanen Teucriërs noemde. Naast deze zoon verwekte Scamander bij Idaea 1 ook twee dochters die hij Callirhoe 3 en Strymo noemde. Volgens een andere schrijver was Scamander, in Lycië, ook de vader Sarpedon 3, die hij bij Laodamia 1, de dochter van Bellerophon verwekte, maar worden ook twee andere vaders genoemd in plaats van Scamander. De latere Trojanen vereerden Scamander als een God en stelden zelfs een priester voor hem aan die in hoog aanzien bij hen stond.

Trojaanse Oorlog

Tijdens de Trojaanse Oorlog, waarbij Scamander uiteraard op de hand van de Trojanen is, wordt er op zijn oevers fel gevochten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het tiende jaar van de strijd vooral de Grieken zijn die op zijn oevers sneuvelen, maar ook door toedoen van de Oorlogsgod Ares 1, nadat de Trojanen een bestand met de Grieken hadden geschonden. Enkele dagen later worden alle Goden, inclusief de Riviergoden, naar het paleis van Zeus op de Olympus geroepen. Daar deelt Zeus hen mede dat zij mogen deelnemen aan de strijd, al naar gelang hun voorkeur, omdat Achilles weer deelneemt aan de gevechten en de Trojanen anders geen kans hebben. Na de vergaring gaat Scamander, samen met Ares 1, Apollo, Artemis Leto en Aphrodite terug naar Troje om hun beschermelingen te steunen en bij te staan in de strijd tegen de Grieken.

Oproep aan Achilles

Tijdens de daaropvolgende strijd gaat Achilles als een razende tekeer en doodt de ene na de andere Trojaan, die hij vervolgens in het water van Scamander werpt. Scamander is woedend en bedenkt hoe hij een eind kan maken aan die dolleman om de Trojanen te behoeden voor een verdere ramp. Als Achilles weer iemand in zijn rivier werpt kan Scamander zich niet meer beheersen, en roept bulderend vanuit zijn water: ‘Achilles, je bent meer dan een sterveling, zowel door je kracht als door je daden, terwijl de Goden altijd op jouw hand zijn. Maar als Zeus werkelijk wil dat jij je walgelijke moordpartijen voortzet, dan vraag ik je om dat niet meer in mijn water te doen maar op de vlakte. Mijn water stinkt van de lijken en ze versperren mijn weg naar de zee, terwijl er geen eind lijkt te komen aan nieuwe. Stop ermee, Achilles, ik walg ervan.

Reactie van Achilles

Dan antwoordt de onverschrokken Achilles: ‘Goddelijke Scamander. Ik zal mij schikken naar uw wens, maar met het doden van Trojanen zal ik net zolang doorgaan totdat ik hen in de stad heb teruggejaagd en Hector tegemoet kan treden. Dan zullen we eens zien wie de sterkste is, hij of ik.’ Hierna stormt hij opnieuw als een bezetene op de Trojanen af. Woedend roept Scamander Apollo te hulp en zegt: ‘Gehoorzaam je zo aan het bevel van Zeus, Apollo? Vertelde hij je niet keer op keer om de Trojanen te beschermen totdat de avond zal vallen?’ En als Achilles even later in zijn water springt om nog meer Trojanen te doden, die in zijn beschermende water waren gevlucht, is Scamander het zat en stuurt enorme golven op de Griek af. Gelijktijdig wierp hij de drijvende lijken op de oever, en verborg de levenden in zijn golven zodat Achilles ze niet kon vinden.

Aanval op Achilles

Scamander, wordt aangevallen met vuur

Sissend en bruisend stormt Scamander vervolgens op Achilles af en beukt zijn schild. Die kan de enorme druk niet weerstaan en dreigt te verdrinken. Snel grijpt hij zich aan een iep op de oever vast maar komt die met wortel en al uit de grond. Angstig klimt Achilles snel op de oever het water uit en gaat aan land, in de hoop zo aan het woedende water te ontkomen. Maar Scamander is nog niet klaar met Achilles en wil voorgoed een einde maken aan zijn moorpartijen. Hij laat zijn waterpeil stijgen en gaat als een zwarte muur achter Achilles aan. Hoewel Achilles een uitstekende hardloper was werd hij door het woedende water ingehaald. Hij blijft af en toe stilstaan, maar dan beukt een kwade golf zijn rug waardoor hij gedwongen wordt om verder te strompelen. Luid jammerend roept Achilles uiteindelijk de hulp in van Zeus. Die stuurt Poseidon en Athena naar de rivier om Achilles te helpen. ‘Houdt moed, Achilles,’ zegt Poseidon, ‘we zullen je helpen.’ Bovendien steunt Athena Achilles door hem aan haar hand uit het inmiddels kniehoge water te leiden dat over de vlakte stroomde.

Steun van Siomois

Maar ook Scamander liet zich niet afschrikken en roept de hulp van zijn broer Simois 1 in. ‘Lieve broer, laten we met zijn tweeën die moordenaar de baas worden zodat hij Troje niet verwoest. De Trojanen houden de strijd niet lang meer vol. Kom mij vlug te hulp met al het water uit de bronnen en beken dat je bezit. Golf hoog op en ruk stenen en rotsblokken los. Laten wij samen die, zich een God wanende, Achilles aanpakken zodat zijn wapens spoedig met modder bedekt in het water zullen liggen. Ikzelf zal hem eerst met zand en daarna met kiezels en stenen bedekken zodat niemand hem ooit nog kan vinden en eren'. Zo sprak Scamander tegen zijn broer, en liet opnieuw zijn water opzwellen om, vol lijken en bloed, achter Achilles aan te gaan.

Hephaistus

Op dat moment verschijnt Hephaistus die een enorme vuurzee op Scamander afstuurt. Door de hitte verbranden alle lijken op de vlakte, en begint het water aan de randen te verdampen. Dan verplaatst Hephaistus het vuur naar de rivier zelf en gaat alle begroeiing op de oevers in vlammen op, terwijl de vissen spartelen in het kokende water. Klagend verheft Scamander zijn stem en zegt tegen Hephaistus: ‘Geen van de Goden is met jou te vergelijken Hephaistus. En ik wens het niet tegen je op te nemen, jij razende vlammenspuwer. Stop met tegen mij te strijden en laat Achilles de Trojanen maar naar de stad jagen. Wat gaat mij die oorlog ook aan.’ Maar Hephaistus laat zich niet vermurwen en blijft het water met vuur bestoken, waardoor dit borrelde en kookte als een pot water boven een vuur.

Overgave Scamander

Gemarteld door de hitte roept Scamander uiteindelijk Hera aan en zegt tegen haar: ‘Hera, wat bezielt die zoon van jou? Van alle Goden die de Trojanen helpen heb ik je toch wel het minst gehinderd. Heus, als jij dit wilt kom ik tot bedaren en zal zweren om de Trojanen nooit meer te helpen, of het Noodlot van hen af te keren. Zelfs niet als heel Troje in brand staat, aangestoken door de Grieken met hun fakkels.Hera, de waar ze maar kan de Grieken steunt, is tevreden met de belofte van Scamander en laat Hephaistus zijn vuur doven. Hierna trekt Scamander zich terug uit de strijd en laat het water terugkeren in zijn oorspronkelijke bedding. Conform zijn belofte bemoeide Scamander zich niet meer met de strijd en moet enkele maanden later bedroefd toezien hoe de Grieken uiteindelijk Troje weten te veroveren en de stad in brand steken.

Stamboom:

Oceanus Tethys Zeus Themis
Scamander Idaea 1
Teucer 2, Callirhoe 3, Strymo

Oceanus Tethys Bellerophon Philonoe
Scamander Laodamia 1 (Deidamia 2)
Sarpedon 3

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz