Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Telamon

Telamon en zijn broer Peleus zijn zoons van de godvrezende Aeacus en Endeis, die op het eiland Aegina werden geboren. De beide broers hebben nog een jongere halfbroer, Phocus 1, die Aeacus verwekte bij de Nereide Psamathe 1. Vanwege hun afstamming worden de broers ook wel aangeduid met Aeaciden. Volgens een enkele mythe was Telamon geen zoon van Aeacus maar van Actaeus 1 en Glauce 4, en is Peleus een goede vriend van hem. De broers werden geboren in de periode dat het eiland werd geplaagd door de pest en alle bewoners een voor een stierven. Dan bidt Aeacus tot Zeus om hulp en verandert de Opperrgod die nacht alle mieren op het eiland in mensen. Als Telamon de volgende ochtend wakker wordt en buiten al die mensen zie rent hij snel naar zijn vader en roept: ‘Vader! Kom buiten kijken! U raadt nooit wat u daar ziet!’ Zo werd de bevolking op Aegina door Zeus hersteld en groeide uit tot een machtige natie.

Bezoek van Minos 1

Telamon en Peleus worden door hun vader verbannen

Tijdens de jeugd van de broers komt koning Minos 1 naar het eiland om hun vader te vragen bondgenoot te worden in zijn strijd tegen Athene. Zodra Telamon de vloot van Minos 1 voor de kust ziet verschijnen gaat hij Minos 1 tegemoet om hem welkom te heten en brengt hem, zodra Minos 1 voet aan land zet, naar zijn vader. Vol bewondering kijkt Telamon daarbij naar de machtige koning en neemt zich voor om als hij groot is net zo sterk en machtig te worden. Maar Aeacus was meer gesteld op zijn bastaardzoon Phocus 1, die net zo knap als goed was, waardoor Telamon en Peleus bijzonder jaloers op hun halfbroer werden.

Dood van Phocus 1

Deze jaloersheid bereikte zijn hoogtepunt toen Phocus 1, tijdens sportwedstrijden, uitzonderlijk presteerde en elke wedstrijd won. Dan besluiten Telamon en Peleus een eind te maken aan het leven van Phocus 1 en loten onderling wie hem moet vermoorden. Het lot viel op Telamon die daarna een wedstrijd discuswerpen met Phocus 1 aanging en ‘per ongeluk’ de schijf tegen zijn hoofd wierp waardoor hij stierf. Samen met Peleus bracht Telamon daarop het lijk weg en verborgen dat in een bos. Maar de moord was niet onopgemerkt gebleven en beide broers werden door hun vader Aeacus van Aegina verbannen. Volgens andere mythen was het Peleus die Phocus 1 doodde en volgens weer andere mythen was de dood van hun halfbroer een ongeluk maar leidde het in alle gevallen tot verbanning.

Salamis

Bedroefd verlaten de broers het eiland en gaat Peleus naar Phthia terwijl Telamon naar het eiland Salamis ging. Daar komt hij bij de oude Cychreus, de zoon van Poseidon en Salamis 2, terecht die hem zijn dochter Glauce 4 als vrouw schenkt (en dus niet zijn moeder was). Omdat Cychreus geen zoons had om hem op te volgen schonk hij op zijn sterfbed Telamon bovendien het koningschap over het eiland. Zo werd Telamon koning over het eiland Salamis maar stierf korte tijd later ook zijn jonge vrouw Glauce 4. Tijdens deze periode gaf Telamon gehoor aan de oproep van koning Oeneus 1, uit Calydon, om hulp bij de vernietiging van een reusachtig Everzwijn 2 dat diens landerijen onveilig maakte. Telamon gaat naar het hof van Oeneus 1 en wordt daar negen dagen lang gastvrij onthaald.

Aeacus / Actaeus 1 Endeis / Glauce 4 Cychreus -
Telamon Glauce 4
-

Everzwijn 2 van Calydon

Maar op de tiende dag ontstaat er onenigheid tussen Cepheus 1 en Ancaeus 1 omdat Atalanta, een vrouw, ook wil deelnemen aan de jacht. De zoon van koning Oeneus 1, Meleager, damt de ruzie in en beslist uiteindelijk dat Atalanta ook mag meedoen. De jacht begint en doet Telamon, net als zijn broer Peleus, daar dapper aan mee. Maar in zijn haast om het dier dodelijk te treffen valt hij over een boomstronk en wordt overeind geholpen door zijn broer. Hierna moet Telamon lijdzaam toezien hoe Atalanta de eerste is die het monster weet de verwonden. Uiteindelijk is het Meleager die het monster de dodelijke steek weet toe te brengen waardoor het sterft, en wint Meleager hierdoor de hoofdprijs, de huid van het dier.

Argonauten

Enkele jaren later geeft Telamon ook gehoor aan de oproep van Iason, uit Iolcus. Deze zoon van Aeson roept dappere jongemannen uit heel het lnad op deel te nemen aan een avontuurlijke tocht naar Colchis om de Vacht van de Gouden Ram 1 te veroveren. Aan de oproep geven zo’n vijftig jongemannen gehoor, waaronder Heracles en Peleus, en vertrekt het schip de Argo uit de haven van Iolcus voor de tocht die ruim een jaar zou duren. Aan het begin van de tocht sluit Telamon een hechte vriendschap met Heracles en zitten de twee vaak naast elkaar op de roeibank om hun belevenissen met elkaar uit te wisselen. Kort na hun vertrek komen de Argonauten bij de vrouwen van Lemnos aan, die in het verleden hun mannen hadden gedood, waar ze enkele weken verblijven en regelmatig het bed met de vrouwen delen. Hier zou Telamon, volgens de schrijver Parthenius, bij een onbekende vrouw, een zoon verwekken met de naam Trambelus die later op het eiland Lesbos ging wonen.

Aeacus / Actaeus 1 Endeis / Glauce 4 - -
Telamon -
Trambelus

Troje

Heracles redt Hesione

Na het eiland Lemnos maken de Argonauten een tussenstop op de Trojaanse kust en gaan Telamon en Heracles samen langs het strand op zoek naar voedsel. Op een gegeven moment horen ze in de verte stemmen en gaan ze op het geluid af. Bij een rots in zee treffen ze koning Laomedon 1 aan die, op basis van een orakel, jammerend zijn dochter Hesione 2 aan de rots had vastgebonden om geofferd te worden aan een zeemonster 2. Heracles besluit om het meisje te redden en maakt met Laomedon 1 de afspraak dat hij als beloning Hesione 2 en zijn befaamde merries krijgt. Laomedon 1 stemt toe en duikt even later het monster uit zee op. Vol verbazing ziet Telamon hoe zijn vriend als een razende tekeer gaat met zijn boog en het zeemonster 2 met enkele giftige pijlen weet te doden. Maar Laomedon 1 weigert daarna om zijn dochter en de merries aan Heracles te schenken. Op dat moment staan de Argonauten echter op het punt om verder te varen, waardoor Heracles aan Laomedon 1 belooft dat hij later terug zal keren om zijn beloning, zonodig met geweld, op te eisen.

Dolionen

Hierna komen de Argonauten bij de Dolionen waar ze drie dagen gastvrij ontvangen worden door koning Cyzicus. Na vele geschenken vertrekken de avonturiers weer, nadat een gunstige wind was opgestoken. Maar ’s nacht begon er een harde tegenwind te waaien die hen terug sleurde naar de plek waar zij ’s morgens vertrokken waren zonder dat ze dit in de gaten hadden. Door de duisternis hebben ook de Dolionen niet in de gaten dat de Argonauten teruggekeerd zijn en dachten dat zij door Pelasgen werden overvallen. Er ontbrandt een felle strijd op leven en dood waarbij Telamon eindelijk zijn strijdlust kan botvieren. In de duisternis doodt hij zes mannen op rij met de namen: Nissaeus 2, Opheltes 3, Ares 2, Melanthus 2, Phoceus en Basileus. Ook de andere Argonauten doden vele Dolionen en bemerken hun tragische vergissing pas bij het gloren van de dag. Dan wordt de strijd onmiddellijk gestaakt en ontdekken dat ze velen van hun gastheren hebben gedood, waaronder ook koning Cyzicus. Met veel verontschuldigingen trekken de Argonauten enkele dagen later bedroefd verder en heerst er een bedrukte stemming aan boord van de Argo.

Verdwijning Heracles

Enkele dagen later dreigt het hele avontuur, door een groot meningsverschil, op een mislukking uit te lopen. Nadat Heracles en zijn jonge vriend Hylas van de aardbodem verdwenen lijken te zijn moeten de Argonauten beslissen of ze langer blijven wachten, of zonder het tweetal verder varen. Nadat er besloten is om te vertrekken zonder het tweetal, lucht Telamon woedend zijn hart en roept met luide stem: ‘Laten we nog even wachten, Iason. Ik spreek niet op verzoek van Heracles, maar zou voor elke kameraad hetzelfde doen. Er wachten ons nog wilde gebieden en barbaarse kusten die bevolkt worden door primitieve stammen, en hebben geen tweede Heracles.’ Huilend werpt Telamon daarna stof en aarde in zijn haren en gaat uiteindelijk jammerend op zijn roeibank zitten als hij merkt dat zijn woorden geen resultaat hebben. Hierna geeft Iason bevel om weer zee te kiezen en varen de mannen bedroefd verder naar hun doel.

Glaucus 7

Maar Telamon kan zijn woede niet verkroppen en zegt driftig tegen Iason: ‘Het kwam je wel goed uit hè om Heracles achter te laten. Ja, volgens mij heb je dit van tevoren bedacht om te verhinderen dat zijn naam jou straks in de schaduw zal stellen, wanneer we behouden thuiskomen. Maar wat heeft dit gepraat voor zin? Ik ga terug om hem te zoeken, zonder medewerking van jouw vrienden die dit sluwe plan ontworpen hebben!’ Hierna sprong Telamon op de stuurman Tiphys af om het roer om te gooien, terwijl zijn ogen vuur spuwen. Dan verschijnt plotseling de Zeegod Glaucus 7 in de zee, die de achtersteven vastgreep. Vanuit het water roept hij tegen de Argonauten: ‘Waarom willen jullie, in strijd met het bevel van Zeus, Heracles zoeken! Zijn bestemming is om zijn resterende Werken in Argos te volvoeren voor koning Eurystheus, en niet om verder met jullie mee te gaan! Laat niemand hem dus missen.’ Hierna dook de Glaucus 7 weer onder water. Onmiddellijk daarna gaat Telamon op Iason af en zegt: ‘Wees niet boos op mij, Iason. Door diep verdriet sprak ik die onvriendelijke woorden tegen jou. Laten we alles vergeten en weer op goede voet met elkaar verder gaan!’ Ook Iason was bereid om vrede te sluiten en keerde de rust terug op het schip.

Colchis

Na nog enkele avonturen te hebben beleefd arriveren de Argonauten uiteindelijk in Colchis bij koning Aeetes, die de Gouden Vacht in zijn bezit had. Iason besluit om eerst met een paar mannen naar de koning toe te gaan om hem met vriendelijke woorden te bewegen de Vacht af te staan. Nadat ze het schip in een baai hebben verborgen gaat Iason op weg en gaat ook Telamon met hem mee. De koning lijkt in eerste instantie bereid om de Vacht af te staan maar eist van Iason dat hij, en zijn Argonauten, hem eerst steunen in een burgeroorlog tegen zijn broer Perses 2. Iason is niet blij met het verzoek maar besluit uiteindelijk toch gehoor te geven aan het ‘verzoek’ van Aeetes waarna hij met Telamon terugkeert naar het schip om de mannen op de hoogte te brengen van wat er te gebeuren stond. De volgende dag breekt er een bloedige strijd uit met de opstandelingen waarbij Telamon zich weer heerlijk kon uitleven en vele tegenstanders naar de Onderwereld hielp. Aan het eind van de dag zijn de opstandelingen, mede door de hulp van de Argonauten, verslagen en zit Telamon die avond met Iason weer aan tafel bij Aeetes om de overwinning te vieren.

Krachtproef

Iason voert de krachtproef met de stieren uit

Dan blijkt hoe onbetrouwbaar Aeetes is want hij eist van Iason een krachtproef voordat hij bereid is om de Gouden Vacht aan hem te schenken. Iason moet de volgende dag twee vuurspuwende stieren voor een ploeg zien te spannen, en daarna de grond inzaaien met Drakentanden die Aeetes van Athena had gekregen. Vervolgens moet hij de oogst die uit dit zaad groeide ‘binnenhalen’. Zodra Telamon dit hoort vlamt zijn avontuurlijke hart op en biedt Iason aan om de proef voor hem uit te voeren. Maar Iason besluit, geholpen door Hera en Athena, om de proef zelf uit te voeren. Hij vraagt de volgende ochtend Telamon wel om de Drakentanden bij Aeetes op te halen zodat hij aan zijn proef kan beginnen. Zodra ze bij het paleis aankomen, geeft Aeetes de Drakentanden en gaat Telamon hiermee naar de vlakte waar de proef uitgevoerd gaat worden en geeft ze aan Iason.

Thuisreis

Geholpen door de tovenares Medea 1, de dochter van Aeetes, weet Iason de proef met succes uit te voeren maar moeten ze daarna snel vluchten als Aeetes plannen beraamt om de Argonauten te doden. Dan vluchten de avonturiers in het geheim nadat Iason de Gouden Vacht, wederom met hulp van Medea 1, uit het heilige woud van Ares 1 had gestolen. Ook Medea 1 gaat met de Argonauten mee en varen ze bij het eerste licht van de dag weg. Koning Aeetes laat daarop zijn zoon Apsyrtus met enkele schepen de achtervolging inzetten, en volgen er vele avonturen waarbij de Argonauten uiteindelijk weten te ontsnappen. Maar dan volgt er een lange omzwerving, via allerlei omwegen, voordat de Argonauten uiteindelijk weer heelhuids in Iolcus arriveren waardoor de tocht ruim een jaar duurde. Daar weet Medea 1 te bewerkstelligen dat de dochters van koning Pelias 1 hun vader doden die aan Iason opdracht voor de tocht had gegeven. Tijdens de begrafenisspelen die door Acastus, de zoon van Pelias 1 en mede Argonaut, werden georganiseerd, doet Telamon mee aan de wedstrijd discuswerpen en weet die winnend af te sluiten.

Amazonen

Eenmaal weer thuis in Salamis trouw Telamon met Periboea 5, de dochter van Alcathous 3, uit Elis. Maar kort daarna treft Telamon zijn vriend Heracles weer, die nog steeds bezig is om Werken in opdracht van koning Eurystheus uit te voeren. Ditmaal moet hij de gordel van de Amazone Hippolyte 1 ophalen, en wil op de terugweg in Troje langsgaan bij koning Laomedon 1 om hem te straffen voor diens weigering om Hesione 2 en zijn merries af te staan. Telamon, net als zijn broer Peleus, aarzelt geen moment en gaat met zijn vriend mee, die een groot leger leidde. Bij de Amazonen aangekomen probeert Heracles eerst met vriendelijke woorden de gordel in zijn bezit te krijgen. Maar door toedoen van Hera ontstaat er een woeste strijd met de krijgszuchtige vrouwen. Opnieuw bewijst Telamon, die nooit verzadigd raakte van een goed gevecht, zijn waarde en weet, volgens de schrijver Hesiodus, Melanippe 1 te doden, de zus van Hippolyte 1. Hierna zet Heracles koers naar Troje.

Verovering van Troje

Ze komen ’s nachts aan waarna Telamon en Peleus de mannen landinwaarts leiden, terwijl Castor en Polydeuces bij het schip achterblijven. Zodra koning Laomedon 1 ontdekt dat de Grieken op zijn kust zijn geland, valt hij het schip aan maar gaat Heracles met de grootste groep mannen, via een omweg, naar Troje en belegert de stad. Toen Laomedon 1 dit hoorde keert hij om en valt Heracles aan. De held heeft echter geen enkel medelijden met de koning en slacht hem, samen met al zijn andere mannen, ruw af. Intussen had Telamon Troje veroverd en de stad geplunderd. Als Heracles ook in Troje aankomt, en ziet dat Telamon de stad heeft veroverd, gaat hij jaloers en woedend naar hem op zoek, met het zwaard in de hand. Als Telamon hem ziet aankomen, pakt hij snel een aantal stenen op en doet net of hij een altaar voor Heracles wil oprichten. Dan verdwijnt de woede van Heracles als sneeuw voor de zon en prijst hij Telamon voor zijn moed. Vervolgens geeft hij Hesione 2 als slavin aan Telamon, omdat hij zelf geen interesse meer voor haar had, en bidt tot Zeus dat Telamon een mannelijke nakomeling mag verwekken.

Hesione 2 en Periboea 5

Zo keert Telamon met Hesione 2 terug naar Griekenland waar hij zijn vrouw Hesione 2 zwanger maakt. Negen maanden later schenkt ze het leven aan een zoon. Telamon noemt hem Ajax 1, omdat er een Adelaar was verschenen toen Heracles tot Zeus had gebeden voor een zoon. Maar Telamon deelt ook het bed met zijn slavin Hesione 2, die hij uit Troje had meegenomen naar Salamis, en raakt ook zij enkele jaren later zwanger en baart de bastaardzoon Teucer 1. Hoewel een bastaard neemt Telamon de jongen in zijn huishouden op en brengt hem groot alsof het een officiële zoon van hem is. Zo groeien de jongens samen op in het huis van Telamon en werden dikke vrienden van elkaar.

Aeacus / Actaeus 1 Endeis / Glauce 4 Alcathous 3 / Cychreus -
Telamon Periboea 5 / Glauce 4
Ajax 1

Aeacus / Actaeus 1 Endeis / Glauce 4 Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1
Telamon Hesione 2
Teucer 1

Gezant uit Troje

Hierna is het met de avonturen van Telamon gedaan en wordt hij een oude man, terwijl de jaren verstrijken. Dan krijgt hij op een dag bezoek van de Trojaan Antenor 1, die namens koning Priamus over de teruggave van Hesione 2 komt onderhandelen. Maar Telamon, die vond dat hij niets verkeerds had gedaan, weigert om zijn slavin terug te geven en gaf bevel aan Antenor 1 om uit zijn land te vertrekken. Enkele jaren later breekt de Trojaanse Oorlog uit en gaan Ajax 1 en Teucer 1 met de Grieken mee naar Troje om de stad voor de tweede keer te vernietigen. Telamon is intussen te oud geworden voor de strijd maar geeft zijn zoons opdracht om zich eervol en moedig te gedragen in de strijd. Vele jaren later keert Teucer 1 terug naar huis uit de strijd, maar stuurt de stokoude Telamon hem als banneling weg omdat Teucer 1 de smadelijke dood van zijn broer Ajax 1 niet voorkomen had in het laatste jaar van de Oorlog. Hierna wordt er nooit meer iets van Telamon vernomen.

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz