Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Telemachus

Zoektocht

Odysseus ploegt het strand

Telemachus is de zoon van Odysseus en zijn vrouw Penelope 1 die op het eiland Ithaca werd geboren. Kort na zijn geboorte kwamen Agamemnon en Menelaus naar Odysseus om hem te vragen deel te nemen aan een oorlog tegen Troje, die ze willen voeren om de schaking van Helena te wreken. Kort daarvoor was Odysseus echter door een orakel gewaarschuwd dat wanneer hij naar Troje zou gaan, hij alleen en in armoede pas na twintig jaar terug zou keren. Dus toen hij hoorde dat de afgezanten naar hem toe zouden komen, zette hij een muts op, deed of hij gestoord was, en spande een paard en een os voor de ploeg. Palamedes, die met Agamemnon was meegekomen, voelde dat Odysseus huichelde toen hij dit zag, nam de kleine Telemachus uit zijn kribbe, en lag hem voor de ploeg met de woorden: ‘Geef je voorstelling op en voeg je bij de bondgenoten.’ Toen kon Odysseus niets anders dan beloven om deel te nemen aan de oorlog, en vertrok enige tijd later naar de haven van Aulis.

Jeugd van Telemachus

Ze groeit Telemachus zonder vader op onder de hoede van zijn moeder terwijl de jaren verstrijken en Odysseus maar niet terugkeert. Vanwege het rijke bezit van Odysseus, en de nog steeds beeldschone Penelope 1, komen er na zo’n vijftien jaar vele vrijers naar het paleis van Odysseus om zijn vrouw het hof te maken. Ze denken dat Odysseus gestorven is tijdens zijn terugreis vanuit Troje, en vinden dat Penelope 1 uit één van hen een nieuwe echtgenoot moet kiezen. Penelope 1 is echter trouw aan haar echtgenoot, en wijst alle aanzoeken van de hand. Maar de vrijers houden vol en bevolken met grote aantallen het huis van Odysseus waar ze grote feestmaaltijden houden, ten koste van de kuddes van Odysseus. Onder dwang van de vrijers besluit Penelope 1 uiteindelijk een keuze te maken, maar stelt dat ze eerst het lijkkleed voor haar oude schoonvader, Laertes af wil hebben voordat ze haar keuze bekend maakt.

Aankomst Mentes 2

Maar terwijl ze overdag ijverig aan het kleed weefde, haalde ze ’s avonds weer uit wat ze die dag gemaakt had en blijft zo jaren met het kleed bezig. Na ruim drie jaar ontdekken de vrijers welke list Penelope 1 toepaste, en eisen nu daadwerkelijk dat ze haar keuze bekend maakt. Want er waren twintig jaar verlopen na het vertrek van Odysseus, en geen weldenkend mens kont toch verwachten dat hij nog in leven was. Tussen deze feestvierende vrijers groeide Telemachus op tot een jongeman van twintig jaar die met lede ogen moet toezien hoe ze zijn erfgoed verbrassen en zijn onwillige moeder lastigvallen. Dit zou allemaal veranderen toen hij op een dag, in een mismoedige bui, tussen de vrijers aan tafel zat en aan de poort van het paleis een vreemdeling zag staan. Verontwaardigd dat de bedienden hem zo lang lieten wachten gaat Telemachus op de vreemdeling af en nodigt hem uit om binnen te komen, en deel te nemen aan een maaltijd die de vrijers weer eens hebben georganiseerd.

Vragen aan de gast

Zodra de vreemdeling is uitgegeten buigt Telemachus zich naar hem toe en zegt zachtjes: 'Beste gast, neem me niet kwalijk wat ik je ga vertellen. Die vrijers hier amuseren zich met citerspel en gezang, en eten straffeloos de bezittingen van mijn vader op. Zijn bleke botten liggen waarschijnlijk te rotten in de regen op het land, of in de golven van de zee. Als hij toch eens mocht terugkeren dan zouden ze wel anders piepen. Maar hij is kennelijk een droevige dood gestorven, en rest er voor ons geen troost! Maar vertel me, wie bent u, en waar komt u vandaan, en waarom kwam u naar Ithaca? Vertel me ook of u mijn vader Odysseus gekend hebt, want velen kwamen vroeger naar zijn huis terwijl hij ook vele mensen bezocht!

Voorspelling van Mentes 2

Dan zegt de vreemdeling, die in werkelijkheid de godin Athena is en zich voor de gelegenheid in de gedaante van Mentes 2 had veranderd: 'Dat zal ik je zeggen, jongen. Ik ben Mentes 2, de zoon van Anchialus 1, en heers over de Taphiërs. Ik ben op handelsreis en mijn schip ligt in de haven van Rheiton. Ik ben hiernaartoe gekomen omdat ik hoorde dat Odysseus weer in het land was, die ik vroeger eens als gast in mijn huis heb ontvangen. Maar kennelijk hinderen de Goden hem op zijn tocht naar huis, want niemand wist me te vertellen waar hij is. Maar ik zal je een voorspelling doen. Het zal niet lang meer duren of hij keert weer gezond en wel terug naar huis, want hij is listig en weet zich uit veel wespennesten te redden. Maar vertel jij me nu ook naar waarheid, ben je werkelijk de zoon van Odysseus, want je lijkt inderdaad sprekend op hem.’ Nieuwsgierig vraagt Telemachus Mentes 2 honderduit over zijn vader, en uit tevens zijn ongenoegen over het gedrag van de vrijers.

Advies van Mentes 2

Telemachus smeekt de Goden

Uiteindelijk zegt Mentes 2/Athena tegen hem: 'Wat een ellende dat Odysseus er niet is, want hij zou die vrijers wel eens aanpakken. Maar of hij terug zal keren ligt besloten in de schoot der Goden. Maar jou spoor ik aan om te bedenken hoe je die vrijers uit je huis kunt verjagen. Roep ze morgen bijeen en vertel ze, in navolging van het besluit van je moeder, dat ze naar huis moeten gaan om bruidsgeschenken voor Penelope 1 op te halen zodat haar vader een huwelijk kan regelen. Trek er zelf ook op uit met een schip, en probeer informatie in te winnen over je vader. Ga eerst naar Pylos, waar de edele Nestor woont, en daarna naar Sparta om Menelaus te vragen. Als je van hen bericht krijgt over zijn dood, keer dan terug naar huis en richt een grafteken voor je vader op. Als ze geen bericht over zijn dood hebben, keer ook dan terug en overweeg ernstig hoe je de vrijers uit je huis kunt verjagen, want je bent de stoere zoon van Odysseus en geen doetje. Maar nu ga ik terug naar mijn schip en ga verder met mijn reis. Neem mijn woorden ter harte en denk aan mijn adviezen.’ Zo neemt Mentes 2 afscheid en vloog weg in de gedaante van een vogel. Vol verbazing besefte Telemachus dat hij met een Goddelijk persoon had gesproken, en stroomde er moed en durf in zijn lichaam.

Redevoering van Telemachus

De volgende ochtend geeft Telemachus zijn herauten opdracht om de vrijers bijeen te roepen zodat hij hen kan toespreken. Toen iedereen aanwezig was ging Telemachus in hun midden staan met de scepter van zijn vader in handen, en begon met zijn toespraak terwijl Athena hem met gezag vervulde. 'Ik heb jullie bijeen geroepen omdat ik hevig wordt gekweld door dromen over de nood van ons huis. Ik verloor ten eerste mijn vader, die hier ooit koning was en over jullie regeerde, maar jullie verslinden ook nog eens mijn erfdeel door hier elke dag een groot feestmaal aan te richten, waardoor mijn veestapel steeds kleiner wordt. Daarnaast vallen jullie mijn moeder lastig en nemen niet eens de moeite om naar het huis van haar vader, Icarius 1, te gaan om hem te vragen een huwelijk voor zijn dochter te regelen. Hier moet een eind aan komen. Ik verzoek jullie om mij een schip ter beschikking te stellen, zodat ik op zoek kan gaan naar informatie over mijn vader om zekerheid te krijgen of hij nog leeft. In de tussentijd moeten jullie thuis bruidsgeschenken ophalen zodat mijn moeder, nadat ik ben teruggekeerd met een eventueel negatief bericht, een keuze kan maken met wie zij in het huwelijk wil stappen. Maar mocht mijn vader nog in leven zijn dan zal ik Zeus smeken om jullie te straffen!’ En terwijl hij die laatste woorden uitsprak stuurde Zeus een voorteken door twee Adelaars over het huis te laten vliegen.

Steun van Mentor 4

Hierna volgt een verhitte discussie met de vrijers, die voornamelijk wordt gevoerd door de vrijer Antinous 1 en Penelope 1, die haar nog eens beschuldigden vanwege haar bedrog met het lijkkleed voor haar schoonvader. Als ze eerder had toegestemd zouden de vrijers al verdwenen zijn en zou er niets meer aan de hand zijn geweest. Nadat ook Mentor 4, een oude vriend van Odysseus, en enkele anderen nog het woord hebben gevoerd besluiten de vrijers de reis met het schip voor te bereiden, maar zijn dat in gedachten niet echt van plan en willen voorkomen dat Telemachus Ithaca kan verlaten. Hierna verlaat Telemachus de vergadering en richt aan het strand een smekend gebed tot Athena om hulp. Onmiddellijk komt de Godin naar hem toe, in de gedaante van Mentor 4, en spreekt de radeloze Telemachus bemoedigend toe. 'Wanhoop niet jongen, want ik zal je helpen. Zet die valse beloften van de vrijers uit je hoofd want ik zal je een schip bezorgen. Maak proviand klaar en kom vanavond hier naar deze plek aan de kust waar het schip, met bemanning, klaar zal liggen. Als goede vriend van je vader zal ik bovendien met je meegaan.’ Verheugd over deze woorden keert Telemachus terug naar het paleis om zich voor te bereiden op de reis.

Euryclia

Daar heeft Telemachus nog een korte woordenwisseling met Antinous 1, die probeert hem van zijn voorgenomen reis af te brengen, en aan tafel te komen zitten bij de andere vrijers. Maar Telemachus weigert botweg en gaat naar zijn oude min, Euryclia, die voor hem de nodige spullen in moet pakken. Als zij begint te jammeren over de reis zegt Telemachus tegen Euryclia: 'Vat moed, moedertje. Dit plan staat onder de zegen van een Godheid, maar zweer me dit niet aan mijn moeder te vertellen, voordat er zo'n dag of elf, twaalf verstreken zijn. Maar als ze het eerder ontdekt vertel haar dan dat ik op zoek ben naar informatie over Odysseus.’ Vervolgens laat hij haar een eed afleggen om aan zijn opdracht gehoor te geven waarna het oude vrouwtje zijn spullen inpakt en Telemachus terugkeerde naar de vrijers, waar hij in hun gezelschap verbleef tot de avond inviel. Dan gaat hij heimelijk op weg naar de kust waar Mentor 4/Athena hem opwachtte en ze richting Pylos zeilen om informatie in te winnen bij de oude Nestor.

Aankomst in Pylos

Ontvangst bij Nestor

Daar aangekomen spreekt Mentor 4/Athena Telemachus bemoedigend toe en gaat hij alleen op weg naar het paleis van de oude koning. Die is op dat moment druk bezig met zijn zoons om een maaltijd te bereiden. Zodra Pisistratus, een zoon van Nestor, de vreemdeling ziet aankomen, nodigt hij hem uit in het huis om deel te nemen aan de maaltijd. Als Telemachus is uitgegeten vraagt Nestor wat zijn naam is en met welk doel hij naar Pylos was gekomen. Dan vertelt Telemachus zijn afkomst en met welk doel hij naar Nestor was gekomen, en hoopt dat de oude man enige informatie over zijn verdwenen vader kan verstrekken. Door de naam van Odysseus komen bij Nestor alle verschrikkingen van de Trojaanse Oorlog weer boven en houdt een lang verhaal over wat daar allemaal gebeurd was, en hoe velen van de Grieken nooit meer thuis zijn gekomen. Maar aan het eind van zijn verhaal is Telemachus niets wijzer over zijn vader, want ook Nestor weet niet waar hij gebleven is of wellicht gestorven was. Als Telemachus daarna aanstalten maakt om terug te keren naar zijn schip, weigert Nestor hem te laten gaan voordat ze nog enkele glazen wijn gedronken hebben en hij de nacht in zijn huis heeft doorgebracht. Nestor belooft hewm bovendien een paard en wagen te lenen zodat hij over land door kan reizen naar Sparta om daar aan Menelaus te vragen of hij wellicht iets over de verblijfplaats van Odysseus weet.

Gastvrij onthaal

Zo brengt Telemachus nog een avond in het gezelschap van de gastvrije Nestor en zijn zoons door, terwijl de oude man maar blijft vertellen over de gebeurtenissen tijdens de Trojaanse Oorlog. De gastvrijheid van Nestor gaat zelfs zover dat hij zijn jongste dochter Polycaste die nacht het bed laat delen met Telemachus. Dit bleef niet zonder gevolgen voor het meisje, want ze baart negen maanden later een dochter Persepolis die haar vader echter nooit zou leren kennen. De volgende ochtend neemt Nestor afscheid van Telemachus, maar niet voordat hij en zijn zoons een uitgebreid offer hebben gebracht aan Athena om een voorspoedige reis voor Telemachus af te smeken. Hierna laat Nestor een wagen inspannen en stuurt zijn zoon Pisistratus met Telemachus mee om hem naar Menelaus in Sparta te brengen. Halverwege de reis brengen ze de nacht door bij Diocles 1, in Pherae, waar ze vele gastgeschenken uitwisselden.

Ontvangst bij Menelaus

In Sparta treffen de twee jongemannen Menelaus aan terwijl hij de bruiloft van zijn jongste dochter aan het vieren is, en hen direct gastvrij uitnodigt om aan het feest deel te nemen. Nadat ze van een bad genoten hadden en aanschoven aan tafel, heet Menelaus Telemachus en Pisistratus welkom en vraagt naar hun afstamming en doel van het bezoek. Dan komt ook Helena, de vrouw van Menelaus, aanlopen die onmiddellijk de gelijkenis van Telemachus met Odysseus ontdekt en vraagt wie ze zijn. Als Telemachus hierdoor vol tranen schiet antwoordt Pisistratus op haar vraag wie ze zijn, en met welk doel Telemachus naar Menelaus gekomen is. Dan beklaagt Menelaus het lot van Odysseus, met wie hij in Troje zoveel avonturen heeft beleefd, en barst iedereen in tranen uit over zijn verdwijning en ongeluk. Uiteindelijk beslist Menelaus dat er die dag genoeg tranen zijn gevloeid, en stelt voor om de volgende dag uitgebreid met Telemachus over Odysseus te praten, maar tot die tijd te genieten van het bruiloftsfeest en daarna van een goede nachtrust te genieten.

Waarschuwing Athena

Die nacht gaat Athena naar de slapende Telemachus en zegt hem in een droom om niet langer naar zijn vader te zoeken, maar zo snel mogelijk naar huis terug te keren. Want de vader van Penelope 1 en haar broers dringen er bij Penelope 1 op aan dat ze moet trouwen met de vrijer Eurymachus 1. Ze zegt hem een vrijgeleide aan Menelaus te vragen en waarschuwt Telemachus voor de vrijers, die in een hinderlaag op zee op zijn terugkeer liggen te wachten met de bedoeling hem te doden. Om die val te vermijden moet Telemachus de eilanden vermijden en ’s nachts zo dicht mogelijk langs de kust varen. Eenmaal bij Ithaca aangekomen moet hij zijn schip naar de haven sturen, maar zelf in het geheim naar de oude zwijnenhoeder van zijn vader, Eumaeus 1, gaan om daar de nacht door te brengen. Die moet ook bericht naar Penelope 1 brengen dat haar zoon veilig is teruggekeerd op Ithaca. Hierna vertrok Athena en werd Telemachus wakker. Onmiddellijk wekt hij ook Pisistratus en vertelde hem het rijtuig klaar te maken omdat hij zo snel mogelijk wilde vertrekken. Deze stelde echter voor om te wachten tot het licht was om de gastvrijheid van Menelaus geen geweld aan te doen.

Vertrek uit Sparta

De volgende ochtend is Telemachus echter niet meer te houden, en vraagt aan Menelaus een vrijgeleide omdat hij direct wil vertrekken. Uiteraard wil Menelaus hem niet belemmeren om zo snel mogelijk naar huis terug te keren, maar wil Telemachus niet laten gaan voordat hij hem enkele gastgeschenken heeft gegeven. Samen met Helena daalt Menelaus af in zijn schatkamer waaruit het tweetal enkele kostbare voorwerpen meeneemt om aan hun geëerde gast te schenken. Als Telemachus dan uiteindelijk op het punt van vertrekken staat zegt Helena tegen hem: 'De Goden gaven mij vannacht een aanwijzing over je vader. Hij zal, na veel ontberingen en omzwervingen terugkeren naar huis en zich wreken. En misschien is hij al thuis en broedt op kwaad voor de vrijers.’ Dankbaar voor haar woorden zegt Telemachus: 'Mocht Zeus uw woorden op waarheid laten berusten, dan zal ik u op Ithaca ook als een Godin vereren.’ Hierna neemt hij innig afscheid van Helena en Menelaus en gaat op weg naar Nestor waar zijn schip in de haven lag.

Theoclymenus 2

Na een lange rit logeerde het tweetal die nacht wederom bij Diocles 1 en vertrokken de volgende ochtend in alle vroegte naar Pylos. In zijn haast wil Telemachus direct met zijn schip vertrekken maar waarschuwt Pisistratus hem om Nestor niet voor het hoofd te stoten door geen afscheid te nemen. Dus wacht Telemachus aan boord van zijn schip op de komst van Nestor die door Pisistratus was gewaarschuwd, en brengt hij in de tussentijd een offer aan Athena op het achterdek van zijn schip. Terwijl hij hiermee bezig is komt een vreemdeling naar hem toe die vraagt of hij mee mag varen op het schip van Telemachus. Het is de ziener Theoclymenus 2, die verbannen is uit zijn vaderland omdat hij een familielid had gedood. Nadat ze elkaars geschiedenissen hebben uitgewisseld zegt Telemachus tegen Theoclymenus 2 dat hij mee mag varen naar Ithaca, waar hij zeker gastvrij ontvangen zal worden en een nieuw bestaan kan opbouwen. Even later arriveert Nestor om afscheid te nemen en kan Telemachus eindelijk aan zijn reis naar huis beginnen.

Een samenzwering

Ontvangst bij Eumaeus 1

Ontvangst bij Eumaeus

Op Ithaca aangekomen volgt Telemachus het advies van Athena op, en stuurt Theoclymenus 2 en de bemanning met het schip naar de haven, terwijl hij zelf naar het hutje van de zwijnenhoeder Eumaeus 1 gaat. Zodra Telemachus het hutje nadert, en de zwijnenhoeder hem herkent, lopen de tranen van emotie uit de ogen van Eumaeus 1 en zegt: 'Telemachus, mijn jongen, je bent teruggekomen! Ik dacht, dat ik je nooit meer zou zien, toen je op weg ging naar Pylos. Vooruit, kom binnen, zodat ik je goed kan bekijken nu je weer thuis bent. Je komt immers niet vaak naar je bezit kijken en blijft maar in de stad, alsof je er plezier in schept die afzichtelijke troep vrijers te zien’. Glimlachend antwoordde Telemachus: 'Ik schuif graag bij je aan, vadertje! Want ik ben hierheen gekomen om te vragen of mijn moeder nog thuis woont en nog niet getrouwd is met één van die vrijers?’ Terwijl Eumaeus 1 hem de hut in geleid zegt hij tegen Telemachus dat zijn moeder nog steeds ongetrouwd is, maar vele tranen stort van verdriet over het wegblijven van Odysseus.

Een vreemdeling

Zodra de twee de hut inkomen staat een arme zwerver op om de enige zitplaats aan Telemachus te geven, maar houdt die hem tegen en zegt: 'Blijf zitten, vriend, ik ga wel ergens anders zitten!’ Daarop spreidt Eumaeus 1 een laag groene twijgen uit op de grond, met daarover een schapenvacht, en gaat Telemachus zitten. Vervolgens geeft de zwijnenhoeder zijn gasten een maaltijd, die nog over was van de dag ervoor, en deden ze zich zwijgend tegoed aan het voedsel. Zodra ze uitgegeten zijn vraagt Telemachus aan Eumaeus 1: 'Vadertje, wie is toch die vreemdeling in je hut, en waar komt hij vandaan?’ 'Dat zal ik je vertellen, mijn jongen.’ zegt Eumaeus 1, 'Hij komt van Kreta, en is na veel omzwervingen hier in mijn hut aangekomen nadat hij van een slavenschip is ontsnapt. Ik draag hem aan jou over en doe met hem wat je het beste uitkomt, want hij noemt zich een smekeling.’ Dan zegt Telemachus: 'Denk toch na Eumaeus 1, met al die vrijers in het huis die mijn moeder lastigvallen kan ik hem toch niet ontvangen. Want de vrijers gaan hem vast en zeker sarren en dat wil ik niet. Maar in plaats daarvan zal ik hem mooie kleding, een zwaard, en een paar goede sandalen geven. Daarna zal ik hem brengen naar elke plek die hij maar wil. Maar houdt hem voorlopig hier in je hut, dan stuur ik de spullen hierheen met het nodige voedsel.'

Boodschap voor Penelope 1

Als de vreemdeling vervolgens zijn verontwaardiging uitspreekt over het gedrag van de vrijers, en vraagt of Telemachus geen steun van andere familieleden of het volk heeft om hen te verdrijven zegt hij: 'Helaas heb ik geen broers, ben niet uit de gratie van het volk, en zijn mijn beide grootvaders oude mannen. Daarom zijn er zo veel van die vrijers in mijn huis, die allemaal naar de hand van mijn moeder dingen en ons bezit erdoor jagen. Maar hoe dit allemaal af gaat lopen ligt in de schoot van de Goden verborgen.’ Vervolgens zegt hij tegen Eumaeus 1: 'Maar vadertje, ga jij nu naar Penelope 1 om haar te vertellen dat ik heelhuids ben teruggekeerd, en voorkom dat de vrijers dit ook te weten komen. Ik blijf hier wachten totdat je terug bent, want ze hebben het op mijn leven gemunt.’ Daarop vertrekt de oude zwijnenhoeder om de boodschap over te brengen en blijft Telemachus samen met de vreemdeling in de hut achter. Die gaat vervolgens zwijgend naar buiten om Eumaeus 1 uitgeleide te doen maar komt even later weer binnen en heeft dan een totaal ander uiterlijk. Buiten de hut had de Godin Athena de vreemdeling, die in werkelijkheid de teruggekeerde Odysseus was, weer zijn eigen gedaante gegeven met mooie kleding en een goddelijke uitstraling.

Hereniging

Verbaasd kijkt Telemachus naar zijn verschijning en zegt: 'Je ziet er totaal anders uit dan daarnet vriend! Je kleding en je huid zijn veranderd. Ben je soms een van de Goden?’ Daarop zegt de vreemdeling: 'Ik ben zeker geen God, maar je vader om wie jij zoveel verdriet hebt geleden.’ Dan omhelst Odysseus zijn zoon en druipen de tranen uit zijn ogen die hij al die tijd had moeten inhouden. Maar Telemachus durfde nog niet te geloven dat zijn vader was teruggekeerd en zegt: 'Nee, je kunt mijn vader niet zijn. Want geen sterveling heeft het vermogen om zo van gedaante te veranderen, zonder hulp van de Goden.’ Lachend antwoordde Odysseus: 'Nee, ik ben het werkelijk. Na veel omzwervingen ben in na twintig jaar weer terug in mijn vaderland. Dankzij de hulp van Athena sta ik hier weer voor je en zij is ook degene die mijn uiterlijk veranderd heeft.’ Dan is Telemachus overtuigd en vallen de twee elkaar in de armen.

Plannen worden gesmeed

Zo worden vader en zoon herenigd, en moeten jammeren en lachen tegelijk als ze elkaar telkens weer omarmen. Tussendoor vertelde Odysseus alle gebeurtenissen die hem waren overkomen sinds zijn vertrekt van Ithaca, en Telemachus op zijn beurt alles over de vrijers en wat die allemaal hadden uitgespookt tijdens de afwezigheid van Odysseus. Vervolgens maakt Odysseus zijn plan bekend hoe hij de vrijers wil straffen maar is Telemachus bang, vanwege de grote overmacht van de vrijers, dat ze te weinig hulp hebben. Dan zegt Odysseus tegen zijn zoon dat ze hulp van Zeus en Athena zullen krijgen, en vervolmaken heel de nacht hun plannen totdat de dageraad aanbreekt. Op dat moment zegt Odysseus tegen Telemachus: 'Ga jij nu naar huis en meng je onder de vrijers. Later zal de zwijnenhoeder mij naar de stad brengen, vermomd als oude bedelaar. Als de vrijers mij niet accepteren moet je dat maar slikken, ook al krijg ik het zwaar te verduren. Maar knoop goed in je oren dat zodra ik je het teken geef, je alle wapens in het huis moet verzamelen en achter slot en grendel opbergen in de bovenkamer. Alleen voor ons moet je twee zwaarden met schilden en lansen achterlaten die we snel kunnen grijpen. En vertel ook aan niemand, vooral niet aan Penelope 1, dat ik ben teruggekeerd.

Terugkeer Eumaeus 1

Dan keert Eumaeus 1 terug uit de stad, terwijl Athena Odysseus weer in de gedaante van een oude man had veranderd, en meldt de zwijnenhoeder aan Telemachus dat de vrijers zeer teleurgesteld waren dat zijn schip weer in de haven lag. Na deze woorden knipoogde Telemachus stiekem naar zijn vader en brachten gedrieën nog een dag en een nacht door in de hut, terwijl Eumaeus 1 alles over de vrijers vertelde. De volgende ochtend zegt Telemachus tegen Eumaeus 1: 'Oudje, ik ga nu naar de stad, zodat mijn moeder mij kan zien. Jij moet vanmiddag de vreemdeling naar de stad brengen zodat hij daar zijn kostje bijeen kan bedelen. Zelf heb ik al zorgen genoeg. Als de vreemdeling dat niet kan verkroppen, is dat jammer voor hem, maar ik houd ervan te om te zeggen waar het op staat’. Dan zegt Odysseus: 'Beste jongeman, ik wil zelf ook niet hier blijven. Ga gerust naar je moeder, want een bedelaar kan zijn kostje beter in de stad regelen dan hier op het platteland.’ Na deze woorden verlaat Telemachus, ondanks de protesten van Eumaeus 1, de hut en gaat op weg naar de stad.

Vreugde van Penelope 1

Euryclia en Penelope

Zodra Telemachus het paleis binnenkomt, wordt hij warm verwelkomd door Euryclia die hem snel naar zijn moeder Penelope 1 brengt. In tranen slaat die haar armen om haar zoon en zegt: 'Je bent teruggekeerd, mijn oogappel! Ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien, nadat je zo heimelijk op een schip was vertrokken om informatie over je vader in te winnen. Maar kom, vertel me wat je hebt meegemaakt!’ Maar Telemachus zegt dat ze nog even geduld moet hebben en wachten tot hij een vreemdeling van de markt heeft opgehaald die wellicht informatie over Odysseus had. Hierna beende Telemachus weg en ging naar het voorhof, waar de vrijers zoals gewoonlijk weer zaten te schransen, en ging aan tafel zitten bij Mentor 4 en enkele andere oude vrienden van zijn vader. Even later wordt ook Theoclymenus 2, die vanuit Pylos was meegekomen, door een vriend naar zijn tafel gebracht en gaat Telemachus samen met hem naar de kamer van Penelope 1 om haar over zijn reis te vertellen.

Voorspelling Theoclymenus 2

Als eerste vertelt Telemachus hoe hij naar Nestor en Menelaus was geweest, maar dat beide mannen helaas geen informatie over Odysseus konden verstrekken. Hij herhaalt ook de voorspelling die Helena had gedaan bij zijn vertrek. Dan neemt Theoclymenus 2 het woord en zegt tegen Penelope 1: 'Eerbare vrouw van Odysseus. Menelaus weet werkelijk niet hoe het zit, maar let op mijn woorden. Ik zal een duidelijke voorspelling doen en niets voor u verbergen. Ik zweer bij alle Goden en de gastvrije tafel van Odysseus, waar ik beland ben, dat Odysseus al in zijn vaderland is. Hij zwerft ergens rond, weet van uw ellende, en broedt een plan uit om de vrijers te straffen. Ik nam dit waar in de vlucht van enkele vogels toen ik op het schip van uw zoon meevoer naar Ithaca.’ Dankbaar voor zijn woorden zegt Penelope 1 tegen de ziener: 'O, gast, mochten uw woorden in vervulling gaan dan zult u de gastvrijheid van ons huis snel ontdekken, en vele geschenken ontvangen.’ Zo besprak het drietal de gebeurtenissen en had Telemachus de grootste moeite om de waarheid niet aan zijn moeder te onthullen.

Aankomst van een bedelaar

Die middag arriveert ook de zwijnenhoeder, samen met de als bedelaar vermomde Odysseus, in het huis op het moment dat de vrijers zich weer eens tegoed doen aan een uitgebreide maaltijd. Terwijl de bedelaar bij de drempel van de poort gaat zitten gaat Eumaeus 1 naar Telemachus, die ook aan een tafel zat. Zodra Telemachus hem, en de bedelaar ziet zegt hij tegen de zwijnenhoeder: 'Neem wat van dit vlees en geef dit aan de vreemdeling. Zeg hem ook om bij alle vrijers langs te gaan om te bedelen. Want schroom past niet bij een man die niets te eten heeft.Eumaeus 1 doet wat hem gevraagd wordt en eet Odysseus, in zijn rol als bedelaar, dankbaar van vlees. Zodra hij uitgegeten is staat Odysseus op en gaat bedelend langs de vrijers, en vraagt hen om een stukje brood terwijl hij smekend zijn hand ophoudt. Dan zegt de vrijer Antinous 1 tegen Eumaeus 1: 'Waarom heb je deze vent naar het paleis gebracht, zwijnenhoeder? Hebben we hier nog niet genoeg andere zwervers en bedelaars? Kan het je niet schelen dat die het bezit van je meester en moest je hem ook nog eens uitnodigen?

Antinous 1

Gekrenkt over zijn woorden zegt Eumaeus 1: 'Ondanks je afkomst spreek je weinig verheffende taal, Antinous 1. Van alle vrijers ben jij toch wel de meest norse man tegen de dienaren van Odysseus, en vooral tegen mij. Maar ik maal er niet om zolang Penelope 1 en Telemachus in dit paleis wonen.’ Daarop zegt Telemachus: 'Stil maar, Eumaeus 1, en zeg niet teveel tegen hem. Antinous 1 is nu eenmaal gewend om te tergen, en moedigt ook anderen aan om dat te doen.’ En tegen Antinous 1 zegt hij: 'Je lijkt je echt bezorgd te maken over mij, als een vader over zijn zoon, en moedigt me aan deze vreemdeling uit het paleis te jagen. Laat de Goden dat verhoeden. Neem in plaats daarvan iets van je maaltijd en geef het aan de bedelaar. Ik misgun het je niet, nee, ik draag het je op. Wees niet bang voor mijn moeder of iemand anders van dit huis. Maar nee, zoiets komt niet eens bij je op, nee, je schranst liever zelf in plaats van vrijgevig te zijn!’ Woedend over deze woorden antwoordde Antinous 1: 'Telemachus, brallende driftkikker, wat een taal sla je uit! Als alle vrijers hem evenveel zouden geven als ik, dan zou het huis drie maanden van hem af zijn!’ Vervolgens pakt hij een voetenbankje en smeet dat met kracht naar de bedelende Odysseus.

Aanval op een bedelaar

Odysseus zag het voorwerp echter aankomen, ving het op met zijn schouder, en bleef als een onwrikbare rots in de branding overeind staan. Zwijgend keert hij vervolgens terug naar de drempel bij de poort en zegt tegen de vrijers: 'Luister naar mij vrijers, dan zal ik zeggen wat me op het hart ligt. Het is niet pijnlijk of smartelijk, wanneer een man gewond raakt bij de strijd om zijn bezit. Maar Antinous 1 heeft mij getroffen vanwege de honger, die mensen zoveel ellende bezorgt. Maar als er nog Goden en Wraakgodinnen voor bedelaars bestaan, laat hen er dan voor zorgen dat voor Antinous 1, nog voor de bruiloft van Penelope 1, de dood zijn deel wordt.’ Woedend reageert Antinous 1 vervolgens: 'Man, houdt je koest terwijl je eet, of donder op, anders sleuren de jongelingen je door het paleis met je praatjes en schuren zo het vel van je lijf’. Maar de overige vrijers zijn geschokt over de handelswijze van Antinous 1 en roepen hem tot de orde. Al die tijd voelde Telemachus een hevig verdriet over zijn vader, die zo pijnlijk was getroffen door het voetenbankje, maar moest het gelaten over zich heen laten gaan, zoals hij met hem had afgesproken.

Arnaeus (Irus 1)

Bokswedstrijd van Arnaeus en Odysseus

Even later arriveert een andere bedelaar bij de poort, die Arnaeus of Irus 1 genoemd werd, en berucht was om zijn hongerige maag. Zodra hij Odysseus bij de poort ziet zitten wil hij hem wegjagen, ontstaat er een woordenwisseling, en daagt Arnaeus Odysseus uit tot een gevecht. Als Antinous 1 hen hoort ruziemaken roept hij luid tegen de vrijers: 'Vrienden, wat een vermaak brengen de Goden naar dit huis. Die vreemdeling en Arnaeus dagen elkaar uit tot een bokspartij. Laten we hen vlug tegen elkaar opzetten.’ Lachend springen de vrijers op en gaan om het tweetal heen staan, en zegt Antinous 1: 'Ik wil een voorstel doen. Degene die wint mag zich tegoed doen aan die geitenpensen die als ons avondmaal op het vuur staan. Hij zal altijd met ons mogen mee-eten en wij zullen geen andere bedelaar meer in het huis toelaten!’ De vrijers juichen zijn voorstel toe, leggen een eed af waarin ze de belofte van Antinous 1 bevestigen, en zegt Telemachus vervolgens: 'Vreemdeling, als je Arnaeus weet te verslaan, vrees dan geen van de anderen. Want wie jou treft zal het op moeten nemen tegen mij, de beschermer van vreemdelingen, en de vrijers Antinous 1 en Eurymachus 1, die allebei verstandig zijn!

Bokswedstrijd

Zo begint de bokswedstrijd en kijken de vrijers met verbazing naar het gespierde lijf van de oude bedelaar als die zijn mantel uittrekt, en zinkt bij de vette Arnaeus de moed in de schoenen. De wedstrijd duurt dan ook niet lang en slaat Odysseus zijn tegenstander met een welgemikt slag direct buiten westen. Vervolgens sleept hij de bewusteloze bedelaar aan een been buiten de poort, en roept: 'Blijf daar zitten en houdt zwijnen en honden op afstand. Speel in je ellende ook geen baas meer over vreemden en bedelaars, anders krijg je met nog meer ellende te maken.’ Hierna gaat hij weer bij de drempel van de poort zitten en brengt Antinous 1 lachend een grote geitenpens, vol bloed en vet, naar hem toe om op te eten, terwijl enkele anderen hem twee broden en een beker wijn brengen. Zo veroverde de vermomde Odysseus zijn plek tussen de vrijers en keerde de rust terug in het paleis.

De val klapt dicht

Bekendmaking van Penelope 1

Die avond, tijdens het avondmaal van de vrijers, maakt Penelope 1 bekend dat ze niet meer hoopt op de terugkeer van Odysseus. Ze heeft besloten om opnieuw te trouwen, op ingeven van Athena, en haar keuze laat afhangen van de vrijer die haar de mooiste huwelijksgeschenken zal geven. Zodra ze is uitgesproken ontstaat er een druk geroezemoes onder de vrijers en zegt Telemachus tegen hen: 'Nu jullie magen zijn gevuld, en de boodschap van mijn moeder hebben gehoord, moeten jullie maar thuis gaan slapen en geschenken halen. Maar begrijp goed, ik jaag niemand weg!’ Daarop zegt de vrijer Amphinomus 1: 'Vrienden, laten we het advies van Telemachus opvolgen en hem zijn woorden niet kwalijk nemen! We laten de vreemdeling aan de zorgen van Telemachus over en naar gaan huis om geschenken op te halen zodat Penelope 1 morgen haar keuze kan maken!’ De vrijers stemmen in en verlaten opgewonden een voor een het huis waardoor Telemachus uiteindelijk alleen achterblijft met zijn vader.

Verwijderen van de wapens

Zodra alle vrijers weg zijn zegt Odysseus tegen zijn zoon: 'Telemachus, nu moet je alle wapens in het huis verbergen. En als de vrijers ze missen, en er naar vragen, smeer ze dan stroop om de mond en zeg dat je ze hebt verwijderd vanwege de rook. Zeg ook dat je bang bent dat ze, onder invloed van wijn, na de beslissing van Penelope 1 ruzie met elkaar zullen maken en je bloedvergieten wil voorkomen.’ Onmiddellijk gehoorzaamt Telemachus zijn vader, roept zijn min Euryclia, en zegt : 'Moedertje, laat alle vrouwen binnen hun kamers blijven zolang ik de wapens van mijn afwezige vader naar een veilige plek breng. Vroeger had ik hier niet zo’n oog voor, maar nu wil ik ze veilig wegbergen omdat de rook van het vuur ze aantast.’ Dan zegt het oude vrouwtje: 'Ach, mijn kind, kon je die zorg maar opbrengen voor heel het huis, en al je bezittingen in de gaten houden. Maar wie moet er met je meegaan om de fakkel te dragen, als je de vrouwen op hun kamer zitten.’ Telemachus antwoordde dat de oude bedelaar hem wel zal helpen. Hierna gaan vader en zoon aan de slag, halen de wapens van de muren, en brengen die naar het magazijn om daarna de deur stevig af te sluiten.

Opdracht vanPenelope 1

De volgende dag keren de vrijers terug in het paleis en wachten met spanning de avond af waarop Penelope 1 haar beslissing bekend zal maken. Zoals gewoonlijk brengen ze de dag etend en drinkend in de voorhof van het paleis door, waar ook Odysseus intussen een plekje aan tafel had veroverd. Antinous 1 en enkele andere vrijers konden het echter niet laten om hem en Telemachus weer te beschimpen en uit te dagen, maar lopen de gemoederen niet zo hoog op als de dag ervoor. Dan breekt eindelijk de avond aan en komt Penelope 1 naar de zaal met de vrijers om haar beslissing bekend te maken. Zodra het stil is zegt Penelope 1 dat ze zal trouwen met degene die in staat zal zijn om met de boog van Odysseus een pijl door de ogen van twaalf achter elkaar opgesteld bijlen te schieten. Ook Telemachus doet of hij verbijsterd is, en jammert luid dat hij nu zijn ouderlijk huis moet verlaten omdat zijn moeder met een andere man gaat trouwen.

Telemachus spant de boog

Hierna doet Telemachus zijn mantel af, en stelde de bijlen strak achter elkaar op. Vervolgens pakt hij als eerste de boog, richt op het doel, maar kan door de kracht die nodig is om de boog gespannen te houden, het trillen van zijn armen niet onder controle krijgen. Driemaal doet Telemachus zijn best, maar moet het driemaal opgeven, hoezeer hij ook zijn best deed om een pijl door de ogen te schieten. Als hij voor de vierde keer het wapen wil spannen schudt Odysseus nee met zijn hoofd en roept Telemachus: 'Ik ben kennelijk nog te jong of te zwak om dit wapen te kunnen gebruiken. Maar kom, proberen jullie, die in leeftijd en kracht mijn meerderen zijn, nu de boog om de wedstrijd te beslissen.’ Dan geeft Antinous 1 de vrijers opdracht om zich in een rij op te stellen zodat iedereen een beurt krijgt om een pijl door de ogen van de bijlen te schieten.

De vrijers doen een poging

De vrijers van Penelope

Als eerste doet de vrijer Liodes een poging, maar weet de boog niet eens te spannen. Na een paar pogingen zegt hij: 'Vrienden, ik kan hem niet spannen, laat een ander het overnemen. Nu hoopt ieder van ons nog vurig met Penelope 1 te trouwen, maar wanneer hij de boog getest heeft, moet hij met zijn geschenken een andere vrouw zien te vinden. Want ik ben bang dat het niemand van ons gaat lukken.’ Hij wordt echter smalend uitgelachen door Antinous 1, maar geeft geitenhoeder Melanthius 2 wel opdracht om de boog te verwarmen bij het vuur, en in te vetten zodat het wapen soepeler wordt. Daarna probeert de ene na de andere vrijer om de boog te spannen, maar lukt het niemand om de pees zelfs maar terug te trekken en er een pijl op te leggen. Uiteindelijk doet ook Antinous 1, als laatste, een poging maar faalt net zo jammerlijk als de rest van de vrijers.

De bedelaar vraagt om de boog

Dan zegt de vermomde Odysseus tegen de vrijers: 'Kom, geef mij de boog eens zodat ik ook mijn krachten kan beproeven.’ Onmiddellijk snauwde Antinous 1 tegen hem: 'Armzalige zwerver, je bent niet goed bij je hoofd! Wees tevreden dat je bij ons mag eten en naar ons mag luisteren. Maar waag het niet om dit wapen ook maar beet te pakken. Want ik voorspel je een ramp en zal je op een schip naar de kwaadaardige koning Echetus laten brengen. Die weet wel raad met jou. Dus drink maar lekker en bemoei je niet met ons'. Maar dan grijpt Penelope 1 in en zegt: 'Antinous 1, het is werkelijk niet fatsoenlijk en gepast om de gasten van mij en Telemachus zo te grieven. Verwacht je nu werkelijk dat die oude man de boog van Odysseus zal weten te spannen, en mij meeneemt naar zijn huis om me tot zijn bedgenote te maken?’ Dan zegt de vrijer Eurymachus 1: 'Penelope 1, wij denken niet dat deze man met jou gaat trouwen, maar we zouden ons verschrikkelijk schamen als blijkt dat het deze man wel lukt waartoe wij niet in staat blijken te zijn.

Penelope 1 verlaat de zaal

Maar Penelope 1 liet zich niet van de wijs brengen en antwoordde: 'Eurymachus 1, het is onmogelijk een goede reputatie bij de mensen op te bouwen als men het vermogen van een edelman nietsontziend opeet. Dus wat praat je hier over schande? Dus geef die bedelaar de boog zodat we kunnen zien of hij in staat is om die te spannen. Als hij hem kan spannen zal ik hem een mooie mantel geven en een geleide naar elke plek die hij maar wil.’ Hierna zei Telemachus: 'Alleen ik beslis wie de boog wel of niet mag spannen, en maak zelf uit of hij het wel of niet mag proberen. Ik ben hier de baas, en wil dat u nu naar uw kamer gaat om u bezig te houden met het weefgetouw. Want dit is het werk van mannen en niet geschikt voor vrouwen!’ Verbaasd over zijn plotselinge houding doet Penelope 1 er het zwijgen toe, maar volgt wel zijn bevel op en verlaat de zaal.

Odysseus schiet

Zodra ze is vertrokken geeft Telemachus opdracht aan de zwijnenhoeder Eumaeus 1 om de boog te halen en die naar de bedelaar te brengen. Hoewel de vrijers heftig protesteren doet Eumaeus 1 wat hem gevraagd wordt en legt het wapen in handen van de bedelaar. Die bekijkt de boog liefkozend van alle kanten en gaat dan in positie staan om een schot te wagen. Tot verbazing van alle vrijers trekt hij eenvoudig de pees naar achteren en schiet in een vloeiende beweging de pijl door de ogen van de opgestelde bijlen. Dan zegt hij: 'Telemachus, deze gast in je paleis heeft je niet teleurgesteld door het doel te missen. In tegenstelling tot wat de vrijers denken ben ik nog wel sterk. Maar nu is de tijd aangebroken voor een maaltijd bij daglicht en een dans van de vrijers!’ Na deze woorden maakt hij luidkeels bekend de teruggekeerde Odysseus te zijn en knikt naar zijn zoon, die snel zijn zwaard ombond en de lans greep die achter zijn stoel stond.

Reactie van Telemachus

Dan trekt de vrijer Amphinomus 1 zijn zwaard en gaat op Odysseus af, maar Telemachus was hem voor en stak van achteren zijn lans tussen de schouderbladen van de vrijer. Snel rent Telemachus vervolgens naar zijn vader en zegt tegen hem: 'Zal ik voor een schild en twee lansen voor je halen. Ik zal me zelf ook van wapens voorzien en die ook aan Eumaeus 1 en onze trouwe koeherder Philoetius geven?’ Daarop zegt Odysseus: 'Doe dat, jongen, zolang ik nog pijlen heb om me te verweren.’ Vervolgens snelt Telemachus weg en gaat naar het magazijn waar hij de wapens had opgeborgen. Daar bewapent hij Eumaeus 1 en Philoetius en stelt het drietal zich op naast Odysseus, die al enkele vrijers had neergeschoten. Als al zijn pijlen zijn verschoten pakt Odysseus het schild en de lansen die Telemachus voor hem gehaald had, en begint een bloedstollende strijd met de vrijers.

Verraad van Melanthius 2

Maar de geitenhoeder Melanthius 2 had gezien wat Telemachus had gedaan, en gaat ook naar het magazijn om wapens te halen voor de vrijers. Odysseus heeft echter in de gaten wat Melanthius 2 van plan is en zegt tegen zijn zoon: 'Telemachus, daar gaat een van je dienaren om wapens te halen!’ Beschaamd zegt Telemachus: 'Lieve help, vader, dat is mijn fout, want ik ben vergeten de deur weer op slot te doen. Maar ik zal Eumaeus 1 op hem afsturen.’ Als Eumaeus 1 vervolgens vraagt of hij Melanthius 2 moet doden of gevangen nemen zegt Odysseus: 'Terwijl Telemachus en ik de vrijers hier bezig houden moet jij hem, samen met de koeherder Melanthius 2 gevangen nemen en vastbinden op een plank. Bindt daar vervolgens een stevig touw aan vast en hem hang op aan het plafond. Later zal ik dwel met hem afrekenen.’ Hierna vertrekt het tweetal en blijft Telemachus samen met zijn vader in de zaal achter om met de talrijke vrijers af te rekenen.

Telemachus staat zijn mannetje

Dood van de vrijers

Maar de twee staan niet alleen tegen de grote overmacht, en worden geholpen door de Godin Athena die vader en zoon, in de gedaante van Mentor 4, te hulp snelt. Terwijl Odysseus met de ene na de andere vrijer afrekende stond ook Telemachus zijn mannetje en doodde als eerste Euryalus 3. Vervolgens was Amphimedon 1 aan de beurt nadat die hem eerst aan zijn pols verwond had met een schampschot. Steeds driester gaat Telemachus, net als zijn vader, tekeer tegen de vrijers en weet als derde Liocritus 2 met zijn land midden in de buik te treffen. Als even later ook Eumaeus 1 en de koeherder weer terugkeren, beginnen steeds meer vrijers te sneuvelen en om hun leven te smeken. Wanneer Odysseus de zanger Phemius 1 wil doden roept die smekend: 'Heb mededogen met mij. Uw zoon zal bevestigen dat ik niet uit hebzucht of vrijwillig naar uw huis kwam, maar door de vrijers gedwongen werd.'

Genade en wraak

Zodra Telemachus zijn smeekbeden hoort gaat hij naar zijn vader en zegt: 'Houdt u in, vader, en tref deze onschuldige niet met uw zwaard. Laten we ook Medon 3 sparen die mij als jongen steeds liefdevol heeft verzorgd tijdens uw afwezigheid, als Philoetius of Eumaeus 1 hem nog niet gedood hebben.’ Dan kruipt de doodsbange Medon 3 onder een tafel vandaan, waaronder hij zich had verscholen, gaat snel naar Telemachus toe, die hij smekend bij de knieën greep, en zei. 'M’n jongen, hier ben ik. Spaar me en zeg tegen je vader dat hij mij niet met zijn scherpe zwaard moet doden in zijn woede om de vrijers, die zijn vermogen erdoor joegen in zijn huis en jou in hun dwaasheid niet respecteerden’. Dan begint Odysseus te glimlachen en zegt tegen de bibberende man: 'Wees gerust, want mijn zoon heeft je gered. Maar verlaat nu de zaal en ga buiten in de hof zitten. Want we hebben hier een karwei af te maken.’ Zo verlaten Medon 3 en Phemius 1 als enigen levend de zaal, en gaat het viertal verder met het doden van de vele vrijers totdat er geen één meer in leven was.

Herenigd

Euryclia

Als alle vrijers in een enorme plas bloed op de grond liggen zegt Odysseus tegen zijn zoon: 'Telemachus, roep nu Euryclia, zodat ik haar kan vertellen wat ik op mijn hart heb.’ Zodra Telemachus het oude vrouwtje de zaal inbrengt, en alle lijken ziet, kan ze in eerste instantie van schrik geen woord uitbrengen. Maar zodra ze beseft dat de kwelgeesten van haar meesteres en Telemachus dood zijn en Odysseus is teruggekeerd, wil ze in triomf uitbarsten maar houdt Odysseus haar tegen en zegt: 'Houd uw juichkreten in, moedertje het is niet gepast om tussen gesneuvelden te roemen. Maar vertel me eerst wie de vouwen hier in het paleis zijn die mij verachten, en hen die mij trouw zijn’. Dan noemt Euryclia twaalf namen van dienaressen die met de vrijers heulden en wil dan naar Penelope 1 gaan om haar over de terugkeer van Odysseus te vertellen, maar wordt ze opnieuw weerhouden door Odysseus die haar zegt dat ze eerst de twaalf dienaressen moet halen en naar de zaal brengen.

Reiniging

Als Euryclia aan haar taak begint zegt Odysseus tegen Telemachus en zijn twee veehoeders: 'Sleep nu de lijken weg uit de zaal en laat die twaalf vrouwen helpen. Laat hen vervolgens de tafels en stoelen schoonmaken tot ze weer blinken. Breng ze dan, als het hele huis weer vrij is van het bloed, naar het buitenhof en steek ze daar dood met jullie zwaarden om te boeten voor hun overspelige gedrag.’ Zo is Telemachus en de veehoeders samen met de vrouwen de rest van de nacht druk in de weer om het huis weer op orde te brengen. Hij is echter niet van plan om de overspelige vrouwen op een eervolle manier te doden met zijn zwaard. Dus wierp hij een sterk touw over een dakbalk en trok daaraan langzaam elke dienares met een strop om hun nek omhoog, waardoor ze een afschuwelijke dood stierven. Dan vindt Odysseus dat het tijd is om zich weer met Penelope 1 te verenigen.

Hereniging

Samen met Telemachus gaat hij naar zijn vrouw, maar weigert Penelope 1, met harde woorden, te geloven dat Odysseus is teruggekeerd. Verbaasd zegt Telemachus tegen zijn moeder: 'Moeder, ik herken je niet meer met die harde woorden! Waarom houd je zo'n afstand tegenover vader en ga je niet bij hem zitten om hem van alles te vragen? Geen andere vrouw in deze omstandigheid zou gelaten afstand houden van haar man, als die na twintig jaar van ellende naar zijn vaderland teruggekeerd zou zijn. Uw hart is toch wel harder dan steen.’ Maar dan zegt Penelope 1: 'Mijn kind, ik zit bij te komen van de verbazing, en kan geen woord uitbrengen of zelfs maar naar zijn gezicht kijken. Maar als hij werkelijk Odysseus is dan weet hij het teken, dat hij alleen kan weten, waardoor ik zeker weet dat hij het is.’ Dan begint Odysseus te glimlachen, en zegt: 'Telemachus, heus, gun je moeder om mij te testen. Ze kan niet anders nu ik hier nog in die vodden zit.’ Vervolgens vertelt hij tegen Penelope 1 dat één poot van hun bed rust op de oude tronk van een boom waaromheen hij het huis gebouwd had nadat ze waren getrouwd. Dan is Penelope 1 overtuigd, valt snikkend haar man in de armen, en is het gezin eindelijk weer herenigd.

Laertes

Odysseus begrijpt echter wel dat hiermee het verhaal nog niet klaar is, en verwacht dat de ouders van de vrijers wraak zullen willen nemen voor de dood van hun zoons. Bovendien wil hij zijn oude vader Laertes zien en besluit om hem een bezoek te brengen. Dus spoort hij Telemachus en de twee herders aan om zich te bewapenen, en gaat het viertal op weg naar de hoeve van de oude Laertes, die buiten de stad op het platteland woonde. Daar volgt wederom een blijde ontmoeting met veel tranen, en sluit Laertes zijn verloren gewaande zoon weer in de armen. Om dit te vieren bereiden Telemachus en de herders een heerlijke maaltijd en vertelt Odysseus uitgebreid over alle avonturen die hij heeft beleefd. Maar dan komen de ouders van de vrijers woedend naar de hoeve van Laertes om verhaal te halen bij Odysseus. Maar door ingrijpen van Athena, die weer in de gedaante van Mentor 4 verscheen, werden de gemoederen gesust en loopt alles met een sisser af.

Droom van Odysseus

Over de rest van het leven van Telemachus bestaan er een aantal varianten. Zo wilde Odysseus graag dat zijn zoon zou trouwen met Nausicaa, de dochter van zijn redder Alcinous 1 op het eiland der Phaeaken. Samen krijgen ze een zoon die Odysseus de naam Ptoliporthus gaf (Bedwinger van Steden). Volgens een andere mythe kreeg Odysseus na zijn terugkeer regelmatig een droom waarin voorspeld werd dat hij door zijn eigen zoon gedood zou worden. Hierdoor werd Telemachus door zijn vader naar het eiland Cephallenia gestuurd om het land te bewerken, en stelde hij wachters langs de kust aan om te voorkomen dat Telemachus stiekem terug kon keren naar Ithaca. Ondertussen kwam Telegonus 3, de zoon die Odysseus bij de tovenares Circe had verwekt, naar Ithaca om zijn vader te zoeken. Als Telegonus 3 op het eiland aankomt verbieden de wachters hem om te landen, en begint hij te schreeuwen dat het een schande is dat een zoon zijn vader niet mocht omarmen.

Dood Odysseus

Polycaste en Telemachus

De wachters denken vervolgens dat hij de vermomde Telemachus is, die was gekomen om zijn vader te vermoorden. Ze weren hem dus nog feller, waarna er gevechten uitbreken en Telegonus 3 een aantal van hen weet te doden. Odysseus, die hoorde dat er iets aan de hand was, dacht dat dit een jongeman was die Telemachus had gestuurd om hem kwaad te doen en ging ook naar de strijd. Daar aangekomen wierp hij zijn speer, maar pareerde Telegonus 3 het wapen. Vervolgens werpt die zijn eigen speer naar Odysseus en trof hem dodelijk. Nog steeds ademend, vroeg hij de jongeman wie hij was en waar hij vandaan kwam, en hoe hij het waagde om Odysseus te doden, de zoon van Laertes. Toen besefte Telegonus 3 dat het zijn vader was die hij had gedood, en huilde verschrikkelijk. Vervolgens vertelde hij zijn naam en de naam van zijn moeder en wist Odysseus dat zijn droom juist was geïnterpreteerd.

Huwelijk en kinderen

Hierna maken Telemachus en Telegonus 3 kennis met elkaar en rouwen verdrietig over de dood van hun vader. Op advies van Athena gaat Telemachus vervolgens, samen met zijn moeder, met Telegonus 3 mee naar het eiland Aeaea om het lichaam van Odysseus bij Circe te brengen en hem daar te begraven. Opnieuw op advies van Athena, trouwde Telegonus 3 met Penelope 1, en Telemachus met Circe. Samen krijgen ze een zoon Latinus 1, en krijgen Penelope 1 en Telegonus 3 nog de zoon Italus.

Stambomen:

Odysseus Penelope 1 Alcinous 1 Arete
Telemachus Nausicaa
Ptoliporthus

Odysseus Penelope 1 Helius / Aeëtes Perseis 1 / Hecate
Telemachus Circe
Latinus 1

Odysseus Penelope 1 Nestor Anaxibia 1
Telemachus Polycaste
Persepolis

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz