Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Zeus - Cronides - Jove - Jupiter - Ammon 3 - Donderaar - e.v.a. namen

Jeugd Zeus

Oppergod Zeus

Zeus is de Griekse God die samen met enkele andere Goden op de top van de Olympus woonde. Na een zware machtsstrijd werd hij uiteindelijk de Oppergod die over de mensen en Goden heerste, en de absolute macht over Hemel en Aarde bezat. Hij beheerste alle krachten in de Hemel, zoals wind, regen, bliksem en sneeuw, en werd daarom vaak omschreven als Wolkenverzamelaar of Donderaar, maar zijn er ook vele andere omschrijvingen over hem te vinden. Zijn wapens waren de bliksems waar hij iedereen dodelijk mee kon treffen en uitschakelen.

Wetgever

Maar Zeus was ook een wijze en rechtvaardige God die, toen hij aan de macht kwam, wetten opstelde voor de mensheid en Goden, waar ze zich strik aan dienden te houden. Zo was hij onder andere de beschermheer van het huiselijk leven, en zag erop toe dat de mensen zich aan zijn ongeschreven wetten hielden. Als iemand zich niet aan deze wetten hield, God of mens, kon hij op de onverdeelde aandacht van Zeus rekenen, en werd bij een overtreding zwaar gestraft. Ook degene die een valse eed aflegde, of een smekeling bij één van zijn vele altaren aanviel, kon op een wrede straf van Zeus rekenen.

Olympus

In de mythen wordt Zeus meestal omschreven als een majesteitelijke figuur met een weelderige baard die zijn beslissingen vaak kenbaar maakte door met zijn hoofd te knikken, waardoor het besluit definitief was en door niemand veranderd kon worden. Meestal deed hij dit zittend op een gouden troon in zijn grote bronzen paleis op de Olympus, waar hij samen met de andere Goden zijn vergaderingen hield, of deelnam aan de feestmaaltijden. Tijdens deze vergaderingen moet hij regelmatig beslissen over een geschil tussen de Goden en bevestigde dan zijn uitspraak met een hoofdknik. Alleen over de Moiren (de Lotsgodinnen) had Zeus geen gezag en bepaalden deze drie Godinnen tijdens de geboorte van elk mens welk leven ze zouden leven, zonder dat Zeus hier invloed op had of kon veranderen.

Voorspellingen

Indien Zeus iets wilde laten weten stuurde hij zijn boodschappers, Iris 1 of Hermes, naar de bewuste persoon om zijn bevelen door te geven. Daarnaast bezat Zeus in Dodona een orakelplaats waar hij voorspellingen deed door een bepaalde wind door de toppen van enkele eikenbomen te laten waaien. Aan de hand van het windgeruis door de bladeren konden priesters dan zijn boodschappen ontcijferen en doorgeven aan degene die er om vroeg. Soms stuurde hij een Adelaar naar iemand om te onthullen of de toekomst voor die persoon er gunstig, of juist ongunstig, uitzag door de vogel op een bepaalde manier over hem heen te laten vliegen.

Verering

Zeus werd in heel de bewoonde wereld vereerd door de mensheid en waren er dan ook talloze heiligdommen te vinden. Zijn voornaamste stad was echter Thebe in Egypte, die hij zelf stichtte en vernoemde naar zijn verzorgster Thebe, en honderd poorten in de omringende muur bezat. Daarnaast stelde Zeus de koningen van de mensen aan en werd hun gezag door hem beschermd en begunstigd. Net als alle andere Goden kon Zeus zijn gedaante veranderen, en maakte van deze vaardigheid menigmaal gebruik om zich onder de mensheid te begeven, om te controleren of ze zich aan zijn wetten hielden. Maar dit talent gebruikte hij ook vele keren om het bed met een mooi menselijk meisje te delen, als hij haar vanaf de Olympus had ontdekt. Want net als andere Goden nam Zeus het met zijn eigen wetten van huwelijks trouw niet zo nauw, en werd bij menige vrouw vader van een grote schare nakomelingen.

Geboorte

Zeus werd geboren als jongste zoon van de Titanen Cronus en Rhea. Omdat de ouders van Cronus hem voorspeld hadden dat hij door zijn eigen zoon van de macht beroofd zou worden, at Cronus alle kinderen op die Rhea hem baarde. Zo verorbert hij achtereenvolgens de meisjes Hestia, Demeter, Hera, en na hen de jongens Hades en Poseidon. Rhea die woedend is over deze barbaarsheden vertrekt, als zij weer in verwachting is, naar Kreta om haar kind veilig ter wereld te brengen. Daar wordt Zeus geboren en geeft Rhea de zuigeling aan de Nimf Neda 1 die hem verbergt in een grot op de berg Dicte. Tevens stelt Rhea een Gouden Hond als bewaker aan en krijgt de Nimf Althaea 2 opdracht om de kleine Zeus te verzorgen en groot te brengen. Om te voorkomen dat Cronus het gehuil van de baby hoort krijgen de Cureten 1 (soms ook Corybanten of Telchinen genoemd) op het eiland opdracht om met hun lansen op hun schilden te slaan, zodat het gehuil van het kind wordt overstemd. Hierna keert Rhea terug naar Cronus en geeft hem een in doeken gewikkelde steen te eten alsof het haar pasgeboren zoon was. Volgens een minder gangbare mythe werd Zeus geboren in Arcadië op heuvel die was begroeid met een dikke laag kreupelhout.

Jeugd

De verzorging van Zeus

In de grot van Dicte werd de kleine Zeus in een gouden wieg liefdevol verzorgd door Althaea 2, die werd geholpen door haar zussen Ide 3, Adrastia, Cynosura (Aex) en Helice 3. Maar omdat ze zelf geen moedermelk hadden lieten de Nimfen Zeus zogen door de geit Amalthea, die zichzelf voedde met honingraten van bijen. Zeus dronk met volle teugen uit de spenen van de geit, waardoor hij vlot groeide, er snel dons op zijn wangen verscheen, en hij binnen het jaar een volwassen God werd. Vanwege de voedzame honing in de geitenmelk kreeg Zeus een bijzondere band met de bijen, veranderde hij hun kleuren, en maakte hen ongevoelig voor alle weersomstandigheden. Ook de Nimfen die Zeus verzorgd hadden werden uit dankbaarheid door hem veranderd in Sterrenbeelden die hij aan de hemel plaatste.

Greep naar de macht

Eenmaal volwassen begint Zeus plannen te smeden om de macht te grijpen. Als eerste wil hij hiervoor zijn broers en zussen redden, en zijn vader Cronus van de troon stoten. Om hem hierbij te helpen roept Zeus hulp in van de Oceanide Metis 1, die beroemd was om haar wijsheid. Zij geeft hem een drankje dat hij Cronus moet laten drinken waardoor hij alle verzwolgen kinderen zal uitbraken. Hiermee gewapend dwingt Zeus zijn vader het drankje te drinken en braakt Cronus als eerste de steen uit, en vervolgens in omgekeerde volgorde alle broers en zussen van Zeus. Hierna ontbiedt Zeus al zijn broers en zussen naar de Olympus. Daar verklaart hij dat wanneer ze aan zijn zijde tegen Cronus en zijn broers willen strijden ze van geen enkel voorrecht beroofd zullen worden, en de voorrechten terug zullen krijgen die Cronus van hen geroofd had. Ze stemmen toe en samen met zijn broers, en vele andere Goden, bindt Zeus de strijd aan met de mannelijke Titanen, uitgezonderd Oceanus, die zich afzijdig hield.

Titanenstrijd

Terwijl de aanhangers van Cronus zich verschansten op de berg Othrys, verzamelde Zeus zijn medestrijders op de Olympus en maakte beide partijen zich gereed voor de strijd. Op dat moment ziet Zeus een Adelaar rechts overvliegen, vond dat een gunstig voorteken, en maakte het dier sindsdien tot zijn heilige vogel. Tijdens de voorbereidingen kreeg Zeus bovendien een orakel dat wanneer hij wilde winnen van de Titanen hij zich moest beschermen met de huid van een geit, die hij Aegis noemde. Dan brandt de strijd los en vallen de Goden op elkaar aan met verwoestende kracht. Maar geen van de partijen is in staat om de anderen de verslaan en sleept de strijd zich jarenlang voort. In het tiende jaar van de strijd adviseert Gaea aan Zeus om de Hectoncheires en de Cyclopen uit de Tartarus te bevrijden. ‘Als zij aan jouw zijde meevechten, zal je de overwinning op de Titanen behalen.’ zegt ze tegen Zeus.

Overwinning

Dus gaat Zeus naar de Onderwereld, doodt daar de bewaker Campe, en brengt de Hectoncheires en Cyclopen naar de Olympus. Als dank smeden de Cyclopen voor Zeus de bliksems als wapen, maken voor Hades een helm die hem onzichtbaar maakt, en geven ze aan Poseidon een drietand waarmee hij de Aarde kan laten schudden. Dan valt Zeus opnieuw de Othrys aan, terwijl de Hectoncheires de berg bombarderen met een lawine aan rotsblokken. De Titanen doen, onder aanvoering van Cronus alles wat ze kunnen, maar zijn tegen dit vreselijke geweld niet bestand. Zij worden bedolven onder rotsblokken terwijl de berg, vanwege de bliksems van Zeus, volledig in brand komt te staan. Zo verliezen Cronus en de mannelijke Titanen uiteindelijk de strijd en worden ze door Zeus en zijn handlangers opgesloten in de Tartarus, waar men hen laten bewaken door de Hectoncheires. Daar moet Cronus eeuwig wegkwijnen in het schemerige duister, opgesloten achter een muur van brons. Voor Atlas verzon Zeus een bijzondere straf, en dwong de Titaan om in het uiterste Westen van de Wereld eeuwig het gewelf van de Hemel op zijn schouders te torsen.

Verdeling van de macht

Na deze overwinning verdelen Zeus en zijn twee broers de macht over de Wereld. Zo kreeg Hades de Onderwereld om over te regeren, Poseidon de heerschappij over alle wereldzeeën, en Zeus de macht over de Hemel. De Aarde bleef gemeenschappelijk terrein, waar ze alledrie hun macht mochten laten gelden, maar werd Zeus wel tot Oppergod aangesteld. Ook de lagere Goden, die tegen de Titanen hadden meegevochten, werden door Zeus geëerd. Zo maakt hij de Oceanide Styx tot Godin van de eden, en stelt dat iedereen die een heilige eed wil afleggen deze moet zweren bij haar water in de Onderwereld. Bovendien stelt hij haar zoons, Bia en Cratos, aan als zijn persoonlijke lijfwacht waardoor ze altijd in buurt van Zeus mochten verblijven.

Verwekking van Goden

Zo werd Zeus Oppergod en begon met het opstellen van wetten voor de mensheid en de ordening van de natuur. Omstreeks die tijd begon het Bronzen Geslacht der mensheid op te komen, en verdeelde Zeus het jaar in vier Seizoenen waardoor gewassen de mogelijkheid kregen om te groeien en de mensheid moest werken om zich te voeden. Om hem in deze zaken bij te staan verwekte Zeus bij een groot aantal onsterfelijken vele Goden en Godinnen die ieder een eigen taak kregen, en Zeus moesten bijstaan in zijn taak.

Metis 1 en Athena

Als eerste verleidde hij de Oceanide Metis 1, die aan zijn avances probeerde te ontkomen door allerlei verschillende gedaantes aan te nemen. Uiteindelijk lukt het Zeus om Metis 1 zwanger te maken maar voorspelt Gaea, de Oergodin van de Aarde, dat Metis 1 een zoon zal voortbrengen die machtiger is dan zijn vader. Zeus schrok enorm van deze boodschap en eet, net als zijn vader voor hem, Metis 1 op om om te voorkomen dat ze het kind ter wereld kan brengen. Maanden later krijgt Zeus echter enorme pijnscheuten in zijn hoofd en vraagt Prometheus, die hem ook had geholpen tijdens de strijd met de Titanen, om met een bijl een gat in zijn hoofd te slaan. Prometheus doet wat Zeus hem opdroeg waarna de Godin Athena, bij de rivier van Triton, volledig volgroeid en bewapend uit zijn hoofd naar buiten sprong. Verlost van de pijn schenkt Zeus aan zijn dochter de Aegis, waarmee hij zichzelf beschermd had tegen de Titanen, om haar bij te staan in haar taak de mensheid op te voeden. Als enige van alle kinderen die hij nog zou krijgen beloofde Zeus verder aan Athena dat ze alle dingen zou krijgen die hij bezat als ze daar om vroeg, en schonk haar een belangrijke plek op de Olympus

Cronus Rhea Oceanus Tethys
Zeus Metis 1
Athena

Themis en de Moiren

De volgende verovering van Zeus was Themis. Bij haar verwekte Zeus een aantal Goddelijke kinderen zoals de drie Horen: Irene (vrede), Eunomia (orde) en Dike (recht), en de drie Moiren: Clotho, Lachesis en Atropus. Deze laatste drie Godinnen zouden het Lot gaan bepalen van elk levend wezen dat op de Aarde geboren werd. Maar ook de Uren kwamen voort uit de relatie tussen Zeus en Themis. Hun namen waren: Anatole, Auge 2, Auxo, Carpo, Dysis, Euporia, Gymnastica, Hesperis 1, Mesembria, Musica, Nymphe 1, Orthosie, Pherusa 1, Sponde en Thallo 1. Naast bovengenoemde kinderen zijn er schrijvers die nog meer kinderen aan Zeus en Themis toedichten. Zo noemt Aretus de dochter Astraea, maar het is meer waarschijnlijk dat zij de dochter van Eos 1 en Astraeus 1 was. Euhemerus schrijft voorts dat Athena een dochter van dit tweetal zou zijn, en stelt Aeschylus dat Prometheus een zoon van Themis was die zij het verloop van de toekomst voorspelde. Ten slotte is er nog een schrijver die stelt dat een groot aantal Nimfen de kinderen van Zeus en Themis zijn.

Cronus Rhea Uranus / Aether / Cureet Gaea / Gaea / Titaea
Zeus Themis
Horen: Eunomia, Dike, Irene, Moiren: Clotho, Lachesis, Atropus, Uren: Anatole, Auge 2, Auxo, Carpo (Fruit), Dysis, Euporia, Gymnastica, Hesperis 1, Mesembria, Musica, Nymphe 1, Orthosie, Pherusa 1, Sponde, Thallo 1. Astraea, Prometheus, Athena, Nimfen

Eurynome 1 en de Gratiën

De derde vrouw die Zeus tot de zijn bedgenote maakte was de Oceanide Eurynome 1. Zij werd moeder van de drie Goddelijke kinderen Aglaia 2, Euphrosyne 1 en Thalia 2, maar wordt soms ook als vierde Pasithea 1 genoemd. Deze Godinnen zouden bekend komen te staan als de Gratiën. Want Zeus schonk elk van hen een persoonlijke gratie, en was elk deel van hun lichaam zo mooi dat het een genot voor het oog was om naar te kijken. De drie Godinnen kregen het voorrecht om als eerste weldaden te schenken en, aan de andere kant, de mensen te belonen met gunsten als ze goede daden hadden verricht. Volgens de schrijver Clement deelde Eurynome 1 vele jaren later, toen ze getrouwd was met Riviergod Asopus 1, nog een keer het bed met Zeus en werd moeder van Ogygius.

Cronus Rhea Oceanus Tethys
Zeus Eurynome 1
Ogygius, Gratiën: Aglaia 2, Euphrosyne 1, Thalia 2, Pasithea 1

Demeter en Persephone 1

Omdat zijn zus Demeter intussen was uitgegroeid tot een beeldschone Godin met blonde haren, ze was de knapste van de drie zussen, schroomt Zeus niet om ook met haar het bed te delen. Hoewel Demeter de daad verafschuwde, en woedend werd op Zeus, schenkt ze het leven aan de Goddelijke dochter Persephone 1, die later verantwoordelijk zou worden voor de scheiding van de Seizoenen, na een hevige twist tussen Zeus en zijn broer Hades. Demeter is zo verontwaardigd over de daad van haar broer dat ze geheime Riten (Mysteriëndiensten) instelde waarin onuitsprekelijke obsceniteiten werden gepleegd om de gewelddadige omarming van Zeus maar te vergeten. Ondanks dit gegeven was Demeter zeer gesteld op haar beeldschone dochter.

Cronus Rhea Cronus / Uranus Rhea / Hestia
Zeus Demeter
Persephone 1

Persephone 1 en Dionysus 1

Ook Zeus kan zijn ogen niet afhouden van de maagdelijke Persephone 1, toen hij haar eens bespiedde terwijl ze een bad in een rivier nam. Als hij haar naakte borsten ziet, puilen de ogen uit zijn hoofd en trekt een razende passie door het lijf van Zeus. Uiteindelijk kan hij zich niet langer beheersen en besluit het bed met zijn dochter te delen. Om haar niet af te schrikken verandert hij zich in een slang, glijdt langzaam op zijn Persephone 1 af en wiegt zijn dochter met hypnotiserende ogen in slaap. Vervolgens doet hij wat alle mannen bij vrouwen doen en raakt Persephone 1 zwanger. Negen maanden later baart zij, zonder dat haar moeder er erg in had, een gehoornde zoon die ze Dionysus 1 of Zagreus noemde. De jongen was echter geen lang leven beschoren en werd al snel verscheurd door de Titanen tijdens de eerder omschreven Titanenstrijd om de macht over de Wereld.

Cronus Rhea Zeus Demeter
Zeus Persephone 1
Dionysus 1 (Zagreus)

Mnemosyne en de Muzen

Hierna ging Zeus naar de berg Pieria waar Mnemosyne woonde, en lag in de gedaante van een herder negen lange nachten met haar samen. (Volgens de schrijver Hyginus had Zeus eerst het bed gedeeld met de Oceanide Clymene 5 en bij haar de dochter Mnemosyne verwekt. Maar volgens de meest gangbare mythen was Mnemosyne een Titaanse en de dochter van Uranus en Gaea.) Mnemosyne raakt in verwachting en baart negen dochters, Zij gaf hen de namen: Calliope, Clio 1, Erato 2, Euterpe, Melpomene, Polymnia, Terpsichore, Thalia 3 en Urania 1. Deze dochters, die bekend zouden worden als de Muzen, hadden elk een vaardigheid in één van de vrije kunsten zoals poëzie, zang, pantomime dansen, de rondedans met muziek, kennis der sterren, en de andere vrije kunsten. Door deze kunsten verschaften zij rust en vergetelheid van zorgen aan de mensen voor alle ellende die zij moesten doorstaan.

Cronus Rhea Oceanus Tethys
Zeus Clymene 5
Mnemosyne

Cronus Rhea Uranus / Aether / Zeus / Cureet Gaea / Gaea / Clymene 5 / Titaea
Zeus Mnemosyne
Muzen: Calliope, Clio 1, Erato 2, Euterpe, Melpomene, Polymnia, Terpsichore, Thalia 3, Urania 1

Dione 1, Aphrodite en Eros

Volgens een aantal mythen was Zeus ook de vader van Aphrodite, de Godin van de Liefde, die hij verwekte bij de zus van Mnemosyne, de beeldschone Dione 1. De meest gangbare mythe voor de verwekking van Aphrodite is echter dat zij voortkwam uit het geslachtsdeel van Uranus, dat door diens zoon Cronus werd afgesneden en in zee geworpen, en een verbinding aanging met het schuim op het water. Daarnaast zijn er ook nog enkele oude schrijvers die stellen dat Zeus eens het bed deelde met Aphrodite, waarna de beroemde Eros werd geboren. Deze zoon kon mensen en Goden, met een van zijn pijlen tot een vurige of wanhopige liefde drijven, afhankelijk of die pijl een gouden of een loden punt had.

Cronus Rhea Uranus / Aether / Cureet Gaea / Gaea / Titaea
Zeus Dione 1
Aphrodite

Cronus Rhea Uranus / Zeus Zeeschuim / Dione 1
Zeus Aphrodite
Eros

Asteria 1

Wanneer Zeus, die in een wellustige bui verkeert, Asteria 1 in de gedaante van een Adelaar probeert te veroveren moet zij niets van hem hebben en slaat op de vlucht. Asteria 1 verandert zich in een kwartel en vliegt richting zee, waar ze in het water duikt en Zeus haar niet meer kan vinden. Daar ziet Poseidon de mooie Godin en probeert op zijn beurt ook Asteria 1 te veroveren. Om aan alle avances een eind te maken verandert Asteria 1 zich noodgedwongen in een eiland dat uit zee omhoog kwam. Dit eiland dat los op het water dreef wordt soms ook wel Ortygia of Asteria 2 genoemd, maar kreeg uiteindelijk de naam Delos.

Cronus Rhea Coeus 1 Phoebe 1
Zeus Asteria 1
-

Leto, Apollo en Artemis

Ook Leto, die was uitgegroeid tot een beeldschone vrouw met een prachtige haardos, ontsnapte niet aan de avances van Zeus. De Oppergod deelt het bed met Leto waarna ze zwanger werd van een tweeling. Volgens andere schrijvers was Zeus intussen al getrouwd met Hera, en wordt zij woedend als ze het uitstapje van Zeus ontdekt. Ze probeert op alle mogelijke manieren te voorkomen dat Leto haar kinderen ter wereld kan brengen. Maar Zeus helpt zijn minnares door Poseidon opdracht te geven het eiland Delos te verankeren om zo een plek te creëren voor de door barensweeën gekwelde Leto. Zo lukt het Leto uiteindelijk om op het eiland te bevallen, en baart ze de twee Godenkinderen Apollo en Artemis. Kort na hun geboorte verwelkomt Zeus het tweetal op de Olympus en schonk aan Apollo de gave van het voorspellen en aan Artemis de jacht.

Cronus Rhea Coeus 1 Phoebe 1
Zeus Leto
Apollo, Artemis

Hera

Volgens de schrijver Hesiodus was zijn maagdelijke zus, Hera, uiteindelijk degene die Zeus uitkoos om zijn wettige vrouw te worden. Ze kussen elkaar voor de eerste keer op de Olympus en wordt er een grootste bruiloft gevierd, waarbij alle Goden werden uitgenodigd. De Aardgodin Gaea schenkt het tweetal een tak met Gouden Appels en zegt tegen Hera dat ze die in haar tuin, in het uiterste westen van de Wereld, moet planten. Na het huwelijk regeert Hera, naast Zeus vanaf haar gouden troon op de Olympus, als koningin over de Goden en mensen waarbij zij door haar gestrengheid en koppigheid respect afdwingt bij de andere Goden. Hera raakt meerdere keren in verwachting en baart uiteindelijk de vijf kinderen Hephaistus, Hebe 1 (Jeugd), Ares 1, Eileithyia en de abstracte God Vrijheid. Volgens een enkele mythe zouden ook de Cureten 1 uit dit huwelijk voortgekomen zijn. Bovendien zijn er mythen die stellen dat Hera haar zoon Hephaistus alleen ter wereld bracht, zonder tussenkomst van Zeus

Cronus Rhea Cronus Rhea
Zeus Hera
Hephaistus, Hebe 1 (Jeugd), Ares 1, Eileithyia, Vrijheid, Cureten 1

Maia en Hermes

Ook de dochter van Atlas, Maia, was niet veilig voor de amoureuze Zeus, en belandde eveneens in zijn bed. Zo werd Maia moeder van de zoon Hermes, die zich ontwikkelde tot een uitstekende en slimme dief. Op een gegeven moment steelt hij de koeien van zijn halfbroer Apollo en sleept die hem naar Zeus om Hermes te bestraffen. Maar Zeus sust de ruzie, schenkt Apollo de Lier die Hermes had uitgevonden, en beslist dat Hermes zich voortaan moet gaan bemoeien met de handel. Bovendien stelt hij de drieste Hermes als zijn boodschapper aan om berichten naar mensen en andere Goden over te brengen. Ook twee andere zussen van Maia, Taygete en Electra 3 zouden later nog bezwijken voor Zeus maar, in tegenstelling tot Maia, geen onsterfelijke Goden ter wereld brengen.

Cronus Rhea Atlas Pleione / Aethra 2 / Hesione 4
Zeus Maia
Hermes

Aega / Amalthea

Nog voor de strijd met de Titanen zou Zeus het bed gedeeld hebben met de Nimf Aega, de vrouw van Natuurgod Pan. Maar er zijn ook mythen die stellen dat Zeus tijdens zijn verzorging in de grot van Dicte met de Nimf of geit Amalthea sliep. Uit deze ontmoeting(en) kwam Aegipan voort die zijn vader hielp in de strijd tegen de Titanen en het monster Typhon. Volgens andere mythen is Aegipan echter dezelfde figuur als Pan, die op zijn beurt weer vele andere afstammingen kent. Omdat Zeus zijn zoon zeer dankbaar was voor zijn hulp plaatste hij als gedenkteken de vorm van een geit tussen de Sterren.

Cronus Rhea Olenus 1 / Haemonius - / -
Zeus Aega / Amalthea
Aegipan / Pan

Pan en Hybris

Volgens de schrijver Apollodorus deelde Zeus ook eens het bed met de onbekende Nimf, of sterfelijke vrouw, Hybris en verwekte bij haar de Natuurgod Pan. Deze zoon, die ook vele andere ouders kent, was zeer bekwaam in de zienerskunst.

Cronus Rhea - -
Zeus Hybris
Pan

De mensheid

Tussen al zijn vrijpartijen door hield Zeus zich ook bezig met het ‘Bronzen Geslacht’ der mensheid. Die leefden van wat de natuur hen bood en werden door Zeus onderwezen hoe ze met elkaar moesten samenleven, en stelde hij ongeschreven wetten op waar ze zich aan moesten houden. Maar deze mensen waren zeer oorlogszuchtig, en voerden vele oorlogen met elkaar. Daarnaast weigerden ze de Goden te vereren, leidden een zeer losbandig leven en kenden geen kommer of verdriet.

Zoons Lycaon 3

Vooral hun goddeloosheid zit Zeus dwars en, om te testen hoe diep ze gezonken zijn daalt hij verkleed als arme werkman de Olympus af, en gaat naar Arcadië. Daar wordt hij door de vijftig zoons van koning Lycaon 3 ‘gastvrij’ ontvangen, nadat hij tekens had gegeven dat er een God aanwezig was. Ze geloven echter niet dat de arme werkman een God was en nodigde hem uit voor een gastmaaltijd. Vervolgens slachten ze één van de zoons van hun dienaren, mengen zijn ingewanden door het vlees, en zetten dat als maaltijd voor aan Zeus. Zo willen ze testen of hij werkelijk goddelijke gaven bezat. Woedend over deze wandaad werpt Zeus vol walging de tafel omver, en treft de broers dodelijk met zijn bliksems. Door ingrijpen van Gaea, die zijn hand vastpakte, spaart Zeus alleen het leven van de jongste zoon Nyctimus, en bedaarde zijn woede.

Zondvloed

Deucalion en Pyrrha

Terug op de Olympus begint het gemoed van Zeus echter weer te koken van woede, en besluit hij om het ‘Bronzen Geslacht’ der mensen te vernietigen. Hij laat het vervolgens negen dagen en nachten lang uit de hemel regenen, waardoor het grootste deel van de Aarde onder water kwam te staan en bijna alle mensen omkwamen. Alleen de vrome Deucalion 3 en zijn vrouw Pyrrha 1 overleven de Zondvloed omdat ze, op voorspraak van Prometheus, een houten kist hadden getimmerd waardoor ze bleven drijven. Uiteindelijk besluit Zeus om alleen hen te redden, en stopt het met regenen als de twee met hun bootje tegen de top van de Parnassus botsen. Dankbaar voor hun redding roepen de twee de Goden aan, en knielen eerbiedig voor de machtige Zeus om hem te bedanken voor hun redding. Vervolgens onthult Zeus, via het orakel van Themis hoe de twee weer nieuwe mensen moeten maken door stenen over hun rug te werpen. Zo ontstond het ‘IJzeren Geslacht’, maar verwekten Deucalion 3 en Pyrrha 1 ook zelf kinderen die de stamvaders van de Grieken zouden worden. Na zijn dood plaatste Zeus Deucalion 3, vanwege zijn vroomheid, als het sterrenbeeld Waterman aan de hemel.

Offers

De mensheid eert hierna de Goden wel, en brengen grote en kostbare offers aan Zeus en de andere Goden om hen te vereren. Dit gaat veelal ten koste van hun veestapel waardoor ze soms hongerlijden. Om zijn geliefde mensen te helpen krijgt Prometheus het bij Zeus voor elkaar dat ze slechts een deel van die offers in het vuur hoeven te werpen, en de rest zelf mogen houden om zich te voeden. Nadat hij deze toestemming had gekregen slachtte Prometheus twee stieren, legde hun ingewanden op een altaar, en wierp het vlees op één hoop die hij bedekte met een huid. Met de andere huid bedekte hij de stapel botten die hij insmeerde met een aantrekkelijke hoeveelheid vet. Vervolgens vraagt hij aan Zeus om uit de twee stapels te kiezen. Als Zeus zegt dat de verdeling hem niet eerlijk lijkt vraagt Prometheus hem om toch om te kiezen en die stapel te nemen die bij Zeus het meest in de smaak valt. Hoewel Zeus de list van Prometheus doorzag kiest hij toch voor de stapel met het aanlokkelijk vet, maar met daaronder botten, en zegt: ‘Mijn vriend, je bent nog altijd bedreven in sluwheid, maar vanaf nu zullen de mensen geen vuur meer van mij krijgen om hun voedsel te bereiden en zich te verwarmen.’

Prometheus

Omdat het rauwe vlees, zonder het te koken, niet te eten was en er hierdoor hongersnood dreigde, komt Prometheus opnieuw de mensheid te hulp. Dus toen Zeus even niet oplette ging hij naar de Olympus en stal daar het vuur van Zeus door een venkelstegel aan te steken en die brandend mee te nemen naar de Aarde. Vervolgens gaf hij dit aan de mensheid en leerden hen hoe ze het vuur brandend moesten houden. Zeus werd hier zo boos over dat hij Hephaistus opdracht gaf om Prometheus vast te ketenen aan de Kaukasus, en hem daar eeuwig te laten hangen. Vervolgens stuurt hij een Adelaar naar Prometheus die aan zijn lever begint te vreten waardoor de Titaan helse pijnen leed. Maar zijn lever groeide elke nacht weer aan en stuurt Zeus de volgende dag opnieuw de Adelaar naar de Kaukasus om zijn maaltje op te peuzelen. Dit ging eeuwenlang door totdat Prometheus uiteindelijk bevrijdt werd door Heracles omdat hij een geheim orakel over Zeus en Thetis kende, en dat gebruikte om van zijn straf verlost te worden.

Pandora 1

Pandora laat alle ondeugenden vrij, behalve de Hoop

Maar Zeus was de diefstal van Prometheus niet vergeten en zegt tegen hem: ‘Jij zoon van Iapetus 1 bent blij dat je mij te slim af was. Maar voor de mensheid zal ik als boete een vloek op de wereld brengen die hen van vreugde vervult als ze die omarmen!’ Lachend over zijn plan geeft Zeus opdracht aan Hephaistus om wat aarde met klei te mengen en dat mengsel een stem en kracht te geven. Zelf vormde Zeus het mengsel om tot een prachtig vrouwenlichaam, dat leek op dat van de Godinnen, en moest Athena het meisje leren weven. Aphrodite gaf haar vervolgens gratie en een pijnlijke begeerte die de mannen moest kwellen. Daarna moest Hermes het wezen een gluiperig karakter geven. Nadat de overige Godinnen haar van prachtige kleding en sieraden hadden voorzien noemt Zeus haar Pandora 1, en stuurde Hermes met haar naar Epimetheus, de wat domme broer van Prometheus, om het meisje als vrouw aan hem te schenken.

Het vat van Epimetheus

Hoewel Epimetheus door Prometheus gewaarschuwd was om nooit een gift van Zeus aan te nemen, accepteerde hij toch het geschenk van Zeus en nam Pandora 1 tot vrouw. In het begin gaat het uitstekend met de twee en wordt Pandora 1 zwanger van de dochter Pyrrha 1. Maar in het huis van Epimetheus stond een vat met bijzondere inhoud, en kon Pandora 1 haar nieuwsgierigheid niet bedwingen. Zodra Pandora 1 het deksel van het vat tilde vloog onmiddellijk alle ellende en ontelbare rampen naar buiten, die erin waren opgesloten, en verspreidden zich over de Wereld. Allen Hoop bleef achter in het vat omdat Pandora 1 nog net op tijd het deksel sloot. Maar het leed was geschied waardoor de paradijselijke staat van de mensen verloren ging, en sinds die tijd geplaagd werden door allerlei ziekten terwijl ook de natuur hen niet meer als vanzelf van voedsel voorzag.

Oppermacht

Zo dwong Zeus respect af bij de mensen voor de Goden, maar dwong hij de andere Goden ook tot gehoorzaamheid aan zijn wil. Zo zegt hij eens tijdens een vergadering op de Olympus tegen de andere Goden: ‘Als ik wil, kan ik een touw uit de Hemel laten zakken, waar jullie met z’n allen aan kunnen gaan hangen om te proberen mij naar beneden te trekken. Het zal zonde van de moeite zijn, want geen van jullie zal beweging in mij kunnen krijgen. Aan de andere kant, als ik er voor kies om jullie naar boven te trekken, zouden jullie allemaal in de lucht bungelen, met de Aarde en de zee er nog extra bij.’ Door dit gesnoef van Zeus voelen Hera, Poseidon en Athena zich zwaar beledigd en beramen een opstand om Zeus uit zijn macht te ontzetten. Dit plan werd echter ontdekt door de Zeegodin Thetis, die Zeus snel waarschuwde. Zeus neemt onmiddellijk maatregelen en laat de Honderdarmige Reus Briareus uit de Onderwereld halen.

Opstand

Als Hera, en haar twee bondgenoten, op Zeus afgaan staat Briareus naast zijn troon om de Oppergod te beschermen, en kijkt dreigend naar het drietal. Die beseffen dat ze geen schijn van kans maken tegen hem en Zeus, en druipen van schrik af. Maar Zeus is woedend op Hera en hangt haar ondersteboven op in de Hemel. Als Hephaistus zijn moeder probeert te helpen werpt Zeus hem van de Olympus, waardoor hij met een grote smak op Aarde belandde, en kreupel werd voor de rest van zijn leven. Aan de van angst bibberende Hera toont Zeus vervolgens welke chaos er zou ontstaan als hij niet regeerde. Hierna geeft Hera zich gewonnen en bevrijdde Zeus haar van de boeien. Ook de andere Goden leggen zich neer bij de oppermacht van Zeus en begon er een periode van relatief evenwicht tussen de Goden in de Hemel en de mensen op Aarde.

Verleiding van Nimfen

Zeus begon zijn aandacht vanaf de Olympus meer op de mensheid te richten, ontdekte gelijktijdig dat er vele beeldschone Nimfen de Aarde bevolkten, en borrelde de wellust menigmaal bij hem omhoog. Hij daalt dan ook regelmatig af naar de Aarde om met één van die Nimfen het bed te delen waardoor hij een groot nageslacht verwekte. Uiteraard werden deze buitenechtelijke avontuurtjes al snel opgemerkt door de trouwe, maar jaloerse, Hera die vaak tandenknarsend van woede moest toezien.

Electra 3

Wanneer Zeus de Nimf Electra 3 op het eiland Samothrace ziet lopen staat hij direct in vuur en vlam voor het meisje. Maar Electra 3 heeft geen interesse voor de overspelige Zeus en vlucht ter bescherming naar het Palladium, het beeld dat Athena in haar jeugd had gemaakt. Woedend smijt Zeus het beeld naar Troje waar koning Ilus 2 er een tempel omheen bouwt. Maar Zeus gaf zijn achtervolging niet op, weet uiteindelijk het hart van Electra 3 te veroveren, en deelt het bed met haar. Als dank belooft hij Electra 3 dat ze later, samen met haar zes zussen, als ster aan de hemel geplaatst zal worden. Over de kinderen die Electra 3 aan Zeus baarde lopen de mythen nogal uiteen. Ze werd in ieder geval moeder van de zoon Dardanus 1. Vervolgens baart zij enkele jaren later nog twee zoons, Iasion en Emathion 2. Volgens een enkele mythe werd uit deze relatie ook de dochter Hermonia 1 geboren. Volgens zijn gangbare versie van de mythen zijn echter Ares 1 en Aphrodite de ouders van Hermonia 1.

Cronus Rhea Atlas Pleione / Aethra 2 / Hesione 4
Zeus Electra 3
Iasion, Dardanus 1, Emathion 2, Harmonia 1 (pleegkind)

Taygete

Taygete wordt eveneens het slachtoffer van de avances van Zeus, net als haar zussen, Maia en Electra 3, en deelt op de berg Taygetus (Sparta) het bed met de oppergod. Samen verwekken zij de zoon Lacedaemon 1 die Taygete liefdevol grootbrengt. Later zou dit gebied, naar hun zoon, Lacedaemon 1 (Laconië) genoemd worden. Maar, net als haar zussen treurt, Taygete hevig over het lot van haar vader Atlas, die in opdracht van Zeus het gewelf van de Hemel eeuwig op zijn schouders moet dragen. Uiteindelijk besluit Zeus vanwege deze treurnis om Taygete, samen met haar zussen, als het Sterrenbeeld Plejaden aan de hemel te plaatsen.

Cronus Rhea Atlas Pleione / Aethra 2 / Hesione 4
Zeus Taygete
Lacedaemon 1

Pluto 2

Ook Pluto 2, een andere dochter van Atlas, die in de stad Sipylus woonde, werd het slachtoffer van de wellust van Zeus. Samen verwekken zij de zoon Tantalus 1. Zeus was erg trots op deze zoon, stond hem toe om deel te nemen aan de feestmaaltijden van de Goden, en vertrouwde hem zelfs zijn plannen voor de toekomst toe. Tantalus 1 vertelde die plannen echter door aan de mensen en ontwikkelde zich bovendien tot een dief. Dit riep de woede op van Zeus die zijn zoon zwaar strafte. In de Onderwereld dwong hij hem tot zijn middel in het water staan, en daar altijd dorst te hebben terwijl er een grote steen boven zijn hoofd balanceerde die eeuwig dreigde op zijn hoofd te vallen. Pluto 2 werd net als haar zussen, vanwege het verdriet om hun vader Atlas, later door Zeus in het sterrenbeeld Plejaden aan de hemel geplaatst.

Cronus Rhea Atlas Pleione / Aethra 2 / Hesione 4
Zeus Pluto 2
Tantalus 1

Europa 4

De onsterfelijke Oceanide Europa 4 bezwijkt eveneens voor de amoureuze Zeus toen hij in zijn orakelplaats Dodona aanwezig was. Uit deze kortstondige liefdesaffaire kwam de zoon Dodonaeus voort, die door sommige schrijvers echter gezien wordt als Zeus zelf.

Cronus Rhea Oceanus Tethys
Zeus Europa 4
Dodonaeus

Thalia 1

Thalia 1, één van de vijftig dochter van Zeegod Nereus, wordt ook door Zeus verleid toen zij eens op de kust van Sicilië lag te zonnen. Zodra hij haar ziet verandert Zeus zich in een Gier en dringt bij het meisje binnen. Volgens de schrijver Clement kwamen uit deze bijzondere verwekking een tweeling voort die bekend zou komen te staan als de Paliscenen.

Cronus Rhea Nereus Doris 2
Zeus Thalia 1
Paliscenen

Juturna

Ook Juturna, een beeldschone Waternimf uit de Romeinse Mythologie die in Italië leefde, roept de hartstocht op van Zeus en maakt hij jacht op haar in de bossen. Maar Juturna wil niets van Zeus weten en verschuilt zich voor hem in het dichte struikgewas. Als Zeus daarop de andere Nimfen oproept om te onthullen waar Juturna zich verscholen heeft, gaat één van hen, Lara, naar Hera en onthulde waar hij mee bezig was. Onmiddellijk riep Hera haar man tot de orde en moest Zeus onverrichter zake terugkeren naar de Olympus. Woedend over deze tegenslag rukt Zeus vervolgens bij Lara de tong uit zodat ze nooit meer iets kan verraden, en laat haar door Hermes naar de Onderwereld brengen.

Cronus Rhea - -
Zeus Juturna
-

Nemesis

Vervolgens ontdekt Zeus de mooie Nemesis, een dochter van Erebus en Nyx. Maar ook deze Godin moet niets hebben van Zeus, uit schaamte en respect voor Hera, en probeerde aan zijn attenties te ontsnappen. Ze vlucht in wisselende gedaantes door de zeeën en over land, maar bleef Zeus haar achtervolgen. Uiteindelijk neemt ze de gedaante aan van een zwaan en wordt ze verkracht door Zeus, die zich ook in een zwaan veranderd had en net deed of hij op de vlucht was voor een Adelaar. Hierna zou Nemesis een ei gelegd hebben, dat in de bossen door een herder gevonden werd die het meenam en aan Leda gaf. Deze legde het ei in een kist en bewaarde het tot er negen maanden verlopen waren. Op het bestemde moment werd daaruit de beeldschone Helena geboren en vervolgens door Leda grootgebracht als haar eigen dochter.

Cronus Rhea Erebus / - Nyx
Zeus Nemesis
Helena

Leda

Volgens de meest gangbare mythen is Helena echter een kind van Leda. Toen zij getrouwd was met koning Tyndareus zag Zeus haar eens in Laconië lopen. Zijn hart staat onmiddellijk in vuur en vlam voor de prachtige schoonheid van Leda en verzint een list om haar hart te veroveren. Hij verandert vervolgens zijn gedaante in dat van een gans en brengt een nacht aan de oevers van de Eurotas met Leda door. In deze situatie legt Leda vervolgens zelf een ei waaruit Helena werd geboren. Later zou Zeus, in de gedaante van een ster, opnieuw het bed delen met Leda en zou zij de zoons Castor en Polydeuces ter wereld brengen. Maar er zijn ook mythen die stellen dat Castor en Polydeuces de zoons zijn van Tyndareus en Zeus hen, na hun dood, om de dag onsterfelijkheid schonk. Helena groeide uit tot een wereldberoemde schoonheid, waar vele vrijers op af kwamen, en uiteindelijk de Trojaanse Oorlog door zou ontstaan.

Cronus Rhea Thestius / vele anderen Vele namen
Zeus Leda
Castor, Polydeuces, Helena

Selene

Maar ook Selene, de Maangodin, roept tijdens haar nachtelijke gang langs de hemel met haar zachte lichtstralen de wellust op van Zeus. Overdag, als Selene niet aan het werk is, verblijft ze op Aarde en hoedt daar haar kudde koeien. Dan gaat Zeus op haar af en verwekt bij Selene de lieflijke dochter Pandia (de dauw), die daarna zeer geliefd werd door de andere Goden omdat ze met haar waterdruppels het gras heerlijk fris en mals maakte.

Cronus Rhea Hyperion 1 Aether / Theia
Zeus Selene
Pandia (Dauw)

Thetis

Zeus werd, net als Poseidon, hevig verliefd op de Nereide Thetis en wedijverden samen om het bed met de mooie Nimf te delen. Maar wanneer Zeus of Poseidon haar een aanzoek deed weigerde Thetis beleefd vanwege haar respect voor Hera. Ondanks haar weigering bleef Zeus aandringen totdat de Prometheus, die nog steeds aan de Kaukasus was vastgeketend, hem meldde dat hij graag bevrijd wilde worden en een orakel kende over de toekomstige zoon van Thetis. Hij wil dit geheim echter alleen onthullen als Zeus hem bevrijdt van zijn boeien. Vol liefdesdrift stemt Zeus in met de voorwaarde van Prometheus, en hoort dan dat Thetis een zoon zal baren die machtiger zal worden dan zijn vader. Met zijn eigen vader Cronus in gedachten ziet Zeus daarop af van zijn verlangen om met Thetis het bed te delen. Hij zweert ook een eed dat Thetis nooit aan een God ten huwelijk gegeven zal worden. Uit dank voor haar trouw belooft Hera dat Thetis met de machtigste sterveling op Aarde, Peleus, zal trouwen en zij de zoon die daaruit voortkomt, aan het eind van zijn leven onsterfelijk zal maken.

Eunomia

Volgens een enkele mythe verwekte Zeus bij zijn dochter Eunomia de Abstracte Godinnen Gerechtigheid (Dike) en Vrede (Irene). In deze situatie zijn het dus geen zussen van Eunomia, maar haar kinderen. Deze maagdelijke Godinnen werden door de andere Goden hoog vereerd en geëerbiedigd. Want als een koning of heerser probeerde hen te krenken, of onrecht aan te doen, gingen ze direct naar hun vader om dit onrecht aan te klagen, en riepen Zeus op om het hele volk te straffen voor dit dwaze gedrag. Ze beschermden vooral het recht van de smekelingen waar Zeus eveneens fel op toezag.

Cronus Rhea Zeus Themis
Zeus Eunomia
Gerechtigheid (Dike), Vrede (Irene)

Himalia

Bij de Nimf Himalia, die op het eiland Rhodos woonde, verwekte Zeus, tijdens de tien jaar durende strijd met de Titanen, drie zoons met de namen Spartaeus, Cronius 1 en Cytus. Toen de Zondvloed de Aarde overspoelde vluchtten deze drie jongens naar de hoge bergen en werden zo gered van de dood.

Cronus Rhea - -
Zeus Himalia
Spartaeus, Cronius 1, Cytus

Chalcea / Chardia / Calybe

Ook de Nimfen Chalcea, Chardia en Calybe, die Zeus had verwekt bij Themis, konden de verleidingen van de oppergod niet weerstaan en deelden het bed met hem. Zo werd Chalcea moeder van de zoon Olympus 4 en haar zus Chardia van Alcanus. Calybe baarde negen maanden later de zoon Aethlius. Deze zoon gaf Zeus het geschenk beheerder te worden van zijn eigen dood, en mocht zijn eigen sterfdag kiezen als hij daar klaar voor was. Volgens andere schrijvers was deze Aethlius echter een zoon van Protogenia 1. (Zie bij relaties met sterfelijken)

Cronus Rhea Zeus Themis
Zeus Chalcea / Chardia / Calybe
Olympus 4 / Alcanus / Aethlius

Thaicrucia / Othris

Tot slot was er nog de Nimf Thaicrucia, de dochter van zeegod Proteus 2, die toegaf aan de avances van Zeus en het bed met hem deelde. Ook voor haar bleef deze korte ontmoeting niet zonder gevolgen en schonk negen maanden later het leven aan de zoon Nympheus. Ook Othris, een Nimf die in de omgeving van Phthia woonde, kruist eenmaal het pad van Zeus. Ze moet deze ontmoetingen bekopen met een zwangerschap en schenkt het leven aan de zoon Meliteus. Uit angst voor Hera lag Othris dit kind te vondeling in een bos. Daar werd de baby, door toedoen van Zeus, gevoed door bijen en gevonden door zijn halfbroer Phagrus

Cronus Rhea Proteus 2 / - - / -
Zeus Thaicrucia / Othris
Nympheus / Meliteus

Beroemde afstammelingen

Zeus schroomde er niet voor om ook met vrouwelijke stervelingen het bed te delen, en daalde menigmaal van de Olympus af om zijn genotzucht te bevredigen met een mooi meisje, of een mooie jongen, wat in die tijd niet ongewoon was. Vooral deze omgang met stervelingen riep de woede op van zijn vrouw Hera. Maar omdat ze niets tegen Zeus was opgewassen probeert ze zijn liefjes op alle mogelijke manieren dwars te zitten waardoor Zeus vaak gedwongen was om de vrouwen in de meest bijzondere vermommingen te verleiden.

Niobe 2

De eerste sterfelijke vrouw die de lust opriep van Zeus was Niobe 2, de dochter van Phoroneus 1 en Teledice die op de Peloponnesus woonden. Zodra hij haar ontwaart neemt Zeus de gedaante aan van een gewoon mens, want stervelingen konden Goden niet in hun ware gedaanten zien zonder te sterven. Zo weet hij Niobe 2 te verleiden en schenkt ze negen maanden later de twee zoons Argus 1 en Pelasgus 1 het leven. Volgens sommige mythen was Pelasgus 1 echter een Aardgeborene en geen zoon van Niobe 2 en Zeus.

Cronus Rhea Phoroneus 1 Teledice
Zeus Niobe 2
Argus 1, Pelasgus 1

Thyia

Kort na de zondvloed ontdekt Zeus in Phocis de schoonheid van Thyia, de dochter van Deucalion 3 en Pyrrha 1. Ook dit meisjes voegt Zeus toe aan zijn lange lijst van veroveringen, en wordt ze moeder van de twee zoons Macedon en Magnes 2. Deze jongens zouden jaren later later hun naam schenken aan twee landstreken in Griekenland, Macedonië en Magnesia.

Cronus Rhea Deucalion 3 Pyrrha 1
Zeus Thyia
Macedon, Magnes 2

Io

De Oppergod werd ook hevig verliefd op de mooie Io uit Argos, die als priesteres in de tempel van Hera dienst deed. Snel gaat Zeus op haar af en zegt: ‘Meisje lief, jij bent de ideale vrouw voor Zeus! Kom, zoek in het bos naar schaduw, nu het heet is en de zon zijn top bereikt heeft. Of durf je niet alleen te gaan, omdat er dieren schuilen? Laat je dan door een God beschermen! Ik ben niet zomaar een God, nee, ik ben het die de scepter in het hemelrijk bezit en met mijn bliksems zwaait. Nee, loop niet weg!’ Zo roept Zeus tegen de verdwijnende rug van Io, want zij ging er, na zijn woorden, als een haas vandoor om te ontkomen aan de verleidingen van Zeus. Maar hoe snel Io ook loopt, ze kan niet ontsnappen aan de grote Zeus en wordt in de duisternis van de bomen door hem van haar maagdelijkheid beroofd.

Zeus verovert Io

Zeus is net klaar met zijn daad als hij zijn vrouw Hera hoort aankomen die hem bij zijn overspelige daad wil betrappen. Snel verandert hij Io in een witte koe zodat Hera hem niet bij het meisje betrapt. Als Hera aankomt zegt ze suikerzoet tegen Zeus: ‘Geef mij deze jonge koe, die nog maar net hoorns heeft. Geef haar als geschenk aan je geliefde vrouw. Ik zal passende weiden uitkiezen voor mijn lievelingsdier.’ Zeus kon geen list bedenken en moest wel instemmmen met het verzoek, waarna hij met Hera terugkeert naar de Olympus. Hera had echter prima in de gaten wat er aan de hand was en stelt de honderd-ogige Argus 3 aan als bewaker van de koe. Dan stuurt Zeus zijn zoon Hermes naar Argus 3 met de opdracht Io te helpen door Argus 3 te doden.

Hierna stuurt Hera een horzel op Io af, die de koe begon te teisteren met zijn gemene steken. Gek door de voortdurende pijn slaat Io loeiend op hol, om aan haar kwelling te ontkomen, en galoppeert door vele landen. Na een lange omzwerving komt ze uiteindelijk bij de Nijl in Egypte en zinkt dan uitgeput door haar poten. Vervolgens, laat ze een klaaglijk loeien horen, en smeekt Zeus om hulp terwijl ze met haar grote ogen omhoog kijkt naar de sterren. Dan krijgt Zeus eindelijk medelijden met Io, die door hem zoveel moet lijden, en verandert het meisje weer in haar oude gedaante. Zodra Io haar oude gedaante terug heeft bevalt ze op de oevers van de Nijl van haar zoon Epaphus 1. Volgens een enkele mythe deelde Zeus in Egypte nog eenmaal het bed met Io, en werd zij moeder van de dochter Ceroessa.

Cronus Rhea Inachus 1 / Iasus 2 / Piren 1 Melia 1 of Argia 3 / - / -
Zeus Io
Epaphus 1, Ceroessa

Europa 2

Ook de jonge Europa 2, uit de stad Sidon in Phoenicië, roept de wellust van Zeus op wanneer zij eens met vriendinnen, bij een kudde koeien, aan het spelen is langs de kust. Deze keer vermomt Zeus zich als een prachtige sneeuwwitte stier 1, en loopt zo parmantig stappend en luid loeiend tussen de koeien in, rustig op het meisje en haar vriendinnen af. Hij ziet er niet dreigend uit en zijn ogen stralen een rustige kalmte uit terwijl hij naar Europa 2 kijkt. Europa 2 is verbaasd dat het dier totaal geen vechtlust uitstraalt en kijkt vol bewondering naar zijn statige uiterlijk. Dan stapt Zeus iets dichterbij, likt verliefd haar handen, en dartelt als een jong kalfje om de mooie Europa 2 heen. Langzaam verdwijnt bij haar de vrees, aait ze zijn kop, en hangt slingers van bloemen tussen de hoorns.

Zeus en Europa

Vervolgens gaat Zeus op de grond liggen en waagt Europa 2 het zelfs om op de rug van het dier te klimmen. Ze zit nauwelijks of de stier 1 gaat staan en loopt langzaam, maar gestaag, de zee in. Europa 2 zit hoog in de lucht, durft niet op de grond te springen, en ziet verschrikt hoe het dier steeds verder het water inloopt. Tot haar stomme verbazing blijkt de stier 1 te kunnen zwemmen en ziet Europa 2 de kust steeds verder achter zich verdwijnen. Verschrikt omklemt ze met een hand de hoorns om niet in het water te vallen, en weet niet wat ze moet doen. Dieper in zee maakt de stier 1 steeds meer vaart en moet Europa 2 met haar andere hand haar rok in bedwang houden die opwaait door de wind terwijl haar haren wild wapperen. Op volle zee kijken de Nereiden verwonderd op in het water als zij het stierenschip zien passeren.

Europa 2 kreeg een voorgevoel van wat er stond te gebeuren, waarna het schaamrood haar bleke wangen kleurt, en roept jammerend tegen de Nereiden: ‘Zeg tegen de stier 1, als die kan horen en luisteren, dit meisje te sparen! Vertel aan mijn liefhebbende vader dat Europa 2 haar geboortegrond heeft verlaten, gezeten op haar ontvoerder, en ik denk haar toekomstige bedgenoot. Neem deze lokken mee voor mijn moeder. Ach Boreas 1, neem mij mee op uw vleugels door de lucht en breng me thuis.’ Maar haar kreten lossen op in de wind, terwijl de stier 1 maar door blijft zwemmen. Uiteindelijk stapt Zeus vele mijlen verder op het eiland Kreta aan land en verdween plotseling de stierengedaante.

Voor de ogen van Europa 2 verscheen een jongeman die op het maagdelijke meisje afliep en haar naar de grot van Dicte voerde. Zachtjes beroert Zeus daar haar lichaam en verwijdert, als bij toeval, het lijfje om haar borsten. Dan kust hij vol passie haar mond en verwijdert stilletjes de gordel om haar heupen. Drie nachten lang deelt Zeus het bed met Europa 2 en schonk haar daarna als vrouw aan de rijke koning van Kreta, Asterius 3. Zelf vertrekt Zeus weer naar de Olympus om de woede van zijn vrouw, Hera, te temperen. Negen maanden later baart Europa 2 drie zoons met de namen Minos 1, Rhadamanthys en Sarpedon 1. Volgens één enkele mythe was er nog een vierde broer die de naam Carnus kreeg en stelde Zeus de reus Talos 1 aan om zijn kinderen te bewaken.

Cronus Rhea Agenor 3 / Phoenix 2 Argiope 3 / Alphesiboea 2
Zeus Europa 2
Minos 1, Rhadamanthys, Sarpedon 1, Carnus

Danae

Het oog van Zeus valt ook op de mooie dochter van Acrisius 1 uit Argos, Danae. Haar vader had van het orakel te horen gekregen dat zijn dochter een zoon zou baren die hem zou doden, en uit voorzorg Danae eenzaam opgesloten in een ondergrondse bronzen kamer. Om Danae te kunnen verleiden, zonder dat zijn vrouw Hera het in de gaten kreeg, verzon Zeus een nieuwe vermomming. Hij veranderde zich in een gouden regen, drong zo door het dak van de bronzen kamer, en bracht de nacht met Danae door. Negen maanden later baart Danae in haar gevangenis een zoon die ze Perseus 1 noemt. Als Acrisius 1 er achter komt dat zijn dochter een zoon heeft gebaard, wil hij niet geloven dat ze door Zeus is verleid. Woedend stopt hij Danae en Perseus 1 in een houten kist en werpt die in zee om het tweetal te laten sterven. Door de wil van Zeus dreef de kist naar het eiland Seriphos waar die op het strand gevonden werd door Dictys 1, de broer van de heersende koning op het eiland, Polydectes. Die neemt het tweetal in zijn huis op en groeit Perseus 1 op tot een man die zijn vader waardig was.

Cronus Rhea Acrisius 1 Eurydice 4 / Aganippe
Zeus Danae
Perseus 1

Semele

Vanuit de hemel keek Zeus ook wellustig neer op Semele, de jongste dochter van Cadmus en Harmonia 1 in Thebe, die tot een onweerstaanbare schoonheid was opgegroeid. Hoewel hij in de gaten werd gehouden door de jaloerse Hera, kan Zeus zich op een dag niet meer bedwingen als Semele in de rivier Asopus naakt een bad neemt en de Oppergod haar in haar volle glorie kan aanschouwen. Die avond gaat hij heimelijk naar Thebe, stapt in gedaante van een sterfelijke man bij Semele in bed, en brengt een zwoele nacht met haar door. Die ochtend maakt Zeus zich aan Semele bekend en zegt tegen haar dat ze een kind zal baren dat onder de Goden zal worden opgenomen.

Zeus toont zijn ware gedaante

De buik van Semele begon al snel te groeien, terwijl Zeus haar van tijd tot tijd bezocht om over haar en zijn toekomstige zoon te waken. Maar het overspel van Zeus bereikt al snel de oren van zijn vrouw Hera, die besluit wraak te nemen op Semele. In de gedaante van de oude Beroe 2, de verzorgster van Semele, gaat ze naar Semele toe en zegt: ‘Vertel me kind, waarom zijn je wangen zo bleek? Waar is je schoonheid? Heb je de beledigingen gehoord die het volk schreeuwen? Vertel me wie heeft met zijn ruwe handen aan je gordel gezeten? Wie van de Goden heeft jou te schande gemaakt en je maagdelijkheid weggenomen?’ Als Semele zegt dat het Zeus is geweest gaat de vermomde Hera verder: ‘Hoe weet je zo zeker dat het Zeus was, en geen van de andere Goden. Vraag hem jou een bewijs te geven van zijn ware identiteit zodat we zeker weten dat je zoon een kind van Zeus is!’ Zo zaait Hera twijfel in het hart van Semele.

Als Zeus enige tijd later weer bij Semele komt vraagt ze hem een gunst te verlenen door in de gedaante te verschijnen waarin hij ook Hera het hof maakt. Zeus, die de listen van Hera wel doorhad, kon niet weigeren en verscheen voor Semele op een wagen die werd begeleid door bliksems en donderslagen. Vervolgens liet hij een bliksemschicht inslaan waardoor Semele stierf en op weg ging naar de Onderwereld. Dan haalt Zeus snel de ongeboren vrucht uit haar schoot en naaide het kind in zijn dijbeen om later, nadat de volle negen maanden waren doorlopen, zelf zijn zoon Dionysus 2 ter wereld te brengen. Als deze zoon uiteindelijk door de mensen wordt geaccepteerd als een God daalt hij af naar de Onderwereld en haalt zijn moeder op om haar naar de Olympus te brengen. Sindsdien noemen de mensen en Goden haar Thyone. Op de Olympus heeft de onsterfelijke Thyone nog regelmatig een woordenstrijd met Hera maar sluiten de vrouwen uiteindelijk, onder dwang van Zeus, vrede.

Cronus Rhea Cadmus Harmonia 1
Zeus Semele
Dionysus 2

Aegina 1

De Najade Aegina 1 was één van de vele dochters van de Riviergod Asopus 1. Door toedoen van Eros, die één van zijn pijlen naar Zeus schoot, kwam hij in vuur en vlam voor de mooie Nimf te staan. Om te voorkomen dat Hera hem weer zou ontdekken veranderde Zeus zich in zijn geliefde vogel, de Adelaar. In de gedaante van deze grote vogel rooft hij Aegina 1 weg bij haar vader en bracht het meisje naar het eiland Oenopia waar hij haar zwanger maakt van de zoon Aeacus. Als Asopus 1 er enige tijd later achter komt, nadat hij door Sisyphus op de hoogte was gesteld wat er gebeurd was, probeert hij zijn dochter terug te halen, maar wordt door Zeus met bliksemschichten teruggejaagd.

Toen Hera het uitstapje van haar man ontdekte stuurt ze jaren later, als Aeacus is opgegroeid en als koning regeerde, een slang naar het eiland. Dit dier vergiftige het drinkwater waardoor alle onderdanen van Aeacus stierven. Als de eenzame Aeacus vervolgens naar een paar mieren staart, smeekt hij Zeus om hem mannen te geven om zijn land te bevolken. Zeus kreeg medelijden met zijn zoon en veranderde de mieren in mensen, die later de bijnaam Myrmidonen (Mierenmensen) kregen. Sinds die tijd noemde Aeacus het eiland Aegina 2, naar zijn moeder. Later werd Aeacus vader van de beroemde zoons Peleus en Telamon.

Cronus Rhea Asopus 1 Metope 2
Zeus Aegina 1
Aeacus

Eurymedusa 2

Volgens de schrijver Clement deelde Zeus in de gedaante van een mier echter eens het bed met Eurymedusa 2, de dochter van Cletor of Riviergod Achelous, en kregen ze samen de zoon Myrmidon die de stamvader der Myrmidonen zou worden.

Cronus Rhea Cletor / Achelous - / -
Zeus Eurymedusa 2
Myrmidon

Callisto (Themisto 3 / Manthea)

Ook Callisto uit Arcadië valt ten prooi aan de wellust van Zeus. Dit meisje had gezworen om maagd te blijven, en was meestal in het jachtgezelschap van de kuise Artemis te vinden. Tijdens één van deze jachtpartijen valt het oog van Zeus op de mooie Callisto, die volgens een enkele mythe zijn eigen dochter was, en is er geen ontkomen aan voor haar. Om zijn overspel voor Hera verborgen te houden veranderde Zeus zijn gedaante in dat van een beer, en verkracht de heftig tegenspartelende Callisto, waarna hij haar achterlaat in het bos. Sommige schrijvers stellen dat Zeus zich vermomde als Apollo of Artemis. Ondanks zijn vermomming werd de escapade van Zeus door Hera ontdekt, en verandert ze Callisto in een berin. In deze gedaante bevalt Callisto in het bos van een jongen die Arcas genoemd werd. Nadat Callisto, in haar berengedaante, gedood was zette Zeus haar als het sterrenbeeld Beer aan de hemel, en liet zijn zoon in Arcadië grootbrengen door Maia. Volgens een andere mythe was het deze Arcas die Lycaon 3 slachtte en als maaltijd aan Zeus voorschotelde toen hij diens huis bezocht, om de goddeloosheid van de mensheid te testen.

Cronus Rhea Lycaon 3 / Nycteus 2 / Ceteus / Phocus 4 - / - / - / -
Zeus Callisto
Arcas

Ganymedes

Zoals in die tijd niet ongewoon was kon Zeus ook in vuur en vlam staan voor een mooie jongen. Vanwege de uitzonderlijke schoonheid, en de glans op zijn gezicht, werd Zeus verliefd op de blonde Ganymedes, de zoon van Tros 1 uit Klein-Azië, en bedenkt een list om hem te ontvoeren. Terwijl Ganymedes juist zijn schapen bijeen floot dook er een reusachtige Adelaar uit de hemel die hem met zijn klauwen teder, o zo teder, oppakte en wegvoerde door de lucht. Terwijl Ganymedes verschrikt omhoog kijkt naar zijn ontvoerder wordt hij afgezet op de Olympus waar de vogel verandert in Zeus en zijn liefde voor hem openbaart. De twee delen daarna regelmatig het bed met elkaar. Om hem altijd dicht in de buurt te hebben stelt Zeus Ganymedes aan als wijnschenker van de Goden, maakt hem onsterfelijk, en zorgt ervoor dat hij eeuwig jong blijft. Als schadevergoeding voor het verleis van zijn zoon schenkt Zeus aan Tros 1 een span prachtige paarden die door geen enkel ander ras overtroffen werden.

Cronus Rhea Tros 1 / Assaracus / Laomedon 1 Callirhoe 3 / Hieromneme / vele namen
Zeus Ganymedes
-

Antiope 2

Ook de beeldschone Antiope 2, nadat haar eer was geschonden door Epopeus 1 en ze door haar man Lycus 3 werd verstoten, roept in Thebe de wellust op van Zeus. Zodra hij Antiope 2 ziet verandert Zeus zich in de gedaante van een Satyr en deelt het bed met haar. Als Lycus 3 ontdekt dat Antiope 2 opnieuw zwanger is van een ander sluit hij haar geboeid op in een donkere ruimte om daar te sterven. Toen de bevalling naderde wist Antiope 2 echter met hulp van Zeus te ontsnappen en vluchtte naar de berg Cithaeron. Daar beviel ze van de tweeling Zethus en Amphion 1, die door toedoen van Zeus werden gevonden door een herder en hen meenam naar zijn huis waar hij ze grootbracht. Deze twee zoons zouden later, met hulp van Apollo, een sterke muur om de stad Thebe bouwen waarin de beroemde zeven poorten werden opgenomen.

Cronus Rhea Nycteus 1 / Asopus 1 Polyxo 2 / Metope 2
Zeus Antiope 2
Zethus, Amphion 1

Alcmene

De verovering die tot de verwekking van grootste held uit de Griekse Mythologie leidde was die van Alcmene. De in Thebe wonende Alcmene belooft eens aan Amphitryon om zijn vrouw te worden zodra hij wraak heeft genomen op de moordenaars van haar broers. Tot die tijd leeft het stel als man en vrouw bij elkaar, zonder de geneugten van de liefde te voltrekken. Uiteindelijk heeft Amphitryon voldoende mannen tot zijn beschikking en gaat op weg om de moordenaars te straffen. Enkele weken later komt Zeus, in de gedaante van Amphitryon, naar Alcmene en vertelt haar dat hij in zijn opdracht is geslaagd, en de moordenaars van haar broers niet meer tot het rijk van de levenden behoren.

Zeus en Alcmene

Alcmene, die niet in de gaten heeft dat het Zeus is, was verrukt en dolgelukkig dat zij nu eindelijk het huwelijk met haar man kon voltrekken. Die avond ligt het tweetal in bed waarbij Zeus het samenliggen zo plezierig vindt dat hij de nacht drie keer zo lang laat duren als normaal. De volgende dag komt de echte Amphitryon terug van zijn missie in Oechalia. Maar Alcmene toont geen enkele belangstelling voor Amphitryon. Toen hij daar een vraag over stelde antwoordde Alcmene: ‘Je bent gisteren toch al aangekomen, en hebt de hele nacht met mij geslapen, Dus waarom zou ik nu verbaasd zijn dat je er bent’. Amphitryon stelt verder geen vragen en, net als zijn voorganger, deelt die avond het bed met zijn vrouw. Maar de onduidelijkheid blijft aan zijn geweten knagen en uiteindelijk laat Alcmene de bewijzen van de eerste nacht zien. Daarop realiseert Amphitryon zich dat Zeus het bed met zijn vrouw heeft gedeeld, en slaapt vanaf die dag niet meer met haar.

Als het voor Alcmene tijd is om te bevallen zegt Zeus, tijdens een banket op de Olympus, tegen de verzamelde Goden: ‘Dit is de dag waarop Alcmene een zoon ter wereld zal brengen die als koning over alle naburige volken zal heersen.Hera, die wel begrijpt dat haar man weer eens een slippertje heeft gemaakt, zegt dan tegen Zeus: ‘Als je zo zeker bent van je zaak, zweer dan bij de Styx dat dit kind van jou als koning over alle omliggende volken zal heersen.’ Zeus, die niet op een list bedacht was, zwoer wat zijn vrouw hem vroeg waarna Hera snel de Olympus verliet. Ze gaat naar haar dochter, de Godin van de geboorte Eileithyia, en geeft haar opdracht om de geboorte van het kind zo lang mogelijk tegen te houden. Want Hera wist ook dat de vrouw van Sthenelus 2, eveneens uit het geslacht van Zeus, ook binnenkort moest bevallen, maar pas in de zevende maand was. Dus moet Eileithyia eerst naar die vrouw gaan zodat dit kind eerder geboren zou worden dan het kind van Alcmene.

Zo werd Eurystheus als eerste geboren en pas daarna het kind van Alcmene, Heracles. Hoewel Zeus overbluft was door de list van Hera, moest hij door zijn eed toch de belofte nakomen dat zijn zoon een machtige man zou worden. Dus sprak hij met Hera af dat Eurystheus koning mocht worden, zoals hij had beloofd, en dat Heracles in dienst moest treden van Eurystheus om Twaalf Werken voor hem uit te voeren. Ongeacht welke Werken Eurystheus hem zou opdragen zou Heracles daarna de gave van onsterfelijkheid ontvangen. Hera stemt in, en stelt vervolgens alles in het werk om het leven van Heracles zo zuur mogelijk te maken terwijl Zeus zijn zoon op alle mogelijke manieren te hulp schiet om hem uit benarde situaties te redden.

Cronus Rhea Electryon 1 Anaxo 1 / Eurydice 8
Zeus Alcmene
Heracles

Aanvallen op de macht

Woede van Hades

Al deze veroveringen van Zeus riepen de woede van zijn broer Hades op, die eenzaam in zijn paleis in de Onderwereld woonde en nooit het genoegen had om met een vrouw het bed te delen. Woedend over dit onrecht wil Hades het verdrag dat hij gesloten heeft met Zeus en Poseidon openbreken en brengt de Onderwereldgoden bijeen om een oorlog tegen zijn broers te beginnen. Hij wil zelfs de Titanen weer loslaten die in de Tartarus zijn opgesloten. Maar de Moiren weten Hades te kalmeren, bang als ze zijn voor een allesvernietigende strijd, en smeken hem eerst met Zeus te overleggen voordat hij tot actie overgaat. Dus stuurt Hades Hermes naar de Olympus met de opdracht aan Zeus dat hij voor een vrouw moet zorgen, of anders een nieuwe machtsstrijd tegemoet kan zien.

Persephone 1 in de Onderwereld

Zeus heeft geen keus en besluit om Persephone 1, de dochter van Demeter, als vrouw aan Hades te schenken. Hij stelt zijn broer persoonlijk op de hoogte en stuurt Aphrodite naar Persephone 1 op Sicilië om haar verliefd te laten worden op Hades. Maar verder stelt hij geen enkele andere God van zijn besluit op de hoogte, uit angst dat Demeter zijn goedkeuring voor dit huwelijk zal ontdekken. Vervolgens schaakt Hades de mooie Persephone 1 en wordt er in de Onderwereld een grootste bruiloft gevierd. Na lang zoeken komt Demeter erachter wie haar dochter geschaakt heeft, en ontstak ze in woede tegen Zeus en de andere Goden. Ze weigert daarna om nog langer graan te laten groeien op Aarde waardoor alle mensen dreigen te sterven van de honger.

Verzoening met Demeter

Zeus staat opnieuw met zijn rug tegen de muur en stuurt Hermes naar Hades. Hij moet hem overtuigen om Persephone 1 weer naar de bovenwereld terug te sturen om zich met haar moeder te herenigen. Zo hoopt Zeus dat Demeter van haar woede zal afzien en het graan weer laat groeien. Hades stemt uiteindelijk in maar krijgt het wel voor elkaar dat Persephone 1 een deel van het jaar als zijn vrouw in de Onderwereld moet wonen. Uiteindelijk wordt er vrede met Demeter gesloten en verzoent het drietal zich met elkaar. Zeus spreekt met haar en Hades af dat Persephone 1 de helft van het jaar bij Hades in de Onderwereld moet verblijven maar de andere helft bij haar moeder mag doorbrengen. Zo werden de Seizoenen op Aarde geïntroduceerd en groeide er niets in de periode dat Persephone 1 in de Onderwereld verbleef.

Wrok van Gaea

Maar ook de Aardgodin Gaea koesterde een wrok tegen Zeus omdat die haar kinderen, de Titanen, in de duistere Tartarus had opgesloten. Om hen te bevrijden baart Gaea een groep reusachtige kinderen, de Giganten, die qua lichaamsomvang en –kracht onoverwinnelijk zijn. Deze kinderen stookt Gaea op om de Olympus aan te vallen en Zeus en de andere Goden van de troon te stoten, en zegt tegen hen: ‘Kinderen, jullie zullen de Hemel veroveren. Alles wat jullie zien is de prijs van de overwinning. Win, en het heelal is van jullie. Ga heen en stort de Hemel in verwarring, haal de torens van de Hemel neer.’ Zo door hun moeder toegesproken verlaten de Giganten het binnenste van de Aarde en vallen de woningen van de Goden op de Olympus aan met grote rotsblokken en brandende eiken.

Het orakel

Eén van de vele Giganten

Door een orakel wordt zowel bij Zeus als Gaea bekend dat de Giganten alleen gedood kunnen worden als er een sterveling met de Goden meevecht. Toen Gaea dat hoorde ging ze op zoek naar een kruid om te voorkomen dat haar Giganten overwonnen zouden worden. Om te voorkomen dat Gaea dit kruid vindt verbiedt Zeus aan Selene, Eos 1 en Helius om nog langer hun licht op Aarde te laten schijnen waardoor er een diepe duisternis op Aarde heerst en het kruid niet kan groeien. Zelf gaat Zeus ook op zoek en snijdt al het kruid weg voordat Gaea dat kan doen. Hierna mogen de drie hun licht weer op de Aarde werpen en roept Zeus de hulp in van zijn zoon Heracles om te helpen de Giganten te bestrijden.

Oproep aan de goden

Hij gaf ook Iris 1 opdracht om de Goden bijeen te roepen op de Olympus voor een vergadering. Zo kwamen de Riviergoden, Dionysus 2 rijdend op een ezel, zijn broer Hades met Persephone 1 in een strijdwagen, en alle andere Goden die van Zeus afstamden naar de Olympus. Als iedereen aanwezig is spreekt Zeus hen toe en zegt: ‘Onsterfelijk leger, zie hoe de Aarde met haar nieuwe kinderen samenzweert tegen ons koninkrijk en onverschrokken een nieuw geslacht heeft gebaard? Welnu, laten we voor alle zonen die ze baarde, evenzovele doden aan hun moeder teruggeven. Laat haar rouw eeuwig duren terwijl zij huilt bij net zoveel graven als dat ze nu kinderen heeft. Zo roept Zeus zijn aanhangers op tot de strijd, terwijl ook de Giganten, aangemoedigd door Gaea, zich klaarmaken en reusachtige brokken steen uit de bergen rukken om op de Olympus te werpen.

Aanval van de Giganten

Dan vallen de machtige Giganten onder luid kabaal de berg aan en veroorzaakten een enorme opschudding in de natuur. Eilanden verlieten uit angst de oceaan, bergen verscholen zich in zee, terwijl menige rivier droog viel of zijn loop wijzigde. Terwijl de ene Gigant in zijn machtige hand met de Oeta zwaaide verzamelde een ander al zijn kracht en smeet de Pangaeus naar de vijand. Weer een ander bewapende zich met de besneeuwde Athos of tilde de Ossa van zijn fundamenten. Zo vielen de Giganten met rotsen en brandende eiken op de Goden aan en stapelden gebergten op elkaar tot sterrenhoogte. Maar Zeus en zijn aanhangers laten zich niet verjagen en weten de Giganten keer op keer te treffen. Zo laat Zeus een woeste begeerte ontvlammen bij de Gigant Porphyrion 1 voor Hera, zodat hij alleen nog maar oog heeft voor haar en de verdere strijd vergeet. Als Porphyrion 1 Hera de kleren van het lijf scheurt en haar wil verkrachten treft Zeus hem met een bliksemschicht, waarna de intussen gearriveerde Heracles het karwei afmaakt met een trefzekere pijl.

Steun van Heracles

Maar als de Gigant dood op de grond valt krijgt hij direct zijn levenswarmte weer terug, omdat de reus niet kan sterven zolang hij op zijn geboortegrond is. Op advies van Athena sleept Heracles hem vervolgens buiten de landsgrenzen en sterft de Gigant. Ook de andere Goden Poseidon, Hephaistus, Hecate, Dionysus 2, Apollo, Hera, Athena, Hermes, Artemis en de Moiren strijden mee, en vellen hun tegenstanders terwijl Zeus de resterende Giganten treft met zijn bliksemschichten. Elke keer maakt Heracles het karwei af door de gevelde Gigant met een pijl dood te schieten en buiten de landsgrenzen te slepen. Na een zware strijd weten Zeus en zijn medestanders de overwinning te behalen en worden alle Giganten verslagen. Zeus is iedereen zeer dankbaar voor hun hulp in de strijd en geeft hen de eretitel Olympiër. Ook zijn zoon Heracles geeft hij deze titel, en onthult hem bovendien dat hij aan het eind van zijn leven als onsterfelijke op de Olympus mag komen wonen.

Verwekking van Typhon

Maar Gaea geeft de strijd niet op en paarde met Tartarus 1 om een nieuwe kwelling voor Zeus ter wereld te brengen, die hem van de troon moet stoten. Zo baart ze het monster Typhon, een wezen dat nog sterker was dan alle Giganten bij elkaar en zo groot dat zijn hoofd de sterren beroerde, terwijl zijn slangenbenen diep in de zee stonden. Zijn bovenlijf was bezet met kronkelende slangen die zich tot aan zijn hoofd konden uitstrekken en een luid gesis lieten horen. Uit zijn lijf groeiden honderd verschillende dierenkoppen, die vuur konden spuwen, terwijl heel zijn lichaam bedekt was met veren en er vanaf zijn hoofd en wangen verwilderde haren groeiden. Uit al die koppen klonken verschillende klanken die soms voor de Goden te verstaan waren en de andere keer weer op het loeien van stieren leek, of het brullen van leeuwen.

Aanval op de Olympus

Ook hem stookt Gaea op om de Olympus aan te vallen en gaat Typhon vanuit Cilicië op weg naar de berg om het hemelrijk van Zeus aan te vallen. Tijdens die aanval spuwt hij een enorme vuurregen uit zijn vele bekken en werpt grote rotsblokken op de berg. Als de Olympische Goden het monster zien aankomen, slaan zij massaal op de vlucht en wijken uit naar Egypte, behalve Athena en Zeus, die alleen achterbleven. Typhon gaat in eerste instantie de vluchtende Goden achterna die zich, op advies van Pan, veranderden in allerlei dieren om het monster te misleiden. Zo werd Apollo een havik, Typhon een ibis, Ares 1 een vis, Artemis een kat, Dionysus 2 nam de vorm van een geit aan, Heracles een reekalf, Hephaistus een os, Pan, Aphrodite en Eros een vis en Leto een spitsmuis. De rest van de Goden namen elk de gedaante aan die zij kenden.

Zeus verslagen

Alleen Zeus verweert zich vanuit de verte en bestookt Typhon met zijn bliksemschichten waardoor die terugkeerde naar de Olympus. Als het monster dichterbij komt treft Zeus hem met een sikkel en jaagt Typhon naar de berg Casius in Syrië. Als Zeus hem daar gewond op de grond ziet liggen gaat hij het gevecht met het monster aan. Maar Typhon is zo eenvoudig niet te verslaan en draait zijn slangenbenen om het lichaam van Zeus, en krijgt hem zo in bedwang. Vervolgens pakt Typhon de sikkel van Zeus af en snijdt daarmee de pezen uit de handen en voeten van Zeus. Deze pezen verstopte hij in een berenhuid en verborg die in een geheime grot waar hij ze door de vrouwtjesdraak Delphyne liet bewaken. Hierna greep Typhon de bliksems van Zeus, zette al zijn kelen open en liet een donderende oorlogskreet over de Aarde schallen.

Aarde in beroering

Typhon, de Gigant

De bliksems verstopte Typhon in een vossenhol tussen de rotsen, en reikte met zijn handen naar de Hemel. Daar greep hij een aantal Sterren en Sterrenbeelden en sleepte die naar een andere plek waardoor het daglicht vermengd werd met de nacht en heel het Heelal in beroering was. Na de eerste schrik begonnen de Hemellichamen zich te verweren. Selene bezorgt de koppen van Typhon vele verwondingen met haar hoorns, de Seizoenen bewapenden de onverschrokken bataljons van de Sterren met vuur, terwijl Orion zijn zwaard trok. De lucht was vol geraas terwijl de Plejaden schreeuwden. Door dit heftige verweer verplaatst Typhon zijn aanval naar het land. Hij schudde verschillende bergtoppen, verstoorde de loop van vele rivieren, en slingerde een salvo van klippen naar de zee. Typhon probeert ook de bliksems van Zeus te werpen, maar deze waren te zwaar voor het monster met zijn tweehonderd handen, terwijl Zeus ze gemakkelijk met één hand tilde. De bliksems waren mat, schoot er slechts een zachte vlam uit zijn handen, en slipten zij vaak uit zijn handen weg waardoor ze zigzaggend door de lucht schoten, de vertrouwde handen van hun meester missend.

Zeus smeedt een plan

Zeus, die dit alles met lede ogen moet aanzien, smeedt daarop een plan om het ondier te verslaan. Hij vermomt Cadmus, die hij onderweg was tegengekomen, als eenvoudige geitenhoeder en geeft hem een herdersfluit waarop hij een lieflijk deuntje moet spelen. Tegen Eros zegt Zeus dat hij één van zijn pijlen op de Gigant moet afschieten om hem verliefd te maken. Zelf verandert Zeus zich in de gedaante van een stier. Zodra Eros zijn pijl heeft afgeschoten en Cadmus op zijn fluit begint te spelen vangen de oren van Typhon het geluid op. De melodie roept een warm gevoel bij hem op en gaat op het geluid af, terwijl hij de bliksems van Zeus in een grot achterlaat. Zodra Cadmus het monster ziet wordt hij door angst bevangen en kruipt weg in een spleet tussen de rotsen. Maar Typhon lachte luid en zegt: ‘Waarom vrees je mij, geitenhoeder? Voor mij hoef je niet bang te zijn, ik jaag op Zeus. Maar laten we een wedstrijd houden, als je wilt. Jij speelt op je fluit terwijl ik zal donderen met mijn dondermuziek. En als ik eenmaal heerser ben van de Hemel, en de scepter van Zeus heb overgenomen, zal ik je rijkelijk belonen.

Muziekwedstrijd

Dan zegt Cadmus, die begreep dat de pijl van Eros effect had gehad: ‘Je hield van de muziek van mijn fluit toen je die hoorde. Vertel me, wat zal je doen wanneer ik een overwinningslied speel op de harp met de zeven snaren, om jouw troon te eren? Eens hield ik een wedstrijd met Apollo en versloeg hem met mijn eigen harp. Maar Zeus verbrandde mijn mooie snaren met een bliksem om zijn verslagen zoon een plezier te doen. Maar als ik ooit weer pezen kan vinden dan zal ik een lied spelen met mijn fluit die de bomen, bergen en alle wilde beesten zal betoveren. Maar wanneer jij Zeus en de Goden verslaat met je bliksems, spaar dan alleen Apollo. Terwijl Typhon feest viert aan zijn tafel, zullen hij en ik een wedstrijd houden, en zien wie dan wie zal verslaan in het huldigen van de machtige Typhon!’ Daarna zweeg Cadmus en gaat Typhon snel terug naar de grot, verlangend om meer van die mooie muziek te horen, greep de pezen van Zeus en brengt ze naar Cadmus. De herder dankte hem hartelijk voor zijn onsterfelijke geschenk, behandelde de pezen met zorg en verstopte ze in een hol in de rotsen.

Steun van Hermes en Pan

Toen liet Cadmus zacht en teder zijn adem ontsnappen, noten strelend terwijl hij de fluit bespeelde, en liet een sierlijk wijsje horen. Typhon stak al zijn armen in de lucht terwijl hij naar de melodie luisterde, en wist van niets meer. Hij was betoverd, terwijl Cadmus speelde alsof hij de doden tot leven wilde wekken met zijn fluit. Ondertussen gingen Hermes en Pan naar de grot waar Cadmus de pezen had achtergelaten en plaatsen die terug in het lichaam van Zeus waardoor de Oppergod weer over al zijn krachten beschikte en, onopgemerkt door Typhon, terugsloop naar de grot waar zijn bliksems lagen. Zodra hij zich bewapend had omhulde Zeus Cadmus met een wolk zodat Typhon niet achter het listige plan zou komen.

Opnieuw strijd

Dan stopt Cadmus plotseling met spelen waardoor Typhon wakker werd uit zijn betovering en naar de grot met de verstopte bliksems snelde. Tot zijn ontsteltenis waren ze verdwenen en beseft plotseling dat hij in de val was gelopen. Met rotsen smijtend snelt hij terug naar de Olympus. Opnieuw raakt de Aarde in beroering toen hij met zijn machtige lichaam over Aarde marcheerde en laait de strijd tussen het tweetal weer op. Zeus donderde luid brullend in de lucht, ranselde de wolken en vormde een dichte wolkengroep om zijn borst te beschermen tegen de projectielen van de Gigant. Ook Typhon liet van zich horen en bracht met zijn stierenkoppen een luid geloei ten gehore waar de Olympus opnieuw van beefde. Het leek een leger dat zich klaarmaakt voor de strijd. De Gigant had één lichaam, maar vele nekken, ontelbare legioenen van armen, en leeuwenkaken met scherpe slagtanden. Bomen kneep hij fijn in zijn handen en werden naar Zeus gesmeten. Maar die brandde Zeus tot stof met een enkele vonk van zijn bliksems die hij met kracht wierp.

Steun voor Zeus

Het gehele universum was in beroering. De vier Winden 1, bondgenoten van Zeus, lieten zuilen van donker stof oprijzen in de lucht, grote golven aanzwellen, en joegen de zee op totdat alle kusten beefden. Uit de handen van Typhon regende het rotsblokken tegen de onvermoeibare bliksems van Zeus. Sommige aanvallen schoten voorbij de Maan, anderen wervelden door de lucht met een scherp gefluit, de winden werden weggeblazen door tegenwinden. Toen bewapende Zeus de twee zoons van Ares 1, Rumoer en Schrik. Rumoer stelde hij op met bliksems, Schrik bewapende hij met donderslagen, om Typhon vrees aan te jagen. Overwinning tilde haar schild omhoog en hield dat beschermend voor Zeus. Enyo 1 viel aan met een schreeuw, en Ares 1 donderde. Dan stort Zeus zich in zijn strijdwagen uit de Hemel neer en streed nu eens met zijn bliksems, dan weer met donderslagen, of wierp enorme buien van bevroren hagel in salvo’s neer. Dikke wolkbreuken barstten op het hoofd van de Gigant met harde slagen uiteen, waardoor de handen van het monster werden afgesneden door de uit de lucht vallende hagel.

Wanhopige strijd

Strijd van Zeus met Typhon

Terwijl hij bliksemschichten op de Gigant afvuurt jaagt Zeus hem naar de berg Nysa waar de Moiren verblijven. Die vertellen Typhon dat als hij bepaalde vruchten eet, hij sterker dan ooit zal worden. Het tegendeel is echter waar. Typhon werd verder opgejaagd door Zeus en vlucht naar Thracië. Daar gooit hij complete bergen naar Zeus maar die kaatst ze met zijn bliksemschichten terug waardoor Typhon zwaar gewond raakt en er grote stromen bloed over de bergen stromen. Zeus die de overwinning ruikt streed door en bleef zijn bliksems naar Typhon werpen. Steeds meer handen vielen brandend op de grond, sneed de scherpe hagel talloze koppen van het reusachtige lijf, en ontplofte een vallende ster vlak voor zijn gezicht, waardoor de slangenharen vlam vatten.

Aanval van de Winden

Maar de Gigant vocht door, zijn ogen waren verbrand tot as in de donkere rook, zijn wangen waren bedekt met witte rijp en zijn gezichten verslagen met sneeuwbuien. Hij leed onder de aanvallen van de vier Winden 1. Want als hij zijn flikkerende ogen naar de zonsopgang richtte, werd hij aangevallen door de moedige Eurus. Als hij naar het noorden blikte, werd hij aangevallen door de ijzige vrieskou van de winterse wervelwinden. En als hij acht sloeg op de van sneeuw zwangere Boreas 1, werd hij door natte en hete buien tegelijk door elkaar geschud. Als hij naar het westen keek huiverde hij voor Enyo 1 en haar felle stormen terwijl hij het geluid hoorde van de krakende Zephyrus 1 met zijn lente-gesel. Notus leidde een gloeiende wind tegen Typhon.

Typhon verslagen

Terwijl zijn gezichten verschrompelden, zakte de Gigant uiteindelijk door zijn knieën. Zeus schetterde, zijn zege voorspellend, met een rollende donder en als Typhon aanstalten maakt om naar de Zee van Sicilië te vluchten gooit Zeus de berg Etna over hem heen. Het zware eiland drukt Typhon neer en hij kan er niet onder vandaan komen. Hij spartelt nog vaak tegen, wil zich naar boven vechten, maar de bergen rusten op zijn handen waardoor hij niet kan ontsnappen. Zo ligt hij daar, zand en vlammen uit zijn keelgat ophoestend, en steeds proberend het massieve eiland weg te duwen. Dan schudt de Aarde waardoor zelfs Hades bang is dat er een scheur in de grond komt en een brede aardspleet het daglicht doorlaat in het schimmenrijk. Als bewaker over de berg stelt Zeus Hephaistus aan, die zijn aambeelden daar in een grot plaatst. Zo wint Zeus uiteindelijk de laatste aanval op de macht, en vestigde zich definitief als Oppergod over Hemel en Aarde, en keerde hij zegevierend terug de Olympus.

Relaties met sterfelijken

Nu zijn macht onaantastbaar bleek kon Zeus eindelijk zijn aandacht volledig besteden aan het besturen van de mensheid en, tussen de bedrijven door, het verleiden van vele sterfelijke vrouwen. De oude vertellers van mythen vonden het wel interessant om hun gehoor te plezieren door in de verhalen het feit te verweven dat ze afstamden van de Oppergod. Zo werd Zeus vader van een groot aantal kinderen bij vrouwen die geen echte rol speelden in de verhalen.

Helen en Idaea 3

Zo verwekt Zeus bij de onbekende Helen, die met Pandion 6 getrouwd was, de zoon Musaeus 2, en werd bij Idaea 3, de dochter van Minos 3, vader van een zoon Asterion 4.

Cronus Rhea - / Minos 3 - / -
Zeus Helen / Idaea 3
Musaeus 2 / Asterion 4

Carme

Ook de beeldschone Carme, een dochter van Eubulus of Phoenix 2, uit Phoenicië valt voor de charmes van Zeus. Zij werd zwanger van de dochter Britomartis die het gezelschap van mannen meed, en een trouw volgelinge werd van Artemis. Volgens een bepaalde mythe vond deze dochter op Kreta ook de netten uit die werden gebruikt tijdens de jacht en werd ze sinds die tijd Dictyna genoemd.

Cronus Rhea Eubulus / Phoenix 2 - / Cassiopea 5
Zeus Carme
Britomartis (Dictyna)

Cassiopea 2 / Cassiopea 5

Op Kreta verleidde Zeus ook Cassiopea 2 en werd bij haar vader van de mooie zoon Atymnius 2. Op deze zoon (volgens anderen was dit Miletus 1, een zoon van Apollo en Aria) werden later de drie broers Minos 1, Sarpedon 1 en Minos 1 hevig verliefd waardoor ze onderling ruzie kregen. De oude mythen verhalen ook over een andere Cassiopea 5, de dochter van Arabius uit Phoenicië. Deze vrouw zou eveneens door Zeus verleidt worden, nadat hij zich had veranderd in de gedaante van haar echtgenoot Phoenix 2, waarna zij moeder werd van de zoon Anchinos.

Cronus Rhea - / Arabius - / -
Zeus Cassiopea 2 / Cassiopea 5
Atymnius 2 / Anchinos

Chrysogenia / Clonia 2 / Chloris 2

In Thessalië verleidde Zeus Chrysogenia, de dochter van Riviergod Peneus en zijn vrouw Creusa 4. Uit deze kortstondige ontmoeting kwam de zoon Thissaeus voort. Hetzelfde gebeurde met Clonia 2, de dochter van Aramnus, die moeder werd van de zoon Lacon. Ook Chloris 2, de vrouw van Ampycus 1 uit Thessalië is machteloos tegenover de verleidingskunsten van Zeus, en brengt een amoureuze nacht met de Oppergod door. Uit deze ontmoeting kwam de zoon Mopsus 2 voort die later een uitstekende ziener zou worden. Er zijn echter ook mythen die stellen dat Ampycus 1 zelf zijn vader was.

Cronus Rhea Peneus / Aramnus / - Creusa 4 / - / -
Zeus Chrysogenia / Clonia 2 / Chloris 2
Thissaeus / Lacon / Mopsus 2

Hora

Bij de half menselijke Nimf Hora verwekt Zeus in Myrace, aan de monding van de Tibisis, in Scythië de zoon Colaxes. Deze zoon zou zich later aansluiten bij het opstandelingenleger van Perses 2 om tijdens een burgeroorlog koning Aeetes van de troon te stoten. Op dat moment komen ook de Argonauten aan in Colchis, die Aeetes steunen, en dreigt hun aanvoerder Iason Colaxes te doden. Dan zegt Zeus met een treurig gezicht in de hemel: ‘Helaas, ik probeerde mijn zoon te redden van zijn onontkoombare lot, en vertrouwde stoutmoedig op zijn kracht. Maar ik onthoudt mij niet van hetgeen dat elke goddelijke vader van een sterveling moet doorstaan, en zal hem niet redden.’ Vervolgens inspireert hij zijn zoon met grenzeloze moed waarna hij dapper stierf door het zwaard van Iason.

Cronus Rhea - -
Zeus Hora
Colaxes

Cotonia / Imandra / Lamia

Volgens de schrijver Clement was Cotonia, de dochter van Lesbus, ook eens de bedgenote van Zeus en werd ze moeder van de zoon Polymedes. Dezelfde schrijver stelt dat Zeus op het eiland Rhodos ook Imandra, de dochter van Geneanus, verleidde nadat hij in een regenbui was veranderd, en met Lamia de liefde bedreef nadat hij zich in een Kievit had veranderd. Of uit de laatste twee avontuurtjes kinderen voortkwamen laat Clement echter in het midden.

Cronus Rhea Lesbus / Geneanus / - - / - / -
Zeus Cotonia / Imandra / Lamia
Polymedes / - / -

Leandia / Libya 1 / Lysithea

Verder omschrijft Clement dat Leandia, de dochter van Eurymedon 7, door Zeus moeder werd van de zoon Coron, en stelt hij ook dat Libya 1, de dochter van Munantius (Epaphus 1), het bed met Zeus deelde en hem de zoon Belus 1 schonk. Volgens de meest gangbare mythen was het echter zeegod Poseidon die Belus 1 bij Libya 1 verwekte. Clement stelt verder dat Lysithea, de dochter van Evenus 4 eens een korte relatie had met Zeus en zij negen maanden later moeder werd van de zoon Helenus 3.

Cronus Rhea Eurymedon 7 / Epaphus 1 / Evenus 4 - / Memphis 1 / -
Zeus Leandia / Libya 1 / Lysithea
Coron / Belus 1 / Helenus 3

Megaclite / Nymphe 2 / Olympia

Clement blijft in zijn boek nog even doorgaan met de buitenechtelijke avontuurtjes van Zeus, en noemt vervolgens Megaclite, de dochter van Macarius, die de Oppergod twee kinderen schonk met de namen Locrus 2 en Thebe 4. Ook Nymphe 2, een dochter van onbekende ouders, deelt eens het bed met Zeus en werd op Samothrace moeder van de zoon Saon 1. Volgens andere bronnen was deze Saon 1 echter een zoon van Hermes en Rhene 2. Voorts omschrijft Clement dat Olympia, de dochter van Neoptolemus en Andromache, na de Trojaanse Oorlog werd bezocht door Zeus en zij Alexander 3 het leven schonk. Deze zoon zou later bekend komen te staan als Alexander de Grote.

Cronus Rhea Macarius / - / Neoptolemus - / - / Andromache
Zeus Megaclite / Nymphe 2 / Olympia
Locrus 2, Thebe 4 / Saon 1 / Alexander 3

Elare

Ook Elare, die soms Larisse wordt genoemd en een dochter van Orchomenus 1 uit Taenarum was, wekt eens de belangstelling op van Zeus die het bed met het mooie meisje deelde. Zeus is echter bang dat de jaloerse Hera zijn liefdesdaad ontdekt en verbergt de zwangere Elare in de Aarde. Negen maanden later, als het kind volgroeid is, haalt Zeus de baby uit de schoot van Elare en brengt dit naar het licht boven de grond. Het kind blijkt een enorme reus te zijn die Zeus de naam Tityus geeft. Later geeft Hera deze Tityus opdracht om Leto geweld aan te doen omdat Zeus met haar had samengelegen. Maar zodra Tityus op haar af gaat grijpt Zeus in, en schroomt niet om zijn eigen zoon te doden met een bliksem om hem daarna zwaar te straffen in de Onderwereld. Er zijn echter ook mythen die stellen dat Tityus een zoon is van Aardgodin Gaea die zij, zonder mannelijke tussenkomst, het leven schonk.

Cronus Rhea Orchomenus 1 -
Zeus Elare (Larisse)
Tityus (Tityon)

Laodamia 1

Zeus is ook de vader van Sarpedon 3 die hij, volgens de meest gangbare mythen, verwekte bij Laodamia 1, de dochter van Bellerophon en Philonoe. In andere mythen worden echter ook Evander 3 en Riviergod Scamander als de vader van Sarpedon 3 bij Laodamia 1 genoemd. Zeus schroomde niet om ook Pyrrha 1 te verleiden, de dochter van Epimetheus en Pandora 1. Uit deze korte relatie kwam de zoon Hellen 1 voort die ook wel Helmetheus wordt genoemd. Deze zoon zou de stamvader worden van de latere Hellenen.

Cronus Rhea Bellerophon / Epimetheus Philonoe / Pandora 1
Zeus Laodamia 1 / Pyrrha 1
Sarpedon 3 / Hellen 1 (Helmetheus)

Phitia 1 / Protogenia 1 / Pandora 1

Zeus kijkt eens begerig naar Phitia 1, de mooie dochter van Phoroneus 2, en kan zijn lust wederom niet beteugelen. Ook dit meisje wordt het slachtoffer van zijn wellust en brengt de zoon Achaeus 2 ter wereld. Ook de dochters van Deucalion 3 en Pyrrha 1; Protogenia 1 en Pandora 2 weet Zeus in zijn bed te lokken. Zo wordt Protogenia 1 moeder van Aethlius en Dorus 3, en Pandora 2 van de dochter Melera, en drie zoons Pandorus 2, Graecus en Latinus 3.

Cronus Rhea Phoroneus 2 / Deucalion 3 / Deucalion 3 - / Pyrrha 1 / Pyrrha 1
Zeus Phitia 1 / Protogenia 1 / Pandora 2
Achaeus 2 / Aethlius, Dorus 3 / Melera, Pandorus 2, Graecus, Latinus 3

Phoenissa

Uit het avontuurtje van Zeus met Phoenissa, de dochter van Alphion uit Thessalië, kwam de zoon Endymion voort, maar worden meestal Aethlius en Calyce 1 als zijn ouders genoemd. In Boeotië bracht Zeus de nacht door met Salamis 2, een dochter van Riviergod Asopus 1, en werd ze moeder van de zoon Saracon. Zeus probeert ook haar zus Sinope 2 te verleiden en beloofde haar alles te geven wat ze vroeg als hij het bed met haar mocht delen. Slim vroeg ze vervolgens om de maagdelijke staat waardoor het voor Zeus onmogelijk werd, vanwege zijn belofte, om zijn wellust bij Sinope 2 te bevredigen. Ook Dia, de dochter van Eioneus 3 uit Thessalië krijgt eens de onverbloemde aandacht van Zeus en verwekt in de gedaante van een hengst bij haar de zoon Pirithous 1.

Cronus Rhea Alphion / Asopus 1 / Eioneus 3 - / Metope 2 / -
Zeus Phoenissa / Salamis 2 / Dia
Endymion / Saracon / Pirithous 1

Onbekende vrouwen

Verder worden er in de diverse mythen nog kinderen van Zeus omschreven die hij verwekte bij onbekende vrouwen. Zo was hij de vader van Crinacus, die in de stad Olenus woonde. Ook Corinthus, die aan de stad Corinthe zijn naam gaf en op de Isthmus woonde, zou een zoon van Zeus zijn.

Cronus Rhea - -
Zeus Onbekende vrouwen
Crinacus / Corinthus

Bemoeienissen met onsterfelijken

Gedurende zijn heerschappij hield Zeus alles en iedereen in de gaten, zowel Goden als mensen, bemoeide zich met vele gebeurtenissen, en gaf daar sturing aan zodat een en ander precies verliep zoals hij dat wenste. Vooral bij grootse gebeurtenissen, zoals Trojaanse Oorlog, liet Zeus zijn oppermacht blijken en moest iedereen precies doen wat hij wilde. Maar hij was meestal ook een zorgzame vader voor zijn kinderen die, als ze het hem op de juiste manier vroegen, altijd bij hem gedaan kregen wat ze wilden. Maar ook zijn haatliefde verhouding met de jaloerse Hera wordt in de vele mythen beschreven, en hoe zij elke keer fel van leer trok als Zeus weer eens een liefje had veroverd.

Artemis en Athena

Nadat Leto op Ortygia was bevallen ging zij met haar kinderen op weg naar de Olympus om het tweetal aan hun vader voor te stellen. Daar aangekomen gaat Artemis naar haar vader, klimt op zijn knie, en zegt tegen hem: ‘Laat me eeuwig mijn maagdelijkheid houden, vader. Geef me pijlen en een boog. Nee, wacht, die maken de Cyclopen later wel voor mij. Maar laat me mij kleden in een tuniek met geborduurde rand die tot aan de knieën reikt, zodat ik wilde dieren kan doden. Geef me zestig dochters van Oceanus voor mijn koor, allemaal negen jaar oud, allen nog maagd en geef me twintig Nimfen die mijn jachtlaarzen goed kunnen verzorgen. Geef me alle bergen en een stad, ongeacht welke u wenst. Want Artemis zal zelden naar die stad gaan. Over de bergen zal ik zwerven, en de steden der mensen zal ik alleen bezoeken wanneer vrouwen gekweld worden door de snerpende pijn van geboorteweeën en om mijn hulp vragen."

Zeus knikte instemmend terwijl hij glimlachte, liefkoosde haar en zei: ‘Wanneer Godinnen mij kinderen baren zoals deze, dan heb ik weinig meer nodig om de woede van de jaloerse Hera over me af te roepen. Neem alles wat je mij vroeg, mijn kind, van harte. Ja, en daarbij zal je vader je nog grotere zaken geven. Dertig steden zal ik je geven die je als geen andere God zullen vereren. En je zult de beschermster zijn van de straten en havens.’ Zo sprak hij en knikte met zijn hoofd om zijn woorden te bevestigen. Ook Athena voelde er niets voor om met een man het bed te delen, of moeder te worden, en was liever bezig met haar uitvindingen of zich aan het bekwamen in de oorlogsvoering. Ze kreeg het bij Zeus voor elkaar dat ook zij eeuwig maagd mocht blijven.

Eos 1 en Tithonus 1

Tithonus en Eos

Wanneer Eos 1, de Godin van de Dageraad de liefde van haar leven ziet, de sterveling Tithonus 1, ontvoert ze de jongen uit zijn ouderlijk huis en neemt hem met zich mee naar haar huis in Ethiopië. Daar slaapt ze elke nacht met hem, en baart twee zoons Emathion 1 en Memnon. Ze is zo verliefd op de jongen dat zij aan Zeus vraagt hem onsterfelijk te maken en eeuwig te laten leven. Zeus knikte met zijn hoofd en vervulde haar wens. Maar Eos 1 had haar vraag te eenvoudig gesteld en niet om zijn eeuwige jeugd gevraagd. Zo lang Tithonus 1 jong en krachtig was sliep Eos 1 elke nacht met hem en steeg elke ochtend vroeg op uit zijn bed om het daglicht aan te kondigen aan de Wereld. Maar toen de eerste grijze haren op zijn knappe hoofd en kin verschenen, bleef Eos 1 weg uit zijn bed, hoewel ze hem in haar huis koesterde en verzorgde met voedsel en ambrosia en hem rijke kleding gaf. Toen de weerzinwekkende ouderdom hem volledig in zijn greep had, en hij zijn ledematen niet meer kon bewegen, bedacht ze in haar hart wat het beste voor hem was. Ze lag hem in een kamer en deed de stralende deuren dicht.

Orion

Zeus, Hermes en Poseidon gaan eens op bezoek bij Hyrieus 2, een koning van Thracië of een arme boer in Boeotië. De drie Goden worden uiterst gastvrij door Hyrieus 2 ontvangen en slachtte hij een os voor zijn gasten. Als dank mocht hij van Zeus vragen wat hij maar wenste. Hyrieus 2 vroeg om een kind waarna de drie Goden urineren op de huid van de door Hyrieus 2 geslachte os, en vertellen hem de huid in de grond te begraven. Tien maanden later werd hieruit Orion geboren. Deze zoon trekt de wereld in en gaat op zoek naar een vrouw. Terwijl Orion door de Wereld trekt probeert hij de Plejaden, toen ze met hun moeder door Boeotië reisden, aan te raden. Omdat Zeus hen als Sterrenbeeld aan de hemel plaatste konden de meisjes nog net aan zijn wellust ontsnappen. Teleurgesteld trekt Orion verder door de Wereld en krijgt Eos 1, de Godin van de Dageraad, hem in de gaten. Zodra ze de reus ziet staat het hart van de Godin onmiddellijk in vuur en vlam voor Orion en brengen ze samen vele verrukkelijke nachten met elkaar door in bed. De dagen brengt Orion jagend door in het gezelschap van Artemis en Leto. Maar tijdens de jacht pocht Orion tegen Artemis dat er geen wild beest was dat hij niet kan verslaan, en roept zo de woede van Gaea over zich af. Die stuurt vervolgens een schorpioen van enorme afmetingen op de Orion af die hem in zijn voet stak waardoor hij stierf. Omdat Zeus hun moed bewonderde plaatst hij beiden als Sterrenbeeld aan de hemel.

Eros

Nadat Zeus twaalf keer is beschoten door de lustopwekkende pijlen van zijn zoon Eros, wil Zeus hem in de boeien slaan. Maar Eros smeekt om hem vrij te laten: ‘Laat me gaan Zeus. Ik ben maar een kind, hoewel onberekenbaar.’ Zeus moet lachen en antwoordt: ‘Een kind? Maar heb je er ooit aan gedacht dat je geboren bent vóór Iapetus 1? Jij slechte oude man! Alleen omdat je geen baard hebt, en geen witte haren, wil je jezelf door laten gaan voor een kind?’ Hierop antwoordt Eros: ‘Nou en, welke geweldige overlast heeft deze oude man jou ooit berokkend, dat je mij in de ketenen wil slaan?’ Dan zegt Zeus: ‘Vraag je eigen geweten Eros, welke overlast, welke streken jij mij hebt geleverd! Sater, stier 1, zwaan, Adelaar, gouden regen, dat alles ben ik geweest. En moet ik je daarvoor bedanken? Kun je er op de een of andere manier niet voor zorgen dat die vrouwen verliefd op me worden. Geen van hen was ondersteboven van mijn charmes. Nee, er moet altijd magie in het spel zijn. Mijn persoon moet altijd duidelijk buiten beeld blijven. Ze houden goed genoeg van de stier 1 of de zwaan. Maar wanneer zij mij in mijn ware gedaante hebben gezien, dan vrezen zij voor hun leven.

Ja natuurlijk’, antwoordt Eros. ‘Het zijn maar stervelingen. Het aanzien van Zeus is teveel voor hen.‘ Dan vraagt Zeus: ‘Maar waarom zijn Branchus 2 en Hyacinthus 1 dan zo gek op Apollo?’ De kleine Liefdesgod pareert Zeus: ‘Toch vluchtte Daphne 1 voor hem weg, in weerwil van zijn mooie haren en gladde kin. Nu, zal ik je de manier vertellen hoe je de weg naar hun hart kunt veroveren? Houdt die Aegis van je rustig, en laat de bliksem thuis. Maak jezelf zo mooi mogelijk op, zet je haar in de krul en bindt het op met een klein lint. Neem een paarse mantel, met goud bespikkelde schoenen, en marcheer mee op de muziek van de fluit en de trommel. Kijk dan of je geen betere aanhang krijgt dan Dionysus 2, met al zijn Maenaden’. ‘Poeh!’ zegt Zeus daarop, ‘Zo wil ik geen harten veroveren’. Dan lacht Eros en zegt: ‘O, in dat geval, wordt dan niet verliefd. Niets is eenvoudiger.’ Daarop besluit Zeus: ‘Dat denk ik ook, maar ik vind het heerlijk om verliefd te zijn, alleen houd ik niet van al die ophef er omheen. Dus denk er om, ik laat je gaan, onder dit voorbehoud.

Jaren later wil Eros uiteindelijk zelf ook in het huwelijk treden met Psyche, maar maakt zijn moeder Aphrodite bezwaar, en roept Eros de hulp in van Zeus. Dan knijpt Zeus hem even in zijn wangen en zegt: ‘Zoon van me, je hebt mij nooit in ere gehouden, zoals mij dat krachtens het besluit van de Goden toekomt. Nee, in dit hart van mij, waarin de wetten der elementen en de omloop der sterren worden bestuurd, sla je telkens weer wonden. Dat bevlek je keer op keer met aardse lustaanvallen, in strijd met de wetten en de openbare zeden heb je mijn goede naam en faam te grabbel gegooid door schandelijke echtbreuken. Slangen, vuur, wilde beesten, vogels, kuddedieren, tot allerlei vormen degradeer je mijn statige verschijning! Toch zal ik, indachtig mijn gematigd karakter en gezien het feit dat je onder mijn eigen ogen groot bent geworden, aan al je verzoeken voldoen.

Zo sprak hij en gaf Hermes opdracht alle Goden onmiddellijk in vergadering bijeen te roepen. Gezeten op zijn hoge troon legde Zeus de navolgende verklaring af. ‘Waarde Goden, deze jongeman hier heb ik eigenhandig naar de poort der volwassenheid gebracht, dat is u allen genoegzaam bekend. Thans is het tijd zijn heethoofdige aanvechtingen van zijn jongelingsjaren op enigerlei wijze te beteugelen. Dus ik heb besloten dat hij nu wel genoeg in opspraak is gekomen door die dagelijkse roddelpraat over echtbreuken en allerhande liederlijke praktijken. Elke gelegenheid daartoe moet worden weggenomen. Die jeugdige flierefluiterij moet aan huwelijksketenen worden gelegd! Hij heeft voor een meisje gekozen en haar maagdelijkheid geroofd. Hij mag haar hebben, hij mag haar houden, laat hij zijn Psyche omarmen en voorgoed van zijn liefde profiteren.’ Zo gaf Zeus goedkeuring aan het huwelijk en verloste zichzelf van zijn plaageest die nooit meer een pijl naar hem schoot.

Uitspraak Tiresias

Hera slaat Tiresias met blindheid

Wanneer Hera en Zeus eens samen aan de maaltijd zitten, kort na de geboorte van Dionysus 2, spreekt Hera Zeus weer eens aan over zijn vele buitenechtelijke misstappen. Maar Zeus is in een gemoedelijke bui, door de vele nectar die hij gedronken heeft, en zegt tegen haar: ‘Wat klaag je toch. Je weet net zo goed als ik dat jullie vrouwen veel meer genieten van seks dan wij mannen.Hera springt onmiddellijk op de kast en ontkent in alle toonaarden. Om een eind aan de discussie te maken besluiten ze om Tiresias een uitspraak over hun geschil te vragen, omdat hij tijdens zijn leven zowel man als vrouw was geweest. Zodra Tiresias hun vraag heeft gehoord zegt hij: ‘Als seksueel genot uit tien delen bestaat, dan geniet de man slechts één deel. Maar de vrouw geniet ten volle van alle tien'. Na deze uitspraak werd Hera woedend en sloeg Tiresias met de rug van haar hand het licht uit zijn ogen. Maar Zeus, die de daad van zijn vrouw niet kon herroepen, schonk hem de gave om in de toekomst te zien, door de geluiden van de vogels te bestuderen en verzachtte zo de straf van Hera. Hij schonk Tiresias bovendien een levensduur die zevenmaal langer was dan gewone stervelingen.

Ixion

Hoewel Zeus menigmaal overspel pleegde kon hij het niet verkroppen als iemand zijn vrouw te na kwam. Wanneer de kuise Hera eens bij Zeus komt klagen dat Ixion verliefd was, en geprobeerd had haar te verkrachtten, gelooft Zeus haar in eerste instantie niet. Om haar verhaal te controleren maakt hij van een wolk een gedaante, die op Hera leek, en stuurde die op Ixion af. Toen Ixion later snoevend vertelde dat hij met Hera had geslapen sloeg het ongeloof van Zeus om in woede en bedenkt hij een vreselijke straf voor Ixion. Hij geeft Hermes bevel om hem naar het donkerste gedeelte van de Onderwereld te brengen, de Tartarus, en Ixion daar met bronzen boeien vast te binden op een rad dat constant in het rond draaide. Zo moest Ixion eeuwig boeten voor zijn hoogmoed.

Heracles

Maar de meeste ruzies tussen Zeus en Hera gingen toch wel over Heracles. Als Zeus zijn zoon zag zwoegen onder de vernederende taken die hem door Eurystheus werden opgedragen borrelde de woede over hoe Hera hem in de val had laten lopen weer omhoog, en kon ze beter uit zijn buurt blijven. Vaak stuurde hij zijn dochter Athena naar de Aarde om Heracles te helpen bij zijn taken, of greep zelf in door bliksems naar de Aarde te sturen op het moment dat Apollo of Ares 1, die vaak op de hand van Hera waren, zijn zoon wilden aanvallen en zo liet weten Heracles met rust te laten.

Hera weet echter van geen ophouden om Heracles te kwellen en verzint eens een list om Zeus een hak te zetten. Ze weet de God van de Slaap, Hypnos, over te halen om Zeus in slaap te brengen, waarna ze een woeste storm op zee laat ontstaan waardoor Heracles in grote problemen bij het eiland Cos komt. Als Zeus uiteindelijk wakker wordt is hij razend en slingert van woede de aanwezige Goden rond in zijn paleis. Als hij erachter komt dat Hypnos de hoofdschuldige is die hem in slaap heeft gebracht, wil hij hem van de Olympus afgooien. Maar Hypnos werd in bescherming genomen door zijn moeder, Nyx. Voor deze Oergodin heeft Zeus te veel respect om Hypnos iets aan te doen en ziet af van verdere wraak.

Dan richt Zeus zijn woede op Hera. Hij bindt twee aambeelden aan haar voeten en bindt haar handen met onbreekbare boeien van goud aan elkaar. Zo hangt ze haar aan hoog in de lucht van de Olympus en bengelt tussen de wolken terwijl niemand van de andere Goden haar kunnen helpen, hoe verontwaardigd ze ook zijn. Hephaistus, die het voor zijn moeder wil opnemen, wordt door Zeus bij zijn voeten gepakt en van de Olympus gesmeten. Vervolgens haalt Zeus zijn zoon op van het eiland Cos en brengt hem naar Argos. Na enige tijd bekoelt de woede van Zeus en maakt hij de boeien van Hera los, maar moet zij beloven Heracles nu verder met rust te laten.

Als Heracles uiteindelijk sterft, door zichzelf in brand te steken op een brandstapel, haalt Zeus zijn zoon naar de Hemel om onder de onsterfelijke Goden te komen wonen. Hera verzoende zich uiteindelijk ook met Heracles, en was het er zelfs mee eens dat Zeus hun dochter Hebe 1 als vrouw aan Heracles schonk. Ook Alcmene, de moeder van Heracles, betoonde Zeus grote eer door haar na haar dood naar de Eilanden van de Gelukzaligen te sturen, het paradijselijke deel van de Onderwereld.

Asclepius

Asclepius in de Hemel

Op een dag klagen de Moiren en Hades bij Zeus dat de daden van de arts Asclepius, een zoon van Apollo, nadelig voor hen zijn omdat hij gestorvenen uit de dood opwekte. Ook Zeus werd bang dat steeds meer mensen de geneeskunst van Asclepius zouden leren, en werpt een bliksem naar Asclepius waardoor hij stierf. Maar uit eerbied voor zijn zoon Apollo laat hij Asclepius niet in de Onderwereld wonen, maar maakte hem tot een God. Bovendien plaatste hij de staf van Asclepius als het Sterrenbeeld Pijl aan de hemel. Als God woont Asclepius op de Olympus waar hij regelmatig deelneemt aan hun maaltijden. Tijdens die maaltijden kibbelt hij vaak met de eveneens onsterfelijk gemaakte Heracles die van hen op de beste plek mag zitten.

Maar Apollo was woedend vanwege de dood van zijn zoon en doodde de Cyclopen die de bliksems voor Zeus hadden gesmeed. Als de verontwaardigde Zeus daarna Apollo in de Tartarus wil werpen, smeekt Leto om genade voor haar zoon en verandert hij van gedachten. Als boetedoening moet Apollo vervolgens een jaar lang in dienst treden van de mensheid en stuurt Zeus zijn zoon als koeherder naar koning Admetus 1. Volgens een andere mythe moet Apollo, samen met Poseidon, als boetedoening een jaar lang in loondienst werken voor de hooghartige koning Laomedon 1 van Troje. Poseidon moet meehelpen een hoge muur om de stad te bouwen en Apollo om dat jaar de kuddes van de koning te hoeden op de berghellingen van de Ida.

Bemoeienissen met mensen

Als mensen door een ander onheus werden behandeld greep Zeus menigmaal in en snelde het slachtoffer dan te hulp. Meestal waren dit jonge dochters die verkracht dreigden te worden, of omdat ze zwanger waren geworden van een onbekende en door hun vader met de dood werden bedreigd. Maar ook mensen die zich goddeloos gedroegen konden op de warme belangstelling van Zeus rekenen en een zware straf tegemoet zien

Adonis

Omdat Smyrna 1 Artemis niet vereerde liet de Godin het meisje uit wraak verliefd worden op haar vader, Cinyras 1. Smyrna 1 sliep twaalf nachten bij haar vader Cinyras 1, zonder dat hij wist dat het zijn dochter was. Maar Zodra Cinyras 1 erachter kwam dat zijn dochter zwanger was ging hij met getrokken zwaard achter haar aan. Toen hij Smyrna 1 in het nauw gedreven had bad ze om onzichtbaar gemaakt te worden. Uit medelijden veranderde Zeus haar in een boom die ze smyrna (mirre) noemden. Het kind groeide binnen die boom, en zocht een uitweg om zich van zijn moeder te bevrijden. Uiteindelijk splijt de boom open en verschijnt tussen de gebarsten schors een krijsend jongetje. In opdracht van Zeus maakten de Nimfen voor hem een bed van zacht gras, noemen hem Adonis, en liet Zeus Aphrodite voor straf hevig verliefd op hem worden.

Aedon

Aedon en Polytechnus uit Lydia leven jarenlang gelukkig met elkaar samen en kregen een kind Itys 1. Terwijl ze de Goden vereerden waren ze gelukkig, maar maakten op een dag de opmerking dat ze meer van elkaar hielden dan Zeus en Hera. Hera hoorde de opmerking en, omdat zij het onverdraaglijk vond, stuurde de Godin van de Tweedracht, Eris, op het stel af om ruzie tussen hen te veroorzaken. Deze ruzie loopt zo uit de hand dat Polytechnus de zus van Aedon verkracht waarna Aedon uit wraak hun zoon Itys 1 als maaltijd aan Polytechnus voorzet. Toen Polytechnus ontdekte dat hij het vlees van zijn zoon had gegeten ging hij achter Aedon en haar zus aan. Opnieuw dreigt er moord en doodslag en kreeg Zeus medelijden met hen. Om te voorkomen dat er nog meer gemoord zou worden veranderde hij iedereen in vogels.

Aegypius

Aegypius is een vrome man uit Thessalië die verliefd werd op de de weduwe Timandra 2, en regelmatig haar huis bezocht om de liefde te bedrijven. De zoon van Timandra 2, Neophron, keurde deze affaire echter af en bedacht een val voor Aegypius. Zonder dat Aegypius het in de gaten heeft zorgt Neophron ervoor dat Aegypius het bed deelt met zijn eigen moeder Bulis. Maar toen hij in slaap viel herkende Bulis haar zoon. Verontwaardigd pakte ze zijn zwaard, en stond op het punt zijn ogen uit te steken om daarna de hand aan zichzelf te slaan. Toen Aegypius wakker werd en zich realiseerde welke val Neophron voor hem had opgezet, keek hij op naar de Hemel en bad dat hij, en iedereen met hem, zou verdwijnen. Zijn gebed werd verhoord en Zeus veranderde Aegypius en Neophron in Gieren. Bulis werd een reiger en beval Zeus dat zij niets mocht eten dat uit de grond groeide en daarvoor in de plaats de ogen van vissen, vogels en slangen moest eten, omdat zij van plan was geweest de ogen van haar zoon Aegypius uit te steken. Timandra 2 veranderde hij in een mees. En sindsdien verschijnen deze vogels nooit meer samen op dezelfde plek.

Anthus 2

Anthus 2 is de zoon van Autonous 3 en Hippodamia 7 die ergens in een rijk weidegebied van Griekenland werd geboren. Anthus 2 heeft drie broers: Erodius, Schoeneus 4 en Acanthus, en één zus Acanthis. Zijn vader, Autonous 3, verwierf vele kuddes paarden die hij onder de hoede van zijn vrouw en zijn kinderen liet grazen in de weiden. Deze kuddes waren zeer dierbaar aan de oudste zoon Erodius. Toen Anthus 2 zijn broer eens wilde plagen verdreef hij de merries uit de graslanden waar ze aan het grazen waren. Daarop werden de paarden zo boos op Anthus 2 dat zij hem verslonden terwijl hij vele kreten om hulp naar de Goden riep. In paniek wist zijn vader niet wat hij moest doen voor zijn zoon, maar probeerde zijn moeder de beesten nog te stoppen. Jammerend roepen Hippodamia 7 en haar andere kinderen de Goden aan om hulp waardoor Zeus en Apollo medelijden met de hen kregen en het hele gezin veranderde in vogels die dezelfde naam kregen als zij als mens hadden gehad.

Arion 1

De redding van Arion

Arion 1 is een uiterst begaafde speler op de lier en een geweldige zanger. Door zijn stem stopten de wolven met het achtervolgen van een lam, zaten vogels stil in de bomen te luisteren, en genoot ook Zeus vaak met veel plezier van zijn muziek. Wanneer Arion 1 op tournee gaat in de Wereld, en een fortuin verdiende, worden zijn bedienden jaloers. Samen met enkele zeelui bedachten ze een plan om hem overboord te werpen als hij terugkeerde naar huis, en daarna zijn rijkdommen te stelen. Als ze op zee hun plan willen uitvoeren springt Arion 1, op advies van Apollo, echter vrijwillig in zee en werd door Dolfijnen veilig aan land gebracht. Aan land gekomen vergeet Arion 1 de Dolfijn terug in zee te duwen, waardoor het beestje stierf, en vertelt hij aan koning Periander wat hem overkomen was. Enige tijd later arriveren ook de zeelui die Periander vertellen dat Arion 1 op zee gestorven was. Uiteraard kende Periander de waarheid en liet de zeelui kruisigen. Maar Zeus, vanwege de kundigheid van Arion 1 met de lier, plaatste hem en de Dolfijn tussen de Sterren en gaf opdracht dat negen sterren hem moesten begeleiden.

Atreus

Toen de heersende koning over Mycene stierf verkreeg de bevolking via het orakel de boodschap dat zij een zoon van Pelops als koning moesten kiezen. Daarop ontbieden zij Atreus en zijn broer Thyestes 1 om hun keuze te maken. Thyestes 1 verklaart tegen de menigte dat het koningschap toe dient te komen aan diegene die de pels van een gouden lam bezat. Atreus, die zo'n pels in bezit had, stemt uiteraard in met dit voorstel. Tot zijn grote verbazing toont Thyestes 1 even later de pels aan de menigte, die hij van Aerope, de vrouw van Atreus had gekregen, en werd tot koning gekozen. Atreus begrijpt dat zijn vrouw en broer hem bedrogen hebben, en doet zijn beklag bij Zeus. Deze stuurt Hermes naar Atreus om hem te vertellen dat hij met Thyestes 1 nog een andere afspraak moet maken over het koningschap. Namelijk dat Thyestes 1 het koningschap zal afstaan aan Atreus als Helius, de Zon, zijn weg in omgekeerde volgorde zal afleggen. Thyestes 1, die denkt dat dit niet kan gebeuren, stemt in en de volgende dag gaat de Zon, door toedoen van Zeus, in het oosten onder. Hiermee legde Zeus, die koningen benoemt, het bedrog van Thyestes 1 bloot en werd Atreus koning van Mycene. Thyestes 1 werd, samen met Aerope, vanwege dit bedrog door Atreus uit Mycene verbannen.

Cadmus

Zeus steunt ook Cadmus, die hem had geholpen bij de strijd tegen het monster Typhon. Na afloop van die strijd zegt hij tegen hem: ‘Cadmus, je hebt me uitstekend geholpen en ik zal je, als dank, tot schoonzoon maken van Ares 1 en Aphrodite. Ga na het orakel van Apollo in Delphi om de rest van je leven te vernemen en hoe je in het bezit van je bruid kunt komen.’ Zo regelt Zeus dat Cadmus met Harmonia 1 kan trouwen en is hij, net als alle andere Goden, op hun huwelijk aanwezig. Alle Goden geven het bruidspaar geschenken, schonk Zeus aan Cadmus succes bij al zijn ondernemingen en maakte hem tot de eerste koning van de stad Thebe in Boeotië. Aan het eind van hun lange leven, zorgt Zeus, als beloning voor hun deugdzaamheid, ervoor dat Cadmus en zijn vrouw in het mooiste deel van de Onderwereld mogen wonen, de Elyseese Velden.

Callirhoe 2

Nadat Callirhoe 2 van de moord op haar man Alcmaeon hoorde vroeg ze Zeus, toen die haar eens opzocht om de zoons die ze van Alcmaeon had, Amphoterus 2 en Acarnan 1, zodra ze volwassen waren, te helpen om wraak te nemen voor de moord op hun vader. Daarop werden de kleine jongen plotseling volwassen en vertrokken om wraak te nemen. Als de twee jongemannen onderweg bij Agapenor logeren komen precies op dat moment ook de moordenaars van hun vader aan. De twee aarzelen geen moment en voeren, geholpen door Zeus de opdracht van hun moeder uit.

Philemon en Baucis

Zeus daalt ook regelmatig af naar de Aarde om, in de gedaante van een gewone sterveling, te controleren of de mensen zich aan zijn wetten van de gastvrijheid houden. Zo gaat hij eens met Hermes naar Phrygië. Als ze daar bij duizend huizen aankloppen om te vragen om een slaapplaats wordt Zeus echter steeds kwader omdat ze elke keer geweigerd worden. Uiteindelijk komen ze bij een armzalig hutje in een moeras waar twee arme oude mensen woonden, de vrome Philemon en Baucis, die heel hun leven al met elkaar getrouwd waren. Zodra de twee Goden de hut instappen nodigde Philemon hen uit om te rusten op een eenvoudig bankje, waar Baucis gedienstig een lap jute op legt.

Philemon en Baucis

Vervolgens rakelt het oude vrouwtje het vuur op en maakt wat groente schoon die haar man uit hun tuintje had gehaald. Vervolgens pakt ze haar laatste ham, die aan de zolderbalken hing, en snijdt er een rugstuk van af om te koken. Philemon giet wat van het warme water in een oud teiltje, zodat de gasten zich kunnen opfrissen voor de eenvoudige maaltijd. Het eten wordt vervolgens opgediend op twee gebarsten borden, en schenken de twee oudjes wat jonge landwijn uit een eveneens gebarsten kan. Na afloop presenteren ze hun gasten nog wat noten en vijgen, en zelf geplukte druiven met een beker honing. Tijdens dit hele gebeuren straalden de oudjes van hun goede wil om het de gasten naar hun zin te maken.

Tot hun verbazing zien ze echter dat de bekers met wijn, nadat hun gasten gedronken hadden, zich uit zichzelf weer vulden. Philemon en Baucis begrijpen onmiddellijk dat ze met Goden van doen hebben en tonen met opgeheven handen hun ontzag, en vragen vergiffenis voor het eenvoudige maal en hun armoede. Dan zeggen hun gasten dat ze inderdaad Goden zijn, en de streek streng gestraft gaat worden vanwege de vele weigeringen om hen onderdak te verschaffen. ‘Jullie gaan echter vrijuit,’ zegt Zeus, ‘maar moeten wel dit huis verlaten en ons spoor volgen de helling op.’ Vol ontzag doen de oudjes wat hen opgedragen werd en beginnen, elk leunend op een stok, moeizaam aan de lange tocht omhoog.

Als ze bijna boven zijn en omkijken, zien de oudjes dat hun streek volledig onder water staat en verschijnt er plotseling voor hun ogen een gouden tempel. Dan klinkt de stem van Zeus die hen geruststelt en zegt: ‘U, oude man en vrouw, die zo rechtschapen leven, zeg me wat u nog te wensen hebt.’ Na kort beraad met Baucis zegt Philemon: ‘Wij willen hier graag priesters zijn en voor uw tempel zorgen. En omdat we altijd samen zijn geweest laat ons, als het onze tijd is, ook samen gaan, zodat de een niet de ander hoeft te begraven.’ Daarop knikte Zeus met zijn hoofd en bewaakten Philemon en Baucis de rest van hun leven de tempel. Aan het eind van hun lange leven werden beiden op hetzelfde moment door Zeus in twee statige bomen veranderd, die statig naast elkaar stonden, en beloonde zo hun vroomheid.

Aloeaden

Otus 1 en Ephialtes 2, de enorme zoons van Aloeus uit Thessalië, hebben geen enkel ontzag voor de Goden. Zo maakt Ephialtes 2 eens Hera het hof en Otus 1 Artemis. Ze durven zelfs Oorlogsgod Ares 1 gevangen te nemen en hem te boeien met sterke ketenen. Otus 1 en Ephialtes 2 sluiten hem op in een bronzen kerker, of kruik, waar hij dertien maanden in doorbrengt. Uiteindelijk wordt Ares 1 met een list bevrijdt door Hera, of Hermes, nadat de stiefmoeder van Ares 1, Eriboea 1, verteld had wat er gebeurd was. Als de twee vervolgens Artemis proberen te verkrachten verandert de Godin zich in een Hinde. In die gedaante springt ze midden tussen de broers door die, gek van woede, het dier proberen te treffen met hun speren. Door de list van Artemis raken ze elkaar met enorme kracht en blazen hun laatste adem uit. Volgens een andere mythe werden ze gedood zoor Zeus met een bliksem toen ze in hun arrogantie een plan opvatten om de Hemel te bestormen. Voor hun goddeloze leven werd het tweetal door Zeus zwaar gestraft. In de Tartarus moeten hun schimmen eeuwig rug aan rug geboeid blijven staan tegen een zuil. Bovenop de zuil zat een krijsende uil die, vlakbij hun oren, voortdurend krijste.

Lycurgus 1, Athamas 1 en Salmoneus

De Aloeaden waren niet de enigen die streng werden gestraft. Zo slaat Zeus Lycurgus 1 met blindheid, omdat die niet geloofde dat de jeugdige Dionysus 2 een God was, en hem in zee had gejaagd. Zeus sloeg door toedoen van Hera ook Athamas 1 met waanzin omdat hij zijn zoon Phrixus 1 wilde slachten op een altaar. De goddeloze Salmoneus beroofde tijdens zijn bewind Zeus van zijn offers door de bevolking opdracht te geven aan hem zelf te offeren en weigerde om de festivals van de Goden nog langer te houden. Om deze opdrachten kracht bij te zetten, en de bevolking angst aan te jagen, reed hij in een vierspan door het land. Achter deze wagen sleepte hij gedroogde huiden en bekkens voort waardoor er een luid gedonder opsteeg. Om de bliksems na te bootsen wierp hij brandende fakkels in de lucht en liet de hele stad met haar inwoners van de aardbodem verdwijnen. Uiteindelijk is Zeus deze aanval op zijn macht zat, doodt Salmoneus met een bliksem, en laat hem daarna nogmaals wreed straffen in de Onderwereld.

Periphas 5

Periphas 5 is één van de Aardgeborenen die samen met zijn vrouw Phene in Athene regeerde, ver voor de tijd van Cecrops 1. Hij is een rechtvaardige en vrome koning die veelvuldig aan Apollo offerde. Zijn eerlijke beslissingen waren talloos en er was niemand die Periphas 5 maar iets kon verwijten, en werd zijn leiderschap dan ook door iedereen aanvaard. Vanwege de uitzonderlijkheid van zijn goede daden, nam de bevolking afstand van de eer die men aan Zeus verplicht was en vereerde hem meer dan de Oppergod. Uiteraard kon Zeus dit niet toestaan en wilde zijn huishouden met een bliksem platbranden. Maar Apollo vroeg om Periphas 5 niet volkomen te vernietigen omdat hij voortdurend door hem vereerd was. Zeus gunde dit aan Apollo en ging naar het huis van Periphas 5, waar hij hem aantrof terwijl hij de liefde aan het bedrijven was met Phene. Daarop raakt Zeus hem met beide handen aan en veranderde Periphas 5 in een Adelaar. Toen Phene huilend vroeg om haar ook in een vogel te veranderen, stemde Zeus in en veranderde haar in een Gier. Als eerbetoon aan de vroomheid van Periphas 5 maakte Zeus de Adelaar tot koning van alle vogels en gaf deze dieren de taak om over zijn scepter te waken. Bovendien schonk Zeus de Gier het voorrecht om in de lucht te verschijnen als goed voorteken voor de mensheid.

Phaethon 1

Zeus slaat Phaethon uit de zonnewagen

Wanneer Phaethon 1, de zoon van Zonnegod Helius, een rit in de zonnewagen van zijn vader mag maken gaat dit helemaal mis. De jongen kan de vurige paarden niet in bedwang houden en zwalken die nu eens hoog, en dan weer laag boven Aarde door de hemel. Alle hemellichamen raken in paniek door de wilde tocht van Phaethon 1, terwijl de Aarde wordt geteisterd door enorme branden omdat hij zo dicht bij de Aarde kwam en zeeën en rivieren opdroogden. Dan grijpt Zeus in, die bang is dat de Aarde vernietigd zal worden, en werpt een felle bliksem naar het wagenspan terwijl hij de donder luid laat klinken. De wagen spat door de blikseminslag uit elkaar, waarna de paarden zich losrukken, en Phaethon 1 naar beneden valt terwijl het vuur nog in zijn haren woedt. Ver van huis valt hij in de rivier Eridanus waar zijn lichaam werd gevonden door de Waternimfen die hem, nog smeulend van de bliksem, in een graf legden met als grafschrift: Dit is het graf van Phaethon 1, de Zonnewagenmenner, hij was te klein en stortte neer, zijn waagstuk was te groot.

Phineus 1

Na enkele jaren huwelijk is Phineus 1, de zoon van Agenor 3 uit Phoenicië, op uitgekeken op zijn vrouw Cleopatra 5 en treedt opnieuw in het huwelijk met Idaea 2. Idaea 2 vindt het echter maar niets dat Phineus 1 kinderen had bij Cleopatra 5 en beschuldigt de zoons ervan haar te hebben willen verleiden. Phineus 1 gelooft Idaea 2 en straft het tweetal door ze blind te maken, en laat bovendien Cleopatra 5 opsluiten in de gevangenis. Ten gevolge van dit voorval schonk Apollo aan Phineus 1 de gave van het voorspellen en wist Phineus 1 precies te voorspellen wat oppergod Zeus en de andere Goden van plan waren, en schroomde niet om dit aan de mensen te onthullen. Woedend over deze onthullingen straft Zeus Phineus 1 door hem blind te maken en bovendien de Harpijen, op hem af te sturen. Om deze kwelling lang te laten duren schonk Zeus hem bovendien een lang leven waardoor Phineus 1 vele generaties van mensen overleefde.

Harpijen

Deze Harpijen werden de Honden van Zeus genoemd omdat zij al het voedsel van de mensen, waar Zeus kwaad op was, met hun klauwen wegsleurden en een ongelooflijke stank achterlieten. Wanneer de Argonauten bij Phineus 1 aankomen, en hem de weg naar Colchis vragen wil hij dit alleen vertellen als zij hem van de Harpijen verlossen. Zetes en Calais, de gevleugelde zoons van Boreas 1, zijn bereid om te doen wat er gevraagd wordt en zet men snel een tafel met voedsel neer als lokaas voor de wezens. De broers posteerden zich naast Phineus 1 om met hun zwaarden de Harpijen te verdrijven. Zodra Phineus 1 het voedsel aanraakte verschijnen de beesten vanuit de wolken en besprongen de maaltijd, hunkerend naar eten! De helden brulden bij de aanblik van de vogels, die alles onder luid gekrijs verzwolgen, om daarna over zee te verdwijnen en alleen die onverdraaglijke stank achterbleef.

Bevel van Zeus

Dan zetten Zetes en Calais, met even grote snelheid en getrokken zwaard, de achtervolging in, want Zeus bezielde hen met onvermoeide kracht. Ze konden de monsters al bijna met hun handen grijpen, en zou hun poging geslaagd zijn als er niet plotseling een stem in de lucht had geklonken. Vanuit de ether sprong Iris 1, de Boodschappergodin van de Goden op hen af en riep: ‘Jullie hebben de Godinnen nu ver genoeg opgejaagd. Waarom verder jagen op de dienaressen van Zeus, die hij heeft uitgekozen om zijn machtige woede ten uitvoer te brengen? Nu heeft Zeus hen ook bevolen om bij de woning van Phineus 1 vertrekken. Ze luisteren naar zijn bevel, en trekken zich op zijn bevel terug. De Harpijen zullen nooit gebrek aan voedsel hebben, zolang stervelingen de woede van Zeus over zich afroepen.’ Na deze woorden stopte het tweetal met hun jacht door de lucht, en zweefden een poosje twijfelend rond. Toen vertrokken zij, en keerden triomfantelijk terug naar hun kameraden.

Thebaanse Oorlog

Jaren later dreigt er door het Lot een verscheurende oorlog uit te breken tussen Thebe, de geliefde stad van Zeus en Dionysus 2, en Argos dat door Hera en Athena gesteund werd. Dan besluit Zeus om de Goden op de Olympus uit te nodigen voor een vergadering om deze strijd bekend te maken. Zodra alle Goden aanwezig zijn begint Zeus met gezag te spreken: ‘Ik klaag over de zonden en de geest van de mensen die kennelijk niet door de Erinyen te verzadigen zijn. Moet ik eeuwig bezig blijven om de goddelozen te straffen? Ik ben het moe om mijn woede te luchten met bliksems. Maar niets helpt en nu moet ik beslissen over twee huizen waar ik zelf de voorouder van ben. Het ene stamt af van Perseus 1 en woont in Argos, het andere woont in Thebe waar Semele mijn zoon Dionysus 2 ter wereld bracht. Hoewel ik heb besloten om mijn geliefde Thebe in eerste instantie te steunen, en niet Argos, zal de stad gedoemd zijn te sneuvelen. Opnieuw ben ik gedwongen om een conflict naar dit aardse rijk te sturen, en velen van dat dodelijke ras uit te roeien.’ Zo sprak Zeus tot de verzamelde Goden.

Reactie van Hera

Godenraad op de Olympus

Gekwetst door zijn woorden kan Hera het niet laten om te reageren, staat op en zegt: ‘Al je verzwegen uitspattingen kan ik je nog wel vergeven, maar die stad waar jij zo dol op bent haat ik! Laat Thebe boeten voor haar misdaden, maar waarom kies je mijn geliefde Argos als haar vijand? Waarom ga je niet naar Sparta en maak dat gelijk met de grond, of vernietig Samos of het oude Mycene. Hier in Arcadië bouwden de mensen voor jou een groot heiligdom en geniet je elke dag van hun offers. Waarom misgun je mij dan te verblijven temidden van hen en richt jij je blik niet op een ander rijk. Heb medelijden met je eigen bloed, want je hebt zelf een groot en goddeloos rijk, dat beter kan lijden onder de misdaden van je zondige zoons.’ Hierna zwijgt Hera en gaat weer zitten.

Beslissing van Zeus

Opnieuw neemt Zeus het woord, en hoewel hij niet met harde woorden sprak was de strekking wreed. ‘Ik verkeer niet in de veronderstelling dat je alles wat ik bedenk met welwillende geest zal omarmen, hoewel het rechtvaardig is tegen jouw Argos. Het ontsnapte evenmin aan mijn aandacht dat, als de gelegenheid zich voordoet, Dionysus 2 en Dione 1, het zouden wagen om lang te pleiten voor de zaak van Thebe, daar eerbied voor mijn autoriteit hen dat verbied. Maar luister goed, want ik zweer nu bij de Styx een onherroepelijke eed dat Thebe in eerste instantie van Argos zal winnen en stuur Hermes naar de Onderwereld om dit bericht naar mijn broer Hades over te brengen, zodat hij voldoende plaats kan maken voor degenen die gaan komen.’ Hierna verlaten de Goden de zaal en verdelen zich in twee kampen die de ene of de andere partij willen steunen tijdens de onvermijdelijke strijd.

Opdracht aan Ares 1

Enige tijd later roept Zeus zijn zoon Ares 1 bij zich, die onpartijdig is in het geschil, en zegt tegen hem: ‘Je mag je tegoed doen aan een oorlog, waarvan ik het zaad al heb gezaaid. Zodra Tydeus, als boodschapper van Argos uit Thebe terugkeert, zal hij nieuws brengen van monsterlijke daden die hem overkomen zijn. Zorg jij ervoor dat ze zijn verhaal geloven, en deze dag zal het begin worden van een grootste oorlog. Geloof me want de Lotsgodinnen hebben dit voorspeld. Maar als je het niet kunt verdragen om de mensen te straffen voor hun goddeloosheid zal ik zelf ingrijpen en doen wat noodzakelijk is.’ Maar de op strijd beluste Ares 1 heeft geen verdere aansporingen nodig, voldoet graag aan het verzoek van zijn vader, en gaat naar Argos om de mensen aan te sporen om Thebe aan te vallen.

Smeekbede van Dionysus 2

Enkele maanden later, als er een enorm leger dat werd geleid door zeven aanvoerders, oprukt tegen Thebe gaat Dionysus 2 naar Zeus en zegt: ‘Waarom wilt u uw eigen Thebe vernietigen, vader? Hebt u geen medelijden met de haard die u u zo dierbaar is, en de as die mij zo lief is? Bent u boos op mij, of ben ik de meest geminachte van al uw zonen? Mijn volk is niet oorlogszuchtig of echt geschoold in de strijd. Ze kennen alleen mijn rondedansen en vrezen de stokken die vrouwen hanteren. Hoe moeten zij dit enorme leger weerstaan? Waar moeten ze heen, naar Thracië of de bossen van Lycurgus 1? Moet ik als gevangene vluchten naar Indië waar ik eens triomfeerde? Gun de balling een wijkplaats!’ Glimlachend over zijn ongerustheid neemt Zeus Dionysus 2 op uit zijn knielende houding en zegt: ‘Het is geen bevrediging van persoonlijke woede dat ik de zoons van Oedipus opoffer. Het is het onwankelbare Lot dat dit bepaalt. Maar wees gerust, want ik zal het zaad van Thebe niet vernietigen. Ik heb besloten dat Thebe nu nog niet zal vallen, maar kan niet voorkomen dat later een duister Lot de stad later zal overvallen.’ Zo weet Zeus zijn zoon enigszins gerust te stellen. Korte tijd later brandt de slag om Thebe in alle hevigheid los en wordt er hevig gestreden voor de muren van de stad.

Oproer in de hemel

De Goden, die ook in twee kampen zijn verdeeld, helpen hun aanhangers waar zij kunnen, waardoor de strijd zelfs tot in de Hemel doordrong tijdens de gezamenlijke maaltijden van de Goden op de Olympus en ze met elkaar redetwisten. Daarbij drongen ze soms rond de troon van Zeus, die onpartijdig naar de woedende Goden kijkt. Als de ruzies te hoog oplopen grijpt hij onverstoord in of stookt ze juist op om hen nog feller te maken. Maar als Capaneus, een van de Zeven aanvoerders uit Argos, met een ladder de muur beklimt en de stad dreigt te vallen begint Zeus persoonlijk in te grijpen. Hij laat het in de hemel donderen en smijt een bliksem naar benden die Capaneus bovenop de muur vol treft en hij verkoold naar beneden stort. Aan het eind van de dag opent Zeus ook een grote spleet in de Aarde waar Amphiaraus, een andere aanvoerder, op volle snelheid met zijn vierspan in rijdt en van de aardbodem verdwijnt. Uiteindelijk weten de Thebanen, door de hulp van Zeus, het leger uit Argos op de vlucht te jagen en is de stad van Zeus gered. Maar zoals Zeus zeer goed wist had het Lot andere plannen met Thebe, en wordt tien jaar later alsnog vernietigd wanneer de zoons van de gestorven aanvoerders, de Epigonen, opnieuw tegen de stad oprukken en ditmaal wel slagen in hun voornemen.

Trojaanse Oorlog 1

Over het doen en laten van Zeus tijdens de Trojaanse Oorlog beschrijft Homerus op meeslepende wijze in de Ilias hoe de Oppergod zich tijdens deze strijd liet gelden. Tijdens een korte periode, van ongeveer twee maanden, schetst de schrijver een beeld van een machtige Oppergod die het verloop van de strijd bepaalde, maar ook hoe de andere Goden naar zijn pijpen moesten dansen. Zo schetst Homerus een prachtig beeld van Zeus die, net als mensen, onderhevig is aan woede uitbarstingen, maar ook trouw en vergevingsgezind kan zijn.

Aanleiding

De bruiloft van Peleus en Thetis

Omdat de Aarde overbevolkt dreigt te raken, en de (half)Goden te weinig aanbeden werden, bedenkt Zeus een groots plan om de Aarde van deze grote aantallen mensen te verlossen. Hij wil een grootste Oorlog tussen de twee continenten uit laten breken, en besluit dat de bruiloft van Peleus en Thetis een goede gelegenheid is om daar de kiem voor te zaaien. Voor het feest nodigt Zeus alle Goden uit, behalve Eris, de Godin van de Tweedracht. Boos werpt de woedende Eris vervolgens een gouden appel tussen de gasten met de tekst Voor de mooiste! Zowel Hera als Athena en Aphrodite eisen de appel op, en ontstaat er een heftige ruzie tussen het drietal. Als ze Zeus vragen om een beslissing te nemen stuurt hij de drie naar Azië waar de sterveling Paris moet beslissen wie de appel krijgt. Omdat Aphrodite aan Paris beloofde dat hij met de mooiste vrouw in Griekenland mocht trouwen besluit Paris de appel aan Aphrodite te geven. Door haar geholpen gaat Paris naar Sparta, schaakt de mooie Helena en neemt haar mee naar Troje. Geheel volgens plan van Zeus raken de gemoederen van de Grieken hierdoor zo verhit dat ze een enorm leger op de been brengen.

Het voorteken

Op het moment dat het leger, met meer dan duizend schepen, in de haven van Aulis op een gunstige wind wacht om naar Troje te vertrekken stuurt Zeus hen een voorteken. Tijdens een offerplechtigheid jaagt hij een Draak 1 met vuurrode schubben uit zijn schuilplaats en stuurt die naar de offerplaats, een bron met een mooie plataan. Het ondier schiet onder het altaar vandaan en gaat naar de hoogste tak van de boom, waar een nest met acht jonge mussen zit. De vogeltjes worden stuk voor stuk, ondanks hun gepiep, door de Draak 1 verslonden waarna hij ook de moeder opeet. Als dit is gebeurd verandert Zeus de Draak 1 in steen. Door dit teken denken de Grieken dat de oorlog negen jaar zal gaan duren en in het tiende jaar van de strijd Troje veroverd zal worden. Bovendien laat Zeus nog een bliksem rechts van het leger in de grond slaan dat als een bevestiging van deze gedachte wordt gezien.

Smeekbede Thetis

In het tiende jaar van de Trojaanse Oorlog komt Thetis, de moeder van Achilles bij Zeus op bezoek. Terwijl hij op de hoogste top van de berg, ver van de andere Goden, naar de strijd zit te kijken, gaat zij aan zijn voeten op de grond zitten en slaat haar linker arm om zijn knieën. Met haar rechterhand tilt zij zijn kin op en smeekt: ‘Zeus, als ik u ooit van dienst ben geweest, bewijs mij dan thans een wederdienst ten gunste van mijn zoon Achilles. Zoals u weet is hij slechts een kort leven beschoren, maar nu is hij diep beledigd door de Griekse koning Agamemnon. Deze nam Achilles zijn vriendin, Briseis, af en zei dat hij hem niet verder nodig had in de oorlog. Zeus, u die als rechter troont op de Olympus, geef de Trojanen de overmacht over de Grieken tot het moment dat de Grieken mijn zoon weer in ere herstellen.

Belofte van Zeus

Zwijgend kijkt Zeus haar aan, maar gaf geen antwoord terwijl Thetis nog steeds zijn knieën vast hield. Dan gaat ze smekend verder: ‘Buig uw hoofd en zeg ja of weiger anders ronduit. Wat hebt u te vrezen? Dan weet ik in ieder geval waar ik aan toe ben.’ Nors gaf Zeus ten antwoord. ‘Wat een treurige zaak. Wil je dat ik weer ruzie krijg met Hera? Moet ze mij weer gaan treiteren waar ik ga of sta? Nu is ze al boos op me omdat ik de Trojanen teveel gunsten bewijs in hun oorlog. Maar ga nu voordat ze je ziet. Ik zal doen wat je vraagt en knik ja met mijn hoofd zodat je zeker weet dat ik mijn woord zal houden. Want er is geen zekerder teken onder de Goden dat wat ik beloof ook wordt nagekomen.’ Vervolgens knikte hij en de hoge Olympus beefde op zijn grondvesten.

Argwaan van Hera

Hierna gaat Zeus naar zijn paleis waar de andere Olympische Goden ook aanwezig zijn. Die staan op uit hun stoelen om hem te begroeten, en buigen uit eerbied. Maar zodra Zeus gaat zitten valt zijn vrouw Hera direct scherp tegen hem uit. ‘Sluwe misleider, met welke God heb je nu weer een plannetje gesmeed? Dat is echt iets voor jou om, zodra ik mijn rug naar je gekeerd hebt, in het geheim van alles te bekonkelen terwijl je mij, je eigen vrouw, niets vertelt.’ Hierop reageert Zeus: ‘Hera, verwacht, of verlang niet al mijn plannen te kennen, ook al ben je mijn vrouw. Al die kennis zou te zwaar voor je zijn. Als je iets moet weten dan zal ik je daarvan op de hoogte stellen, maar probeer niet met slinkse streken daarachter te komen.

Echtelijke twist

Ruzie van Zeus en Hera

Wat beweer je nu!’ zegt Hera, ‘Het is niet mijn gewoonte om je met vragen te kwellen. Ik laat je altijd met rust als je besluiten moet nemen. Maar nu vrees ik met grote vreze, en eigenlijk weet ik het wel zeker, dat jij je hebt laten ompraten door Thetis. Ze zat daarnet aan je voeten en omknelde je knieën. Dus denk ik dat je haar beloofde om Achilles te helpen en de Grieken te laten afslachten bij hun schepen aan het strand.’ Woedend reageert Zeus, ‘Krankzinnige vrouw die je bent met je argwaan. Moet je nu altijd speuren en gissen. Ik kan geen geheim hebben of jij komt dat op het spoor. Maar wees er bewust van dat alles wat je doet ons steeds verder van elkaar vervreemdt. Als het is zoals je zegt wees er dan van overtuigd dat het gebeurt naar mijn wil. Ga dus zitten, zwijg en gehoorzaam, of je zult de kracht van mijn onoverwinnelijke handen voelen, en dan zullen alle Goden van de Olympus niet sterk genoeg zijn om mij tegen te houden.

Ingrijpen van Hephaistus

De angst slaat Hera om het hart en gaat bevend zitten. Ook de andere Goden zijn geschrokken door deze uitval van Zeus, en heerst er een gespannen stilte in het paleis. Uiteindelijk komt Hephaistus, die het voor zijn moeder opneemt, naar voren en roept. ‘Dit is onduldbaar. Waar moet het met ons heen als jullie tweeën ruzie maken over een twist tussen de mensen. Hoe kunnen wij zo van een feestelijke maaltijd genieten. Ik adviseer mijn moeder om zich te verzoenen met Zeus, want anders valt hij opnieuw tegen haar uit en is ons maal voorgoed bedorven.’ Vervolgens gaat hij strompelend naar haar toe met een beker wijn, en zegt: ‘Verdrink hierin je wrok, want ik zou niet graag zien dat jij hier een pak slaag krijgt waar ik bij ben. Zeus is een kwade God om ruzie mee te maken, maar wat kan ik er aan doen.

Het plan van Zeus

Hierdoor breekt de spanning en neemt Hera de beker wijn van haar zoon aan. Daarop speelt Hephaistus wijnschenker voor de andere Goden, en bulderen die van het lachen als ze hem door de zaal zien strompelen. De rest van de dag brengen de Goden drinkend en feestend door, en wordt er door de Muzen muziek gemaakt. Als de Zon onder de horizon zakt trekken de Goden zich terug om te gaan slapen, en gaat ook Zeus, samen met zijn vrouw Hera, naar bed. Maar die nacht ligt Zeus in zijn bed te denken hoe hij Achilles het best kan helpen. Uiteindelijk besluit Zeus om koning Agamemnon een bedrieglijke Droom te sturen en zegt hij tegen Droom: ‘Ga naar Agamemnon en vertel hem dat hij zijn leger onmiddellijk oproept tot de strijd. Vertel hem ook dat de Goden van de Olympus overtuigd zijn door Hera, en het eens zijn geworden. Het lot van Troje is bezegeld en de tijd is rijp om aan te vallen.Droom knikt ter bevestiging en vertrekt waarna Zeus in gedachten zijn gruwelijke strijdplan verder uitwerkt.

Stilte voor de storm

De volgende ochtend offert koning Agamemnon aan Zeus voor een goede afloop van de strijd en verzoekt om hem te helpen bij de vernietiging van Troje. Zeus heeft echter andere plannen en neemt het offerdier van Agamemnon aan maar belooft hem in gedachten slechts dubbele lasten en ellende in de komende strijd. Daarop stuurt hij zijn boodschapster, Iris 1, naar Troje om daar de boodschap af te geven dat de Grieken een groot offensief voorbereiden, en nog die ochtend de stad willen aanvallen. Voordat de strijd losbarst, besluiten de Grieken en Trojanen een bestand af te spreken, en een tweegevecht tussen Paris en Menelaus te houden. Degene die wint mag Helena mee naar huis nemen, waarna er vrede tussen de Grieken en Trojanen zal heersen. Om dit bestand plechtig te bevestigen offeren ze een aantal lammeren aan de Oppergod. Zeus hoort het gebed om vrede aan maar is niet van plan dit in te willigen. Het tweegevecht wordt gehouden en Paris dreigt het onderspit te delven. De Godin Aphrodite kan het niet aanzien dat haar zoon gedood dreigt te worden en redt hem.

Plagerij van Hera

Direct daarna plaagt Zeus Hera met de woorden. ‘Twee godinnen, Hera en Athena, zijn op de hand van Menelaus. Maar ik zie ze hier werkeloos op de Olympus zitten en naar de strijd kijken terwijl Aphrodite haar zoon beschermt en ontvoert van het strijdtoneel. Menelaus heeft dus gewonnen en we moeten nu maar zien hoe het verder met de Grieken en Trojanen afloopt. Moeten we de strijd opnieuw aanwakkeren, of zorgen we ervoor dat zij vrede sluiten? Als dat de bedoeling is zeg het dan nu alsjeblieft. Dan blijft Troje behouden en kunnen de Grieken Helena mee naar huis nemen.’ Opnieuw kan Hera haar woede niet beheersen en roept; ‘Wat je voorstelt, Zeus, is monsterachtig. Wil je al mijn inspanningen om de Grieken tot de strijd aan te sporen en het leven van de Trojanen zuur te maken teniet doen door dit besluit! Doe wat je moet doen maar verwacht van ons niet dat wij het goedkeuren.

Gekrenkte Zeus

Zeus voelt zich gekrenkt door dit antwoord en zegt: ‘Welke belediging hebben de Trojanen jou ooit aangedaan dat je er zo fel op bent om de stad te vernietigen. Volgens mij is jouw kwaadaardigheid pas bevredigd nadat de muur stormenderhand genomen is en heel de bevolking vernietigd. Doe wat je moet doen maar ik wil niet dat dit meningsverschil een wig tussen ons drijft. Ik stel echter één voorwaarde. Als ik ooit eens de ondergang van een stad wens, en mijn keuze valt op een woonplaats van uw vrienden doe dan geen poging om mijn woede af te wentelen en laat me mijn gang gaan. Hoewel het me tegen de borst stuit geef ik je toestemming om jouw grillen uit te voeren en de Grieken te helpen. Ik begrijp echter niet wat Troje heeft misdaan. Mijn altaar bleef bij hun feesten nooit leeg en zij offerden altijd ruim het aandeel aan de overige Goden.

Trotse Hera

De drie steden die ik het meest liefheb zijn Argos, Sparta en Mycene,’ zegt Hera tegen Zeus. ‘Plunder ze, als ze jou een doorn in het oog mochten worden, en ik zal er geen woord aan verspillen. Maar als ik wat onderneem mag je dat ook niet dwarsbomen, net zo min als dat ik dat bij jou zal doen. Ik ben immers net als jij een kind van dezelfde goddelijke ouders. Laten we dus respect hebben voor elkaars wensen en de rest van de Goden zullen het met ons eens zijn. Nu vraag ik je om Athena af te vaardigen naar het slagveld om de Trojanen te bewegen het verbond te verbreken en zo de trots van de Grieken te krenken.’ Zeus aarzelt geen moment en zegt tegen Athena: ‘Ga vlug naar de Grieken en Trojanen en leg het er op aan dat de Trojanen hun eed breken.Athena heeft nauwelijks een aansporing nodig en is al weg voordat haar vader is uitgesproken.

Trojaanse Oorlog 2

Aphrodite gewond

Aphrodite gewond

De strijd barst los en doen ook enkele Goden mee aan de bloedige gevechten die op de vlakte voor Troje ontstaan. Als ook Aphrodite zich in de strijd werpt weet Diomedes 1 haar hand te verwonden. Zodra Aphrodite op de Olympus terugkeert, neemt Hera de kans waar om Zeus te plagen. ‘Je moet het me niet kwalijk nemen, Zeus, wat ik nu ga zeggen. Ongetwijfeld wilde Aphrodite een vrouw van de Grieken verleiden om zich te vermaken met de Trojanen, op wie ze zo gesteld is, en heeft ze wellicht haar hand opengehaald aan één van de spelden waarmee die zich opsieren.’ Glimlachend luisterde Zeus naar Hera en roept naar zijn dochter, ‘Aphrodite, mijn kind, oorlog is geen bezigheid voor jou. Zorg jij voortaan maar voor de tedere zaken van liefde en trouw. Voor de wrede zaken van de oorlog zullen Athena en Ares 1 wel zorgen.’ Hierna verlaat Zeus het paleis en gaat, alleen, op een bergtop naar het verloop van de strijd zitten kijken waar Ares 1 druk bezig is de Trojanen aan te moedigen en ook zelf deelneemt aan de gevechten.

Vraag van Hera

Als hij daar zit komen Athena en Hera op zijn strijdwagen aanrijden, en vraagt Hera: ‘Zeus, ben je niet boos op Ares 1 omdat hij de Grieken, een prachtig volk, zo zonder reden of aanleiding in het verderf stort? Mij stoort het enorm, maar Apollo en Aphrodite verheugen zich er enorm over, en hitsen hen zelfs nog meer op. Zul je het mij kwalijk nemen als ik Ares 1 een smadelijke nederlaag toebreng en hem het veld laat ruimen?’ Dan reageert Zeus onverschillig, ‘Ga je gang maar, geef hem er van langs en drijf hem in de armen van Athena. Zij is zulke buit wel gewend en is altijd bezig om hem het vuur na aan de schenen te leggen.’ Hierop rijdt het tweetal verder en volgt Zeus op zijn gemak het verloop van de strijd beneden op de vlakte. Als hij ziet hoe Ares 1 gewond wordt door Diomedes 1 keert hij terug naar zijn paleis.

Jammerende Ares 1

Zodra hij op zijn troon zit komt Ares 1 klagend langs, terwijl het bloed uit zijn wond druppelt, en zegt: ‘Wordt je niet kwaad vader, als je hebt gezien wat er gebeurd is. Het is jouw schuld, want jij hebt die dolle dochter van je op de wereld losgelaten. Alle andere Goden op de Olympus volgen je onderdanig en schikken zich naar je bevelen. Maar zij mag haar gang maar gaan, zonder enige vorm van beteugeling, omdat ze je eigen kind is. Nu heeft ze die Diomedes 1 opgehitst zodat hij Aphrodite kon verwonden waarna hij even later op mij afstormde en me een wond toebracht. Gelukkig was ik hem te vlug af anders lag ik daar nu op het slagveld te krimpen van de pijn tussen die stapel doden of zou voor de rest van mijn leven verminkt zijn.’

Uitval van Zeus

Dan betrekt het gezicht van Zeus en zegt tegen zijn zoon: ‘Waag het niet om nog langer tegen mij te jammeren en te klagen, onbestendige windvaan. Van alle Goden op de Olympus kan ik jou nog het minste uitstaan. Je bent net als je moeder en maakt altijd ruzie, verzot als je bent op tweedracht en twist. De moeilijkheden waarin je nu verkeert dank je ook aan haar. Ondanks dat kan ik niet aanzien dat je zo lijdt want je bent mijn zoon. Als je dat niet was geweest dan had je nu allang in de Tartarus gelegen bij de andere kinderen van Uranus.’ Hierop geeft hij Paeon 1 opdracht om Ares 1 te genezen van zijn verwonding. Die dag eindigt met een onbeslist tweegevecht tussen de grote Ajax 1 en Hector waarna de duisternis invalt en de twee legers zich voor de nacht terugtrekken. De volgende ochtend wordt een bestand ingelast om de doden van het slagveld te verwijderen en hen te cremeren. Tijdens dit bestand bouwen de Grieken een enorme muur om hun scheepskamp en leggen daarbuiten een diepe schutgracht aan.

Gesprek met Poseidon

Terwijl de Grieken bezig zijn zegt Poseidon tegen Zeus: ‘Heb je gezien hoe die Grieken een enorm bouwwerk ondernemen zonder daarvoor de nodige offers aan de Goden te brengen? De mensen zullen tot in lengte van jaren over die muur praten waardoor de muur die ik met Apollo voor koning Laomedon 1 bouwde in de vergetelheid zal raken.’ Gekrenkt antwoordt Zeus: ‘Je zorgen zijn onzin. Laat de mindere Goden zich maar zorgen maken over dit bouwsel. Wees gerust, je naam zal door de mensen, zover als het daglicht reikt, in ere gehouden worden. Wat houdt je trouwens tegen om, zodra de Grieken vertrokken zijn, de kust weer met zand te overdekken en het kamp weg te spoelen met water zodat je zeker weet dat de mensen het zullen vergeten!’ Terwijl ze zo spreken valt de avond, beëindigen de Grieken hun werk, en richten een feestmaal aan. Zeus kijkt boos toe, en denkt na over zijn plan met de Grieken. Heel de nacht laat hij zijn donder rommelen vanaf de Olympus waardoor niemand van de mensen nog een druppel wijn durfde te drinken en van angst naar bed gingen.

Mededeling aan de goden

Als het eerste licht aan de hemel gloort, roept Zeus de andere Goden bijeen voor een vergadering. ‘Luister wat ik jullie nu ga zeggen. Ik heb besloten wat er gaat gebeuren en dat is mijn onwrikbare besluit. Iedereen van jullie moet zich daaraan houden. Zodra ik een God of Godin bespeur die op eigen houtje de Trojanen of Grieken helpt dan zal ik die met schande overladen terugjagen naar de Olympus en een verschrikkelijk pak ransel met de zweep geven. Daarna zal ik hem of haar in de Tartarus werpen.’ Zo sprak Zeus en alle zwegen van schrik. Uiteindelijk neemt Athena het woord: ‘Zeus, wij weten maar al te goed dat je onoverwinnelijk bent. Desondanks doet het ons pijn om de Grieken aan hun lot over te laten en ze naar hun ondergang te zien gaan. Desondanks zullen we afzien van hen te helpen met raad of daad zodat we niet het slachtoffer worden van jouw woede.’ Glimlachend kijkt Zeus naar zijn dochter en zegt: ‘Wees niet bang, mijn kind. Sprak ik dan in ernst? Hoe kan ik nu tegen jou onvriendelijk zijn.’ Daarop spande hij zijn wagen in en reed naar het Idagebergte waar hij bovenop de top van de Gargaros gaat zitten om het verloop van de strijd gade te slaan.

Weegschaal van Zeus

Strijd om Troje

De hele morgen golft de strijd heen en weer, maar als de Zon op zijn hoogste punt is heft Zeus een gouden weegschaal en legt in iedere schaal het lot. In de ene dat van de Grieken, en in de andere van de Trojanen. De balans slaat door in in het nadeel van de Grieken zodat zij een noodlottige dag zullen beleven. Vanaf zijn bergtop laat Zeus zijn bliksem flitsen tussen de Grieken waardoor die met schrik worden bevangen. Als Diomedes 1 met zijn strijdwagen op Hector af wil gaan laat Zeus de bliksem inslaan voor diens paarden als teken dat hij die dag de Trojanen steunde. Als Diomedes 1 het daarop nog drie keer probeert gebeurde elke keer hetzelfde. De Grieken raken in paniek en vluchten terug naar hun scheepskamp. Gelijktijdig steunt Zeus Hector en spoort hem aan om het scheepskamp van de Grieken aan te vallen.

Smeekbede van Agamemnon

Koning Agamemnon ziet wat er gebeurt en bidt in zijn wanhoop tot Zeus. ‘O, Zeus, werd een koning ooit zo misleidt, zo beroofd van zijn overwinning, door u en de andere Goden? Toch verzuimde ik nooit, op mijn tocht naar Troje, aan u te offeren. Waar ik ook was, op mijn schip of aan land, brandde ik op alle altaren het vet en de schenkels van de dieren in mijn verlangen om de muren van Troje te slechten. O. Zeus, verhoor dan op zijn minst dit gebed. Laat de Trojanen ons niet overweldigen zodat we nog kunnen vluchten.’ Zeus werd door het gebed van Agamemnon tot tranen bewogen, waardoor zijn hart verzachtte, en beloofde Agamemnon om zijn leger te redden. Als teken zond hij een Arend die in zijn klauwen een kalfje van een hert droeg. De vogel liet het diertje vallen voor zijn altaar bij de Grieken. De Grieken begrijpen het teken en vallen met nieuwe moed aan op de aanstormende Trojanen. Ook de Trojanen schenkt Zeus nieuwe moed en deze drijven de Grieken helemaal terug tot hun gracht om het kamp onder aanvoering van de onverschrokken Hector.

Boodschap voor Athena en Hera

Als Zeus, vanaf de Ida, ziet hoe Hera en Athena, ondanks zijn bevel, in hun strijdwagen het paleis op de Olympus verlaten om de Grieken te helpen stuurt hij onmiddellijk Iris 1 naar het tweetal. ‘Zeg hen namens mij dat ik geen loze dreigementen uit, dat ik de paarden zal breidelen, en hen uit de wagen zal werpen als ze niet terugkeren naar het paleis. De wagen zal ik kapot slaan en het zal tien lange jaren duren voordat zij genezen van de wonden die ik hen zal toebrengen met mijn bliksem. Dat zal een les zijn voor mijn dochter zodat ze weet wat het betekent om het tegen haar vader op te nemen. Ik ben niet zozeer boos op Hera maar wel op Athena. Het is nu eenmaal haar aard om tegen mijn bevelen in te gaan.Iris 1 vertrekt naar het tweetal en brengt de boodschap over waarna deze van angst terugkeren. Hierna rijdt Zeus terug naar de Olympus, waar Poseidon de paarden uitspant, en gaat op zijn troon zitten terwijl hij de Olympus laat schudden.

Mokkende Hera

Ook Athena en Hera zitten daar zwijgend, en begrijpt Zeus wat er in hun gedachten omgaat. ‘Waarom zijn jullie zo neerslachtig. Jullie zijn toch niet moe van de strijd waarin je zoveel van die Trojanen doodde? Wat mij betreft kan niemand mij van de wijs brengen, zo groot is de kracht van mijn onoverwinnelijke handen. Maar jullie twee sidderen al van angst voordat je nog maar op het slagveld bent. Laat ik jullie vertellen wat er gebeurd zou zijn als je niet van gedachten was veranderd. Mijn bliksem zou jullie geraakt hebben. En als je al op de Olympus terug kwam, dan zou dat niet in de strijdwagen geweest zijn.' Deze hatelijke uitval van Zeus ontlokt bij Athena slechts een binnensmonds gemompel, maar Hera kan haar mond niet houden. ‘Dit is onverdraagbaar, Zeus! Wij weten heus wel dat je kracht en macht niet te onderschatten zijn. Maar wij kunnen niets anders dan medelijden met de Grieken voelen omdat je die aan hun lot hebt overgelaten. Maar als jij dat nu eenmaal wilt, dan zullen wij afzien van de strijd en ons er mee vergenoegen de Grieken wat goede raad te geven zodat ze niet allemaal aan je woede ten offer vallen.

Uitval van Zeus

Dan reageert Zeus: ‘Hera, mijn koningin, je zult bij het aanbreken van de nieuwe dag gelegenheid genoeg krijgen om met eigen ogen te zien hoe ik een nog grotere slachting aanricht onder de Grieken. Ik zal Hector zo machtig maken dat hij zijn vijanden geen rust zal gunnen. Deze slachting zal aanhouden totdat de Grieken, in een wanhopige poging, bij hun schepen strijden om het lijk van Patroclus 1 binnen de gelederen te houden en Achilles weer tot daden wordt aangezet. Dit is mijn vaststaande besluit. Wat jou ergernis aangaat laat me die koud en kun je, wat mij betreft, rustig naar de Tartarus afdalen en daar Iapetus 1 en mijn vader Cronus gezelschap gaan houden. Zelfs aan jouw schaamteloosheid zijn grenzen, vrouw, begrijp dat goed!’ Hierna zwijgt Zeus en durft ook Hera hem niet meer van repliek te dienen.

Trojaanse Oorlog 3

Boodschap voor Hector

Als de dag aanbreekt stuurt Zeus de demonen van de Strijd en Tweedracht naar de schepen van de Grieken om hen aan te sporen tot het uiterste te vechten. Vastbesloten als hij is om menige ziel de dood in te jagen stuurt Zeus ook een bloedrode mist naar beneden zodat beide legers strijdlustig op elkaar aanvallen. De andere Goden zijn boos op Zeus omdat hij de overwinning aan de Trojanen wil gunnen, maar trekt Zeus zich hier niets van aan en gaat alleen op een bergtop zitten. In de ochtend golft de strijd op en neer en lijken de Grieken de Trojanen aan het eind van de ochtend terug te drijven naar hun stad. Al die tijd houdt Zeus Hector weg van de in het rond vliegende pijlen. Maar als de Grieken bijna bij de stad zijn roept Zeus Iris 1 bij zich. ‘Ga snel naar Hector en vertel hem dit: Zolang hij Agamemnon in de voorste gelederen ziet strijden, moet hij het veld ruimen. Maar zodra de koning is getroffen door een pijl, of dekking zoekt in zijn strijdwagen, zal ik Hector de kracht geven om op zijn beurt aan te vallen totdat hij het scheepskamp bereikt heeft en de avond zal invallen.

Aanval van Hector

Aanval op het scheepskamp

Verwoed vallen de Trojanen de muur om het kamp aan, en proberen er een bres in te slaan. Om zijn steun aan de Trojanen kenbaar te maken laat Zeus een rukwind neerkomen op de vlakte in de richting van de schepen. Vertrouwend op dit teken van Zeus doen de Trojanen er nu alles aan om door de muur te breken. Zijn zoon Sarpedon 1 bezielt Zeus met woede en kracht waardoor deze met zijn blote handen een stuk uit de muur trekt en er een bres ontstaat waardoor de Trojanen binnen het kamp kunnen komen. Aan zijn beschermeling Hector geeft Zeus uiteindelijk het overwicht om als eerste door de bres te gaan en het Griekse kamp binnen te stormen met zijn Trojanen achter hem aan. De Grieken deinzen terug en vluchten naar hun schepen met een onbeschrijfelijk tumult. Nadat Zeus Hector zo bij de schepen heeft gebracht laat hij hem verder aan zijn lot over en neemt de rest van de wereld in ogenschouw om te kijken wat daar allemaal gebeurde, en wellicht zijn goddelijke aandacht nodig had.

Verleiding van Zeus

De volgende dag kijkt Zeus vanaf de top van de Gargaron weer naar het verloop van de strijd en komt Hera op hem af. Zij heeft zich op haar mooist uitgedost en Zeus ontbrandt onmiddellijk in een wild begeren en verlangen naar zijn vrouw. Hij staat op en loopt naar haar toe. ‘Hera, wat brengt je hierheen vanaf de Olympus? En waarom heb je geen paard en wagen bij je?’ Dan zegt Hera: ‘Ik ben onderweg naar Oceanus om hem een bezoek te brengen. Mijn paarden staan onderaan de berg te wachten. Ik ben naar boven gekomen om jou te melden dat ik naar hem toe ga, zodat je mij later niet kan verwijten dat je nergens van af wist.’ Dan slaat de lust bij Zeus toe en hij zegt: ‘Dat bezoek kun je best even uitstellen, Hera. Laten we nu samen van de liefde genieten. Ik heb nog nooit zo naar je verlangd als nu, zelfs niet als toen ik achter al die andere vrouwen aanzat.’ Gestreeld door zijn woorden zegt Hera: ‘Je verbaast me, maar als we elkaar hier in de armen vallen kan iedereen dat zien. Ik zou me van schaamte niet meer durven te vertonen. Maar als je zo graag wilt, laten we dan naar onze slaapkamer gaan.’ Ongeduldig antwoordde Zeus, ‘Wees niet bang Hera dat iemand ons zal zien. Ik zal ons in een gouden wolk hullen waar zelfs de Zon geen blik doorheen kan werpen.’ Zo sprekend neemt hij zijn vrouw in zijn armen, ging ze samen op het gras liggen, en werden ze door een gouden wolk aan het zicht onttrokken.

Verbijsterend ontwaken

Enige tijd later ligt het tweetal in een diepe slaap te rusten op de berg, terwijl de oorlog op de vlakte verder ging. Uren later wordt Zeus wakker en laat zijn ogen over het strijdtoneel gaan. Tot zijn schrik ontdekt hij dat de Trojanen zijn teruggeslagen, terwijl Poseidon de Grieken aanvoert, en Hector door een zware steen gewond op de grond ligt. Met een boos gezicht draait Zeus zich om en zegt tegen Hera: ‘Het lijkt wel of je voor geen enkele rede vatbaar bent. Ik twijfel er niet aan of hier heb jij ook weer de hand in. Door jouw streken heeft Hector de strijd moeten staken en zijn zijn mannen op de vlucht geslagen. Ik moet je eigenlijk als eerste met mijn bliksems treffen waardoor je het slachtoffer wordt van je eigen kuiperijen. Je bent zeker de tijd vergeten dat ik twee aambeelden aan je voeten bond. Denk hieraan en maak een einde aan je praktijken om te leren hoe weinig je kunt vertrouwen op de verovering die je maakte toen je me voor het eerst op de Olympus in je armen sloot.

Bevelen van Zeus

Hera huivert en zegt: ‘Laat de Aarde, de Hemel en Styx mijn getuige zijn als ik zweer dat ik er niets aan kan doen dat Poseidon schade berokkende aan Hector en zijn Trojanen. Maar ik ben bereid om hem, namens jou, eens goed onder handen te nemen en weg te sturen!’ Haar woorden stellen Zeus gerust en zegt: ‘Hera, als je in het vervolg, tijdens de vergadering van de Goden, één lijn met mij trekt dan zal die Poseidon snel tot rede zijn gebracht. Maar als je echt de waarheid sprak, ga dan naar de Olympus terug en zeg tegen Iris 1 dat ze hier moet komen. Ze moet naar Poseidon gaan en hem opdragen te stoppen met de strijd. Voorts moet Apollo naar het slagveld om Hector te genezen en paniek zaaien onder de Grieken zodat zij op de vlucht slaan. Die zullen zich dan terugtrekken op hun schepen, waarna Achilles zijn vriend Patroclus 1 in de strijd zal sturen. Als Patroclus 1 een aantal vijanden heeft gedood, waaronder mijn zoon Sarpedon 1, zal hij sneuvelen door de speer van Hector. Als dit is gebeurd zal Achilles in woede ontsteken en weer deelnemen aan de strijd om Hector te doden. Tot die tijd blijf ik de Grieken vijandig gezind en geen enkele God toestaan om hen te steunen. Dat heb ik Thetis beloofd op de dag dat zij haar armen om mijn knieën sloeg.’ Zo sprak Zeus en Hera gehoorzaamde.

Belofte vervuld

Aldus gebeurde en werden de Grieken teruggedreven in hun scheepskamp. Als ze daar aankomen, bidt Nestor tot Zeus en vraagt hem te voorkomen dat de Trojanen die dag de Grieken volledig vernietigen. Als Zeus deze bede van de oude man hoort laat hij zijn donder rommelen. De Trojanen denken dat het gedonder als steun voor hen is bedoeld waardoor hun strijdlust nog verder aan aanwakkert, en trekken over de muur het kamp van de Grieken binnen. Ondertussen volgt Zeus de strijd vanaf zijn bergtop en waakt ervoor dat zijn beschermeling Hector iets overkomt. Als Teucer 1 zijn boog op hem richt laat Zeus snel zijn boogpees knappen. Hector zag wat er gebeurde en moedigt zijn mannen nog feller aan met de mededeling dat Zeus hen steunt. Zeus blijft de Trojanen inderdaad steunen, waardoor de Grieken steeds meer in de verdrukking raken en zich op en rondom hun schepen terugtrekken. Uiteindelijk lukt het de Trojanen, met hulp van Zeus, om een schip van de Grieken in brand te steken. Als dat gebeurd is laat Zeus zijn steun aan de Trojanen varen, en geeft de overhand weer aan de Grieken omdat hij zijn belofte aan Thetis had ingelost.

Patroclus 1

Intussen heeft Achilles, aan zijn vriend Patroclus 1, toestemming gegeven dat deze weer gaat meedoen aan de gevechten, en zijn Myrmidonen in de strijd werpt om de benarde Grieken te helpen. Achilles vraagt aan Zeus steun voor zijn vriend zodat hij niet in de strijd zal omkomen. Zeus hoort zijn gebed aan maar is niet van plan dit verzoek volledig in te willigen. Hij wil wel voldoen aan het verzoek om de Trojanen weg te jagen van het scheepskamp maar niet dat Patroclus 1 de strijd overleeft. Patroclus 1 werpt zich in de strijd en verjaagt de Trojanen uit het scheepskamp. Op een gegeven moment komt hij echter tegenover de zoon van Zeus, Sarpedon 1, te staan en breekt en een woeste strijd op leven en dood uit. Zeus ziet wat er gebeurt en zucht dan diep en zegt tegen Hera: ‘Het Noodlot is tegen mij en Sarpedon 1. Mijn zoon gaat gedood worden door Patroclus 1 en ik weet niet wat ik moet doen. Zal ik hem levend wegvoeren naar zijn geboorteland Lycia of nu al laten sterven door de handen van Patroclus 1.

Dood Sarpedon

De dood van Sarpedon

Dan zegt Hera, ‘Je verbaast me. Wil je heus je zoon, waar het Lot al van bepaald heeft dat hij vandaag moet sterven, redden? Maar laat ik je dit vertellen. Als je besluit om vandaag Sarpedon 1 te redden, wat belet dan enige andere God om ook zijn zoon van het slagveld te redden. Onder de strijders is menige zoon van een God, die je handelswijze sterk zou afkeuren. Als je van je zoon houdt laat hem dan vandaag sneuvelen. Als de laatste adem zijn lippen heeft verlaten stuur dan Thanatos en zijn broer Hypnos om hem af te voeren naar Lycia zodat zijn familie hem eervol kan begraven.’ Treurend volgt Zeus het advies van zijn vrouw op, maar stuurt wel als ereteken voor zijn zoon een bloedrode regen naar het slagveld. Tot slot laat hij, als zijn zoon door Patroclus 1 is gedood, een diepe duisternis neerdalen om het lichaam.

Opdracht voor Apollo

De strijd gaat door en Zeus houdt zijn blik strak op het strijdgewoel gericht en overlegt met zichzelf hoe hij Patroclus 1 zal laten sterven. Uiteindelijk besluit hij dat Patroclus 1 nog even de tijd krijgt en begint bij de Trojanen de moed te ontnemen, zodat ze door de Grieken worden teruggedreven naar de stad. Tegen Apollo zegt hij: ‘Ga vlug naar beneden en haal het lichaam van Sarpedon 1 weg uit het strijdgewoel. Breng hem naar een afgelegen plek, was hem in helder stromend water, zalf hem met ambrozijn en wikkel hem in onvergankelijke kleding. Geef hem dan aan Thanatos en Hypnos zodat die hem naar Lycia kunnen brengen.

Medelijden met Hector

Apollo voert de bevelen van zijn vader uit die intussen Patroclus 1 aanvuurt. Die wordt roekelozer en doodt de ene na de andere Trojaan. Uiteindelijk stuit hij op Apollo die net is teruggekeerd van zijn taak om Sarpedon 1 over te dragen. Driemaal valt Patroclus 1 de God aan en driemaal stuit deze de Griek. Uiteindelijk wordt Patroclus 1 gedood door Hector die hem ook nog van zijn wapenuitrusting berooft. Als Hector deze aantrekt kijkt Zeus meewarig toe en denkt. ‘Ongelukkige, jij bent het die de boezemvriend van Achilles doodde. Je dood is nu zo dichtbij. Ik zal je nog even laten genieten van je moment van glorie maar die zal je duur moeten betalen. Van deze strijd zul je niet meer thuis komen om je vrouw te zien.

Trojaanse Oorlog 4

De paarden van Achilles

Vervolgens laat Zeus een woedend gevecht ontstaan om het dode lichaam van Patroclus 1. Ook om de onsterfelijke paarden van Achilles, waarmee Patroclus 1 naar het slagveld was gereden, wordt fel gestreden. Als Zeus dit ziet voelt hij verdriet in zijn hart en denkt, ‘Waarom hebben we jullie ooit aan Peleus geschonken op zijn bruiloft. Het was niet onze bedoeling dat jullie in het leed van de mensen zouden delen. Ik zal echter niet dulden dat Hector de zweep over jullie ruggen zal leggen. Het is genoeg dat hij de wapens van Achilles al heeft buitgemaakt en daar snoevend mee rondloopt. Het is mijn plan om de Trojanen nog even de overhand te gunnen, en de Grieken naar hun scheepskamp te jagen, tot de duisternis valt.’ Zo gaat de strijd om het lichaam van Patroclus 1 door, werpt Zeus vanaf de Ida een bliksemschicht en laat zijn donder bulderen. Tevens zwaait hij met zijn Aegis waardoor de Grieken in paniek raken en naar hun kamp vluchten. De Grieken Menelaus en de grote Ajax 1 houden echter manmoedig stand en verdedigen in de achterhoede het lichaam van Patroclus 1.

Treurende Achilles

Aan het eind van die dag slagen de Grieken er na veel inspanningen toch in om de dode Patroclus 1 veilig binnen de muur van het kamp te brengen, en wordt de strijd gestaakt. Hera heeft intussen Achilles opgewekt uit zijn lethargie en is hij woedend over de dood van zijn vriend. Hij besluit zich te verzoenen met Agamemnon en weer deel te nemen aan de strijd, maar besluit pas te eten nadat hij Hector heeft gedood. Zeus ziet de rouwende Achilles en heeft medelijden met hem. Tegen Athena zegt hij: ‘Mijn kind, je laat je beschermeling in de steek! Is er geen plaats meer in je hart voor Achilles? Hij zit daar maar te rouwen om zijn beste vriend terwijl iedereen eet. Haast je en stort wat nectar en ambrozijn in zijn borst om hem te redden van de hongersnood.’ Snel gaat Athena er daarop vandoor om aan haar vaders verzoek te voldoen.

Mededeling aan de goden

De volgende ochtend stelen de troepen zich weer op om slag te leveren, en roept Zeus de Goden bijeen voor een vergadering op de Olympus. Als iedereen aanwezig is vraagt Poseidon aan Zeus wat hij nu weer van plan is. ‘Maak je je zorgen om de Trojanen en Grieken die weer ten strijde trekken?’ ‘Dat is inderdaad het geval.’ zegt Zeus. ‘Hun ellende gaat mij ter harte, maar ik zal op de Olympus blijven om het schouwspel te zien. Jullie mogen je van mijn part bij de Trojanen of de Grieken voegen en die helpen, al naar je voorkeur. Als Achilles de kans krijgt om de Trojanen te bestrijden, zonder goddelijke interventie, dan maken deze geen enkele kans. Ze zullen geen moment tegen hem standhouden gezien zijn bloeddorst van het moment. Voorheen sloegen ze al op de vlucht als ze hem alleen maar zagen. Maar nu vrees ik dat hij hen volledig zal verslaan en Troje vernietigen.’ Deze woorden van Zeus ontketenen een wilde hartstocht bij de Goden en haasten ze zich naar beneden om hun partij naar believen te helpen.

Jammerende Demeter

Zeus en Demeter

De strijd begint, waar ook de Goden zich fel in mengen, terwijl Zeus vanaf de Olympus zijn donderslagen onheilspellend laat dreunen. Vergenoegd kijkt hij naar beneden en ziet lachend hoe de Goden onderling elkaar naar het leven staan. Ook Achilles gaat als een razende tekeer en doodt de ene na de andere Trojaan. Na enige tijd komt Demeter terug op de Olympus en gaat huilend op de knieën van haar vader zitten. Zeus trekt haar dicht tegen zich aan en zegt: ‘Mijn dochtertje, wie heeft je zo mishandeld?’ Onmiddellijk antwoordt zij dat Hera de schuldige is. ‘Zij, uw eigen vrouw, die altijd bezig is om twist en onenigheid onder de Goden te bewerkstelligen heeft me geslagen.’ Terwijl de twee spreken komen ook de andere Goden, behalve Apollo, terug naar de Olympus, en gaan bij Zeus zitten.

Verdriet om Hector

Ondertussen is Achilles Troje genaderd, en daagt Hector uit tot een tweestrijd. Hij achtervolgt de Trojaan verscheidene keren rond de stadsmuur. Als Zeus dit ziet gebeuren verzucht hij: ‘Het is treurig om te zien hoe een man, die ik in mijn hart gesloten heb, om de muren van Troje wordt gejaagd. Ik beklaag Hector, die zoveel heerlijke offers aan mij bracht. En nu zit Achilles hem in volle vaart achterna. Laten we overleggen, Goden, en help me te besluiten of we zijn leven zullen redden of dat hij vandaag moet sterven.’ Woedend roept Athena dan tegen Zeus: ‘Wat zeg je nu, vader! Ben je echt van plan om de man te redden wiens Lot al lang geleden is bezegeld! Maar doe wat je wilt, al zullen wij het niet goedkeuren of toejuichen.’ Kalm reageert Zeus: ‘Wees gerust, ik was niet van plan om die man te sparen. Je kunt op mijn medewerking rekenen. Doe wat je moet doen en doe het onmiddellijk.’ Zo vertrekt Athena weer naar de strijd om Achilles te helpen Hector te doden.

Dood van Hector

Even later houdt Zeus zijn weegschaal weer omhoog. In de ene schaal legt hij het lot van Achilles en in de andere dat van Hector. De weegschaal slaat door naar de kant van Hector en moet Apollo direct Hector verlaten, die hij nog steeds hielp om aan Achilles te ontkomen. Athena steunt vervolgens Achilles en helpt hem om Hector te doden. Hierna is de strijd voor die dag gestreden en zitten de Trojanen weer opgesloten in hun stad. Achilles sleept de dode Hector als oud vuil aan zijn voeten gebonden, achter zijn strijdwagen aan en keert terug naar het scheepskamp. Dagen verstrijken en Achilles mishandelt het dode lichaam keer op keer door het door het stof te slepen terwijl hij om het dode lichaam van zijn vriend Patroclus 1 rijdt. De Goden krijgen medelijden met hem, behalve Hera en Athena, en willen het lichaam door Hermes bij Achilles vandaan stelen.

Opdracht voor Iris 1

Maar als de twee Godinnen woedend uitvallen naar de andere Goden grijpt Zeus in. ‘Hera, wat val je weer uit tegen die anderen! Niemand van hen zal aan beiden dezelfde eer geven, maar ook Hector werd, van alle Trojanen, door de Goden bemind. Ook ik sloot hem in mijn hart. Hij liet mijn altaar nooit leeg staan, offerde wijn in overvloed, waardoor de lucht bezwangerd was van lekkere geuren. Wij zullen Hector echter niet stiekem weg laten halen. Achilles zou, geholpen door zijn moeder, het merken Maar één van de Goden moet Thetis gaan roepen. Ik zal haar dan met klem opdragen om er voor te zorgen dat Achilles van Priamus een losprijs aanvaardt en het lijk van Hector prijsgeeft.’ Aldus Zeus waarna Iris 1 vertrok om de boodschap over te brengen.

Taak voor Thetis

Even later komt Thetis op de Olympus aan en gaat naast Zeus zitten. Hera geeft haar iets te drinken en zegt Zeus tegen haar: ‘Thetis, Ondanks je voortdurende verdriet om je zoon ben je toch naar de Olympus gekomen omdat ik je liet roepen. Ik zal je zeggen waarom. Onder de Goden heerst nu al negen dagen lang ruzie over het lijk van Hector en de woedende Achilles. De Goden willen het lijk van Hector door Hermes laten ontvoeren maar ik wil Achilles in ere houden en jouw vriendschap niet verspillen. Ga dus onmiddellijk naar Achilles en vertel hem dat de Goden boos op hem zijn, en ik nog het meeste, omdat hij het lichaam niet vrij wil geven aan zijn vader. Misschien dat zijn angst voor mij hem tot andere gedachten zal brengen. Daarna zal ik Iris 1 naar de oude Priamus sturen zodat hij met rijke geschenken naar Achilles gaat en Hector vrijkoopt.Thetis knikt en vertrekt om haar boodschap uit te voeren.

Taak voor Iris 1

Ook Iris 1 krijgt een taak en zegt Zeus tegen haar: ‘Ga naar koning Priamus en zeg tegen hem dat hij naar het scheepskamp gaat met een grote losprijs voor zijn zoon. Hij moet, zonder hulp van bedienden, zelf gaan op één heraut na die de muildieren van zijn wagen moet mennen waarop hij het lichaam van zijn zoon kan terugbrengen. Laat hij zich niet bekommeren om de gevaren want hij zal geholpen worden door Hermes. Die zal hem tot bij Achilles brengen, die hem zeker niet zal willen doden en ook niet toestaan dat anderen dat doen. Hij zal de smekeling het leven sparen.’ Zo vertrekt ook Iris 1 om de boodschap van Zeus over te brengen bij de oude Priamus.

Teken voor Priamus

De oude Priamus begint, nadat Iris 1 hem de boodschap heeft overgebracht, voorbereidingen te treffen voor de nachtelijke rit. Zijn vrouw twijfelt echter hevig en vraagt om een teken van Zeus als bevestiging dat de boodschap waar is. Als Priamus tot Zeus bidt stuurt die onmiddellijk een Adelaar als teken, die rechts voor Priamus uitvliegt. Dan vertrekt Priamus en ziet Zeus hem, samen met zijn heraut, over de vlakte rijden. Tegen Hermes zegt Zeus: ‘Ga nu naar beneden en help Priamus. Zorg dat geen enkele Griek hem ziet of zal herkennen voordat hij bij Achilles is.’ Geheel volgens de wil van Zeus krijgt Priamus daarna het lichaam van zijn geliefde zoon terug en wordt er een bestand van twaalf dagen afgesproken om diens lichaam te cremeren en de laatste eer te betonen. Zo eindigt Homerus de beschrijving van de Trojaanse Oorlog in de Ilias, maar is deze zeker nog niet afgelopen.

Finale

De Trojanen worden daarna nog gesteund door vele bondgenoten die door toedoen van Achilles echter elke keer worden verslagen. Geheel volgens de voorspelling wordt ook Achilles op zijn beurt gedood, en nadert de oorlog zijn einde. Ter ere van Thetis zorgt Zeus ervoor dat Achilles met groot ceremonieel wordt gecremeerd, en stuurt de Winden 1 naar Troje om het vuur op diens brandstapel aan fel te wakkeren. Enkele maanden later, als de Grieken uiteindelijk de list met het Houten Paard toepassen, is het lot van Troje bezegeld. Dan worden de mannelijke inwoners gedood, de vrouwen als slavinnen afgevoerd, en de stad in brand gestoken. Alleen Aeneas weet met een grote groep te ontsnappen en wordt in Italië, geheel volgens de wil van Zeus, de grondlegger van het latere Romeinse Rijk. Volgens een enkele mythe leefde Helena, die de oorzaak was van tien jaar strijd, al die tijd niet in Troje, maar in Egypte. Ze werd daar op bevel van Zeus door Hermes naar toegebracht, waar ze werd beschermd door koning Proteus 3, terwijl hij in Troje een drogbeeld van haar creëerde.

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz